home | Inloggen
Aantal schrijvers: 527 | Aantal boeken:

15394

Minne, Richard

Maakt deel uit van:

RICHARD MINNE

Gent, 30 november 1891 – Sint-Martens-Latem, 1 juni 1965

“Ik floot een zacht lawijt”
Op een gespleten blaere
Het was een schone tijd.
Mijn hart kon niet bedaren

Richard Minne was een dichter en prozaschrijver

Journalist bij de Gentse socialistische krant “Vooruit”, waar hij o.m. de rubriek “In 20 lijnen” verzorgde. Met deze dagelijkse rubriek was Minne in Vlaanderen één van de eerste beoefenaars van ‘het cursiefje’

 

BIOGRAFIE

30 november 1891: Richard Julius Minne werd geboren te Gent.

  • Zijn kindertijd brengt hij door te Eeklo bij zijn grootouders, omdat zijn moeder een winkel hield en zijn vader handelsreiziger was.

1905: Volgt aan het Koninklijk Atheneum de handelsafdeling. Hij kreeg er o.m. les van de socialistische dichter René De Clercq. De Clercq was er sinds 1 januari 1906 tijdelijk aangesteld als leraar Nederlands en Duits en werd op 29 november 1907 definitief benoemd.

  • Het Athenaeum van Gent  aan de Ottogracht was op dat ogenblik een broeinest van socialistische en Vlaamsgezinde sympathieën en heeft een schare van prominente figuren uit de Vlaamse en prille sociaaldemocratische beweging voortgebracht: Edward Anseele, Maurits Basse, Oscar de Gruyter, Jacob Heremans, Hippoliet Meert, Emile Moyson en Jules Vuylsteke zijn er allen ofwel leraar ofwel leerling geweest
  • De sterke flamingantische traditie was vooral een reactie op het Franstalig beleid van de schoolleiding.

1906-1907: Lid van het flamingantische studentengenootschap De Heremans’ Zonen. In zijn hoedanigheid van Heremans’ Zoon liet Minne zich aanspreken als ‘Rijkaard’, een vervlaamsing van zijn Franse voornaam Richard.

1908-1919: SOCIALISTISCH ENGAGEMENT

1908: Zijn eerste literaire activiteit –enkele gedichten en prozastukken – vinden we dan ook terug in het handgeschreven athenaeumtijdschrift  “Jonge krachten. Maandschrift voor jonge elementen’.

Minne 9

  • Daarnaast was hij ook redacteur van ‘Vlaamsche Zonen’ het periodiek van het Gentse Taalminnend Genootschap Heremans’ Zonen en publiceerde hij in het overkoepelende tijdschrift voor scholieren van het staatsonderwijs ‘De Goedendag’.

1909: Breekt zijn studies aan het athenaeum voortijdig af omdat zijn vader dat zo wou.

  • De 17-jarige aspirant-dichter zou helpen in het familiebedrijf en de stiel van handelsreiziger leren. In 1909  ging hij aan de slag als klerk van de sigarenfabriek Manufacture de Cigares Fins aan de Rietgracht in Gent, maar al snel bleek dat hij niet was voorbestemd voor de ‘commerce’. Dat werd een regelrecht fiasco.
  • Minne had zich in zijn schooltijd geleidelijk aan gedistantieerd van het liberalisme van zijn kleinburgerlijke ouders en gekozen voor de literatuur en het socialisme.
  • Minne ontpopt zich als een gedreven militant van de Socialistische Jonge Wacht (SJW), de revolutionaire en pacifistisch-internationalistisch georiënteerde jongerenbeweging van de Belgische Werkliedenpartij (BWP).
  • In zijn hoedanigheid van SJW’er betrad hij niet alleen de politieke arena, hij kreeg ook publicatiemogelijkheden in partijgebonden bladen als ‘Volksalmanak Vooruit’ en ‘Zondagsblad
  • Binnen de SJW leerde hij Jozef Cantré kennen.
  • In Volksalmanak Vooruit voor Noord- en Zuid-Nederland, 29 (1909), p.80 verscheen het gedicht ‘Vrijheid !’, een ode aan de vrijheid in de beste René De Clercq traditie.

 

Vrijheid !
Wanneer uit sombre donkre nachten,
eens lichten zal de zonnelach;
wanneer uit bittre menschenklachten,
eens dagen zal de vrijheidsdag,
 
en geestdrift in de morgen-luchten
van vrijheid zwanger hangen zal,
bij ’t luid gegalm der strijdgeruchten,
uit schâm’le hut, en krot en stal…,
 
Dan zal, o licht, o vrijheid, zegen:
dan zal uwx naam niet meer een schijn,
maar vrijheid uit den nood gestegen:
Dan zal de Vrijheid, Vrijheid zijn !

 

1911: Beoefent de essayistiek en het kritisch proza in de Volksalmanak en Zondagsblad van de socialistische partijkrant ‘Vooruit’

1915: Ontmoeting met Achille Mussche en de latere fonteiniers Raymond Herreman, Karel Leroux en Maurice Roelants – allen studenten aan de Rijksnormaalschool – in het Feestpaleis van “Vooruit”, de culturele Place to be van de Gentse BWP.

1916: Volgde als vrije student de colleges filosofie, kunstgeschiedenis en psychologie aan de gecontesteerde Von Bissing-universiteit, het paradepaardje van de Duitse Flamenpolitik en een bolwerk van activistisch engagement.
  • Over het waarom van zijn inschrijving aan precies deze universiteit is geen uitsluitsel. Over zijn passage aan de Von Bissing universiteit deed hij later er steevast het zwijgen toe.
  • Als socialistisch militant met uitgesproken politieke opvattingen, en al jaren actief in diverse geledingen van de Gentse BWP moet hij wel een standpunt hebben ingenomen over de vernederlandsing  van de Gentse universiteit en de legitimiteit van het activistisch programma.
  • Alleen weerhield dat standpunt hem er niet van zich in te schrijven en contacten te onderhouden met diverse activisten. Waarschijnlijk lag vooral plotse toegankelijkheid van het academisch onderwijs aan de basis van zijn inschrijving.

1917: Diverse incidenten waarbij de jonge SJW’ers de oorlogspolitiek van de BWP openlijk ter discussie stelden, noopte de partij ertoe om in maart 1917 de rebellen de toegang tot de partijlokalen te ontzeggen en hen te weren uit de socialistische periodieken.

  • De dissidenten – waaronder Minne – groepeerden zich al snel in de marxistische Roode Jeugd en bleven de partij tot het einde van de oorlog tegen zich in het harnas jagen.

1918: Medewerking aan het enige nummer van ‘De Regenboog’ het literaire tijdschrift dat onder het mentorschap van de hoogleraar André Jolles aan de Vlaamsche Hoogeschool was opgericht.

  • Minne publiceerde er een gedichtencyclus ‘Drie liedjes aan den wandelaar’ en het verhaal ‘Het gestoorde feest’.

1919: Omdat een inschrijving aan de Von Bissing universiteit niet volstond voor een juridische vervolging, kwam Minne zonder al te veel kleerscheuren uit de oorlog. Wel had de BWP nog een rekening te vereffenen met de marxistische dissidenten van Roode Jeugd en zette ze Minne cum suis in 1919 uit de partij.

  • Deze ongenadige afrekening met de jonge militanten zorgde ervoor dat Minne zich voortaan afzijdig hield van elk politiek engagement.

1920-1927: ’T FONTEINTJE – BACHTE-MARIA-LEERNE – IN DEN ZOETEN INVAL.

24 juni 1920: Trouwt Minne met Julienne Rowland.

Minne 10

1921-1924: Medestichter met Raymond Herreman, Karel Leroux en Maurice Roelants. van het tijdschrift “’t Fonteintje” (1921-1924) en gedurende drie jaargangen redacteur.

Minne 19           de-vier-van-t-fonteintje De vier van ‘t Fonteintje v.l.n.r. Richard Minne, Karel Leroux, Maurice Roelants en Raymond Herreman.

(Meer over het tijdschrift ? Zie: schrijversgewijs – contextueel; ook tijdschrift] Fonteintje, ‘t · dbnl en t Fonteintje – Literair Gent).

  • ’t Fonteintje kantte zich tegen het expressionisme van het tijdschrift Ruimte en deed dat met nadrukkelijke bedaardheid.
  • August Vermeylen over de Fonteniers: ‘Ze hebben alle soort van pathos afgewezen, nemen geen houdingen aan, doen niet gewichtig. Soms neuriën ze zo maar wat, uit vrees het gevoel te onderstrepen.’ (Brouwers, Vlaamse Leeuwen p.233)
  • In dit als neoclassicistisch geboekstaafde tijdschrift publiceerde hij een relatief omvangrijke poëzieproductie: in totaal 14 losse gedichten en drie reeksen (‘Rozenkrans, ‘De arme en rijke dagen’ en ‘Winterkwatrijnen’)

1922: Hij was ongeveer een jaar ambtenaar bij het Ministerie van Justitie, waar de prozaschrijver F.V. Toussaint van Boelaere zijn directeur was en de dichter Jan van Nijlen zijn directe chef. Eind 1922 echter, moest hij wegens zijn zwakke gezondheid (zenuwaandoening gevolgd door langdurige depressies) dit ambt opgeven.

1923-1927: Trok op advies van een arts begin 1923 naar “de buiten” en werd er boer. Na een eerste verblijf in Bachte-Maria-Leerne trok hij in de zomer van 1924 naar Waarschoot (in het Meetjesland, even ten noorden van Gent) om zich een bestaan als “dichter en boer” aan te meten.. Het boerenbedrijf zegde hij echter vlug vaarwel.

1927: Publicatie van zijn bundel In den zoeten inval.

1928 – 1957 : SINT-MARTENS-LATEM – DE KRANT VOORUIT

1928: Verhuist naar het kunstenaarsdorp Sint-Martens-Latem.

Maart 1931: Werd journalist bij de Gentse socialistische krant “Vooruit”, waar hij o.m. de rubriek “In 20 lijnen” verzorgde. Met deze dagelijkse rubriek was Minne in Vlaanderen één van de eerste beoefenaars van ‘het cursiefje’. Hij werd tevens redactielid van het “Nieuw Vlaams Tijdschrift”.

Mei 1931: Stond mee aan de wieg van het satirische bijblad ‘Koekoek’.

  • Koekoek, een bijblad van de krant ‘Vooruit’ wilde “de politiek, de kunst en de andere uitwasemingen van beschaving langs humoristischen kant bekijken: een beetje spotten met al wat te recht of niet krom genoeg is: een geutje azijn doen bij wat te zoet is, een lepeltje zeem voegen bij wat te zuur is”
  • Vanaf het vijfde nummer verzorgde Minne samen met mederedacteur en Vooruit-illustrator Frits van den Berghe (1883-1939) de “Brieven van Pierken”.
    • In deze brieven presenteerde het proletarische jongetje Pierken de Spiegelleire zijn eigenzinnige kijk op de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen in Vlaanderen. Vooral de verstikkende macht van de katholieke kerk en de opkomst van het fascisme werden onder de aandacht gebracht. Diverse comtemporaine figuren passeerden de revue en werden door Pierken vakkundig in hun hemd gezet.
    • Maakten veel ophef: ‘De grootsche verjaringsfeesten van het Lam Gods’ waarvoor van den Berghe een nogal vrijpostig nieuw ‘schilderij’ tekende. De hysterische reacties in katholieke en Vlaams-nationale pers waren koren op de molen van “Koekoek” vooral Wies Moens was de kop van Jut.

1940-1944: Tijdens de oorlogsjaren was Minne werkloos.

1942: Verschijnen van “Wolfijzers en schietgeweren

1944-1957: Redacteur bij de krant”Vooruit”.

  • Hij publiceerde zijn dagelijks cursiefje in rubrieken als ‘Brief van Pierken’, ‘Kaf en koren’, ‘Pro en contra’ en ‘In 20 lijnen’.

1957: Bij zijn oppensioenstelling nam Louis Paul Boon het ‘In 20 lijnen’-hoekje van hem over.

Minne 18

1946: Kreeg de Driejaarlijkse Staatsprijs voor het Nederlands Proza voor “Wolfijzers en schietgeweren

1 juni 1965: Richard Minne overleed te Sint-Martens-Latem, waar hij ook begraven ligt.

  • Vele honderden brieven van en aan Minne, alsmede manuscripten en foto’s worden in het Archief en Museum voor Vlaams Cultuurleven te Antwerpen bewaard. Een tweede omvangrijk Minne-archief berust bij de Rijksuniversiteit Gent en bevat manuscripten, typoscripten, brieven, documenten en foto’s.
  • Richard Minne was een non-conformist. Zijn oeuvre is niet omvangrijk doch wel interessant omwille van zijn ironisch scepticisme dat verwoord wordt in een beknopte krachtige taal. Zijn gedichten zijn dikwijls van bitterheid en ontgoocheling doortrokken.
  • Minne droomde eigenlijk van een eigen literair blad dat de Boktand zou heten. De plannen daarvan vindt men terug in de omvangrijke briefwisseling met Reimond Herreman. Hij streed tegen alles wat de vrijheid beknotte, wat ongetwijfeld zijn antiklerikalisme verklaarde. Zijn huwelijk bleef kinderloos en misschien was dit de reden waarom hij dol was op kinderen en dieren.

Epiloog

2016:  Publicatie van Minne’s verzamelde literaire kritieken – uitgegeven door Amsab ISG onder de titel Literaire kritiek van Richard Minne in ‘Het Geestesleven’ (Vooruit 1945-1965). Samenstelling werd verzorgd door dr. Els Van Damme van de Onderzoeksgroep Teksteditie Literatuur in Vlaanderen van de UGent.

  • Schrijver en journalist Richard Minne schreef jarenlang – ook na zijn pensionering – bijdragen voor ‘Het Geestesleven‘, de cultuurpagina van Vooruit, de Gentse socialistische krant. Zijn stukjes verschenen in de rubrieken ‘Panorama van de letteren’, ‘Brieven aan een lezeres over de Franse letteren’, ‘Met het potloodstompje’ en ‘Pro en contra’ en leverden vaak een ironische en eigenzinnige kijk op schrijvers en hun werken in de periode tussen 1945 en 1965. Anders dan andere chroniqueurs gaf Minne weinig om de actualiteit. Hij schreef vooral over volgens hem onderschatte oeuvres en buitenlandse literatuur, meestal de Franse.

MEER OVER R. MINNE

  • Anne Marie Musschoot en Yves T’Sjoen: Gent, kop en hart, ge zijt een schone stad : de literatuur en het Vlaamse Volkstoneel, in: Interbellum in Gent 1919-1939 (1995), p. 153-165. Catalogus van de tentoonstelling in het Museum Arnold Vander Haeghen, 16/09/1995-26/11/1995
  • Prosper de Smet: Een raar allegaartje, in: Van Buysse tot Brusselmans : Gent literair (1996), p. 9-20. Catalogus van de tentoonstelling in het Museum Arnold Vander Haeghen, 20.11.1996 – 16.02.1997
  • Janine de Rop: Gentse literatuur : het volk en de heren, in : Van Buysse tot Brusselmans : Gent literair (1996), p. 23-33. Catalogus van de tentoonstelling in het Museum Arnold Vander Haeghen, 20.11.1996 – 16.02.1997
  • Marco Daane: Gelijk teken, die te lang in de zon hebben gelegen : Richard Minne, een dichter in de “muit” van “Vooruit”, in: Gent, de dubbelzinnige (2000), p. 191-209
  • Marco Daane: De vrijheid nog veroveren : Richard Minne 1891-1965 (2001)
  • Richard Minne en Frits van den Berghe: Een tong van lijntses : geannoteerde leeseditie van de Brieven van Pierken (1931-1935) (2002)
  • Een tong van lijntjes : de Brieven van Pierken in Koekoek (Vooruit), Richard Minne en Frits van den Berghe (2002). Catalogus van de tentoonstelling in de Stedelijke Openbare Bibliotheek, 18 juni – 3 augustus 2002. Met een opstel van Yves T’Sjoen: Den vedelaar met zijn gesprongen snaar : de artistieke verwantschap tussen Richard Minne en Frits van den Berghe, de “beeldekens” in woord en beeld (p. 7 – 15)
  • Yves T’Sjoen: In duizenden varianten : historisch-kritische editie van Richard Minnes Gedichten (2003), 3 dln. ‘Voor wie iets wil te weten komen over de ontstaans- en publicatiegeschiedenis van Minnes poëzie).

 

SMAAKMAKER

 

Ik was op verre zeeën
tuk.
Nu zoek ik bij mijn peeën
geluk.
 
Een omheind streepken aarde
volstaat,
En draagt de waarde
van een daad.
 
—-
Ik denk aan Tchekof
waar ik loof trek of
Tobbie melk. Altijd.
Weemoedigheid.

 

Uit: In den zoeten inval. (1955)

De wereld is een fluit met zooveel duizend monden.
En elkeen blaast zijn lied. En ’t maakt een droef geluid
waarin ik niets van eigen klank heb weergevonden.
En gij ? misschien hebt ge ook getikt aan meenge ruit
en werd ge als ik weer feestelijk wandelen gezonden.
 
Nochtans: ik heb gedroomd, gehoopt; en ik droeg boete.
‘k zag de Alpen, Vlaanderen en Straatsburg aan den Rijn.
Ik heb bemind. Ik sloeg de trommel in vele stoeten.
Ik pluisde in boeken die vol oude wijsheid zijn.
Ik heb gezocht, zoo ’t kan, met handen en met voeten.
 
En ’t slot ? ik hield daaruit als onontvreemdbaar deel
den troost van ’t eigen lied, wanneer ik stil gezeten,
des avonds, op den hoogen berm een wijsje speel,
niet voor ’t heelal en de eeuwigheid, maar slechts voor ’t heden.
Dat maakt me een blijden dag te meer. En dat is veel.
 

 

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Websites

Referenties

  • Yves T’Sjoen & Els Van Damme, René de Clercq en de leerling tovenaar Richard Minne. Literatuur en politiek tijdende de Gentse athenaeumjaren (1905-1909). In: Zacht Lawijd 8 (2009), nr.  2, p.45-61.
  • Els Van Damme, ‘Groote kuisch nondedju ! Stofzuigers, ontsmetters, Fly-tox’. Wies Moens onder het fileermes van Richard Minne. In: Zacht Lawijd 9 (2010), nr.  1, p.18-39.
  • Yves T’Sjoen, ‘Laat de Boktand komen om de liefde Gods’. Richard Minne en Raymond Herreman maken plannen. Een becommentarieerde brieveneditie. In: Zacht Lawijd 3 (2003), nr. 3, p.4-27.
  • Henri Bossaert, Richard Minne, Brugge, Uitgeverij Desclée De Brouwer, Reeks Ontmoetingen nr 73 (1968), -61p. + 1 los blad.

BIBLIOGRAFIE

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience  – Antwerpen.
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • Piet Devos: Van reuzen tot dwergen. Bibliografie – Vlaamse schrijvers in de 20ste eeuw – Eerste drukken. Kortrijk, eigen beheer 2007
  • Poëziecentrum – Gent

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.

Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1918 Drie liedjes aan den wandelaar. (poëzie)
Opgenomen in ‘In den zoeten inval’ editie 1927.
In: Regenboog. Gentse literaire periodiek
1926 In den zoeten inval. (poëzie)
Ontwerp bundel in december 1926 in halve oplage geleverd door de Vilvoordse drukker Piet Créoen maar door Herremans om druktechnische redenen uit de handel gehouden.
Brussel: R. Herreman. -64 p.
1927 In den zoeten inval. (poëzie)
[Geheel herziene, opnieuw samengestelde, gezette, gedrukte en gebonden eerste druk.]
1936: 2de druk bij De Garve: Uitgave Ach. Van Acker, Brugge.
Brussel : Reimond Herreman en Maurice Roelants. -94 p.
In een oplage van 335 genummerde exemplaren.
1933 Heineke Vos en zijn biograaf. (novelle) Minne 1 Rotterdam: Nijgh & Van Ditmar. -132 p.
Afmetingen: 20 x 13.50 (gebonden – linnen kaft)
Electronisch bij DBNL Heineke Vos en zijn biograaf (1933)
1936 In den zoeten inval. (poëzie)
Herdruk van 1927.
Met voorwoord van Raymond Brulez

 

Minne 4 Brugge: De Garve: Uitgave Ach. Van Acker. -62p.
Afmetingen: 21.40 x 11.90 (ingenaaid)
Reeks: De Garve Eerste reeks, nr. 2.

 

1939 Heineken Vos en zijn biograaf. (novelle)
Restant van de eerste druk (Rotterdam, Nijgh & Van Ditmar, 1933) met nieuw omslag met imprint Manteau.
Brussel: A. Manteau. -132p.
1942 Wolfijzers en schietgeweren. (Brieffragmenten, poëzie en verhalen)
Een nieuwe verzameling verzen van Richard Minne, den dichter van In den zoeten inval; verder eenige verhalen, benevens een serie epistelen over den nood en de nijdigheden, de hoop en de zoetheid, de wijsheid en de argeloos-heden van den dichter en den mensch dit alles bijeengegaard door R. Herreman en M. Roelants met een inleiding en een bloemlezing.
1946: Bekroond met de Driejaarlijkse Staatsprijs voor Proza.
1947: 2de druk bij A. Manteau, Brussel
1988: 3de druk bij A. Manteau, Brussel
Minne 6 Brussel: A. Manteau / Rotterdam: Nijgh &Van Ditmar.-184 p.
Afmetingen:24.30 x 16 (gebonden met stofomslag)
Colophon: Dit eerste nummer van de serie DOCUMENTEN werd in opdracht van de Uitgeversmij A. Manteau N.V. te Brussel gedrukt op de persen van de firma Steenlandt te Brussel in de maand Januari 1942.

 

1944 Album 1944. (Dialogen en essays)
Samen met Raymond Herreman
 Minne 11 Brussel: A. Manteau. -192 p.
1946 In 20 lijnen. (Cursiefjes uit het dagblad Vooruit.)  Minne 13a Gent: S.M. Het Licht. (St. Pietersnieuwstraat) -48 p.
Reeks: Germinal-reeks 13de jg. nr. 8 December 1946.
Afmetingen: 20.50 x 14 (geniet)
1947 Wolfijzers en schietgeweren. Etc. Tweede druk.
Samenstelling R. Herreman en M. Roelants. Met een inleiding [door M. Roelants] en een bloemlezing.
Brussel:  A. Manteau. -160p.
1955 In 20 lijnen. (Cursiefjes uit het dagblad Vooruit.)
(Geen herdruk van In 20 lijnen uit 1946).
 Minne 13b Amsterdam: G.A. van Oorschot. -190 p.
Afmetingen: 19.75 x 12.75 (gebonden met stofomslag)
Colofon: Deze bundel bevat een keur uit de dagelijkse kronieken, verschenen onder de algemene titel in 20 lijnen, in het Gentse dagblad Vooruit zijnde in- en uitvallen op en over literatuur, moraal, echtbreuk, broederschap, dressuur, gewetensoprispingen en verdere problemen des levens. Alles in ant-manchettestijl’.
1955 In den zoeten inval en andere gedichten. (verzamelde gedichten)
Band en omslag werden verzorgd door Helmut Salden
Deeltitels: In den zoeten inval; Gedichten [gebundeld en verspreid]; Rijmen en verzen [uit brieven]
Amsterdam: G.A. van Oorschot. -180 p.
Afmetingen:19.70 x 11.80 (gebonden)
Colofon:”In den zoeten inval en andere gedichten” van Richard Minne werd in opdracht van G.A. van Oorschot, uitgever te Amsterdam, uit de Garamond gezet en gedrukt door N.V. Drukkerij van Amerongen te Amersfoort en gebonden door Elias P. van Bommel te Amsterdam.

 

1959 Cyriel Buysse. (essay) Brussel: Ministerie van Openbaar Onderwijs / A. Manteau. -40 p.
Reeks:Monografieën over Vlaamse letterkunde 15

POSTHUUM

1967 Malve en erica. (poëziebloemlezing)
Verzameld en ingeleid door Karel Jonckheere.
Bevat: In den zoeten inval; gedichten [gebundeld en verspreid]; Rijmen en verzen [uit brieven]
Minne 3 Hasselt: Heideland. -80 p.
Reeks: Poëtisch Erfdeel der Nederlanden P 58.
Afmetingen: 18 x 10.80 (gelijmd)
1988 Wolfijzers en schietgeweren. Derde druk.
Een nieuwe verzameling verzen van Richard Minne, den dichter van In den zoeten inval; verder eenige verhalen, benevens een serie epistelen over den nood en de nijdig¬heden, de hoop en de zoetheid, de wijsheid en de argeloos¬heden van den dichter en den mensch
Samenstelling R. Herreman en M. Roelants. Met een inleiding [door M. Roelants], een bloemlezing en een voorbericht door Gaston Durnez.
Omslagontwerp: Rikkes Voss.

 

Antwerpen: A. Manteau. -280p.
Reeks: Bouw¬stenen.
Colofon: ‘Wolfijzers en schietgeweren’ van Richard Minne werd in opdracht van Uitgeverij Manteau te Antwerpen gezet in Bembo 11.50 door Facet te Antwerpen en gedrukt door Tengrootenhuysen te Wilrijk, Boekbinderij Interbooks te Kontich zorgde voor de afwerking.
Dit boek verschijnt naar aanleiding van de viering van 50 jaar Manteau en werd in beperkte oplage gedrukt.

 

1994 Gelijk alles plezierig en weemoedig is in ’t leven. Brieven van Richard Minne.
Samenstelling Paul Luyten en Yves T’Sjoen.
Gent: Boekhandel Walry. -29 p.
[Relatiegeschenk (ter gelegenheid van de jaarwisseling 1994/1995) in beperkte oplage; niet in de handel gebracht.]
1994 Verzamelde verhalen (proza)
Redactie Marco Daane en Yves T’Sjoen.
Amsterdam: G.A. van Oorschot. -168 p.
1996 Stripverhalen 1931-1935 (met Frits Van den Berghe)
Redactie Anne Marie Musschoot, Yves T’Sjoen en Joost de Geest.
Vormgeving: Inge van Damme
Minne 2 Brussel: Gemeentekrediet / Snoeck-Ducaju & Zoon.-128 p.
(Monografieën over moderne kunst.)
Afmetingen: 29.75 x 24.25 (gebonden – harde zwart linnen kaft met stofomslag)
Beeldverhalen ‘Brief van Pierken’ en ‘De bladzijde van Pierken’ uit het weekblad Koekoek.
[Samengesteld naar aanleiding van de gelijknamige tentoonstelling in het Stadhuis van Gent tijdens de Gentse Feesten, 19 – 28 juli 1996.]
1996 Hoveniersgedichten. (bibliofiele uitgave)

Minne 21a 1996-Hoveniersgedichten-300x200
Nota:
er bestaat tevens van dezelfde uitgever een ansichtkaart met gedicht: Elf uur : de brievenbesteller. (2003)
Minne 22 2003-Minnekaart
Minne 21 1996-Hoveniersgedichten Groningen: Marlies Louwes. -16p.
Afmetingen: 95 x 71 mm. Cahiersteek. Gedrukt in 35 exemplaren.
2002 Een tong van lijntjes: geannoteerde leeseditie van de Brieven van Pierken (1931-1935) Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. -552p. (met CD)
Reeks: Literaire tekstedities en bibliografieën / Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde [Gent] – Gent; vol 6
2003 In duizenden varianten: historisch-kritische editie van Richard Minnes gedichten. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. 3 vol.
Reeks: Literaire tekstedities en bibliografieën / Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde [Gent] – Gent; vol 7
2006 Verzameld werk
Bevat: In den zoeten inval. Wolfijzers en schietgeweren. Verspreide gedichten. Heineke Vos en zijn biograaf. Verhalen.
Minne 5 Amsterdam: G.A. van Oorschot. -364p.
Afmetingen: 20 x 12.20 (gebonden met stofomslag)
Colofon: Het verzameld werk van Richard Minne – bezorgd door Yves T’Sjoen – werd in opdracht van Uitgeverij G.A. van Oorschot gezet uit de Bembo door Perfect Service te Schoonhoven en gedrukt op 90 grams Oxford crème door Drukkerij Giethoorn Ten Brink. Het bindwerk werd verricht door Boekbinderij Van Waarden te Zaandam. Het ontwerp voor band en omslag is van Gerrit Noordzij.
Uitgegeven met de steun van het Vlaams Fonds voor de Letteren.
Behalve de gewone uitgave werden tien exemplaren in leer gebonden, die niet in de handel zijn.
2016 Literaire kritiek van Richard Minne in ‘Het Geestesleven’ (Vooruit 1945-1965)
Editie en eindredactie:  Els Van Damme.
Algemene coördinatie : Yves  T’Sjoen en Paule Verbruggen.
Vormgeving: Patricia Rau.
Digitale druk: Copy Discount, Gent.
Illustratie cover: Tekening van Richard Minne, ongedateerd (Letterenhuis, Antwerpen)
Minne 20 AMSAB-ISG vzw Instituut Sociale Geschiedenis Universiteit Gent. -782p.
Afmetingen: 22.3 x 15.6 (ingenaaid)
Colofon: Dit boek is een coproductie van Amsab-Instituut voor Sociale Geschiedenis en de onderzoeksgroep Teksteditie Literatuur in Vlaanderen (UGent)

 

Enkele bijdragen in verzamelwerken

1932 ‘Drie redenen, onder meer’ In: Gedenkboek, A. Vermeylen, ed. Herman Teirlinck & Fernand V. Toussaint Van Boelare, p. 104
1939 ‘Aanteekeningen van een Gentenaar’ In: Vlaanderen, o welig huis, (ed. E. de Bom), Antwerpen, Standaard-Boekhandel; Amsterdam, Wereldbibliotheek, 1939, p. 71-91
z.d. ‘Solidariteit’ In: Gedenkboek Lode Zielens 1901-1944, Brussel, Elsevier, p.18.
1948 ‘Het standpunt van de dichter’ In: Standpunten in de literatuur, Gent, Leesclub Boekuil, 1948, p. 32-41.
1951 ‘X’ In: Veertien Anoniem, Gent, Leesclub Boekuil, 1951, p. 47-49.
1955 ‘Anno 1500’ In: Familiealbum, Antwerpen, Ontwikkeling, 1955, p. 59-61.
1960 ‘Minne Richard’ In: Schrijversdebuten. ‘s-Gravenhage, Stols-Barth, 1960, p. 132-134