home | Inloggen
Aantal schrijvers: 525 | Aantal boeken:

15394

Loveling, Rosalie & Virginie

Maakt deel uit van: , ,

ROSALIE EN VIRGINIE LOVELING

Loveling 0a

Rosalie (links) en Virginie Loveling in 1851 (Foto Letterenhuis)

Rosalie en Virginie waren al heel snel beroemde figuren in letterkundige kringen in Noord en Zuid.
Met hun gezamenlijk uitgegeven Gedichten (1870) lieten ze zich meteen opmerken in het Nederlandse literaire landschap. De realistische gedichten waren ongecompliceerd en erg beschrijvend van aard, af en toe met een sociale ondertoon. Via het maken van vertalingen van Nederduitse verhalen van Klaus Groth kwamen ze tot het schrijven van eigen novellen die ze ook samen uitbrachten: Novellen (1874), Nieuwe Novellen (1876).

BIOGRAFIE

20 maart 1834: Geboorte van Rosalie Loveling te Nevele. Virginie werd er geboren op 17 mei 1836. Hun zuster Pauline was de moeder van Cyriel Buysse. Virginie bekwam de Belgische nationaliteit na de dood van haar moeder (1879). Hun vader Anton Loveling was namelijk afkomstig van Papenburg (Nedersaksen).

  • Lovelings moeder, Marie Comparé (1791-1879), beheerde landerijen en pachthoeven en rentenierde in Nevele met haar drie dochters.
  • Virginie woonde bij haar in tot haar vierEnveertigste (met uitzondering van haar tienerjaren) en kon daarna waarschijnlijk rekenen op een erfenis; op haar ‘kaart van eenzelvigheid’ uit 1919 duidt ze als beroep niet schrijfster, maar ‘rentenierster’ aan.

1846: Na de zelfmoord van hun vader Herman Anton Loveling (21.07.1846) belandden ze bij hun halfbroer Cesar Fredericq, derde zoon uit het eerste huwelijk van hun moeder Marie Comparé.

  • Het huis van Cesar Fredericq aan de  Sleepstraat 12 werd snel een verzamelplaats van jonge progressieve intellectuelen rond de sociaal en politiek vooruitstrevende Franse hoogleraar François Huet. Onder hen: Gustave Callier, Emile de Laveleye, Constant Leirens en Jean Stecher. Franssprekend, liberaal en Vlaamsgezind. In deze Cercle Huet werd besloten tot de oprichting van De Broedermin (1848-1859), een voor Vlaanderen uitzonderlijk hoogstaand blad waarin volksverheffing, de rol van het onderwijs, solidariteit en zedelijke bewustwording centraal stonden. Rosalie zou de naam hebben bedacht.
  • De meisjes, hoewel erg vroegrijp, waren uiteraard te jong om aan gesprekken deel te nemen, maar de cultureel-intellectuele sfeer in het huis heeft hen diepgaand beïnvloed. Rosalie en Virginie bleven enkele jaren in Gent en ontmoetten er ook een aantal vooraanstaande figuren uit de Vlaamse Beweging

In Nevele behielden ze de contacten die ze in Gent maakten. Ze keerden er vaak terug en bezochten o.m. alle zittingen van het Wetenschappelijk Internationaal Congres in 1863. In de jaren ’70 stond Virginie erop te worden uitgenodigd als redenaars met talent, als Jules Bara en Walthère Frère-Orban, kwamen spreken.

 

Rosalie Loveling

Nevele, 20 maart 1834 – Nevele, 4 mei 1875

 

Rosalie Loveling debuteerde onder invloed van Klaus Groth, van wie zij het verhaal “Trinia” uit het Platduitsch vertaalde (1864).

20 maart 1834: Geboorte van Rosalie Loveling te Nevele.

1864: Vertaalde uit het Platduitsch het verhaal “Trinia” van Klaus Groth.

1874: Haar eerste verhaal : Meester Huyghe verscheen voor het eerst in het Nederlandsch Museum; (NM 1 (1874 1),p. 345-361.en werd gebundeld in ‘Novellen’.

  • Met Meester Huyghe brengt ze het courante ‘soldaat van Napoleon’ thema in een realistische versie. Zij schetst hierin het beeld van een oud-soldaat uit het eerste Keizerrijk, die na zijn terugkeer als privé-onderwijzer een aantal jaren aan de kost poogt te komen – zijn oorspronkelijk ambacht heeft hij zoals zovele lotgenoten verleerd – , maar door de oprichting van officiële en betere scholen zich gedwongen ziet zijn werkzaamheid af te bouwen en daardoor verarmt en vereenzaamt. Rosalie Loveling brengt dit verhaal met een opmerkelijk oog voor details.
  • Het verhaal werd destijds in vele schoolboeken en bloemlezingen opgenomen.

De novelle Po en Paoletto uit Nieuwe novellen, geschreven kort voor haar dood, kan men beschouwen als Rosalies meesterwerk. Idylle en tragiek gaan hand in hand.

4 mei 1875: Rosalie Loveling stierf te Nevele en wilde in Gent begraven worden. Het ‘Geuzenkerkhof’ van de Brugse Poort was noch voor haar moeder, noch voor zus Pauline en Louis Buysse een optie, het later Campo Santo genoemde kerkhof van Sint-Amandsberg wel. Haar graf vindt men in park C, graf 31b, rij 1, 12de graf.

 

SMAAKMAKER

Moeders krankheid

Uit: ‘Gedichten’ (1870)

“Wat zal er van de kindren geworden?…”
Zij zat in het klein vertrek
En zag ze buiten spelen;
Zij hoorde niet hun geprek.
 
“Zoo moeder eens moest sterven,”
Zei ’t oudste van de drij,
“De groote klok zou luiden,
De kindren zeggen ‘t mij.”
 
Zijn broêrken sprak: “dan zouden
“Wij nooit naar school meer gaan
“En al de boomkens verplanten,
“Die in het hoveken staan”.
 
En ’t kleinste riep, wijl ’t denkbeeld
Zijn hertje kloppen deed:
“’k Zou mijn pop een rokjen maken
“Uit moeders beste kleed!”
 
 DE BEGRAFENIS
 
Het was en warme herfstdag : de droge bladeren kraakten onder de voeten in de dreef, en de zon scheen geel en flauw in de toppen van de bomen. De doodsklok luidde, de doodsklok voor een arme mens. “Het zal zeker iemand uit het armenhuis zijn,” zei men.
Het was meester Huyghe.
Als iemand van de armen begraven wordt, duurt het niet lang: de klok houdt gauw op, het gezang evenzo, en men komt, met de verschoten vanen en het koperen kruis, het lijk enkel tot aan het kerkhek tegen.
Meester Huyghe werd gedragen door de Napoleonisten. Er waren er nauwelijks nog genoeg om hun trommel, hun vaandel en hun voormalige wapenbroeder te dragen. De enen waren groot, de anderen klein : die gekromde oude mannen hadden moeite om de lange kist van meester Huyghe van de grond te heffen : de kerkbaljuw moest hun hierbij ter hulp komen.
Gewoonlijk ziet men geen zulke bejaarde lieden iemand naar het graf dragen : dat scheen ook boven hun macht. Zij hadden een rouwfloers aan hun vaandel en over hun trommel, en elk een rouwfloers aan de arm, of liever een stukje ros geworden zwarte tule, dat ervoor diende.
Zij gingen zwijgend heen na de begrafenis.
Zij staan nog hier en daar, die soldaten van het grote leger, welke het kanon gemist heeft, gelijk de vergeten korenaren op een stoppelveld. Zij zijn teruggekeerd, elk naar zijn geboortedorp, waar zij nu rondom de kerktoren komen slapen : en allen, allen gaan heen zonder een klacht, of zonder een verwijt aan hem te doen, die hen voor zijn ijdele roem uit huis en erf verdreven heeft.
Wat zou hij zeggen, de grote veldheer, indien hij nu het grote leger zag ?
En meester Huyghe rust daar thans ook : hij is thuis bij Evariste en bij Beatrice.
 
Uit: Meester Huyghe, in: 54 Vlaamse verhalen, 1971.

Virginie Loveling

1836 – 1923

Schrijfster van gedichten, novellen, romans en journalistiek proza.

Zij schrikt er in haar werken niet voor terug de – zeker voor die tijd – gevoelige onderwerpen als erfelijkheid, opvoeding, geloof en vrouwenemancipatie aan te snijden.
Relevant is dat zij reeds voor Van Nu en Straks de autonomie van het literaire kunstwerk tot fundament had gemaakt van haar schrijverschap.
Haar romankunst evolueerde naar een volwaardig realisme.

BIOGRAFIE

1974: Haar eerste novelle De Verdwaalde verscheen in het Nederlandsch Museum; (NM 1 (1874 1),p. 72-85).

1877: Publicatie van haar eerste roman:  ‘In onze Vlaamsche gewesten. Politieke schetsen ‘ geschreven onder de pseudoniem van W.G.E. Walter. (bij de 2de druk in 1882 vermeldde ze ook haar echte naam).

  • Een antiklerikale tendensroman geïnspireerd door de scherpe politieke tegenstellingen van haar tijd, waarin zij ten aanval trok tegen de geestelijkheid die volgens haar een te grote invloed had op het platteland.
  • Uit onderzoek blijkt dat ze het mannelijk pseudoniem W.G.E. Walter gebruikt, niet zozeer om het dilemma tussen haar auteurschap en haar vrouwelijkheid te ontlopen, of om een serieuze behandeling te krijgen van critici, maar voornamelijk uit politieke overwegingen. Pas na haar beslissing begin 1880 om van het streng katholieke Nevele naar het liberalere Gent te verhuizen, denkt Loveling eraan om haar naam bekend te maken.
  • Uniek is ook dat Loveling rond het pseudoniem W.G.E. Walter een mystificatie creëert, wat een zeker schrijversego veronderstelt. Loveling stuurt zelf een levensbeschrijving van de heer Walter naar de redactie van het Biografisch Woordenboek der Noord- en Ziuid-Nederlandsche Letterkunde (1878):

WALTER (willebrordus Gerulfus Edmundus), geboren te Brugge 13 januari 1851, werd eerst opgeleid in het college van Sinte Barbara, daarna leerling in het kleine Seminarie te Roeselare. In 1871 zeide hij der [sic] theologische studiën vaarwel en vestigde zich als handelaar te Gent, waar hij mede-eigenaar is eener fabriek van chemische meststoffen. Hij schreef: In onze Vlaamsche Gewesten; Politieke schetsen. Gent 1877.

(Huberts et al. 1878, 753)

(Uit: Liselotte Vandenbussche: Het veld der verbeelding. Vrijzinnige vrouwen in literaire en algemeen-culturele tijdschrfiten 1870-1914. Gent KANTL  p.320)

1882: In deze periode raakte ook haar identiteit als auteur van In onze Vlaamsche gewesten bekend en dat was meteen aanleiding tot enkele liberale en vrijzinnige huldes, o.m. door het Willemsfonds. Op een  feestelijke algemene vergadering op 29.10.1882 in het Gentse Lakenmetershuis kreeg de schrijfster een borstbeeld en aansluitend was er een banket in het Hôtel Royal.

1884: Haar tweede tendenswerk ‘Sophie’ is breder van opzet en rijker aan thema’s. Niet alleen stelt hij de schoolstrijd op het Vlaamse platteland ter discussie, maar tevens biedt hij inzicht in de levensbeschouwelijke ontwikkeling van de schrijfster.

In zijn verhelderend essay ‘De tragische levensvisie van Virginie Loveling’ zegt K. Wauters:

  • “Als historisch feitenrelaas is het werk objectiever dan Arm Vlaanderen (1884) van Teirlinck en Stijns, die als onderwijzers meer betrokken partij waren. Aan het eind van hun roman was de triomf van de clerus totaal, de nederlaag van het gemeenteonderwijs compleet. Niet zo bij Virginie Loveling. Al veroordeelt zij de klerikale machtsaanspraken even fel, bij haar worden de zaken genuanceerder, nuchterder voorgesteld.
  • Die grotere afstandelijkheid heeft tot gevolg dat Sophie wellicht minder gloed en bezieling uitstraalt dan Arm Vlaanderen, maar ligt niettemin mee aan de basis van de grote kwaliteiten van de roman: zijn meer verantwoorde psychologie en zijn intellectueel gehalte.
  • Het verhaal van de schooloorlog op het Vlaamse platteland […] staat in nauw verband met het geestelijk emancipatieproces van de titelheldin, ontwikkeling die haar van volgzame goedgelovige jonge vrouw transformeert tot een volwassen, zelfstandige en vooral in levensbeschouwelijk opzicht kritisch denkende persoonlijkheid”.

Ondanks haar antipathie voor de clerus streeft de auteur naar objectiviteit en waarachtigheid in de voorstelling van feiten en vooral personen. Van alle romans die de schoolstrijd in Vlaanderen tot onderwerp hebben, is Sophie de meest tolerante.

Na haar tendenswerken, waarmee ze in heel Vlaanderen bekend werd, is het wachten tot de jaren 90 vooraleer Virginie Loveling zich definitief als romancière zal affirmeren en gedurende twee decennia een opvallende productiviteit aan de dag zal leggen.

1890: Een winter in Zuiderland’ een autobiografisch getint verslag van een reis die ze in het najaar van 1886 ondernam samen met het echtpaar de Deurwaerder-Fobe.  Ze verbleven een paar maanden in Nice en reisden dan naar Italië.

  • De reis werd blijkbaar ondernomen om een tijdlang verlost te zijn van het “vervallen Vlaanderen en zijne verachtende, bijgeloovige, rampzalige bevolkingen.”
  • De tekst treft omwille van haar pleidooi voor een literatuur waarin de auteur niet langer naar de lezer toeschrijft, maar uitdrukking geeft aan wat hem zelf bezielt.

1892: Met de roman “Een dure eed” kreeg zij officiële erkenning. Hij werd met de Vijfjaarlijkse Prijs voor Nederlandse letterkunde bekroond.

  • Deze landelijke roman, tevens psychologische probleemroman, behoort tot het beste wat het Vlaamse literaire proza heeft voortgebracht.
  • De grondgedachte is dat de natuurlijke geluksdrang van de mens op termijn sterker is dan zijn meest verheven wilsbesluiten, dat eden en plechtige beloftes niets vermogen tegen de werking van de tijd, zeker als de persoon op wie zij betrekkingen hebben niet langer tot de levenden behoort.

1895:De bruid des heeren’ is haar eerste roman waarop het naturalisme sporen heeft nagelaten.

  • Het weeskind Pia, van wie de ouders er een losse semi-artistieke levenswandel op nahielden- komt bij kwezelachtige verwante terecht op de buiten. In die benepen omgeving wordt ze scrupuleus, denkt een tijd na over een kloosterroeping, maar zal uiteindelijk een man huwen uit haar ouderlijke omgeving.
  • Thematisch is het boek een bedekte kritiek op een puriteins-katholieke geloofspraktijk, die door het eenzijdig verheerlijken van het celibaat en maagdelijkheid het huwelijk in diskrediet dreigt te brengen.

1897: ‘Madeleine’. Een korte roman die ook als cultuurhistorisch document de moeite loont, wegens de rake observatie van het bad- en strandleven te Oostende.

  • Een kinderloos echtpaar adopteert een meisje uit een slecht befaamde armenbuurt en koestert grote verwachtingen. Alles loopt echter faliekant af. Tegen een karakteriële aanleg die erfelijk bepaald is – haar natuurlijke ouders deugen niet- staat om het even welke educatieve instantie machteloos.

1899: Maakt grote zeereis naar Australië. Dit geeft haar stof voor het schrijven van wat zijn noemt ‘Stoombootindrukken’. Enkele van deze reisverhalen werden gepubliceerd in Anne Marie Musschot, 2003. Mededelingen van het Cyriel Buyssegenootschap 19, 145-174, Gent.

1900: Benoemd tot Ridder in de Leopoldsorde.

1904: ‘De twistappel’.

  • De twistappel is een psychologische roman van formaat. Samen met “ Een dure eed ” (1892) en “Het revolverschot” (1911) behoort dit tot haar beste werk.
  • Het is ook het werk waarin ze haar levensbeschouwelijke overtuiging het duidelijkst heeft uitgesproken.

1906: De twee romans ‘Erfelijk belast’ en ‘Het lot der kinderen’ en de omvangrijke novelle ‘De groote maneuvers’ behoren reeds tot haar ouderdomswerk. Geschreven niet zonder naturalistische invloeden, blijven ze binnen de perken van het psychologisch realisme. Toenemend pessimisme viert de boventoon.

1911: ‘ Het revolverschot‘.  heeft de noodlottige liefde van twee zusters voor dezelfde man als thema.

  • De roman laat de lezer weinig illusies. Toeval en noodlot regeren het menselijke bestaan en erfelijk bepaalde animale driften, steeds latent  aanwezig ondanks ieders goede eigenschappen, bedreigen de broze humaniteit.
  • Opvallend aan deze sterke, stevig gebouwde roman is dat geen enkel detail, geen enkel nevenpersonage los staat van de centrale handeling. Meesterlijk is haar vondst om het dramatische gebeuren te laten plaatsvinden tegen een speelse luchtige achtergrond, waardoor het contrast tussen de banaliteit van het dagelijkse leven en de onpeilbare menselijke existentie nog schrijnender wordt.

1912: ‘Levensleer’. Een roman die ze samen schreef met haar neef Cyriel Buysse.

  • In 1907 en 1908 publiceerden Virginie en haar neef Cyriel Buysse onder het pseudoniem Louis Bonheyden in Groot-Nederland de hilarische korte roman Levensleer. Een aaneenschakeling van  schetsen waarin verschillende aspecten van de Gentse kleinburgerij de revue passeren. Het speelmeisje dat op een kamertje geplaatst wordt, dat uiteindelijk moet bevallen en wordt overgelaten aan de charitatieve diensten van de stad. De jongste zoon die met vrienden aan de rol gaat in een bordeel. Couleur locale meer dan veel, vooral in het taalgebruik: Gents dialect en een overvloed van Vlaams met Franse woorden, een in Vlaanderen blijkbaar erg verspreid koeterwaals. Satire en parodie. Vermakelijk. De parodie komt uiteraard pas volledig tot haar recht als men het Nederlands én het Frans goed beheerst en dat zegt ook wat over het beoogde publiek.
  • Bedoeling was een humoristisch-satirisch beeld op te hangen van de Gentse lagere burgerij, die het Frans als statussymbool hanteert, maar die taal zo radbraakt dat ze er zich hopeloos belachelijk mee maakt.
  • De typering van het milieu met zijn merkwaardige koeterwaals wordt vlot weergegeven. De twee intriges die het geheel moeten schragen zijn nogal losjes aan elkaar geknoopt, vermoedelijk omdat de afspraken niet waterdicht waren.
  • Hoogtepunt vormt de scène met de gesprekken in de kraamafdeling voor volksvrouwen, waarvan we niet weten wie van de twee auteurs ze heeft geschreven.

28 april 1912:  Grote huldiging.

  • Niet minder dan 162 maatschappijen, liberale en katholieke, namen deel aan een volksoptocht die de schrijfster thuis ging afhalen en haar langs de belangrijkste straten van de stad naar het Stadhuis bracht waar ze een gouden gedenkpenning kreeg. Daarna was er een groot kunstfeest in de Nederlandse Schouwburg en een groots volksbanket in de zalen van het Posthotel aan de Kouter. Als afsluiting had het stadsbestuur gezorgd voor een concert op de Kouter. Virginies neef Paul Fredericq, die op haast alle manifestaties van zijn tijd aanwezig was, merkte op dat hij behalve de vieringen van Hendrik Conscience en Peter Benoit er geen enkele had meegemaakt die met het Gentse feest kon worden vergeleken.
  • Benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

1914-1918: In de Eerste Wereldoorlog houdt zij een dagboek bij, dat in 1999 voor het eerst verscheen in een integrale editie bezorgd door Ludo Stynen & Sylvia van Peteghem onder de titel  In Oorlogsnood. Virginie Lovelings dagboek (1914—1918).

1915: Bina en andere novellen’ is de laatste boekuitgave van de auteur. Bevat teksten geschreven tussen 1890 en 1914 en biedt daardoor een uitstekende dwarsdoorsnede van haar realistische vertelkunst.

1920: Verheven tot Kommandeur in de Leopoldsorde.

1 december 1923: Virginie Loveling overleed te Gent. Haar graf vindt men in park C, graf 31b, rij 1, 12de graf.

Over de begrafenis op 5.12.1923 zijn de meningen verdeeld. Sommige bronnen hebben het over indrukwekkend, andere vinden de opkomst ontgoochelend. In ieder geval brachten twee detachementen de militaire eer en waren er nogal wat personaliteiten en kunstenaars aanwezig.

Literaire evolutie

  • Maakte zich snel los van het opvoedend literatuurmodel à la Conscience, Sleeckx en de gebroeders August en Renier Snieders en richtte zich zonder schroom tot een gecultiveerd en intellectueel publiek.
  • Aanvankelijk om haar afkeer te uiten van het klerikaal Vlaanderen, later om haar lezers deelgenoot te maken van haar psychologische verkenningen en haar onafgebroken zoektocht naar de zin van het bestaan.
  • Vanaf de jaren negentig resulteerde dit in een volwaardig realisme, een compromisloze observatie die soms sterk onder invloed kwam van het naturalisme, maar daar niet kan mee worden geïdentificeerd.

Zij schrikt er in haar werken niet voor terug de – zeker voor die tijd – gevoelige onderwerpen als erfelijkheid, opvoeding, geloof en vrouwenemancipatie aan te snijden.

Virginie was een zeer ontwikkelde, geëmancipeerde vrouw en beheerste meerdere talen (o.a. Duits, Frans, Italiaans). Zij heeft ook enkele grote reizen gemaakt. Zo vergezelde zij in het najaar 1886 het echtpaar de Deurwaerder-Fobe op een reis naar het Zuiden. Ze verbleven een paar maanden in Nice en reisden dan naar Italië. Virginie was innig bevriend met Adèle Fobe en zou zelfs een gouden armband bezet met diamanten en een grote som van haar erven. Met dit geld kon zij zich in 1899 een maandenlange reis naar Australië veroorloven.

 

Meer over Virginie Loveling

  • Maurits Basse: Het Aandeel der Vrouw in de Nederlandse Letterkunde, deel II (1921)
  • Gaston Durnez: Nous faisons dans les charbons, in: De Standaard, 31.10.1995
  • Hélène Piette: Les soeurs Loveling (1942)
  • Ludo Stynen : Rosalie en Virginie : leven en werk van de gezusters Loveling (Tielt Lannoo 1997- 392 p. : ill.. – Met bibliogr.. Land van uitgave: B. – ISBN 90-209-3151-2.
  • Johan Taeldeman: Het Gents in Buysses werk, in: Mededelingen van het Cyriel Buysse Genootschap XII (1996)

 

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Websites

Referenties

  • Liselotte Vandenbussche: Het veld der verbeelding. Vrijzinnige vrouwen in literaire en algemeen-culturele tijdschrfiten 1870-1914. Gent KANTL  p.320
  • Karel Wauters, Het Vlaamse fictionele proza van Conscience tot Loveling. In: Ada Deprez: Walter Gobbers; Karel Wauters (red.): Hoofdstukken uit de Vlaamse letterkunde in de 19de eeuw. Deel 1. KANTL Gent 1999 pp. 263-279.
  • Karel Wauters, De tragische levensvisie van Virginie Loveling, in: Verhalen voor Vlaanderen. Aspecten van het Vlaamse fictionele proza tot aan de Tweede wereldoorlog, Uitgeverij Pelckmans, kapellen pp 111-138.

 

SMAAKMAKER

Haar laatste wandeling

Uit: Gedichten (1870)

Zij wandelde in de zonne –
Het loof ruischte over ’t pad.
Ik ben het afgevallen,
Het vroeg verwelkte blad.
 
De zwaal’wen trekken henen,
Ik staar hen na en peis:
Ik ben een arme zwaluw,
Ik moet alleen op reis.
 
Zij trekken naar het zuiden.
Zij weten waar zij gaan,
Zij zullen wederkeeren
Met loof en lenteblaân.
 
Het woud zal weer herleven
In warmen zonneschijn,
De nachtegaal zal zingen –
En ik, waar zal ik zijn ?…
 

 

BIBLIOGRAFIE

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

  • Koninklijke Bibliotheek van Belgie – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles
  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen
  • Piet Devos: Van reuzen tot dwergen. Bibliografie – Vlaamse schrijvers in de 20ste eeuw – Eerste drukken. Kortrijk, eigen beheer 2007

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.

Rosalie Loveling

Chronologisch overzicht

Jaar

Titel

Fotogalerij

Uitgeverij 1ste druk
1853 Vreest gij niet.
1864 Trinia. (vertaling)
Nederduitse verhalen van Klaus Groth
1866 Het licht op oog.
1871 De eigendom. In: De Toekomst 15 (1871) p.29.
1871 Iets over het onderwijs der vrouw. In: De Toekomst 15 (1871) p.411-415.
1873 De landverhuizers. In: De Toekomst 17 (1873) p.73.
1874 Meester Huyghe. (novelle) In: Nederlandsch Museum; (NM 1 (1874 1),p. 72-85.
1874 Onbehendige troostwoorden. In: De Toekomst 18  (1874) p.216-222.
1874 Mijn verre neef. (novelle) In: Nederlandsch Museum; (NM 1 (1874 II),p. 339-348.
1875 Mijnheer Daman en zijne erfgenamen. (novelle) In: Nederlandsch Museum; (NM 2 (1875 II),p. 286-322.
1876 De Scheiding. (novelle) In: Nederlandsch Museum; (NM 3 (1876 II),p. 93.

POSTHUUM

1900 Po en Paoletto. (novelle) Gent: Drukkerij Plantyn (Naamlooze Vennootschap) Korte Koestraat 3a. -40p.
Reeks: Flandria’s novellenbibliotheek nr 3, December 1900
1963 De eerste opvoeding.
1986 Het meesterschap.
1978 Het geschenk. (verhaal)  1978 Vlaamse dorpsverhalen In: “Vlaamse dorpsverhalen uit vroeger tijd”. -pp 55-56.
Afmetingen: 18  x 10.70 (pocket)
Utrecht: Het spectrum. Reeks: Prisma boeken. – Utrecht; vol. 1850
Bloemlezing gekozen en toegelicht door dr. Tjaard W.R. de Haan
 

Rosalie en Virginie Loveling

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1870 Gedichten. Groningen : Wolters. – 133 p.
1874 Novellen.
Rosalie : Jan-oom en Belle-Trezeken, De baan der kunst, Serafine, Broeder en zuster, Meester Huyghe
Virginie: Drie kleine schetsen, Sidon, In de Hope van Vrede, De verdwaalden, Emiliaantje.
1887: 2de editie ibidem.
1910: 3de editie ibidem/
1971: Het verhaal ‘Meester Huyghe’  wordt opgenomen in de verhalenbundel ‘54 Vlaamse Verhalen’, deel 2, samengesteld door Marnix Gijsen en Karel Jonckheere.pp 7-26
Gent: Algemeene boekhandel, van Ad. Hoste uitgever (Veldstraat, 49)

Druk: Drukkerij C. Annoot – Braeckman.
1876 Nieuwe novellen.

Rosalie: Mijnheer Daman en zijn erfgenamen, Juffrouw Leocadie Stevens, Po en Paoletto
Virginie: Octavie en Estelle, De kwellende gedachte, De vijftig franken.
1887: 2de druk bij Ad. Hoste, Illustraties: Frans Van Kuyck.
1890: 2de editie bij Van Kampen & Zn, Amsterdam. Illustraties: Frans Van Kuyck
1978: Het verhaal ‘Po en Paoletto’ wordt opgenomen in “Vlaamse dorpsverhalen uit vroeger tijd”, pp 35-54.  Samenstelling dr. Tjaard W.R.de Haan. Utrecht: Het spectrum. Reeks: Prisma boeken. – Utrecht; vol. 1850
Gent: Algemeene boekhandel, van Ad. Hoste uitgever (Veldstraat, 49). – XII-320 p.

Druk: Drukkerij C. Annoot – Braeckman
1877 Gedichten : Tweede vermeerderde druk Groningen: Wolters. -260p.
1882 Polydoor en Theodoor en andere novellen en schetsen

Virginie: Polydoor en Theodoor
Rosalie: De hond, Uwe tweede vrouw, Het eenig kind, De gierigheid, Kinderverdriet, Onbehendige troostwoorden, Iets over het onderwijs der vrouw, Beloften en bedreigingen, Mijn verre neef.
 Gent: Algemeene boekhandel, van Ad. Hoste uitgever (Veldstraat, 49). – 233 p.
1889 Gedichten : Derde vermeerderde druk

Met 4 platen van F. Van Kuyck
 Gent: Algemeene boekhandel, van Ad. Hoste uitgever. – 264 p.

POSTHUUM

1950 Onze Rensen Antwerpen: Standaard. -35p.

Reeks: Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde: reeks 10. – -; vol. 3
1960 Mijn verre neef. (novelle)

Uit: “Polydoor en Theodoor en andere novellen en schetsen”
In: “Terugblik met vergezicht”. Amsterdam: Wereldbibliotheek. -114p.
1971 Meester Huyghe. (verhaal uit ‘Novellen’, 1874)

=>ook in: “Vlaamse cassette, deel I”, 1954
=>ook in: “Omnibus Vlaamse Parels 19e eeuw, 1972
 Gijsen Jonckheere 34 In de verhalenbundel ‘54 Vlaamse Verhalen’, deel 2, samengesteld door Marnix Gijsen en Karel Jonckheere.pp  123-131
1973 Niets is onbeduidend.(Bloemlezing)

Bloemlezing verzameld en ingeleid door A. Van Elslander.
Loveling 1 Hasselt: Heideland. -77p.

Reeks: Poëtisch erfdeel der Nederlanden; vol. 82
1978 Po en Paoletto. (novelle)

 
 1978 Vlaamse dorpsverhalen In: “Vlaamse dorpsverhalen uit vroeger tijd”.  pp-35-54.
Afmetingen: 18  x 10.70 (pocket)
Utrecht: Het spectrum. Reeks: Prisma boeken. – Utrecht; vol. 1850
Bloemlezing gekozen en toegelicht door dr. Tjaard W.R. de Haan

Virginie Loveling

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1876 Kromme Cies.
1877 In onze Vlaamsche gewesten. Politieke schetsen. (roman)
Onder pseudoniem . W.G.E. WALTER
Gent: Algemeene boekhandel, van Ad. Hoste uitgever (Veldstraat, 49). -212p.
Afmetingen: 17.50 x 13.50 (ingenaaid)
Druk: Drukkerij C. Annoot – Braeckman
1879 Drie novellen: Vreemde invloed, Mijne goede faam, Kromme Cies.
1978:  De novelle ‘Mijne goede faam’ wordt opgenomen in  “Vlaamse dorpsverhalen uit vroeger tijd”, pp 57-85. Samenstelling dr. Tjaard W.R.de Haan. Utrecht: Het spectrum. Reeks: Prisma boeken. – Utrecht; vol. 1850 
Haarlem: Bohn. -188p.
Reeks: Bibliotheek van Nederlandsche schrijfsters; vol. 3
1883 Josijntje. Verhaal voor kinderen. Gent: Algemeene boekhandel, van Ad. Hoste uitgever -15 p. et 1 pl.

Afmetingen: 24 x 14.50
1883 Fideel en Fidelineken. Verhaal voor kinderen. Gent: Algemeene boekhandel, van Ad. Hoste uitgever. 24 p. en 1 pl. gekleurd.

Afmetingen: 24 x 15
1883 Het hoofd van ‘t huis en allerlei schetsen.
Bevat: De waarheid in de kunst -Iets over Andersens vertellingen – Een Sinte-Niklaasavond – In de arme huisjes – De keus eener kostschool – Indien men het kan vinden!… – Een letterkundig ondehroud – Medelijden – Goede raad – Tranen in de kerk – Nieuwjaarsbezoeken op het dorp – Bloemengeschenken .
Gent: Algemeene boekhandel, van Ad. Hoste uitgever (Veldstraat, 49).- 309 p.
Afmetingen: 17.25 x 13.25 (gebonden)
1883 De troon van Engeland (novelle) In: De Gids. Jaargang 1883.
Electronisch beschikbaar bij DBNL ‘De troon van Engeland.’
1884 De spinnekop, Braaf maar niet onbedachtzaam zijn en Gevangen zijn.
Drie verhalen voor kinderen
Gent: Algemeene boekhandel, van Ad. Hoste uitgever. 22 p. et 1 pl.

Afmetingen: 24 x 15
1884 De sledevaart. Verhaal voor kinderen. Gent: Algemeene boekhandel, van Ad. Hoste uitgever -18 p. en 1 pl.

Afmetingen: 24 x 15
1884 De muisjes. Verhaal voor kinderen. Gent: Algemeene boekhandel, van Ad. Hoste uitgever. -15 p. et 1 pl.

Afmetingen: 24 x 15
1885 Sophie. (roman)

Nota: kroniek van een schoolstrijd 1879-1884, die haast de vorm van een burgeroorlog aannam.
Heruitgaven:
Eind 1885: Volksuitgave
1889: derde met tekeningen geïllustreerde uitgave bij Hoste, Gent -469p.
1999: omgespelde uitgave bij Het Liberaal Archief te Gent.
Gent : Algemeene boekhandel, van Ad. Hoste uitgever (Veldstraat, 49)
Druk. C. Annoot – Braeckman, Ad. Hoste opv.
Drie delen in 2 volumes.
Boek I Deel I -234p.
Boek II Deel II pp. 235-341 Deel III pp. 343-469.
Afmetingen: 19.x 12.50 (ingenaaid)
1886 De kleine Italianen. Vertelsels Gent: I. Vanderpoorten. -16p. ill.

Afmetingen: 24 x 15
1886 Van allerlei. Verhaal voor kinderen. Gent: Algemeene boekhandel, van Ad. Hoste uitgever. – 23 p.

Afmetingen: 24 x 15
1886 De bekoring. Verhaal voor kinderen. Gent: Algemeene boekhandel, van Ad. Hoste uitgever. -23 p.

Afmetingen: 24 x 15
1886 De geschiedenis van Moorken. Verhaal voor kinderen. Gent: Algemeene boekhandel, van Ad. Hoste uitgever – 23 p.

Afmetingen: 24 x 15
1886 Plagen en goeddoen. Verhaal voor kinderen. Gent: Algemeene boekhandel, van Ad. Hoste uitgever. – 25 p.

Afmetingen: 24 x 15
1886 Het onweder. Verhaal voor kinderen. Gent: Algemeene boekhandel, van Ad. Hoste uitgever. – 20 p.

Afmetingen: 24 x 15
1888 Op Bovegem In: De Gids. Jaargang 1888
Electronisch beschikbaar bij DBNL ‘Op Bovegem.’
1889 Een Sint-Nicolaasgeschenk. Vertelsel. Gent: Drukkerij I. Vanderpoorten. -16p.

Afmetingen: 19 x 13
1890 Een winter in het Zuiderland. (reisverslag) Gent: Algemeene boekhandel, van Ad. Hoste uitgever (Veldstraat, 49)
Druk. C. Annoot – Braeckman, Ad. Hoste opv. -319 p., 16 pl.
Afmetingen: 24.50 x 16 (ingenaaid)
1891 Idonia. (roman) Haarlem: H.D. Tjeenk Willink. – 232 p.
Afmetingen: 17.25 x 12 (gebonden – kaft in similileer)
Gedrukt bij Ruijgrock & Co – Haarlem.
1892 Een dure eed. (roman)
Bekroond met de Vijfjaarlijkse prijs voor de Nederlandse letterkunde.
Gent : H. Engelcke / Amsterdam: J.H. & G. Van Heteren. -204 p.
Afmetingen: 18.75 x 12.50 (gebonden – linnen kaft)
Sneldrukpers van H.C.A. Thieme te Nijmegen.
1893 Eene idylle. (roman) Amsterdam: L.J. Veen. -182p.
Afmetingen: 19.25 x 13 (gebonden – kaft in similileer)
Druk: Typ. Th. A. Van zeggelen, (M.J.P. Van Santen) Amsterdam.
1893 Een vonkje van genie en andere novellen
Bevat: Een bloeiend appelboomtakje – Charlotte – De “Conferring of degrees” te Cambridge – Een wereldlijk hospitaal – Een nacht aan boord – Een laatste echo – Antipoden – Vlug geschetst – Een catholieke processie in Hannover – De gemeente betaalt niet meer – Onze liefdadigheid – De roos – De twee Honoré’s – Een boom.
Utrecht : H. Honig / Gent: J. Vuylsteke. – 222 p.
Afmetingen: 19.25 x 12.50 (gebonden – kaft in similileer)
1893 De troon van Engeland (novelle)
Reeds in 1883 gepubliceerd in het tijdschrift “De Gids”
Amsterdam: Van Holkema en Warendorf. -44p.
Reeks: Novellen-Bibliotheek nr 41
Afmetingen: 19 x 12.50 (geniet)
1895 De bruid des Heeren. (roman) Amsterdam: Uitgevers-Maatzchappij “Elsevier”. – 244 p.
Afmetingen: 18 x 12 (gebonden – kaft in similileer)
Druk: Typ Zuid-Hollandsche Boek- en Handelsdrukkerij ’s Gravenhage.
1895 Mijnheer Connehaye. (roman) Amsterdam: L.J. Veen. – 212 p.
Afmetingen: 19 x 12.25 (gebonden)
Stoomdrukkerij B. Ten Brink – Meppel
1896 Het land der verbeelding – Op Bovegem. (novellen) Den Haag: Loman & Funke – 236 p.
Afmetingen: 19.25 x 12.50 (gebonden – kaft in similileer)
Druk: Typ Zuid-Hollandsche Boek- en Handelsdrukkerij.
1897 Madeleine (roman)  Contrasten (verhalen) Utrecht : H. Honig / Gent: J. Vuylsteke. –(Madeleine :145p. Contrasten pp 149-223.)
Afmetingen: 19.25 x 12.50 (gebonden – kaft in similileer)
1898 Meesterschap. Koningin Wilhemina-album 3
1904 De twistappel (roman) Rotterdam: W.L. Brusse. – 248 p.
Afmetingen: 21 x 14.50 (gebonden – linnen kaft)
1906 Erfelijk belast (roman) Rotterdam: W.L. & J. Brusse. – 229 p.
Afmetingen: 20.50 x 15.50 (gebonden – in linnen kaft)
1906 De groote manoeuvers. (novelle) Brugge: C. Moeyaert. -131p.
Reeks: Nederlandsche Volksbibliotheek.
Afmetingen: 19.50 x 13 (ingenaaid)
1906 Het lot der kinderen. (novelle) Amsterdam: L.J. Veen. – 157 p. / Aalst : De Seyn-Verhougstraete -157p.
Afmetingen: 19 x 13 (ingenaaid)
1907 Jonggezellen Levens.
Bevat tevens: Meesterschap – Vrijheid-Blijheid – Bella en Sieska – Wintergezichten
Utrecht: Bruna en Zoon. – 233 p. / Aalst : Deseyn- Verhougstraete, s. a
Afmetingen: 20 x 15.50
Afwerking: Bruna en Zoon = gebonden met linnen kaft.
De Seyn Verhougstraete = ingenaaid
Stoomdruk Ach. De cSeyn Zoon, Aalst.
1911 Een revolverschot (roman)
1998: heruitgave bij Atlas/Contact, Amsterdam/Antwerpen in een door Karel Jonckheere bewerkte versie
Utrecht: H. Honig. (Voorplat) / Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel (Titelblad) – 204p.
Afmetingen: 21 x 18 (gebonden)
1912 Levensleer. (roman)
Samen met Cyriel Buysse
Gent: Ad. Herckenrath. -2 bladen + 354 p.
Afmetingen: 21,5 x 15,5 (geillustreerde omslag)
1912 De Spinnekop – Braaf, maar niet onbedachtzaam zijn – Gevangen zitten: drie verhalen voor kinderen. Gent : Algemeene boekhandel, van Ad. Hoste uitgever. -22p.
1915 Bina en andere novellen.
Bevat: Onze idealen – Peetje Girre – Een terugkomst – Kijkjes in de huizen
Amersfoort: Valkhoff & Co. – 255p.
Afmetingen: 21 x 15.50 (ingenaaid)
1920 Tamboer. (verhalen)
Bevat tevens: Een stierengevecht – Perrico en grootmoeder Tonia
Antwerpen: S. V. “Lectura”, -78p.
Reeks: Lecturareeks III
Afmetingen: 20.25 x 14 (ingenaaid)
 POSTHUUM
1925 Van hier en elders (ed. M. Basse)
Bevat: Een karmelietes, Madame Barré, Drie kleine schetsen, Plaatje Mulderman, Levensbeeldjes, Stoombootindrukken, Baron en Baronesken, Boerenidylletje, Het Onze Vader.
Gent: Boekhandel Van Rysselberghe en Rombaut. -214p.
Reeks: Oswald de Schamphelaere-fonds; vol. 1
Afmetingen: 19.50 x 13.50 (ingenaaid)
1933
-36
Volledige werken (10 delen)  Antwerpen: Uitgeverij De Sikkel
1950 Herinneringen aan Franskens (ed. G. Schmook)
1967 Herinneringen. Bijeengebracht door Antonin van Elslander.
Bevat: Biografie – Florence Schoor – Perrico en grootmoeder Tonia – Meester Neirinck – Herinneringen aan Frans Rens – Nopken – Milan van Servië – Een soirée bij Busken Huet en een receptie bij Victor Hugo.
Hasselt: Heideland.
1972 Meester Neyrinck. (novelle) In: “Omnibus Vlaamse Parels 19e eeuw”
1978 Mijne goede faam. (verhaal) 1978 Vlaamse dorpsverhalen In: “Vlaamse dorpsverhalen uit vroeger tijd” -pp. 57-85.

Afmetingen: 18  x 10.70 (pocket)
Utrecht: Het spectrum. Reeks: Prisma boeken. – Utrecht; vol. 1850
Bloemlezing gekozen en toegelicht door dr. Tjaard W.R. de Haan
1983 Een revolverschot. (roman)

Hertaald door Karel Jonckheere.
Antwerpen: A. Manteau. -139p.
1998 Een revolverschot. (roman)

Met een inleiding van Leen Huet
Omslagontwerp: Marjo Starink
Omslagillustratie: c. 1998 James Ensor, Russische Muziek (1881), c/o Beeldrecht, Amstelveen
Typografie: Arjan Weenink
Tekst gebaseerd op de in 1983 door Karel Jonckheere bewerkte versie.
Oorspronkelijke editie: 1911
 Loveling Virginie 1 Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas/Contact. -159p.

Afmetingen: 21 x 13.50 (paperback)
1999 In Oorlogsnood. Virginie Lovelings dagboek (1914—1918) bezorgd door Ludo Stynen & Sylvia van Peteghem.

2005: 2e editie bij Amsterdam: Meulenhoff ; Antwerpen: Manteau.
2013: 3de editie bij De Bezige Bij te Antwerpen.
Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde [Gent] KANTL
Reeks: Literaire tekstedities en bibliografieën vol. 4
1999 Sophie (roman)

Omgespeld door Sylvie Engels
Met een inleiding door Daniël Vanacker.
Uitgegeven in het verlengde van de tentoonstellling “Om de schone ziel van ’t kind”
1885: Eerste druk.
Loveling Virginie 2 Gent: Liberaal Archief. -311p.

Afmetingen: 20 x 12.50 ingenaaid)

 PUBLICATIES IN TIJDSCHRIFTEN

Primaire teksten beschikbaar in de dbnl

Andere publicaties in tijdschriften tot 1914

Carolus, 1911-1914

‘Dierenbescherming’ Carolus 1 (1911:38), z.p.
‘Stoombootindrukken. Dames voor een Harem bestemd’. Carolus 2 (1912:3), z.p.
‘De Zwijgende Nonnen van Anglet’. Carolus 2 (1912:35), z.p.
’Milan van Servië’. Carolus 3 (1913:3), z.p.
‘Stoomboot-indrukken’ [ I. Aan boord van de “Karlsruhe” – II. In Biscaye’s Sleepless Bay. III. Op den terugkeer. In den Indischen Oceaan] Carolus 3 (1913:26)
‘Contrasten. De rijp’. Carolus 4 (1914:4), z.p.

Gent XXe Eeuw, 1910-1914

‘Dierenbescherming’ Gent XXe Eeuw 2 (1911:9), z.p.

Germania, 1898-1905

‘Contrasten. I. Twee jonge juffertjes. II. Twee jonge werkmeisjes’. Germania 2 (1899-1900), 122-130
‘Contrasten. Baron en Baronesken’. Germania 3 (1900-1901), 39-49
‘Contrasten. I. Thuis. II. Elders’. Germania 7 (1905), 612-621

Letterkundige bijdragen van ’t Kersouwken, 1896-1914

‘Een mislukt leven’ LBK 17 (1913-1914:3), 15-18

Nederlandsch Museum, 1874-1894

‘De verdwaalden’ NM 1 (1874 I), 72-84
‘Vaarwel en Wederzien’. NM 3 (1876 II), 94
‘Een letterkundig onderhoud’ NM 3 (1876 II), 222-227
‘Bloemengeschenken’ NM 4 (1877 II), 297-313
‘Een Holsteinsche Jongen. (Naar het Platduitsch van Klaus Groth)’. NM 7 (1880 II), 174-268
‘Amazone door Mr. C. Vosmaer’. NM 8 (1881 II), 245-247
‘Studiën over Calderon en zijne geschriften, door J.J. Putman’. NM 8 (1881 II), 340-367
‘Lelie en Rozeknoppen. Weekblad voor meisjes’. NM 9 (1882 I), 243-249
‘Witen Slachters. Nog een vertelling uit mijne jongheidsparadijs. Naar het Platduitsch van Klaus Groth’. NM 9 (1882 II), 316-348
Een wereldlijk hospitaal’. NM 13 (1887 II), 47-66
Eene catholieke processie in Hannover’. NM 14 (1888 II), 5-15
Uit: Een winter in het Zuiderland’. NM 14 (1888 II), 228-235
‘De Conferring of Degrees’ te Cambridge’. NM 18 (1892 II), 313-320

Nederlandsche Dicht- en Kunsthalle, 1878-1897

‘Avondlicht’ NDKH 12 (1889-1890), 199

Onze Stam, 1907-1910

‘Het liedje mijner kindsheid’ OS 6 (1912), 5-6

Tijdschrift van het Willemfonds,  (1898-1906)

‘H.W. Cornelis. De schriftlezing. Handschrift en karakter’. TWF 3 (1898, 1ste deel), 190-192
‘Voor onze meisjes. Weekblad voor meisjes van 12-16 jaar, onder Hoofdredactie van Mevrouw Therèse Hoven’. TWF 5 (1900, 1ste deel), 369-370

De Toekomst, 1857-1898

‘De Avondindruk’. De Toekomst 13 (1869), 31.
‘Het ontwaken’ De Toekomst 14 (1870), 21.
‘De geboortegrond’. De Toekomst 15 (1871), 30.
‘Het doel van middelbaar onderwijs voor meisjes, door A.M. De Cock’. De Toekomst 15 (1871), 385-387.
‘Moederlijk gezag’. De Toekomst 16 (1872), 93-94.
‘De zucht naar ’t schoone’. De Toekomst 17 (1873), 16.
‘Eenige bemerkingen op sommige strofen van Ledegancks gedicht ‘De hut in ’t Woud’’. De Toekomst 18 (1874), 117-121.
‘De keus eener kostschool’. De Toekomst 18 (1874), 183-184.
‘Iets over Andersens vertellingen’. De Toekomst 18 (1874), 313-321.
‘Grootmoeders portret’ (met G. Antheunis) De Toekomst 30 (1886), 371.
‘De Conferring of Degrees’ te Cambridge’. De Toekomst 37 (1893) , 144-149.

De Vlaamsche Gids, 1905-1914

‘Herinneringen uit mijn kindertijd. Perrico en Grootmoeder Tonia’. DVG 1 (1905), 307-315.
‘Stoombootindrukken. In den Indische Oceaan. Kleine Erik’. DVG 1 (1905), 503-510.
‘Nopken’. DVG 3 (1907), 229-241.
In: Dina Logeman-van der Willigen, ‘Jongere krachten in de moderne Noorsche literatuur’, is een vertaling door Virginie Loveling van een gedicht van Knut Hamsun opgenomen. DVG 4 (1908), 77-93.
‘De Stromboli. Stoombootindrukken’. DVG 5 (1909), 105-108.
‘Meester Neyrinck’. DVG 6 (1910), 310-319.
‘Te Sint-Hubert’. DVG 8 (1912), 500-512.

De Vlaamsche School, 1855-1901

‘In ’t voorbijgaen’. DVS 7 (1861), 79.
‘Indrukken (Een Duitsch Bestedelingenhuis)’. DVS 44 (1898), 257-259.
‘Indrukken. Het korenwegetje’. DVS 47 (1901), 288-289.

Volkskunde, 1888-1914

‘Het Paardewijden’. Volkskunde 7 (1894), 77-82.
‘Volksuitdrukkingen en toegepaste volksgeneeskunde’. Volkskunde 10 (1897), 98-101.
‘De stalkaars’. Volkskunde 10 (1897), 180-182.
‘De pelgrim’. Volkskunde 11 (1898-1899), 57-59.
‘Hertrouwen’. Volkskunde 11 (1898-1899), 159-165.
‘Stockvisch eten’. Volkskunde 12 (1899-1900), 97-101.
‘Melk te drinken geven’. Volkskunde 12 (1899-1900), 167-169.
‘Eene parel op het oog’. Volkskunde 13 (1900-1901), 14-19.
‘Van de schoone visioene’. Volkskunde 13 (1900-1901), 161-168.
‘Menschenzalf’’. Volkskunde 14 (1902), 25-28.
‘Verleid worden’. Volkskunde 14 (1902), 144-148.
‘Slechte boeken’. Volkskunde 15 (1903), 148-153.