home | Inloggen
Aantal schrijvers: 531 | Aantal boeken:

15464

Van Nijlen, Jan

Jan van Nijlen

Antwerpen, 10 november 1884 – Ukkel, 14 augustus 1965

Eig. Joannes Joannes-Baptista Maria Ignatius

Dichter en essayist. Gebruikte ook het pseudoniem Jan van Leenen.

Tegenover de burger en plichtsgetrouwe ambtenaar – Van Nijlen was van 1919 tot aan zijn pensionering in 1949 ambtenaar bij het ministerie van Justitie – staat de dichter die zich uit de wereld heeft terug getrokken en leeft in zijn eigen droomrealiteit, waar alles echt is:

’t Is Jan van Nijlen niet
die zijn gedichten schreef,
ik ben de dichter
van de verzen die hij schreef.
Ik was het die,
terwijl Van Nijlen sliep,
bij lente- en zomertijd
door bos en weide liep,
die kruiden zocht en bloemen
en praatte met de dieren,
en die, terwijl hij op een droog kantoor
zijn ziel en zaligheid verloor,
in zijn plaats naar de wolken keek.

 

BIOGRAFIE

10 november 1884: Te Antwerpen geboren als Joannes Joannes-Baptista Maria Ignatius van Nijlen, in de Carnotstraat waar zijn vader een kleine effectenhandel dreef.

1890- 1902: Humaniora aan het Collège Notre Dame van de Jezuïeten te Antwerpen.

  • Na zijn collegetijd kwam – zoals gepland – in het makelaarskantoor van zijn vader terecht. Maar lang heeft dat niet geduurd.
  • Daarna was hij achtereenvolgens bediende, corrector en journalist bij het Antwerpse Franstalige dagblad “La Métropole“, met diverse bijdragen: van artikelen over moorden, branden en diefstallen tot verslagen over toneelopvoeringen en tentoonstellingen.

1904-1905: Jan van Nijlens eerste literaire proeven – sonnetten en liederen, waarvan de oudste uit 1903 dateren – verschenen in 1904 en 1905 in het Leuvense tijdschrift Dietsche Warande en Belfort onder pseudoniem van JAN VAN LEENEN.

1905 -1907: Stond vanaf de eerste jaargang gedichten af aan het tijdschrift Vlaamsche Arbeid (1ste reeks 1905-1914). Werd in 1906 lid van de verruimde redactie (2de tot de vierde jaargang). Ook kritisch werk vond hier een publicatie oa een studie over Franse symbolisten en een uitvoerig scherpzinnig stuk over Joris-Karl Huysmans en het katholicisme.

1906: Debuut onder het pseudoniem Jan van Leenen met de bundel “Verzen”.

1907: In Vlaamsche arbeid verscheen eveneens van zijn enige novelle ‘Boete’: een baudelairiaans verhaal over een jong meisje dat moet sterven als ’boete’ voor een ‘misdaad’ (zwangerschap) waaraan ze geen schuld heeft en haat onwetende minnaar alleen achterlaat.

1909: Toen Vlaamsche Arbeid steeds meer evolueerde naar een katholieke strekking nam de ideologisch onafhankelijke Van Nijlen ontslag als redacteur.

1909: Ontmoet te Antwerpen Jan Greshoff, die een grote stimulerende rol zal spelen in zijn literaire loopbaan. Hij  brengt hem in contact met Bloem, P.N. Van Eyck, Albert Besnard en de typograaf J. van Krimpen. Via dezelfde bemiddeling zal hij na WO I bevriend worden met Eddy du Perron en Arthur van Schendel.

In Antwerpen was hij nauw gelieerd met zijn jeugdvriend Ary Delen, terwijl hun gemeenschappelijke vriend Willem Elsschot Van Nijlens oordeel over zijn werk op prijs bleek te stellen.

1910: Nam het initiatief om zijn werk over diverse tijdschriften te verspreiden: Nieuw LevenOntwaking en  De Boomgaard, waarin hij in de eerste jaargang, 1909-1910, een studie publiceerde over  Het gevoel van Charles Baudelaire.

1911: Huwde en kreeg twee kinderen.

  • In 1916 kregen ze een dochter: Sophie en in 1921 een zoon: Charles (deze zoon stierf tijdens de Tweede Wereldoorlog in een concentratiekamp).

In deze vooroorlogse periode verschenen er drie dichtbundels: Verzen (1906), Het Licht (1909) en Naar ’t geluk (1911) , waarvan hij in de eerste uitgave van zijn verzamelde Gedichten (1904-1938) er slechts enkele overhield.

  • Het zijn bundels waarin zijn poëzie evolueert van abstract naar concreet, van koortsig symbolisme naar onbevangen waarneming.
  • Opvallend is dat ‘Naar ’t geluk’ reeds niet meer in Antwerpen maar bibliofiel in Nederland was uitgegeven. Vanaf 1911 zal hij trouwens nauwelijks nog iets in eigen land publiceren.

1914-1918: Tijdens de Duitse bezetting van België (1914-1918) vluchtten Van Nijlen en zijn vrouw naar Nederland waar ze onderdak kregen bij zijn vriend en auteur Jan Greshoff in Apeldoorn. Toen de oorlog bleek te blijven duren verhuisden de Van Nijlens naar Den Haag.

  • Tijdens de oorlogsperiode verschenen er geen dichtbundels. De Negen verzen, in 1914 bezorgd door Greshoff, kwamen niet in de handel.
  • Hij probeerde van zijn pen te leven, koos en vertaalde essays van Montaigne (Uren met Montaigne, 1916), bewerkte De badplaats Mont-Oriol van Guy de Maupassant (1917) en verzorgde twee deeltjes voor de reeks ‘Fransche Kunst’ onder redactie van P. Valckhof: over Francis Jammes (1918) en over Charles Péguy (1919).

1917: Na een bespreking van het oer-Vlaamse boek Pallieter van Felix Timmermans startte hij in Groot Nederland met een driemaandelijkse kroniek over contemporaine Franse literatuur. De kroniek werd stopgezet in 1934 toen hij ernstig ziek werd en alle medewerking –ook aan andere tijdschriften als Den Gulden Winckel- voor lange tijd moest stopschorten.

  • De gruwel van WO I heeft nagenoeg geen sporen nagelaten, op enkele gedichten na. We vinden ze terug in De lokstem en andere gedichten’ (1924) maar dateren van tijdens de oorlog:
    • 1915: het opvallend ingetogen maar navrante ‘In ballingschap’ (in: Groot Nederland, 1915)
    • 1916:  het evocatieve ‘Op de wallen der belegerde stad’(in: De Beweging 1916)
    • Een directe uiting van zijn verontwaardiging vinden we in het korte gedicht ‘Revolutie’
Waarom dooft het kanon,
de broze serenade
van uw verouderd lied,
intieme nachtegaal ?

Ook deze aan de actualiteit gebonden gedichten werden niet opgenomen in zijn verzamelde Gedichten (1904-1938).

1918: Na de oorlog verhuisde hij naar Brussel waar hij op 30 januari 1919 als vertaler in dienst trad op de vertaaldienst van het Ministerie van Justitie. Hij werd er in 1949 als directeur werd op rust gesteld.

1923 -1925: In het Gezicht der aarde (met gedichten uit de periode 1912-1923) en De lokstem en andere gedichten (met gedichten uit de periode 1917-1925) zijn de verzen doorlopend zonder duidelijk onderscheid opgenomen.

  • Thema’s zijn: een dringend verlangen naar de verten, de overzeese gebieden (het ‘Zuiden’) en de jeugd, het verleden van de dichter.
  • De stem van het heimwee blijft gedempt op de achtergrond werkzaam, en er komt een verbondenheid met de aarde (Tot moeder aarde) aan het licht.

1928: De vogel Phoenix, weerspiegelt een crisis in het wereldbeeld van de dichter, die zich in de periode tussen de twee wereldoorlogen verder zal uitdiepen.

  • Het nieuwe wereldbeeld: De dichter keert zich in zichzelf terug, zijn wereld wordt kleurloos. Niet zonder zelfspot betreurt hij het verloren gaan van Gods licht. Het natuurkader wordt een stadsdecor, en de levensvreugde heeft plaatsgemaakt voor doodsverlangen.
  • Een ironiserende parlandotoon: maar geen rancune, geen verbittering, geen strijdbaar verzet. De dichter blijft een weemoedig mijmerende toeschouwer, die zijn vervreemding relativeert met sombere ironie en in een nadrukkelijke ‘gewone’ versvorm, die de spreektaal benadert.

1929: Kreeg voor het eerst erkenning toen hij de Staatsprijs Letteren kreeg.

1934: Mocht de Staatsprijs Vlaamse Poëzie in ontvangst nemen.

1934-1943: Opgenomen in de redactie van Groot Nederland, eerst samen met Frans Coenen, Elisabeth Couperus en Jan Greshoff, vanaf 1936 samen met Greshoff en Simon Vestdijk.

1940-1945: Wereldoorlog II. Van Nijlen verliest zijn zoon in een concentratiekamp.

  • De verzen na WOII gepubliceerd  hebben niets essentieels meer veranderd aan de wijsheid gewonnen uit relativerende zelfbeheersing die zijn verzen kenmerken.

1947: De dauwtrapper bevat tal van verwijzingen naar de oorlogsrealiteit. Zo eindigt het bittere ‘Kleine tijdzang’ op ‘alles larie, leugen, snert en snot’. Het doodsverlangen is pregnanter, maar zo ook is de droom intenser.

1948: In ‘De slaapwandelaar’ is het evenwicht herstelt. Zo luidt het titelgedicht:

Omdat mijn oude wereld werklijk is
zoals ik droomde: vriendlijk en begrensd.

1955: Ontving de vijfjaarlijkse Staatsprijs voor Letterkunde

1963: Ontving de Constant Huygensprijs ter bekroning van zijn hele oeuvre.

  • Terugkerende thema’s in zijn werk zijn het verlangen, de droom en de jeugd.
  • Jan van Nijlen was een meester in ‘het spreekvers’. Zijn werk wordt ook wel omschreven als ‘de poëzie geworden eenvoud’.
  • Zijn bekendste gedicht is ongetwijfeld ‘Bericht aan de reizigers‘, met de beginregel ‘Bestijg den trein nooit zonder uw valies met dromen’.

Overlijden van zijn vrouw.

In de nacht van 9 op 10 augustus 1965 werd hij voor en spoedoperatie opgenomen in het Molière ziekenhuis te Ukkel.

14 augustus 1965: Overlijden van Jan Van Nijlen in het Molière hospitaal te Ukkel.

 

Epiloog

Jan van Nijlen werd op 18 augustus begraven op het gemeentekerkhof te Ukkel. Uitgever Geert van Oorschot is zo geïrriteerd door de weinig persoonlijke en holle frases van de pastoor, dat hij mopperend de kerk uitloopt. Al in 1973 (na zeven jaar!) is het graf geruimd.

2010 : In een open brief in De Standaard pleit Brigitte Raskin ervoor om het gedicht ‘Bericht aan de reizigers’ te laten aanbrengen in het Centraal Station te Antwerpen. Daarop vergaderden de NMBS en Antwerpen Boekenstad en Raskin zelf over de mogelijkheden. Na afloop liet Paul van Aelst van de NMBS weten dat de ingenieur-architect enthousiast was over het voorstel. ‘Bericht aan de reizigers’ zou aangebracht worden in de overgangszone tussen de sporen en de stationshal. Aldus wordt een oude droom van Johan Anthierenswerkelijkheid.

 

 

BEKRONINGEN

  • 1923: Staatsprijs voor de Vlaamse letterkunde voor ‘Het aangezicht der aarde’.
  • 1934: Staatsprijs  voor Vlaamse poëzie voor ‘Geheimschrift‘.
  • 1945: Provinciale Premie voor Letterkunde van de Provincie Antwerpen.
  • 1955: Grote staatsprijs ter bekroning van een schrijversloopbaan.
  • 1956: Prijs voor Letterkunde van de Gemeente Ukkel voor zijn gehele oeuvre.
  • 1961: Emile Bernheim-prijs voor ‘Te laat voor deze wereld’.
  • 1963: Constantijn Huygens-prijs  voor zijn gehele oeuvre.

Jan van Nijlen kwam nooit bij de uitreiking van een prijs. Alleen bij de uitreiking van de Emile Bernheim-prijs in 1961 was hij aanwezig en hield ook een toespraak.

 

 

Meer over Jan van Nijlen

  • Bork, J.G. van, en P.J. Verkruijsse. 1985. De Nederlandse en Vlaamse auteurs. Van Middeleeuwen tot heden. De Haan: Weesp, p. 418.
  • Knuvelder, G.P.M. 1953. ‘Jan van Nijlen (1884-1965)’ In: Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse letterkunde. Deel 4. ’s-Gravenhage : L.C.G. Malmberg, p. 494-495 en 598-599.
  • Dubois, Pierre Hubert. 1980. Over Jan van Nijlen. ’s-Gravenhage : Uitgeverij BZZTôH.

 

Geraadpleegde bronnen

Website

Referenties

  • Prof. Dr. M. Rutten; Prof. Dr. J. Weisgerber (red.): Van “Arm Vlaanderen” tot “De voorstad groeit” 1888-1946. Standaard Uitgeverij 1988.
  • C. Bittremieux, Jan van Nijlen Inleiding bij ‘Bedeesd maar onbedaard’  , Poëtisch erfdeel der Nederlanden; vol. 100. Heideland 1977 pp. 5-9.

 

 

SMAAKMAKER

Bericht aan de reizigers

dan vindt ge in elke stad behoorlijk onderkomen.
 
Zit rustig en geduldig naast het open raam:
gij zijt een reiziger en niemand kent uw naam.
 
Zoek in ‘t verleden weer uw frisse kinderogen,
kijk nonchalant en scherp, droomrig en opgetogen.
 
Al wat ge groeien ziet op ‘t zwarte voorjaarsland,
wees overtuigd: het werd alleen voor u geplant.
 
Laat handelsreizigers over de filmcensuur
hun woordje zeggen: God glimlacht en kiest zijn uur.
 
Groet minzaam de stationschefs achter hun groen hekken,
want zonder hun signaal zou nooit één trein vertrekken.
 
En als de trein niet voort wil, zeer ten detrimente
van uwe lust en hoop en zuurbetaalde centen,
 
blijf kalm en open uw valies; put uit zijn voorraad
en ge ondervindt dat nooit een enkel uur te loor gaat
 
En arriveert de trein in een vreemdsoortig oord,
waarvan ge in uw bestaan de naam nooit hebt gehoord,
 
dan is het doel bereikt, dan leert gij eerst wat reizen
betekent voor de dolaards en de ware wijzen…
 
Wees vooral niet verbaasd dat, langs gewone bomen,
een doodgewone trein u voert naar ‘t hart van Rome.

In 1931 afzonderlijk verschenen als rijmprent
In 1934 gebundeld in Geheimschrift
In 1964 in Verzamelde gedichten 1903-1964 Uitg. v. Oorschot

 

Scotch Terrier in een koffiehuis

Hij zit zo rustig in het koffiehuis
Op ’t smalle bankje lusteloos te geeuwen
Als een die, overal en nergens thuis,
Tevreden is, tot aan ’t eind der eeuwen
 
Met ’t leven dat hem nimmer heeft bedrogen,
Zijn blijdschap spreekt uit ’t kwispelen van zijn staart
En gansch de vriendschap van zijn listige oogen
Groeit tot een glimlach in zijn ruigen baard.
 
Hij werd als ik in ’t Paradijs geschapen
In wilden staat en licht voor zijn plezier
Thans in dit voornaam café te slapen…
 
Een eender lot? Neen, wat men ook vertelle,
Ik ben beschaafd en dit onmondig dier
Kan voor zichzelf niet eens een glas bestellen.

 

BIBLIOGRAFIE

Woordje vooraf

  • Op de DBNL siteDBNL auteur – Jan van Nijlen is een ruime selectie van zijn publicaties in diverse tijdschriften elektronisch beschikbaar.
  • Zoals verscheidene van zijn vrienden getuigden, was Van Nijlen van nature eenzelvig mensenschuw en teruggetrokken. Hij gaf zijn werk slechts moeizaam prijs. Zijn dichtbundels liet hij bij voorkeur in zeer beperkte oplagen en in bibliofiele edities verschijnen.

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel – Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • POËZIECENTRUM vzw – Gent

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.

Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1906 Verzen. (poëzie) 
Onder de naam : JAN VAN NYLEN
Van Nijlen 12 Antwerpen : De Nederlandsche Boekhandel. -90p.
1907 Volkslied. (vouwblad)
1908 De boete. (novelle) In: Vlaamsche arbeid
1909 Het licht. (poëzie) 
Deeltitels: Het licht; Venezia; Ziel en leven; Liederen.
Antwerpen: Boekhandel Flandria : (drukkerij ‘t Kersouwken). -87p.
1909 Het gevoel van Baudelaire. (essay) In: De Boomgaard (1909-1910)
1911 Naar ’t geluk. (poëzie) ‘s-Gravenhage: De Zilverdistel. -60p.
1914 Negen verzen. (poëzie) 
Bezorgd door Jan Greshoff
Apeldoorn: Nixon. -16p.
1916 Uren met Montaigne. Een keur van stukken uit zijne werken. Vertaald en van een inleiding en aanteekeningen voorzien door Jan Van Nijlen (Vertaling) Baarn: Hollandia. -202p. 
Reeks: Boeken van wijsheid en schoonheid
1917 Guy de Maupassant, ‘De badplaats Mont-Oriol’. (vertaling) Amsterdam: Van Holkema & Warendorf. -200p. 
Reeks: De meesterwerken / Maupassant, de, Guy. – Amsterdam; vol. [ 3]
1918 Francis Jammes. (essay en bloemlezing) Leiden: Sijthof. -120p. 
Reeks: Fransche kunst. – Leiden; vol. 4
1919 Charles Péguy. (essay en bloemlezing) Leiden: Sijthof. -120p. 
Reeks: Fransche kunst. – Leiden; vol. 11
1923 Het aangezicht der aarde.  (poëzie – bibliofiele uitgave) 
Staatsprijs 1923 voor de Vlaamse letterkunde
Arnhem: Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande. -48p. 
In een oplage van 150 exemplaren.
1924 De lokstem en andere gedichten. (poëzie – bibliofiele uitgave) Van Nijlen 4 Maastricht: A.A.M. Stols. -41p. 
Afmetingen: 16.80 x 14.20 (ingenaaid)
Colofon: To the happy few.
‘De lokstem en andere gedichten’ door Jan van Nijlen werd in april 1924door A.A.M. Stols als eerste boek voor zijn vrienden gedrukt in een oplage van 50 exemplaren, welke allen door den dichter en door den drukker van hunne handteekening werden voorzien. N° 16.

 

1924 De dichters van ‘t Fonteintje : Karel Leroux, Reimond Herreman, Richard Minne, Maurice Roelants : een keur uit hun gedichten. Verzameld en ingeleid door Jan van Nijlen. Maastricht: A.A.M. Stols. -124p. 
Reeks: De schatkamer. – Maastricht; vol. 6
1925 Zeven gedichten. (poëzie) Maastricht : Boosten en Stols. -12p.
1928 De vogel Phoenix. (poëzie) Brussel en Maastricht: A.A.M. Stols. -44p. 
Reeks: Trajectum ad mosam; vol. 26
1929 Heimwee naar het zuiden (bloemlezing door E. du Perron) 
Illustraties: Sacha Klerx
Brussel: E. Du Perron. -95p. 
Deze keuze uit de gedichten van Jan van Nijlen werd in chronologische volgorde gedrukt voor E. du Perron, in niet meer dan dertig exemplaren, bij A. Breur.
1931 Bericht aan de reizigers. (rijmprent)
1934 Geheimschrift (poëzie) 
Staatsprijs 1934 voor Vlaamse poëzie
Haarlem: Enschedé en Zonen. -45p. 
Afmetingen: 20 x 12 (gebonden – harde kaft stofomslag ?)
Colofon: Van deze bundel zijn 12 exemplaren op Japansch papier gedrukt

 

1934 Gedichten van Jan van Nijlen. 
Gekozen uit zijn bundels Verzen, Het licht, Naar ‘t geluk, Het aangezicht der aarde, De lokstem, De vogel Phoenix en Geheimschrift en uitg. ter gelegenheid van zijn vijftigsten verjaardag.
Verzameld en ingeleid door Jan Gresshoff.
Haarlem: Enschedé en Zonen. -112p.
1938 Het oude kind. (poëzie) Maastricht: Halcyon Pers. -44p.
1938 Gedichten van Jan van Nijlen 1904-1938. (poëzie – verzamelbundel) 
Bevat: Eerste verzen; Het aangezicht der aarde; De lokstem; De vogel Phoenix; Geheimschrift; Het oude kind.
Titel op stofkaft: ‘gedichten 1906 – 1938′; Bijvoegsel: ‘Over de gedichten van Jan van Nijlen’ K. Van de Woestijne e.a.
Van Nijlen 5 Maastricht: A.A.M. Stols. -211p. 
Afmetingen: 19.40 x 13.50 (gebonden – harde kaft stofomslag)
Colofon: Van deze uitgave werden 20 exemplaren gedrukt op G.H.B.-Tekst-Papier * Gezet met de ‘Bembo’ letter en gedrukt bij de firma Boosten & Stols te Maastricht.
2de editie 1944 bij dezelfde uitgever

 

1941 Betooverd Bosch. 
Teekening van Jan Roede.
 
Van Nijlen 3a
Van Nijlen 3 ‘s-Gravenhage: A.A.M. Stols. -4p. 
Reeks: Orpheus. – ‘s-Gravenhage; vol. 10.
Afmetingen: 25 x 16.20 (geniet)

Van Nijlen 3b

1947 De dauwtrapper. (poëzie) Van Nijlen 2 ‘s-Gravenhage: A.A.M. Stols. -47p. 
Afmetingen: 24.50 x 16.30 (gebonden – harde kaft stofomslag)
Colofon: Gezet uit de letter ‘Bembo’ en gedrukt op de persen van de firma Boosten & Stols te Maastricht in een oplaag van 1.000 exemplaren op geschept Hollandsch papier van G.H.Bührmann’s Papiergroothandel N.V.

 

1948 De slaapwandelaar. (poëzie) ’s-Gravenhage: A.A.M. Stols. -14p. 
Oplage: 1000 ex. op geschept Hollandsch papier van G.H. Bürhmann’s Papiergroothandel
1948 Verzamelde gedichten 1904-1948. (poëzie – verzamelbundel) 
Bevat: Eerste verzen; Het aangezicht der aarde; De lokstem; De vogel Phoenix; Geheimschrift; Het oude kind; De dauwtrapper; De slaapwandelaar.
’s-Gravenhage: A.A.M. Stols. -254p. 
Afmetingen: 23 x15 (gebonden harde kaft)
Colofon: Gezet uit de letter ‘Bembo’ en gedrukt op de persen van drukkerij Boosten & Stols te Maastricht in het jaar 1948.
Buiten de gewone oplaag werden 20 genummerde exemplaren gedrukt op Hollandsch papier van Van Gelder Zonen.
Bindwerk van de N.V. v/h J. Giltay en Zoon te Dordrecht.
Stofomslag en bandstempels: H. Salden.
Titelpagina in tweekleuren druk: zwart-bruin.

 

1955 Herinneringen aan E. du Perron. (essay) Amsterdam : Van Oorschot. -64p. 
Elektronisch beschikbaar via Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren
1957 Te laat voor deze wereld. (poëzie) 
Deeltitels: Gedichten; Kwatrijnen.
Band en stofomslag werden vervaardigd door helmut Salden.
Emile Bernheim-prijs 1961

 

Van Nijlen 6 Amsterdam : Van Oorschot. -79p. 
Afmetingen: 19.50 x 12 (ingenaaid – harde kaft met stofomslag)
Colofon: Deze eerste druk van ‘Te laat voor deze wereld’ door Jan van Nijlen werd in opdracht van G.A. van Oorschot uitgever te Amsterdam uit de Bembo gezet en gedrukt door N.V. Drukkerij G.J. Thieme te Nijmegen en gebonden door Elias P. van Bommel te Amsterdam.

 

1959 Jan van Nijlen. 
Samengesteld en ingeleid door P.H. Dubois.
Brussel: A. Manteau. -40 p
1964 Verzamelde gedichten 1903-1964. (poëzie – verzamelbundel) 
(ed. C. Bittremieux)
Bevat: Verzen; Het licht; Naar ‘t geluk; Het aangezicht der aarde; De lokstem; De vogel Phoenix; Geheimschrift; Het oude kind; Berijmde prenten uit het aards paradijs; De dauwtrapper; De slaapwandelaar; Te laat voor deze wereld; Mijn makker uil; Soms met een vriend.
Band en stofomslag en typografische verzorging door Helmut Salden
Herziene en vermeerderde uitgave.
Eerder uitgegeven onder de titel ‘Verzamelde gedichten 1904 – 1948′ in 1948.

 

Van Nijlen 7 Amsterdam: G.A. Van Oorschot. -430p. 
Afmetingen: 19.50 x 11.80 (gebonden – harde linnen kaft met stofomslag)
Colofon: Deze herziene en vermeerderde uitgave van ‘De verzamelde gedichten’ van Jan van Nijlen werd in opdracht van G.A. van Oorschot uitgever te Amsterdam uit de Bembo gezet en gedrukt door N.V. Drukkerij G.J. Thieme te Nijmegen en gebonden door Elias P. van Bommel te Amsterdam.
Van deze uitgave werden 10 exemplaren in leer gebonden, die niet in de handel zijn.

 

1966 ‘Druilende burgerij: jeugdherinneringen van een eenzelvig man’. 
Verzameld en ingeleid door Clement Bittremieux.
In: Tirade. Vol. 10, afl. 111 (maart), p. 131-191.
POSTHUME UITGAVEN
1977 Bedeesd maar onbedaard. (bloemlezing) 
Verzameld en ingeleid door Clement Bittremieux.
Bevat gedichten uit: Naar ‘t geluk; Het aangezicht der aarde; De lokstem en andere gedichten; De vogel Phoenix; Geheimschrift; Het oude kind; Soms met een vriend; Berijmde prenten uit het aards paradijs; De dauwtrapper; De slaapwandelaar; Te laat voor deze wereld; Mijn makker uil.
Omslagontwerp: C.L.M.C. Witte-Brooymans.
Van Nijlen 1 Hasselt: Heideland-Orbis. -76 p. 
Reeks: Poëtisch erfdeel der Nederlanden; vol. 100
Afmetingen: 18 x 1 (pocket)
1981 Herinneringen aan E. du Perron. 
Tweede editie
Amsterdam: G.A. Van Oorschot. -64p.
1982 Druilende burgerij. Jeugdherinneringen van een eenzelvig man. 
In maart 1966 vulden deze jeugdherinneringen al een compleet nummer van ‘Tirade’.
Amsterdam: G.A. Van Oorschot. -58p.
2003 Verzamelde gedichten 1903-1964. (poëzie) 
(ed. C. Bittremieux) 3de druk
Bevat: Verzen; Het licht; Naar ‘t geluk; Het aangezicht der aarde; De lokstem; De vogel phoenix; Geheimschrift; Het oude kind; Berijmde prenten uit het aards paradijs; De dauwtrapper; De slaapwandelaar; Te laat voor deze wereld; Mijn makker uil; Soms met een vriend.
Eerste druk 1964
Van Nijlen 8 Amsterdam: G.A. Van Oorschot. -430p. 
Afmetingen: 20 x 12.20 (gebonden – harde linnen kaft met stofomslag)
Colofon: Deze opnieuw herziene uitgave van de ‘Verzamelde gedichten’ van Jan van Nijlen werd in opdracht van Uitgeverij G.A. van Oorschot gezet uit de Bembo door Perfect Service te Schoonhoven. Het boek werd gedrukt op 90 grams Oxford Crème door Drukkerij Groenevelt te landgraaf en gebonden door boekbinderij Van Waarden te Zaandam.
Het ontwerp voor band en omslag is van Gerrit Noordzij.

 

 

Vertaald:

  • In het Hongaars vertaalde gedichten van Jan van Nijlen verschenen in het Hongaarse tijdschrift ‘Nagyvilág’.
  • Piccola antologia a cura di Maria Vailati (Traduzione di Ida Garzonio) (1966)
  • E Cinere Phoenix (vert. H.G. Liebentrau) (bibliofiel, 125 ex.) (1985)
  • ‘Zelfportret’ in ‘Nederlandse poëzie in het Hebreeuws’ door Saul van Messel (1990)