home | Inloggen
Aantal schrijvers: 532 | Aantal boeken:

15464

Courtmans-Berchmans, Johanna Desideria

Maakt deel uit van: ,

COURTMANS- BERCHMANS

(Joanna-Desideria Courtmans-Berchmans)

  

                                  Oudegem, 06.09.1811 – Maldegem, 22.09.1890

Schrijfster van gedichten, toneelstukken, schetsen en vooral sociaal-moralistische veelal anti-klerikale tendensverhalen en -romans.

Haar werk kan gerekend worden tot de beginnende realistische schrijfstijl. Ze schetst vaak de (haar bekende) levensomstandigheden van de gewone man of de lagere burgerij. Meestal stelde zij het geïdealiseerde buitenleven tegenover het veel meer bedreigende leven in de stad.

Zij was, naast de gezusters Loveling, een van de zeldzame Vlaamse vrouwelijke auteurs in de 19de eeuw.

Haar echte literaire carrière begon echter pas rond haar vijftigste.

 

BIOGRAFIE

6 september 1811: Geboren te Oudegem (Mespelare), waar haar vader burgemeester was. Ze was de oudste dochter van negen kinderen.

  • Na enkele jaren dorpsschool werd zij op negenjarige leeftijd naar een kostschool in Lessines (Henegouwen) gestuurd. Ze voltooide haar opvoeding geheel op Franse leest geschoeid, in het klooster van Gijzegem in Oost-Vlaanderen. Aanvankelijk kende ze enkel Frans en het lokale Oost-Vlaamse dialect van Oudegem.

1827: Vestigt zich op haar zestiende zelfstandig te Baasrode waar ze bij verschillende kleinburgerlijke gezinnen dient.

  • Deze ervaring was onder andere bron van inspiratie voor Griselda (1864) waarin het hoofdpersonage achtereenvolgens bij verschillende Gentse kleinburgerlijke families dient, wat de gelegenheid biedt deze milieus nauwkeurig te schetsen.

1835-1844: Vestigt zich te Gent, onder andere aan de Gelukstraat bij kantwerkster Colette Tanghe (tante Colette in haar brieven).

1836: Op vijfentwintigjarige leeftijd huwt zij met Jan-Baptiste COURTMANS, een onderwijzer te Gent.

1839:  Haar echtgenoot leert haar de Nederlandse taal. Publiceert haar eerste dichtstukje in het Nederduitsch letterkundig jaarboekje. In de volgende jaren behaalt zij met haar gedichten meerdere prijzen.

  • Haar eerste werkjes waren gekunsteld, in onbeholpen Nederlands geschreven. Haar  man – leraar Nederlandse taal- en letterkunde en gedurende jaren secretaris van de in 1836 opgerichte Gentse Maetschappij van Vlaemsche Letteroefening – bracht haar de beginselen van het Nederlands én van het schrijven bij. Via hem kwam zij ook in contact met de Gentse kopstukken van de Vlaamse Beweging: Jan Frans Willems, Ferdinand Snellaert, Prudens van Duyse, Frans Rens en anderen.
  • Deze invloed wordt onder andere duidelijk in de historische roman Bertha Baldwin (1871), over de 14e-eeuwse strijd van de Kerels van Vlaanderen tegen de Fransen.

1842: Maakt in Gent kennis met de Duitse folklorist Johann W. Wolf die 9 door haar vertelde volkssagen zou opnemen in zijn bundel Niederländische Sagen (1843).

1844: Verhuist naar Lier, waar haar man tot aan zijn dood in 1856 leraar ‘Vlaamsche Letterkunde’ wordt aan de Rijksnormaalschool voor jongens in Lier.

  • Hij zou haar persoonlijk voorbereiden op een functie in het onderwijs. Omdat hij wist dat hij ziek was, nam hij zijn vrouw als leerlinge en werden twee van zijn dochters opgenomen in de normaalschool te Herentals.

1855: Haar eerste nogal stuntelig opgebouwde roman verschijnt: ‘Helena van Leliëndal’

  • De roman werd bekroond in de letterkundige wedstrijd van de Gazette van Gent.
  • De auteur weet niet goed welk thema de voorkeur te geven: het huwelijk van de dochter met een veel oudere man om haar familie van de ondergang te redden, of de financiële manipulaties van een corrupt bankier waaraan haar vader weerwerk moet bieden.
  • De auteur hanteert ook een alwetende nogal prekerige verteller, die om de haverklap intervenieert.

1856: Haar echtgenoot, J.B. Courtmans, overlijdt na een langdurige ziekte. “Vrouwe Courtmans” blijft achter met acht jonge kinderen. Om aan de kost te komen, opent zij te Maldegem een kostschool op de plaats van het huidige ‘Koninklijk Atheneum Mevrouw Courtmans’ aan de Mevrouw Courtmanslaan.. Deze onderneming moest echter spoedig opgegeven worden.

  • Zij had het in Maldegem niet gemakkelijk; al was zij goed katholiek, zij kwam op voor het openbaar onderwijs; zij verzette zich tegen de uitbuiting van de kinderen op de kantwerkscholen, zo als er ook een te Maldegem was;  Zij beschouwde deze scholen als centra voor onderbetaalde kinderarbeid beschouwde met onvoldoende aandacht voor algemene vakken als lezen, rekenen, aardrijkskunde en geschiedenis. Haar aandeel in de zogenaamde schoolstrijd ontlokte de toorn van de lokale geestelijken.

1861: Na een nogmaals verwaaide lachwekkende feuilletonroman ‘Edeldom’ waarin grove psychologische onwaarheden niet geschuwd worden, komt haar betere literaire werk van de grond.  De roman verschijnt tijdens november-december 1861 in de  Gazette van Gent.

‘De Vlaemsche Burgemeester van 1819’ bewijst haar authentiek verteltalent.

  • Vanaf maart 1861 verscheen het als feuilleton in de Gazette van Gent.
  • Het is het geromantiseerde verhaal van haar vader die onder het Hollandse bewind tot burgemeester van Mespelaere benoemd was, maar in de nasleep van de Belgische omwenteling ambt en fortuin verloor.
  • Zijn persoonlijke lotgevallen worden verbreed tot een meer algemene historische kroniek, die vooral laat zien hoe politiek en economisch bewogen tijden (1830, de hongerjaren 1846-47) wogen op het Vlaamse platteland, waarbij Courtmans ook laat doorschemeren dat haar Vlaams-liberaal engagement gedeeltelijk terug te voeren is tot het orangisme van haar vaderhuis.

1862: In de korte roman ‘Anna de bloemenmaegd’  komt de auteur voor het eerst in realistisch vaarwater.

  • Het verhaal heeft iets van een keukenmeidenroman: een vermogend kunstschilder, die vanuit de trein in een eenvoudig bloemenmeisje zijn artistiek talent ontdekt, slaagt er uiteindelijk in haar op te sporen en haar tot zijn model en echtgenote te maken.
  • Het realisme ligt in de milieutekening rond het titelpersonage, in de evocatie van de armoede te Brugge en omgeving rond 1860.
  • Sleecks heeft een gelijkaardige plot uitgewerkt in zijn novelle ‘Livinius’, maar dan minder gevoelsmatig.

Publicatie van ‘De gemeente-onderwyzer, romantisch verhael’.

  • Vond ook in Nederland en Frankrijk weerklank.
  • Was van liberaal-educatieve strekking en één groot pleidooi voor het verplicht en kostenloos algemeen lager onderwijs, dat vooral de alfabetisatie en de beschaving op de buiten ten goede moet komen.

1863: Er verschijnen twee romans van haar hand: ‘Griselda’ en ‘De zwarte hoeve’

Griselda

  • Tot op zekere hoogte een vervolg op ‘Anna de bloemenmaegd’  een merkwaardige combinatie van edelkitsch en treffende realistische observatie.
  • Er zijn twee componenten: enerzijds het weesmeisje dat het huwelijksaanzoek van een Engelse lord afwijst en trouw blijft aan haar Vlaamse onderwijzer en anderzijds de dooltocht als meid in uiteenlopende diensten en sociale mileus.
  • Een grote sociale bewogenheid blijkt uit haar scherpe aanvallen op de praktijken van ‘armenmeesters’. (herinnert aan ‘Jack of een arm huisgezin’ van Van Kerckhoven)
  • Voor Griselda putte de schrijfster uit eigen ervaring van vóór haar huwelijk, toen zij diende bij verschillende gezinnen. Zij liet Griselda achtereenvolgens bij enkele Gentse kleinburgerlijke families werken, wat haar de gelegenheid gaf, deze milieus met kennis van zaken te schetsen.

 De zwarte hoeve

  • Een roman zonder trivialiteiten met de geschiedenis van een broedervete als thema.
  • Deze vete wordt realistisch uitgewerkt tegen de achtergrond van de Vlaamse hongerjaren – Courtmans is de enige auteur die daar bij herhaling onbeschroomd over spreekt – deels ook romantisch symbolisch uitvergroot tot een tragisch gebeuren van alle tijden.

1864: Publicatie van de novellenbundel: ‘Drie novellen: De Bloem van Cleit, De Zoon van den Molenaar, De Bondgenoot’. En drie romans: ‘Livina’, ‘De gekeerde Kazak’ en ‘Het geschenk van de jager’.

Drie novellen

  • Hebben een idyllische geest waaraan de lectuur van Conscience niet vreemd is.
  • In ‘De bloem van Cleijt’ is Bella de bezembindster ongetwijfeld terug te voeren op Trien uit De Loteling.
  • Bella is evenzeer een bekoorlijke krachtige vrouw, standvastig in haar liefde voor Pier Bram, die omwille van het strafrechterlijk verleden van zijn ouders niet aanvaard wordt door Bella’s entourage. Tot daar de overeenkomst. Courtmans gebruikt de novelle om haar liberale vooruitgangsideeën kleur bij te zetten. Eens getrouwd maken Bella en Pier fortuin en wel op eigen kracht en initiatief en niet dank zij de tussenkomst van een edelmoedig weldoener.

 Livina

  • Evenals ‘Griselda’ en ‘Anna de bloemenmaegd’  een merkwaardige combinatie van melodrama, realisme en feuilletonliteratuur.
  • Het nadeel is dat de auteur het sociale milieu van de adel en de hogere burgerij niet uit ervaring kent.
  • Het gegeven is uit het leven gegrepen: het plan van een rentenier om met wat hem nog rest van zijn aanzienlijk fortuin zijn dochter aan een adellijke pretendent uit te huwelijken, hetgeen perspectieven opent op een lucratieve echtverbintenis voor zijn zoon en voor hemzelf als weduwnaar.
  • Het verhaal dat daaruit wordt afgeleid – Livina weigert, verlaat het huis, wordt te Brussel verliefd op een arme muzikale graaf die door een erfenis opnieuw schatrijk wordt enz. – degradeert het boek tot feuilletonliteratuur.

 De gekeerde kazak.

  • In  latere edities verschenen onder de titel ‘Zoo zijn er veel’
  • Stevig pleidooi voor een politiek in dienst van het algemeen welzijn en verdediging van het liberalisme als vrucht van beschaving en onderwijs tegen de klerikale verwijten van goddeloosheid en zedenbederf.

 Het geschenk van de jager

  • Vanaf juli 1864 verscheen het als feuilleton in de Gazette van Gent.
  • Beantwoordt volledig aan wat in Vlaanderen in die periode van een roman verwacht werd: een intrige geplukt uit het leven, met nuttige lessen voor de lezer, vermengd met een snuifje romantiek, maar zonder het sentimentalisme van Conscience.
  • Het geschenk van den jager’ beschrijft het leven van de Gentse fabrieksarbeiders en hun gezinnen uit de buurt van de Muidenpoort. Armoede drijft hen naar de Berg van Barmhartigheid (het pandjeshuis, de bank van lening), waardoor zij, omwille van de hoge rente, nog dieper in de ellende verzinken. De moraal is dat alleen spaarzaamheid en orde hen kan redden. Buitenlieden hebben het daarom beter: zij kunnen meestal geen beroep worden gedaan op pandjeshuizen. In dit werk beschrijft zij o.m. een armtierige steeg die erg geleek op de Gelukstraat waar zij zelf enkele jaren woonde. 

 1865:  Ontvangt de vijfjaarlijkse staatsprijs voor Vlaamse letterkunde (periode 1860-1864) -de voorloper van de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Proza- voor Het geschenk van den jager.

  • Typerend voor de toenmalige sfeer was dat toen zij de 5-jaarlijkse prijs kreeg, voor haar de klokken niet mochten geluid worden.

In 1865 verschijnen nog twee moedige romans: ‘De Hut van Tante Clara’ en ‘Drie testamenten’.

De Hut van Tante Clara

  • Is naar de geest nauw verwant met Beecher Stowe’s Uncle Tom.
  • Lanceert resoluut een aanval in regel tegen de kantwerkscholen in Vlaanderen, waar in de meeste gevallen kinderen van behoeftigen tewerkgesteld zijn in onhygiënische lokalen voor een paar centen, terwijl de inrichtende macht, doorgaans de plaatselijke clerus en enkele burgelijke vertrouwenspersonen er beuidende sommen aan verdienen.
  • Tijdgenoten konden zonder moeite het personage Hardies associëren met de aartsconservatieve Maldegemse pastoor Vinckier.

Drie testamenten

  • Demonstreert hoe de clerus, geruggesteund door de adel, langs heimelijke en slinkse wegen geld en goed verwerft. In het boek gebeurt dat door een incompetente en schijnheilige dorpsdokter vrij spel te laten in het uitbuiten van de gewetensnood bij terminale patiënten, zodat deze aan hem hun bezittingen overmaken ipv aan hun familieleden.
  • Courtmans antiklerikalisme vloeit evenzeer voort uit een authentiek christelijk bewustzijn, dat zich spontaan verzet tegen de voorstelling van een verknechtende God, die slechts door gebeden van anderen – en giften aan zijn kerkelijke bedienaren – te vermurwen is.

1871:  Publicatie vanBerta Baldwin (1871), een historische roman over de strijd van de Kerels van Vlaanderen tegen de Fransen in de 14de eeuw.

  • Zij voert hierin Jacob van Artevelde op met een redevoering waarin hij toelicht waarom Gent afzijdig bleef in de Slag bij Kassel (1328). Artevelde bepleitte er vooral het stopzetten van de onderlinge twisten onder de Vlaamse steden.

1883: Ontving het ridderkruis in de Leopoldsorde.

  • Met deze erkenning staat ze in de lange rij van illustere Vlaamse auteurs die door het Belgische Koningshuis werden geëerd om hun bijdrage tot de Nederlandstalige of ‘Vlaamse’ letteren in België. Te beginnen met Jan Frans Willems in 1838 over Hendrik Conscience (1845), Snellaert (1849), Van Kerckhoven (1852), Rens (1856), Jan Van Beers (1860), Guido Gezelle (1889)  enz.
  • Voor de overheid was deze politie een middel om sympathie te betuigen aan de Nederlandstalige literatuur en die officieel op gelijke voet te brengen met de Franstalige literatuur in het Belgische koninkrijk.
  •  Over het huldefeest te Maldegem op 24 Mei 1883, deelde De Vlaamsche School (1883, bl. 75, 98, 102) een uitgebreid verslag mee.

22 september 1890: Vrouwe Courtmans overlijdt te Maldegem.

  • Bij haar graf sprak Karel Bogaerd van het Willemsfonds van ‘fanatieke misdadigers, die haar laatste levensjaren vergalden.’
  • Een verslag van haar overlijden (22 Sept. 1890) en haar begrafenis valt te lezen in De Vlaamsche Kunstbode van 15 Oct. 1890.

Epiloog

Bij de viering van haar eeuwfeest in 1911 boden haar vereerders bij monde van Karel Lybaert, hoofdredacteur van het Katholieke Fondsenblad, een borstbeeld aan; de gemeente aanvaardde het, maar in 1936 bleek, dat het beeld in een ‘rommelkot’ weggestopt was.

Aan de Vlaamse Kaai  te Gent staat nog een op het einde van de 19de eeuw gebouwde “villa” (thans nr. 93) die, “Villa Vrouw Courtmans-Berchmans” is genoemd. Ze is versierd met een borstbeeld en met het opschrift Oost West / ’thuis best / Salvé.

Over J.D. Courtmans-Berchmans

  • Jos. van Hoorde-de Coninck, J.: Vrouwe Courtmans-Berchmans, haar leven en hare werken. Betooging van 14 mei 1883, (1883)
  • Moguez, E.H., La manifestation de Maldeghem, in : Revue de Belgique, Brussel, XLIV, 1883, p. 101-106.
  • Stijn Streuvels: Over Vrouwe Courtmans (1911)
  • M. Basse, Het aandeel der vrouw in de Nederlandsche letterkunde. Dl.2 (1921)
  • Julius Pee: Mevrouw Courtmans : een letterkundige studie (1933)
  • N.N., Maldegemsche momenten, uitg. Provinciaal Verbond Westvlaamse Willemsfondsafdelingen, 1941. (ter herdenking van haar 50-jarig overlijden. Met bijdragen van Julius Pée, Jan Schepens ea))
  • Buddingh’, Cees, Encyclopedie voor de wereldliteratuur, Utrecht, Bruna, 1954, p. 147.
  • De Cock, A., Mevrouw Courtmans en het volksleven in haar tijd, Gent, R.U.G. onuitgegeven licentiaatsverhandeling (sectie Germaanse filologie), 1958.
  • N.N., Mevrouw Courtmans 1811-1890. Huldebetoon bij de inhuldiging van haar standbeeld te Maldegem 17 sept. 1961, Maldegem, 1961.
  • Weytens, M., Mevrouw Courtmans. Enkele aspecten uit haar werk, Gent, R.U.G. onuitgegeven licentiaatsverhandeling (sectie Germaanse filologie), 1964.
  • Degroote, G., in : Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, Tielt-Utrecht, Lannoo, 1973, 2 dl., p. 343.
  • Varii Auctores, De strijdende Courtmans, uitg. Humanistische Jongeren, s.l., s.d.
  • Notteboom, H., Kroniekcatalogus. Mevrouw Courtmans-Tentoonstelling. Eeuwfeest van mevrouw Courtmans, Gemeentebestuur van Maldegem, 1990, 36 p.
  • Taeldeman, J., Mevrouw Courtmans (1811-1890), in : Boek en Bibliotheek, reeks VI, 1991, nr. 3, p. 4-7.
  • L. Fonteyne en M. De Schepper, “Mijne Hooggewaardeerde Vriendin”, brieven van Maria van Ackere-Doolaeghe aan Johanna Desideria Courtmans-Berchmans (met een antwoord), in: Miscellanea Denise De Weerdt  (1993). Over Mevrouw Courtmans’ leven en werk.
  • Deprez, Ada, Gobbers, Walter en Wauters, Karel (red), Hoofdstukken uit de geschiedenis van de Vlaamse letterkunde in de negentiende eeuw. Deel I, Gent, Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1999, p. 225-236.

 

Geraadpleegde bronnen

Websites

Referenties

  •  WAUTERS, K., Het Vlaamse fictionele proza van Conscience tot Loveling. In: Hoofdstukken uit de geschiedenis van de Vlaamse letterkunde in de 19de eeuw. Deel 1, p.225-236

 

BIBLIOGRAFIE

De gegevens van deze bibliografie werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen.
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles
  • Universiteitsbibliotheek – Katholieke Universiteit Leuven
  • Universiteitsbibliotheek – Gent

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.

Chronologisch overzicht

 Jaar  Titel Fotogalerij   Uitgeverij 1ste druk
 1841  Het blind Meisje, aen den weldadigen oogmeester van Beirvelde: M.J. Fierens.  Gent:
 1842  Maria Theresia, lierzang, waeraen het rhetoryk van Veurne den gouden eerpenning heeft toegewezen in de pryskamp van de 26 september 1841. (poëzie)  Gent: T & D Hemelsoet. -12p.
 1842  Karel van Poucke.

Bekroond te Dixmuide.
 1842  Philippina van Vlaenderen, idem; Karel van Mander, historisch verhael, idem; Pieter de Coninck, bekroond te Eecloo. (poëzie)
 1843  Margaretha van Braband (1354) in zes zangen. (poëzie)  Gent: Dullé-Plus. -96p.
 1843  Lof van het pausdom. (poëzie)
 1845  Tuiltjes voor Godvreezenden.  Antwerpen: Van Dieren. -39p.
1851 Belgie’s eerste koningin. (poëzie)
Bekroond te Poperinge.
Lier: Joseph Van In & Cie. -32p.
1855 Marnix van St. Aldegonde.
Bekroond door de ‘Olijftak’ te Antwerpen.
1855 Karel de Stoute, Jacob van Artevelde, Belgie’s Koningin, dichtstukken; Eene handvol gedichtjes voor brave kinderen Doornik: Casterman. -95p.
1855 Helena van Leliëndal, romantisch verhael. (roman)

Bekroond in de letterkundige wedstrijd van de Gazette van Gent.
Gent: Eug. Vanderhaeghen. -99p.
1855 Poets wederom poets, tooneelstukje in één bedrijf. (jeugdtoneel) Lier: Joseph Van In & Cie. -22p.

Afmetingen: 18 x 11
1855 Twee weezen in de kostschool, tooneelstukje . (jeugdtoneel) Lier: Joseph Van In & Cie. -16p.

Afmetingen: 18 x 11
1855 Een handvol gedichtjes voor brave kinderen. (jeugdpoëzie) Doornik: Casterman. -95p.
1856 De Rentmeester, tooneelstuk in drie bedrijven, in 1856 te Antwerpen bekroond door Het Nederlandsch Kunstverbond.
1856 Vlaemsche Poëzy, een bundel gedichten. (poëzie) Lier: Joseph Van In & Cie. -96p.
1858 Het Pausdom, gedicht. (poëzie) Roeselare:
1861 De Vlaemsche Burgemeester van 1819. (roman) Gent:
1862 Anna de Bloemenmaegd. (roman) Gent: W. Rogghé
1862 Edeldom, romantisch verhael. (feuilletonroman) Gent: Eug. Vanderhaeghen. -130p.
1862 De gemeente-onderwyzer, romantisch verhael. (roman) Gent: I.S. Van Dooselaere
1863 Griselda.(roman)
Een soort vervolg op ‘De bloemenmaegd’ (1862)
Lier:  Joseph Van In & Cie. -107p.
1863 De Zwarte Hoeve. (roman) Gent: W. Rogghé.
1864 Drie novellen: De Bloem van Cleit, De Zoon van den Molenaar, De Bondgenoot. Gent:
1864 De gekeerde Kazak. (roman) Kortrijk:
1864 Livina. (roman) Gent:
1864 Het Geschenk van den Jager, bekroond met den vijfjaarlijkschen prijs van Nederlandsche letterkunde, (1860-’64) (roman) Gent: Eug. Vanderhaeghen. -176p.
2de druk 1866
1865 Drie testamenten. (roman) Gent: W. Rogghé.
1865 De Hut van Tante Clara. (roman) Gent: W. Rogghé. -118p.
1866 Genoveva van Brabant. (roman) Brussel: Devaux. -183p.
1866 Het Plan van Heintje Barbier. (roman) Gent: W. Rogghé. -188p.
1866  De schuldbrief. Dordrecht:
1867 De Zaakwaarnemer. (roman) Gent : W. Rogghe. -184p.
1867 Schone Celia. (novelle)
1868 Tijdingen uit Amerika. Dordrecht:
1868 Moeder Daneel, eene geschiedenis onzer dagen. (roman) Antwerpen: Marchand. -177p.
1868 Nicolette, gesch. eener vondeling. (roman) Tielt: Van Wermeskerken. -334p.
1869 Moeders spaarpot. (novelle) Dordrecht:
1869 Eens is genoeg. Dordrecht:
1870 De Zoon van den Mosselman Dordrecht:
1871 Bertha Baldwin, geschiedkundige roman uit de XIVe eeuw. (roman)
Omslagillustratie: Edmond Van Offel.
Antwerpen: L. De Cort, s. a. -82p.
Reeks: Bibliotheek van fraaie letteren nr 3
1872 Christina van Oosterwei. (roman) ’s Gravenhage: Susan. -299p.
1872 Tegen Wil en Dank.(proza) Dordrecht:
1872 De Wees van het Rozenhof. (roman) Antwerpen: . De Cort, s. a. -121p.
Reeks: Bibliotheek van fraaie letteren nr 2
1872 De firma. (verhaal)
 1873  Het Rad der Fortuin, eene geschiedenis onzer dagen. (roman)  Antwerpen: De Vos. -117p.
 1873  De Koewachter. (novelle)  Dordrecht:
 1874  De verscheurde Bladen. (novelle)  Dordrecht:
 1875  De winkeldochter van juffrouw Smit.  Gent: -21p.
1876 De gezegende Akker. Dordrecht:
1878 Karel Klepperman. (roman) Gent: lib. E. Todt. -202p. / Dordrecht: Revers.
1879 Rozeken Pot. (roman) Dordrecht:
1882 De Hoogmoedige. (roman) Gent: lib. J. Vuylsteke. -284p.
1883 Pachtverhooging. Antwerpen: Nederlandsche Dicht en Kunsthalle. -24p.
1884 De gezegende Akker. (jeugdnovelle) Roeselare: De Seyn-Verhoughstraete. -92p.
1884 De Koewachter. (jeugdnovelle) Roeselare: De Seyn-Verhoughstraete. -82p.
1885 Roza van den boschkant.  (roman) Gent: lib. J. Vuylsteke. -244p.
1885 Uit liefde getrouwd. . (roman)

1883-1890

  •  Haar gezamenlijke werken uitgegeven door De Seyn-Verhoogstraete, 1883-’90 en opnieuw door Lodewijk Opdebeek, 1921.
  • Haar Verhalen en novellen werden door W. Rogghé uitgegeven in 22 delen (1883-1890), haar Volledige prozawerken in 33 delen (1923 e.v.).

Verscheidene van haar werken werden vertaald in het Frans en in het Duits.