home | Inloggen
Aantal schrijvers: 531 | Aantal boeken:

15464

Moens, Wies

Maakt deel uit van: , ,

Wies Moens

Sint-Gillis-Dendermonde, 28  januari 1898 – Geleen,  5 februari 1982

Als dichter vertegenwoordigt Moens de ethisch humanitaire strekking van het expressionisme in Vlaanderen.

Schreef talrijke essays, vertaalde toneelstukken en novellen.

Was een  katholiek politicus in de Vlaamse Beweging, betrokken bij het activisme in WOI en collaboratie in WOII.

 

BIOGRAFIE

28 januari 1898: Wies Moens werd geboren te Sint-Gillis-Dendermonde als zoon van een bakker. Hij was het enige kind van Karel Moens en Johanna Moreels

  • Tijdens zijn collegejaren aan het Heilig Maagdcollege (Latijn-Griekse humaniora) te Dendermondewerd hij lid van het Vlaams Studentengild “Jong maar Moedig“. Onder invloed van Lodewijk Dosfel en zijn tijdschrift ‘Jong Dietsland’ leerde hij de Vlaamse Beweging kennen. Tijdens zijn collegejaren werd hij lid van het Algemeen Katholiek Vlaams Studentenverbond (AKVS).
  • Tijdens Wereldoorlog I gaf hij in een dagschool in Hamme les aan werkloze arbeiders, hield voordrachten over Hendrik Conscience, Guido Gezelle, Stijn Streuvels en werd hij zich bewust van zijn sociale roeping.

1916 tot 1918: Studeerde Germaanse filologie aan de vernederlandste – maar door de Duitse bezettende overheid gesteunde -universiteit te Gent. Met de hulp van professor Dosfel stichtte hij in Dendermonde een kunstkring “Eigen Leven”.

13 december 1918-5 maart 1921: Veroordeling en verblijf in de gevangenis wegens politiek activisme. Tijdens zijn verblijf in de gevangenis schreef hij de expressionistische dichtbundels “De boodschap” (1920) en “De tocht” (1921) en het pacifistische “Celbrieven” (1920).

  • Kunstenaars zoals August Vermeylen of Herman Teirlinck getuigden bij heel wat vooraanstaanden ten gunste van de jonge dichter.
  • De Vereniging van Vlaamse letterkundigen stuurde een verzoekschrift naar de minister, getekend door Vermeylen, Teirlinck, Van Boelaere, Van Hecke en Hegenscheidt. Door Filip de Pillecijn, Achilles Mussche, Reimond Herreman en Maurice Roelants werd een petitie rond de zaak Moens verspreid, met een bede aan alle Vlaamse intellectuelen om deze te tekenen.

Na zijn vrijlating vervulde hij zijn dienstplicht.

1920: Moens publiceerde zijn eerste gedichten in het tijdschrift Ruimte (1920-1921).

  • Ruimte was een Antwerpse literair tijdschrift. Ruimte ontstond op initiatief van Eugeen de Bock in 1920, die kort daarvoor uitgeverij De Sikkel oprichtte. Het was het leidende tijdschrift van het humanitair expressionisme en zette zich af tegen het tijdschrift Van Nu en Straks, men wilde voorrang geven aan het ethische boven het esthetische, aan gemeenschapskunst boven individuele kunstwerken. Andere medewerkers waren Marnix Gijsen, Gaston Bussens, Paul van Ostaijen, Herman Vos, Eugeen de Bock en Karel van den Oever.

Moens zal nadien heel wat bijdragen leveren voor het katholieke tijdschrift Ter Waarheid (1921-1924)

1922: Huwelijk met Margaretha Tas.

1922: Secretaris van het Vlaamse Volkstoneel en correspondent van het Noord-Nederlandse katholieke dagblad De Tijd, als opvolger van Lodewijk Dosfel.

1923: Richt met enkele anderen het te Gent verschijnende tijdschrift ‘Pogen’ (1923-1925) op, dat zich voorstelt als ‘Maandschrift der Jonge Gedachte in Vlaanderen’.

  • In de 2de jaargang geeft ‘de Redaksie’ een ‘korte verklaring’ over de strekking van het blad: Rooms-katholiek, Liefde voor de Vlaamse gemeenschap, ‘die ons het hechtst en op de meest onmiddellike wijze met de ganse gemeenschap der menschen over de aarde verbindt’. Wat de kunst –waarmee ook literatuur bedoeld wordt- betreft: ‘van ons religieus, noch van ons sociale leven kunnen wij haar abstraheren’. Onverbiddelijk moet worden geageerd tegen ‘dilettantisme, hetwelk de kunst verlaagd tot een gril’, tegen de kunst om de kunst, die ‘zondig(t) tegen de Heilige Geest’.

1923: Publicatie van zijn laatste expressionistische dichtbundel Landing

1930: Ontslag bij het dagblad De Tijd wegens zijn uitgesproken nationalistische stellingnames.

1931: Richtte samen met o.a. Joris Van Severen, het Verbond van Dietse Nationaal Solidaristen (Verdinaso) op.

1934: Breuk met het Verdinaso.

  • Op 14 juli 1934 kondigde Van Severen de Nieuwe Marsrichting aan, een eenzijdige demarche die het einde inluidde van een revolutionaire anti-Belgische lijn van het verbond en de fascistische machtsovername binnen België vooropstelde. Met deze koerswijziging werd de ‘zuivere’ Groot-Nederlandse gedachte prijsgegeven en vervangen door een zgn. Bourgondisch ideaal, waarbij gestreefd werd naar een hereniging met inbegrip van de Walen en de Luxemburgers.
  • Voor Moens was de integratie van deze ‘volksvreemde elementen’ onverenigbaar met zijn idee van Dietse volksnationalisme.

Hij werd een onafhankelijk theoreticus van het nationalisme in de Nederlanden, en publiceerde in het door hem opgerichte tijdschrift Dietbrand (1933-1939).

  • Moens ging uit van een organische Dietse volksgemeenschap die bestond uit verschillende volksgroepen (Vlamingen, Brabanders, Hollanders, Groningers enz.) en die door het gemeenschappelijke Dietse volkskarakter e en onverbrekelijke eenheid vormde. Dat Vlaanderen, Nederland en Frans-Vlaanderen ‘door zuiver-mechanistische staatsgrenzen in drie stukken uiteengerukt lagen, beschouwde hij als een onnatuurlijk gegeven, dat zo snel mogelijk ongedaan moest worden gemaakt door de uitbouw van een Dietse staat. Alleen binnen een dergelijke staatsstructuur kon de eigenheid van het volk – het zogenaamde ‘eigen wezen’ dat werd bepaald door raciale afstamming en inherente volksaard – zuiver en gaaf worden bewaard.

1935: Publicatie van de dichtbundel ‘Golfslag’. Uitgesproken nationalistische belijdenislyriek, waarin Moens in strak vormgegeven gedichten en sterke retoriek zijn politiek-ideologische opvattingen thematiseerde.

  • Golfslag illustreert de verschuivingen in Moens’ poëzie voor de zomer van 1934 en erna.
  • De strijdlyriek van voor de zomer, die Moens opnam in de tweede cyclus van Golfslag,  liet een strijdlustig en hoopvol geluid horen.
  • In de gedichten na de breuk (de derde cyclus) lijkt de poëzie voor de gedesillusioneerde dichter in eerste instantie een middel te zijn om zijn nederlaag te boven te komen. De volkse strijd wordt voortaan voorgesteld als een beproeving, een zware taak die de dichter vrijwillig en zonder enige zin voor nuance opneemt.

1938: Publicatie van ‘Het vierkant’. Ook in deze gedichtenbundel overheerst ideologie en streven naar volkse bewustwording.

1939: Publicatie van ‘Nederlandsche letterkunde van volksch standpunt gezien’. Een uitvoerig theoretisch essay waarin hij de pijlers van een ‘zuivere’ ‘volksverbonden’ literatuur uiteenzet.

  • De sterke nadruk op de organische band van de dichter met de Dietse volksgemeenschap noopte Moens tot een heldere omschrijving van het begrip ‘volk’. Hiervoor bediende hij zich van een radicaal romantisch discours dat in belangrijke mate schatplichtig was aan de ‘Blut und Boden’ ideologie en vooral aandacht had voor de organisch gegroeide volksgemeenschap en de mythe van het zuivere volk.
  • De Dietse volksgemeenschap omschreef hij als ‘een natuurvoortkomstige, gegroeide eenheid’.
  • Terwijl het Dietse karakter in hoofdzaak gevormd wordt door de inwerking van ‘het landschap’ en ‘de gesteltenis van de bodem’, werd de Dietse eenheid bepaald én gewaarborgd door ‘afstamming’, ‘rassische samenstelling’ en ‘zuiver bloed’.
  • In het gedicht ‘Volksche kantiek’ uit Golfslag wordt het zo verwoord:
Want wij zijn taai – Dat heeft de strijd
der vaadren met de zee gedaan, met slibbe en moer.
God leidde hen niet als andren in een vriendlijk dal.
Zij vonden ’t water, dras en wildernis.
Zij hebben ’t drummen van de zee gekeerd
en binnen dijk aan dijk de lage landen
gevormd naar hunnen rechten, kloeken zin.

1940-1944 (Tijdens Wereldoorlog II)

1940: Moens vindt aansluiting bij het VNV van Staf de Clercq.

  • Deze partij was haast onmiddellijk in de collaboratie gestapt in de hoop om met de hulp van de bezetter een Dietse volksstaat op nationaal solidaristische grondslag tot stand te brengen.
  • Deze uitdrukkelijke Groot-Nederlandse koers, waarmee het VNV zich afzette tegen het Groot-Duitse annexionisme, diende onder druk van de Duitsers na enkele maanden al aanzienlijk te worden afgezwakt
  • Vanaf het najaar van 1940 kwam het verbond niet langer op voor een Groot-Nederlandse staat
  • September 1941: omdat het Dietse standpunt prominent aanwezig bleef in de propaganda van het VNV, vaardigde de bezetter een verbod uit om nog langer in het openbaar over een politiek Groot-Nederland te spreken.
  • Geleidelijk aan stapte het VNV af van de idee van een Vlaamse of Groot-Nederlandse staat en begon ze zich te profileren als voorstander van een Groot-Germaanse Rijk.

4 april 1941: Met de steun van het VNV kreeg hij de leiding over de gesproken uitzendingen van Zender Brussel een radio-instituut dat tijdens de oorlog fungeerde als een propagandakanaal voor het nationaalsocialistische gedachtengoed.

Januari 1942: Bevorderd tot algemeen leider van de culturele uitzendingen, maar kwam al snel in aanvaring met de Duitse bezetter. Zijn weigering om wervingspropaganda te brengen voor het oostfront leidde tot een hevig conflict met de Duitse commissaris-administrateur maar bleef uiteindelijk zonder gevolg.

Oktober 1943: Moens weigert te berichten over de oprichting van een Hitlerjeugd Vlaanderen.

31 december 1943: Diende ontslag in omdat de zender steeds meer onder invloed kwam van de Algemeene SS-Vlaanderen en DeVlag.

  • In een voetnota van haar essay ’De volksverbonden lyriek van Wies Moens ‘ stelt Els Van Damme dat het conflict met de Duitse bezetter en het daaropvolgend ontslag vaak wordt aangegrepen om Moens’ betrokkenheid bij Zender Brussel te minimaliseren.  Zo stelt Eric Verstraete, dat Moens als leider van Zender Brussel bleef ‘doen wat hij voor de oorlog deed: de volkse, Dietse eigenheid en zelfstandigheid verkondigen en vrijwaren, ditmaal tegen het Duitse imperialisme (Verstraete, Wies Moens  p. 21-22).
  • Zij wijst erop, dat’ de weigering om propaganda te voeren voor het oostfront en de Hitlerjugend geen daden van verzet waren tegen het Duitse imperialisme. Moens had fundamentele bezwaren. De strijd tegen het communisme ter vrijwaring van het katholieke gedachtengoed kon zijn goedkeuring wegdragen, maar geconfronteerd met de eerste slachtoffers (onder wie VNV’er Reimond Tollenaere) deed hem twijfelen aan de zin van de onderneming. De Hitlerjugend Vlaanderen beschouwde Moens dan weer als ‘een totale verloochening van de door Albrecht  Rodenbach in het leven geroepen jeugdbeweging. (Moens en T’Sjoen, ‘Een historische en literaire inleiding’ p. 40.

1944-1947: Gedurende drie jaar leefde hij ondergedoken op verschillende schuiladressen in België

1947: Alhoewel hij zich tijdens de oorlog verzette tegen o.a. de anti-joodse excessen van de Duitsers, werd hij in 1947 bij verstek ter dood veroordeeld wegens collaboratie. Moens vluchtte daarop naar Nederlands-Limburg, waar hij leraar Nederlands werd aan het college te Geleen en stichter-directeur van de volkshogeschool Carmel.

Omwille van zijn nationalistische ingesteldheid werd en wordt hij vaak verguisd. Men mag echter de dichter en mens Wies Moens niet op dezelfde lijn stellen als de persoon Wies Moens met diens eigen politieke geaardheid.

1950-1964: Leraar Nederlands aan het college van de paters karmelieten te Geleen.

1955-1967: Directeur van de Volksuniversiteit ‘Carmel’ in Geleen.

  • Weerom was het zijn onverzettelijkheid die hem tot ontslag uit deze functie noopte. Ditmaal omdat hij het modernistische optreden van bepaalde leraars in Carmel resoluut afwees en tot geen compromis bereid was.

23 oktober 1968: Overlijden van zijn vrouw Grietje. Van dan af leeft hij in toenemende eenzaamheid.

December 1968: Particuliere gratieverlening door de Belgische minister van justitie, waarbij Moens’ doodstraf werd omgezet tot 20 jaar. Hierdoor kreeg hij de mogelijkheid om naar Vlaanderen terug te komen.

  • Wies Moens wees deze particuliere gratieverlening  af, uit solidariteit met de andere repressieslachtoffers; pas wanneer een volledige amnestie zou worden toegestaan, zou hij zijn particuliere amnestie willen aanvaarden.

1969-1974:  Wies Moens werd door zijn vrienden niet vergeten. Nagenoeg zijn hele oeuvre zowel proza als poëzie werd in diverse verzamelbundels heruitgegeven. Ook nadien zagen nog vele publicaties over het leven en werk van Wies Moens het licht.

5 februari 1982: De dichter overleed in het St.-Odiliaziekenhuis te Geleen.

Epiloog

27 juli 1983: oprichting van het Vormingsinstituut Wies Moens, gericht op studie en vorming in het algemeen, en op het bevorderen van de studie van Wies Moens en zijn werken in het bijzonder.

1996: Publicatie van Memoires Wies Moens.Met een historische en literaire inleiding door Olaf Moens en Yves T’Sjoen. Amsterdam: Meulenhoff  /  Antwerpen: Kritak -356p.

 

MEER OVER WIES MOENS

  • Jan D’Haese. 1981. Wies Moens. Gent (Oostvlaamse literaire monografieën nr. 23)
  • E. Verstraete, 1973. Wies Moens. Brugge (Ontmoetingen, nr. 101)
  • MOENS, WIES]/ VERSTRAETE, ERIK (ED.).  WIES MOENS 1898 – 1982. GEDENKBOEK.
    Antwerpen, Stichting Mercator – Plantijn, 1984., Gebonden, bruin linnen, vergulde titel op de voorplat en rug, met originele geïllustreerde omslagwikkel z/w, geïllustreerde schutbladen, 17,5×24,5cm, 478pp, geïllustreerd z/w,  Met bijdrage uit Zuid- en Noord-Nederland, talrijke zeldzame foto ‘s en archiefdokumenten en een keuze van gedichten.

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Websites

Referenties

  • Els Van Damme: De ‘volksverbonden’ lyriek van Wies Moens. In: ‘Verbrande schrijvers – culturele collaboratie in Vlaanderen 1933-1945’ L. De Vos: Y. T’Sjoen; L. Stynen (red.). Gent, Academia Press, 2009, pp. 71-91.
  • Mathieu Rutten en Jean Weisgerber (red.), Van Arm Vlaanderen tot De voorstad groeit: de opbloei van de Vlaamse literatuur van Teirlinck-Stijns tot L.P. Boon (1888-1946), Antwerpen, 1988.

 

SMAAKMAKER

Brabantsche lente

Uit: Golfslag (1935)

‘Kom,’ noodt mijn Brabantsche vriend mij, ‘en luister
naar den godenzang van de Lente hier !’
 
Eén spattende weelde, zoo vind ik het dorp,
de tuine’ overschuimd door de bloeiende kruinen.
Daarboven als bloesemwagens tiegen
de wolken in stoet aan de feestelijke lucht.
 
Van den heuvel schalmeit de jeugdige wind.
Zijn vreugde rukt los van de warme borst
der aarde den leeuwerk, die alvermetel
den kamp met den zilveren fluiter begint
en haalt den prijs, in gewinde koralen
uitstortend zijn hart, het vurige, kleine,
dat achter grauw gevederte klopt !
 
Waar het breede waaien den vogel lokt
tot juichende vlucht,
klimt het pad naar den ouden molen.
Hij houdt zijn armen ten hemel gestrekt:
een Mozes biddend op den berg van God
 
Geborge’ in den grond het goudene graan
dat wuivend zal in de Zomer staan
met aren die buigen onder hun vracht.
De molen, de duldzame, bidt en wacht.
 
Wij wandelen om zijn bultig lijf
en schouwen in’t dal:
het koren groent reeds overal.
Ik meen voorwaar, het felle bloed
dat de aarde door de aarde stuwt,
moet vonken als de nectar doet
der boeren, hun blond appelwijn !
 
Haal boven een flesch van ’t oude jaar:
de Lente zingt,
Brabantsche Lente, hoog en klaar !
 
De witte vlaggen van het licht
wapperen frisch langs ons aangezicht.
Het is, als schrijden fijfelaars in wit en blauw
ons voor ten dronk. – Terwijl wij treên
den drempel over, stapt de schare
de hoving op, den boomgaard in, en ginds
bij de pralende kerselaren
speelt voort de muziek: het suizen en deunen
golft om het huis met den bloesemgeur.
 
Mijn vriend thans, opetogen:
‘Zeg, kent ge schooner wonen
dan dit: met open deur
aan den klankstroom van Gods verblijdenis,
die komt van de hoogte, het huis omvloeit ?’
 
Ik, ’t glas geheven, breng
een krachtig ‘Heil’ ! hem toe, sluit bei mijn oogen
en zie: hoe een verdwaalde meeuw,
heenscherend pijlsnel over den disch,
het milde stroomen daarbuiten
haar heimwee meldt; de borst gelijk een schild,
en ’t kantig snijden van haar scherpe vlerken.

 

Knielen zal ik

Uit: De Boodschap (1920)

Knielen zal ik
tussen Uw simpele luiden.
Het tempo van hun hart
is de rustige regelmaat
van koperen slingers,
in antieke klokkasten
van eikehout.
Ik zal het jagen  stilleggen
van mijn hart,
met kalme riemslag
roeiën naar Uw meren van licht.
Daar is geen rimpel
in het meervlak,
lijk daar geen rimpel groeft
door Uw effen gelaat.
 
Knielen zal ik
tussen Uw simpele luiden.
Zij dragen ruige baard
en spuwen op de vloer van Uw heiligdom;
maar in hun ogen is
de eenvoud der kleinen,
terwijl zij luisteren naar Uw woord.
 
Ik zal de wortel der ijdelheid
rukken uit mijn oogappel,
de hoge pracht der begeerlikheid
wassen van mijn netvlies:
dat mijn ogen worden gewijd
voor het aanschouwen van wintermisère
en de bespotting
van dompelaars langs de straatweg.
 

BIBLIOGRAFIE

Woordje vooraf

Deze bibliografie werd verdeeld over 4 afdelingen

  1. Eigen literair werk in boekvorm (proza, poëzie, essays enz) – chronologisch
  2. Vertalingen gemaakt door Wies Moens – alfabetisch op naam van de vertaalde auteur
  3. Publicaties in Duitsland
  4. Bijdragen aan tijdschriften – chronologisch

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • Piet Devos: Van reuzen tot dwergen. Bibliografie – Vlaamse schrijvers in de 20ste eeuw – Eerste drukken. Kortrijk, eigen beheer 2007
  • POËZIECENTRUM VZW – Gent

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.

1. Eigen literair werk in boekvorm

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
s.d.[1920] Cel-brieven. (proza)

Met inleiding van Lodewijk van Dosfel.
Antwerpen: De Sikkel./ Amsterdam Em. Querido -125p.

Afmetingen: 13.50 x 10.50 (ingenaaid)
Colofon: Dit zijn 10 brieven, aan vrienden geschreven door de jonge flamingant Wies Moens te Gent, tijdens zijn voorlopige hechtenis, die sedeet 1918 nog voortduurde toen dit boekje op de pers werd gelegd: november 1920. Zij verschenen gedeeltelijk in het dagblad “Ons Vaderland”.
s.d.[1920] De boodschap. (poëzie) Antwerpen: De Sikkel. / Amsterdam: Em. Querido. -31p.

Afmetingen: 19 x 12.50

 

1920 Het lied der Vlaamse meisjes.

Gedicht van Wies Moens; Muziek van Emiel Hullebroeck
Brussel: “De Standaard” : N. V. Dogilbert, drukker. – 2 bladen : muziek ; 35 x 27.
s.d.[1921] De tocht. (poëzie) Moens 8 Antwerpen: De Sikkel. / Amsterdam: Em. Querido.  -48p.

Afmetingen: 18.60 x 12 (ingenaaid)
s.d.[1922] Verzen. (poëzie) Antwerpen: De Sikkel. / Amsterdam: Em. Querido. -75p.

Afmetingen: 19.50 x 12.50 (ingenaaid)
s.d.[1922] Opgangen. (poëzie)

Met zes houtsneden van Jozef Cantré, één op de omslag, één op de titelbladzijde en vier binnenin.
Moens 7 Antwerpen: De Sikkel, Arnhem: Van loghum, Slaterus & Visser. -47p.

Afmetingen:25 x 16.40 (ingenaaid)
Colofon: Voor deze bundel Opgangen werden houtsneden gemaakt door Jozef Cantré. Er werden 150 ex. getrokken op Hollands papier (Van Gelder Zonen), genummerd van 1 tot 150 en 600 ex. op zwaar Engels papier, genummerd van 151 tot 750.
Dit is nr 519
Drukkerij J.-E. Buschmann, Antwerpen.

 

1923 Landing. (poëzie)

2de uitgaaf 1925
Moens 11 Antwerpen: De Sikkel. / Santvoort: Mees. -63p.

Afmetingen:16 x 15 (ingenaaid)

 

1927 Lodewijk Dosfel herdacht. (essay) Dendermonde: Dosfel-Tysmans. -32p.
1930 Poëzie, 1919-1925. (poëzie – verzamelbundel)

Bevat: De boodschap; De tocht; Opgangen; Landing.
 
Tweede druk 1940

 

Moens 4 Antwerpen: De Sikkel. -139p.

Afmetingen:17.40 x 12.80 (gebonden – harde blauwe linnen kaft)
Colofon: Dit boek bevat de vierde uitgaaf van DE BOODSCHAP (geschreven in 1919), benevens een keuze uit de bundels: DE TOCHT (1920), OPGANGEN (1921), LANDING (1923), en uit de verzen die ontstondentussen de eerste en de tweede druk (1923-1925) van het laatstgenoemde werk.
Drukkerij Michiels-broeders, Tongeren.
1933 Een vlag waait open … : spreekkoor bij gelegenheid van de 2de Landdag van het Verdinaso. moens-18 Uitgave van het Verbond van Dietsche Nationaalsolidaristen. -14p.
Verantwoordelijke uitgever: Pol Leroy, Ommegangstraat, 29 Izegem.
Afmetingen:  22.50 x 15.50 (geniet)
1935 Golfslag. (poëzie) Moens 5 Antwerpen: De Sikkel. -54p.

Afmetingen: 21 x 15.60 (ingenaaid)
Colofon: Van dit boek werden 500 exemplaren gedrukt op Allura Superfine van Spalding en Hodge, genummerd van 1 tot 500.

 

1938 Het vierkant. (poëzie)

Deeltitels: Omtrek; Eenzame post; Hart in den donker; Lichtval.
Moens 2 Antwerpen: De Sikkel, Santpoort: Mees. -64p.

Afmetingen:21.30 x 15.60 (ingenaaid)
Colofon: Van dit boek werden 500 exemplaren gedrukt op Featherweight van Spalding en Hodge en genummerd van 1 tot 500. Dit is nummer 34.

 

1938 Dietsche jeugd: een spreekkoor voor jonge mannen.

Dit spreekkoor is een herwerkte versie van het eerder verschenen ‘Een vlag waait open’ (1933)
Leuven: Dietsch jeugdverbond. -15p.

Afmetingen: 23 x 15.50
1938 De dooden leven: René de Clerq, Lodewijk Dosfel, Osacr de Gruyter en Karel van den Oever herdacht. (essay)

Deze bundel bevat een lezing gehouden op 14 november 1937, de 60e geboortedag van René de Clercq
Bevat 4 foto’s : René de Clercq, Lodewijk Dosfel, de kop van Oscar de Gruyter gebeeldhouwd door E. Poitou en een houtskooltekening van Jan Grégoire gewijd aan Karel van den Oever.

 

Brussel: Phalanx. / Amsterdam: Amsterdamsche Keurkamer . -104p.

Afmetingen: 21 x 15
Colofon: er werden gedrukt: 10 exemplaren op Hollandsch geschept papier Van Gelder Zonen, genummerd van I tot X. 50 exemplaren op opdikkend Engelsch papier, genummerd van 1 tot 50 en getekend door de schrijver.

 

1939 Nederlandse letterkunde van volksch standpunt gezien. (essay) Rotterdam: Dietsche Boekhandel. -40p.

Reeks: Uitgaven van de Volksuniversiteit Herman van den Reeck. – Antwerpen; vol. 7: 31
1940 Dertig dagen oorlog. (oorlogsdagboek)

Pentekeningen van René Depauw.
Moens 16a
1941: 2de druk , Wiek Op, Brugge

 

 

 Moens 16 Brugge: Uitgeverij “Wiek Op”. -134p.

Afmetingen: 19 x 12.50 (ingenaaid)
Colofon: Dit oorlogsdagboek van Wies Moens, met penteekeningen van René Depauw, gezet uit de Egmont van S.H. de Roos en gedrukt op de persen van D.A. Walleyn, werd in het najaar 1949 uitgegeven door “Wiek Op” te Brugge. De oorspronkelijke uitgave bestaat uit 26 exemplaren gedrukt op geschept Pannekoek, gemerkt van A tot Z en gehandteekend door den schrijver en den teekenaaar.
1940 Poëzie 1919 – 1925. (poëzie – verzamelbundel)

Tweede druk van 1930
Antwerpen: De Sikkel. -139p
1942 Onze volksche adel: rede uitgesproken te Mechelen op 25 november 1941. (essay)

Uitgegeven door het VNV, met op het voorplat een zwaard met een odal-rune.
Deze brochure bevat een rede uitgesproken door Wies Moens te Mechelen op 25 november 1941. Het is één van de belangrijkste teksten waarin Moens het begrip volk gedefinieerd heeft, maar in deze rede was hij ook bijzonder vriendelijk voor Hitler, die hij een geniale leider noemt.
moens-17 Antwerpen: Uitgeverij Volk en Staat. -24p.

Druk: drukkerij-boekbinderij Volk en Staat N.V./uitgeverij De Schelde beheerder-algemeen direkteur: Karel Peeters, Somersstraat 22, Antwerpen. Organisatie: V.N.V. Prijs: 5 fr.

 

1943 De spitsboog. (essays)

Op het omslag: een afbeelding van gotische spitsbogen en acht illustraties binnenin, landschapsfoto’s en opnamen van kunstwerken.
Deze uitgave bevat bijdragen uit de tijdschriften Dietbrand, Roomsch-Katholiek Bouwblad, Volk en het Noord-Nederlandse dagblad De Tijd naast teksten van 2 lezingen, één toespraak en een bijdrage in het Gedenkboek Prodsper de Troyer, Pro Arte Diest.

 

Moens 1 Brugge: Uitgeverij “Wiek Op”. -132p.

Afmetingen: 21 x 15.50 (ingenaaid)
Walleyndruk, Brugge Toelatingsnummer P.A. Nr 707.
1944 Klein Verschaeve Brevier. / Cyriel Verschaeve;

Samengesteld en ingeleid door Wies Moens;
Uitgegeven bij gelegenheid van den zeventigsten verjaardag van Cyriel Verschaeve, 30 April 1944.
Inleiding tot het “Klein Verschaeve Brevier” (essay, pp 7-24)
Verschaeve 1 Brugge: Uitgave “Zeemeeuw”.  -131p.

Afmetingen: 17 x 12 (gebonden – harde kartonnen geïllustreerde kaft)
Wallleyndruk Brugge – Toelating P.A nr.3184
Colofon: Van dit boekje dat verscheen bij “Zeemeeuw”, Brugge bij gelegenheid van ’s meesters zeventigsten verjaardag op 30 april 1944, werden zes exemplaren gedrukt op Hollandsch geschept pannekoek papier en genummerd van I tot VI. Deze exemplaren zijn niet in den handel.
1944 Het spoor. (poëzie) Moens 3 Brugge: Uitgeverij “Wiek Op”. 26p.

Afmetingen: 19.90 x 13.60 (gebrocheerd)
Colofon: De oorspronkelijke uitgave van dezen bundel gezet uit de Erasmus van S.H. de Roos, bestaat uit 200 exemplaren op featherweight, genummerd van 1 tot 200.
Toelatingsnummer P.A. 9705

 

1944 Eeuwige jeugd, eeuwig volk: beschouwingen over volkskultuur.

Samen met Ferdinand Vercnocke en Edgard Wauters.
Ter inleiding: Eugeen Verstraete. Prijs: 20 fr.
Bijdragen: Edgard Wauters, Vivo in de branding, rede uitgesproken bij gelegenheid van een plechtige feestzitting van VIVO te Brussel, den 16en in Zaaimaand 1943; Wies Moens, VIVO: een school voor levensstijl, rede uitgesproken bij gelegenheid van den VIVO-Kaderdag te Brussel, den 17en in Zaaimaand 1943; Ferdinand Vercnocke, De vernieuwing van ons volk door de jeugd, rede uitgesproken bij gelegenheid van den VIVO-kaderdag te Brussel, den 26en in Grasmaand 1942.

 

Brussel: De burcht. -39p.

Reeks: Vivo-reeks; vol. 1
Druk: A. Hessens, Brussel.
1948 Brief aan Brueghel. (essay) Brussel:privé-uitgave – 47p.
1962 De verslagene. Gedichten door Wies Moens. (poëzie)

De tekening die het omslag verlucht, is van Leo De Ridder.

 

Moens 6 Maastricht: Privé-uitgave. -51p.

Afmetingen:21.40 x 15.50 (ingenaaid)
Colofon: Deze bundel, waarin enkele van mijn schaarse gedichten uit de jaren 1945-1960 zijn bijeengebracht, verschijnt als PRIVE druk.
De tekst werd gezet uit de Bodoni-letter van Giambattista Bodoni., gedrukt op gevergeerd Cleopatra en typografisch verzorgd door de Grafische Kunstindustrie “Ernest van Aelst” in Het Hooghe Huys op de Jeker te Maastricht.

 

1968 Gedichten 1918-1967. (poëzie – verzamelbundel)
 
Bevat: De boodschap; De tocht; Opgangen; Landing 1 – 2; Golfslag; Het vierkant; Het spoor; Ongebundelde verzen; De verslagene; Ad vesperas.
Moens 9 s.l.: privé-uitgave. -195p.

Afmetingen: 21.60 x 16  (ingenaaid)
Colophon: Het boek ‘Gedichten 1918-1967’, door Wies Moens, verscheen als privé-uitgave bij gelegenheid van de zeventigste verjaardag van de auteur.
De tekst werd gezet uit de Bodoni van Giambattista Bodoni, gedrukt op 120 grams crème houtvrij offset en typografisch verzorgd door de Grafische Kunstinrichting “Ernest van Aelst” te Maastricht gevestigd in het “Hooghe Huys op de Jeker”.

 

1968 Ad Vesperas (poëzie)
1969 Albert Servaes. de kruisweg van 1919: met begeleidende tekst door Wies Moens.

Bevat 14 reproducties van ‘de kruisweg van 1919’ over de volledige bladzijde afgedrukt
Lay-out Jos Hendrickx.

 

 Moens 15 Deurle: Colibrant –Uitgaven -z.p. [62p.].

Reeks : Cahiers van Deurle;
Afmetingen: 30 x 21.50 (ingenaaid)
Colofon: Deze monografie, de eerste in een door de Colibrant-Uitgaven / Deurle gepubliceerde reeks Cahiers van Deurle, bevat naast de reproduktie van de Kruisweg uit het jaar 1919, door Albert Servaes, een door Wies Moens speciaal voor deze publicatie geschreven tekst die de veertien Kruiswegstaties begeleidt. De uitgave kwam tot stand in de lente van het jaar 1969, naar een lay-out van de graficus Jos Hendrickx, in samenwerking met de Stichting Museum Mw. J. Dhondt-Dhaenens / Deurle en de Drukkerij Erasmus / Ledeberg, die voor de technische bijdrage voor de originele uitgave Van Gelder-papier gebruikte en de tekst met de hand deed zetten uit de Garamond letter, corpus 18.
Ook de gemeente Deurle a/ Leie, in de persoon an Dr. A. de Pesseroey, burgemeester, verleende haar medewerking bij het voorbereiden van deze uitgave, waarvan de oplage 500 exemplaren bedraagt.
1969 Proza I .

Bevat: Celbrieven (8ste druk), -Dertig dagen oorlog,(3de druk) -Brief aan Brueghel (2de druk), -Notities uit de nazomer van vierenveertig (verschenen in Dietsland-Europa sept. 1965), -Ic segh adieu (1944)
s.l. : privé-uitgave. -250p.

Afmetingen: 22 x 16.50 (gebonden in zwarte linnen band met groen vignet dat een cel met papier en inktpot door Emile Taalman voorstelt))
Colofon: Proza van Wies Moens – met vignet door Emile Taalman – verscheen als een privé-uitgave. De tekst werd gezet uit de Bodoni van Giambattista Bodoni, gedrukt op 120 grams crème houtvrij offset en typografisch verzorgd door de Grafische Kunstinrichting “Ernest van Aelst” te Maastricht gevestigd in het “Hooghe Huys op de Jeker” A.D. MCMLXIX (1969).

 

1970 Proza II.

Bevat: Nederlandse letterkunde van volks standpunt gezien (3de druk), -De doden leven (2de druk), -De spitsboog (2de druk).
Afbeeldingen van Moeder Armoede, een beeldhouwwerk van Victor Cassiman; De Emmaüsgangers, een schilderij van Johannes Vermeer; De goede Herder, een schilderij van Prosper de Troyer en Zittende jonge man, een tekening van Pieter Paul Rubens.

 

s.l.: privé-uitgave. -250p.

Afmetingen: 21.40 x 15.50 (gebonden in zwarte linnen band met groen vignet dat een boek, een toneelmasker een kaars en een hoorn voorstelt)
Colofon: Proza van Wies Moens – met vignet door Emile Taalman – verscheen als een privé-uitgave. De tekst werd gezet uit de Bodoni van Giambattista Bodoni, gedrukt op 120 grams crème houtvrij offset en typografisch verzorgd door de Grafische Kunstinrichting “Ernest van Aelst” te Maastricht gevestigd in het “Hooghe Huys op de Jeker” A.D. MCMLXX (1970).

 

1973 Proza III.

Bevat: -Het activistisch avontuur en wat er er op volgde, -Kamp om Dietsland, -Nederlandse werkelijkheden, -11 juli : Dietse dag, -Zuid-Nederland en Willem van Oranje, -Onze Volkskamp,-Bijdragen tot de kennis van ons volk, -Een nieuw boek over ons volk, -“Vlaanderen” door Duitsers gezien, -Bij een uitlating van Prof. Geyl, -De stem van het bloed, -Herinneringen aan Zuid-Afrika, -Bij het verscheiden van Hugo Verriest, -Dr. Antoon Jacob, -Rosa de Guchtenaere, -Dr. August Borms, -Pater Dr. A.D. Stracke, -Jean Marie Gantois, -In memoriam Staf Bruggen, -In memoriam Gaston Feremans, -Aan Angela Dosfel-Tysmans)
s.l.: privé-uitgave. -274p.

Afmetingen: 21.40 x 15.50 (gebonden in zwarte linnen band met groen vignet dat voorstelt de voorgevel van de aula van de Gentse universiteit, een leeuwenvlag en het Gentse Belfort)
Colofon: Proza van Wies Moens – met vignet door Emile Taalman – verscheen als een privé-uitgave. De tekst werd gezet uit de Bodoni van Giambattista Bodoni, gedrukt op 120 grams crème houtvrij offset en typografisch verzorgd door de Grafische Kunstinrichting “Ernest van Aelst” te Maastricht gevestigd in het “Hooghe Huys op de Jeker” A.D. MCMLXXII (1972).

 

1973 Proza IV.

Bevat: -Rondom een lezing over “Het nieuwe dichten”, -Paul van Ostaijen en de studenten der Nederlandse universiteit te Gent (1916-1918), -Pieter van der Meer de Walcheren in de jaren ’20, -Tweemaal Streuvels, -Van Marie Koenen tot Felix Timmermans, -Bij de 50e verjaardag van Karel van de Woestijne, -Cyriel Verschaeve, -Omer Karel de Laey, -Het levenswerk van August Heyting, -“Bartje” door Anne De Vries, -Dietse vertellers, -Emiel Verhaeren, -Charles de Coster, -Twee schrifturen over poëzie, -Wedergeboorte der literatuur, -Albert Mähkl, -Nederduitse herleving, -“Hannibal” door Mirko Jelusich, -Een Finse verteller, -Een merkwaardige studie, -Richard Benz over de Duitse romantiek, -Doctor Faustus : sage-figuur en symbool, -De eenzame mens in de hedendaagse letterkunde, -Dante’s actuele betekenis, -“Mariken van Nieumeghen” door het Vlaamse Volkstoneel, -“Claudel’s “Maria boodschap” door het Vlaamse Volkstoneel, -“Van wee Coninxkinderen” op de Planken, -“Adam in ballingschap” door het Vlaamse Volkstoneel, -“Compostella” van Dietzenschmidt door de toneelgroep “Exelsior”, -Feber’s “David” in Vlaanderen vertoond, -De tragedie van Judas, -Carlo Goldini in een Vlaams provinciestadje, -Een toneelavond te Lier, -Bredero in de Nederlandse schouwburg te Antwerpen, -Een voorstelling door “Gods Vagevonden” uit Mechelen, -Antoon van de Velde’s “Tijl”, -“De spelbreker” comedie door Paul de Mont, -Rembrandt op de Planken, -Over het poppenspel.
s.l.: privé-uitgave. -366p.

Afmetingen: 21.40 x 15.50 (gebonden in zwarte linnen band met groen vignet dat een toneel of woordkunstenaar bij een stapel boeken voorstelt)
Colofon: Proza van Wies Moens – met vignet door Emile Taalman – verscheen als een privé-uitgave. De tekst werd gezet uit de Bodoni van Giambattista Bodoni, gedrukt op 120 grams crème houtvrij offset en typografisch verzorgd door de Grafische Kunstinrichting “Ernest van Aelst” te Maastricht gevestigd in het “Hooghe Huys op de Jeker” A.D. MCMLXXIII (1973).

 

1974 Gedichten 1918-1974. (poëzie – verzamelbundel)

Tweede druk van “gedichten 1918 – 1967″ vermeerderd met andere gedichten.
Bevat: De boodschap; De tocht; Opgangen; Landing 1 – 2; Golfslag; Het vierkant; Het spoor; Ongebundelde verzen; De verslagene; Ad vesperas; Ongebundelde verzen [nieuwe reeks].
Moens 10 s.l.: privé-uitgave.  -297p.

Afmetingen: 21.40 x 15.50 (gebonden in zwarte linnen band met groen vignet dat een boot, een paard en een schrijfboek voorstelt)
Colophon: Dit boek met Gedichten van Wies Moens verscheen als privé-uitgave. Over de samenstelling staat het nodige te lezen op één der eerste bladzijden.
Het vignet is van Emile Taalman
De tekst werd gezet uit de Bodoni van Giambattista Bodoni, gedrukt op 120 grams crème houtvrij offset en typografisch verzorgd door Alberts’ drukkerijen bv Sittard. A.D. MCMLXXIV (1974).
POSTHUME UITGAVE
1996 Memoires WIES MOENS.

Met een historische en literaire inleiding door Olaf Moens en Yves T’Sjoen
Omslag en typografie binnenwerk Peter van de Cotte.
Foto’s: erven Wies Moens en Archief Universiteit Gent (p. 191, 200, 201, 257)

 

Moens 14 Amsterdam: Meulenhoff / Antwerpen: Kritak -356p.

Afmetingen: 23.60 x 15.60 (gebonden – met gekartonneerde kaft)

 

2. Vertalingen/bewerkingen

 

Brentano, Clemens

1948. Het bitter lijden van onzen Heer Jezus Christus. Naar het verhaal van Anna-Catharina Emmerich, uit het Duitsch vertaald door G.L. DIJKMAN ( = ps. Voor Wies Moens) , Antwerpen, De Nederlandsche Boekhandel. -344p.

Met geïllustreerde stofwikkel

Contardo Ferrini

1923. De kerstnovene. Gent: Uitgaven Cultura.

De tekeningen voor deze uitgave werden speciaal vervaardigd door Dom Gregorius de Wit, o.s.b.

Cheon, Henry

1927. De klucht van de gestrafte met den koorde: mirakelstuk in drie bedrijven (vert. uit het Frans). Thielt: Lannoo. 118p. Afmetingen: 19.50 x 15.50.

Chesterton, G.K.

1924. S. Franciscus van Assissi (vert. uit het Engels). Gent: Uitgaven Cultura. -245p. Afmetingen: 19 x 12.

Dietzenschmidt

1923. Compostella: legendespel in drie bedrijven. Gent: T Spyker. 88p. Oorspronkelijke titel: Die St-Jacobsfahrt. Reeks: Wederlandsch keurtooneel. – Gent; vol. 1

Met op het voorplat een tekening van Edg. Ernalsteen. Wies Moens vertaalde dit toneelstuk uit het Duits en liet de tekst voorafgaan door een biografische noot over de auteur Dietzenschmidt, pseudoniem voor Anton Schmidt. De eerste opvoering in Vlaanderen vond plaats in de Nederlandse Schouwburg te Antwerpen o.l.v. Jan Oscar de Gruyter

Hölderlin, Friedrich

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1943 Hölderlin, 1770-1843: tien gedichten.

Bibliofiele uitgave met de titels van de gedichten in blauwe letters, evenals een schaduwbeeld van het hoofd van Hölderlin op het omslag.
Vertaalde gedichten: Jeugd, Hyperions Lied (Hyperions Schicksallied), De dood voor ’t Vaderland, Bijval der Menschen, Geboeide stroom, Vergeef, Thuiskomst, De Eiken, Aan de schikgodinnen en s Levens loop.
Het Duitse origineel werd niet opgenomen.
Toelatingsnummer : P.A. 3760

 

Brugge: Wiek Op. -22p.

Afmetingen: 27 x 21.80 (ingenaaid)
Colophon: Bij gelegenheid van Hölderlin’s honderdsten sterfdag werd dit bundeltje, inhoudend tien gedichten van Hölderlin , vertaald door Wies Moens, in juni 1943 gedrukt op de persen van A. Hellinckx te Brussel die hiervoor gebruik maakte van de Erasmus letter van S.H. de Roos. Het ontwerp is van Jos. Leonard. De oorspronkelijke uitgave, naast de gewone editie, bleef beperkt tot zes exemplaren op geschept Pannekoek, gemerkt van A tot F en niet in den handel.
Het schaduwbeeld van Hölderlin werd bereidwillig ter reproductie afgestaan door het Schiller Nationalmuseum te Marbach.

Housman, Laurence

1929-1930. Van Sint Franciscus: negen taferelen uit het leven van de Poverello (vert. uit het Engels). Utrecht: De Gemeenschap. 4dln.

Luther, Arthur

1938 Kalewala: het epos der Finnen (naar de Duitsche bewerking van Arthur Luther).

Met een voorbericht van Wies Moens, houtsneden van J. Acket.
Antwerpen: De Sikkel. -158p.

Afmetingen: 21.60 x 16 (ingenaaid)
Colofon: Gedrukt op de persen van V. van Dieren & Co Venusstraat, 27, Antwerpen, MCMXXXVIII.

Marti, Hugo

z.d. [1949]. Het kerkje van zeven wonderen. Uit het Duitsch vertaald door G.L. DIJKMAN ( = ps. Voor Wies Moens), Heerlen, Winands. -208p. Ill.

Molière

1924. Pachter Dandin: klucht in drie bedrijven. Gent: Tspyker. -70p. Reeks: Internationaal keurtooneel. – Gent; vol. 2

Omslagtekening: E. Ernasteen, ontwerp voor decor van A. Prevenier te Lokeren.

Weinrich, F.J.

1930. De danser van Onze Lieve Vrouw. Antwerpen: De Sikkel. -31p. Afmetingen: 14.50 x 11 Met op het omslag een houtsnede door Prosper de Troyer, Antwerpen.

Wildgans, Anton

1924. Kaïn: een mythies gedicht. Gent: Uitgaven Cultura. -79p.

 

3. Publicaties in Duitsland

 

1942. Das Flämische Kampfgedicht. (samensteller: Wies Moens)

Jena: Eugen Siederichs Verlag. -100p. Afmetingen: 20 x 13 Vertaling van Adolf von Hatzfeld.

Gele band met drie goedendagknotsen in het rood en rode leeuw op de achtergrond.

Bevat een keuze uit de Vlaamse strijdpoëzie: uit Van den Vos Reynaerde, de geuzenliederen, een Conscriptielied uit de tijd van de Franse Revolutie, De Vlaamse Leeuw Emmanuel Hiel (Lied der Vlamingen), Gezelle, Rodenbach, 24 oktober 1916 (opening der Nederlandse universiteit in Gent), Raf Verhulst, Verschaeve, René de Clercq, Karel van den Oever, Richard de Cneudt en drie gedichten van hemzelf (Kan in uw ziel…, Ik heb gestreden… en Gelijkenis)

 

4. BIJDRAGEN IN TIJDSCHRIFTEN

1922 Bij het verscheiden van Hugo Verriest (proza) Gedeeltelijk herschreven tekst van een bijdrage in Opgang, Amsterdam
1923 Dr. Antoon Jacob (proza) De Stem
1924 Pieter van der Meer de Walcheren in de jaren ’20 In: ‘Pogen’ jg. II nr 10
1924 Van Marie Koenen tot Felix Timmermans. In: ‘Pogen’ jg. II nr 1
1924 “Mariken van Nieumeghen” door het Vlaamse Volkstoneel In: Opgang, Amsterdam.1924
1926 “De spelbreker”, Comedie door Paul de Mont In: De Tijd, Amsterdam.1926
1927 • Charles De Coster (essay)• Emile Verhaeren (essay)• Papini’s alleenspraak over de dichtkunst (essay)• Maritain : grenzen der dichtkunst (essay).• Stijn Streuvels “Werkmenschen” In: De Tijd, Amsterdam (1927)In: De Tijd, Amsterdam (1927)In: Jong Dietsland. (1927)In: Jong Dietsland. (1927)In: Jong Dietsland. (1927)
1928 Paul van Ostaijen en de studenten der Nederlandse universiteit te Gent (1916-1918). (essay). In: “Vlaamsche Arbeid”, speciaal nr 1928
1928 • Dr. August Borms : Op bezoek in de gevangenis te Leuven.• Bij de 50e verjaardag van Karel van de Woestijne.• Claudel’s “Maria Boodschap” door het Vlaamse Volkstoneel.• “Van twee Coninxkinderen” op de Planken.• “Adam in ballingschap” door het Vlaamse Volkstoneel.• “Compostella” van Dietzenschmidt door de groep “Exelsior”.• De “Tragedie van Judas”.• Carlo Goldini in een Vlaams provinciestadje.• Bredero in de Nederlandse schouwburg te Antwerpen . In: De Tijd, Amsterdam, 1928
1930 • Een toneelavond te Lier.• Een voorstelling door “Gods Vagebonden” uit Mechelen. In: Tijd, Amsterdam.(1930)
1931 De stem van het bloed. In: Tijd, Amsterdam.(1931)
1933 • Wedergeboorte der literatuur.• Albert Mähl.• Een Finse verteller. In: Dietbrand jg. I nr 3In: Dietbrand jg. I nr 2In: Dietbrand jg. I nr 3 (1933)
1934 • Rembrandt op de Planken.• Kamp om Duitsland. In: Dietbrand jg. I nr 6 (1934)In: Dietbrand jrg. II nr 2
1934 Cyriel Verschaeve : Bij zijn 60e verjaardag. In: Dietbrand’ jg. I Nr 7
1934 Een merkwaardige studie. (bespreking van Duitse literatuurgeschiedenis Individualismus als Schicksal door Otto Miller) In: Dietbrand jg. II nr 1 (1934)
1934-35 • “Hannibal” door Mirko Jelusich• Nederduitse herleving In: Dietbrand jg. II nr 3 (1934-35)In: Dietbrand jg. I nr 4 (1934) & Dietbrand jg. II nr 3 (1934-35)
1934-35 Aan Dosfel’s graf. In: Dietbrand jg. II nr 9 (1934-35)
1935 Rosa de Guchtenaere. In: Gudrun jg. XVIII nr 1
1936 Dietse vertellers. In: Dietbrand jg. III nr 7
1936 “Vlaanderen” door Duitsers gezien. Besprekingen over : A. von Hatzfeld: Felix Timmermans; Otto Brües Fliegt der Blaufuss ?; K. Baehrens: Die flämische Bewegung”. In: Dietbrand jg. III nr 4
1937 • “Bartje” door Anne de Vries.• Nederlandse werkelijkheden.• Het levenswerk van August Heyting.• Bijdragen tot de kennis van ons volk. In: Dietbrand jg. IV nr 2In: Gudrun jg. XVIII nr 9-10In: Dietbrand jg. IV nr 8In: Dietbrand jg. IV nr 3
1938 • 11 juli : Dietse dag (toespraak gehouden te ’s Gravenhage op 9 juli 1938)• Willem van Oranje en Zuid-Nederland (toespraak gehouden op de herdenking te Delft, op 28 april 1938) In: Dietbrand jrg. 5 nr 7
1938 Onze volkskamp (bespreking: L. Picard: “Geschiedenis van de Vlaamsche en Grootnederlandsche Beweging’) In: Dietbrand jg. V nr 1 (1938)
1938 • Bij een uitlating van Prof. Geyl.• Richard Benz over de Duitse romantiek.• Een nieuw boek over ons volk. In: Dietbrand jg. V nr 6 (1938)In: Dietbrand jg. V nr 6 (1938)In: Dietbrand jg. V nr 10 (1938)
1949 Rondom een lezing over het nieuwe dichten. Geschreven in 1949, voor het eerst gepubliceerd in ‘Proza IV’.
1960 Pater Dr. A.D. Stracke : Bij zijn 85e verjaardag. In: Dietsland-Europa. Jaargang V/. Speciaal nummer. (1960): Ook Dietsland-Europa jaargang X nr 9 -10 (1965)
1962 Doctor Faustus : sage-figuur en symbool. (lezing gehouden voor de volksuniversiteit te Geleen)
1964 • Jean-Marie Gantois : De 60e verjaardag van een wapenbroeder.• De eenzame mens in de hedendaagse letterkunde (lezing gehouden voor de volksuniversiteit te Geleen) In: Dietsland-Europa. Jg IX nr 8 (1964)
1965 Dante’s actuele betekenis (lezing gehouden aan de volksuniversiteit te Geleen)
1965 Pater Dr. A.D. Stracke : Aan de negentigjarige. In: Dietsland-Europa. Jg. X nr 9-10 (1965)
1968 Jean-Marie Gantois herdacht. In: Notre Flandre. Jg. XVI nr 1-4 (1968)
1970 Aan Angela Dosfel-Tysmans, bij haar 80e verjaardag. In: Dietsland-Europa. Jaargang XV. Nr. 10-11. (1970)