home | Inloggen
Aantal schrijvers: 536 | Aantal boeken:

15559

Snieders, Renier

Maakt deel uit van: ,

(Jan) Renier Snieders

Bladel, 22 november 1812 – Turnhout, 9 april 1888

Jan Renier Snieders was een Nederlandse letterkundige, arts en schrijver. Renier was de broer van August Snieders.

Hoewel  literair niet zo productief en veelzijdig als zijn jongere broer August, bezat hij als heimatromancier niettemin voldoende inhoud om aanspraak te kunnen maken op een auteurschap van meer dan locale draagwijdte. Officieel debuteerde hij erg laat. Als arts schreef hij aanvankelijk uitsluitend voor zijn plezier. Hij las zijn werk enkel voor op de vergaderingen van het Turnhouts letterkundig genootschap “De Dageraed”.

 

BIOGRAFIE

22 november 1812 : Werd geboren te Bladel (Noord-Brabant) en groeide op in een gezin met negen zonen. Ze bewoonden aan de Markt een pand dat toen de naam Sniedershuis kreeg.

1838: Promoveerde als dokter in de geneeskunde te Leuven

Hij vestigde zich als geneesheer in de Otterstraat te Turnhout.

  • Bij een uitgebreide praktijk en het ambt van wetsdokter, voegde de geneesheer de verzorging der armen van het bureel van weldadigheid en de gezondheidsdienst in de gevangenis, het gasthuis, het H. Graf-gesticht en het godshuis van grijsaards en wezen.
  • Snieders speelde een grote rol in het culturele leven van de stad. Hij was voorzitter van het Davidsfonds en schreef zelf heel wat romans over het Kempische dorpsleven, waarin hij zijn onbedorven heem met onbetwistbaar talent beschreef. Zijn stijl was zuiver en kleurrijk, zijn verteltrant vlot. De humor nam een aanzienlijke plaats in, toch kende de dokter in zijn leven veel tegenslag: zijn dochters overleden achtereenvolgens in 1864, 1870 en 1888. Zijn vrouw stierf in 1883 en één van zijn twee zonen kwam in 1884 bij een brand om het leven.

1850: Debuteerde met ‘Proeven van oorspronkelyke romantische verhalen’.

  • Bevat hoofdzakelijk stukken van veel vroegere datum met sterke invloed van Hendrik Conscience, (‘In ’t wonderjaer’, ‘Phantasy’ en ‘De leeuw van Vlaanderen’), waardoor historische fictie en gruwelromantiek nogal de bovenhand vieren.
  • De novelle Paula: doet de tijd van de Brabantse omwenteling herleven – met opvallende sympathie voor Vonck- en eindigt met de slag van Turnhout (27 oktober 1789).
  • Het verhaal De zwarte Aldric: moordgeschiedenis vol ‘yskoude siddering’ Waanzin, wraak en een booswicht die door spontane zelfverbranding de dood vindt !

1852: Snieders’ eerste roman: ‘Het kind met de helm’.

  • Geschreven in 1844-45 is deze roman nog steeds onevenwichtig. Geïnspireerd op Ecrevisse’s boeken over de Teuten en bokkenrijders.
  • Snieders spreidt zijn kennis van de Kempische volksgebruiken in deze historisch avonturenroman zo overvloedig ten toon, dat het verbeeldingselement eronder gaat lijden.

1853: In de‘De hut van Wartje Nulph’ ontpopt de auteur zich als een rasverteller die de touwtjes van het verhaal goed weet te nuanceren.

  • Het is enerzijds een historische, bijzonder romaneske avonturenroman rond de slag op de Tielse heide (22 januari 1597), waar de jonge Maurits van Nassau zijn eerste militair succes behaalde en anderzijds een landelijke roman waarin hij een Kempisch heiboer en turfsteker treffend  weet uit te beelden. Toch is de romantiek niet helemaal verdwenen als de heiboer uitvergroot wordt tot een soort ‘le bon sauvage’.

1854: In ‘Dorpsverhalen’ heeft Snieders zich definitief losgemaakt van Conscience: de overtrokken emotionaliteit is verdrongen door een mild-humoristische, maar afstandelijke kijk op de dorpsfiguren en dorpstoestanden.

  • De meesterlijke novelle: ‘De zoon van de Schaerslyper’ schetst het leven van een doortrapte sluwe knaap en zijn hypocriete ouders aan de zelfkant van de maatschappij.

1855: Met de landelijke roman ‘De meesterknecht’ levert Snieders een eerste hoogtepunt af in zijn literaire werk.

  • Eenvoudige plot: een gewetenloze knecht poogt door vleierij en schijndeugd in het bezit te komen van een hereboerderij van zijn kinderloze meesters en tegelijk het hart te veroveren van hun pleegdochter hoewel deze reeds haar woord heeft gegeven aan een dagloner. De pastoor echter ontmaskert de snoodaard en recht en deugd zegevieren !
  • Evidente zwart-wit psychologie, maar uitgesproken organische structuur. De gebeurtenissen worden verbonden aan het wisselen der seizoenen, de plaats van handeling (hereboerderij, dorp, daglonershut temidden van uitgestrekte weilanden) suggereert de rustige weidsheid van de patriarchale landelijke wereld.
  • Net als bij Conscience is er ruimte voor poëzie en idylle, maar een gewetenloze streber als hoofdpersonage zou bij Conscience ondenkbaar zijn geweest.

1856-1858: Deze publicaties (Amanda; 1856 en Doctor Marcus; 1858) tonen een opmerkelijke terugval in melodramatische clichés.

  • Snieders manifesteert zich als behoudsgezind burger en men merkt de eerste sporen van een geborneerd provincialisme dat in latere jaren zijn schrijverschap ernstig zal hypothekeren.

1860: De lelie van het gehucht’ is een tweede hoogtepunt waarbij hij qua realisme zelfs verder gaat dan ‘De meesterknecht’.

  • Hoofdpersonage is een egoïstische, baldadige boerenzoon, die met smokkelen snel rijk wil worden. Hierbij heeft hij de goedkeuring van de vader van ‘De lelie’, een standsbewuste herenboer, die zijn dochter liever getrouwd ziet met een dubieuze maar rijke pretendent dan met een hardwerkende eerlijke boer.
  • Al deze personages worden naar het leven getekend, met een zeldzame zin voor psychologische nuances. Opmerkelijk is dat de pastoor met zijn zedenlessen op de achtergrond is verzeild en het volle licht schijnt op de boerenvetes en messengevechten, dorpsfeesten en volksgebruiken, op de kleurrijke maar ook op de zakelijke aspecten van het landelijke leven.

1861: De novellenbundel ‘Op de grenzen’ is dan weer meer humoristisch.

  • Hoe men burgemeester wordt’ is een satire die het relaas geeft van de lachwekkende ambities van een huisschilder.
  • Het kraeyennest’ schildert de strijd van een integere boer tegen een corrupte burgemeester.

1864:De gouden Willem’ het laatste grote werk voor de terugval.

  • Structureel heeft de roman iets weg van Conscience’s ‘Rikke-tikke-tak’. Een volksliedje fungeert als leidmotief – tesamen weliswaar met het talisman-motief van het muntstuk – dat ervoor zorgt dat de geliefden het geloof in elkaar niet verliezen.
  • De concrete uitwerking is echter zeer realistisch en toont de hardheid van het leven op het het Kempische platteland op het einde van de 19de eeuw. Zo treedt Reniers op als geneesheer en beschrijft hoe hij de bijna doodgevroren dochter van een verarmde wever weer tot leven wekt.
  • Men kan alleen maar vermoeden hoe de Vlaamse literatuur er zou hebben uitgezien als meer auteurs hun eigen ervaringen en ideeën hadden verwerkt in hun romans.

1867: Met ‘Het wonder van Saint-Hubert: uit het dagboek van den gerechts-dokter begint Snieders zijn ketterjacht, wat het begin is voor een literaire zelfdestructie.

  • Plot: een landbouwdeskundige (tevens  lid van de Loge en vrijdenker) promoot op het platteland de ‘slechte omwentelingsgeest’. Deze booswicht vergiftigt ook nog eens de vader van zijn verloofde als deze merkt dat het hem in de eerste plaats te doen is om het verwerven van zijn fortuin. De roman beschrijft dan uitgebreid hoe de straffe gods eerst zijn vrijzinnige kornuiten en dan de misdadige logebroeder zelf treft. De man en zijn nog steeds argeloze verloofde wordt door een razende hond gebeten. De verloofde bezoekt de relikwie van de Saint-Hubert en wordt genezen, de goddeloze sterft als een bezetene.
  • Een akelige geschiedenis die zowel logisch als psychologisch kant noch wal raakt.  Het dorpsleven wordt –in flagrante tegenspraak met zijn vorig werk – mateloos geïdealiseerd (“een onzedig mensch of een dronkaard was er bijna onbekend”)
  • Snieders werk wordt alzo gedegradeerd tot de door de clerus gepatroneerde stichtende en deels hagiografische vertellingen.

Na 1870 kreeg zijn oeuvre een uitgesproken rooms-katholieke tendens en trok hij van leer tegen de geuzen die ten tijde van de Schoolstrijd de religieuze tradities van zijn volk belaagden.

1875:De geuzen in de Kempen’ een historische roman over de Beeldenstorm te Turnhout en omgeving.

  • Zonder verpinken worden lutheranen en calvinisten als boeven en straatschuimers voorgesteld, terwijl de verdedigers van het ware katholieke geloof met aan het hoofd de Mechelse jezuïet en humanist Franciscus Costerus, buiten proportie worden geïdealiseerd en verheerlijkt.
  • Prekerige moralisatie, betoog en didactiek overheersen, voortdurend in herhaling vallend, zodanig de schriftuur, dat er voor een frisse verteltrant geen ruimte meer overblijft.

1878:De goochelaar’ een werk dat in de Vlaamse 19de eeuw qua intolerantie en partijdigheid nauwelijks zijn gelijke vindt.

1884: Verschijnen van ‘Beelden uit mijn dagboek’.

  • Nog eenmaal herleeft de verteller van ‘Dorpsverhalen’, De meesterknecht’ en De lelie van het gehucht’.
  • Het is een ironisch humoristische tekst die aanvangt met de lapidaire zin ‘Zal ik u nog eens wat vertellen ?’
  • Snieders gaat hier de harde werkelijkheid niet uit de weg. Hij evoceert het wel en wee van een landelijke artsenpraktijk met als hoogtepunt de beschrijving van een operatie onder hypnose waarbij hij een adellijke dame van een keelgezwel verlost.
  • De tekst toont de veelzijdige en rijk begaafde persoonlijkheid die hij ongetwijfeld was: huis- en wetsdokter, chirurg en psychiater, auteur en volksbeschaver.

1885: In ‘Zonder God’ brengt Snieders de schoolstrijd te berde, doch alleen maar met de bedoeling het officiële kerkelijke standpunt aan de hand van een concreet geval te profileren.

1887: Benoemd tot ere-doctor in de Wijsbegeerte en letteren aan de Katholieke Universiteit van Leuven.

9 april 1888: Overleed teTurnhout.

Epiloog

  • De nagedachtenis aan Jan Renier wordt in Turnhout levend gehouden door een beeldhouwwerk.
  • August Snieders kreeg in de Antwerpse Stadsbibliotheek een plaquette. Het zegt iets over hun belang voor de Vlaamse zaak, die – vlak na de afsplitsing met de noordelijke Nederlanden – twee voorvechters van ‘over de meet’ vond.
  • Op initiatief van het Davidsfonds en in aanwezigheid van Stijn Streuvels werd op 14 september 1930 een monument voor hem onthuld op het Patersplein. Dit monument is een ontwerp van architect De Mol en beeldhouwer Alfons Strijmans (gerealiseerd door Jef Strijmans).
  • Ook geëerd werd hij in zijn geboorteplaats Bladel, terwijl zijn naam voortleeft in het Reinier Sniederspad, een GR-pad van Bladel naar Antwerpen.

 

Meer over Renier Snieders

  • A. Snieders, Levensschets van Dr. J. Renier Snieders, in: Jaarboek van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde (jg. 1889)
  • Gedenkboek gewijs aan Dr. Jan Renier Snieders (1931).
  • R. Sterckens, De letterkunde in de Antwerpsche Kempen  van 1830 tot 1900 (1935).
  • R. Dubois, Het volksleven in het werk van J.R. Snieders, in: Noordgouw (jg. 1965 en 1966)
  • K. Wauters, Snieders, Jan Renier, in: Nationaal biografisch Woordenboek, dl 11 (1985)

 

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Websites

Referenties

  • WAUTERS, K., Het Vlaamse fictionele proza van Conscience tot Loveling. In: Ada Deprez: Walter Gobbers; Karel Wauters (red.): Hoofdstukken uit de Vlaamse letterkunde in de 19de eeuw. Deel 1. KANTL Gent 1999; pp. 218-225

 

BIBLIOGRAFIE

Woordje vooraf

  • Na het chronologisch overzicht volgt een overzicht alfabetisch op titel met aanduiding van het jaar van publicatie.

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • Universiteitsbibliotheek – Katholieke Universiteit Leuven

Om de foto in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto

A.  Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1848 Dauwdroppelen. Poëtische Lettervruchten van het Taelkundig Genootschap De Dageraed te Turnhout. (poëzie)

Bevat van Snieders:

Jan Lendlich (1844) pp 15-24
Myne rustplaats in de Heide (1846) pp 27-30
De Reigerjagt (1846) pp 39-48
Carrier te Nantes (1844) pp 63-76
Het dwaellichtje. Ballade. pp129-151
De koning der gilde (1847) pp 135-161
 Turnhout: Brepols en Dierckx Zoon. -164p.

Dauwdroppelen. Poëtische lettervruchten van het … – Google Books

1850 Proeven van oorspronkelyke romantische verhalen.
Bevat vier korte stukjes: een koetsier, Lisa, Paula en het verhaal “De zwarte Aldric”.
Antwerpen: J.P. Van Dieren & C°. -117p.
Was bedoeld als vriendenuitgave en om die reden slechts uitgegeven op een 20-tal exemplaren.
1852 Verhael uit de kronijken van Turnhout. (essay)
De tekst beschrijft de heerlijkheid Turnhout in haar bloeiperiode en van de prachtige hofhouding van Maria van Hongarije.
In: Geschied- en zedenkundige Voorlezingen over de Kempen.
Uitgever: Turnhout: Brepols en Dierckx Zoon.
1852 Het kind met den helm. (roman)
Met teekeningen van J. Bernard Wittkamp.
 Antwerpen: .P. Van Dieren & C°. -240p.
1853 De hut van Wartje Nulph: episoden uit de krijgstogten van Maurits van Nassau. (avonturenroman) Antwerpen: .P. Van Dieren & C°. -252p.

Afmetingen: 17 x 12.50
1854 Dorpsverhalen.
Bevat:  Neel, de kleermaker – Op- en Neerheide – De zoon van de schaerslyper – Een prins van Oranje – De Pastoor en de Jacobijn – Peter de Groote
Met eene teekening van Henry Schaefels.
 Antwerpen: .P. Van Dieren & C°. -150p.
1854 Het Eerekruis. (blijspel)
Behaalt ‘den tweeden lauwer’ op de prijskamp voor blijspelen uitgeschreven door de Maatschappij van rhetorica “Kunt en Eendracht” te Waregem.
 Waereghem: J. F. Suetens.
1855 De meesterknecht: verhael uit het dorpsleven. (roman) Antwerpen: .P. Van Dieren & C°. -253p.
1856 Amanda: uit het leven der zinneloozen. (roman)
Met twee teekeningen van J. B. Wittkamp ; in hout gesneden door J. Hemeleer.
 Antwerpen: V.P. Van Dieren & C°. -2 vol in 1 band. – 186 + 175p.
1858 Doctor Marcus: herinneringen uit het studentenleven. (roman) Turnhout: Drukkery van Splichal-Roosen.-190p.
1860 De lelie van het gehucht. (roman)
Smokkelgeschiedenis uit de jaren 1830.
 Turnhout: Drukkery van Splichal-Roosen.-203p.
De lelie van het gehucht – Jan Renier Snieders – Google Boeken
1861 Op de grenzen. (novellenbundel)

Bevat: Hoe men burgermeester wordt – Het kraeyennest ea
Turnhout: Drukkery van Splichal-Roosen.-251p.
1864 Brecht Bakels. (novelle)

Burleske trouwgeschiedenis van een verlopen student
 Turnhout: Drukkery van Splichal-Roosen.-79p.
1866 De gouden Willem: uit het leven der boeren in de Kempen. Turnhout: Drukkery van Splichal-Roosen.-188p.
1866 Het paradijs: uit de goudmijnen der Kempen. (roman) Antwerpen: .P. Van Dieren & C°. -164p.
1866 De gelukzalige Joannes Berchmans der societeyt Jezu / vertaling van J.Renier Snieders

Oorspronkelijke auteur: François Deynoodt.
 Brussel: Haenen. -141p.
1867 Op de pijnbank: proeven van diepe verveling. (roman) Antwerpen: .P. Van Dieren & C°. -2 vol in 2 band
1867 Het wonder van Saint-Hubert: uit het dagboek van den gerechts-dokter. ’s Hertogenbosch: Bogaert. -224p. / Turnhout: Drukkerij van Splichal-Roosen.-2 vol. In 1 band -148 en 159p.
1869 Narda.

Bestaat uit twee delen: De wraakroepende zonde : tafereelen uit het dorpsleven in de Kempen en Narda.
Sluit thematisch aan bij Dokter Marcus maar met dubbele dosis zedenpreken.
 ’s Hertogenbosch: Bogaerts. -151p.
1870 Mentor: verspreide aanteekeningen over volksgeneeskunde en gezondheidsleer. ’s Hertogenbosch: Bogaerts. -2 vol.
1875 De geuzen in de Kempen. (roman) Turnhout: Brepols en Dierckx.  -2 delen -215 en 235p.

Reeks: Romanreeks van het Davidsfonds nr 1
1875 De goochelaar: uit het bestaan der vrijdenkers onzer eeuw. (roman) Gent: Drukkerij Vander Schelden. -2 delen
1878 Het Eerekruis. Blijspel met zang in 2 bedrijven. (toneel)

2de uitgave van 1854
 Waereghem : We J. F. Suetens. -43p.
1881 De scheerslijper: uit de kerkvervolging in de laatste dagen der voorgaande eeuw. (tendensroman in 2 delen) Turnhout: Drukkerij van Splichal-Roosen.-2 vol. In 1 band
1881
-1888
Volledige Werken (17 delen) Turnhout: Drukkerij van Splichal-Roosen.
1884 Beelden uit mijn dagboek. (novellenbundel)

Bevat: o m De wonderdokter.
 Turnhout: Drukkerij van Splichal-Roosen. -162p.
1883 Novellen uit de acht zaligheden. (novellenbundel)

Bevat oa O, die Wijsneus – Gij, Dwarskop – Goed geborgen
 Turnhout: Drukkerij van Splichal-Roosen.-303p.
1884 Uit de Kempen. (novellenbundel)

Bevat: ‘Schuimlopers’ en ‘De Brandstichter’
De Brandstichter verscheen reeds in 1864 onder de titel ‘Brecht Brakels’.
 Turnhout: Drukkerij van Splichal-Roosen.-192p.
1884 Bij de boeren: zedenschets uit de Brabantsche Kempen. Turnhout: Drukkerij van Splichal-Roosen.-260p.
1885 Zonder god. (tendensroman) Turnhout: Drukkerij van Splichal-Roosen.-371p. -2 delen.

HERUITGAVEN

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
 1923
-1926
Werken. Antwerpen: Janssens.1930-1936Volledige werken. 22 vol.
Met medewerking van Jules Persyn.
 Antwerpen: Voor God en ‘t Volk
1954 De lelie van ’t gehucht. In: “Vlaamse cassette, deel I”
1975 Omnibus 1.
Bevat: Goed geborgen, Het kind met “den helm”, De meesterknecht;
Spelling en taal aangepast door F. Verachtert, en L. Luyten ; Tekeningen van Gijs Mertens ; en Emiel Walravens.
Gent: Drukkerij Het Volk N.V. -382p.
1976 Omnibus 2.
Bevat: Op de pijnbank (pp 5-214 uit 1867); Hoe men burgemeester wordt (pp 215-292 uit de novellenbundel Op de grenzen uit 1861);  De schuimlopers (pp 293-359 uit de novellebundel Uit de Kempen uit 1884).
Met vele pentekeningen
Spelling en taal aangepast door F. Verachtert, en L. Luyten ; Tekeningen van Gijs Mertens ; en Emiel Walravens.
 Snieders Renier 2  Gent: Drukkerij Het Volk N.V. -359p.
Afmetingen: 21.90 x 15 (gebonden – harde simili lederen kaft met stofomslag)
1976 Omnibus 3
Bevat: De hut van Wartje Nulph (pp 5-134): Het kraaiennest, (pp 135-206): De brandstichter (pp 207-260);  Gij dwarskop (pp 261-302)Een blik op het verleden van Jan Renier Snieders door Frans Verachtert (pp 303-348).
Met vele illustraties en oude foto’s;
Spelling en taal aangepast door F. Verachtert, en L. Luyten ; Tekeningen van Gijs Mertens ; en Emiel Walravens.
 Snieders Renier 1  Gent: Drukkerij Het Volk N.V.. -348p.
Afmetingen: 21.90 x 15 (gebonden – harde simili lederen kaft met stofomslag)
1979 Omnibus 4.
Bevat: De scheerslijper
Geïllustreerd door Herman van der Werf.
Bladel/ Retie: Kempische Boekhandel. -333p.

Harde kaft met stofomslag, goudopdruk, kunstlederen band.
Reeks: Brabant Boeken.

 

B.  Alfabetisch overzicht

  • Amanda. 2dln. 1856
  • Anastasia – Hoe men burgemeester wordt – De brandstichter
  • Beelden uit mijn dagboek: de wonderdokter – Anastasia. 1884
  • Bij de boeren: Zedenschets uit de Brabantsche Kempen. 1884
  • De Brandstichter.
  • Brecht Bakels. 1864
  • Dokter Marcus. 1858
  • Dorpsverhalen. 1854
  • Het eerekruis. 1878
  • De geuzen in de Kempen. 1875
  • De goochelaar. 2 dln. 1878
  • De gouden Willem. 1864
  • Hoe men  burgemeester wordt.
  • De hut van Wardje Nulph. Uit de krijgstochten van Maurits van Nassau. 1853
  • Het kind met den helm. 1852
  • Het Kraaiennest.
  • De lelie van ’t gehucht. Uit den smokkeltijd in de Meierij. 1860
  • De meesterknecht. 1855
  • Mentor. 2 dln. 1870
  • Narda. Twee tafereelen uit ’t studentenleven.
  • Novellen uit de acht zaligheden. 1884
  • Op de grenzen. 1861
  • Op de pijnbank. 1867
  • Het paradijs. Uit de goudmijnen der Kempen. 1866
  • Proeven van romantische verhalen. 1850
  • De scheerslijper. 2 dln. 1881
  • Schuimlopers.
  • Uit de Kempen. 1884
  • Waar is vader ?
  • De wonderdokter.
  • Het wonder van St-Hubert. 1867
  • De wraakroepende zonde. 1869
  • Zonder God . 2dln.  1885