home | Log in
Aantal schrijvers: 416 | Aantal boeken:

12692

Brunclair, Victor J.

Maakt deel uit van: ,

VICTOR J. BRUNCLAIR

1899-1945

 

Omhelzen wij absurditeit,
de groote konkubine,
Uit: De dwaze rondschouw
De koorddanser van de Vlaamse poëzie (dixit: Pieter G. Buckinx in DWB 1946)
Brunclair, Victor J. -, (Antwerpen 1899-concentratiekamp Lagelund 1944),  expressionistisch dichter, criticus en essayist.
Vooral als criticus en essayist is Victor J. Brunclair een van de baanbrekers van het modernisme in de Zuidnederlandse literatuur geweest. Als dichter haalde hij niet het kwalitatieve niveau van zijn theoretische inzichten, waardoor hij in de enorme schaduw van Van Ostaeyen kwam te staan.

BIOGRAFIE

18 oktober 1899: Victor J. Brunclair werd te Antwerpen geboren, draagt zijn moeders naam., Hij werd als ‘onwettig’ kind opgegeven omdat zijn vader, waarvan geen spoor is terug te vinden, weigerde te huwen.

  • Zes maanden na zijn geboorte zou zijn moeder van verdriet zijn gestorven. De opvoeding van de kleine Victor werd overgedragen aan zijn uit Wallonië afkomstige grootmoeder, waardoor hij pas op de lagere school Nederlands leerde.

17 juli 1914: Behaalde het diploma van het derde en laatste studiejaar van de lagere hoofdschool. De familiale omstandigheden lieten niet toe dat hij verder studeerde.

  • Maar de jonge Victor was een weerbare jongen en wou meer weten dan iemand die wel de kans kreeg om verder te studeren.
  • Hij werd een gretig bezoeker van de stedelijke bibliotheek op het Conscienceplein.
  • Hij schreef zich in aan het Hoger Handelsgesticht en volgde een hele reeks avondcursussen.  Als autodidact werd hij dan boekhouder en dagbladschrijver.

1915: In een reactie op een vraag om literaire bijdragen voor het schooltijdschrift van de Stedelijke Normaalschool voor Jongens “Jonge Tijd” maakte hij, onder de naam Bonafied, zijn officiële debuut. Hij publiceerde er enkele gedichten over het gevraagde thema. Via dit tijdschrift kwam hij in contact met de Johanneskring van de latere burgemeester Lode Craeybeckx.

1916: Debuteerde met lyriek en essays in het avantgardistische tijdschrift ‘De Goedendag’ .

  • Uit de essays (1916-1917), veelal gepubliceerd in ‘De Goedendag’, (Meestal onder schuilnamen zoals J. Fikkens, Fikky, Geert Bardemeyer of Lirio,) blijkt een uitgesproken voorkeur voor de activistische vleugel van de Vlaamse beweging. Echter niet zonder reserves. Radicale uitingen waren te vermijden ‘al was het maar om de activistische verwezenlijkingen van tijdens de oorlog veilig te stellen voor na de oorlog’ (Lino, ‘Overwegingen’ in: Den Goedendag, febr. 1917)

1917: In het ‘Goedendag-nummer van mei-juni 1917 maakte Brunclair zijn terugkeer als humanitair expressionistisch dichter.

  • Ook  Paul van Ostaijen (zie diens essay “Over dynamiek” in Goedendag  april 1917 p.83-86 en mei-juni 1917 p. 101-108) en Gaston  Burssens (vooral in navolging van Franz  Werfel) evolueerden in die richting.
  • Voor de jonge Antwerpse activisten maakten politiek en literatuur deel uit van één maatschappelijk project. Het expressionisme, dat zij uit een aantal Duitse avant-garde tijdschriften hadden leren kennen,  zag men als een geschikt vehikel voor een universele gemeenschapskunst, die een einde zou maken aan het individualisme en estheticisme (‘l’art pour l’art) van de oudere generaties.

Van 1917 tot 1926 wordt de kentering van Brunclairs expressionistische visie tevens in zijn essays weerspiegeld.

September 1919: Lag mee aan de basis van het tijdschrift Ruimte (1920-1921) en na de verdwijning daarvan in 1921 werd hij vaste medewerker aan Vlaamsche Arbeid. Vooral in dit laatste tijdschrift verdedigde hij in scherpe en soms uitdagende kritieken het modernisme en de theorie van het organisch en experimenteel dichterschap.

1919: Werd secretaris van de Antwerpse groep van Clarté, een pacifistische internationalistische liga en werkte mee aan het Clarté-tijdschrift ‘Opstanding’ (1920-1921).

  • Clarté was een beweging die haar wortels had in het oorlogsleed van Frankrijk: de secties werden er opgericht door Henri Barbusse  en Romain Rolland. Het was in oorsprong anti-militaristisch.
  • De doelstelling was de bevordering van het culturele peil van de arbeidersklasse en de verspreiding van het historisch  materialisme onder de intellectuelen.
  • In Vlaanderen waren er Clarté-groepen in Gent, Brussel, Antwerpen, Mechelen en Oostende.
  • Er was een ‘algemeen Vlaams’ tijdschrift, uitgegeven te Brussel: ‘Opstanding’ en een afzonderlijk blad van de Antwerpse groep: ‘De Nieuwe Wereldorde’.
  • Ook de jongeren –o. a. Geert Pijnenburg- hadden een tijdschrift ‘Staatsgevaarlijk’. (waarvan slechts vier nummers verschenen, alle in 1919.
  • In feite waren de Vlaamse groepen een amalgaam van pacifisten, oud-activisten, minderheidssocialisten en anarchisten. Ze waren niet dogmatisch en recruteerden in kringen van jongeren en kunstenaars. Een bekende Clarté-militant was Herman van den Reeck, die in 1920 tijdens een 11-juli viering in Antwerpen werd doodgeschoten. Ander bekenden waren Geert Pijnenburg (ps. Geert Grub), Gaston Burssens en René De Clercq.
  • In deze essays komen vooral zijn politieke ideeën aan bod. In militante artikels als ‘Rondom Clarté’, Maatschappelijke kunst, ‘Toekomstmuziek’ en ‘Weg met de Blauwvoeterij’ stuurt hij aan op politisering, democratisering en socialisering van de Vlaamse beweging in een internationaal verband: ‘Te lang is het Vlaamse volk geleid door liefhebbers in de Germaanse filologie’.(in ‘Opstanding’ 2de jg. 15/2/1921).
  • Keert zich af van het vage ‘Menschheits- und Allgefühl’ à la Werfel om tot het Duitse ‘Aktivismus’ toenadering te zoeken. In het essay ‘Distinguos’ (1921) klinkt het zo: ‘Al dat geklets rond een toekomstwereld is apekool als geen reaalpolitiek merg het aanstevigt. Goed voor dwepers en deemoed-militanten.’

1926: Publicatie van  ‘De dwaze rondschouw’.

  • Sterk beïnvloed door ‘Het sienjaal’ (1918) van Paul van Ostaijen. Behoort tot het selecte corpus modernistische poëzie is die het Vlaamse expressionisme heeft opgeleverd. Hier viert zijn speelse fantasie en het radicale modernisme hoogtij. Hoewel merkwaardig van thematiek en opzet, blijft deze poëzie zwak van vormgeving.
Raketknetter; Fusee
sierlijk spiraal naar het hart der stilte
knal
openspattend in leliënval
korrelfonteinen
kwistig zaaisel groeit tot lichtkelken
ras verwelken
….
Uit ‘het vuurwerk’

1929: Publicatie van de chaotische roman ‘De monnik in het westen’.

  • Groots opgezette roman. Voor de laatste keer wordt in de Nederlandse literatuur een poging gedaan om aan de humanitair expressionistische droom literair gestalte te geven.
  • De handeling stelt de parallelle mislukking van drie fundamentele houdingen: de revolutionaire idealist, de egoïst en de mysticus.
  • De roman vertoont een gebrek aan synthetisch vermogen en psychologische samenhang, de vele taferelen raken niet gestructureerd.

Na 1930 was Brunclair vooral werkzaam als schrijver van toneel- en hoorspelen, die niet zijn uitgegeven.

1934: Hij vertaalde Bertold Brechts Dreigroschenoper

1936: Richtte samen met Geert Pijnenburg het links geöriënteerde humanistisch blad “Getuigenis” op, in de redactie verklaring vooorgesteld als een ‘Vlaamsch kultureel links gericht vrijzinnig tijdschrift’. Er zouden slechts twee afleveringen verschijnen (nr 2 en nr 3 vormden een duubbelnummer).

Hij was ook nog hoofdopsteller van het tijdschrift “Opera“.

1936: Publicatie van de dichtbundel “Sluiereffecten” .

  • Brunclairs ontnuchterde blik op de samenleving evolueert verder naar wat men later de ‘nieuwe zakelijkheid’ is gaan noemen.
  • Zo laat hij personages optreden:
Het voorhoofd wit de rug recht
De handen loom zo staat de knecht (…)
Als heengaan al de hoge gasten
Dooft hij ’t allerlaatste licht
En raapt het drinkgeld waar zij brasten
Met een verveeld en honds gezicht  (Sluiereffecten, p. 12)

1937: In het essay “Het heilige handvest”, zet hij zich af tegen de ‘volksverbonden’ kunst van rechtse regimes en de ‘proletkult’ van de communisten.

  • Deze publicatie lag aan de basis van zijn aanhouding door de Gestapo en zijn dood in het concentratiekamp Lagelund in Sleeswijk-Holstein.
“De Germanen hebben ons in cultuuraangelegenheden (…) een pad in de korf gezet. (…) De geest is geïnfeodeerd aan een staatsbestel dat enkel betracht de puinen van een op rationalisme en Herrenmoral gevestigde cultuur te bolwerken. De Germanen zijn ersatzmeesters en camoufleerders van tekorten. Mussolini, Hitler, Stalin, regimebouwers door bloedstorting, hoe zult gij u tegenover het hoogste gebod der mensenliefde verantwoorden ? Doe ons het paradijs geen tweede maal verliezen, daar waar gij het denkt te vinden.”

1937: Zijn laatste dichtbundels ‘Camera lucida’ (1937) en ‘Spreekcel‘ (1940) brachten een traditionelere meer gelouterde vorm van poëzie.

  • Het gedicht ‘De man met hersens in het kamp’ in ‘Openbare spreekcel’ doet niet onder voor de gruwelijkste tekeningen en schilderijen van Otto Dix of George Grosz.
(…) Ja hersens had hij en veel geest
Hij is niet lang bij ons geweesr
Want op een nacht sloeg een granaat
¾  weg van zijn gelaat
Zijn hersens hingen aan de wand
Zoo stierf hij voor het vaderland. (ongepag.)

1938-1939: Benoemd tot secretaris van de KNS (Koninklijke Nederlandse Schouwburg). Vervolgens werd hij benoemd tot secretaris van de Koninklijke Vlaamse Opera.

1942:  Arrestatie door de Gestapo.

  • In december werd hij aangeklaagd door Hendrik Diels, orkestmeester van de Vlaamse opera, die Brunclair ervan beschuldigde hem een brief te hebben geschreven waarin hij met de dood bedreigd werd. Brunclair werd opgepakt door de Gestapo en hoewel al vlug bleek dat hij met deze zaak niets te maken had, werd zijn gevangenneming steeds maar verlengd toen de Nazi’s zich gingen verdiepen in zijn werk en daar op anti-fascistische geschriften stuitten. Ze kwamen tot het besluit dat Brunclair, de activist van 14-18, helemaal niet deutschfreundlich was, maar eerder deutschfeindlich.
  • Hij zou nooit meer vrijkomen, belandde in de gevangenis aan de Begijnenstraat van Antwerpen, vandaar naar Hoei, vervolgens naar het kamp van Vught in Nederland. Daar ontmoette hij Nico Rost, die de laatste getuigenis zal brengen in zijn dagboek ‘Goethe in Dachau’ (1946): ‘Hij was fel en niet in het minst teneergeslagen…”(10/4/1944)
  • In september 1944 werd hij naar het kamp van Sachsenhausen in Duitsland gedeporteerd.

21 november 1944: Victor J. Brunclair overlijdt in het concentratiekamp te Lagelund (Sleeswijk-Holstein) vermoedelijk aan de gevolgen van dysenterie. Hij was 45 jaar oud en liet een vrouw en een zoontje achter, dat tijdens zijn gevangenschap was geboren.

 

Meer over Victor J. Brunclair

  • Paul De Wispelaere,  Victor J. Brunclair 1899-1944. Brussel: Manteau (1960) -47p.  Monografieën over Vlaamse letterkunde nr 12.
  • Hubert Lampo, De ring van Möbius I. Brussel: Manteau (1967) -160p. Bevat een essay over Brunclair.
  • Hij was de koorddansen van de Vlaamse poëzie”, schreef Pieter G. Buckinx in 1946 in Dietsche Warande  & Belfort.

 

Geraadpleegde bronnen

Website

Referenties

  • Dieter Vandenbroucke, Victor J. Brunclair als jonge beeldenstormer. ‘Ik wil geen spiegel om m’n eigen beeld te stelen’. In: Zacht Lawijd jg. 5, nr 1 2005 p. 2-27.
  • Prof. Dr. M. Rutten, Prof. Dr. J. Weisgerber, Van ‘Arm Vlaanderen’ tot ‘De voorstad groeit’ 1888-1946. Standaard Uitgeverij 1988, p. 342-347.
  • Dieter Vandenbroucke, ‘De ware geestesmensch laat zich niet politiseeren’. Victor J. Brunclair over de verhouding tussen kunst en politiek en het verlangen naar een Vlaams eenheidsfront in de jaren ’30. In, De trust der Vadelandsliefde. pp. 138-161. AMVC-Letterenhuis, 2005.

 

SMAAKMAKER

Dorp-doorvaart
Dit openbaart de grolgorgel van een klaxon door de heuvelstreek
ontzetting der der dingen              burlesk verbazen
het vreedzaam vee houdt op met grazen
en zilvervis richt zich rild uit de blauwe beek
Een antieke kantiekentoren
heeft het hoofd verloren
vergeet de Tijd te slaan
zo geraakt zijn tiktak getikt en de tikkenhaan
draait dwaas driemaal
Boos zet de hangbrug
een hoge rug
maar droomdaken heffen hunschouwken in reikhals over de hagen
Allen de schaterwaterlach van de beek is niet verslagen
daarvan snapt de snep bij de waterboord geen zier
(Uit: De dwaze rondschouw p. 47) 

BIBLIOGRAFIE

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience  – Antwerpen.
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • POËZIECENTRUM VZW – Gent

Om een foto in de fotogalerij te vergroten klik op de foto

Chronologisch overzicht

A.  Literaire werken

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1924 Gedrang. (toneel) In: Vlaamsche Arbeid.
1925 De dwaze rondschouw. (poëzie) Borgerhout : Uitgeverij “Regenboog” (Van Daelstraat 51). -66p. 

Afmetingen: 24 x 18.50 (ingenaaid)
Colofon: Dit boek is gedrukt op de persen de Drukkerij “Hooger op”. Helmstraat, 87, Borgerhout (Antwerpen) met Holl. Mediaeval letter op 1 Meert 1926

 

1929 De monnik in het westen. (roman) Antwerpen: Uitg. Regenboog. -428p. 

Afmetingen: 18.50 x 13.25 (ingenaaid)
1934 Sluiereffekten. (poëzie) 

Deeltitels: Gestalten; Dansen en liederen; Aspekten en stemmingen; Sluiereffecten.
Antwerpen: Uitgeverij “Mercurius” (Roodestraat 44).  -80p. 

Afmetingen:22.25 x 15 (ingenaaid)
Bijvoegsel: begeleidend schrijven van uitgever.
1937 Camera lucida. (poëzie) Mechelen: Uitg. Eenhoorn (Dageraadstraat 57).  -29p. 

Afmetingen: 23 x 15.75 ingenaaid)
Colofon: Van deze bundel ‘Camera Lucida’ door Victor Brunclair werden voor de Utgeverij Eenhoorn door F. en B. Vyncke te Gent 150 genummerde exemplaren gedrukt.

 

1937 Het heilig handvest. (essay) 

Bekroond met de prijs van de Provincie Antwerpen.
Antwerpen: D. De Vos-Van Kleef. -72p.
1940 Openbare spreekcel. Verzen (poëzie) 

Verluchtingen van L. Geurts.
Antwerpen : Drukkerij Brabo. -50p.

 

B. Artikels in tijdschriften


1915 Het schoonste op de wereld. Pseudoniem: Bonafied. In: Jonge Tijd, 29 maart 1915, p. 8
1915 Verzen. In: Jonge Tijd, 29 maart 1915, p. 8
1915 Ik herinner mij. In: Jonge Tijd, 15 april 1915, p. 14
1915 Welke richting ? In: Jonge Tijd, 1 mei 1915, p. 19-20
1916 Taktiek. De Vlaamse politiek.  Pseudoniem: G. Bardemeyer. In: Ons land, 10 december 1916
1916 Eendracht; In: Goedendag, april 1916, p. 83-86
1916 Vlaamse Kring. (Antwerpen) In: Goedendag, augustus 1916, p.201
1917 Overwegingen betreffende Aktivisme en Passieven  Pseudoniem: Lirio In: Goedendag, jg., 23 februari 1917, p. 49-51
1917 ’t Preludium der eeuw. Pseudoniem: G. Bardemeyer. In: Ons land, 7 januari 1917 p. 3
1917 Kentering. Pseudoniem: G. Bardemeyer. In: Ons land, 23 februari 1917 p. 3
1917 Middernacht. (gedicht) Pseudoniem: G. Bardemeyer In: De Goedendag, mei-juni 1917 p. 117.
1917 Uit de jongste Franse literatuur. (essay) Pseudoniem: G. Bardemeyer. In: De Goedendag, mei-juni 1917 p. 110-116.
1918 Oorsprong en evolutie der Jeugdbeweging In: Het Vlaamsche Nieuws, 18 oktober 1918, p 1
1918 Het jongste geslacht I. (essay) Pseudoniem: G. Bardemeyer. In: De Goedendag, 24ste jg. Nr 5 mei-juni 1918 p. 59-64.
1918 Het jongste geslacht II. (essay) Pseudoniem: G. Bardemeyer. In: De Goedendag, 24ste jg. Nr 6 juli-augustus 1918 p.97-102.
1919 Passief ? “Passieve flamingantisme” Pseudoniem: G. Bardemeyer. In: Ons land, 10 december 1916
1920 Vertwijfeling. In: Ruimte, 1ste jg., nr 1-2, p.11
1921 Weg met de Blauwvoeterij ! In: Opstanding, 2de jg., nr 2, 15 febr. 1921 niet gep.
1922 Nu, niet Straks. In: De ploeg 2 (1922), nr 3 p.,5
1922 Over moderne literatuur In: Vlaamsche Arbeid, jg. 12 ,nrs., 7-8, 1922, pp.246-261.
1925 Senator Prof. Dr. August Vermeylen, Leider der Vlaamsche Beweging In: Vlaamsche Arbeid, jg. 15 ,nrs.,9-10, 1925, pp.316-322.
1929 De chaplinade in Vlaanderen. In: Vandaag, jg., 1, nr 13, 1929, p.289.
1929 Poëzie van intuïtieve doorleving der dingen. In: Vandaag, jg., 1, nr 4, 1929, p.79-80.
1931 Het Nationaal Solidarisme. In: Ons Vaderland, 12 december 1931, p.1
1932 Aan die van uiterst links. In: Ons Vaderland, 30 april 1932, p.1
1933 Chaplin contra Hitler. (onuitgegeven briefwisseling) In: Pan, 25 augustus 1933, p. 2
1936 Kantteekeningen der Vlaamsche Letteren In: Getuigenis, jg., 1 nr 1, 1936, pp.29-30.
1937 Onze geestelijke stand. In: Het Nationale Dagblad, 23 september 1937 p.11
1937 Vrije Tribuun. Als ik een VNV’er was. In: Vlaamsch Front, jg. 1, nr 3, 1937, pp 13-14
1937 Concentratie. Ingezonden stuk. In: Vlaamsch Front, jg. 1, nr 6, 1937, pp 10-12
1937 De groote opzeg. In: Vlaamsch Front, jg. 1, nr 7, 1937, pp 9-12
1937 Vrije Tribuun. De politiseering van den Vlaamsche geest. In: Vlaamsch Front, jg. 1, nr 10, 1937, pp 8-10
1937 De Ruimte generatie. In: Courant, 14 november 1937, p.8
1937 Dichter met beperkte verantwoordelijkheid. In: Courant, 4 december 1937, p.8
1938 Dichterschap In: Courant, 8 januari 1938, p.10
1938 Randnota’s bij de landdag. Boodschap aan Staf de Clercq. Ingezonden stuk. In: Vlaamsch Front, jg.2, nr 3, 1938, pp.6-9.