Maakt deel uit van: activisme 1914-1918, expressionisme
VICTOR J. BRUNCLAIR
1899-1945
Omhelzen wij absurditeit, de groote konkubine, Uit: De dwaze rondschouw
De koorddanser van de Vlaamse poëzie (dixit: Pieter G. Buckinx in DWB 1946)
Brunclair, Victor J. -, (Antwerpen 1899-concentratiekamp Lagelund 1944), expressionistisch dichter, criticus en essayist.
Vooral als criticus en essayist is Victor J. Brunclair een van de baanbrekers van het modernisme in de Zuidnederlandse literatuur geweest. Als dichter haalde hij niet het kwalitatieve niveau van zijn theoretische inzichten, waardoor hij in de enorme schaduw van Van Ostaeyen kwam te staan.
BIOGRAFIE
18 oktober 1899: Victor J. Brunclair werd te Antwerpen geboren, draagt zijn moeders naam., Hij werd als ‘onwettig’ kind opgegeven omdat zijn vader, waarvan geen spoor is terug te vinden, weigerde te huwen.
- Zes maanden na zijn geboorte zou zijn moeder van verdriet zijn gestorven. De opvoeding van de kleine Victor werd overgedragen aan zijn uit Wallonië afkomstige grootmoeder, waardoor hij pas op de lagere school Nederlands leerde.
17 juli 1914: Behaalde het diploma van het derde en laatste studiejaar van de lagere hoofdschool. De familiale omstandigheden lieten niet toe dat hij verder studeerde.
- Maar de jonge Victor was een weerbare jongen en wou meer weten dan iemand die wel de kans kreeg om verder te studeren.
- Hij werd een gretig bezoeker van de stedelijke bibliotheek op het Conscienceplein.
- Hij schreef zich in aan het Hoger Handelsgesticht en volgde een hele reeks avondcursussen. Als autodidact werd hij dan boekhouder en dagbladschrijver.
1915: In een reactie op een vraag om literaire bijdragen voor het schooltijdschrift van de Stedelijke Normaalschool voor Jongens “Jonge Tijd” maakte hij, onder de naam Bonafied, zijn officiële debuut. Hij publiceerde er enkele gedichten over het gevraagde thema. Via dit tijdschrift kwam hij in contact met de Johanneskring van de latere burgemeester Lode Craeybeckx.
1916: Debuteerde met lyriek en essays in het avantgardistische tijdschrift ‘De Goedendag’ .
- Uit de essays (1916-1917), veelal gepubliceerd in ‘De Goedendag’, (Meestal onder schuilnamen zoals J. Fikkens, Fikky, Geert Bardemeyer of Lirio,) blijkt een uitgesproken voorkeur voor de activistische vleugel van de Vlaamse beweging. Echter niet zonder reserves. Radicale uitingen waren te vermijden ‘al was het maar om de activistische verwezenlijkingen van tijdens de oorlog veilig te stellen voor na de oorlog’ (Lino, ‘Overwegingen’ in: Den Goedendag, febr. 1917)
1917: In het ‘Goedendag-nummer van mei-juni 1917 maakte Brunclair zijn terugkeer als humanitair expressionistisch dichter.
- Ook Paul van Ostaijen (zie diens essay “Over dynamiek” in Goedendag april 1917 p.83-86 en mei-juni 1917 p. 101-108) en Gaston Burssens (vooral in navolging van Franz Werfel) evolueerden in die richting.
- Voor de jonge Antwerpse activisten maakten politiek en literatuur deel uit van één maatschappelijk project. Het expressionisme, dat zij uit een aantal Duitse avant-garde tijdschriften hadden leren kennen, zag men als een geschikt vehikel voor een universele gemeenschapskunst, die een einde zou maken aan het individualisme en estheticisme (‘l’art pour l’art) van de oudere generaties.
Van 1917 tot 1926 wordt de kentering van Brunclairs expressionistische visie tevens in zijn essays weerspiegeld.
September 1919: Lag mee aan de basis van het tijdschrift Ruimte (1920-1921) en na de verdwijning daarvan in 1921 werd hij vaste medewerker aan Vlaamsche Arbeid. Vooral in dit laatste tijdschrift verdedigde hij in scherpe en soms uitdagende kritieken het modernisme en de theorie van het organisch en experimenteel dichterschap.
1919: Werd secretaris van de Antwerpse groep van Clarté, een pacifistische internationalistische liga en werkte mee aan het Clarté-tijdschrift ‘Opstanding’ (1920-1921).
- Clarté was een beweging die haar wortels had in het oorlogsleed van Frankrijk: de secties werden er opgericht door Henri Barbusse en Romain Rolland. Het was in oorsprong anti-militaristisch.
- De doelstelling was de bevordering van het culturele peil van de arbeidersklasse en de verspreiding van het historisch materialisme onder de intellectuelen.
- In Vlaanderen waren er Clarté-groepen in Gent, Brussel, Antwerpen, Mechelen en Oostende.
- Er was een ‘algemeen Vlaams’ tijdschrift, uitgegeven te Brussel: ‘Opstanding’ en een afzonderlijk blad van de Antwerpse groep: ‘De Nieuwe Wereldorde’.
- Ook de jongeren –o. a. Geert Pijnenburg- hadden een tijdschrift ‘Staatsgevaarlijk’. (waarvan slechts vier nummers verschenen, alle in 1919.
- In feite waren de Vlaamse groepen een amalgaam van pacifisten, oud-activisten, minderheidssocialisten en anarchisten. Ze waren niet dogmatisch en recruteerden in kringen van jongeren en kunstenaars. Een bekende Clarté-militant was Herman van den Reeck, die in 1920 tijdens een 11-juli viering in Antwerpen werd doodgeschoten. Ander bekenden waren Geert Pijnenburg (ps. Geert Grub), Gaston Burssens en René De Clercq.
- In deze essays komen vooral zijn politieke ideeën aan bod. In militante artikels als ‘Rondom Clarté’, Maatschappelijke kunst, ‘Toekomstmuziek’ en ‘Weg met de Blauwvoeterij’ stuurt hij aan op politisering, democratisering en socialisering van de Vlaamse beweging in een internationaal verband: ‘Te lang is het Vlaamse volk geleid door liefhebbers in de Germaanse filologie’.(in ‘Opstanding’ 2de jg. 15/2/1921).
- Keert zich af van het vage ‘Menschheits- und Allgefühl’ à la Werfel om tot het Duitse ‘Aktivismus’ toenadering te zoeken. In het essay ‘Distinguos’ (1921) klinkt het zo: ‘Al dat geklets rond een toekomstwereld is apekool als geen reaalpolitiek merg het aanstevigt. Goed voor dwepers en deemoed-militanten.’
1926: Publicatie van ‘De dwaze rondschouw’.
- Sterk beïnvloed door ‘Het sienjaal’ (1918) van Paul van Ostaijen. Behoort tot het selecte corpus modernistische poëzie is die het Vlaamse expressionisme heeft opgeleverd. Hier viert zijn speelse fantasie en het radicale modernisme hoogtij. Hoewel merkwaardig van thematiek en opzet, blijft deze poëzie zwak van vormgeving.
1929: Publicatie van de chaotische roman ‘De monnik in het westen’.
- Groots opgezette roman. Voor de laatste keer wordt in de Nederlandse literatuur een poging gedaan om aan de humanitair expressionistische droom literair gestalte te geven.
- De handeling stelt de parallelle mislukking van drie fundamentele houdingen: de revolutionaire idealist, de egoïst en de mysticus.
- De roman vertoont een gebrek aan synthetisch vermogen en psychologische samenhang, de vele taferelen raken niet gestructureerd.
Na 1930 was Brunclair vooral werkzaam als schrijver van toneel- en hoorspelen, die niet zijn uitgegeven.
1934: Hij vertaalde Bertold Brechts Dreigroschenoper
1936: Richtte samen met Geert Pijnenburg het links geöriënteerde humanistisch blad “Getuigenis” op, in de redactie verklaring vooorgesteld als een ‘Vlaamsch kultureel links gericht vrijzinnig tijdschrift’. Er zouden slechts twee afleveringen verschijnen (nr 2 en nr 3 vormden een duubbelnummer).
Hij was ook nog hoofdopsteller van het tijdschrift “Opera“.
1936: Publicatie van de dichtbundel “Sluiereffecten” .
- Brunclairs ontnuchterde blik op de samenleving evolueert verder naar wat men later de ‘nieuwe zakelijkheid’ is gaan noemen.
- Zo laat hij personages optreden:
1937: In het essay “Het heilige handvest”, zet hij zich af tegen de ‘volksverbonden’ kunst van rechtse regimes en de ‘proletkult’ van de communisten.
- Deze publicatie lag aan de basis van zijn aanhouding door de Gestapo en zijn dood in het concentratiekamp Lagelund in Sleeswijk-Holstein.
- Kan worden beschouwd als antwoord op Urbain van de Voordes Het pact van Faustus (1936)
1937: Zijn laatste dichtbundels ‘Camera lucida’ (1937) en ‘Spreekcel‘ (1940) brachten een traditionelere meer gelouterde vorm van poëzie.
- Het gedicht ‘De man met hersens in het kamp’ in ‘Openbare spreekcel’ doet niet onder voor de gruwelijkste tekeningen en schilderijen van Otto Dix of George Grosz.
1938-1939: Benoemd tot secretaris van de KNS (Koninklijke Nederlandse Schouwburg). Vervolgens werd hij benoemd tot secretaris van de Koninklijke Vlaamse Opera.
1942: Arrestatie door de Gestapo.
- In december werd hij aangeklaagd door Hendrik Diels, orkestmeester van de Vlaamse opera, die Brunclair ervan beschuldigde hem een brief te hebben geschreven waarin hij met de dood bedreigd werd. Brunclair werd opgepakt door de Gestapo en hoewel al vlug bleek dat hij met deze zaak niets te maken had, werd zijn gevangenneming steeds maar verlengd toen de Nazi’s zich gingen verdiepen in zijn werk en daar op anti-fascistische geschriften stuitten. Ze kwamen tot het besluit dat Brunclair, de activist van 14-18, helemaal niet deutschfreundlich was, maar eerder deutschfeindlich.
- Hij zou nooit meer vrijkomen, belandde in de gevangenis aan de Begijnenstraat van Antwerpen, vandaar naar Hoei, vervolgens naar het kamp van Vught in Nederland. Daar ontmoette hij Nico Rost, die de laatste getuigenis zal brengen in zijn dagboek ‘Goethe in Dachau’ (1946): ‘Hij was fel en niet in het minst teneergeslagen…”(10/4/1944)
- In september 1944 werd hij naar het kamp van Sachsenhausen in Duitsland gedeporteerd.
21 november 1944: Victor J. Brunclair overlijdt in het concentratiekamp te Lagelund (Sleeswijk-Holstein) vermoedelijk aan de gevolgen van dysenterie. Hij was 45 jaar oud en liet een vrouw en een zoontje achter, dat tijdens zijn gevangenschap was geboren.
Meer over Victor J. Brunclair
- Paul De Wispelaere, Victor J. Brunclair 1899-1944. Brussel: Manteau (1960) -47p. Monografieën over Vlaamse letterkunde nr 12.
- Hubert Lampo, De ring van Möbius I. Brussel: Manteau (1967) -160p. Bevat een essay over Brunclair.
- “Hij was de koorddansen van de Vlaamse poëzie”, schreef Pieter G. Buckinx in 1946 in Dietsche Warande & Belfort.
Geraadpleegde bronnen
Website
- Victor J. Brunclair – Telenet Service
- DBNL auteur – Victor J. Brunclair
- Meervoud – Links Vlaams-nationaal maandblad
Referenties
- Dieter Vandenbroucke, Victor J. Brunclair als jonge beeldenstormer. ‘Ik wil geen spiegel om m’n eigen beeld te stelen’. In: Zacht Lawijd jg. 5, nr 1 2005 p. 2-27.
- Prof. Dr. M. Rutten, Prof. Dr. J. Weisgerber, Van ‘Arm Vlaanderen’ tot ‘De voorstad groeit’ 1888-1946. Standaard Uitgeverij 1988, p. 342-347.
- Dieter Vandenbroucke, ‘De ware geestesmensch laat zich niet politiseeren’. Victor J. Brunclair over de verhouding tussen kunst en politiek en het verlangen naar een Vlaams eenheidsfront in de jaren ’30. In, De trust der Vadelandsliefde. pp. 138-161. AMVC-Letterenhuis, 2005.
SMAAKMAKER
Dorp-doorvaart Dit openbaart de grolgorgel van een klaxon door de heuvelstreek ontzetting der der dingen burlesk verbazen het vreedzaam vee houdt op met grazen en zilvervis richt zich rild uit de blauwe beek Een antieke kantiekentoren heeft het hoofd verloren vergeet de Tijd te slaan zo geraakt zijn tiktak getikt en de tikkenhaan draait dwaas driemaal Boos zet de hangbrug een hoge rug maar droomdaken heffen hunschouwken in reikhals over de hagen Allen de schaterwaterlach van de beek is niet verslagen daarvan snapt de snep bij de waterboord geen zier (Uit: De dwaze rondschouw p. 47)BIBLIOGRAFIE
De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij
- Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen.
- Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
- POËZIECENTRUM VZW – Gent
Om een foto in de fotogalerij te vergroten klik op de foto
Chronologisch overzicht
A. Literaire werken
B. Artikels in tijdschriften
| 1915 | Het schoonste op de wereld. Pseudoniem: Bonafied. | In: Jonge Tijd, 29 maart 1915, p. 8 |
| 1915 | Verzen. | In: Jonge Tijd, 29 maart 1915, p. 8 |
| 1915 | Ik herinner mij. | In: Jonge Tijd, 15 april 1915, p. 14 |
| 1915 | Welke richting ? | In: Jonge Tijd, 1 mei 1915, p. 19-20 |
| 1916 | Taktiek. De Vlaamse politiek. Pseudoniem: G. Bardemeyer. | In: Ons land, 10 december 1916 |
| 1916 | Eendracht; | In: Goedendag, april 1916, p. 83-86 |
| 1916 | Vlaamse Kring. (Antwerpen) | In: Goedendag, augustus 1916, p.201 |
| 1917 | Overwegingen betreffende Aktivisme en Passieven Pseudoniem: Lirio | In: Goedendag, jg., 23 februari 1917, p. 49-51 |
| 1917 | ’t Preludium der eeuw. Pseudoniem: G. Bardemeyer. | In: Ons land, 7 januari 1917 p. 3 |
| 1917 | Kentering. Pseudoniem: G. Bardemeyer. | In: Ons land, 23 februari 1917 p. 3 |
| 1917 | Middernacht. (gedicht) Pseudoniem: G. Bardemeyer | In: De Goedendag, mei-juni 1917 p. 117. |
| 1917 | Uit de jongste Franse literatuur. (essay) Pseudoniem: G. Bardemeyer. | In: De Goedendag, mei-juni 1917 p. 110-116. |
| 1918 | Oorsprong en evolutie der Jeugdbeweging | In: Het Vlaamsche Nieuws, 18 oktober 1918, p 1 |
| 1918 | Het jongste geslacht I. (essay) Pseudoniem: G. Bardemeyer. | In: De Goedendag, 24ste jg. Nr 5 mei-juni 1918 p. 59-64. |
| 1918 | Het jongste geslacht II. (essay) Pseudoniem: G. Bardemeyer. | In: De Goedendag, 24ste jg. Nr 6 juli-augustus 1918 p.97-102. |
| 1919 | Passief ? “Passieve flamingantisme” Pseudoniem: G. Bardemeyer. | In: Ons land, 10 december 1916 |
| 1920 | Vertwijfeling. | In: Ruimte, 1ste jg., nr 1-2, p.11 |
| 1921 | Weg met de Blauwvoeterij ! | In: Opstanding, 2de jg., nr 2, 15 febr. 1921 niet gep. |
| 1922 | Nu, niet Straks. | In: De ploeg 2 (1922), nr 3 p.,5 |
| 1922 | Over moderne literatuur | In: Vlaamsche Arbeid, jg. 12 ,nrs., 7-8, 1922, pp.246-261. |
| 1925 | Senator Prof. Dr. August Vermeylen, Leider der Vlaamsche Beweging | In: Vlaamsche Arbeid, jg. 15 ,nrs.,9-10, 1925, pp.316-322. |
| 1929 | De chaplinade in Vlaanderen. | In: Vandaag, jg., 1, nr 13, 1929, p.289. |
| 1929 | Poëzie van intuïtieve doorleving der dingen. | In: Vandaag, jg., 1, nr 4, 1929, p.79-80. |
| 1931 | Het Nationaal Solidarisme. | In: Ons Vaderland, 12 december 1931, p.1 |
| 1932 | Aan die van uiterst links. | In: Ons Vaderland, 30 april 1932, p.1 |
| 1933 | Chaplin contra Hitler. (onuitgegeven briefwisseling) | In: Pan, 25 augustus 1933, p. 2 |
| 1936 | Kantteekeningen der Vlaamsche Letteren | In: Getuigenis, jg., 1 nr 1, 1936, pp.29-30. |
| 1937 | Onze geestelijke stand. | In: Het Nationale Dagblad, 23 september 1937 p.11 |
| 1937 | Vrije Tribuun. Als ik een VNV’er was. | In: Vlaamsch Front, jg. 1, nr 3, 1937, pp 13-14 |
| 1937 | Concentratie. Ingezonden stuk. | In: Vlaamsch Front, jg. 1, nr 6, 1937, pp 10-12 |
| 1937 | De groote opzeg. | In: Vlaamsch Front, jg. 1, nr 7, 1937, pp 9-12 |
| 1937 | Vrije Tribuun. De politiseering van den Vlaamsche geest. | In: Vlaamsch Front, jg. 1, nr 10, 1937, pp 8-10 |
| 1937 | De Ruimte generatie. | In: Courant, 14 november 1937, p.8 |
| 1937 | Dichter met beperkte verantwoordelijkheid. | In: Courant, 4 december 1937, p.8 |
| 1938 | Dichterschap | In: Courant, 8 januari 1938, p.10 |
| 1938 | Randnota’s bij de landdag. Boodschap aan Staf de Clercq. Ingezonden stuk. | In: Vlaamsch Front, jg.2, nr 3, 1938, pp.6-9. |



