home | Inloggen
Aantal schrijvers: 536 | Aantal boeken:

15559

Burssens, Gaston

Maakt deel uit van: ,

GASTON BURSSENS

Dendermonde, 18 februari 1896 – Antwerpen, 29 januari 1965

Gaston Burssens was dichter, prozaschrijver, essayist, toneelauteur en schilder .

De bommenlegger in de Vlaamse poëzie
(volgens Paul Demets in DM 19 oktober 2005)

BIOGRAFIE

18 februari 1896: Gaston Burssens werd geboren te Dendermonde  als derde kind in een groot en vrij welgesteld gezin.

Hij deed zijn middelbare studies aan het atheneum te Mechelen, waar hij les kreeg van o.a. Maurits Sabbe.

  • Maurice Sabbe (1873-1938) was een gematigd man, die tijdens WOI aan zijn ’passivisme’ vasthield. Hierdoor kon voor de hogere klassen van het Atheneum een flamingantische club worden opgericht: ‘Voor onze moedertaal’. Gaston Burssens was er lid van.
  • ‘Voor onze moedertaal’ was een romantisch aangelegd clubje. Het ging om een door Sabbe geïnspireerd cultuurflamingantisme, dat weinig te maken heeft met het activisme dat Burssens later tijdens de bezetting zou verdedigen.

Juli 1915: Behaalde diploma middelbaar onderwijs.

Maar universitair onderwijs volgen kon niet, want alle vier de universiteiten hadden hun deuren gesloten.

  • Om te voorkomen dat hij als opgeëiste arbeidskracht naar Duitsland zou worden gestuurd, deed hij de retoricaklas nog eens over. Aanvankelijk was hij de enige leerling, maar snel kreeg hij gezelschap van een Antwerpse leerling Jan Melis. Melis kwam uit het activistische broeinest van het Antwerpse atheneum (Van Ostayen en anderen), dat zich voor de Vlaamse  zaak sterk maakte in het studententijdschrift De Goedendag. Onder invloed van het gedachtengoed van de Antwerpse activisten, zal zijn vrij passieve houding drastisch veranderen.
  • De Antwerpse groep plaatste het flamingantisme in een socialistisch internationaal kader. Een zelfstandig Vlaanderen als opstapje naar een Europese cultuur.

1915-1918: In deze  periode maakte Burssens zijn debuut én als activistisch geïnspireerd schrijver én als dichter. Politiek en poëzie hield hij echter strikt gescheiden.

13 oktober 1915: Op politiek vlak publiceerde hij een pamflet in ‘Het Vlaamsche Nieuws’ waarin hij het cultuurflamingantisme van zijn leraar Sabbe vaarwel zei:

  • “Als eenige mogelijke oplossing der Vlaamsche kwestie wordt geëischt en moet verkregen worden hetgeen de Ieren voor Ierland, de Polen voor Polen, de Finnen voor Finland vragen, een ‘home rule’, zelfbestuur voor Vlaanderen! En dat moet nu voorbereid worden.”
  • Voor Burssens echter was de de strijd voor een zelfstandig Vlaanderen, de taak van de Vlaamse Beweging en van de Vlaamse Beweging alleen. Onverduitst en onverfranst, zo zag het Vlaanderen van Burssens eruit.

1915-1916: Zijn eerste gedichten verschenen in Vlaamsgezinde tijdschriften ‘De Goedendag’ (1915-18), ‘Ons Land’ en ‘Vlaamsch Leven’ (1915-18).

Medio 1916: Stuurde een gedicht naar de Gentse socialistische krant ‘Vooruit’. Dit moet niet verrassen, want Burssens gaf aan zijn flamingantisme een sterke sociale invulling. Op 9 juli verscheen het gedicht ‘Onrust’ en op 15 oktober volgden nog drie gedichten onder de verzameltitel ‘verzen’.

In deze gedichten heeft Burssens zijn eigen vorm nog niet gevonden. Invloeden van Guido Gezelle, Nicolaas Beets en andere dichters zijn nog nadrukkelijk aanwezig.

1916 -1917: Tijdens de Eerste Wereldoorlog studeerde hij een tijdje germanistiek aan de vernederlandste Universiteit Gent.

In de zomer van 1917 brak hij echter zijn studie af en werd bediende bij het Ministerie van Landbouw. Tijdens de oorlog hield hij verschillende voordrachten over de Vlaamse Beweging en de Tachtigers.

1918: Het activisme van Burssens komt hem op 6 maanden celstraf te staan. Of hij daadwerkelijk veroordeeld is, is eigenlijk onduidelijk. Feit is dat hij bij een grote groep licht gestraften hoorde, die er met een aantal maanden voorarrest vanaf kwamen.

1918: Publicatie van zijn eerste dichtbundel ‘Verzen’, met de stadsthematiek –één van de hoofdingrediënten van het toenmalige expressionisme – in de hoofdrol. Evenwel anders dan bij Van Ostaijen.

  • De dichter is tegelijk voyeur en visionair: de blonde ‘venusdiertjes’ , de ‘kristelike zondevrouwen’, de ‘nachtelike schonen (…) ver en puntig gedecolleteerd’. Het zijn incarnaties van de grote-stadserotiek. Zij smelten op het einde van de bundel samen in een allegorie à la Félicien Rops.
Als een onaniese vrouw met fletse wangen
en blauwe kringen om d’ogen
ten teeken van dierlijk zelfverlangen
en –bevrediging,
is me de wereldstad verschenen
met zijn fiere logen
van sarkasties lachen en schijnbaar wenen (…)
met haar leven
als een nakende dood.
 

1919: Op politiek vlak vinden we Burssens publicaties terug bij zowel ‘Staatsgevaarlijk’ dat door Geert Pijnenburg werd uitgegeven, als ‘De Nieuwe Wereldorde’, twee periodieken die het gedachtengoed van Clarté uitdroegen.

  • Clarté was een beweging die haar wortels had in het oorlogsleed van Frankrijk: de secties werden er opgericht door Henri Barbusse en Romain Rolland. Het was in oorsprong anti-militaristisch.
  • De doelstelling was de bevordering van het culturele peil van de arbeidersklasse en de verspreiding van het historisch  materialisme onder de intellectuelen.
  • In Vlaanderen waren er Clarté-groepen in Gent, Brussel, Antwerpen, Mechelen en Oostende.
  • Er was een ‘algemeen Vlaams’ tijdschrift, uitgegeven te Brussel: ‘Opstanding’ en een afzonderlijk blad van de Antwerpse groep: ‘De Nieuwe Wereldorde’.
  • Ook de jongeren –o. a. Geert Pijnenburg- hadden een tijdschrift ‘Staatsgevaarlijk’. (waarvan slechts vier nummers verschenen, alle in 1919.
  • In feite waren de Vlaamse groepen een amalgaam van pacifisten, oud-activisten, minderheidssocialisten en anarchisten. Ze waren niet dogmatisch en recruteerden in kringen van jongeren en kunstenaars. Een bekende Clarté-militant was Herman van den Reeck, die in 1920 tijdens een 11-juli viering in Antwerpen werd doodgeschoten. Ander bekenden waren Geert Pijnenburg (ps. Geert Grub), Brunclair en René De Clercq.

Gaston Burssens –evenals Victor Brunclair, Herman van den Reeck ea – bevindt zich op de linkervleugel van de Vlaamse Beweging.

1920: Werkte mee aan Ruimte, het orgaan van de jonge expressionisten. In datzelfde jaar verscheen de verzenbundel ‘Liederen uit de stad en uit de sel ‘, waarin hij zich een modern dichter toont, in de traditie van de avant-garde.

  • Merkwaardig en tekenend voor zijn aarzelende houding is dat hij ongeveer terzelfder tijd ook meewerkte aan ‘Het roode Zeil’, orgaan van een groep oud- medewerkers van ‘De Boomgaard’ (1909-11), die trachtten tussen traditionalisten en modernen een verzoenend standpunt in te nemen

1920-1924: Van humanitair expressionisme naar futuristische, dadaïstische stromingen.

  • Samen met Paul van Ostaijen en Victor Brunclair schreef hij verschillende theoretische bijdragen voor Vlaamsche Arbeid met betrekking tot het modernisme en de theorie van het organisch en experimenteel dichterschap.
  • Geleidelijk aan werd hij samen met van Ostaijen één der weinige authentieke vertegenwoordigers van het organisch expressionisme: het omvatten van een ongerijmde wereld in ongerijmde poëzie.

1924: Publicatie van de bundel ‘Piano’, waarmee Burssens definitief doorbrak

Piano
lino wit en zwart
 
vingeren toetsen de toetsen
in mineur
maar het auditorium dut
in ut
maar Chaplin is in nood
Chopin is dood
en wordt begraven met zijn marsj in do
dodo
dada
-dadaisme van het auditorium-
 
als gele vingeren de roetsen toetsen
speelt de piano
pianissimo
en draait de automatiese trommel
fortissimo

 

Op Piano volgt het door de Cahiers van De Driehoek uitgegeven ‘Enzovoort’ (1926) dat later, samen met ‘Piano’ en een nieuwe reeks ‘Voor kleine saksofoon’, met een paar wijzigingen in ‘Klemmen voor zangvogels’ (1930) zal worden herdrukt.

Nog een voorbeeld van geestig muzikale verfijndheid: Schommel (uit: Enzovoort)

Zat van liefde zit ze naakt
Zat de lieverd in de leunstoel
Zat
Zat de lieverd in de leunstoel
Zat van liefde
Zat ze naakt
 

1927: Richtte in Antwerpen een handelszaak op die in 1938 zou uitgroeien tot de firma Lavandia, een zeep- en drogerijenbedrijf in Antwerpen, die hij tot 1961 heeft geleid.

1928: Overlijden van Paul Van Ostaijen.

  • Waarschijnlijk heeft niemand zoveel gedaan als Burssens om waardering af te dwingen voor Van Ostaijen.
  • Hij schreef meerdere essays over zijn betreurde vriend en verzorgde de uitgave van diens literaire nalatenschap.

1930 tot 1935: Leidde de uitgeverij Avontuur, zo genoemd naar het tijdschrift dat hij o.a. met Van Ostaijen opgericht had.

1935: French en andere cancan toont ten volle de non-conformist die Burssens zijn hele leven is geweest. De bundel stuitte op volkomen onbegrip van de critici. Net zoals in de dans uit de titel, laat hij zijn lezers van het ene been op het andere dansen. De ene pagina bevat statige poëzie, de andere staat vol absurde associaties, balancerend op de rand van de kitsch. Een speelse bundel, waarin Burssens traditionele vormen als het sonnet, de ballade of het lied laat ontsporen, vol cynisme en voor die tijd gewaagde seksuele connotaties. Kortom: een kaakslag voor het burgerfatsoen.

Zo klinkt het titelgedicht van de bundel

‘Tussen kant en grand écart
is maar alles kant en klaar
voor wat een dame voor een heer is
en wat meer is
is tutu’

Bovendien krijgt vrijwel ieder gedicht een andere opmaak: er worden tientallen verschillende lettertypes gebruikt, de gedichten worden omkranst met grafische decoratie, beginkapitalen worden versierd.

Na de tweede wereldoorlog

Zijn eigenzinnig doorzettingsvermogen, waarmee hij één tegen allen, door dik en dun, de modernistische esthetiek is blijven voorstaan – tegen de conservatieve stromingen van de jaren dertig en veertig in – heeft de eerbied van de Vijftigers afgedwongen.  Burssens door de jongeren als een van hun voorgangers en geestelijke leiders erkend.

1946: 12 Nigger-songs. Naar het Kiluba van Vidye Kalombo op sonnetten getrokken door Gaston Burssens, luidt de vermakelijke titel van deze bundel. Toch blijft het een felle aanklacht tegen de absurditeit van de oorlog. Voor de goede orde: Kalombo betekent God.

‘God zij geloofd in ’t teken van Zijn kruis
En in de goede schoonheid van Zijn Wezen
Duizenden liggen in het knekelhuis
Extatisch te staren hoe of Hij is herrezen.’

1947: Treedt toe tot de redactie van Podium.

Hij werkt mee aan ‘Tijd en Mens’ (1950), ‘Dietsche Warande en Belfort’, ‘De Vlaamse Gids’ en het ‘Nieuw Vlaams Tijdschrift’ waarvan hij in 1956 mederedacteur wordt.

Hij krijgt de Driejaarlijkse Staatsprijs voor Poëzie, een eerste keer voor ‘Pegasos van Troje’ in 1952, een tweede keer in 1958 voor ‘Adieu’. Zijn stuk ‘Boy’ (1952) wordt in 1954 opgevoerd door het Kamertoneel te Brussel.

Na de tweede wereldoorlog zal Burssens zich zelfs als schilder doen kennen. Hij hield in 1958 te Brussel een tentoonstelling die door verschillende andere gevolgd werd. Aanvankelijk had hij tot de surrealistische strekking behoord, maar omstreeks 1957 was hij naar de non-figuratieve schilderkunst overgegaan. Zoals steeds was het hem een behoefte zich bij de voortrekkers te voegen

29 januari 1965: Gaston Burssens overleed te Antwerpen op en werd begraven op het Antwerpse Schoonselhof.

EPILOOG

Dat het recalcitrante in de Vlaamse letteren (gelukkig) niet met hem verloren ging, bewijst de groteske poëzie en het proza van Gust Gils, later van Paul Snoek en vandaag van Jeroen Olyslaegers én de speelse vermenging van stijlregisters bij Peter Holvoet-Hanssen.

BEKRONINGEN

  • 1930: Driejaarlijkse Staatsprijs voor Poëzie voor ‘Klemmen voor zangvogels’
  • 1952: Driejaarlijkse Staatsprijs voor Poëzie voor ‘Pegasos van Troje’
  • 1958 : Driejaarlijkse Staatsprijs voor Poëzie voor ‘Adieu’

MEER OVER GASTON BURSSENS

  • J. Walravens, Gaston Burssens, Brussel 1960 (Monografieën over Vlaamse Letterkunde nr 18)
  • Jozef Laureys, Bibliografie van publicaties en bijdragen over Gaston Burssens. Uitg. VVBAD 1982 Stadsbibliotheek Antwerpen. (Zowel gepubliceerde als onuitgegeven publicaties over het werk en het leven van de auteur zijn opgenomen.)
  • Het Louis Paul Boon Genootschap presenteerde eind maart 2002 in zijn kwartaalblad Boelvaar Poef 2e jrg., nr. 1 onder de titel ‘Allebei naakt’ de integrale correspondentie van Louis Paul Boon met de Vlaamse dichter Gaston Burssens (1896-1965).
  • Gobbers, W. 1985. ‘Gaston Burssens’. In: De Nederlandse en Vlaamse auteurs. Van middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs. Ed. G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse. Weesp: De Haan.
  • Pay, Luc. 1980. ‘Gaston Burssens’. In: Kritisch lexicon van de Moderne Nederlandstalige Literatuur. Ed. Hugo Brems, Tom van Deel, Ad Zuiderent. Groningen: Martinus Nijhoff Uitgevers. band 2. augustus 1987.

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Websites

Referenties

  • Prof. Dr. M. Rutten, Prof. Dr. J. Weisgerber, Van ‘Arm Vlaanderen’ tot ‘De voorstad groeit’ 1888-1946. Standaard Uitgeverij 1988, p. 320-335.
  • Matthijs De Ridder, De Yadefluit van Gaston Burssens. In: Zacht Lawijd jg.3, nr 4 2004 p. 2-17.
  • Matthijs De Ridder, Een romantische activist. De vroege poëzie van Gaston Burssens. In: Zacht Lawijd jg.2, nr 2 2003, p. 53-64.
  • Gaston Burssens, Vijf onbekende gedichten. In: Zacht Lawijd jg.2, nr 2 2003 p. 65-69.

SMAAKMAKER

DE BREUK

Ik was doof voor wat men mij gezegd heeft.
Ik had een breuk tussen de toekomst en het heden.
Mijn galblaas werd mij als een prentje uitgesneden.
Ik leed per procuratie aan angor pectoris.
Ik had algen in mijn waterblaas.
Mijn tanden vielen uit van ergernis.
Mijn ogen werden blind op het verleden
en ‘k vocht mij dood voor een gebeurtenis.

Zo hang ik dan mijn vuile was te hangen
op het terras van eens mijn nederigheid.
Nu is mijn wederkerigheid
van mij tot mij niets dan een dwaze drang
naar ’t schild en vriend van mijn vervulde nijd.

En nu mijn tijd voor eeuwig is geluwd,
is ’t mij niet mogelijk meer nog op mijzelf te spuwen,
omdat ik, zonder gal, mijn gal heb uitgespuwd.

Uit: Gedichten 1962

BIBLIOGRAFIE

De gegevens van deze bibliografie werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen.
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • Piet Devos: Van reuzen tot dwergen. Bibliografie – Vlaamse schrijvers in de 20ste eeuw – Eerste drukken. Kortrijk, eigen beheer 2007
  • POËZIECENTRUM vzw – Gent
    • Naast de Poëzieshop biedt het Poëziecentrum voor liefhebbers van antiquarische kleinoden ook een uitgebreid aanbod modern antiquariaat aan. Recentelijk werd het aanbod uitgebreid tot meer dan 3500 titels èn werden alle prijzen geherwaardeerd. Je vindt een overzicht van al de antiquarische titels op Antiqbook.

 

Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1918 Verzen. (poëzie)
Deeltitels: Proloog; Magda verzen;Verzen voor de mooie vrouw; Verzen voor de kristelijke zondevrouw; Andere verzen.
Burssens 5 Mechelen: Gedrukt door Jan Bulens.(Antwerpse Steenweg, 58) – 64 p.
Vermelding op de titelpagina: ‘uitgegeven te Mechelen, tijdens de oorlog, in het jaar negentienhonderd en achttien’.
Van dit boek werden 25 niet in de handel gebrachte exemplaren eigenhandig genummerd van 1 tot 25

 

1919 De yadefluit. Vrije bewerking van Chinese gedichten, 8e-20e eeuw. Bewerkingen door Gaston Burssens.
Bevat een door de auteur geschreven ‘Kanttekening’ die achterin de uitgave van De Nederlandsche Boekhandel (Antwerpen) is opgenomen.
De bandtekening is door de schrijver.
Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel – 63 p.
Afmetingen: 23 x 18
Drukkerij J.E. Buschmann
1920 Liederen uit de stad en uit de sel. (poëzie)
Deeltitels: Liederen uit de stad; Liederen uit de sel; De bevrijding.
Burssens 12 Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel – 45p.
Afmetingen: 20,5 x 16,5
Colofon: Dit boek werd gedrukt op de persen der firma Van Peborgh te Lier. De lino’s die het illustreren zijn door mezelf gesneden.

 

1924 Piano. Gedichten. (poëzie)
De verluchting van dit boek werd door de dichter zelf bezorgd. 
Mechelen: H. Holemans. – 32p.
Afmetingen: 24,5 x 19,5
Drukkerij J.E. Buschmann
Oplage: 225 exemplaren op Hollandsch Van Gelder, genummerd van 1 tot 225
1926 Enzovoort. Met zelfportret van de schrijver. (poëzie)

Burssens 10a

Burssens 10 Antwerpen: Uitgaven van De Driehoek. (Statiekaai 7)  -31p.
Afmetingen:18.75 x 12.25 (ingenaaid)
Colofon: Van dit cahier, het zesde van de Driehoek, werden gedrukt drie-honderd-dertig exemplaren, genummerd 1 tot 330, waarvan n°1 tot 30, gedrukt op Hollands papier, niet in de handel werden gebracht.
1930 Klemmen voor zangvogels. (poëzie)
Deeltitels: Piano; Enzovoort; Voor kleine saksofoon
Bekroond met de driejaarlijkse staatsprijs voor poëzie.
Geïllustreerd door Floris Jespers.
Burssens 9b
Burssens 9 Wilrijk – Antwerpen: Uitgeversbedrijf Avontuur. – 93p.
Afmetingen: 22.50 x 14.30
N. V. Drukk. Erasmus, Gent
Van dit boek werden gedrukt:
25 exemplaren op Velin Blanc de Vidalon in zwart mi-teinte omslag van Canson en Montgolfier, genummerd van 4 tot 25 en van I tot III deze laatsten niet in den handel.
Deze 25 exemplaren bevatten de 4 originele etsen van Floris Jespers, gedrukt op Chinese zijde en Japans papier en getekend door de verluchter –
175 exemplaren op Engels Allura papier met lijn cliché reproducties naar bovengenoemde etsen, genummerd van 26 tot 200.
1933 Paul van Ostaijen zoals hij was en is. (essay)
Met drie foto’s
Wilrijk-Antwerpen: Uitgeversbedrijf Avontuur. – 95p.
Afmetingen: 25 x 16.50
1935 French en andere Cancans. (poëzie) Burssens 8 Wilrijk-Antwerpen: Uitgeversbedrijf Avontuur. – 101p.
Afmetingen:24.75 x 16.30 (ingenaaid)
Colofon: Van dit boek werden gedrukt op de persen van J.-E. Buschmann te Antwerpen in het jaar 1935: 300 exemplaren met de hand genummerd van 1 tot 300 (nota: gedrukt staat 250 overschreven tot 300) alle identiek tot dit exemplaar, dat als nummer draagt:  …
1941 De eeuw van Perikles. (poëzie) Burssens 11 Antwerpen: De Sikkel. – 74p.
Afmetingen: 25.25 x 19 (ingenaaid)
Colofon: Van dit boek werden gedrukt: 20 exx. op Pannekoek, genummerd van I tot XX ; en 250 exx. op Steinbach van Malmedy, genummerd van 21 tot 270.
1943 Elegie. (poëzie)
1943: [Tweede druk] bij De Sikkel te Antwerpen. -40p., oplage 200
1953: 3de vermeerderde druk bij Den Haag: Daamen  n.v./ Antwerpen: De Sikkel.
Antwerpen: De Sikkel.  – 37p.
Afmetingen: 26 x 19.50
Oplage 25 ex.
1943 Floris Jespers. (essay)
Met 170 afbeeldingen in phototypie en 3 platen in quadrichromie naar werken van den schilder.
Antwerpen: De Sikkel. -224p. + 3 kleur + 170 z/w ill.

Afmetingen:  31 x 24 cm
oplage: 250 genummerde exemplaren.
1945 Fabula rasa. Proeve van objectief dagboek. (Verhalen en beschouwingen)
Illustraties van Jozef Cantré.
1964: 2de vermeerderde uitgave bij De Bezige Bij te Amsterdam als Literaire Reuzenpocket nr 69en Uitgeverij Ontwikkeling, Antwerpen.
1971: Het verhaal ‘De dichter en de revolutie’  werd opgenomen in de bundel ’54 Vlaamse verhalen‘, deel 1,  samengesteld door Karel Jonckheere en Marnix Gijsen, Uitgeverij Paris-Manteau, Antwerpen pp 103-105.
2000: 3de uitgave bij Houtekiet te Antwerpen als nr 9 in de reeks Vlaamse Bibliotheek
Antwerpen: De Sikkel (Eug. De Bock Lamorinièrestraat 116). – 138 p.
Afmetingen: 19 x 14.50 (ingenaaid)
Drukkerij George Michiels, N.V. Tongeren
Colofon: van dit boek werden 200 exx. gedrukt op van Gelder.
1946 12 nigger-songs. Naar het Kiluba van Vidye Kalombo op sonnetten getrokken door Gaston Burssens. (poëzie) Antwerpen: De Sikkel – 24p.
Oplage 120 ex.
Afmetingen: 19 x 14
1952 Boy. Spel in drie bedrijven. (toneel) Antwerpen: De Sikkel. – 128p.
Oplage 300 ex.
Afmetingen: 21 x 15.50
1952 Pegasos van Troja. (poëzie)
Bekroond met de driejaarlijkse staatsprijs voor poëzie.
 Amsterdam: U.M. Holland / Antwerpen: De Sikkel. – 66p.
Oplage400 ex.
Afmetingen: 25 x 19.50
1953 Elegie (poëzie)
Derde vermeerderde druk.
1943: 1ste en 2de druk.
Burssens 13 Den Haag: Daamen nv. / Antwerpen: De Sikkel. -47p.
Reeks: Maatstafdeeltje nr 6
Afmetingen: 18.20 x 11.50 (ingenaaid met stofwikkel)
1954 Ode. (poëzie) Antwerpen: De Sikkel / Den Haag: Bert Bakker-Daamen nv. – 80p.
Afmetingen: 17.50 x 14.50
1955 Floris Jespers. (essay) Antwerpen: De Sikkel. – 16 p.
1956 Paul van Ostaijen. De dichter. Met bloemlezing. (essay) Brussel: A. Manteau, voor het Ministerie van Openbaar Onderwijs. – 48 p.
Reeks: Monografieën over Vlaamse letterkunde ; 1
1956 Het neusje van de inktvis. (bloemlezing)
Bevat: Verzen, De yadefluit, Liederen uit de stad en uit de cel; Klemmen voor zangvogels; French en andere cancan; De eeuw van Pericles; Elegie; 12 niggersongs; Pegasos van Troja; Ode.
Gekeurd door Karel Jonckheere en Halbo C. Cool, ingeleid door Karel Jonckheere.
Burssens 3 ‘s Gravenhage: A.A.M. Stols. – 306p.
Afmetingen: 21.50 x 12.60 (gebonden – harde linnen kaft)
Colophoon: Het neusje van de inktvis, werd gezet uit de letter Times en gedrukt op de persen van N.V. Drukkerij Trio te ’s Gravenhage.
1958 Adieu. (poëzie)
Bekroond met de driejaarlijkse staatsprijs voor poëzie.
 Burssens 6 ‘s Gravenhage: A.A.M. Stols. – 47 p.
Afmetingen:19.70 x 12.60 (gebonden – harde linnen kaft met stofomslag)

POSTHUME PUBLIKATIES

1961 Inleiding tot Posthume verzen, of Le silence tel qu’on le parle. (essay)  Michiels 26 Uit de bundel Dertien Vlamingen. pp. 31-47.
Proza bijeengebracht en ingeleid door Ivo Michiels.
Uitgeverij: De Bezige Bij Amsterdam/Uitgeverij Ontwikkeling Antwerpen. 165p.
Afmetingen: 18 x 10.50 (pocket)
1961 Posthume verzen, of Le silence tel qu’on le parle. (poëzie)
Deeltitels: Alpha; Verbindingsteken; Omega.
Burssens 7 ’s-Gravenhage: A.A.M. Stols/Barth. -121p.
Afmetingen: 20 x 12.50 ( gebonden –harde kaft in similileer – met stofomslag)
Colofon: Gaston Burssens Posthume verzen, of Le silence tel qu’on le parle, werd gezet uit de Palatino en gedrukt op de persen van N.V. A.N.D.O. te ’s Gravenhage.
1962 Gedichten. Bloemlezing.
Bevat gedichten uit: Verzen; Liederen uit de stad en uit de cel; Piano; Enzovoort; Klemmen voor zangvogels; French en andere cancan; De eeuw van Pericles; Elegie; Pegasos van Troja; Ode; Adieu; Posthume verzen.
 Burssens 4 Hasselt: Uitgeverij Heideland. -79p.
Reeks: Poëtisch Erfdeel der Nederlanden nr 5
Afmetingen: 18 x 10.80 (pocket)
1965 Poèmes.
Vertaling : Jacqueline Ballman.
1970 Verzamelde dichtbundels. (Deel I)
 
Verzorgd en uitgeleid door Gerrit Borgers en Karel Jonckheere
Bevat: Verzen; De yadefluit; Liederen uit de stad en uit de sel; Piano; Enzovoort; Klemmen voor zangvogels; French en andere cancan; De eeuw van Pericles.
Burssens 1 Den Haag: Uitgeverij Bert Bakker. -422p.
Colofon: Herdruk van de dichtbundels in hun oorspronkelijke vorm.
Zie ook Deel II
1970 Verzamelde dichtbundels. (Deel II)
Verzorgd en uitgeleid door Gerrit Borgers en Karel Jonckheere.
Bevat: Elegie; 12 niggersongs; Pegasos van Troja; Elegie, derde druk; Ode; Adieu; Posthume verzen; Ongebundelde gedichten.
 Burssens 2 Den Haag: Uitgeverij Bert Bakker. – 129p. (848p.)
Colofon: Fotografische herdruk van de dichtbundels in hun oorspronkelijke vorm
Zie ook deel 1
1971 De dichter en de revolutie (verhaal uit “Fabula rasa” 1945) Gijsen Jonckheere 33 In: “54 Vlaamse verhalen”, deel 1,  samengesteld door Karel Jonckheere en Marnix Gijsen, Uitgeverij Paris-Manteau, Antwerpen pp 103-105.
1976 Herinnering (ed. Louis-Paul Boon)
Met een inleiding van Louis Paul Boon. (pp 7-15)
Omslag naar origineel”ikoon” door Louis Paul Boon
Copyright Ivo Raes P.E.P.
Amsterdam: De Arbeiderspers. -63p.
Afmetingen: 24.25 x 19.50 (ingenaaid)
Colofon: Herinnering van Gaston Burssens werd in de lente 1976 in opdracht van Pink Editions & Productions te Antwerpen en de Arbeiderpers te Amsterdam naar typografische aanwijzingen van Mark Verstock uit de letter ‘Life’ gezet en gedrukt bij Antqua te Retie.
De oplage van deze editie bedraagt 500 exemplaren, genummerd van 1 -500 en 25 luxe exemplaren, gedrukt op ‘Ingres Arches’, genummerd van I tot XXV. De oplage van deze editie bedraagt 1000 exemplaren, genummerd van 1 – 1000, bestemd voor de verkoop, en 50 exemplaren hors commerce.
1981 Verzameld proza. Antwerpen : Manteau. -679p.
1982 From the Flemish of Gaston Burssens (vertaling John Stevens Wade)
1988 Dagboek Gaston Burssens.
Geredigeerd, toegelicht en geannoteerd door Luc Pay
 Antwerpen: Hadewijch. -298p.
1997 Dien avond en die rooze . (Bibliofiele uitgave)
Ed. Henri-Floris Jespers
Linogravures van Luc Boudens, Roger Van Akeleijen.
Colofon:
Losbladig in een map met flap en in een roodlinnen etui. Deze onuitgegeven gedichtencyclus werd door Gaston Burssens in 1963-1964 geschreven. De teksten werden gezet uit de Garamond en gedrukt op handgeschept gevergeerd Zerkall Wild papier 165 gram. Vier linogravures van Luc Boudens werden door Roger Van Akelijen gedrukt op keizerlijk Japans Hokusai. Alle afdrukken van de lino’s werden genummerd en gesigneerd.
Antwerpen: Uitgeverij Jef Meert. [6] dubbelbladen : ill., 4 linogravures. In een Etui.
Colofon vervolg:
De oplage telt 25 exemplaren, genummerd van 1 tot 25. 10 exemplaren zijn voorbehouden aan auteurs en medewerkers, genummerd van I tot X. Het exemplaar 1 bevat daarenboven het handschrift van de gedichten, alle originele tekeningen en proefdrukken  die werden gemaakt als voorbereiding op de definitieve druk van  de linosneden, de drukproeven van de tekst en de originele linoleumplaten zelf.
2000 Fabula rasa : proeve van objectief dagboek. Antwerpen: Houtekiet / Baarn : De Prom. -157p.
Reeks: Vlaamse bibliotheek / onder redactie van Hugo Bousset nr 9
2005 Alles is mogelijk in een gedicht. Verzamelde verzen 1914-1965
Auteur(s): Gaston Burssens; Matthijs de Ridder (editie en nawoord)
Bevat: Verzen; De yadefluit; Liederen uit de stad en uit de sel; Piano; Enzovoort; Klemmen voor zangvogels; French en andere cancan; De eeuw van Pericles; Elegie; 12 niggersongs; Pegasos van Troja; Ode; Adieu; Posthume verzen; Ongebundelde gedichten; Drieëntwintig fabels; Nagelaten gedichten; Nawoord; Verantwoording; Elegie, derde vermeerderde druk; Vertalingen; Verworpen gedichten; Aantekeningen; Index van titels en eerste regels.
Antwerpen: Uitgeverij Manteau / Amsterdam: J.M. Meulenhoff. -1.118p.
Afmetingen: 21.40 x15.40 ( gebonden – linnen kaft – stofomslag)