home | Inloggen
Aantal schrijvers: 531 | Aantal boeken:

15464

Gijsen, Marnix

Maakt deel uit van:

MARNIX GIJSEN

Antwerpen, 20 oktober 1899 – Leuven, 29 september 1984

Eig. Joannes Alphonsius Albertus Goris

Dichter, essayist, criticus en romanschrijver.

Zijn schuilnaam refereert aan zijn moeder Euphrasia Gijsen en aan de voornaam van Marnix van Sint-Aldegonde, de non-conformistische, calvinistische burgemeester van Antwerpen uit de zestiende eeuw.

 

BIOGRAFIE

20 oktober 1899: Marnix Gijsen wordt als Jan-Albert GORIS geboren te Antwerpen. Streng katholieke opvoeding, o.m. bij de jezuïeten van Sint Ignatius, waar hij echter in 1917 een consilium abeundi krijgt als strijdbaar flamingant.

  • De eerste leerjaren van Jan-Albert Goris worden toevertrouwd aan de Zusters Apostolinnen (de Vliegenschool, uit de Vliegenstraat), de Broeders van de Christelijke Scholen (het Sint Henricus-Instituut aan de Oude Steenweg), de paters Jezuïeten van het Sint-Ignatiusgesticht (Institut St. Ignace, Ecole supérieure de commerce et de finances sous la direction de la Compagnie de Jésus; thans de UFSIA, Prinsestraat 13).

1912: zoals ook zijn broer René, wordt Jan-Albert in het Sint-Ignatiusgesticht ingeschreven voor de Moderne Handelsafdeling.

1916: komt in de Hogere Handelsschool van het instituut terecht, dit tegen heug en meug. Hij geeft er zich over aan een bandeloze lectuur, heeft vooral belangstelling voor de Griekse en Latijnse oudheid, interesseert zich voor de hiërogliefen, Homerus, Goethe, de klassieke Fransen, in het lot van de verdrukten, het zionisme, maar ook het flamingantisme en activisme, dit is dat van de verfranste Vlaming in de ‘vaderstad’, allereerst in het Sint-Ignatiusinstituut.

Hij komt, onder meer via Floris Couteele, terecht in de Vlaamse studentenbeweging.

1917: neemt deel aan een betoging tegen Kardinaal Mercier, waarbij o.m. Paul van Ostaijen wordt aangehouden, die drie maanden gevangenisstraf oploopt.

Jan-Albert Goris krijgt, ten gevolge van een opstandig Vlaamsgezind schotschrift waarin de vervlaamsing van het Sint-Ignatiusinstituut wordt geëist, Studenten oordeelt! Aan de studenten van het St. Ignatius-Gesticht (oktober 1917), ( geredigeerd samen met zijn strijdmakker Jozef van Caeckenberghe) van de overheid van het gesticht het ‘Concilium abeundi’.

1917-1920: zet eerste stappen als letterwerker.

1917: bijdragen aan Vlaamsch Leven, vanaf 1918 aan De Eendracht en De Standaard.

Ook verschijnen dan, in dicht en proza, en aangemoedigd door Willem Gijssels en Pol de Mont, zijn eerste literaire pennevruchten, onder meer in Vlaamsch Leven en De Eendracht.

1919: geeft zijn eerste boekje literaire kritiek uit: Breeroo’s lyriek.

Eind 1918: wordt privé-secretaris van dr. Alfons van de Perre, Antwerps politicus en, met Frans van Cauwelaert, stichter van De Standaard, dagblad en uitgeverij te Brussel.

Eind 1919: Van de Perre vraagt hem te Brussel op de uitgeverij te gaan werken, en daar voor de typografie van de nieuwe uitgaven in te staan. Lodewijk Janssen had er de leiding en hij leerde er Jan Boon, Emmanuel de Bom, en de graficus Jos Léonard kennen, die zijn eerste bundel zou illustreren.

1920: verlaat De Standaard om te gaan werken op het stadhuis te Antwerpen.  Hij fraakt erbetrokken in het literaire leven in en rond het tijdschrift Ruimte, en bereid zich voor op de studie van de Antwerpse economie.

1920-1921: contacten met Paul van Ostaijen, Karel van den Oever, Victor J. Brunclair e.a., auteurs die elkaar vinden in het humanitair-expressionistische tijdschrift Ruimte (1920-1921).

Het avant-garde tijdschrift Ruimte is gericht tegen het ‘anarchistisch-individualisme’, en sympathiseert met alle ‘kollektieve kultuurwaarden’: de arbeidersorganisatie, de politieke partij, de staat, de kunst, in functie van de ‘ethiese waarden’, het ‘moderne gemeenschapsleven’: ‘De steeds zich zelf realiserende tegenstelling individu-gemeenschap is ook in onze tijd werkzaam. De historiese ontwikkeling wordt weer naar de pool toe van de gemeenschaps-idee getrokken.’

Het is in deze kring van intellectueel en artistiek vooruitstrevende en links gerichte jongeren – al worden er de vooruitstrevende roomsen ook ontvangen – dat de jonge Gijsen Antoon Jacob, Victor J. Brunclair, Wies Moens, Gaston Burssens, Karel van den Oever, Paul van Ostaijen, Eugeen de Bock, de uitgever, en grafici, als Paul Joostens, Jos Léonard, Jan Cantré, Prosper de Troyer, Joz. Peeters, Floris Jespers, Karel Maas leerde kennen.

Publicatie van zijn bekende gedicht: “Loflitanie van de H. Franciscus van Assisië” (1920). Het is geheel geschreven in de stijl van het humanitair-expressionisme. Enige grootsprakerigheid, militant geloof en een voorkeur voor grillige beeldspraak zijn aan dit geschrift niet vreemd.

“en – laat me vragen drie dingen, niet waar ?
vooral en vooreerst – geef aan allen en geef aan mij, een vaderland om te beminnen,
Geef, – en hier smeek ik u ‘de profundis’ van walg – dat menschen elkanders Vaderland leeren beminnen,
Laat de wereld worden één gansche vreugde van witten vrede en algeheele communnie, gelijk uw blijde naakte lijf toen gij stierf. O mijn vriend, mijn broeder, mijn heilige vader Franciscus.
Amen.

Publiceert ook in De Gemeenschap, De Gids en Forum. Van het laatstgenoemde tijdschrift was hij een tijdlang redacteur, net als van het Nieuw Vlaams Tijdschrift en De Nieuwe Stem.

1925: promoveert in Leuven tot doctor in de geschiedkundige en zedenkundige wetenschappen op “Études sur les colonies marchandes méridionales (portugaises, espagnoles, italiennes) à Anvers de 1488 à 1567”.

Na zijn promotie studeert en werkt hij in Freiburg, Parijs (Sorbonne), Londen (School of Economics), Den Haag (Rijksarchief) en aan de Universiteit van Seattle (1926).

1925: publicatie van Het huis, een bundel anekdotische verzen, die stuk voor stuk een zedenles illustreren. In tegenstelling tot ‘Loflitanie van de H. Franciscus’ is deze bundel zeer sober gesteld.

1926: kan op 27-jarige leeftijd met een beurs van de Belgian American Education Foundation naar Seattle gaan, waar hij zijn eerste ervaringen met Amerikanen opdoet.

1927-1928: docent te Leuven in de economische geschiedenis.

1928 -1932: kabinetchef van Frans van Cauwelaert, burgemeester van Antwerpen.

1932-1937: kabinetschef van Filip van Isacker, Minister van Nijverheid, Middenstand en Binnenlandse Handel. Wordt directeur van het beheer van Binnenlandse Handel bij het Departement van Economische Zaken;

1935: benoemd tot taaladjunct van de secretaris-generaal van dat Departement;

Eveneens in 1935 benoemd tot directeur bij de Technische Administratie van het Nijverheids-, Beroeps- en Huishoudelijk Onderwijs;

1937: tweetalig adjunct van de directeur-generaal van de Binnenlandse Handel;

PERIODE 1938-1964: IN DE USA

1938: belast met de voorbereiding van het Belgisch paviljoen op de Wereldtentoonstelling 1939 te New York;

1939: commissaris-generaal voor het Toerisme.

1940: in het voorjaar van 1940 reist hij voor de verlengde opening van de Wereldtentoonstelling terug naar New York. Kort nadien breekt de tweede wereldoorlog uit in België.

1941-1945: wordt aangesteld als directeur van het BGIC (Belgian Government Information Center) in New York en zal tijdens de oorlogsjaren rapporteren aan Georges Theunis, die in 1939 door de koning en de regering benoemd was tot ‘Ambassadeur extraordinaire en Mission Spéciale aux Etats-Unis d’Amérique’.

Het BGIC is opgericht in 1941 ‘met het doel België’s positie in het wereldconflict door een ruime en objectieve voorlichting in het juite daglicht te stellen’. Het Centrum had , in de eerste plaats, dus propagandadoelstellingen.

Maar Goris’ opdracht had ook een culturele dimensie.

  • Vanaf april 1941 brengt Goris bijdragen in News from Belgium and Belgian Congo, het weekblad van de BGIC. Hijzelf is er de hoofdredacteur van. Het blad is zeer succesvol – mede door het schrijftalent van Goris – en bereikt een oplage van 150.000 exemplaren in 1944.
    • De stukken worden gebundeld en gepubliceerd in 1943 als Belgium in bondage en in 1945 als Strangers should not Whisper.
  • In 1943 vatten de Duitse ballingen Hermann Kersten en Klaus Mann het plan op om een bundel Europese interbellumliteratuur uit te brengen bij Fischer in New York onder de titel ‘Heart of Europe, an anthology of creative writing in Europe’. Ze willen aan ieder die het wou lezen, een ander gelaat van Europa tonen dan dat van totalitaire barbarij.
    • Goris zal zich over de Belgische literatuur ontfermen. Hij schrijft voor de bundel een ‘Introduction on Belgian Literature’. Op zijn aangeven worden vertaalde teksten opgenomen van Karel van de Woestijne, Paul van Ostaijen, Marnix Gijsen (!) en Gerard Walschap (ook teksten van Maeterlinck, Franz Hellens en Charles Plisnier worden opgenomen).
  • Op zondag 21 mei 1944 zendt de New Yorkse radiozender WNYC een bewerking uit van Le Bourgmestre de Stilmonde van Maurice Maeterlinck. Bij die gelegenheid spreekt Goris op de radio over de situatie van de Belgische kunstenaars en literatoren onder het Naziregime: ‘Brute force will never destroy the soul of my proud country’ verklaart hij trots.
  • 1945: begint niet-literaire stukjes te schrijven voor de Belgian Trade Review, het orgaan van The Belgian Chamber of Commerce in theusa, waarvan hij vice-president was. In 1954 wordt hij er hoofdredacteur van.
    • Ook deze stukjes worden gebundeld en in 1965 uitgegeven onder zijn eigen naam Jan-Albert Goris, en met als titel Candid opinions on sundry subjects: an anthology of his editorial writings fort he Belgian Trade Review 1954-1964. (Amsterdam, Meulenhoff).

Na het einde  van de wereldoorlog kreeg de culturele werking van het BGIC de bovenhand. Op allerlei uiteenlopende domeinen worden initiatieven genomen: schilderkunst, fotografie, film, muziek, beeldende kunsten….

  • 1946: organiseert ‘een succesvolle tournee van den beroemden Vlaamschen organist Flor Peeters’
  • 1946: van Goris verschijnt een brochure om de Amerikanen in te lichten over de Belgische literatuur, getiteld Belgian Letters. A short Survey of Creative writing in the French and Dutch languages in Belgium. In de reeks ‘Art, Life and Science in Belgium’ (vol. 4)
    • De eerste druk gaat in België ongemerkt voorbij, maar bij de 2de druk in 1948, werd de brochure door Prof. Joris Taels in de Gazet van Antwerpen flink op de korrel genomen, omdat hij de Franstalige en Nederlandstalige literatuur samen bespreekt, Hij heeft het over een ‘pijnlijke miskenning van de eigen volksaard en een hooghartig misprijzen voor alles wat nationaal is’ enz. enz.
  • 1947: tentoonstelling van schilderijen van Paul Delvaux.
  • 1961: tentoonstellingen van Oscar Jespers en René Magritte.
  • 1966: publiceert de vertaling (van zijn hand) van 2 Franstalig Belgische toneelstukken onder de titel ‘Two great Belgian plays about love : ‘The Magnifcient Cuckold’ by Fernand Crommelynck; The Burlador by Suzanne Lilar, door Marnix Gijsen. (Inleidingen door Suzanne Lilar en Jan-Albert Goris. New-York, Heineman. [XIV]-192p.
    • Lilar had hij reeds in 1948 in New-York geïntroduceerd, in 1951 schreef hij een artikel over Lilar in het blad Theatre Arts.
    • De vertaling van Le Cocu Magnifique van Crommelinck had hij in 1964 naar Henry Miller gestuurd in de verwachting aan een uitgever en toneelproducent te geraken. De poging liep op niets uit.

WO II brengt eveneens een trendbreuk teweeg in het literaire landschap. Onder de naam Marnix Gijsen begint hij romans te schrijven.

1946: Als “De Stem uit Amerika” verzorgde hij tijdens de hele periode na de oorlog, van mei 1946 tot 15 augustus 1964 een wekelijks radiopraatje op zaterdagavond over het wel en wee van de Verenigde Staten. Alleen al zijn stem maakte de gewone mensen, aan deze zijde van de Grote Plas, ‘rustig en tevreden.’ Dit was voor hem ‘een grote voldoening.’

1947: publicatie van ‘Het boek van Joachim van Babylon’ eerst in maart in het ‘Nieuw Vlaams Tijdschrift’, nadien in boekvorm bij Stols.

Werd tot ereburger van de stad New York uitgeroepen.

Kreeg in 1947 een opdracht als gedelegeerde in de Organisatie van de Verenigde Naties

1959: wordt als cultureel attaché, tot de rang van Gevolmachtigd minister bevorderd.

1964-1984: TERUG IN BELGIË

14 augustus 1964: komt voorgoed naar België terug, en neemt zijn intrek in zijn Brusselse ‘oase francophone’, Het Huis ‘Orpheus’, te Elsene.

April 1968: Gijsen wordt gepensioneerd en vestigt hij zich als ambteloos burger in België.

1975: hem wordt de titel van baron verleend. Zijn devies luidt “Qui transtulit, sustinet”: wie overgplant is, gedijt toch.

29 september 1984: Marnix Gijsen overlijdt te Lubbeek.

Hij ligt begraven op het Schoonselhof te Antwerpen. De beeldhouwer Rik Poot maakte een bronzen standbeeld.

Aspekten van het werk van Gijsen

Expressionistisch dichter

Aanvankelijk was er in de eerste werken van Marnix Gijsen niets dat erop wees dat deze auteur een romanschrijver zou worden. Hij nam volop deel aan de expressionistische beweging. (Lof-litanie van de H. Franciscus (1920); Het Huis (1925).

Essayist over beeldende kunst

Karel van Mander (1922), Jozef Cantré, houtsnijder (1937), Hans Memlinc te Brugge (1939). Daarnaast schreef hij dagbladkritieken, verzameld in Peripatetisch onderricht 1 en 2 (1941, 1942) en stelde hij een succesvolle bloemlezing samen onder de titel Breviarium der Vlaamsche lyriek (1937). Voorts schreef hij De literatuur in Zuid-Nederland sedert 1830 (1940).

Het keerpunt: Wereldoorlog II

WO II betekende voor Gijsen een belangrijk keerpunt in zijn leven: hij wijst het geloof definitief af; daarvoor in de plaats groeit een steeds sterker wordend stoïcijns agnosticisme.

Dit blijkt vooral uit de reeks romans en novellen die na de oorlog begon te verschijnen.

Zijn eerste roman, Het boek van Joachim van Babylon wordt door bemiddeling van zijn vriend Jan Greshoff in 1947 uitgegeven door A.A.M. Stols. Gebaseerd op de bekende bijbelse geschiedenis van de kuise Suzanna, symbool van deugd en schoonheid, gebruikt Gijsen dit gegeven de mislukking van een huwelijk te beschrijven. Het boek bevat naast toespelingen op historische situaties tal van autobiografische elementen. Ondanks de controverse die het in katholieke kringen opriep vanwege het agnostisch karakter van het boek, beleefde het een groot aantal herdrukken.

Na Joachim van Babylon volgden tal van romans, novellen en verhalen.

  • Zijn ervaringen in Amerika verwerkte hij in Goed en kwaad (1951); De kat in de boom (1953); Lucinda en de lotoseter (1959). Later komt hij op dit thema terug in de romans Harmágedon (1965), Het paard Ugo (1968) en De kroeg van groot verdriet (1974).
  • Herinneringen aan zijn familie en aan zijn jeugd: Klaaglied om Agnes (1951) en Onze zuster Alice uit Allengs gelijk de spin (1962) zijn een late en weemoedige verwerking van het vroege overlijden van Gijsens jongste zuster. De feitelijke achtergronden werden door Marnix Gijsen, samen met zijn broer René, onthuld in Grafzuil voor Agnes (1979). Ook Telemachus in het dorp (1948) legt getuigenis af van Gijsens speurtocht naar het eigen verleden.
  • Over zijn verhouding tot het geloof, speciaal het katholicisme, schreef Gijsen de novelle De afvallige (1971) en de Biecht van een heiden (1971).

Grondtoon van zijn werk blijft steeds ironie, scepticisme en agnosticisme. Opvallend is bovendien zijn heldere en zakelijke stijl.

(Bron: G.J. van Bork, Schrijvers en dichters (dbnl biografieënproject I) (2003-….)

BEKRONINGEN

Zijn werk werd vele malen bekroond

  • 1957: Belgische Staatsprijs voor verhalend proza.
  • 1969: Belgische Staatsprijs ter bekroning van een schrijverscarrière.
  • 1974: Prijs der Nederlandse Letteren.
  • 1975: In de adelstand tot baron verheven. Als devies koos hij: ‘Qui transtulit, sustinet’ (Wie overgeplant is, gedijt toch).

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Websites

Referenties

  • Elke Brems, Marnix Gijsen en het Belgian Government Information Center in New York, in: Zacht Lawijd, literair-historisch tijdschrift jg 15 nr 4 december 2016 pp 53-77

SMAAKMAKER

Mijn vadertje

Mijn vadertje, hij was rechtvaardigheid,
Hij had den zwaren last op zich geladen, een eerlijk man te zijn
in woord en daad.
Dat is het schone, dwaze kwaad
waar, na ons Here Jezus Christus,
de sterkste man aan ondergaat
 
Zijn oog was rustigblauw; een verre zee.
Zijn woord van blijheid soms plotse fusee
in stalen nacht.
Hij lachte rood en zoende onverwacht
mijn dwaze haren en mijn jong gedacht.
 
De hoge schepen die de Schelde droeg,
hij wist hun laden vast en schoon te sturen.
Hij had hun namen lief,
om mee te spelen-als een kind naíef;
Karatschi, Pantos, Calcutta,
lijk schoon koralen.
 
Hij wist de haven; heimwee en verdriet,
bij vroegen morgenmist
en in den avond onder luid en rauw sirenenlied.
 
Hij heeft de bossen van zijn jeugd bemind,
Hij kende bomen lijk wij mensen kennen,
Hij wist de winden en den oogst,
en wou mijn hand aan ‘t ruw bedrijf des jagers wennen.
 
Mijn vadertje hij was rechtvaardigheid.
Hij had de goede liefde tot de still’en ware dingen.
Onder de schaduw van een dorpse kerk
ligt zijn sobere zerk.
Ik weet hoe zijn gedenken mij gelijk een lichte wolk behoedt.
Zijn rode, bange handen hield hij stervend Christus tegemoet.

Met mijn erfoom in de bankkluis

Hij is mijn erfoom. Hij is al oud.
Hij is wel goed, maar zijn woord slaat koud
als wrokkig spijt, als koelen haat.
 
Wij gingen samen naar de bank.
De stemmen der trams waren lief gezang
voor mij,
want ik was verliefd en blij
als een jong vrouwtje in heel nieuw huis.
 
De lichten schrilden fel in de kluis.
Met metalen geruisch
week open de wand.
Zijn magere hand
gaf me de waarden. – Ik telde ze na.
Hij zei dan romantisch: ‘Ik sterf weldra…’
Hij knipte coupons. Ik schikte ze dan.
Er was en leed, dat ik niet zeggen kan.
Er hingen gedachten als vlaggen in regen.
Hij hoestte en liet me juwelen wegen.
Hij zei me legaten. Ik zag zijn haar.
Het was zoo grijs en zoo moe voorwaar !
Hij toonde me diep in gedachten zijn testament.
Zijn hand had de vale kleur van cement.
 
Hij was de Pharao, die zijn graf bezocht,
voor dat de pyramide, afgewrocht,
sneed haar hoek in den horizont.
Hij sprak geen woord. Zijn zure mond
was recht en toe.
Hij zette moe zijn voet op d’ ijzeren treden als een zware spa.
Ik ging hem schier weenende achterna.

Het huis. Verzen 1925

 

Referenties in stripverhalen

Suske en Wiskealbum “De windmakers” ” (1959):

  • Verwijzing naar Marnix Gijsen: Aan het begin van het verhaal wordt opgemerkt dat Christoffel Columbus de ontdekker van Amerika was. Een verwarde Jerom denkt in zichzelf: “Altijd gedacht dat dat Marnix Gijsen was.” Dit is een verwijzing naar Gijsen’s boek, “Ontdek Amerika” (1927).

Nero door Marc Sleen wordt een paar keer naar hem verwezen.

  • De Daverende Pitteleer” (1959) in strook 193: wanneer Madam Pheip eindelijk terug is uit de VS verklaart ze uitgeput hoe ze aan de politie wist te ontsnappen: “Ik kon in het gewoel ontkomen. (…) Ben bij Marnix Gijsen hulp gaan vragen, maar die haat vrouwen.”
  • Hoed je voor Kastar” (1970) speelt hij de rol van baron Astma tot Sloten.

 

BIBLIOGRAFIE

Woordje vooraf

  • De bibliografie werd opgedeeld in scheppend werk en essayistisch werk. Toch moet worden opgemerkt dat de scheidingslijn niet echt rigoureus werd aangehouden. Sommige essays werden beschouwd als behorende tot zijn creatief werk (om ‘Peripatetisch onderricht). Onder essayistisch werk moet dus worden verstaan het werk dat Gijsen – soms onder de naam Jan Albert Goris- min of meer in opdracht heeft gemaakt.

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • DBNL In: Mededelingen van de Documentatiedienst (1954-1992) anoniem Mededelingen van de Documentatiedienst, ‘Goris 1899-1984’
  • Piet Devos: Van reuzen tot dwergen. Bibliografie – Vlaamse schrijvers in de 20ste eeuw – Eerste drukken. Kortrijk, eigen beheer 2007.
  • Bibliografische gegevens in het zesdelige Verzameld Werk, samengesteld en geannoteerd door Dr. Marc Galle, met medewerking van Drs. Willy Devos.

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.

Chronologisch overzicht

SCHEPPEND WERK

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1920 Loflitanie van de H. Franciscus van Assissië.
Met elf tekeningen van Jos. Leonard en met de vermelding: ‘Deze Loflitanie werd voor het eerst voorgedragen door Mejuffer Germaine Michielsen de 27 juni 1920.
Vanaf 1925 verandert de titel in “Lof-litanie van Sint Franciscus van Assisi”.

 

Antwerpen: De Sikkel. / Amsterdam: Querido. -26p.
Colofon: Van dit boekje werden gedrukt 20 ex. Genummerd van 1 tot 20, op Hollandsch papier, en 200 ex genummerd van 21 tot 200.
 
Eerst verschenen in het tijdschrift Ruimte, jg. I nrs 4-5, april-mei 1920, pp 57-60. Dit wordt door de auteur als de eerste druk beschouwd.
1925 Het huis: verzen.
Met een inleiding door p. C.A. Terburg O.P. (pp 9-10)
Deeltitels: I. Kronijk, II Het Huis III. Het blije gebed.
In de bundel is eveneens opgenomen de derde druk van: De lof-litanie van Sint Franciscus van Assisi.

 

Utrecht: De Gemeenschap / Antwerpen: De Sikkel. -63p.
Colofon: Van dit boek Het Huis, een bundel vezen waarin is opgenomen de derde druk van De lof-litanie van Sint Franciscus van Assisi, werden in den herfst van negentienhonderd vijf en twintig op de persen van ‘Het Centrum’ te Utrecht in opdracht van ‘De Gemeenschap’, met de Plantijn Mediaeval gedrukt op 750 exemplaren. De oplage werd verdeeld in 700 exemplaren op Fransch papier, genummerd van 51-750, en 50 exemplaren op Simili-Japon van Van Gelder, genummerd van I – L.
1927 Ontdek Amerika. (reisverhalen) Brussel: Standaard-Boekhandel. / Bussum: C.A.J. Van Dishoeck.-181p.
Afmetingen: 22.75 x 16.50 (ingenaaid)
1930 Odusseus Achterna (reisnota’s uit Griekenland)
Opdracht: voor mijn vrouw.
1960: heruitgegeven in de reeks Vlaamse Pockets nr 10 door Heideland, Hasselt.
vp-10-gijsen VP nr 10
Brussel/Antwerpen/Leuven: N.V. Standaard Boekhandel. -67p. + 31 foto’s

Afmetingen: 22.50 x 16.50 (ingenaaid)
Colofon: Deze reisbrieven werden in de nazomer van 1929 geschreven op de s.s. Elli Daskalaki. Zij werden in boekvorm bijeengebracht en gderukt op de persen van de Drukkerij Erasmus te Gent in de maand Februari 1930. De oplage bedroeg 2.000 exemplaren op houtvrij editiepapier en 10 exemplaren op “Satin surfaced Antique Wove” genummerd van I tot X en niet in de handel.
1932 Ons volkskarakter. Een poging tot inzicht. (essay) Mechelen: Het Kompas / Amsterdam: De Spieghel. 58p.
Afmetingen: 15.50 x 15.50 (ingenaaid)
Colofon: Van dit boekje werden zes luxe-exemplaren gedrukt. Ze zijn genummerd van 1 tot 6 en door de schrijver geteekend.
1940 Peripatetisch onderricht. Kroniek der poëzie. (Keuze uit de wekelijkse bladzijde Kunst- en Geestesleven in de krant De Standaard)
1962: herdruk bij Uitgeverij Heideland, Hasselt in de reeks Vlaamse Pockets als nr 53.
Gijsen 29
Antwerpen: N.V. Standaard Boekhandel. -230p.
Afmetingen: 22.50 x 14.75 (ingenaaid)
1942 Peripatetisch onderricht. Nieuwe kroniek der poëzie. (Keuze uit de wekelijkse bladzijde Kunst- en Geestesleven in de krant De Standaard)
1965: herdruk bij Uitgeverij Heideland, Hasselt in de reeks Vlaamse Pockets als nr 168.
Gijsen 30
Antwerpen: N.V. Standaard Boekhandel. -195p.
Afmetingen: 21 x 14.75 (ingenaaid)
1947 Het boek van Joachim van Babylon, hetwelk bevat: het oprecht verhaal van zijn leven en dat van zijn beroemde huisvrouw Suzanne, kort geleden ontdekt in de opgravingen van Nat-Tah-Nam en voor het eerst zorgvuldig vertaald en uitgegeven door een liefhebber der oudheid.
Opdracht: Τῃ ἐρωτησάσῃ
Gedateerd; 17 april-2 mei 1946, Manhattan.
De roman is eerst verschenen in het Nieuw Vlaams Tijdschrift, jg I, maart 1947, pp 1261-1352.
‘s Gravenhage: A.A.M. Stols. -176p.
Afmetingen: 19.75 x 12.75 (gebonden met linnen kaft)
Colofon: Deze eerste uitgaaf van “Het boek van Joachim van Babylon” werd naar het ontwerp van A.A.M. Stols gezet uit de letter Bodoni en gedrukt op de persen van N.V. Drukkerij Trio te ’s Gravenhage in den Zomer van 1947. De oplaag bedraagt 275 genummerde exemplaren op geschept Hollandsch papier, waarvan de exemplaren, genummerd van 251 – 275, niet in den handel zijn.
1948 Telemachus in het dorp. Een verhaal zonder wind of wolken. (roman)
Opdracht: Τῃ ἐρωτησάσῃ
Gedateerd; Greenwich Village, N.Y. Augustus 1947
Het verhaal verscheen eerst in het Nieuw Vlaams Tijdschrift, jg. II, februari 1948, pp 779-870, onder de titel Aanvankelijk Onderwijs. Een dorpsverhaal zonder wind nog wolken. De auteur leidde het in met een woord vooraf (p779), dat bij de publicatie in boekvorm wegviel.
 ‘s Gravenhage: A.A.M. Stols. -171p.
Afmetingen: 22.25 x 14.25 (gebonden met stofomslag)
Colofon: Telemachus in het dorp werd gezet en gedrukt uit de letter Lutetia van J. van Krimpen bij de firma Boosten & Stols te Maastricht.
Van deze uitgave werden 10 exemplaren genummerd van 1 tot 10 gedrukt op geschept papier Van Gelder Zonen.
1948 Het huis, Verzen waarin opgenomen De loflitanie van Sint Franciscus van Assisi en Vier gedichten van Joachim. ‘s Gravenhage: A.A.M. Stols. -76p.
1949 De man van overmorgen. (roman)
Opdracht: Voor Jan en Aty Gresshoff, de verre goede vrienden, werd dit boek geschreven.
Gedateerd: New York, zondag 25 april 1948.
Eerder verschenen onder de titel In Paradisum, in het Nieuw Vlaams Tijdschrift, jg. IV, nr 1, juli 1949, pp. 1-51, en nr 2, augustus 1949, pp. 145-206.
‘s Gravenhage: A.A.M. Stols Uitgever . -199p.
Afmetingen: 22.25 x 14.25 (gebonden met stofomslag)
Gedrukt bij Boosten & Stols te Maastricht. Gebonden bij J. Giltay en Zn te Dordrecht.
Colofon: Van dezen eersten druk “De Man van Overmorgen” werden 10 exemplaren op geschept papier gedrukt. Deze werden gebonden in half perkamenten band.
1950 Goed en kwaad. (roman)
Bandontwerp: H. Salden.
Stofomslag: Maria Segers.
Opdracht: Τῃ ἐρωτησάσῃ
Gedateerd: Chelsea, New York, December 1949.
‘s Gravenhage: A.A.M. Stols Uitgever. -170p.
Afmetingen: 22.25 x 14 (gebonden met stofomslag)
Bindwerk: N.V. J. Giltay en Zn Dordrecht
Colofon: Gezet uit de letter “Perpetua” van Eric Gill en gedrukt op de persen van Drukkerijen vh Ellerman Harms nv te Amsterdam.
1951 Klaaglied om Agnes. (roman)

Stofomslag: Theo Bitter.
Opdracht: Τῃἐρωτησάσῃ
Gedateerd:, New York (Chelsea), 6 april 1951
 
Kwam tevens als Bulkboek 29 op de markt bij Theo Kippenberg te Utrecht, 24p. (gevouwen krantenpapier)
Gijsen 22
‘s Gravenhage: A.A.M. Stols Uitgever. -185p.
Afmetingen: 22.25 x 14 (gebonden met stofomslag)
Colofon: De tekst is door de uitgever om redenen van nuttigheid in de nieuwe spelling gezet.
Bindwerk: N.V. J. Giltay en Zn Dordrecht.
Colofon: Gezet uit de letter Lutetia van J. van Krimpen en gedrukt op de persen der Firma Boosten & Stols te Maastricht.
Van deze eerste druk werden 15 exemplaren op Hollandsch papier gedrukt.
1952 De vleespotten van Egypte. Een sotternij. (roman)
Opdracht: Τῃ ἐρωτησάσῃ
Gedateerd: New York (Chelsea), December 1951
Gijsen 2 ‘s Gravenhage: A.A.M. Stols. -268p.
Afmetingen: 22 x 14 (gebonden – harde linnen kaft met stofomslag)
Van deze uitgave werden 25 exemplaren gedrukt op geschept papier van Van Gelder Zonen.
Elektronisch beschikbaar via Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren.
1953 Van een wolf die vreemde talen sprak. Een verhaal.
Met tekeningen van Maria Segers.
Opdracht: Voor Francis Goris
Dit verhaal verscheen eerst in Nieuw Vlaams Tijdschrift, jg. VII, 1953, pp 899-907.
 Gijsen 27 ‘s Gravenhage: A.A.M. Stols Uitgevers. -32p.
Afmetingen: 16.25 x 23 – oblong (gebonden met harde geïllustreerde kaft)
Druk: Firma Boosten & Stols, Maastricht
1953 De kat in den boom. (roman)
Opdracht: Ook dit boek werd voor M.– M.B. geschreven
Gedateerd: New York (Chelsea), 8 augustus 1952.
‘s Gravenhage: A.A.M. Stols Uitgever. -165p.
Afmetingen: 22.25 x 14 (gebonden met stofomslag)
Colofon: Van deze uitgave werden 15 exemplaren gedrukt op geschept papier van Van Gelder Zonen.
Gedrukt bij de Firma Boosten & Stols te Maastricht.
1954 De lange nacht. (roman)
Opdracht: voor René, mijn broer
Gedateerd: Greenwich Village, 13 sept. ’53.
‘s Gravenhage: A.A.M. Stols Uitgever. -257p.
Afmetingen: 20.50 x 12.75 (gebonden met stofomslag)
Colofon: Gedrukt bij de Firma Boosten & Stols te Maastricht.
Van de eerste druk zijn 10 exemplaren gedrukt op Basingwerk Parchment.
1954 Wat de dag meebrengt. Bladen uit een dagboek.
Met tekeningen van Maria Segers.
Opdracht: voor Hilda Creytens, uit oude vriendschap.
‘s Gravenhage: A.A.M. Stols – Uitgever. -43p.
Reeks: Atlantis-Reeks ; n° 1
Afmetingen: 20.50 x 12.50 (gebonden met stofomslag)
1955 De oudste zoon. (roman)
Opdracht: in handen gelegd van mijn moeder, aetatis XC, en van mijn broer, die weten wat ik hun beiden in ootmoed verschuldigd ben en die in dit boek het vele kaf der verbeelding zullen scheiden van het koren dat onze liefde voedt. M.G.
Gedateerd: Greenwich Village, 19 mei 1954.
 ‘s Gravenhage: A.A.M. Stols – Uitgever. -183p.
Afmetingen: 20.50 x 12.75 (gebonden met stofomslag)
Colofon: Gedrukt bij de Firma Boosten & Stols te Maastricht.
1955 Marie-ama van Antwerpen. (novelle)
Met erotische illustraties Wim Zwiers.
Verzorging: K. Woudt.
 Gijsen 3 Zaandijk: Uitgeverij der firma J. Heijnis Tsz. -47p.
Afmetingen: 19 x 12.25 (gebonden met stofomslag)
1956 Er gebeurt nooit iets. (roman)
Opdracht: voor Elsie Goris
Gedateerd: Greenwich Village, 4 juli 1953
Deze roman verscheen eerst in De Gids, jg. CXVII, 1954, nr 8, augustus; nr 9, september, pp 156-174; nr 10 oktober, pp 251-264; nr 11 november, pp 217-339; en nr 12, december, pp 414-423.
‘s Gravenhage: A.A.M. Stols – Uitgever. -162p.
Afmetingen: 20.50 x 12.50 (gebonden met stofomslag)
1956 Drie Lydische portretten.
Kandaulus: opgenomen in nr 3, december 1955-januari 1956, pp 39-41.
Tuda in nr 4, februari-maart 1956, pp 32-36.
Gyges in nr 5, april-mei 1956, pp 23-27
Verschenen in Standpunte, Nuwe Reeks, jg. X.
Deze portretten zijn nooit in boekvorm gepubliceerd.
1957 Ter wille van Leentje. (roman)
Gedateerd: 22 februari 1955, Greenwich Village.
‘s Gravenhage: A.A.M. Stols – Uitgever. / Antwerpen: Diogenes.  -207p.
Afmetingen: 20.50 x 12.50 (gebonden met stofomslag)
1957 Mijn vriend, de moordenaar. (verhalen).
Met tekeningen van Maria Segers.
Stofomslag werd ontworpen door Th. De Haan te ’s Gravenhage.
Bevat: Mijn vriend de moordenaar, De boom van goed en kwaad, De ondergang van Nashua Nebraska, Marie-ama van Antwerpen, José es Español.
 
Vanaf de tweede druk (1960) is de volgorde van de verhalen gewijzigd.
‘s Gravenhage: A.A.M. Stols. -239p.
Afmetingen: 20.50 x 12.50 (gebonden met stofomslag)
Colofon: De novellen “Mijn vriend de Moordenaar” werd gedrukt bij de firma Noosten & Stols te Maastricht
Het bindwerk werd verzorgd door L. van Wijk enn Zoon te Utrecht.
Er zijn 20 genummerde exemplaren op geschept papier gedrukt, speciaal bestemd voor vrienden van de auteur.
1957 De stem uit Amerika 1946-1956. (gebundelde radioreportages)
Met ten geleide van Raymond Brulez.
Zie ook uitgave 1982
Brussel: Belgisch Nationaal Instituut voor Radio (N.I.R.) -112p.
Reeks: Omroep Programmabrochures: Nederlandsche reeks / NIR [Brussel] – Brussel; vol. N.R. 6.
Afmetingen: 17.75 x 13.50
Drukkerij Rotatyp, pvba. Zaakvoerder P. Lemmens Aumalestraat 49 Brussel
1959 Lucinda en de lotoseter. (roman)
Opdracht: voor Ida Simons Rosenheimer
Gedateerd: Greenwich Village,nov. ’58.
Gijsen 20 ‘s Gravenhage: Uitgeverij A.A.M. Stols. -192p.
Afmetingen: 20.50 x 12.50 (gebonden – harde linnen kaft met stofomslag)
Colofon: Gedrukt in 1959 bij Drukkerij “De Ijsel” te Deventer.
1959 De school van Fontainebleau. (verhaal)
In 1961 opgenomen in de novellenbundel ‘De Diaspora’.
Antwerpen: Uitg. S.M. Ontwikkeling / Rotterdam: Ad. Doncker. 48p.
Reeks: Nieuw Vlaams Tijdschrift Reeks
Afmetingen: 22.25 x 15.50 (gebonden met stofomslag)
Colofon: Gedrukt op de persen van De Moderne Boek- en Handelsdrukkerj “Excelsior” Antwerpen.
1961 De diaspora. (verhalen)
Met tekeningen van Maria Segers.
Stofomslag: Th. De Haan
Bevat: Pleidooi voor de monogamie (pp 5-16);, De perikelen van Bergen op Zoom (pp 17-52); De school van Fontainebleau (pp 53-102); De nachttrein naar Savannah-Georgia (pp 103-130); Verwarde biecht in de Holland Bar (pp 131-172); Kaddisj voor Sam Cohn (pp 173-222).
1964: Kaddisj voor Sam Cohn werd in 1964 afzonderlijk uitgegeven bij Meulenhoff, Amsterdam.
 Gijsen 4 ‘s Gravenhage: Uitgeverij A.A.M. Stols / J.P.Barth . -223p.
Afmetingen: 20.50 x 12.50 (gebonden – harde linnen kaft met stofomslag)
Colofon: Gedrukt in 1961 op de persen van de drukkerij bij Boosten & Stols te Maastricht.
1961 Onze zuster Alice (verhaal)

In 1962 opgenomen in de novellenbundel: Allengs, gelijk de spin.
Uitgever: s.n. s.l.

Afmetingen: 19.25 x 12.50 (gebonden met stofomslag)
Colofon: Dit verhaal werd gedrukt als verjaardagsgeschenk voor René en Elsie. Het werd met de hand gezet uit de letter Romanée van J. van Krimpen en gedrukt in een oplaag van 12 exemplaren op Ossekop papier van Van Gelder en Zn. Juni 1961
1962 Wild en gevogelte. (verhaal)

In 1962 opgenomen in de novellenbundel: Allengs, gelijk de spin.
Michiels 26 Uit de bundel: Dertien Vlamingen, pp. 23-30.

Proza bijeengebracht en ingeleid door Ivo Michiels.
Uitgeverij De Bezige Bij Amsterdam/ Uitgeverij Ontwikkeling Antwerpen. -165p.
Afmetingen: 18 x 10.50 (pocket)
1962 Allengs, gelijk de spin. (verhalen)

Het omslagontwerp is van Th. De Haan.
Bevat: Wild en gevogelte, Dessert du Sahara, Vader is een dronkaard, Onze zuster Alice, Zondagmiddag in het stedelijk park, Pijnlijk debuut van een archeoloog, Worstelen in Homerische stijl, O activisme.
1971: Het verhaal ‘Pijnlijk debuut van een archeoloog’  wordt opgenomen in de verhalenbundel ‘54 Vlaamse Verhalen’, deel 2, samengesteld door Marnix Gijsen en Karel Jonckheere.pp 27-36
‘s Gravenhage: Uitgeverij A.A.M. Stols; J.P.Barth. -140p.

Afmetingen: 20.25 x 12.50 (gebonden met stofomslag)
Colofon: ‘Allengs gelijk een spin’ van Marnix Gijsen, werd gezet uit de Bembo en gedrukt op de persen van de Drukkerij Boosten & Stols te Maastricht.
Het bindwerk werd verzorgd door Boekbinderij Callenbach te Nijkerke.
1963 The House by the Leaning Tree. Een suite van archaische gedichten.

Nota: Het gedicht: ‘k sta voor den spiegel’ verscheen in Dietsche Warande en Belfort, jg. CVIII, nr 3, mei 1963, pp 115.
1965: 2de druk bij J.M.Meulenhoff/Nijgh & Van Ditmar.
‘s Gravenhage: A.A.M. Stols. -48p. + 2 grammofoonplaten.

Colofon: ‘The House by the Leaning Tree’ van Marnix Gijsen werd gezet uit de Bembo 12 punten en gedrukt op de persen van N.V. Drukkerij Trio te ’s Gravenhage. De illustraties zijn getekend door Inel de Vriendt. Typografie en ontwerp stofomslag: Th. De Haan. De grammofoonplaten werden vervaardigd door Sonopress N.V. te Rotterdam.
1963 Van een kat die te veel pretentie had. (jeugdverhaal)

Geïllustreerd door Maria Segers.
Opdracht: voor Anneke Ganzevoort, act. VII
Gedateerd: New York, 4 augustus 1963.
 gijsen-35 Amsterdam: Meulenhoff.  -40p.

Afmetingen: 24 x 15.50 (ingenaaid)
In België verscheen dezelfde druk met het imprint Diogenes, Antwerpen.
1964 Kaddisj voor Sam Cohn. (verhaal)

Eerste afzonderlijke druk. Verscheen eerder in de bundel ‘Diaspora’ 1961.
Amsterdam : J.M. Meulenhoff. -27p.

Reeks: Cahiers voor letterkunde. – Amsterdam; vol. 1964: 2
Afmetingen: 22.25 x 15.25 (geniet)
1965 Harmágedon – Een kroniek van recente jaren.

Stofomslag: Studio HBM
 1966: 2de druk ibidem
1968: 3de druk Meulenhoff Editie E155
1977: 4de druk ibidem.
Amsterdam: J.M. Meulenhoff. -160p.

Afmetingen: 20.25 x 12.50 (gebonden met stofomslag)
Nota: Eerste boek in de New Yorkse romancyclus. Andere delen: Het paard Ugo (1968); De kroeg van groot verdriet (1974); De loopgraven van fifth Avenue (1980)
1965 Scripta manent. (essay) Amsterdam: J.M. Meulenhoff / Nijgh Ditmar. -351p.

Afmetingen: 20.25 x 12.50 (gebonden met stofomslag)
1965 Zelfportret, gevleid, natuurlijk. (autobiografie)

Geïllustreerd met 29 foto’s.
Gedateerd: The House by the Leaning Tree, West-Redding, Connecticut, 11 juli 1964.
 Gijsen 5 Brugge/Utrecht: Desclee De Brouwer. -109p.

Reeks: Open Kaart.
Afmetingen: 19 x 12 (gebonden met stofomslag)
Colofon: Gedrukt op de persen van de Sint-Augustinusdrukkerij te Brugge in opdracht van Uitgeverij Desclée De Brouwer, Brugge-Utrecht-Parijs-Bilbao-Buenos Aires-New York.
1966 Van een papegaai die zelfmoord wilde plegen. (verhaal voor kinderen)

Geïllustreerd door Maria Segers.
Onder het verhaal staat de vermelding: Uit: Een boek voor zeer grote kinderen.
Blijkbaar had de auteur de bedoeling zijn dierenverhalen te bundelen.
De uitgave kwam er in 1988 postuum onder de titel ‘Kleine sprookjes voor grote mensen’.
 In: Snoeck’s Grote Almanak. -pp 49-59.
1966 De parel der diplomatie. Een divertimento. (roman)

Omslag: HBM-studio.
Gedateerd: Montreal ’65.
 Gijsen 21 ’s Gravenhage/Rotterdam : Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar. -186p.

Reeks: Nimmer Dralende Reeks
Afmetingen: 20.25 x 12.50 (gebonden – harde linnen kaft met stofomslag)
Gedrukt door Boosten & Stols N.V. Maastricht.
1966 Monoloog voor Lydia. (theatertekst)

Gedateerd op 28 juni 1966
Voor het eerst opgevoerd door Helena van Herck in het Osterriethhuis te Antwerpen op 13 oktober 1966.
 In: Marnix Gijsen. Verzameld Werk  deel 3 -pp 733-745.
1968 Helena op Ithaka. Een opera zonder muziek in drie bedrijven.

Omslag en typografie: Joost van de Woestijne
Druk: Bosch-Utrecht
Opdracht: Gelegd in de handen van Helena van Herck
Gedateerd: Het huis ‘Orpheus’, Elsene, 4 maart 1968.
Amsterdam: J.M. Meulenhoff. -111p.

In België verscheen dezelfde druk met het imprint Diogenes, Antwerpen.
De première van Helena op Ithaka had plaats in de Koninklijke Vlaamse Schouwburg te Brussel op 21 november 1968
1968 Het paard Ugo. Kroniek uit een ‘beloken’ tijd, 10 mei 1940 – 7 december 1941. (memoires)

Nota: Tweede  boek in de New Yorkse romancyclus.Andere delen: Harmágedon – Een kroniek van recente jaren. (1965); De kroeg van groot verdriet (1974); De loopgraven van fifth Avenue (1980)
Gijsen 12 Antwerpen: Diogenes/Amsterdam: Meulenhoff. -133p.

Afmetingen: 20.75 x 12.75 (gebonden – harde linnen kaft met stofomslag)
Druk: Koninklijke Drukkerij G.J. Thieme N.V. Nijmegen.
1969 Het huis.

Bevat: Kronijk, Het huis, Het blije gebed, Loflitanie van Sint Franciscus van Assisi, Vier gedichten van Joachim, The house by the leaning tree.
 Rotterdam: Meulenhoff / Nijgh & Van Ditmar. -88p.
1968 Het dier en wij. (( proza, poëzie en essays)

Samengesteld door Marnix Gijsen.
Tekst van een voordracht op 31 december 1965 gehouden voor de leden van de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde te Antwerpen.
Omslagontwerp: Stefan Mesker.
Typografie: Aldert Witte.
Bevat: behoudens ‘Het dier en wij (pp 7-39); nog tal van andere bijdragen door diverse auteurs.
 Gijsen 26 Brussel/Den Haag: Manteau. -138p.

Reeks: Grote Marnixpocket nr 35
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
Gijsen 26a
1969 De val van Zijne Excellentie Minister Plas. (roman)

Omslag: HBM-studio.
Opdracht: voor Mevr. Lieva Vertommen
Gedateerd: Het huis ‘Orpheus’, Elsene, 27.IX. 1968
’s Gravenhage/Rotterdam: Nijgh & Van Ditmar. -136p.

Afmetingen: 20 x 12.50 (gebonden met stofomslag)
1969 Zeven grote Dames (verhalen)

Bevat: Mevrouw Georgette Ciselet (pp 7-9); Mevrouw Dora van Creveld (pp 11-12); Soeur Hélène Capart (pp 13-15); Mejuffrouw Betsy Hollants (pp 17-22); MevrouwJacqueline Errera (pp 23-25); Mejuffrouw Louise Wijnhausen (pp 27-29); Mi Chiamamo Mimi (pp 31-41).
1971: Mi Chiamamo Mimi verschijnt in een afzonderlijke druk.
gijsen-34 Brussel: drukkerij Jan van Hoorick. -41p.

Afmetingen: 21 x 10 (gebonden met stofomslag)
Colofon: Meester-drukker Jan van Hoorick, te Brussel, heeft deze zeven portretten op een beperkt aantal exemplaren gedrukt voor de auteur. De eerste zes zijn in de loop van het jaar op de vrouwenbladzijde van Het laatste Nieuws verschenen. Het laatste werd nooit vroeger gepubliceerd. Kerstmis 1969.
1970 Jacqueline en ik. (roman)

Omslagtekening: Bert Bouman
Grafische vormgeving: Joost van de Woestijne.
Antwerpen: Diogenes. / Amsterdam: Meulenhoff. -156p.

Afmetingen: 20 x 12 (gebonden met stofomslag)
Druk: Thieme Nijmegen.
1970 Jacqueline en ik. (roman – luxe uitgave)

Ter gelegenheid van de 70ste verjaardag van Marnix Gijsen – Dr Jan Albert Goris werd deze Luxe Editie uitgegeven op initiatief van de bank van Parijs en de Nederlanden, België.
Marcel Maeyer, Gent, verluchtte dit werk met 25 illustraties.
De fotogravure De Schutter verzorgde het illustratiemateriaal
Louis Van Den Eede stond in voor de vormgeving.
Antwerpen: Mercatorfonds. 204p.

Afmetingen: 33 x 25 (Luxe uitgave in foedraal)
Colofon: De Sint-Augustinus drukkerij, Brugge, heeft deze uitgave uit de Bembo gezet, corpus 18, zij voltooide de druk en het bindwerk in juli 1970.
Van dit boek werden 26 exemplaren gedrukt op Val De Laga, genummerd van A tot Z, gebonden in Japanse Vezels en ondertekend door de auteur;
324 exemplaren op Val De Laga, genummerd van 1 tot 324 en gebonden in zijde; 5.000 exemplaren op speciaal papier Fidelith.
1970 Gezegden (aforismen) ‘s Gravenhage/Rotterdam/Amsterdam: : Nijgh & Van Ditmar / Meulenhoff. -102p.

Afmetingen: 14.25 x 9.25 (pocket gebonden in simili lederen kaft)
 1971 De afvallige. (roman)
Omslag: HBM-studio.
 Gijsen 31 ’s Gravenhage/Rotterdam: Nijgh & Van Ditmar. -123p.
Afmetingen: 20 x 12 (gebonden – harde linnen kaft met stofomslag)
1971 Biecht van een heiden. (essay)
Met een inleiding, biografische schets en bibliografie van André Truyman.
Omslag: Dick Bruna.
1976: heruitgave bij Thomas Rap te Sint Pieters Woluwe.
Gijsen 10 Utrecht: Bruna. -63p.
Reeks: Witte beertjes. vol. 1446.
Afmetingen: 18 x 9 (pocket met stofomslag)
1971 Mi chiamano Mimi. (verhaal)
Eerste afzonderlijke druk.
Illustraties : Frans Dille.
1969: eerst verschenen in “Zeven grote Dames”, Brussel, privé uitgave, pp 31-41.
1970: in Dietsche Warande en Belfort, jg CXV, nr 3, maart 1970, pp 163-171.
1975: Tevens opgenomen in de twee drukken van Marnix Gijsen: Verzamelde Werken, Leuven, Davidsfonds, Belfortreeks nr 597 & Rotterdam-’s Gravenhage, Nijgh & Van Ditmar/Amsterdam, Meulenhoff, 1975, pp 325-336.
 Gijsen 23 ’s Gravenhage /Rotterdam : Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar. -33p.
Afmetingen: 15 x 10.25 (ingenaaid)
1971 Een stad van Heren. Prentenboek van Antwerpen.
Typografie en omslagontwerp: Karel Martens gvn
Amsterdam/Brussel: Paris-Manteau. -88p.
Afmetingen: 23 x 17.75 (gebonden met stofomslag)
1971 Een gezellige avond thuis. (toneel eenakter) In: De Vlaamse Gids, jg. 55, nr 5, mei 1971, pp 9-15.
Deze eenakter werd op 26 november 1970 voor het eerst opgevoerd door het Brussels Kamertoneel in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel.
Regie: Senne Rouffaer.
Spelers: Arnold Willems (Philips); Joanna Geldolf (Anne); Annelies Vaes (Adelaïde)
1971 54 Vlaamse verhalen. (anthologie)
Deel 1: van Piet van Aken tot Willem Elsschot.
Samengesteld door Marnix Gijsen en Karel Jonckheere.
Typografie: Karel Martens, Ubbergen.
Druk: Erasmus, Gent
 Gijsen Jonckheere 33 Amsterdam/Brussel: Paris-Manteau. -207p.
Afmetingen: 21 x 13.50 (ingenaaid)
1971 54 Vlaamse verhalen. (anthologie)
Deel 2: van Jef Geeraerts tot Filip de Pillecyn.
Samengesteld door Marnix Gijsen en Karel Jonckheere.
Typografie: Karel Martens, Ubbergen.
Druk: Erasmus, Gent
Gijsen Jonckheere 34 Amsterdam/Brussel: Paris-Manteau. -179p.
Afmetingen: 21 x 13.50 (ingenaaid)
1971 54 Vlaamse verhalen. (anthologie)
Deel 3: van Hugo Raes tot Lode Zielens.
Samengesteld door Marnix Gijsen en Karel Jonckheere.
Typografie: Karel Martens, Ubbergen.
Druk: Erasmus, Gent
 IMG_0001 Amsterdam/Brussel: Paris-Manteau. -208p.
Afmetingen: 21 x 13.50 (ingenaaid)
1972 Weer thuis. Bedenkingen bij de dingen van onze dagen 1968-1972.
Omslagontwerp: Alje Olthof
Foto achterplat: Paul Van den Abeele.
Bundeling van de wekelijkse, later maandelijkse bijdragen aan het tijdschrift Kunst- en Cultuuragenda van het Paleis voor Schone Kunsten van Brussel.
De andere boeken met bundelingen: Terug van weggeweest.(1975), Uit het Brussels getto (1978). Het gordijn zakt (1981)
 Gijsen 32 Amsterdam/Brussel: Paris-Manteau. -176p.
Reeks: Grote Marnixpocket nr 76
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
1973 Orpheus.
Album met 36 tekeningen van Jan Cox en een tekst van Marnix Gijsen.
Antwerpen: Mercatorfonds, op initiatief van de Bank van Parijs en de Nederlanden. Niet gepagineerd.
Colofon: ‘Orpheus’ van Jan Cox en Marnix Gijsen verscheen bij het Mercatorfonds te Antwerpen als het zevenentwintigste boek op initiatief van de Bank van Parijs en de Nederlanden, België.
De platen werden in drie kleuren gegraveerd door Photogravure De Schutter te Antwerpen naar de zesendertig originele tekeninbgen die Jan Cox speciaal voor dit boek vervaardigde.
De tekst werd gezet in Helvetica corps 20, en de platen gedrukt door Drukkerij Paeshuys te Schoten (Antwerpen) op Steinbach papier 300 gr. formaat 30 x 40 cm. Het omslag werd gemaakt door de ateliers M.A.P. Austraet te Brussel. De vormgeving werd verzorgd door Mark Verstockt.
De oplage is beperkt tot 120 exemplaren in het Nederlands en 120 exemplaren in het Frans en 500 exemplaren in het Engels, alle genummerd en getekend door de auteurs.
1973 De grote god Pan. Verhalen.
Omslag: HBM Studio
Bevat: Waar, waar is Deborah?(pp 9-16)
Eerder: in DW&B jg. CXVII nr 7 1972 pp 482-487
- Nostalgie naar het Hazegras, Oostende (pp 17-25)
Eerder: in Avenue, mei 1973 pp 1B-7B
– De tram naar Blaren(pp 26-31)
- De daghit en de maintenee (pp 32-50)
- Café De Dageraad (pp 51-64)
Eerder in Snoecks 71, (1970), pp 34-42
- In memoriam Mohammed Ali (pp 65-86)
- De Dipenda Cha Cha Cha (pp87-98)
- De grote god Pan (pp 99-128)
Eerder in DW&B jg CXVIII, nr 8 1973, pp 572-590.
’s Gravenhage /Rotterdam : Nijgh & Van Ditmar. -128p.
Afmetingen: 20 x 12.50 (gebonden met stofomslag)
1974 Verzamelde verhalen.
Bevat:  Mijn vriend de moordenaar (1957); Allengs, gelijk de spin (1962); De diaspora (1961); Mi Chiamamo Mimi (1971); De grote god Pan (1973)
1975: herdruk bij Davidsfonds, Leuven in de Belfortreeks nr  597. – 1975-1 (Afmetingen: 21 x 13  – paperback & harde kaft met stofomslag)
Gijsen 39
 Amsterdam: J.M. Meulenhoff / Rotterdam: Nijgh & Van Ditmar. -427p.
1974 De kroeg van groot verdriet. (roman)
Omslag: Jan Sanders
Portret: Jane Graverol.
Nota: Derde  boek in de New Yorkse romancyclus. Andere delen: Harmágedon – Een kroniek van recente jaren. (1965); Het paard Ugo. Kroniek uit een ‘beloken’ tijd, 10 mei 1940 – 7 december 1941.(1968); De loopgraven van fifth Avenue (1980)
Gijsen 6 Amsterdam: J.M. Meulenhoff. -134p.
Afmetingen: 20 x 12.50 (gebonden – harde linnen kaft met stofomslag)
Een deel van de oplage verscheen in de Meulenhoff Editie E373.
1975 Terug van weggeweest. Gedachten, meningen, mijmeringen, commentaren en vele andere dingen ter overweging.
Omslagontwerp: Robert Nix.
Foto achterplat: Paule Pia.
Bundeling van de wekelijkse, later maandelijkse bijdragen aan het tijdschrift Kunst- en Cultuuragenda van het Paleis voor Schone Kunsten van Brussel.
De andere boeken met bundelingen : Weer thuis. (1972); Uit het Brussels getto (1978). Het gordijn zakt (1981)
 gijsen-36 Brussel & Den Haag: A. Manteau. -189p.
Reeks: Grote Marnixpocket nr 105
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
1975 De leerjaren van Jan Albert Goris (autobiografie)
Omslagontwerp: Robert Nix naar een schilderij van Jos Léonard.
Opdracht: Voor Geert Pijnenburg. ‘Wij zijn tesaam dezelfde haven uitgevaren’. Dankbaar M.G.
Brussel & Den Haag: Manteau. -106p.
Afmetingen: 22.50 x 17.50 (ingenaaid)
1976 Biecht van een heiden. (essay)
Heruitgave van 1971.
 Sint-Stevens-Woluwe: Rap [Thomas]. -50p.
1976 Van een wolf, een kat en een paling. Antwerpen: A. Manteau. -68p.
Reeks: Cursorisch lezen.
1977 Verzameld Werk. 6 delen.
De uitgave van Verzameld werk van Marnix Gijsen werd samengesteld en geannoteerd door Dr. Marc Galle met medewerking van drs. Willy Devos.
Vormgeving omslag: Joost van de Woestijne
Papier: B.W. : Fletcher Tones
Papier omslag: Bloesemwit, Florence.
Gijsen 14 Amsterdam: J.M. Meulenhoff . Rotterdam: Nijgh & Van Ditmar.
Afmetingen: 18.40 x 10.60 (Gebonden – groene linnen hardcover met goudopdruk op de rug, omslag met flappen)
Zetwerk: Zuid Nederlands Weekblad Pers, Valkenswaard
Drukken en binden: Brepols Fabrieken N.V., Turnhout.
1978 Overkomst dringend gewenst. (Verhalen)
Omslagillustratie en tekeningen: Wout van Vliet.
Grafische vormgeving: Alje Olthof.
Uitgegeven ter gelegenheid van de Voorjaarsboekenweek 1978.
Bevat: Overkomst dringend gewenst (pp 7-22); Kerstnacht in Marbelle (pp 23-34); Boze geesten verdrijven (pp 35-46); De E.B. en Clara Serena (pp 47-56); Een gezonde geest in een gezond lichaam (pp 57-72); Olga, de vrouw van Potifar(pp 73-90); Zevenenvijftig fracturen (pp 91-104).
Gijsen 9 Brussel : Commissie voor de Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek & de Vereniging ter Bevordering van het Vlaamse Boekwezen. -111p.
Afmetingen: 20 x 11.50 (pocket)
Druk: Van Boekhoven – Bosch bv, Utrecht.
1978 Uit het Brussels getto. Berichten 1975-1977.
Omslagontwerp: Robert Nix / Alje Olthof.
Bundeling van de wekelijkse, later maandelijkse bijdragen aan het tijdschrift Kunst- en Cultuuragenda van het Paleis voor Schone Kunsten van Brussel.
De andere boeken met bundelingen : Weer thuis. (1972); Terug van weggeweest.(1975), Uit het Brussels getto (1978). Het gordijn zakt (1981)
Brussel & Den Haag: A. Manteau. – 180p.
Reeks: Grote Marnixpocket nr 160
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
1979 Rustoord. (roman)
Omslagontwerp: R. Nix
‘s Gravenhage: Nijgh & Van Ditmar. -127p.
Afmetingen: 20 x 12.50 (gebonden met stofomslag)
1979 Grafzuil voor Agnes. (verhaal)
Samen met René Goris.
Antwerpen: A. Manteau. -54p.
Reeks: Manteau marginaal nr 20
Afmetingen: 19.50 x 9 (pocket)
Druk: Smits Wommelgem-Antwerpen.
1980 De loopgraven van Fifth Avenue. De oorlogsjaren in New York. (memoires)
Omslagontwerp: Joost van de Woestijne.
Foto op achterzijde van het omslag: N. Koster.
Nota: Vierde  boek in de New Yorkse romancyclus. Andere delen: Harmágedon – Een kroniek van recente jaren. (1965); Het paard Ugo. Kroniek uit een ‘beloken’ tijd, 10 mei 1940 – 7 december 1941.(1968); De kroeg van groot verdriet. (1974).
 Gijsen 11 Amsterdam: J.M. Meulenhoff. –103p.
Reeks: Meulenhoff Editie E624
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
Druk: Alberts bv, Sittard
1981 Het gordijn zakt, berichten 1978-1980.

Omslagontwerp: Robert Nix
Foto achterplat: Rikkes Voss.
Bundeling van de wekelijkse, later maandelijkse bijdragen aan het tijdschrift Kunst- en Cultuuragenda van het Paleis voor Schone Kunsten van Brussel.
De andere boeken met bundelingen : Weer thuis. (1972); Terug van weggeweest.(1975), Uit het Brussels getto (1978).
 Gijsen 38 Antwerpen: A. Manteau. / Amsterdam: Elsevier. -164p.
Reeks; Grote Marnix Pockets nr 222
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
1981 Boze geesten verdrijven. (verhalen)
waarin opgenomen: Overkomst dringend gewenst.
Omslagtekening: Hilke Tasman – Krohn.
Amsterdam: Meulenhoff. -101p.
Reeks: Meulenhoff Biblio
Afmetingen: 19 x 12 (gebonden met stofomslag)
1982 De stem uit Amerika. Een keuze uit de “wekelijkse correspondenties uit Amerika van doctor Jan Albert Goris” van 1946 tot 1964.
Bezorgd en ingeleid door Willy Devos (radio commentaren)
Grafische vormgeving: Annemarie Decru.
Zie ook uitgave 1957
 Gijsen 13 Brussel: Uitgave Dienst Pers en Publicaties van BRT. -159p.
Reeks: BRT Brochures.
Afmetingen: 20 x 12.50 (ingenaaid)
Drukwerk: Pencoprint (Wilsene)
1984 Amerika en ik. (omnibus)
Bevat: De vleespotten van Egypte : een sotternij. (pp 7-224 –Eerste druk 1952 – 19de druk 1984) ; Harmágedon : een kroniek van recente jaren. (pp 225-358 – Eerste druk 1965 – 6de druk 1984) ; De kroeg van groot verdriet.(pp 359-484 – Eerste druk 1974 – 6de druk 1984)
Gijsen 25 Leuven: Davidsfonds. -484p.
Afmetingen: 20.60 x 12.20 (gebonden –harde linnen kaft met stofomslag).
Reeks: Romanreeks nr 647 – 1984-1
1984 Het boek van Kalina. (verhalen)
Met tekeningen van Maria-Theresia Evers.
De eerste drie hoofdstukken van ‘Het boek van Kalina’ zijn verschenen in ‘Standpunte’ (Zuid-Afrika), daarna onder de titel ‘Lyrische portretten’ in verzameld werk, deel 4.
Amsterdam: J.M. Meulenhoff. -51p.
Afmetingen: 22.50 x 15 (ingebonden met stofomslag)
Colofon: Deze uitgave werd in opdracht van uitgeverij Meulenhoff Nederland bv te Amsterdam gezet en gedrukt door Geuze Dordrecht.
1984 De zomers van mijn jeugd. (omnibus)
Bevat: Nostalgie naar het hazegras, Oostende – Telemachus in het dorp. Een verhaal zonder wind of wolken – De boom van goed en kwaad – De perikelen van Bergen op Zoom – Worstelen in Homerische stijl – De tram naar Blaren, 1916 – De oudste zoon.
 Amsterdam : J.M. Meulenhoff. -346p.

 POSTHUME UITGAVEN

1988 Kleine sprookjes voor grote mensen (verhalen)
Omslag: Aloys Zölt
Grafische vormgeving: Joost van de Woestijne
Bevat: 9 dierfabels en één ‘mensen’ sprookje
Amsterdam: J.M. Meulenhoff. -130p.
Reeks: Meulenhoff Editie E986
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
Druk Hooiberg Epe
1995 Van een paling die niet sterven wilde. (verhaal)
Met een woord vooraf door Marc Galle.
Vormgeving en [12] illustraties in houtgravures: Gerard Gaudaen.
Verscheen tijdens het leven van Gijsen op 12 oktober 1963 in Eleviers Weekblad.
Gijsen 24 Lier: Edipa nv, Industriestraat nr 5. -24p.
Afmetingen: 22.50 x 15.50 (ingenaaid – zachte kaft)
Zetwerk: Pre-Press Satelit n.v. – 2500 Lier
Drukwerk: Antilope n.v. – 2500 Lier

ESSAYISTISCH WERK

1919 De twaalf sonnetten van de schoonheyt en drie andere sonnetten / Gerbrand Adriaenszn. Bredero ; ingeleid door Marnix Gijsen. Antwerpen: De Sikkel. . -31p.
Druk:  drukk, Ste Catharina, Brugge.
1920 Karel van de Woestijne.
Opdracht: voor Jos. Leonard
Gedateerd: Juli 1920
Antwerpen: De Sikkel. -28p.
Reeks: Vlamingen van beteekenis. – Antwerpen; vol. 4
1922 Breeroo’s lyriek. Antwerpen: Mercurius. -79p.
1922 Karel van Mander. Antwerpen: Vereeniging van letterkundigen,
1925 Etude sur les colonies marchandes méridonales à Anvers de 1488 à 1567. (dissertatie)
Theses quas cum dissertatione cui titulis Etudes sur les colonies marchandes méridionales (portugaises, espagnoles, italiennes) à Anvers de 1488 à 1567…pro gradu doctoris scientiarum ethicarum et historicarum in universitate catholica Lovaniensi.
Leuven: Uytspruyst.
1928 Geestelijk leven in Amerika. Antwerpen: Secretariaat van de Katholieke Vlaamsche Hoogeschooluitbreiding : Druk. K. Dirix-Van Riet. -29p.
1930 Antwerpen; een statistiek jaarboekje. Antwerpen: De Sikkel. -44p.
1934 Vlaamsche verzen van dezen tijd.
Verzameld en ingeleid door Marnix Gijsen en R. Herreman
Brussel : A. Manteau. -79p.
Reeks: De Uilenreeks nr 5
1935 Lierre. Bruxelles: Nouvelle société littéraire. -24p.
1935 Lier / Stan Leurs ; Met een inleiding door Dr J. A. Goris Antwerpen: De Sikkel. -54p.
1937 Breviarium der Vlaamsche lyriek. (bloemlezing)
Samengesteld en van een inleiding voorzien door Marnix Gijsen.
Opdracht: Aan de goede gedachtenisvan Karel van den Oever, “dezen geduchten boschwachte van den Heer, die rusteloos het woud de Nederlandsche letteren afbrakte”.
 Gijsen 28 Antwerpen: Boekengilde ‘Die Poorte’. -244p.
Afmetingen: 19 x 12.50 (ingenaaid)
Colofon: Dit boek is het vierde van de Boekengilde “DIE POORTE “, jaargang 1936-1937. Het werd gedrukt op de persen der drukkerij P. Lombaerts, te Schoten bij Antwerpen.
1937 Jozef Cantré, houtsnijder. Brussel: uitgeberij Nebe. Z p.
1939 Hans Memlinc te Brugge.
Onder de naam J[AN] A[LBERT] GORIS
Ontwerp: Jos. Leonard.
Photographisch materiaal: André Cauvin.
Prijs: 40 fr.
opyright by M. Van de Walle.
Brugge: Uitgeverij Wiek Op. -83p.
Colofon: Het photographisch materiaal voor dit boek werd ontleend aan de documentaire film “Hans Memling, schilder der Madonna”, door André Cauvin, verwezenlijkt naar een scenario van Dr Jan-Albert Goris en Georges Marlier. Het werd gezet uit de Egmont letter van S.H. de Roos, naar het ontwerp van Jos. Leonard, en gedrukt op de persen der drukkerij Walleyn te Brugge, in het voorjaar 1939.
Druk: drukkerij Walleyn, Brugge.
1939 Hans Memling à Bruges.
Onder de naam J[AN] A[LBERT] GORIS
Traduction (du Néerlandais): Guido Eeckels.
Photographies: A. Cauvin. Prijs: 30 fr.

 

Bruges:  Éditions Wiek op. -80 p., ill.
Druk: Walleyndruk, Brugge.

 

1939 Journal de voyage de A. Duerer.
Samen met Georges Marlier.
Bruxelles: La Connaissance. -56p.
1939 Schrijvers en schilders.
Samen met W.L.M.E. Van Leeuwen
Utrecht: De Haan. -408p.
1940 Lof van Antwerpen. Hoe reizigers Antwerpen zagen van de XVe tot de XXe eeuw. Antwerpen: Standaard Boekhandel. -277p.
1940 De literatuur in Zuid-Nederland sedert 1830.
Opdracht: Voor Maurice Roelants, dit laattijdige vredesverdrag tusschen Ruimte en ’t Fonteintje, in vriendschap. M.G.
Brussel: Standaard-Boekhandel. -159p. 8 foto’s
1943 Belgium in Bondage. New York: Fischer.
1944 Vlaamse lyriek. Van Gezelle tot 1940. Pretoria: Van Schaik.
1944 The miracle of Beatrice. New York: Pantheon.
1945 Strangers should not whisper. New York: Fischer. -260p. / Los Angeles: Berkeley.
1945 Du genie flamand. New York: Edition du roseau pensant.
1945 The liberation of Belgium. New York:  Belgian government information center. -55p.
1946 The growth of the Belgian nation. New York:  Belgian government information center. -27p.
Reeks: Art, life and science in Belgium. Nr 5
1946 Belgian letters ; a short survey of creative writing in the French and Dutch languages in Belgium. New York:  Belgian government information center. -46p.
Reeks: Art, life and science in Belgium. Nr 4
1946 Over het Vlaamsch genie. Antwerpen. -42p.
1947 Rubens in Amerika. Antwerpen: Standaard Boekhandel.
1947 Rubens in America. New York : Pantheon. -61p.
1948 Zeven maand Times Square. Lever de rideau.
Band en stofomslag ontworpen door Marc Sleen.
Knokke : Veka. -136p.
1948 Modern sculpture in Belgium. New York: Belgian government information center.
Reeks: Art, life and science in Belgium. Nr 9.
1949 Portraits of Flemisch Masters in American collections. New York:  Belgian government information center. -13p.
Reeks: Art, life and science in Belgium. Nr 12
1949 Modern Belgian wood engravers. New York:  Belgian government information center. -66p.
Reeks: Art, life and science in Belgium. Nr 15
1951 Drawings by modern Belgian artists. New York:  Belgian government information center. -83p.
Reeks: Art, life and science in Belgium. Nr 21
1951 Traveler’s guide to the Belgian Congo and Ruanda-Urundi. Brussels : Tourist Bureau for the Belgian Congo and Ruanda-Urundi. -759p.
1955 Some scholary comments on the saying of the Dutch poet Leo Vroman : “Liever heimwee dan Holland”.
A paper read by Marnix Gijsen at the meeting of the Netherland-American University League on December 18, 1953, in the Women’s Faculty Club of Columbia University in New York / Marnix Gijsen
Opgenomen in Marnix Gijsen: Scripta Manent, 1965 pp 231-246
Den Haag: A.A.M. Stols. -29p.
Colofon: The edition of Some Scholarly Comments by Manix Gijsen has been printed in the office of Ando Press, The Hague (Holland) in Palatino type designed by Herman Zapf. The edition is limited to 1.000 copies numbered 1-1.000.
1958 Karel van den Oever 1879-1926. (monografie)
Tussen p. 12 en p.13: 4 ongenummerde pagina’s met documentaire foto’s, tussen p. 28 en p. 29 ook 4 ongenummerde pagina’s met foto’s.
Op het omslag: tekening door Jan Gregoire, Antwerpen, 1926.
gijsen-33 Brussel: A. Manteau, voor het Ministerie van Openbaar Onderwijs. -38p.
Reeks: Monografieën over Vlaamse letterkunde nr 8.
Afmetingen: 22.30 x 13.10 (ingenaaid – kartonnen geïllustreerde kaft)
1964 Karel Jonckheere. (monografie)
Tussen p. 20 en p. 21: 4 ongenummerde pagina’s met documentaire foto’s, tussen p. 36 en p. 37 ook 4 ongenummerde pagina’s met foto’s.
Auteursfoto op het omslag: Edith Visser, Amsterdam
 Gijsen 39_1964 Brussel : A. Manteau, voor het Ministerie van Nationale Opvoeding en Cultuur. -47p.
Monografieën over Vlaamse Letterkunde nr 29
Afmetingen: 22.30 x 13.10 (ingenaaid – kartonnen geïllustreerde kaft)
1964 Candid opinions on sundry subjects: An anthology of his editorial writings for the ” Belgian Trade review “, 1954-1964 / Jan-Albert Goris. Amsterdam: J.M. Meulenhoff. / Rotterdam: Nijgh & van Ditmar. -171p.
1965 Per diplomatieke koerier.Proza en poëzie van Nederlandse en Belgische diplomaten.
Verzameld onder redactie van Marnix Gijsen pseud. v. Jan-Albert Goris, Albert Helman en Maarten Mourik
Amsterdam : A.J.G. Strengholt. -255p.
1968 August van Cauwelaert. (monografie) Gijsen 40_1968 Brugge: Desclee De Brouwer. -42p.
Reeks: Ontmoetingen nr 72.
Afmetingen: 19.5 x 13 (ingenaaid)
1969 Marie Gevers. (monografie) Brugge ; Utrecht : Desclée De Brouwer. -37p.
Reeks: Ontmoetingen nr 79.
Afmetingen: 19.5 x 13 (ingenaaid)
1975 De leerjaren van Jan-Albert Goris. Brussel; Den Haag: Manteau. -106p.

VERTALINGEN / BEWERKINGEN

1951 Zestig jaar toneelliteratuur in België. Vertaald uit het Engels door Marnix Gijsen.Originele editie: The Belgian theatre since 1890. Antwerpen: De Sikkel. -95p.
1975 De zwarte galei. Een historisch verhaal. Vertaald uit het Duits en bewerkt door Marnix Gijsen
Oorspronkelijke titel: Die schwarze Galeere.
Auteur: Raabe, Wilhelm
Geïllustreerd met zes originele houtsneden van Joris Minne.
Antwerpen : Belgisch-Deutsche Gesellschaft. – 79 p.

 

                                                   Verzameld werk (1977)
– Deel 1

Bevat: Loflitanie van Sint-Franciscus van Assisi, Het huis, Vier gedichten van Joachim, Het boek van Joachim van Babylon, Telemachus in het dorp, De man van overmorgen, Goed en kwaad, Klaaglied om Agnes, De vleespotten van Egypte

 – Deel 2

Bevat: De kat in de boom, Van een wolf die vreemde talen sprak, De lange nacht, Wat de dag meebrengt, De oudste zoon, Drie Lydische portretten, Er gebeurt nooit iets, Ter wille van Leentje, Mijn vriend de moordenaar

 – Deel 3

Bevat: Lucinda en de lotoseter, De diaspora, Allengs gelijk de spin, Van een paling die niet wilde sterven, Van een kat die te veel pretentie had, Van een papegaai die zelfmoord wilde plegen, De parel der diplomatie, De monoloog van Lydia, Helena op Ithaka, Ben jij het Johan?, De val van zijn excellentie Minister Plas.

 – Deel 4

Bevat: Jacqueline en ik, De afvallige, Een gezellige avond thuis, Mi chiamano Mimi, De grote god Pan, Orpheus, Boze geesten verdrijven, The house by the leaning tree, Het paard Ugo, De kroeg van groot verdriet, Harmagedon.

 - Deel 5

Bevat: Zelfportret, gevleid, natuurlijk; De leerjaren van Jan Albert Goris; Autobiografie; Curiosa; Flandriana; Nederland-Vlaanderen cultureel; Oddyseus achterna; Varia; Literaire kroniek; Verantwoording; Titelregister.

 – Deel 6

Bevat: Kroniek der poëzie;  Literatuur in Zuid-Nederland; Literaire kroniek; Verantwoording, Naamregister; Titelregister.