home | Inloggen
Aantal schrijvers: 559 | Aantal boeken:

16059

 

Pernath, Hugues C.

Maakt deel uit van: , ,

Hugues C. Pernath

Borgerhout, 15 augustus 1931 – Antwerpen, 4 juni 1975

Eig. Hugo Wouters

Dichter en dandy.
Medestichter van het spraakmakende Antwerpse tijdschrift Gard Sivik, lid van het pink poets genootschap.

Als dichter behoort hij tot de tweede lichting van de Vlaamse experimentelen, de zg. Vijfenvijftigers en was hij actief in de tijdschriften “Het Cahier” (1954), “Gard Sivik” (1955), dat hij mee oprichtte, en het “Nieuw Vlaams Tijdschrift”.

BIOGRAFIE

15 augustus 1931: Hugues C. Pernath wordt als Hugo Wouters geboren in Borgerhout, een randgemeente van Antwerpen.

  • Zijn vader Charles Wouters wou hem oorspronkelijk Napoleon noemen, omdat deze ook op 15 augustus geboren werd, maar daartegen bestond ambtelijk bezwaar. Pernaths moeder, Grace Helena Van den Broeck, is geboren op de Filippijnen als dochter van Dolores Vital y Garcia en de Belg Jules van den Broeck.
  • Het huwelijk van Hugo’s ouders – het gevolg van een ongewenste zwangerschap – was van meet af aan een mislukking

1940: De kleine Pernath was negen toen de oorlog uitbrak en hij maakte als jongeling de grootscheepse razzia‟s in Borgerhout van dichtbij mee. De thema’s oorlog en geweld, gruwel en wreedheid zullen Hugo zijn hele leven bezighouden.

Hij studeert aan het St-Norbertus Instituut te Borgerhout, maar zijn interesse voor de literatuur wordt vooral door zijn belezen vader Charles gewekt en deze interesse breidt hij als autodidact uit.

Hij schreef zijn eerste – nu verloren – verzen op vijftienjarige leeftijd.

6 oktober 1947: Tekent als zestienjarige voor een vrijwillige dienstneming in het Belgische leger van vijf jaar bij de Transmissietroepen van Vilvoorde. Waarschijnlijk om aan de spanningen en ruzies van zijn echtscheidende ouders te ontkomen

  • Van korporaal wordt hij sergeant, nadien eerste sergeant en tot slot wordt hij in 1958 sergeant-majoor te Mechelen in de nu afgebroken kazerne Baron Michel. Hij bleef 13 jaar beroepsmilitair tot in 1960.
  • Later zegt hij , dat hij in het leger vrijer was dan waar ook, het was zijn “universiteit zonder einddiploma”. Hij had er de kans veel te lezen en interessante mensen te ontmoeten, zoals Dan van Severen, Wannes van de Velde en Paul Snoek.
  • In zijn poëzie lezen we iets heel anders en daaruit concluderen we dat achter dat uniform van de dappere soldaat een gekwetste poëet schuilgaat.

DE JAREN 50: MANIËRISTISCHE EN HERMETISCHE POËZIE IN HET WOELIGE ANTWERPEN

Nog tijdens zijn legerperiode was Pernath al heel actief in het literaire wereldje te Antwerpen

1953:  Pernaths debuutgedicht ‘Vuile ruiten’ wordt gepubliceerd in De Nevelvlek, 1953

1955-1961: GARD SIVIK

Maart 1955: Het experimentele tijdschrift GARD SIVIK, –  vernoemd naar het gelijknamige jazzcafé aan de Stadswaag in Antwerpen en opgericht op initiatief van Gust Gils en Paul Snoek – wilde een toevluchtsoord bieden aan generatiegenoten die de avant-garde kunst genegen waren.  Aldus bood ze tevens de theoretische basis voor de generatie die men de Vijfenvijftigers is gaan noemen. Hugues Pernath (toen nog beroepsmilitair) was vanaf het begin lid van de redactie, Tone Brulin trouwens ook.

  • Tussen 1955 en 1957 vormt Gard Sivik het belangrijkste publicatieforum voor de teksten van Pernath.
  • De Antwerpse verankering lokt onvermijdelijk vergelijkingen uit die Pernath plaatsen in een poëticale traditie van dandyesk en aristocratisch gedragen eenzaamheid, een lijn die loopt van Karel van de Woestijne, over Paul van Ostaijen, Maurice Gilliams naar Hugues Pernath.
  • In die tijd is ook het pseudoniem Hugues C. Pernath ontstaan: Hugues – de Franse vorm van Hugo, C. als een hommage aan zijn vader Charles en ook wel aan Charles Baudelaire zijn toenmalige meester, en Pernath – waarschijnlijk van het hoofdpersonage uit Meyrincks Der Golem, de Praagse student en alchimist Athanasius Pernath. De letters ´pp´, die men weleens achter zijn naam ziet staan, duiden op zijn lidmaatschap van de Pink Poets, een literair genootschap waarvan hij twee jaar gouverneur was.

Hij blijft redacteur tot 1961. Dan zal hij – evenals  Paul Snoek en Gust Gils – Gard-Sivik verlaten uit onvrede met een koerswijziging richting meer werkelijkheidsgerichte poëzie die onder invloed van de Nederlandse redacteuren Hans Sleutelaar, Hans Verhagen, Cees Buddingh’ en Armando was uitgezet. We vinden hem terug als redacteur bij het Nieuw Vlaams Tijdschrift

1957:  Tijdens de militaire dienstplicht van Paul Snoek – Snoek is gelegerd in de Dossin kazerne eveneens te Mechelen – ontstaat tussen beiden een poëtische uitwisseling van teksten/brieven. Een selectie daaruit zal in 1961 verschijnen als ‘Soldatenbrieven’.

1958-1964: EEN MOEILIJK LEESBARE, SOMS HERMETISCHE MAAR VOORAL DROEVE DICHTER

1958: Pernath debuteert bij de gevestigde Antwerpse uitgeverij Ontwikkeling met de dichtbundel Het uur Marat, die even later werd gevolgd door De adem ik (1960) en Het masker man (1960), de laatste bundel verscheen in een samenwerkingsverband tussen Ontwikkeling en De Bezige Bij in Amsterdam.

  • Voor Het masker man  zal hij in 1961 de Arkprijs van het Vrije Woord ontvangen.
  • In 1963 werden deze bundels verzameld in Instrumentarium voor een winter. Al deze poëzie kenmerkt zich door een emotioneel geladen, naar het pessimisme neigend, modern maniërisme.

De handen van mijn handen
Vonden leem, geen laatste hemelsblauw
Gloeiden in scheuren, eerbied en vuil
Hier over begonnen aarde
Het plunderkruis waarin dit zwijgen haakt.

Uit:  De adem ik.

4 april 1959: Huwt met Adrienne (Jen) Daelemans, die kostuumontwerpster was voor de KNS en les gaf op de toneelschool Studio Herman Teirlinck. Zijn vriend Hugo Claus was getuige van dit huwelijk. Maar de liefde dooft al snel en na vijf jaar gaan ze uit elkaar.

1960: Hugues Pernath verlaat het leger. Hoogstwaarschijnlijk ten gevolge van een mislukte chirurgische interventie in het Militair Hospitaal te Antwerpen om een gehoorprobleem op te lossen.  Lees meer in Paul Snoek over Hugues C. Pernath (slot) – Le blog de CDR

1 oktober 1960: Pernath gaat aan de slag in de boekhandel van de socialistische uitgeverij Ontwikkeling te Antwerpen tot hij in 1964 ontslagen wordt na een rel rond een vermeende diefstal van een bibliofiele uitgave van Karel Appel. (hij was namelijk op een vernissage van de fraaist uitgegeven boeken in Nederland en Vlaanderen doodleuk naar buiten gewandeld met een kostbaar boek van Bert Schierbeek en Karel Appel onder de arm). Wordt tenslotte (1965) boekhouder bij een grote drukkerij in Antwerpen

1961: Ontvangt de Arkprijs voor het Vrije Woord voor de dichtbundel Het masker man. 

  • Karel Jonckheere sprak de gebruikelijke oratio uit (gepubliceerd in NVT en als inleiding bij  Pernaths eerste verzamelbundel Instrumentarium voor een winter: gedichten 1955-1960).
  • Pernath wordt er meteen als godenkind aangesproken. (Geert Buelens, Van Ostaijen tot heden p. 849)

1961: Bij Uitgeverij Ontwikkeling verschijnt Soldatenbrieven (een brievenbundel met Paul Snoek), die vooral door de inleiding van Jan Walravens respons kreeg.

1964: Vier maanden op reis in Ierland in de sporen van de door hem als meester beschouwde James Joyce.

  • Maar de perfectionist vernielt ter plekke het enige proza-werk, dat er ooit uit zijn pen kwam, “… mogelijk, omdat ik Ierland … beschouw als een oorsprong.”.
  • Een aantal fragmenten verschenen onder de titel “Uit het toornige leerboek van deze tongval” in het tijdschrift Randstad.

1966-1968: EEN LANGZAME VERSCHUIVING WEG VAN HET HERMETISCHE

1966: Publicatie van de tweede verzamelbundel Mijn gegeven woord. Gedichten,

  • Mijn gegeven woord is een getijdenboek van de daden van de dichter H.C. Pernath, van zijn liefde, huiver, hoop en wanhoop. In de bundel noteert hij de evolutie van zijn liefdes en zijn vriendschappen en bezint hij zich op zijn relaties, ook op die welke doodgelopen zijn. (Joris Gerits, ‘Hugues C. Pernath Mijn gegeven woord’ in: Lexicon van literaire werken)
  • In 1968 werd de bundel bekroond met de Poëzieprijs van de Provincie Antwerpen.
  • Mijn gegeven woord wordt soms ook gezien als een overgangsbundel – samen met de chronologisch erop volgende ‘Indexgedichten’ – tussen Instrumentarium voor een winter: gedichten 1955-1960 (1963) en de gedichten geschreven in 1970-’73, gebundeld in ‘Mijn Tegenstem’

1966 – 1970:  Pernath schrijft de Vijftig index-gedichten.

  • De meeste hiervan zijn protestgedichten die bedoeld waren om op poëzie happenings te Amsterdam, Brussel of Antwerpen te worden voorgelezen.
  • Zij worden uitgegeven in de bundel Mijn tegenstem Gedichten 1966-1973, die hem een bescheiden doorbraak bezorgde in Nederland door de toekenning van de Jan Campert-prijs.

1967: Maakt een reis naar Polen om er aan de Filmschool te Lodz regie te studeren.

  • Hij werkt er mee aan een reeks van zeven kortfilms voor de televisie en leert er regisseurs als Wajda en Jerzy Skolimowski kennen.
  • Een belangrijke ervaring voor zijn verdere leven en poëzie, is zijn bezoek aan het concentratiekamp van  Auschwitz.
  • In En tussen de vertrapte 17bloemen die korte zomer (gepubliceerd in Nagelaten gedichten) en in het ongepubliceerde werk Alfabet, Landschappen I, Landschappen II wordt er letterlijk aan gerefereerd.

1967:  Treedt –als vriendendienst aan Hugo Claus – op als één van de naakte mannen die de Heilige Drievuldigheid verbeelden in diens theaterstuk Masscheroen. Wordt hiervoor veroordeeld wegens onzedelijk gedrag.

Mede onder invloed van de heftige censuurreactie die het stuk uitlokte, sluit hij zich in 1968 aan bij het ‘Bestendig Kernkomité van Waakzaamheid tegen de Censuur’ en presenteert op hun manifestatie maatschappijkritische teksten uit de “Index-gedichten”.

1968: EEN NIEUWE POËTISCHE WENDING

1968:  Een wende: zijn gedichten richten zich meer op de maatschappelijke en politieke actualiteit, ze verraden engagement en zijn qua vorm en formulering transparanter dan zijn vroegere werk.

23 mei 1970: Pernath huwt een tweede maal. Opnieuw was Hugo Claus getuige. Myra, een Australische met joodse achtergrond heet zijn vrouw, maar in 1972 loopt ook dit tweede huwelijk op de klippen.

  • Aan haar is de cyclus Exodus opgedragen. De cyclus wordt privé en bibliofiel uitgegeven met grafisch werk van Guy Vandenbrande.
  • De gedichten verwoorden zijn herinneringen aan een bezoek aan Auschwitz samen met zijn pijnlijke herinneringen aan zijn kindertijd. Gevoelens van eenzaamheid en sterfelijkheid overwegen.

Eveneens in 1970 verschijnt de bibliofiele uitgave ‘De acht hoofdzonden’ met litho’s van Vic Gentils.

De gedichten van deze periode vinden hun bundeling in Mijn tegenstem. Gedichten 1966-1973.

1973-1975: HUGUES C. PERNATH PINK POET (pp) FOREVER

22 november 1972:  Oprichting van de het dichtersgenootschap Pink Poets

  • Onder het oplepelen van een coupe roze roomijs in patisserie Thys aan de Antwerpse De Keyserlei, richten Patrick Conrad (°1945) en Nic Van Bruggen (°1938) de Pink Poets op, een dichtersgenootschap waar  broederschap en eigenzinnigheid samengaan.
  • De groep zal uiteindelijk uit 13 leden bestaan waaronder Paul Snoek, Hugues C. Pernath en Henri-Floris JespersWilfried Adams en Patrick Conrad en Michel Bartosik waren andere leden. De Pink Poets wilden zich afzetten tegen elke vorm van platvloersheid, kleinburgerlijkheid en oppervlakkigheid.  Hun bijeenkomsten vonden plaats in de legendarische club VECU en gingen gepaard met een overdaad aan drank en lekker eten.  De heren hielden er een liederlijke, haast decadente levensstijl op na en dat werd hen vaak verweten.
  • Tegenstanders van de Pink Poets beschouwden het collectief als snobistisch en elitair.  Tien jaar na de oprichting, in november 1982, meldden Conrad en Van Bruggen de ontbinding van hun artistiek genootschap.

1973: Lid van het Antwerps genootschap `Pink Poets’.

 

4 juni 1975: De dichter wordt dood aangetroffen onder aan de trap van de privé-club Vécu waar hij net een bijeenkomst van de de Pink Poets had voorgezeten.  Een bloedklonter in de hersenen werd hem fataal.  “… in een moment van verstrooiing, bedrogen door een stomme bloedklonter”, zoals Karel Jonckheere het uitdrukt (Conrad, 1976: 8). Door zijn dood wordt Pernath verlost van een leven, dat uit twijfel, paradoxen en een aangeboren gespletenheid bestond, “…beseffend, dat voor mij de poëzie de enige leefbare zelfmoord is, …”.

Hugues C. Pernath wordt begraven op het Antwerpse Schoonselhof.  Zijn grafmonument bevindt zich op perk R, rij 4.

Epiloog

1976: Henri-Floris Jespers bezorgt de Nagelaten gedichten uitgegeven bij de Pink Editions & Productions te Antwerpen. De bundel kreeg in  1977 de driejaarlijkse Belgische Staatsprijs voor poëzie toegekend.

  • De Nagelaten gedichten bestaan uit twee samenhangende gehelen, gescheiden door een mooi gelegenheidsgedicht over de vriendschap en een poëtische vertaling uit het Frans, getiteld: Beschrijving van het schaduwbeeld van M. naar haar portret door Hans Bellmer.
  • Het eerste deel bevat vijf cycli die Pernath in 1967 schreef naar aanleiding van zijn verblijf in Polen en zijn bezoek aan het concentratiekamp Oswiecim. Het tweede deel bestaat uit 4 fragmenten die samen met nog te schrijven teksten een lang gedicht zouden vormen, De Nacht, dat eind ’75 zou verschijnen.

1976: Op het initiatief van zijn moeder, Grace Helena van den Broeck (1911-1996), en van haar echtgenoot, de architect Jean-Jacques Jacobs, wordt de Pernath Stichting in het leven geroepen in 1984 voortgezet als Hugues C. Pernath-Fonds.

  • Dit fonds heeft tot doel de nagedachtenis van de dichter te eren en zoveel mogelijk documenten in verband met Pernath te verwerven en in het Letterenhuis bijeen te brengen.
  • Het reikt tweejaarlijks de Hugues C. Pernathprijs uit aan een dichter jonger dan 43 jaar, de leeftijd van Pernath bij overlijden.
  • Enkele laureaten van de prijs: Leonard Nolens (1980), Dirk van Bastelaere (1988), Erik Spinoy (1990), Herman Leenders…

1980: Henri-Floris Jespers bezorgt de Verzameld werk, uitgegeven bij de Pink Editions & Productions te Antwerpen.

1987: Joris Gerits reikt een bloemlezing uit het oeuvre van Pernath aan met als titel Stem en tegenstem, uitgegeven bij Uitgeverij Kritak in de reeks Kritak klassiek

1995: Dirk De Geest & Patrick Peeters presenteren Bloemlezing uit de poëzie van Hugues C. Pernath, een uitgave van het Poëziecentrum te Gent in haar reeks Dichters van nu

2005: Onder de titel Gedichten. Hugues C. Pernath brengt het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (CTB) van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde een tekstkritische leeseditie.

2016: Bijna 60 jaar na de publicatie van de gedichtencyclus Exodus gaat multitalent Lies Van Gasse een grafische dialoog aan met deze nog steeds tot de verbeelding sprekende teksten. In een graphic poem visualiseert ze de zwaarmoedige verbeeldingskracht van deze verzen en gaat ze op zoek naar linken met de dag van vandaag: volksverhuizingen, vluchtelingenkampen, maar ook de zo herkenbare verlatenheid van het individu in een grootstad. Zo toont ze Pernath als een veelzijdige stem, die ook vandaag nog steeds gelezen en herlezen mag worden.

BEKRONINGEN

  • 1961: Arkprijs voor het Vrije Woord
  • 1966: Poëzieprijs van de provincie Antwerpen voor ‘Mijn gegeven woord’
  • 1968: Poëzie prijs van de stad Knokke-Heist voor het tiende gedicht van de bundel De tien gedichten van de eenzaamheid
  • 1974: Jan Camperts Prijs voor de verzamelbundel Mijn tegenstem.
  • 1977: Driejaarlijkse Staatsprijs voor Poëzie (postuum) voor ‘Nagelaten gedichten’ Uitg. Pink Editions en Productions.

MEER OVER HUGUES C. PERNATH

  • Patrick Conrad,  Hugues C. Pernath. Antwerpen – Amsterdam, De Nederlandsche Boekhandel, z.j. (1976). Monografieën over Vlaamse Letterkunde nr. 54. 40p.
  • F. Auwera, in Schrijven of schieten (1969);
  • M. Bartosik, `Door het drieluik van de tijd heen. De thematiek van H.C.P.’, in Nieuw Vlaams Tijdschrift, 26 (1973);
  • P. Conrad, H.C.P. (1976); Nieuw Vlaams Tijdschrift 29, 6-7 (1976), speciaal P.-nummer;
  • M. Bartosik, in Kritisch lexicon van de Nederlandstalige literatuur na 1945 (1980);
  • J. Gerits, `P.’s poëtisch oeuvre: tussen communicatie en creatie’, in Nieuw Vlaams Tijdschrift 34, 4 (1981)

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Websites

Referenties

  • Geert Buelens, Van Ostaijen tot heden. Zijn invloed op de Vlaamse poëzie. Nijmegen Uitgeverij Vantilt. 1310p.

 

SMAAKMAKERS

Ik treur niet, geen tederheid trekt mij aan

Uit:Mijn Tegenstem gedichten 1966-1973 (1975)

Ik treur niet, geen tederheid trekt mij aan
Geen lichaam kan ooit het mijne voelen
Geen ander oor mijn verwarring, mijn onrust
In de sprakeloze plaag van de taal.
Dagelijks en dodelijker verkrampt mijn wereld
In de vreselijke vertakkingen van de pijn.
Ik heb het laatste boek gedragen, van rechts naar links
En met al mijn tekortkomingen veroordeel ik
Wie verbrandt en wie poogt door de leugen.Want anders niets dan de nederigheid
Dan het voltrekken van de twijfel,
Want anders niets heeft ons bepaald.
Ik laat het licht de duisternis herhalen,
Herrijzen uit de roemloze rust van de rots
En terwijl het schrale water uit de wonden sijpelt
Beluistert de nakende nacht mijn schroevend hart.Geen entstof heeft mij veranderd
Geen vrijgevig verleden mij bedwelmd. Geen smeulen.
Zoveel werd gescheiden, zoveel kwam terecht.
Ik bemin, ik schrijf en onderga de vriendschap
Maar als een metselaar, vrij en ommuurd
Voltooi ik de tempel waarvan de laatste hoeksteen
Mijn einde zal betekenen. En met datzelfde woord
Al mijn liefde verwoordend, leef ik verder
In de gesel van die zonnetekens waartoe ik behoor.

 

De twijfelende wellust

Uit: Mijn tegenstem (1975)

Zoek niet buiten mij, want om mijn lichaam te vinden
Is het voldoende mij te roepen.
Zonder voorkeur zal ik naar je komen
Alles regelend, overeenkomstig
Naar wat ik van jou weet: de verbeelding
En over deze wereld een eeuwigheid die ik niet ken.
 
Zonder schaduw zal ik naast je liggen
Want rillend in mij zal je zoeken naar de verrukking
Van de eenzaamheid. Ik ben jouw rustplaats
Voor liefde en haat de enige schim.
 
Je zal mij zoeken, de hele helse aarde
En niets zal jou verstoren, niets zal jou verschrikken
Want alles gaat voorbij en je ziet honderd tuinen.
Wie mijn lippen likt, liefkoost het leven
En zoals ik nu aan dingen denk die dwaas zijn
Vergeet ik straks de lijfgeur van de vrouw,
Haar hijgen en de grauwe plooien van haar huid
Onder het breken van mijn verdrogend schuim.
 
Zij realiseerde zich: roede, roem en rouw
Het zwijgen van de verslagene of de kreet
Van een droefheid genoeg aanschouwd.
Haar oogst drijft verteerd, met vruchteloze parels
Over het chroom van een roze badkamercel.
 
Heb geduld, ik begreep jouw woorden,
Men noemde mij een dwaas, een zwerver, een nar,
Allen duldden mij lijdzaam, allen en een spoor
Liep verloren. Maar door duivels bezeten herkende ik
Als waarheid wat ik uit mijn dromen wist,
Wat de vrouw herleidde tot metgezel.
Wij namen geschenken mee
En ik gaf je de naam van een of andere struik.
Toen ergens stilte lag tussen dag en nacht
Maakte de liefde haar vrij van alle andere liefde.
 
Randen van steden, kringen van rubber, en mensen
Die het goed met je menen, met alle monden tegelijk
Hun maten en gewichtigheid.
En aldus alles herhalend, als lijfeigene lerend,
In het doffe vallen van vele opstandige engelen.
 
Zie en gil. De liefde werd begraven
En eeuwen na de vis was het de zoete jager die overwon.
Zoals wij over helden spreken, in de herinnering
Aan een firmament vol regenbomen.
Het leven zijn zij ontkomen, aan ons zijn zij ontgroeid.
Ik noem hem met wat hij noemt: namen
Die iedereen je kan ontnemen.
Ik denk niet en niemand nadert.
 
En mijn verzadiging. Als een vreemde verwante
Voor het eerst begrijp ik dat de smart niet overgaat,
Dat ik honig haal uit een stervend ras
Van systemen die de metalen bedaren.
 
Het zien van een amandel betekent dat de gekwelde
Verlichting vindt maar dat de dood blijft nawerken.
Ik smeek om een liefde die me in beslag neemt,
Het bezweren van een ouderdom die in ons knaagt
Sperma spuwend, sporen die ons overwinnen.
Want niemand wordt geroepen maar iedereen gedwongen.
 

BIBLIOGRAFIE

Woordje vooraf

Er bestaat ook (door ons nog niet geraadpleegd):

  • Hulstaert, Marleen, Proeve van bibliografie van de dichter Hugues C. Pernath (1977)
    • De bibliografie wordt voorafgegaan door een biografie van de Antwerpse dichter en ze wordt ontsloten door registers van titels van dichtbundels, tijdschriften en werk in vertaling, van vertalers, auteurs, opdrachten, illustrators en personen Stadsbibliotheek Antwerpen Hendrik Conscienceplein 4, 2000 Antwerpen

De gegevens van deze bibliografie werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen.
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • POËZIECENTRUM VZW – Gent

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.

Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1958 Het uur Marat. (poëzie)

Bevat de cycli: Naamloos, Een schedel; Het uur marat; Naschrift tot vandaag.
Pernath 1 Antwerpen: Uitgeverij S.M. Ontwikkeling. -40p.

Afmetingen: 20 x 12.20 (ingenaaid)
Colofon: HET UUR MARAT dichtbundel van Hugues C. Pernath werd in de maand juni van het jaar 1958 gedrukt op de persen van drukkerij Excelsior in opdracht van Uitgeverij Ontwikkeling, beide te Antwerpen.

 

1960 De adem ik. (poëzie)

Bevat de cycli: Mantis; Testament in de regen; Meidood; Sarabande; De adem ik.
Pernath 9 Antwerpen: Uitgeverij S.M. Ontwikkeling. -48p.

Volgnummer: 120
Afmetingen: 22.50 x 15.30 (ingenaaid)
Gedrukt op de persen van de Moderne Boek- en Handelsdrukkerij Excelsior Antwerpen.

 

1960 Het masker man. (poëzie)

Foto omslag: Jean Jacquet
Bevat de cycli: Vijftien gedichten; Fragmenten in de nederlaag; Het masker man; Main de gloire.

 

Pernath 10 Antwerpen: Uitgeverij S.M. Ontwikkeling. i.s.m. Amsterdam: De Bezige Bij.  -61p.

Volgnummer: 153
Afmetingen:22.40 x 15 (ingenaaid)
Gedrukt op de persen van de Moderne Boek- en Handelsdrukkerij Excelsior Antwerpen.

 

1961 Soldatenbrieven. (proza en poëzie in briefvorm)

In samenwerking met Paul Snoek.
Voorwoord: Jan Walravens
Omslag en typografie: Karel Beunis.
2017: Tekstkritische heruitgave bij uitgeverij Woolf te  Antwerpen in de reeks ‘Experimentele literatuur in Vlaanderen nr 6’
Pernath 11 Antwerpen: Uitgeverij S.M. Ontwikkeling i.s.m. Amsterdam: De Bezige Bij.  -75p.

Reeks: Literaire pocket vol. 68.
Afmetingen: 18 x 10.80 (pocket)
Druk: Bosch Utrecht

 

1963 Hedendaags. (bibliofiele uitgave).

Samen met Ivo Michiels en Guy Vandenbranden;
Wetteren: Galerij Drieghe. 9 februari 1963

Zeldzame bibliofiele uitgave van Galerij Drieghe in Wetteren, telkens gedrukt op 50 exemplaren naar aanleiding van haar poëziezondagen

1963 Instrumentarium voor een winter: gedichten 1955-1960. (poëzie – verzamelbundel)

Bevat: Inleiding; Meidood; Naamloos, Een schedel; Testament in de regen; Het uur Marat; Naschrift tot vandaag; Sarabande; Mantis; De adem ik; Fragmenten in de nederlaag; Het masker man; Vijftien gedichten; Main de gloire
Ingeleid door Karel Jonckheere.
Omslag: Karel Beunis en J. Cursto.
Pernath 13 Antwerpen: Uitgeverij S.M. Ontwikkeling i.s.m. Amsterdam: De Bezige Bij.  -103p.

Reeks: Literaire pocket vol. 108.
Afmetingen: 18 x 10.90 (pocket)
Druk: Bosch Utrecht

 

1966 Mijn gegeven woord. Gedichten. (poëzie – verzamelbundel)

Electronisch beschikbaar bij DBNL Hugues C. Pernath, Mijn tegenstem • dbnl
Bevat de cycli: De gedichten van Arne; Bij de dood van een ketter; Herinneringen aan een vorig jaar; Inleiding tot mijn getijdenboek; Mijn getijdenboek.
Omslag: Karel Beunis
Typografie: Peeter Renard
Pernath 2 Amsterdam: De Bezige Bij. / Antwerpen: Contact. -94p.

Reeks: Literaire Reuzenpocket vol 168.
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
Letter Monotype Times
Druk: Bosch Utrecht

 

1970 De acht hoofdzonden. (poëzie – bibliofiele uitgave)

Met litho’s van Vic Gentils.
1973: Opgenomen in de bundel Mijn Tegenstem

Antwerpen: privé-uitgave.
1970 Exodus. Vijf gedichten. (poëzie – bibliofiele uitgave)

Met grafisch werk van Guy Vandenbrande.
1973: Opgenomen in de bundel Mijn Tegenstem
2016: Heruitgave van de cyclus met grafisch werk van Lies van Gasse. Uitgave Poëziecentrum vzw, Gent in samenwerking met het Hugues C. Pernath-fonds. Met een voorwoord van Joris Gerits.

pernath-14 Uitgave 2016
Antwerpen: [Mercatorfonds]. -8, [10] p.

Afmetingen: 34 x 23 , losbladig in map. Bandontwerp verzorgd door Raoul Van den Boom.
Druk: Drukkerij Paeshuys, Schoten.

Oplage van 370 exemplaren, genummerd A-T en 1-350 en door beide kunstenaars gesigneerd. De exemplaren A-T bevatten een met de hand gekleurde tekening en een fragment van het oorspronkelijk manuscript.

1971 De rimpels van Augustus. (gedicht)

1973: Opgenomen in de bundel Mijn Tegenstem

 1971 Het voortplantingsoffensief Uit de bundel: Het voortplantingsoffensief. Erotiese spielereien. pp 33-138

Uitgeverij: Antwerpen Uitgeverij Walter Soethoudt. -200pp.
Afmetingen: 19 x 12.50 (paperback).
Verantwoordelijke uitgever – druk en typografie: Walter Soethoudt.
1972 Zonder Titel.

Catalogus uitgegeven door Lens Fine Art ter gelegenheid van de tentoonstelling Asger Jorn te Antwerpen in december 1972 en januari 1973.
Foto’s van Luc Joubert en Lala.
Pernath 12 Antwerpen: Lens Fine Art. –[24] p. ill.

Afmetingen: 15.30 x 21.20 (oblong)
Er werden 500 exemplaren genummerd van 1 – 500.

 

 

1973 Mijn tegenstem. Gedichten 1966-1973. (poëzie)

Omslagontwerp: Hugo Claus.
Deze verzamelbundel bevat ‘Vijftig index-gedichten’, ‘De acht hoofdzonden’, ‘Exodus’, ‘De rimpels van augustus’ en ‘De tien gedichten van de eenzaamheid’.
Bekroond met Jan Campertsprijs.

1975: herdrukt door Pink Editions & Productions te Antwerpen

Pernath 6 Antwerpen: Pink Editions & Productions. 97+3p.

Afmetingen:24.60 x 19.60 (gebrocheerd)
Colofon: ‘Mijn tegenstem’ van Hugues C. Pernath pp werd in het najaar van 1973 uitgegeven door Pink Editions & Productions te Antwerpen.
Tien exemplaren bevatten een gedicht in handschrift
Het omslagontwerp is van Hugo Claus en werd uitgevoerd dor Drukkerij VTK te Antwerpen.
De tekst werd naar een maquette van Alje Olthof gvn gezet en gedrukt door Mercurius pvba te Antwerpen.

 

POSTUUM
1974 Nagelaten gedichten (poëzie) Pernath 7 Vanessa fonds: -niet gepag.

Afmetingen: 21 x 16.50 (losbladig)
Colofon: dit is een uitgave van het vanessa fonds
Met een oplage van 250 genummerde exemplaren verschijnt het op 10 augustus 1976 met een niet commercieel doel, doch zuiver om deze voortreffelijke poëzie bekender te maken.
De fouten werden behouden
Guido Lauwaert.
1975 Nykta: Vijf nachtdichters / Nykta: 5 poètes et la nuit. (bibliofiele uitgave)

Auteurs: Hugues C. Pernath, André Goezu, Roger Caillois, Claire Luffay, Dominique Autié, Peter Handke en François Rivière.

Parijs: Éditions d’Art-Agori
1975 Aan Maurice Gilliams (bibliofiele uitgave)

Samengesteld door de Pink Poets

Antwerpen: Pink Editions & Productions.
1976 Nagelaten gedichten. (poëzie)

  • Het eerste deel bevat vijf cycli die Pernath in 1967 schreef naar aanleiding van zijn verblijf in Polen en zijn bezoek aan het concentratiekamp Oswiecim. Het tweede deel bestaat uit 4 fragmenten die samen met nog te schrijven teksten een lang gedicht zouden vormen, De Nacht, dat eind ’75 zou verschijnen.
Pernath 4 Antwerpen: Pink Editions & Productions. -91p.

Afmetingen handelseditie: 25 x 20 (gebrocheerd)
Luxe-editie: gebonden – zwarte halfleder band met zwart linnen, gouddruk op rug
Colofon:’ Nagelaten gedichten’ van Hugues C. Pernath pp werd in de herfst van 1976 in opdracht van Pink Editions & Productions te Antwerpen, naar typografische aanwijzingen van Mark Verstockt, uit de letter ‘Life’ gezet en gedrukt bij Antiqua te Retie.
De oplage bedraagt 1000 exemplaren genummerd 1 tot 1000; 26 luxe exemplaren genummerd van A-Z, gereserveerd voor de H.C. Pernath Stichting en 25 luxe ex. gedrukt op ‘Ingres arches’, genummerd van I tot XXV.
1980 Verzameld werk (ed. H.F. Jespers) Antwerpen: Pink Editions & Productions. -413p.
1987 Stem en tegenstem. (bloemlezing)

Ed. Joris Gerits
Bevat gedichten uit: Instrumentarium voor een winter; Mijn gegeven woord; Mijn tegenstem; Nagelaten gedichten; Epiloog.
Het omslagontwerp werd vervaardigd door Dooreman.
Pernath 8 Leuven: Uitgeverij Kritak. -102p.

Reeks: Kritak klassiek nr 7
Afmetingen: 20.50 x 12.60 (ingenaaid)
Colophon: ‘Stem en tegenstem’ van Hugues C. Pernath, gekozen en van een nawoord voorzien door Joris Gerits, werd gezet uit de Bembo door Groenevelt bv, Landgraaf, en gedrukt door Snoeck-Ducaju NV, Gent.
Het omslagontwerp werd vervaardigd door Dooreman

 

1995 Bloemlezing uit de poëzie van Hugues C. Pernath.

Editors: Dirk De Geest & Patrick Peeters
Bevat de cycli: Inleiding; Foto’s; Het uur Marat; De adem ik; Het masker man; Mijn gegeven woord; Mijn tegenstem. Gedichten 1966 1973; Nagelaten gedichten; Verspreide en onuitgegeven gedichten.
Pernath 3 Gent: Poëziecentrum vzw. -251p.

Afmetingen: 20 x 12.50 (gebrocheerd)
2004 Als een verdwaald personage. (poëzie – bibliofiele uitgave)

Met illustraties van Van den Boom Raoul.
Knokke: Uitgeverij Jef Meert. Oplage 25ex.

7 dubbelbladen, 7 originele foto’s van Raoul Den Boom, alles in een etui.
2005 Gedichten. Hugues C. Pernath (2005)

Bevat: Instrumentarium voor een winter. Gedichten 1955-1960; Mijn gegeven woord. Gedichten [1966]; mijn tegenstem. Gedichten 1966-1973; Verspreid gepubliceerde gedichten; Ongepubliceerde gedichten; Plastisch werk en gedichten bij plastisch werk; Nawoord; verantwoording; Aantekeningen bij de gedichten; Bibliografie; Registers op titels en op beginregels; Inhoud.
 Pernath 5 Tielt: Uitgeverij Lannoo.  -581p. met illustraties.

Afmetingen: 21 x 14 (gebrocheerd)
Uitg. onder verantwoordelijkheid van het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (CTB) van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. – Met bibliogr., lit. opg., reg.
2016 Hugues C. Pernath’s Exodus. (poëzie)

Tekst:  Hugues C. Pernath gedichtencyclus uit 1970.
Ontwerp omslag & illustraties: Lies van Gasse.
Met een voorwoord van Joris Gerits.

Gent: Poëziecentrum vzw. -64p.

Afmetingen: 24 x 17 (Paperback)
Lay-out en zetwerk: Karakters, Gent.
Drukwerk: Karakters, Gent

2017 Hugues C. Pernath en Paul Snoek. Soldatenbrieven.

Bezorgd door Els van Damme, Yves T’Sjoen.
Met een inleiding van Jan Walravens en een nawoord van Joris Gerits.
Tekstkritische heruitgave van 1961

Antwerpen: Uitgeverij Woolf. -94p.

Afmetingen: 22 x 16.40 (paperback)
Reeks: Experimentele literatuur in Vlaanderen nr 6

Beknopt overzicht per genre

Poëzie

  • 1958 Het uur Marat
  • 1960 De adem ik.
  • 1960 Het masker man.
  • 1963 Instrumentarium voor een winter: gedichten 1955-1960. (verzamelbundel poëzie)
  • 1966 Mijn gegeven woord. Gedichten.
  • 1973 Mijn tegenstem. Gedichten 1966-1973. (poëzie – verzamelbundel)4

Postume uitgaven

  • 1976 Nagelaten gedichten.
  • 1980 Verzameld werk (ed. H.F. Jespers)
  • 1987 Stem en tegenstem. (bloemlezing) (ed. Joris Gerits)
  • 1995 Bloemlezing uit de poëzie van Hugues C. Pernath.
  • 2005 Gedichten. Hugues C. Pernath

Bibliofiele uitgaven

  • 1963: Hugues C. Pernath en Ivo Michiels. Hedendaags: Galerij Drieghe te Wetteren, 9 februari 1963. S.l. s.n.
  • 1970: Hugues C. Pernath en Vic Gentils, De acht hoofdzonden. Schoten: Drukkerij Paeshuys.
  • 1970: Hugues C. Pernath en Guy van den Branden. Exodus; Vijf gedichten. Antwerpen: Privé uitgave.
  • 1975: Hugues C. Pernath, André Goezu, Roger Caillois, Claire Luffay, Dominique Autié, Peter Handke en François Rivière .Nykta: Vijf nachtdichters / Nykta: 5 poètes et la nuit. Parijs: Éditions d’Art-Agori
  • 1975: Aan Maurice Gilliams Samengesteld door de Pink Poets. Antwerpen: Pink Editions & Productions. (najaar) 1975.
  • 2004: Hugues C. Pernath en Raoul Van den Boom. Als een verdwaald personage. Knokke: Uitgeverij Jef Meert

Divers proza

  • 1961 Soldatenbrieven. In samenwerking met Paul Snoek.
  • 1972 Zonder Titel. Catalogus uitgegeven door Lens Fine Art

VERTALINGEN

ENGELS

  •  [I once touched language]. Engels / vert. uit het Nederlands door Peter Nijmeijer. s.l.: n.n., 1974. In Books, nr.15 (1974), p.23-24. Poëzie, Vert. van Een keuze uit het werk. s.l.: n.n., Nederlandse en Engelse tekst.
  • Postscript to today and other poems [Vandal the blood; The answer is; Since dew. Engels / vert. uit het Nederlands door James S. Holmes. Amsterdam: Delta, 1964. Poëzie, Vert. van Een keuze uit het werk. s.l.: n.n., Overdruk uit: Delta: a review of arts life and thought in the Netherlands, vol.6 (1963) nr.2.

FRANS

  • Comme un personage perdu Frans / vert. uit het Nederlands door Jeanne Buytaert. Hilversum; Brussel: Kofschipkring V.Z.W., 1986. Poëzie, Vert. van Een keuze uit het werk. s.l.: n.n.,

SPAANS

  • La semma que rasga siete días el silencio Spaans / vert. uit het Nederlands door Francisco Carrasquer. s.l.: n.n., 1966. In Cormoran y delfin: revista internacional de poesia, jrg.3 (1966) nr.9, p.14. Poëzie, Vert. van Een keuze uit het werk. s.l.: n.n.,