home | Inloggen
Aantal schrijvers: 525 | Aantal boeken:

15394

Teirlinck, Herman

Maakt deel uit van: ,

HERMAN TEIRLINCK

Sint-Jans-Molenbeek 1879 –  Beersel, 24 februari 1967

Eig. Herman Louis Cesar Teirlinck

Veelzijdig kunstenaar: dichter en prozaïst, essayist en toneelschrijver, stichter van literaire tijdschriften, en tevens tekenaar en schilder, bandverluchter en meubelontwerper, docent en conferencier, acteur en regisseur en zelfs auteur van filmscenario’s en tenslotte – zoals blijkt uit de getuigenissen van zijn vrienden een boeiend en innemend causeur.

Van Van Nu en Straks is Teirlinck zowel de benjamin als de nestor. Weliswaar komt aan Streuvels de eer toe van langst overlevende, maar het is Teirlinck die als laatst aangekomene de geestelijke idealen van Van Nu en Straks het verst in de tijd heeft uitgedragen, zowel door zijn prominente rol in het Vlaamse cultuurleven als door zijn literair werk.

Vermeylen over Teirlinck: “Een leven van Proteus of  Twaalf Ambachten en Dertien Overwinningen”.

BIOGRAFIE

24 februari 1879: geboren te St.-Jans-Molenbeek.

  • Hij is enige zoon van de vijf kinderen van de bekende Oostvlaamse taal- en volkskundige Isidoor Teirlinck en Josephina van Nieuwenhove.
  • Vader en moeder staan beiden in het onderwijs te Brussel. Isidoor Teirlinck heeft zijn onderwijzersdiploma gehaald aan de Rijksnormaalschool te Lier en was leraar wetenschappen aan de Brusselse stedelijke normaalschool Karel Buls. Josephina is directrice van een fröbelschool te Sint-Jans-Molenbeek, in een proletarische buurt.
  • Door zijn zwakke gezondheid brengt hij een groot gedeelte van zijn jeugd door bij zijn grootouders in Zegelsem in het landelijke en heuvelachtige Zuidoost-Vlaanderen, waar hij zijn liefde voor de volkstaal aan overhoudt.

1886 -1890: leerling in de Lagere School Karel Buls te Brussel.

1890-1897: volgt de Grieks-Latijnse humaniora aan het Koninklijk Atheneum te Brussel. Op het atheneum krijgt hij les van de flamingant en taalzuiveraar Hyppoliet Meert, die ook nog les heeft gegeven aan Karel van de Woestijne.

  • Vader Teirlinck is een ijverig taalkundige en mede-auteur van de roman “Arm Vlaanderen”, die bij niet-kerkelijke lezers een vrij grote bekendheid had.
  • De jonge Herman wordt door zijn vader geïntroduceerd in o.a. het genootschap De Distel (met als kenspreuk ‘Hekelig niet stekelig), het Willemsfonds van Brussel waar Julius Hoste een prominent lid van was en later in de Brusselse vrijmetselarij.
  • Hermans eerste Nederlandse verzen worden gepubliceerd in het jeugdtijdschrift Land en Volk waarvan zijn vader redactielid is en waaraan ook zijn leraar Nederlands Hippoliet Meert meewerkt. Het zijn eerder krampachtige pogingen om woorden en beelden in een eng classicistisch keurslijf te prangen.

1897: vader Teirlinck droomt voor zijn zoon van een academische titel en had hem graag geneesheer zien worden.

Herman laat zich daarom in 1898  inschrijven in de Faculteit der Wetenschappen aan de ULB. Hij slaagt in het eerste jaar maar had weinig belangstelling en volgt amper de lessen.

1898: zijn eerste verzen worden geplaatst in het tijdschrift Van Nu en Straks.

  • In het spoor van Guido Gezelle roept hij natuurbeelden op uit zijn kinderjaren en smeedt met het Zuidoostvlaams eveneens een ‘particularistisch werktuig’
  • Zijn leven lang zal hij de fakkels die de oudere Van-Nu-en-Straksers ontvielen of die zij hem aanreikten, opnemen en met veel plichtsbesef verder dragen. Daar van getuigen zijn latere initiatieven met het tijdschrift Vlaanderen (1903), de kroniek Vandaag (1929), het Nieuw Vlaams Tijdschrift en de oprichting van het Nationaal Toneel en de Studio van het Nationaal Toneel te Antwerpen.

Rond deze tijd verschijnen ook van zijn hand een korte novelle in het Frans ‘La main noire’ en een zevental franstalige gedichten onder de titel Airs de clavecin in Almanach de l’Université de Gand publié sous les auspices de la Société Génerale des étudiants liberaux.

Ook in deze tijd doet Teirlinck zijn optreden in het Brussels letterkundig genootschap De Distel en maakt er kennis met o m Prosper van Langendonck.

1899: met de studies in de wetenschappen loopt het hoe dan ook verkeerd en Herman Teirlinck trekt naar de Gentse universiteit waar hij student Germaanse Filologie wordt. Het studentenleven, de activiteiten binnen de studentenclub ’t Zal wel Gaen en het poppenspel dat hij van Brussel had meegebracht, nemen echter al zijn tijd in beslag.

  • Gaandeweg wordt het hem duidelijk: hij zou schrijver worden, een artistieke carrière opbouwen. Zijn eerste pennevruchten, zowel in het Nederlands als in het Frans, zijn niet onopgemerkt voorbijgegaan, zijn tekentalent en ‘oratorisch vermogen’ worden alom bekend.
  • Die Gentse tijd brengt hem ook de vriendschap met Karel van de Woestijne.

1899: samen met Fernand Toussaint en Victor de Meyere geeft hij de bundel ‘Metter-Sonnewende’ uit, een onafhankelijkheidsgebaar van de jongeren tegenover de oudere Van Nu en Straksers. Onder de namen lezen we Jeannette Nyhuis, Jan van Overeyde beiden pseudoniemen voor Teirlinck zelf. Ook Jacobijne Nijhof , die de ‘ornamentaties en stafletters’ tekende, zou Teirlinck zelf zijn.

1900: na afzonderlijke gedichten gepubliceerd te hebben in Van Nu en Straks en, onder pseudoniem in ‘Metter Sonnewende’ , komt zijn enige individuele dichtbundel ‘Verzen’ op de markt. Juul de Praetere drukt het ca 50 bladzijde, tellende bundeltje op zijn handpers te Sint-Martens-Latem, en kleurt nadien de illustraties eigenhandig bij.

Inhoudelijk zien we een evolutie van classicisme over romantische bewogenheid naar een religieuze pantheïstische natuurlyriek die bijzonder Gezelliaans aandoet.

De Leekdisse

Een zuiver waterken ligt in het loover
Te rusten. ’t Blauwe zonlicht valt erop.
En eene spinne kruipt er langzaam over
En wrijft soms met een pootje om haren kop.
*
Nu komt een schrijverke uit het gras gedreven
En spoedt zicht warrelend door het jonge riet,
En doet het water eene wijle beven.
zodat de spin verwonderd ommeziet.
*
De poel wordt stille en tusschen de grauwe keien,
Heel diep langs den grond, zie ’k zachtjes aan
Een ouwe leekedis zich neerevlijen
En haren steert traag heen en weere gaan

 

1901-1902: sterk onder de indruk van de realistisch-naturalistische verhalen van Stijn Streuvels, put hij stof voor boerennovellen uit zijn kinderjaren te Zegelsem: Landelijke Historiën (1901) en De wonderbare wereld (1902). Met deze publicaties plaatst hij zich meteen in de rij vernieuwers van het Vlaamse proza en verwerft een introductiekaart voor de grote Noordnederlandse tijdschriften.

25 augustus 1902: huwt Mathilde Lauwers uit Sint-Gillis, met wie hij twee dochters heeft: Stella en Leentje. Stella zou later huwen met de schilder ontwerper Karel Maes en Leentje met de zoon van Henry van de Velde, Tijl van de Velde.

1902-1906: beambte bij de dienst Schone Kunsten van het Stadsbestuur te Brussel.

In deze hoedanigheid is het zijn opdracht om de prestatie van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg, een door de stad gesubsidieerd gezelschap, te evalueren.

1903: medestichter en redacteur van het tijdschrift Vlaanderen. Maandschrift voor Vlaamsche letterkunde (1903-1907), waarin de Van-Nu-en-Straksers in een ruimer verband opnieuw kunnen samenwerken.

Beëindigt zijn eerste roman ‘Het stille gesternte’

1905: de bundel verhalen ‘De Doolage’ brengt hem via Willem Kloos, W.G. van Nouhuys en Johan de Meester sr. bekendheid in Nederland

1906: Belgisch correspondent bij het Amsterdamse Algemeen Handelsblad. In datzelfde jaar levert hij bijdragen voor het Antwerpse dagblad De Standaard en hij doet dat tot in 1908.

1906-1921: vestigt zich te Linkebeek

  • Hij komt er in contact met het luministische impressionisme van de Zenneschilders of ‘Kalevoeters’, Willem Paerels, Gust Oleffe, Ferdinand Schirren, Louis Thevenet, Edgar Tijtgat en Rik Wouters.
  • Weldra is hij tevens de bezieler van de plaatselijke toneelgroep De Eendracht, waarvoor hij een hele reeks toneelschetsen schrijft en mee optreedt – onder de pseudoniemen Hermelijn en Knilriet – in een twintigtal rollen.

Het luministische impressionisme laat hem niet onberoerd: in  “Zon. Een bundel beschrijvingen” (1906) poogt hij het feest van licht en vreugde in een virtuoos woordenspel te vatten. De bundel is een merkwaardige poging om de wisselwerking tussen schilderkunst en woordkunst binnen het impressionisme te vatten, zodat sommige passages er haast uitzien als taalkundige versies van beroemde schilderijen:

‘De dag stort overdadig binnen en spat in de kamer uiteen. De zilveren winterzon wappert er als een jonge vlag. De zon blikkert ongewoon, stuit tegen de klaterende ruiten, dringt menigvoudig in huis sprietelt op de nachttafel, op het parelsnoer, op het zakuurwerk, botst in het bed, blekt langs het witte laken en de gele sargie, en breekt zielloos tegen het bruine, bloem-bemorste, alles-opslurpende wandpapier. Ze taakt een zijkant van de tafel en leutert tussen de koperen ornamentjes van het Turks tapijt. Het meest echter leeft ze in ’t geharrewar van de vrouwenjaponnen’

Vanaf 1907 neemt Teirlinck afscheid van de landelijke beschrijvingen, zijn aandacht richt zich volop op het stedelijke.

1907: schrijft om den brode in De Standaard de vervolgroman Het avontuurlijke leven van Lieven Cordaat, een bizarre kruising tussen detective- en een sentimentele liefdesroman. Model stond Charles Dickens’ The mystery of Edwin Drood.

1907-1938: voordrachthouder aan de Stedelijke Openbare Leergangen te Brussel.

1908: publicatie van Mijnheer J.B. Serjanszoon, Orator Didacticus een reeks schetsen van de verschillende poses van een hyperindividualistisch estheet die wel fijn voelt, maar niet diep denkt. Het geschrift reflecteert ‘le culte du moi’ (Anatole France, Maurice Barrès en Ernest Renan), de filosofie van het ‘natuurlijk egoïsme’, de levenshouding van uiterlijk fatsoen en geraffineerd, doch oppervlakkig genieten ‘met volle teugen van de tegenwoordige tijd’.

  • Uit deze roman zal Teirlinck een drietal toneelschetsen distilleren. Eén ervan, Allerzielen, is door Willem Royaards in 1910 zonder groot succes gespeeld.

1909: Het ivoren aapje. Roman van Brusselsch leven. Een in die tijd gedurfde en geapprecieerde stadsroman over het leven van de mondaine nogal decadente hogere bourgeoisie. Oorspronkelijk droeg de roman de ondertitel poppenspel omwille van de personages –epicuristen, sceptici, cynici, diabolisch bezetenen, decadenten en egoïsten – die Teirlinck als een regisseur ten tonele voert.

1910 – 1936: leraar Nederlandse letterkunde aan de Stedelijke Jongensnormaalschool te Brussel.

1912 – 1926: directeur van de meubelfabriek Ateliers Victor De Cunsel, Hij wordt zelfs secretaris van de vakbond der werkgevers in de houtindustrie. In die hoedanigheid onderneemt hij enkele prospectiereizen naar o.m. Berlijn, Wenen, Parijs waar hij -in de marge- met allerlei kunstrichtingen in contact komt; van een reis naar het toenmalige Belgisch Kongo brengt hij maskers mee.

1917: tot lid verkozen van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden.

1917-1918: tijdens WO I begint hij samen met zijn vriend Karel van de Woestijne een roman in briefvorm te schrijven: De Leemen Torens. Vooroorlogse kroniek van twee steden. (gepubliceerd in De Gids in 1917-1918, in boekvorm in 1928). Het lag in de bedoeling om vanuit hun geboortesteden (Gent en Brussel) de periode 1895-1910, de ‘Belle Epoque’ en de ineenstorting ervan te evoceren.

  • Ondanks de gezamenlijk opgestelde leidraad en een uitvoerig fichestelsel over de personages, loopt het project vast. Van de twee geplande delen raakt alleen het eerste af en dan nog in een zeer tweeslachtige vorm.

1919: wordt lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Van toen af wordt hij een invloedrijk man.

1920: wordt Vlaams leraar van de hertog van Brabant en dus een vertrouweling van het Belgische Hof, waar hij vooral met Koningin Elisabeth goede contacten onderhoudt

1920: in de roman De nieuwe Uilenspiegel in tien boeken, of De jongste incarnatie van den scharlaken Thijl komt het volkse element sterker op de voorgrond. Het individualistische estheticisme wordt verdrongen door een vitalistische visie die meer en meer zichtbaar wordt.

  • Tijl is hier een ‘fijfelaar en liedjestapper, nachtuil en zonneklopper, meisjesloper en tonneklinker, pensjager en flamingant, een Brussels ‘Ketje’ een symbool van het Vlaamse volk met zijn contrasten, onverwoestbare vrijheidsdrang en levenskracht.

1921: verhuist van Linkebeek naar Sint-Jans-Molenbeek.

1922: de theaterproductie De vertraagde film is -Teirlinck naar eigen zeggen – een schuchtere poging om uit de sleur te geraken van het realistische toneel. Geen ‘tranche de vie-toneel meer, maar een poging om theater te brengen dat de toeschouwer confronteert met levensinzichten die existentiële vragen oproepen, en dat in een vorm die het anekdotische verwerpt.

Het stuk kent bij zijn opvoering op 8 maart 1922 in de KVS te Brussel een explosief succes, en creëert met één slag een geheel nieuw verwachtingspatroon inzake drama in Vlaanderen.

1925 – 1938: doceert het vak Nederlandse letterkunde aan de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen en van 1928 tot 1936 aan de Stedelijke Meisjesnormaalschool in Brussel.

1927-1948: docent in de techniek van het toneel aan de Nationale Hogere School voor Bouw- en Sierkunsten (Ter Kameren).

In dit theaterlaboratorium kan hij zijn inzichten de vrije teugel laten.

  • werkt rond projecten waarbij de deformatie van het menselijk lichaam – i.c. de acteur -, de dans als uitgangspunt van de beweging en het toneel mekaar beïnvloeden. (De danseres Akarova helpt hem bij deze realisaties).
  • Zijn experimenten zoeken ook naar het zogeheten ‘klimaat’ van een stuk en de vertaling ervan in het decor, het spreekkoor, het gebruik van maskers en pruiken, het beschilderen van toneelkostuums enz.
  • Zijn zoeken wordt geïnspireerd door de geschriften van de Engelse theatervernieuwer Gordon Craig, die onder meer vooropstelde dat theater uit dans is voortgekomen en beweging diende te zijn.

Excursie: over zijn toneelkritische geschriften

Gedurende bijna 20 jaar heeft Teirlinck uitsluitend voor het toneel gewerkt. Uit zijn theoretische geschriften – Het Vlaams Toneel (1908), Over het wezen van de dramatiek (1924), Over de zuivere Dramatiek, naar aanleiding van Elckerlyc (1931), Pointering 48. Bestek voor een dispuut over toneel- en letterkunde in Vlaanderen (1948), Wijding voor een derde geboorte (1959) en Dramatisch peripatetikon (1960) – blijkt dat hij de toneelvorm kiest, omdat hij daarmee het best zijn nieuw verworven sociale opvattingen kan tot expressie brengen.

Hij introduceert het expressionistisch toneel in Vlaanderen.

Hoewel hij zijn esthetiserend verbalisme niet altijd in toom heeft kunnen houden, is hij er toch in geslaagd de dramatische principes van dit vernieuwend toneel toe te passen zowel in toneelstukken als De vertraagde film (1922), Ik dien (1924), De Man zonder Lijf (1925), Ave (1928) en De Ekster op de Galg (1937), als in openluchtspelen voor universiteitslustra (de Torenbestormer, 1923 voor Delft en het A-Z-spel, 1925, voor Leiden), de bewerkingen van Elckerlyc, De boer die sterft en Oresteia van Aeschylos, en de filmscenario’s voor Het Kwade Oog van Dekeukeleire (1937) en voor de Teirlinckfilm van Henri Storck (1953).

Carlos Tindemans zegt in zijn appreciatie dat “De dramatiek van Teirlinck behoort tot de weinige vaste waarden in de literatuur van deze periode, zowel door de onloochenbare eigen aard van de scenische suggestiviteit als door de lyrische verleidelijkheid van het expressieapparaat”. (Rutten, Weisgerber p.384)

1928: overlijden van zijn eerste echtgenote, Mathilde Lauwers.

1929: nieuwe poging om met de oprichting van de halfmaandelijkse kroniek Vandaag het ideaal van een open, pluralistisch en progressief tijdschrift te realiseren. Het kent slechts een kortstondig bestaan (15 februari 1929-20 januari 1930).

1931: trouwde opnieuw met Johanna Hoofmans.

1933: benoemd tot privaatraad bij Koning Albert I.

1934: raadsheer voor Kunst en Wetenschap bij Koning Leopold III.

1936: verhuis naar Beersel, waar hij aan de Uwenberg een villa laat bouwen. Charles Dekeukeleire filmt er Het kwade oog naar het toneelstuk De vertraagde film.

  • Al in Linkebeek (1912) had Teirlinck een (mannen)club van schrijversvrienden in het leven geroepen, die graag over toneel en politiek discussieerde. De club was mee verhuisd naar Beersel en vergaderde in het café de “Drie Fonteinen” tegenover de kerk, waar het gezelschap de plaatselijke gueuze degusteerde en mijol speelde. De mijol is een platte open houten bak met achteraan een opening waarin je een koperen schijfje moet mikken.

1938-1951: neemt de fakkel over van Henry van de Velde, en neemt deleiding over Ter Kameren, de Nationale Hogere School voor Bouw- en Sierkunsten te Brussel.

Na het eerste geharrewar bij het uitbreken van WO II, waarbij hij als prominent lid van het Belgisch establishment door de Duitsers extra in het oog wordt gehouden, wordt hij opnieuw actief als schrijver van een trits romans die men in de literatuurwetenschap klasseert onder de noemer vitalisme.

1940: publicatie van Maria Speermalie, 1875-1937: levensgetijden op de heerlijkheid ’t Homveld.

  • Vitalistische roman over de heerszucht van een vrouw waarin alle oerkrachten van het leven uitbarsten, afwisselend geschreven in brief-, kroniek-, beschrijvings-, en ontledingsstijl.
  • Speelt zich af in het Zuidoost Vlaamse kader van zijn eerste prozawerken.

1942: Griseldis, een zogenaamd volksverhaal, dat voortbouwt op het middeleeuwse volksboek waarin de vrouw als stille kracht geschetst wordt.

1944: publicatie van Rolande met de bles. De XXXX brieven van Rolande door Renier Joskin de Lamarche: Nederlandsche tekst met liminaire nota.

  • Met raffinement geschreven briefroman. De lezer leest over de geestelijke en zedelijke ontreddering van een decadente landjonker uit Zuid-Brabant enkel in zijn brieven. De antwoorden en de persoonlijkheid van Rolande zal de lezer zelf invullen op basis van de suggesties in diezelfde brieven.

1946: medeoprichter van het Nieuw Vlaams Tijdschrift.

  • Dit tijdschrift was de laatste levensdroom van August Vermeylen, waarvoor hij reeds het openingsartikel De Taak had geschreven.
  • Teirlinck heeft het tijdschrift geleid tot op het einde van zijn leven met evenveel bezieling en gezag als Vermeylen destijds met Van Nu en Straks had gedaan.

Oprichter van het Nationaal Toneel en de Studio van het Nationaal Toneel te Antwerpen op; later bekend als Studio Herman Teirlinck.

  • Op deze wijze realiseert Teirlinck ook de jeugddroom van August Vermeylen, Emmanuel De Bom en Alfred Hegenscheidt tot verruiming en verdieping van het toneelleven in Vlaanderen.
  • Met zijn eigen experimentele toneelstukken luidt hij de vernieuwing in van het toneelrepertoire, met zijn talrijke voordrachten en essays wees hij wegen aan voor de vernieuwing van de dramaturgie.
  • Met de oprichting van het Nationaal Toneel en de Studio van het Nationaal Toneel bouwt hij een solide infrastructuur uit voor het theaterwezen in Vlaanderen.

1951: ereraad voor Kunst en Wetenschap bij Koning Boudewijn.

Kunstadviseur bij de directie van Schone Kunsten van het Ministerie van Onderwijs.

1952: Het gevecht met de engel. Nederzetting van de Jeroens op O.L.V.-Welriekende.

  • Hoogtepunt van Teirlincks episch talent en hooglied van het vitalisme: de geweldige strijd tussen twee geslachten, tussen natuur en cultuur te midden van de mysterieuze plechtstatigheid van het Zoniënwoud, ‘het heilige woud, waar de eeuwigheid hangt’.

1953: Henri Storck maakt de film ‘Herman Teirlinck’ op een scenario van Teirlinck zelf.

1954: voor het scenario van Storck’s film is Teirlinck gaan sprokkelen in een aantal autobiografisch getinte opstellen zoals Bij het eeuwgetijde van mijn vaders geboorte en Mijn lieve moeder. Het geheel mondt uit in een tekst ‘Van en over Herman Teirlinck’ dat in 1954 wordt uitgegeven ter gelegenheid van Teirlincks 75ste verjaardag en als gratis bijlage geschonken wordt aan de voorintekenaars van het Verzameld werk door Uitgeverij Manteau.

1955: uitgave van een ‘gesluierde’ autobiografie in romanvorm: Zelfportret of het galgemaal, waarin hij door het gebruik van de Gij-vorm tegelijkertijd het woord voert als tolk en rechter.

  • Het is geen op feiten gebaseerde biografie, maar de ‘ontleding van een authentiek wezen’.
  • Als antwoord op de vraag van A. Manteau naar een autobiografie voor het uit te geven Verzameld werk, krijgt ze deze roman ingestuurd. De roman wordt dan ook als eerste werk in de Verzamelde werken opgenomen.

1955 – 1973: Angèle Manteau geeft het Verzameld werk uit in 9 delen. De uitgave gebeurt onder leiding van Willem Pée.

1961: in zijn nadagen ontwerpt Teirlinck nog een drietal avondvullende toneelteksten die hij later bundelde onder de titel ‘Versmoorde goden’ (1961), een onderzoek naar verdrongen drijfveren en oergevoelens.

Op elkaar volgden: Taco (1958), een schets van een in een historische context geplaatste oedipale moederbinding. Jokaste tegen God (1961), een aanvulling bij Sophocles en een pleidooi voor Jokaste als uitvoerster van de wil van de goden. De fluitketel (1961), een waarschuwing tegen de ontwrichting van het gezin en de maatschappij als gevolg van de doorgedreven emancipatie en allesoverheersende technologie.

1963: Teirlincks tweede vrouw Johanna Hoofmans overlijdt.

4 februari 1967: overlijden te Beersel-Lot, 20 dagen voor zijn 88ste verjaardag.

 

Epiloog

 

1977: tien jaar na zijn dood, koopt de gemeente Beersel Teirlincks voormalig huis aan met het oog op een cultureel en toeristisch project. Herman Teirlinckhuis – Gemeente Beersel

  • De villa wijdt twee vertrekken aan de schrijver: het salon en een trapje hoger, de werkkamer. De rest dient als galerij voor hedendaagse kunstenaars.

2003: Vlaams-Brabant is een fietsroute rijker. De Herman Teirlinck route slingert zich 35 km lang doorheen het Pajottenland, met het stationsplein van Halle als begin- en eindpunt. Toerisme Vlaams-Brabant – Herman Teirlinckroute

2012: oprichting van de Herman Teirlinck Stichting. De stichting heeft tot doel de figuur en het werk van Teirlinck onder de aandacht te brengen, activiteiten te organiseren, niet-periodieke publicaties uit te geven en Teirlinck-studie te stimuleren. Het bestuur bestaat uit de stichtende leden: Elke Brems (ondervoorzitter), Patricia Quintens (schatbewaarder), Herman Mennekens (secretaris), Leen van Dijck, An-Sofie Nédée, Piki Verschueren, Jan Maes, Sergio Servellon, Hans Vandevoorde, Sven Gatz en Mark de Mayer. Voorzitter is Stefan van den Bossche (1962), neerlandicus en docent moderne poëzie. Hij is ook directeur van het Studiecentrum Maurice Roelants.

De maatschappelijke zetel van de stichting is gevestigd in het Archief en Museum voor het Vlaamse leven in Brussel (AMVB). Iedereen kan lid worden van de Herman Teirlinck Stichting. Dit kan door het bezorgen van de contactgegevens aan de secretaris: hmennekens@bruparl.irisnet.be.

September 2013: de gemeenteraad van Beersel heeft vrijdagavond ondanks heftig protest van alle oppositiepartijen meerderheid tegen minderheid de eerdere collegebeslissing bevestigd om het Herman Teirlinckhuis op 1 januari 2014 te sluiten. Voor de zitting hadden de vrienden van Herman Teirlinck en enkele Beerselse cultuurverenigingen aan burgemeester Hugo Vandaele (CD&V) nog een petitie afgegeven tegen de sluiting met 1.700 handtekeningen. (Bron: De Morgen)

Eerder in augustus had het schepencollege van Beersel deze beslissing tot verkoop van het Teirlinckhuis genomen, omdat – volgens het college – de belangstelling van het publiek sterk zou zijn afgenomen. “De moeilijke financiële toestand van de gemeentekas was een bijkomend argument” aldus burgemeester Hugo Vandaele (CD&V)

15 januari 2014: Vlaams Minister van Onroerend Erfgoed Geert Bourgeois (N-VA) heeft de voorlopige bescherming van het Teirlinckhuis goedgekeurd. Een definitieve beslissing zal binnen het jaar worden genomen. (Bron: De Morgen dd 15 januari 2014)

4 oktober 2014: Vlaams minister voor Onroerend Erfgoed Geert Bourgeois (N-VA) ondertekende de definitieve bescherming nadat begin januari het huis al voorlopig beschermd werd.

Maart 2015: Het Herman Teirlinckhuis wordt openbaar verkocht, Dat antwoordde Vlaams minister voor Cultuur Sven Gatz (Open VLD) op een schriftelijke vraag van Vlaams parlementslid Willy Segers (N-VA).

Maart 2016: De gemeente Beersel vraagt 395.000 euro voor het Herman Teirlinckhuis. Er is echter maar 1 kandidaat om het gebouw te kopen en die bracht een bod uit dat veel lager ligt dan de vraagprijs. De gemeente heeft desondanks toch de intentie om het bod te aanvaarden omdat de bieder met de woning een cultureel-literair project voor ogen heeft. Het huis zou daarbij ook toegankelijk blijven voor het grote publiek. De kandidaat-koper wil nog liever anoniem blijven, maar hij zou wel bereid zijn om het gebouw te restaureren met respect voor het  beschermde statuut.

BEKRONINGEN

  • 1925: Staatsprijs voor toneelletterkunde voor De man zonder lijf
  • 1928: Staatsprijs voor toneelletterkunde, voor Ave
  • 1950: Grote vijfjaarlijkse staatsprijs voor Vlaamse Letterkunde voor zijn gezamenlijk werk.
  • 1956: Kreeg als eerste de Grote Prijs der Nederlandse Letteren, gezamenlijk opgericht door de Belgische en Nederlandse regering
  • Hij werd viermaal doctor honoris causa, nl. aan de Vrije Universiteit van Brussel (1938), de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam (1947), de Rijksuniversiteit van Luik (1954) en de Rijksuniversiteit van Gent (1959). Dit is uniek in de geschiedenis der Vlaamse letteren.

 

OVER ZIJN WERK

Men kan zijn literair werk opdelen in drie perioden, gescheiden door telkens een kleine tien jaar zwijgen

  1. Het jeugdwerk tot zijn dertigste jaar, met als hoogtepunt Mijnheer J.B. Serjanszoon, orator didacticus (1908);
  2. dan de jaren twintig met velerlei expressionistische toneelexperimenten;
  3. ten slotte vanaf 1940 het vitalistische ouderdomsproza, waaronder zijn meesterwerk  Het gevecht met de engel (1952).

Toneel lag Herman Teirlinck het meest aan het hart:

Als hij geen toneelstukken schreef of bewerkte, schreef hij er verhandelingen over.

In 1908 bracht hij Diertje voor het voetlicht. Daarna haalde hij uit het leven van Mijnheer J.B.Serjanszoon drie toneelspelen: De drie gratiën (1909), Allerzielen (1910) en Petite cousine.

Toen, na de eerste wereldoorlog, zijn vriend Jan Poot de direktie van de Vlaamse Schouwburg te Brussel in handen nam en er het repertoire wilde vernieuwen, schreef Teirlinck achtereenvolgens: De vertraagde film (1922), Ik dien (1923), De man zonder lijf (1925) en Ave (1928). In die tijd voerde hij ook, samen met Johan de Meester Jr., te Delft De torenbestormer (1923) en te Leiden het A.-Z.-spel (1925) op. Hij moderniseerde Elckerlyc (1931) en twee middelnederlandse boerten: Drie dagen here (1936) en De klucht van Plaijerwater (1937). In datzelfde jaar 1937 werd te Brussel De ekster op de galg opgevoerd, een stuk dat hij eerst in het Frans had geschreven (La pie sur le gibet) en daarna zelf had vertaald. Hij bewerkte ook voor toneel en radio Karel van de Woestijnes De boer die sterft. De eerste opvoering geschiedde in 1930 in Ter Kameren.

Na de tweede wereldoorlog schreef hij twee versies (in 1946 en in 1956) van Aischulos’ Oresteia – Treurspel der Overmaat in twee delen. De eerste kwam in 1947 in de KNS te Antwerpen voor het voetlicht. In 1951 werd zijn bewerking van het middeleeuwse Esbatement van de appelboom door Mechelse poppenspelers aldaar opgevoerd. Daarna schreef hij, vlug op elkaar volgend: Taco (1958), Jokaste tegen God (1961) en De fluitketel (1961). Dat was het laatste toneelstuk van zijn hand.

Zijn beschouwingen over toneel had hij in 1956 gepubliceerd onder de titel Wijding voor een derde geboorte. Drie jaar daarop volgde zijn Dramatisch peripatetikon – Stellingen en ontmoetingen, dat grotendeels een omwerking is van zijn Wijding en waarin dezelfde zienswijzen worden uiteengezet. Hij beschouwde dan ook zijn Peripatetikon als zijn ‘theatraal testament’.

Uit: DBNL. Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1973

Teirlincks naam is van in zijn jonge jaren ook steeds verbonden geweest met die van leidende literaire tijdschriften:

  • De tweede reeks van Van Nu en Straks (1896-1899)
  • 1903: Redacteur-medestichter van het tijdschrift ‘Vlaanderen’, de voortzetting van Nu en Straks. Hij was er ook een tijd hoofdredacteur van.
  • 1906: Brussels correspondent voor het Amsterdamse Algemeen Handelsblad.
  • 1906-1908: Bijdragen voor het Antwerpse blad De Standaard.
  • 1946: Medestichter en directeur van het Nieuw Vlaams Tijdschrift

 

MEER OVER HERMAN TEIRLINCK

  • Bousset, Hugo. 1968. Herman Teirlinck. Brugge: Desclée De Brouwer (Ontmoetingen; 75). – 58 p.
  • Minderaa, P. 1959. Herman Teirlinck. Brussel: Manteau. 43p.
  • Vanhemelryck, Fernand e.a. (red.). 1979. Herman Teirlinck. Dworp (Beersel): Zenne en Zonien Opbouwwerk. – 217 p.

 

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Websites

Referenties

  • Prof. Dr. R. Vervliet, Van Nu En Straks. In: Prof. Dr. M. Rutten; Prof. Dr. J. Weisgerber (red.): Van “Arm Vlaanderen” tot “De voorstad groeit” 1888-1946. Standaard Uitgeverij 1988 pp. 167-176 & 380-385 & 488-493.
  • Jaak van Schoor, Herman Teirlinck. Vlaams Theater Instituut 1997. Reeks: Kritisch Theater Lexicon, Portretten van Podiumkunstenaars.
  • Clement Caremans, Herman Teirlinck. Breviarium. Beknopt alfabetisch verklarend woordenboek over het leven en werken van Herman Teirlinck. Archief en Museum van het Vlaamse Cultuurleven, Antwerpen 1997. -317p.

 

BIBLIOGRAFIE & FILMOGRAFIE

Woordje vooraf

De bibliografie werd als volgt opgedeeld

  1. Chronologisch overzicht.
  2. Overzicht gerangschikt per genre alfabetisch op titel.
    1. Binnen deze rubriek vindt je een aparte meer volledige lijst met ook de niet uitgegeven werken.  Hier wordt opnieuw de chronologie gehanteerd.
  3. Filmografie

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen.
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • Piet Devos: Van reuzen tot dwergen. Bibliografie – Vlaamse schrijvers in de 20ste eeuw – Eerste drukken. Kortrijk, eigen beheer 2007
  • POËZIECENTRUM vzw – Gent

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.

A. Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1898 Verzen uit Van Nu en Straks. In: Van Nu en Straks, Nieuwe reeks jg. 3 (1898) en jg. 4 (1900)
1899 Metter Sonnewende: sonnetten van Jeannette Nyhuis, Victor de Meyere, Herman Teirlinck, Fernand Toussaint, Jan Van Overeyde. (Bloemlezing)

Gebruikte pseudoniem:
Jeanette NYHUIS: voor een aantal sonnetten
Jacobyne NYHOF: voor de vignetten en de initialen
Jan VAN OVEREYDE: voor een aantal sonnetten
Geraardsbergen: Van Hauwermeiren.

Geniet, paarse kaft met goudopdruk. Stafletters en ornamenten menierood.
1900 H. Usmaru’s hoogdag. (korte novelle)

1923: opgenomen in Het lied van Peer Lobbe
In: Alvoorder, jg. 1 (1900), pp 26-34.
1900 Verzen. (gedichten)

Er zijn van deze bundel 3 uitvoeringen:
1. 50 niet genummerde bladen, 140 x 135, zonder titelblad, met op het voorplat van de kaft, midden in een vignet: “VERZEN/DOOR HERMAN/TEIRLINCK/ HANDPERS. JVVL/ DE PRAETERE/1900”
2. de tweede versie verschilt van de eerste wat betreft de kaft: die heeft een boven-, onder, en zijflap, die rond het tweede blad is geplooid, terwijl het vignet op het voorplat van de kaft met de hand is ingekleurd. Beide versies zijn gedrukt op pannekoek.
3. De derde versie is gedrukt op Japans papier en ingebonden met een rozerode linnen band met drie linten aan het voor- en drie linten aan het achterplat. Hier is blad 1 aan de band gekleefd; het vignet met de titel in het zwart op het linnen van de band gedrukt.
Sinte-Martens-Laethem: Jules De Praetere.

Afmetingen: 14 x 13.50
1901 Landelijke historiën. (Verhalen)

Bevat: Winterhistorieken,Zomerhistorieken, Historie.
Omslag: (C. Geirnaert)
 
‘Winterhistorieken’ verscheen eerder in de Gentsche Studentenalmanak uitgegeven door het T.S.G. “ ’t Zal Wel Gaan”, jg. 30 (1900) pp 95-100.
Zomerhistorieken verscheen eerder in De Arbeid, jg. 3 (1901) pp 101-106 en in Germania, jg.3 (1900-1901) pp 369-374.
Gent: Uitgeversmaatschappij “Flandria”. -37p.

Reeks: Flandria’s Novellen Bibliotheek. – Gent; vol. 10
Afmetingen: 20.75 x 13.50 (geniet)
1902 De wonderbare wereld. (dorpsverhalen)

Bevat: Het populierken op de heuvel; Landelijke historie; De molen te Sinte-Geuriks-Waaigem.
 
Van de novelle Het populierken op den heuvel verschenen eerder 2 fragmenten. Een eerste, getiteld ‘Beternis’, in Van Nu en Straks, 2de reeks, jg. 5 (1901) pp 120-126; een tweede in Kunst en Leven, jg. 1 (1902-1903), pp 7-13.
1966: Heruitgegeven bij Heideland Hasselt als Vlaamse Pocket nr 192.
     vp-192-teirlinck
Amsterdam: C.A.J. Van Dishoeck. -296p.

Afmetingen: 18.50 x 12.50 (ingenaaid)
Uitgave voor Vlaanderen den Nederlandschen Boekhandel, Antwerpen, Gent.
 
Teirlinck zorgde samen met de Nederlandse schilder H.J. Haverman voor de eerste druk, een oplage van 300 exemplaren die hij illustreerde en met kleuren op elk exemplaar bijwerkte.
1903 Het gesmoor. (verhaal)

Ondertitel: ’t Ende van de Hoofdzondige Parochie.
Tekst in de Verzamelde werken (deel 2, pp 37-55) werd grondig herzien.
 In: Vlaanderen, jg.1, (1903), pp 21-34.
1903 Het stille gesternte (roman)

Bandversiering van Herman Teirlinck
Bussum: C.A.J. Van Dishoeck. / Uitgave voor België: Antwerpen, Gent: Den Nederlandsche Boekhandel.  -338p.

Afmetingen: 19.50 x 14 (gebonden – linnen kaft)
Gedrukt op de perse van G.J. Thieme te Nijmegen.
1904 Avond. (verhaal)

Opgenomen in de bundel De Doolage (1905)
 In: De XXe Eeuw, jg. 10 (1904), 2de half-jaar, dl. 2, pp 120-137.
1904 In de mist. (verhaal)

Opgenomen in de bundel De Doolage (1905)
 In: Groot Nederland. Jaargang 2 (1904) dl.2, pp 479-492.
1904 De vurige doorn. (verhaal)

Opgenomen in de bundel De Doolage (1905)
 In: De Gids. Jaargang 68 (1904) dl.4, pp 247-264
1904 Het wiel. (verhaal)

Opgenomen in de bundel De Doolage (1905)
 In: Vlaanderen, jg.2, (1904), pp 479-492
1904  ‘t Bedrijf van den kwade (roman)

Met bandversiering van Herman Teirlinck zelf.
Teirlinck’s eerste stadsroman.
Tweede editie: Verzameld Werk deel 2, 67-347.
Bussum: C.A.J. van Dishoeck. Ill.: -327 p.

Afmetingen: 19.75 x 14(gebonden – linnen kaft)
1905 De doolage. (novellenbundel)

Met bandversiering van Herman Teirlinck zelf.
Bevat: Avond, In de mist, De vurige doorn, Het wiel, Meionrust, De wonderlijke mei.
Rotterdam: Meindert Boogaerdt Jr. -357p.

Afmetingen: 20.50 x 15(gebonden – linnen kaft)
(Drukk.) Amsterdam Ipenbuur & Van Seldam.
Voor België
Brussel: De Vlaamsche Boekhandel L.J. Kryn.
1906 De twee vrienden. (verhaal)

1958: Het verhaal De twee vrienden  werd geselecteerd in de bloemlezing Vlaamse Verhalen door André Demedts. (Uitgeverij Spectrum – Prismaboeken nr 335 pp 204-216)
In: Tijdschrift Vlaanderen.
1906 Zon. Een bundel beschrijvingen.

Bandversiering van de auteur
1922: 2de druk ibidem
1930: De eerste drie beschrijvingen samen met de opdracht werden onder de titel ‘Zon. Verzamelde beschrijvingen’ uitgegeven door De Sikkel te Antwerpen. 2de druk 1944.
Bussum: C.A.J. Van Dishoeck. -258p.

Afmetingen: 19 x 16.50 (gebonden – linnen kaft)
Boek- Courant- en Steendrukkerij G.J. Thieme, Nijmegen.
1907 Het Japans masker. (novelle)

Voor het eerst gepubliceerd in de bundel “Het lied van Peer Lobbe” uitgave 1923
 Geschreven in 1907 maar voor het eerst gepubliceerd in de bundel “Het lied van Peer Lobbe” uitgave 1923
1907 De kroonluchter, kunstgenootschap (roman) Rotterdam: Meindert Boogaerdt Jr. -168p.

Reeks: Moderne drukken en herdrukken. – Rotterdam; vol. 10
Afmetingen: 19.25 x 13(gebonden – linnen kaft)
Druk: M. Breur & Zonen, Ooltgensplaat.
1907 Salomons erfgenamen. (novelle)

Voor het eerst gepubliceerd in de bundel “Het lied van Peer Lobbe” uitgave 1923.
Geschreven in 1907 maar voor het eerst gepubliceerd in de bundel “Het lied van Peer Lobbe” uitgave 1923.
1908 Mijnheer J.B. Serjanszoon, orator didacticus kleine levensbijzonderheden nagezocht en opgeteekend door Herman Teirlinck. (roman)

Bandversiering door de auteur
Bussum: C.A.J. Van Dishoeck. -297p.

Afmetingen: 21 x 16(gebonden – linnen kaft)
Gedrukt bij L. Van Nifterik te Leiden
1908 Diertje, toneelschets in één bedrijf. (toneel) In: Teirlinck, Herman. Verzameld Werk deel 8, pp 141-166 (1969).

Opvoeringen: Residentie Toneelvereniging Den Haag; De Taalzucht Mechelen (Noordstar wedstrijd). 1912
1908 Het avontuurlijke leven van Lieven Cordaat. (roman)

Verscheen als feuilleton in de Standaard vanaf jg. 1 nr 43 (30 mei 1907) tot nr 91 (14 november 1907)
1942: 2de verbeterde editie, met illustraties van C.A.B. Bantzinger, bij Uitg. Contact te Amsterdam (deel 9 van de Contactboekerij) en Van Ditmar, Antwerpen
.
 
1985: Pocketversie bij Manteau als Grote Marnixpocket nr 238
 Antwerpen: Boekhandel ‘T Kersouwken Lange Nieuwstraat 56. -308p.

Nederland: M.Hols Den Haag
Afmetingen: 19 x 13(ingenaaid)
Druk: Boek- en steendrukkerij Jan Boucherij, Hopland 22, Antwerpen.
Deze 1ste druk is  een ongewijzigde druk van het zetsel van De Standaard.
1908
-09
Het Vlaamsch toneel I. Overzicht der hedendaagsche toneelliteratuur in Zuid-Nederland sinds 1830 (essay)Het Vlaamsch toneel II. Toneelspelers en toneelregie. (essay) Antwerpen: Flandria. -26p.

Overdruk uit: Vlaamsche Arbeid. – 4(1908-1909), p. 137-148, p. 251-264.
1909 Het ivoren aapje: een roman over Brusselsche leven. (roman)

Verscheen eerder gedeeltelijk met als ondertitel Poppenspel in het tijdschrift De XXe Eeuw (1907-1908)
Amsterdam: Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur. -540p.

Reeks: Nederlandsche Bibliotheek onder leiding van L. Simons N.B.
Afmetingen: 17.75 x 12 (gebonden – gekartonneerde kaft)
1909 Jef Lambeaux. (essay) Antwerpen: J.-E. Buschmann. – 24p. met 20 platen in en buiten den tekst.

Reeks: Bijzonder nummer van Onze kunst, nr 5, Mei 1909
1909 De drie gratiën. (toneeladaptatie van een tafereel uit mijnheer J.B. Serjanszoon) In: Elsevier’s Geïllustreerd Maandblad, juli 1909, dl. 38, pp 40-56.

In het Verzameld werk opgenomen in deel 8, (1969) pp 189-249.
(niet opgevoerd)
1911 Allerzielen: taferelen uit het leven van Mijnheer J.B. Serjanszoon, één bedrijf (toneeladaptatie) In: De Nieuwe Gids, – (jan. 1911) pp. 68-82.

Gecreëerd op 1 september 1910 door de NV Het Toneel Amsterdam.
Regie: Willem Royaards.
In het Verzameld werk opgenomen in deel 8, (1969) pp 251-272.
1917 Johan Doxa: vier herinneringen aan een Brabantschen Gothieker. (roman)
Met een gekleurde bandtekening van de auteur.
 ’s-Gravenhage: W.P.Van Stockum & Zoon / Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel. -171p.
Reeks: Fonteine Uitgaven
Afmetingen: 18 x 12(gebonden met stofomslag)
Colofon bij Johan Doxa: De uitgave van dit boek werd door de ‘Fontein-Uitgaven’ gedrukt door de Samenw. Venn. ‘Mercurius’ te Gent met de Plantyn Mediaeval van de lettergieterij ‘Amsterdam’ v.h. N. V. Tettenrode. Vijftien exemplaren genummerd van 1 tot 15 werden op Hollandsch Van Gelder papier afgedrukt. Deze exemplaren zijn door den schrijver geteekend.
1920 De nieuwe Uilenspiegel in tien boeken of De jongste incarnatie van den scharlaken Thijl. (roman)
1941: 2de druk ibidem
Vooraf waren uittreksels verschenen in tijdschriften. een fragment van ‘Het boek van Bettel Broederlam’ in Ontwikkeling en Uitspanning, jg. 1 (1919-1920) pp 142-143; een uittreksel uit ‘Het Boek van Meester Ranke’ in Het Roode Zeil jg. 1 (1920) pp 285-291; en een uit ‘Het Boek van de Blauwvoet’ in Het Roode Zeil’, jg. 1 (1920) pp 145-157.
Amsterdam: Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur. -391p.
Reeks: Nieuwe romans.
Afmetingen: 18.25 x 12(gebonden – linnen kaft)
1922 De vertraagde film: een gedanst, gezongen en gesproken drama in drie bedrijven. (toneelstuk)
Eerder verschenen in De Stem, jg. 2 (1922), pp 715-737 en 769-805.
1937: Uitgave bij De Sikkel, Antwerpen (voor Nederland de Wereldbibliotheek) met houtsneden van Frans Masereel.
Amsterdam: Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur. -76p.
Reeks: Vlaamsche bibliotheek. – Amsterdam; vol. 1922: 1
1923 Het Lied van Peer Lobbe. (kortverhalen)
Bevat: H. Ursmarus’ Hoogdag (1900); Het lied van Peer Lobbe; Het Japansch masker (1907); Salomons erfgenamen (1907); Winterhistorieken; Zomerhistorieken.
1971: Het verhaal ‘Het lied van Peer Lobbe ‘ werd opgenomen in de bundel ‘54 Vlaamse verhalen‘ Deel 3, samengesteld door Karel Jonckheere en Marnix Gijsen, Uitgeverij Paris-Manteau, Antwerpen pp 87-99.
 Teirlinck Herman 2 Antwerpen: S.V. Lectura. -76p.
Reeks: Lectura-Reeks vol 12.
Afmetingen: 20 x 14 (ingenaaid met stofomslag)
1923 De torenbestormer. (massaspel) In: Teirlinck, Herman. Verzameld Werk deel 8, 1969
Opgevoerd ter gelegenheid van het 15de lustrum van het Delfts Studentencorps van de Technische Hogeschool aldaar (1923)  Regie: Johan de Meester jr.
1924 Ik dien: een spel in drie bedrijven ter verheerlijking van zuster Beatrijs. (toneel)
1923: Verscheen voor het eerst in: De Stem, Amsterdam, jg. 3 (1923), pp 705-753
1938: De Sikkel Antwerpen geeft het werk uit met houtsneden van Frans Masereel.
Antwerpen: L. J. Janssens en Zonen. -54p.
Gecreëerd op 7 april 1923 in de KVS Brussel.
Regie: Arie vanden Heuvel.
1924 Over het wezen van de dramatiek. (essay)
1928: Licht gewijzigd herdrukt onder de titel Moderne Tooneelspeelkunst in De Wilde Roos, jg. 6, nr 5, mei 1928, pp 189-200.
 In: Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie, jg. 1924, pp 416-422.
1925 De man zonder lijf: de klucht der dubbelgangers: spel in drie bedrijven. (toneel)
Bekroond met Staatsprijs voor toneelletterkunde.
1937: De Sikkel Antwerpen met houtsneden van Frans Masereel.
Arnhem: Van Loghum-Slaterus & Vissers / Antwerpen: L. J. Janssens en Zonen. -78p.
Eerst verschenen in ‘De Stem’ Amsterdam, jg. 5 ( 1925) pp 4-25 en 161-176.
Creatie in de KVS Brussel op 10 november 1924. Regie: Arie vanden Heuvel.
1925 De wonderlijke Mei. (verhaal)
Eerste afzonderlijke druk. Verscheen eerder in De Doolage (1905)
Amsterdam: Em. Querido. -120p.
Afmetingen: 17 x 10.50 (ingenaaid)
1925 Het A-Z-spel. (openluchtspel) In: Herman Teirlinck. Verzameld Werk deel 8, 1969
Studentenvoorstelling Openluchtspel (creatie) Leiden op 23 juni 1925. Regie: Johan de Meester jr. Decor: de Meester & Teirlinck.
1928 Moderne tooneelspeelkunst, gevolgd van De vernieuwing op het gebied der schilderkunst. (essay)
(= Over het wezen van de dramatiek, 1924)
Brussel: De Wilde Roos. -30p.
Reeks: De wilde roos vol 6:5  pp 189-200.
1928 De leemen torens. (brievenroman)
In samenwerking met Karel van de Woestijne.
Rotterdam: Nijgh & Van Ditmar. 2 dln.
Deel 1: 406p. afmeting: 19.25 x 13.50
Deel 2: 369p. afmeting: 19.25 x 13.50
1930 De boer die sterft. Stemmenspel. (bewerking voor toneel en radio naar Karel van de Woestijne) In: Herman Teirlinck. Verzameld Werk deel 9, 1973 pp 323-342
Regie: Herman Teirlinck. Ter Kameren 1930
1930 Zon, verzamelde beschrijvingen.
= eerste drie beschrijvingen uit “Zon, een bundel beschrijvingen”, samen met de opdracht uit 1906 Uitgave: C.A.J. Van Dishoeck, Bussum.
Antwerpen: De Sikkel . -46 + 2 p.
Reeks: Onze bibliotheek I
1932 Bloemlezing: Landelijke historie, Zon, Mijnheer Serjanszoon. (Bloemlezing)

Met inleiding en aanteekeningen door Fr. Van Hoof.
Lier: Van In. -64p.

Reeks: Nederlandsche schooluitgaven voor Waal en Vlaming ; 6.
1935 Elckerlyc. Een middeleeuwsche moraliteit naar den oorspronkelyken tekst getrouwelyk overgeschreven (toneelbewerking)

1937: herdruk bij De Sikkel te Antwerpen, verlucht met houtsneden van Jozef Cantré.
Brussel: Ter Kameren.

Opvoering op 13 juli 1931 in de openluchtschouwburg van het Koninkllijk Paleis te Laken. Regie: Herman Teirlinck.
1936 Drie dagen Here: een zotte boerde. (toneel)

(uit het middelnederlands overgeschreven door Herman Teirlinck).
In: Teirlinck, Herman. Verzameld Werk deel 9, 1973 pp 393-406

Regie: Gust Maes. KVS Brussel 1936
1937 De man zonder lijf. (toneel)

Met houtsneden van Frans Masereel.
Heruitgave van 1924
 Antwerpen: De Sikkel. -56p.
1937 De ekster op de galg. (toneel)

Met houtsneden van Frans Masereel.
Het stuk werd oorspronkelijk in het Frans geschreven in 1933.
Antwerpen: De Sikkel. -91p.

Gedrukt in een oplage van 100+600 exemplaren
Verscheen in Nederland bij de NV De Wereldbibliotheek te Amsterdam.
Regie: Gust Maes. KVS Brussel 1937
1937 De klucht van Playerwater. (toneelbewerking van een in 1838 voor het eerst uitgegeven handschrift uit de 15de eeuw afkomstig uit het archief van de Sint Lucasgilde) In: Teirlinck, Herman. Verzameld Werk deel 9, 1973, pp 407-426

Creatie op 20 juli 1937 in het Belgisch Paviljoen op de Wereldtentoonstelling te Parijs. Regie: Herman Teirlinck.
1937 Elckerlyc: oorspronkelijke tekst voor een hedendaagsche opvoering, over(ge)schreven en van een inleidende toelichting voorzien door Herman Teirlinck. (toneel)

Verlucht met houtsneden van Jozef Cantré.
Herdruk van 1935
Het inleidend essay is: Over zuivere dramatie. Eerder verschenen in Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Ac ademie dec. 1931, pp 1297-1312.
Antwerpen: De Sikkel. -50p.

Regie: Herman Teirlinck. Koninklijk Theater Laken 1931
1938 Ik dien. (toneel)

Met houtsneden van Frans Masereel
Heruitgave van 1923.
Antwerpen: De Sikkel. -50p.

Ook in: De Stem, Amsterdam, 1923
Regie: Arie vanden Heuvel. KVS Brussel. 1923
1938 Ave.  Tekstboek voor een oratoriospel op drie plannen en in twee tijden.

Geïllustreerd met houtsneden van Frans Masereel.
Bekroond met Staatsprijs voor toneelletterkunde.
Antwerpen: De Sikkel / Amsterdam: De Wereldbibliotheek. -95p.

Gecreëerd door de KVS te Brussel op 14 maart 1928.
1939 De vertraagde film. (toneel)

Met houtsneden van Frans Masereel.
Heruitgave van 1922
 Antwerpen: De Sikkel. -56p.
1940 Maria Speermalie, 1875-1937. (roman)

De derde druk (1942) kreeg de ondertitel: levensgetijden op de heerlijkheid ’t Homveld, mee.
 Teirlinck Herman 4 Amsterdam: Wereldbibliotheek. -339p.

Afmeting: 19 x 13 (gebonden – linnen kaft)
Drukkerij en binderij van de Wereldbibliotheek
1942 Griseldis, de vrouwenpeirle. (roman)

Illustraties Tjienke Dagnelie
 Teirlinck Herman 1 Gent: Snoeck-Ducaju. -113p.

Reeks: Kunstsnoeckjes-reeks 2
Afmetingen: 19.25 x 13.50(gebonden – gekartonneerde kaft)
Colofon bij Griseldis: Dees Blauw , Snoeckje nummer 2 van de reeks, werd naar een typografisch ontwerp van de Nationale Hoogere School voor Bouwkunst en Sierkunsten te Brussel door de firma van Melle te Gent gezet op de persen van Snoeck-Ducaju en Zoon te Gent in een oplage van 15.000 exemplaren gedrukt, en met teekeningen opgeluisterd door Tjienke Dagnelie, boekverluchtster te Brussel.
1942 Na de Fiertel in 1912 (verhaal) In: Snoeck’s Groote Almanak 1943, pp 171-174.
1943 De ketellapers van Zeveneik. (sprookje)

Bandversiering: Elisabeth Ivanowski.
Eerste verhaal van de bundel pp 7-31.
In: Vertelsels over Janneke en Mieke; Met Ernest Claes, Felix timmermans en Gerard Walschap.

Gent: Snoeck-Ducaju. 113p.
Reeks: De Blauwe Snoeckjes-reeks ofte de “Kunstsnoeckjes”.
1944 De XXXX brieven van Rolande door Renier Joskin de Lamarche: Nederlandsche tekst met liminaire nota. (brievenroman)Omslagtitel: Rolande met de bles.
Geïllustreerd met een fotografische afbeelding van La Nuestra Senora de la Soledad.
1947: tweede druk bij de Wereldbibliotheek te Amsterdam met op de omslag Rolande met de Bles.
1973: 6de druk bij Manteau Antwerpen in de reeks Grote Marnixpockets nr 61
Teirlinck Herman 3 Gent: Snoeck-Ducaju. -354p.

Afmetingen: 21.50 x 13.75(ingenaaid)
Colofon bij Rolande met de bles: Deze originele uitgave door Snoeck-Ducaju en Zoon te Gent bezorgd, werd aldaar gedrukt op 3.000 genummerde exemplaren, alle uitsluitend bestemd voor de Belgische boekenmarkt. Daarenboven zullen 27 auteurs-exemplaren niet in de handel gebracht, door de schrijver onderteekend, en van A tot Z gemerkt, terwijl nog drie luxe-exemplaren op bijzonder papier, bestempeld zijn als I-II-III en zes luxe-exemplaren op Pont-de-Warche die gemerkt zijn van a tot f.
1946 Aischulos’ Oresteia: treurspel der overmaat in twee delen. (toneel)

tweede versie in: Het Toneel, Amsterdam, 1956.
In: Nieuw Vlaams Tijdschrift, jg. 1 nr 5-6 (aug.-sept. 1946 ), pp 473-539

Eerste opvoering: 30 januari 1947 in de KVS te Brussel. Regie: Maurits Balfoort.
1948 Pointering 48. Bestek voor een dispuut over toneelkunst en toneelletterkunst in Vlaanderen (essay) In: Nieuw Vlaams Tijdschrift, jg. 3 (1948), pp 497-538

Uitgever: Uitgeverij Ontwikkeling, Antwerpen.
1951 Bij het eeuwgetijde van mijn vaders geboorte.

Tekst van een radiolezing van Teirlinck, gehouden op 2 januari 1951.
 In: Nieuw Vlaams Tijdschrift, jg. 5, (1951), pp 449-454
1951 In de bloeiende weiden. (essay)

Bevat: Bij mijn venster – Mijmeringen in de oude trant.
1963: opgenomen in ‘Ode aan mijn Hand’ onder de titels Bij mijn venster – mijmeringen in de oude trant.
 In: Het Vlaamse Landschap, Amsterdam 1951, p.36-40. (Het Vlaamse Landschap is deel 3 van de reeks De Schoonheid in België;
1951 Het esbatement van de appelboom. (16de eeuws sprookje voor toneel herwerkt, later poppenspel) In: Het poppenspel, Mechelen, jg. 8 nr 1, pp 1-11 (1951) –geniet afmetingen: 22.10 x 14 geïllustreerd.

In 1938 een paar keer gespeeld in de Brusselse KVS
1951: Als poppenspel door het poppenspel “hopla” gecreëerd op 17 januari 1951 te Mechelen in samenwerking met Jan Brugmans, de leider van het poppentheater “de zonnebloem”.
1952 Het gevecht met de engel. Nederzetting van de Jeroens op O.L.V.-Welriekende.(roman) Brussel: A. Manteau. 2dln.Elektronisch beschikbaar via Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren

Deel 1: -251+3p. Afmetingen: 23.25 x 15(gebonden met stofomslag)
Deel 2: 260+2p. Afmetingen: 23.25 x 15(gebonden – linnen kaft)
Colofon: Het gevecht met de engel, roman van Herman Teirlinck, werd, in opdracht van A. Manteau NV te Brussel, naar aanwijzingen van Jan Vermeulen gezet uit de Monotype Garamond 201 en in de herfst van 1952 gedrukt door N.V. Drukkerij De Ijsel te Deventer. Van dit werk werden 55 exemplaren gedrukt op Hollands Vergé van Van Gelder & Zonen, waarvan 5 (gemerkt A en E) ter beschikking van auteur en uitgever werden gehouden en 50 (genummerd van I tot L) in een bibliophiele uitgave, voorzien van een eigenhandige opdracht door de schrijver, bij intekening verkrijgbaar werden gesteld.
1954 De piskijker. (toneelbewerking + 25 preliminaire stellingen)

Ook opgenomen in Wijding voor een derde geboorte, 1956.
In: Nieuw Vlaams Tijdschrift,jg. 8 (1954), pp 1145-1178.

Regie: Alfons Goris. Studio Herman Teirlinck Antwerpen 1980
1955 Zelfportret of het galgemaal. (roman)

Voor het eerst gepubliceerd in het Nieuw Vlaams Tijdschrift, jg. 9 (1955) pp 449-509, 587-631, 711-766.
Brussel: Uitgeversmaatschappij A. Manteau. -230p.

Afmetingen: 20.50 x 12.50(gebonden met stofomslag)
Colofon bij Zelfportret: Zelfportret of Galgemaal door Herman Teirlinck werd in oktober 1955 gedrukt door de N.V. Boek en Kunstdrukkerij voorheen Mouton & Co te Den Haag, in opdracht van A. Manteau te Brussel. Er werden 25 ex. gedrukt op Strathmore Text van G.H. Bührmann’s Papiergroothandel N.V. , waarvan 5 (gemerkt A tot E) ter beschikking van auteur en uitgever werden gehouden en 20 (genummerd I tot XX) in een bibliofiele uitgave, voorzien van een eigenhandige opdracht door de schrijver, bij intekening verkrijgbaar werden gesteld.
1955-73 Verzameld werk in 9 delen. Brussel: Uitgeversmaatschappij A. Manteau. 9 dln.
1955 Verzameld werk. Deel 4.

Bevat: Zon – een bundel beschrijvingen, Het ivoren aapje, Het Japans masker, Salomons erfgenamen.
 Brussel: Uitgeversmaatschappij A. Manteau. NV
1956 Wijding voor een derde geboorte. (theatertheoretische essays) Antwerpen: Ontwikkeling / Amsterdam: Meulenhoff. -208p.
1956 Oresteia. Treurspel der overmaat in twee delen. le deel: De dood van Agamemnoon. 2e deel: De dood van Klutaimnestra / Aischulos; Herschreven door Herman Teirlinck. Leiden: A.W. Sijthoff. -15p.

Reeks: Het Toneel, Maandblad voor Nederland, Vlaanderen en Zuid-Afrika, jg. 77 (1956) nr 5
Eerste opvoering: 30 januari 1947 in de KVS te Brussel. Regie: Maurits Balfoort.
1956 Monoloog bij nacht. (humanistische beginselverklaring) In: De Vlaamse Gids, jg. 40 (1956), pp 641-648.

Opgenomen in Verzameld Werk deel I, pp 267-281.
1957 Karel van de Woestijne: 1878-1929. (monografie)

Bevat: Inleiding; Bio-bibliografische nota’s; De boer die sterft; Gedichten uit: ‘Het Vaderhuis’; De Boomgaard der Vogelen en der Vruchten; De gulden Schaduw; De modderen Man; God aan Zee; Het Bergmeer; Liederen voor een kind.
Op het omslag: reproductie van het borstbeeld van Karel van de Woestijne door Karel De Kock, Sint-Martens-Latem.
 Teirlinck Herman 5 Brussel: A. Manteau. -56p.

Reeks: Monografieën over Vlaamse letterkunde. – Brussel; vol. 2
Uitgegeven voor het Ministerie van Nationale Opvoeding en Cultuur
Dit exemplaar mag niet in de handel worden gebracht.
Afmetingen: 22.20 x 13.40 (ingenaaid – harde kaft)
 1957 Verzameld werk. Deel 3.
Bevat: De Kroonluchter – kunstgenootschap, Mijnheer J.B. Serjanszoon orator didacticus, Johan Doxa, De nieuwe Uilenspiegel in tien boeken of De jongste incarnatie van de Scharlaken Thijl.
 Brussel: Uitgeversmaatschappij A. Manteau. NV
1958 Verzameld werk. Deel 7.
Bevat: Het gevecht met de engel. Nederzetting van de Jeroens op O.-L.-V.-Welriekende.
Brussel: Uitgeversmaatschappij A. Manteau. NV
1958 Gaat de roman ten onder? (met G. Walschap en J. Daisne). (essay) In: Nieuw Vlaams Tijdschrift. jrg. 12. p. 624-660.
1958 August Vermeylen, 1872-1945. (essay) Brussel: A. Manteau. -47p.
Reeks: Monografieën over Vlaamse letterkunde. – Brussel; vol. 5
1959 Verzameld werk. Deel 2.
Bevat: Winterhistorieken, Zomerhistorieken, H. Ursmarus hoogdag, Het gesmoor, Het lied van Peer Lobbe, ‘t Bedrijf van den kwade, De dolage, Avond, Meionrust, In de mist, De vurige doorn, Het wiel, De wonderlijke mei, Het avontuurlijke leven van Lieven Cordaat.
 Brussel:Uitgeversmaatschappij A. Manteau. NV
1959 Henry van de Velde. (essay) Brussel: Elsevier. -17p.
Reeks: Monografieën over Belgische kunst. – Brussel; vol. 1959: 11
1959 Dramatisch peripatetikon: stellingen en ontmoetingen. (theaterleerboek)
Herwerking en uitdieping van de theoretische geschriften vroeger uitgegeven in Wijding voor een derde geboorte. (1956).
 Antwerpen: S.M. Ontwikkeling. -280p.
1960 Verzameld werk. Deel 1.
Bevat: Zelfportret of het galgemaal, Uit onze voorvaderlijke broek geschud, Bij het eeuwgetijde van mijn vaders geboorte, Mijn lieve moeder, Reimond Stijns, Monoloog bij nacht, Verzen, Verzen uit van nu en straks, De wonderbaarlijke wereld, Het stille gesternte.
 Brussel: Uitgeversmaatschappij A. Manteau. NV
1960 Verzameld werk. Deel 6.
Bevat: Maria Speermalie, Griseldis – De vrouwenpeirle, Griseldis – le parement des dames, Rolande met de Bles.
 Brussel: Uitgeversmaatschappij A. Manteau. NV
1961 De culturele autonomie in Vlaanderen. (essay)
(met Julien Kuypers en Leo Picard.= De culturele problematiek in Vlaanderen)
 Antwerpen: S.M. Ontwikkeling. -103p.
1961 Versmoorde goden. (toneeltrilogie)
Bevat: Jokaste tegen god, treurspel in twee bedrijven. Taco, scenario voor een treurspel in twee delen. De Fluitketel, Satyre in twee delen.
Voorafgegaan door het inleidend essay: Rachel tegen Sofokles.
 Brussel: Uitgeversmaatschappij A. Manteau. NV.  -264p.
1962 De fluitketel: satire in twee delen. (toneel) Amsterdam: G.C. Corvey. -42p.
1962 Firmin Van Hecke 1884-1961. (essay)
1963 Ode aan mijn hand: tijdgeestige oefeningen. (gebundelde essays – Teirlincks laatste boek)
Foto: Roger
Bevat: Ode aan mijn hand, Bij mijn venster, Bij iemands leeftijd, Viering en uitvaart van Willem Elsschot, Harry Mulisch en zijn voer, Over Vladlimir Nabokov en zijn Lolita, Een uitlating van Jean Cassou, Hoe Aloyse Picasso ontmoette, De culturele problematiek in Vlaanderen.
Brussel: Uitgeversmaatschappij A. Manteau. NV. -181p.
Reeks: Grote Marnixpocket. – Antwerpen; vol. 4
Afmetingen: 20 x 12.50(paperback)
1965 Verzameld werk. Deel 5.
Bevat: De lemen torens, of : Brussels klimaat van de “Belle Epoque”
 Brussel: Uitgeversmaatschappij A. Manteau. NV.

POSTHUME UITGAVEN

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1969 Verzameld werk. Deel 8.
Bevat: Inwijding, Scheppend werk.
Brussel: Uitgeversmaatschappij A. Manteau. NV.
1969 Petite cousine (theateradaptatie van een scene uit “Mijnheer J.B. Serjanszoon”) (toneel) In: Teirlinck, Herman. Verzameld Werk deel 8, 1969, pp 167-188(niet opgevoerd)
1970 De heerlijkheid ‘t Homveld (fragment uit Maria Speermalie)
Oudejaarsgeschenk uitgeverij Sanderus (bibliofiele uitgave).
Dit beginfragment uit ‘Maria Speermalie’ van Herman Teirlinck brengt niet een afgerond verhaal maar een evocatie van de heuvelachtige streek tussen Oudenaarde en Nederbrakel, waar schrijver zijn kinderjaren doorbracht. De kleurendruk op de omslag is een reproductie van een zomerlandschap, schilderij van Jos Van den Abeele, dezelfde streek voorstellen
 Teirlinck Herman 7 Oudenaarde: Drukkerij uitgeverij Sanderus. -28p.
Afmetingen: 21 x 13.60 (ingenaaid – geïllustreerde kaft met flappen)
Colofon: Dit fragment uit ‘Maria Speermalie’, werd, met welwillende toestemming van Uitgeverij Manteau te Brussel, overgenomen uit ‘Verzameld werk van Herman Teirlinck’, zesde deel.
Het werd gedrukt in de maand december 1970 op de persen van Drukkerij Sanderus pvba te Oudenaarde, die het ald eindejaarsgeschenk aan haar klanten aanbiedt. Het is niet in de handel verkrijgbaar.
1972 “Een boek, Katrijne, mijn kind, …
Fragment uit “Meneer Serjanszoon, Orator Didacticus”. Deze tekst werd uitgegeven t.g.v. de eerste Brugse Boekenbeurs in 1972.
 Brugge: Walleyndruk pvba
1973 Verzameld werk. Deel 9.
Bevat: Dramatisch peripatetikon, Ontmoetingen, Toneelbewerkingen, Verspreide opstellen.
 Brussel: Uitgeversmaatschappij A. Manteau.NV.
1981 BRUSSEL 1900.
Samengesteld door J.van Schoor.
Het boek werd met talrijke eigentijdse foto’s verlucht.
 Amsterdam: Elsevier Antwerpen: Manteau.-184p.
1988 Literair werk. (omnibus)
Bevat : Maria Speermalie, Rolande met de bles, Monoloog bij nacht.
Leuven: Davidsfonds. -510p.
Reeks: Davidsfonds / Davidsfonds. – Leuven; vol. 679

 

B. Overzicht van het oeuvre van Herman Teirlinck per genre alfabetisch op titel

Poëzie

  • Verzen uit van nu en straks. 1898
  • Verzen. (gedichten) 1900

Verhalen

  • Bij het eeuwgetijde van mijn vaders geboorte.1951
  • De doolage. (novellenbundel) 1905
  • De wonderbare wereld. (novellenbundel)1902
  • De wonderlijke Mei. (verhaal) 1925
  • Het Lied van Peer Lobbe. (kortverhalen) 1923
  • Landelijke historiën. (Verhalen) 1901
  • Zon: een bundel beschrijvingen. 1906 / Zon, verzamelde beschrijvingen. 1930

Romans

  • ‘t Bedrijf van den kwade (roman) 1904
  • De kroonluchter, kunstgenootschap (roman) 1907
  • De nieuwe Uilenspiegel in tien boeken of De jongste incarnatie van den scharlaken Thijl. (roman) 1920
  • Griseldis, de vrouwenpeirle. (roman) 1942
  • Het avontuurlijke leven van Lieven Cordaat. (roman) 1906; 1908 & 1908
  • Het gevecht met de engel. Nederzetting van de Jeroens op O.L.V.-Welriekende.(roman) 1952
  • Het ivoren aapje: een roman over Brusselsch leven. (roman)1909
  • Het stille gesternte (roman) 1903
  • Johan Doxa: vier herinneringen aan een Brabantschen gothieker. (roman) 1917
  • Maria Speermalie, 1875-1937: levensgetijden op de heerlijkheid ’t Homveld. (roman) 1940
  • Mijnheer J.B. Serjanszoon, orator didacticus (roman)1908
  • Rolande met de bles. (roman) 1944

Essays

  • AugustVermeylen, 1872-1945. (essay) 1958
  • Dramatisch peripatetikon: stellingen en ontmoetingen. (theaterleerboek) 1959
  • Firmin Van Hecke 1884-1961. (essay) 1962
  • Het Vlaamsch toneel I. Overzicht der hedendaagsche toneelliteratuur in Zuid-Nederland sinds 1830 (essay)1908
  • Henry van de Velde. (essay) 1959
  • Het Vlaamsch toneel II. Toneelspelers en toneelregie. (essay)1909
  • In de bloeiende weiden. (essay) 1951
  • Jef Lambeaux. (essay) 1909
  • Karel van de Woestijne: 1878-1929. (essay) 1957
  • Moderne tooneelspeelkunst, gevolgd van De vernieuwing op het gebied der schilderkunst. 1928
  • Ode aan mijn hand: tijdgeestige oefeningen. (gebundelde essays) 1963
  • Over het wezen van de dramatiek. (essay) 1924
  • Pointering 48. Bestek voor een dispuut over toneelkunst en toneelletterkunst in Vlaanderen (essay) 1948
  • Wijding voor een derde geboorte. (theatertheoretische essays) 1956

Toneel

1898-1922

  • 1898   Storm op zee ! dramatisch tafereel.  Onuitgegeven, niet opgevoerd
  • 1908   Diertje, toneelschets in één bedrijf. In: Teirlinck, Herman. Verzameld Werk deel 8, 1969. Residentie Toneelvereniging Den Haag; De Taalzucht Mechelen (Noordstar wedstrijd). 1912
  • 1909   De drie gratieën, kluchtspel in één bedrijf.  In: Elsevier’s Geïllustreerd Maandblad (niet opgevoerd)
  • 1909   Zomerwinden, drama in één bedrijf.  In: Nieuw Vlaams Tijdschrift. Regie Herman Teirlinck. De Eendracht Linkebeek 1909
  • 1909   Het hoofd van Valentijn, klucht met zang, eenakter.  Onuitgegeven. Regie Herman Teirlinck. De Eendracht Linkebeek 1909
  • Petite Cousine, drama in één bedrijf In: Teirlinck, Herman. Verzameld Werk deel 8, 1969 (niet opgevoerd)
  • 1911   Allerzielen, taferelen uit het leven van Mijnheer J.B. Serjanszoon, één bedrijf. In: De Nieuwe Gids, 1911. Regie: Willem Royaards. NV Het Toneel Amsterdam. 1910
  • 1913   Het geluk van rijk te zijn, toneel in drie bedrijven naar Conscience.  Onuitgegeven. Théâtre du Parc Brussel. 1913

1922-1937

  • 1922   De vertraagde film, spel in drie bedrijven.  In: De Stem, Amsterdam, 1922. Regie: Arie vanden Heuvel. KVS Brussel. 1922
  • 1923   Ik dien, spel in drie bedrijven.  In: De Stem, Amsterdam, 1923. Regie: Arie vanden Heuvel. KVS Brussel. 1923
  • 1923   De torenbestormer. In: Teirlinck, Herman. Verzameld Werk deel 8, 1969.  Regie: Johan de Meester jr. Studentenvoorstelling Openluchtspel Delft 1923
  • 1924   De man zonder lijf, spel in drie bedrijven.  In: De Stem, Amsterdam, 1925.  Regie: Arie vanden Heuvel. KVS Brussel. 1924
  • 1925   A-Z-spel. In: Teirlinck, Herman. Verzameld Werk deel 8, 1969.  Regie: Johan de Meester jr. Studentenvoorstelling Openluchtspel Leiden 1925
  • 1926   De lamme en de blinde, toneel in één bedrijf.  Onuitgegeven.  Regie: Arie vanden Heuvel. KVS Brussel. 1926
  • 1928   Ave, tekstboek voor een oratoriospel op drie plannen en in twee tijden.  Antwerpen: De Sikkel 1938.  Regie: Herman Teirlinck. KVS Brussel 1928
  • 1930  De boer die sterft, stemmenspel (naar Karel van de Woestijne.  In: Teirlinck, Herman. Verzameld Werk deel 8, 1969.  Regie: Herman Teirlinck. Ter Kameren 1930
  • 1931   Elckerlic, een middeleeuwse moraliteit.  Ter Kameren, 1935.  Regie: Herman Teirlinck. Koninklijk Theater Laken 1931
  • 1933   De Ekster op de galg, spel in twee bedrijven. Het stuk werd oorspronkelijk in het Frans geschreven in 1933 Antwerpen: De Sikkel 1937.  Regie: Gust Maes. KVS Brussel 1937
  • 1934   Het esbattement van de appelboom.  In: Het poppenspel, Mechelen, 1958.   Regie: Herman Teirlinck. Ter Kameren 1934 Hopla Mechelen 1951
  • 1936   Drie dagen Here, een zotte boerde.   In: Teirlinck, Herman. Verzameld Werk deel 8, 1969.  Regie: Gust Maes. KVS Brussel 1936
  • 1937   De klucht van het playerwater.  In: Teirlinck, Herman. Verzameld Werk deel 9, 1970.  Regie: Herman Teirlinck. Wereldtentoonstelling Parijs. 1937

1946-1964

  • 1946   Oresteia (Naar Aischylos).  In: Nieuw Vlaams Tijdschrift, 1946 (tweede versie in: Het Toneel, Amsterdam, 1956).  Regie: Maurits Balfoort. KNS-Nationaal Toneel Antwerpen 1947
  • 1947   Lucifer en Adam in ballingschap. (Vondel-diptiek).  Manuscript 1947 – onuitgegeven.   Regie: Herman Teirlinck. Studio van het Nationaal Toneel Antwerpen 1947
  • Lucifer en Adam in ballingschap en De verlossing.  (Vondel-triptiek) Manuscript 1964 – onuitgegeven.  Regie: Walter Tillemans. Studio van het Nationaal Toneel Antwerpen 1965
  • 1954   De piskijker, scenario voor een toneeloefening.  In: Nieuw Vlaams Tijdschrift, 1954.  Regie: Alfons Goris. Studio Herman Teirlinck Antwerpen 1980
  • 1958   Taco, scenario voor een treurspel in twee delen.  In: Versmoorde goden, Brussel 1961.  Regie: Jo Dua. Ro tterdamse Schouwburg. 1958
  • 1961   Jokaste tegen God, een aanvullende versie van Sophokles’ Oidupoes Koning.  In: De Vlaamse Gids, 1961.  Regie: Alfons Goris. Koninklijke Maatschappij De Gulden Palm Stadsschouwburg Sint-Niklaas 1966
  • 1962   De Fluitketel, satire in twee delen.  In: Versmoorde goden, Brussel 1961.  Regie: Maurits Balfoort. KNS-Nationaal Toneel Antwerpen 1962

 

Bloemlezingen

  • Bloemlezing: Landelijke historie, Zon, Mijnheer Serjanszoon. (Bloemlezing) 1932

Samen met andere schrijvers

  • De culturele autonomie in Vlaanderen. (essay) (met Julien Kuypers en Leo Picard) 1961
  • De leemen torens. (brievenroman) Met Karel Van de Woestijne 1928
  • Gaat de roman ten onder? (met G. Walschap en J. Daisne). (essay) 1958
  • Vertelsels over Janneke en Mieke;Met Ernest Claes, Felix timmermans en Gerard Walschap). 1943

 

FILMOGRAFIE

Chronologisch overzicht

Jaar Titel – Regie – scenario – cast
1937 Het kwade oog. Gebaseerd op “De vertraagde film uit 1922.

  • Regie: Charles Dekeukeleire
  • Scenario: Herman Teirlinck. Beeld: François Rents
  • 35 mm, 74 min., zwart-wit. Geluid: Nederlands gesproken
  • Muziek: Marcel Poot
1954 Herman Teirlinck. Portret van een schrijver.

  • Realisatie : Henri Storck
  • Tekst : Herman Teirlinck en Willem Pée
  • Stemmen : Herman Teirlinck en Jeanne Geldof
  • Met de medewerking van : Jeanne Geldof, Fred Engelen, Lea Daan, Willem Pée, Dora van der Groen, Jo Dua, Jan Peré en de leerlingen van Studio Herman Teirlinck te Antwerpen
  • Muziek : Dimitri Balachoff (adaptatie van werken van Olivier Messiaen, Igor Strawinsky, Johann Sebastian Bach, Benjamin Britten)
  • Opdrachtfilm van het ministerie van Nationale Opvoeding (Filmdienst)
1972 “Rolande met de bles”

  • Regie: Roland Verhavert.
  • Scenario: Roland Verhavert op basis van de gelijknamige roman van Herman Teirlinck.
  • 35 mm, duur 128 min. kleur. geluid: Nederlands en Frans gesproken
  • Camera: Herman Wuyts; montage: Peter Simons; Decor: Ludo Bex; kostumes: Elly Claus; Muziek: Hans-Martin Majewski
  • Cast: Jan Decleir (Renier), Elisabeth Tessier (Rolande), Dora van der Groen (Coleta Van bierk), Hilde Uytterlinden (Emily) ea
1979 “Maria Speermalie” . 6-delige televisiebewerking co-productie BRT & AVRO.

  • Regie & scenario: Antonin Moskalyk. Uitgezonden in maart 1979
  • Dialogen: Johan Boonen, decor en rekwisieten: Paul Degueldre; Muziek: Pieter Verlinden
  • Zes afleveringen van 60 min.
  • Acteurs: Tessy Moerenhout (Maria Speermalie); Senne Rouffaer (Mattheas); Luk De Koninck (Ruige), Dora van der Groen (Tante Mele), Ward de Ravet (Morre) ea