home | Inloggen
Aantal schrijvers: 546 | Aantal boeken:

15793

Brulin, Tone

Maakt deel uit van: , , ,

TONE BRULIN

Antwerpen, 11 mei 1926

Toneelauteur  en  toneelvernieuwend regisseur.

Volgde de toneelopleiding (1943-1946) aan het Brusselse La Cambre, waar Herman Teirlinck zijn mentor was.
Generatiegenoot van Julien Schoenaerts, Wies Andersen en Dora van der Groen.

Betrokken bij de literaire tijdschriften ‘Tijd en Mens’(1948) en ‘Gard Sivik’(1952).

Brengt in de jaren 60 voor het eerst een zwarte acteur op de Vlaamse planken.
Richt in 
1953 het eerste Kamertoneel op in Vlaanderen: Het Nederlands Kamertoneel.
Sticht in 1975 Tiedrie, het Theater van de Derde Wereld. Het geldt als het eerste multiculturele gezelschap.

Ontvangt de Driejaarlijkse Staatsprijs voor Dramatische Letterkunde (1963), de Arkprijs voor het Vrije Woord (1986) en de Vlaamse Cultuurprijs voor Podiumkunsten (2006).

Hij werd vooral beïnvloed door de acteermethodes van Lee Strasberg en zijn actor’s studio in New York en door Jerzy Grotowski en zijn methode via de ‘via negativa’.
Aanvankelijk het anti-kolonialisme in Afrika één van de hoofdthema’s, later breidt zich dit uit tot een engagement voor de derde wereld (TIE3) in het algemeen.

Zijn pseudoniem Tone Brulin ontleent hij aan zijn grootvader Petrus Brulin, een kleurrijke en vinnige figuur die in de verbeelding van zijn kleinzoon mythologische proporties aannam.

BIOGRAFIE

11 mei 1926: Geboren te Antwerpen.

  • Brulin ervaart zijn vader als een erg autoritaire figuur, hij wil niet dat Tone van theater zijn beroep maakt. ‘In veel van mijn werk vind je zijn figuur terug’. Van thuis uit wordt hij verplicht een onderwijzersopleiding te volgen.
  • Al heel vlug houdt Brulin de onderwijzersopleiding in Lier voor bekeken.

1943 -1953  CONTACT MET THEATER EN LITERAIRE AVANT GARDE

1943-1946: Studeert  scenografie bij René Guiette aan de Brusselse Nationale Hogeschool voor Bouwkunst en Sierkunsten ‘La Cambre’ (Abdij Ter Kameren Brussel). Ook krijgt hij er les van de toenmalige directeur Herman Teirlinck.

  • Tijdens zijn studies in La Cambre heeft hij zijn eerste acteerervaringen bij de Trekkende Komedianten (1944-45).  In de Brusselse KVS speelde hij de prins van Aragon in Shakespeare’s ‘The Merchant of Venice’, geregisseerd door Gust Maes (1944-45). Tenslotte, was hij een seizoen (1945-1946) verbonden bij het Antwerpse Jeugdtheater van Corry Lievens.

1946 – 1948: Studeert theater aan de Studio in Antwerpen. Hier volgt hij – eveneens onder leiding van Herman Teirlinck – een opleiding voor acteur en regisseur.

  • De professionele loopbaan van Brulin begint in mineur. Zijn vrouw Mona overlijdt erg jong en de jonge acteur-regisseur-decorateur is werkloos.
  • Als decorateur kan Brulin even aan de slag bij de KNS en het Reizend Volkstheater (RVT), maar voor de acteur én de regisseur Brulin blijft de deur voorlopig gesloten.
  • Brulin is in die jaren vooral actief als publicist en mede-oprichter van de avantgardetijdschriften Tijd en Mens (1948) en Gard Sivik (1952).
  • Met Dora van der Groen die intussen zijn levensgezellin geworden is, speelt hij poppenspel en treedt hij op in het cabaret van Anton Peters (Cyrano). In de Koreaanse vertelling De rode beek, die hij opzet met Dora, zitten een paar ingrediënten van zijn latere werk: de schets van een mythische Oosterse wereld en actuele allusies op de Koreaanse oorlog.

1948: Tone Brulin is medeoprichter van het avant-garde literaire magazine ‘Tijd en Mens’ samen met o.a. Hugo Claus en Louis-Paul Boon.

1952: Medeoprichter van ‘Gard Sivik’ (1952) samen met Hugues Pernath Paul Snoek en Gust Gils.

1950 – 1958  EERSTE STUKKEN EN DOORBRAAK

In de periode 1950-1955 schreef Brulin zijn eerste stukken

  • Enerzijds experimenteerde hij expliciet met een absurdistische en surrealistische dramaturgie in stukken als Mikroben (1950), Het stallokind (1954), Horizontaal (1955) en Vertikaal (1955).
  • Maar hij schreef ook stukken die vormelijk minder abstract waren, met een veel duidelijker referentie aan de traumatische oorlogservaring, zoals Adem van Czestochowa (1950) en Schimmen (1953). Een meer klassieke dramaturgie vinden we eveneens terug in Vincent van Gogh (1950), De zaak Pee Jee (1955) en Deze stenen hebben een ziel (1955).

1953: Blijkt een scharnierjaar in Brulin’s toneelcarrière.

  • Met het luguber absurde stuk 2 is te weinig 3 is te veel… (1953) – bekroond in een door de CPNB uitgeschreven wedstrijd voor de ‘Nederlandse Boekenweek 1953’ breekt Brulin nationaal en in Nederland door. Vanaf dan doen ook de grote schouwburgen een beroep op hem als schrijver, acteur en regisseur. In 1957 hebben zowel de Antwerpse KNS als de Brusselse KVS Nu het dorp niet meer bestaat op hun repertoire.
  • Richt samen met Jan Van Den Broeck in Antwerpen het ‘Nederlands Kamertoneel’ op, dat speelt in een tot theater geadapteerde zolderruimte, het ‘Theater op Zolder’. Hij  regisseerde er een eerste experimenteel theaterstuk.
  • Een belangrijk initiatief voor Brulin persoonlijk, maar ook voor de ontwikkeling van het Vlaamse theater. In die kleine kamertheaters vond het Vlaamse naoorlogse theater een nieuw elan. Het werd de laboratoriumruimte voor een nieuwe generatie schrijvers, acteurs en regisseurs.

1955: Met een Fullbright-studiebeurs kan hij verder studeren aan de universiteiten van Winsconsin en Denver en bij Lee Strasberg in de Actor’s Studio in New York.

Hierop volgen verdere opleidingen aan het Shakespeare-Institute, aan het Berliner Ensemble (1957) en bij de BBC (1961).

1956: Terug in België, keert hij terug naar de KVS om er verschillende eigen stukken te regisseren.

1958 -1960 EEN AFRIKAANSE UITSTAP….MET IMPACT

1958: Een tournee met de KVS in Congo was het begin van een werkperiode in Afrika.

  • De Expo in Brussel en een Congoreis met de KVS in 1958 versterkten Brulins besef van de onrechtvaardigheid van het koloniale systeem.
  • Zijn uitgesproken engagement kwamen in een stroomversnelling toen hij een uitnodiging kreeg om aan het Nasionale Toneel in Pretoria (Zuid-Afrika) om er aan de slag te gaan als regisseur (1958-1959)
  • Hij stichtte er  ‘Die Kamertoneel / The Chamber Theatre’ volgens het Antwerpse model en voert stukken in het Afrikaans en in het Engels op, o.m. ‘Waiting for Godot’, waarin hij zelf de rol van Vladimir vertolkte. Als hem echter door de apartheidspolitiek wordt verboden om een toneelopvoering met Bantoes en Zoeloes te maken, verlaat hij het land.
  • Op zijn terugreis dwars door Afrika huwt hij Komle,  de dochter van een Ghanees stamhoofd, volgens de plaatselijke gebruiken , die bij hem in Asse komt wonen.

Brulins ervaringen met het kolonialisme en de apartheid in Congo en Zuid-Afrika vonden hun dramatische neerslag in stukken als Potopot (1958), De honden (1960) – wellicht Brulins meest bekende en meest gespeelde stuk – en Schildknaap van een vechtjas (1963).

  • De honden wordt in diverse talen vertaald en kent een internationale uitstraling:  National Theatre of Algeria, Théâtre de la Communce d’Aubervilliers, Théatre du Parc in Brussel… In België probeert men de opvoering onder druk van de Zuid-Afrikaanse ambassade te verbieden

1960: Met de Zuid-Afrikaanse schrijver Athol Fugard en de zwarte acteur Clive Farel uit Sierra Leone sticht hij de groep ‘New Africa Group’. Het gezelschap opent het internationale Festival van het Avant-Garde Toneel in 1960 in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten, met een anti-apartheidsstuk van David Herbert, A Kakamas Greek, in een regie van Brulin.

  • De ontmoeting met Athol Fugard is wellicht de eerste grote internationale artistieke ontmoeting in zijn carrière. Fugard is op dat ogenblik nog niet echt doorgebroken als schrijver en Brulin speelt volgens Fugardexpert Russel Vandenbroucke een belangrijke rol in de verdere ontwikkeling van zijn carrière.
  • Clive Farel blijft in België en speelt voor het Nederlandse Kamertoneel o.m. in Potopot (1961), een anti-kolonialistisch drama van Brulin eveneens door hem geregisseerd.
  • Fugard ensceneert in Amsterdam nog De honden van Brulin (1960) voor hij definitief terugkeert naar Zuid-Afrika

Met hun ‘New Africa Group’ zijn ze de revelatie van het Brusselse Festival van het Avant-Gardetoneel.

1960 – 1969  VOOR LANGERE TIJD IN BELGIË – NIEUWE HORIZONTEN DIENEN ZICH AAN

1960-1966: Wordt realisator bij de BRT, waar hij televisiespelen realiseert.

  • Hij doet ca. vijftig realisaties op zes jaar tijd waaronder een twintigtal Nederlandstalige producties: inclusief zes van zijn eigen drama’s (1960-1966).
  • Een hoogtepunt was ongetwijfeld de bekroning (Prix Italia) met zijn voor opera bewerkte Twee is te weinig, drie is te veel in 1966. Het zou een van zijn laatste BRT-producties worden.
  • Brulin ergert zich aan de bureaucratie, vindt dat hij te weinig leert, dat hem te veel wordt opgedrongen en dat hij zijn dromen niet kan realiseren.

1963-1969: Docent regisseur aan het Brusselse RITCS (Hoger Rijksinstituut voor Toneel en Cultuurspreiding)

  • Van 1967 tot 1969 werkt hij er heel intensief met de eerste ‘lichtingen’ van deze nieuwe regieopleiding (o.m. Franz Marijnen, Gilbert Deflo, Jacques De Decker, Jan Decorte).
  • Ondertussen blijft hij stukken schrijven en regisseren voor het Nederlands Kamertoneel, KNS, NTG, het Jeugdtheater van Gent (NJT), Toneel Vandaag en het Nederlandse Ensemble.
  • In die periode begint ook zijn betrekking aan het Instituut voor Dramatische Kunst van de Rijksuniversiteit te Utrecht.

1963:  Ontvangt de driejaarlijkse Staatsprijs voor Toneelletterkunde voor Pas op, mijnheer Lipman komt.

1964: Ontvangt de Sabamprijs

1967: Brulin is verslaggever op het 10e Congres van het International Theatre Institute in Warschau, en ontdekt daar Jerzy Grotowski , die met zijn Polish Laboratory Theatre de traditie van Antonin Artaud wil voortzetten, een traditie die veel belang hecht aan de zelfexploratie van de acteur.  Het effect is groot.

  • Brulin zweert het literaire teksttheater af en legt zich toe op acteurstraining, improvisatie, muziek en beweging.
  • Eén van zijn leerlingen, Franz Marijnen, gaat een jaar in de leer bij Grotowski, ook Brulin zoekt opnieuw contact en volgt stages in Holstebro bij Grotowski in 1967. Over die werksessies bericht hij uitvoerig: hij bewondert de discipline van de acteurs en beschrijft zijn ervaring in termen van een hergeboorte, een religieuze belevenis.29 In 1969 zullen Marijnen en Brulin hem samen naar Mechelen uitnodigen om een workshop te leiden. Marijnen is intussen begonnen met zijn experimentele groep Camera Obscura, waarvan Brulin artistiek adviseur is, en Grotowski is op dat ogenblik al wereldberoemd.
  • Samen met Franz Marijnen leidt Brulin nu acteerworkshops in Mechelen, Brussel en Gent.
  • Uiteindelijk zal dit werkproces niet voltooid worden en wordt Camera Obscura na korte tijd opgedoekt wegens gebrek aan ondersteuning. Brulin krijgt nu de leiding over de workshop van het NTG in de Zwarte Zaal, een poging om nog iets van het Camera Obscura-initiatief te bewaren. Marijnen verzorgt de speltraining van enkele (oud-)leerlingen van het Conservatorium en Brulin maakt een ontwerptekst Ach du kleines Wernerlein (vol verwijzingen naar de Oh! Calcuttashow), een aanval op allerlei taboes. Carlos Tindemans mist in deze productie de analytische discipline en het radicalisme van Camera Obscura en vermoedt daar de compromissfeer van het NTG achter, dat tot geen mentale ommekeer bereid is.
  • Tijdens de trainingssessies in Mechelen krijgen Marijnen en Brulin ook bezoek van een aantal jonge Franstalige theatermakers: Frédéric Baal (die werkte bij Dubuffet in Parijs), Fréderic Flamand (de latere leider van Plan K), Bernard Graczyc, Hans Epp, e.a. Deze zochten iets gelijkaardig te doen zoals Camera Obscura op basis van een aliterair tekstgegeven van Baal en Epp.

1969: Franz Marijnen komt naar het Théâtre Laboratoire in Schaarbeek voor een doorgedreven speltraining (repetitie), en Tone Brulin neemt de regie in handen van het stuk Saboo (1969-1970).

  • Uit die ontmoeting ontstaat een losse allegorische verzameling van queestes, die vorm krijgen in een fysieke taal, deels dans en deformatie, deels klankresonanties, schreeuwen, sisgeluiden, enz.
  • Er wordt een groep opgericht, het Théâtre Laboratoire Vicinal, en die groep maakt een bijzonder succesvolle toer door de Verenigde Staten met optredens in dé centra van de alternatieve theatercultuur.

1969-1975: EEN BUITENLANDSE CARRIÈRE   – Verenigde Staten, Curaçao en Maleisië – EEN HERBRONNING.

1969: Brulin verkoopt zijn landelijke woning in Asse en vertrekt naar de Verenigde Staten en later naar Curaçao om zich te herbronnen.

  • Hij schrijft talrijke sollicitatiebrieven naar allerlei Drama Departments en kan na een tijdje aan de slag in Antioch College, Ohio.
  • In de Verenigde Staten en in Antioch College in het bijzonder werkt Brulin met jong spelersmateriaal, à la Grotowski. Uit die contacten ontstaat de Otrabanda Company, een groep van zeven studenten die hem zullen volgen op zijn reis naar Curaçao en Maleisië. De groep wordt genoemd naar de ruimte die ze in Curaçao van de overheid ter beschikking krijgen.

1970-1972: In Curaçao krijgt Brulin van de Stichting voor Culturele Samenwerking tussen Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen de opdracht er het theaterleven te stimuleren (1970-1972).

  • Hij ensceneert er enkele spraakmakende producties met jonge mensen (cf. Les nègres van Jean Genet) en bestudeert er verder de Afrikaanse en Caraïbische cultuur.
  • Met de Otrabanda Company maakt hij verschillende voorstellingen o.m. de The Kakaaka Makaako die in La Mama in première gaat.

1972 -1975: Werkt drie jaar in Maleisië als professor in theater aan de Sains Universiteit in Penang.

  • In Maleisië leert hij de actrice en danseres Siti Fauziah kennen, die later zijn vrouw zou worden.
  • Samen met haar werkt hij aan een naïef en universeel volkstheater, waarbij woord, object en lichaam in een ritualistisch en fantasierijk geheel worden opgenomen.
  • Samen met Siti Fauziah bereidt hij er de creatie voor van een nieuw gezelschap: TIE 3, het Theater van de Derde Wereld in Europa.

Terug in Europa kreeg hij een positie aan de Theateracademie in Maastricht.

1975 – 1985 INTERNATIONAAL: TIE3  THEATER VAN DE DERDE WERELD

1975:  TIE 3 vestigt zich in Antwerpen en Brulin bouwt er van 1975 tot 1985 aan een geëngageerd multicultureel repertoire van Afrikaanse en Aziatische stukken in een hybride mengeling van interculturele theatervormen, naïeve uitdrukkingsvormen en actuele allusies: Kapai Kapai (Arifin C. Noer), Ba Anansi (Edgar Cairo), Prostituees van Djakarta (W.S. Rendra). TIE 3 speelt in alle uithoeken van de wereld.

1980: Krijgt de Oscar de Gruyterprijs voor zijn regie van Kapai Kapai. Intussen doet Brulin nog gastregies in Zweden, Noorwegen en de Verenigde Staten.

TENSLOTTE

1986: Brulin laat de leiding van TIE 3 over aan Eugène Bervoets.

  • Bervoets gaf in 1992 op zijn beurt de fakkel door aan Ward Rooze, die zich met TIE 3 op producties voor kinderen en jongeren wou toeleggen. Een jaar later werd de subsidiëring stopgezet en kwam er een eind aan het gezelschap.

Brulin blijft evenwel toneelstukken schrijven die in verschillende landen worden opgevoerd. Hij richt zelfs nog eens een nieuwe groep op met de naam ‘Nieuwe Realisaties’.

1986: Ontvangt de Arkprijs van het Vrije Woord.

1992: Zorgt voor de decoratie in de Brusselse metrohalte Bizet.

2006: Ontvangt de Vlaamse Cultuurprijs voor Podiumkunsten voor 2005.

Juni 2007: Creatie van This is not Eugene in Kaapstad.

BEKRONINGEN

  • 1963: driejaarlijkse Staatsprijs voor Toneelletterkunde voor Pas op, mijnheer Lipman komt
  • 1964 : de Sabamprijs.
  • 1980: Oscar de Gruyterprijs voor zijn regie van Kapai Kapai
  • 1986: Arkprijs van het Vrije Woord.
  • 2006: Vlaamse Cultuurprijs voor Podiumkunsten voor 2005

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Websites

Referenties

  • Opsomer, Geert. 1997. ‘Tone Brulin’. In: Kritisch Theater Lexicon, Brussel: Vlaams Theater Instituut.  Electronisch beschikbaar: Tone Brulin depot.vti.be/dspace/…/KTL_BrulinNL_online%5B1%5D.pdf
  • Schoor, Jaak Van. [Z.j.]. De Vlaamse dramaturgie sinds 1945. Brussel: Uitgave Stichting Theater en Cultuur.
  • Tytgadt, Dirk. 1980. ‘Tone Brulin zet de wereld op het toneel’. In: De Waarheid 17-09-1980.
  • Margot Vanderstraeten, Meesters van het doek, deel 7: Tone Brulin (89), in: DMmagazine 24 oktober pp. 38-43.

 

BIBLIOGRAFIE

Woordje vooraf

  • De bibliografie bestaat uit twee delen:
    1.  scheppend werk;
    2. essayistische artikels.
  • De theatrografie – achteraan de bibliografie – werd overgenomen uit “Opsomer, Geert. 1997. ‘Tone Brulin’. In: Kritisch Theater Lexicon, Brussel”

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen

a. Scheppend werk

Om de foto’s uit de fotogalerij te vergroten: klik op de foto

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1949 De grot van de vreemde ruiter, een hoorspel in twee delen. In: Tijd en Mens: Tijdschrift van de Nieuwe Generatie. Jaargang 1(1949-1950). -pp 29-35
1950 Adem van Czestochowa. In: Tijd en Mens, p.214-221.
1950 Vincent van Gogh. In: Nieuw Vlaams Tijdschrift. 4, p.723-823.
1950 Mikroben. (toneelspel eenakter) Antwerpen. -50p.
1951 Schimmen, drama. In: De derde ruiter. 3, p.1-14.
1953 Pas op, mijnheer Lipman komt. (luisterspel).

Bekroond in 1961 met de Driejaarlijkse Staatsprijs voor Toneel.
2017: Opgenomen in de bloemlezing De waterdrager en de dorstige. Tien theaterteksten van Tone Brulin  Samenstelling en nawoord door Erwin Jans.  ASP Editions pp 43-124
Brussel: NIR.
1954 ‘Het Stallokind’. (toneelspel eenakter)

1972: opgenomen in de bundel ‘de pop-singer’.
In: Nieuw Vlaams Tijdschrift. 8, p.285-299.
1954 ‘2=te weinig, 3= te veel: proeve van zwarte humor: éénacter’. (toneel)

2017: Opgenomen in de bloemlezing De waterdrager en de dorstige. Tien theaterteksten van Tone Brulin  Samenstelling en nawoord door Erwin Jans. ASP Editions, Brussel  pp 7-16.
 In: Het toneel. 75, nr.12, 6p.

Bekroond in een door de CPNB uitgeschreven wedstrijd voor de ‘Nederlandse boekenweek 1953’ De opdracht was een eenakter te schrijven met als gegeven een man die na enige aarzeling een brief in de brievenbus werpt en de volkomen ommekeer die deze brief brengt in een bestaande situatie ter plaatse waar de brief wordt ontvangen
1955 Deze stenen hebben een ziel. Toneelspel in drie bedrijven ; Gevolgd door : De zaak Pee Jee, Vertikaal, Horizontaal, Dromen van ijzer. draad, Nu het dorp niet meer bestaat (toneel)

1967:  Afzonderlijke publicatie van ‘Nu het dorp niet meer bestaat’ in de reeks Caleidoscoop der Nederlandse letteren bijBoekengilde De Clauwaert, Leuven. 1972: ‘vertikaal’ en ‘horizontaal’ werden ook opgenomen in de bundel ‘de pop-singer’.
2017: De teksten Vertikaal & Horizontaal werden tevens opgenomen in de bloemlezing De waterdrager en de dorstige. Tien theaterteksten van Tone Brulin  Samenstelling en nawoord door Erwin Jans. ASP Editions, Brussel pp 17-32 & pp 33 – 42
 Antwerpen: Van Ditmar. 255p.
1958 Nonkel en de juke-box, toneelspel in drie bedrijven. (ttoneelspel eenakter)

Opgevoerd door het NKT en het MMT
 In: Gard Sivik. -9p. 28-56
1958 ‘Potopot, een spel in drie bedrijven’.

Geschreven na een reis door Kongo; Première door Puck in Amsterdam; opgevoerd door het Nederlands Kamertoneel.
2017: Een herwerking van Potopot onder de titel The teeth of Lumumba is opgenomen in de bloemlezing De waterdrager en de dorstige. Tien theaterteksten van Tone Brulin  Samenstelling en nawoord door Erwin Jans. ASP Editions, Brussel pp 125-150
 In: Zuiderkruis, pp. 93-130.

Nota: “Potopot” betekent “vuil” in een Kongolees dialect en is de naam van een zwarte, die in het
Expojaar 1958 in de decadente wereld van de Belgische hoofdstad werd geplaatst.
1960 De dirigent. (theater – avondvullend)

“Jeugdwerk” van Brulin, werd door hemzelf ter gelegenheid van de creatie in 1980 aangepast.
1980: Tekstuitgave bij Beckers te Deurne. -37p.
Eerste creatie: Nieuw Vlaams Theater Antwerpen – 07.10.1960
1962 De Honden: een toneelspel in drie bedrijven. (toneel)

Omslag: F. Garrels
1964: 2de druk ibidem.
1977: 7de  druk ibidem.
2017: opgenomen in de bloemlezing De waterdrager en de dorstige. Tien theaterteksten van Tone Brulin  Samenstelling en nawoord door Erwin Jans. ASP Editions, Brussel pp 151-212
Brulin 2 Antwerpen: Uitgeverij De Sikkel nv. -71p.

Afmetingen: 19.50 x 12.50 (ingenaaid)
R
eeks: Moderne Nederlandse auteurs. Nederlandse lectuur.
1963 Ogen van krijt. (theatertekst – monoloog)

2017: opgenomen in de bloemlezing De waterdrager en de dorstige. Tien theaterteksten van Tone Brulin  Samenstelling en nawoord door Erwin Jans. ASP Editions , Brussel pp 213-244
In: De Vlaamse Gids. 47, nr. 1, p. 18-39
1964 Vragen stellen aan een meid. (toneelspel eenakter) In: Nieuw Vlaams Tijdschrift. 17, p. 609-630
1965 Haasje over in West-Berlijn: komedie in twee delen en vier taferelen. ((blijspel avondvullend)

Bewerkt door Prof. Dr. Van Passel en Lic. J. van Craen.
Omslag: Fr. Garrels
1
969: 2de druk.
1975: 3de druk
Brulin 5 Antwerpen: uitgeverij De Sikkel nv. -76p.

Afmetingen: 19.50 x 12.50 (ingenaaid)
Reeks: Moderne Nederlandse auteurs. – Antwerpen; vol. 1965: 1
Eerste opvoering: KNS Antwerpen 1963-64
1966 Onverbreekbaar In: De Vlaamsche Gids: algemeen tweemaandelijksch tijdschrift. 30, nr. 3-4, p. 35
1967 Nu het dorp niet meer bestaat. (toneel)

Behandelt de problematiek van Oradour en Lidice;
Met aantekeningen door lic. H. Thomassen
Brulin 4 Leuven: Boekengilde De Clauwaert. – 73p.: ill. + bijlage.

Afmetingen: 20 x 13 (ingenaaid)
Reeks: Caleidoscoop der Nederlandse Letteren.
Opgevoerd in KVS en KNS.
Creatie: Koninklijke Vlaamse Schouwburg Brussel, 1956.
Regie: M. Balfoort.
Cast: Domien De Gruyter (Dr. Lozi); Paul ’s Jongers (Galenka); Jan Cammans (Andreas); Fanny Winkler (Karten); Wim Bergers (W. Poeck);
1967 De neger op de sofa. (verhalen)

Omslag: niek wensing
1971: Het verhaal ‘Viva zapiti’ werd opgenomen in de bundel ’54 Vlaamse verhalen‘, deel 1,  samengesteld door Karel Jonckheere en Marnix Gijsen, Uitgeverij Paris-Manteau, Antwerpen pp 89-91.
’s Gravenhage/Rotterdam: Nijgh & Van Ditmar. 110p.

Reeks: Nieuwe Nijgh boeken, 16
Afmetingen: 20 x 13.50 (ingenaaid)
1968 Gevecht tussen 2 mannen van rubber. (verhalen)

Bevat: Gevecht tussen 2 mannen van rubber (pp 5-11); Papa en de kever (pp 12-24); Roestige mobielen ( pp 25-34); Mies, Mathijs en de moordenaar (pp 35-44); Pas op, meneer Lipman komt (pp 45-56); Ogen van krijt (pp 57-94); Vragen stellen aan een meid (pp 95-114); Kamambert, stichter van de  dynastie ( pp 115-132); Het visioen van de onverzadigde reuzensprinkhaan (pp 133-139); Joe Padong (pp 140-152); Er valt een eekhoorn (pp 153-164); Niet ver van Bragança (pp 165-178).
Brulin 1 ’s Gravenhage/Rotterdam: Nijgh & Van Ditmar. -179p.

Reeks: Nieuwe Nijgh boeken, 20
Afmetingen: 20 x 13.5 (ingenaaid)
1970 The mikado game: a play in 3 acts. Asbeek (etc.). -59p.
1971  Traktor Dimitri. (toneelspel avondvullend) In: Eerste lustrumboek. Nederlands toneel te Gent 1965-1970, p. 118-119
1971 Viva Zapiti. (verhaal uit “De neger op de sofa”)  Gijsen Jonckheere 33 In de bundel:  “54 Vlaamse verhalen”, deel 1,  samengesteld door Karel Jonckheere en Marnix Gijsen, Uitgeverij Paris-Manteau, Antwerpen pp 89-91.
1972 De pop-singer. (verhalen)

Omslag ontwerp: niek wensing
Bevat: Schildknaap van een Vechtjas (pp. 7-44); De Man Ceremonie in de Kuil der Goden (pp. 45-61); Stallokind (pp. 62-68); De Pop-singer (pp. 62-84); De Dood van een Pinguïn (pp. 85-91); Lügner (pp. 92-98); verticaal (pp. 99-114); horizontaal (pp. 115-124); Het Mikadospel (pp. 125-182)
Brulin 3 ’s Gravenhage/Rotterdam: Nijgh & Van Ditmar. -182p.

Reeks: Nieuwe Nijgh boeken 34
Afmetingen: 20 x 13 (gelijmd)
1973 Kon-tiki. Antwerpen: Uitgeverij De Sikkel nv. -31p.

Reeks: Toneel in de klas vol: 1973:3
1975 De bokkerijders, of: In het hart van Barbarije: een fantasie. Maastricht: Toneelacademie. -59p.
1976 A tale of the Mah-meri. Antwerpen: Soethoudt. (Tiedrie: Theater of the third world)
1980 De dirigent. Deurne: Beckers. -37p.
1988 De laatste dagen van Clover Fields of A coon’s carnival: een episch toneelstuk in 2 delen. Antwerpen: Nieuwe Realisaties. -135p.
1988 Splinter. Een herwerking van De staart van de manderijn.

2017: opgenomen in de bloemlezing De waterdrager en de dorstige. Tien theaterteksten van Tone Brulin  Samenstelling en nawoord door Erwin Jans. ASP Editions, Brussel pp 245-275
1989 Het blauwe gat boven de Schelde In: De Vlaamsche Gids: algemeen tweemaandelijksch tijdschrift. 73, nr. 5, p. 2-9.
1990 De vondeling in de burcht. In: De Vlaamsche Gids: algemeen tweemaandelijksch tijdschrift. 74, nr. 3 (mei-juni), p. 22-28.
1990 De Bijbel: Gods woord. In: De Vlaamsche Gids: algemeen tweemaandelijksch tijdschrift. 74, nr. 4 (juli-aug), p.18-26.
1990 De kartonnen neus. In: De Vlaamsche Gids: algemeen tweemaandelijksch tijdschrift.74, nr. 6 (nov-dec), p. 26-35
1990 De nacht van de brandende apen. (theatermonoloog)

2017: opgenomen in de bloemlezing De waterdrager en de dorstige. Tien theaterteksten van Tone Brulin  Samenstelling en nawoord door Erwin Jans. ASP Editions, Brussel  pp 245-276
 In: Etcetera, 1991-12, jaargang 9, nummer 36, p. 19-32.

Première in het seizoen 1989 -1990 door ‘De Nieuw Amsterdam’ in de Stadschouwburg te Amsterdam en in de marmeren zaal van de dierentuin te Antwerpen. De regisseur was Rufus Collins, de acteur Paul Bérénos.
1991 Luftmensch. In: De Vlaamsche Gids: algemeen tweemaandelijksch tijdschrift. 75, nr. 4 (juli-aug), p. 32-38; nr. 5, p. 16-22.
1992 Een vacuüm als interludium. In: De Vlaamsche Gids: algemeen tweemaandelijksch tijdschrift. 76, nr. 4 (juli-aug), p. 2-11.
1993 Waar stormt het dan, ma?. In: De Vlaamsche Gids: algemeen tweemaandelijksch tijdschrift. 77, nr.1 (jan-febr), p. 22-28.
1993 Het koffieverhaal. In: De Vlaamsche Gids: algemeen tweemaandelijksch tijdschrift. 77, nr. 2 (mrt-apr), p. 9-16.
2002 De O.L.V. der Krabben.

2017: opgenomen in de bloemlezing De waterdrager en de dorstige. Tien theaterteksten van Tone Brulin  Samenstelling en nawoord door Erwin Jans. ASP Editions, Brussel pp 277-335
Antwerpen: Unesco Centrum Vlaanderen, p. 19-65 (in: Tone Brulin: een uitzonderlijk theaterleven)
2002 Fiesta Alegre. In: Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift. 20, nr. 76 (herfst), p.30-37.
2002 Poëzie. In: Gierik & Vlaams Tijdschrift. 19, nr.72 (herfst), p.84-90.
2007 This is not Eugene. (toneel) Creatie in Kaapstad.
2017 De waterdrager en de dorstige : tien theaterteksten. (bloemlezing)

Samenstelling en nawoord door Erwin Jans.
Bevat: Twee is te weinig, drie teveel (1953) Vertikaal (1955); Horizontaal (1955); Pas op, mijnheer Lipman komt ! (1958); The teeth of Lumumba. Een herwerking van Potopot (1958).; De honden (1960); Ogen van krijt (1963); Splinter. Een herwerking van De staart van de Mandarijn (1988); De nacht van de brandende apen (1990); De O.L.V. der krabben (2002); Het zwijgende contact tussen de waterdrager en de dorstige.
Brussel: ASP Theaterpublicaties. -376p.

 b. Essayistisch werk

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1950 ‘Toneel der wreedheid’. In: Tijd en Mens, 1, 1950, 189-200.
1951 ‘Nooit een borstbeeld voor Antonin Artaud’. In: Nieuw Vlaams Tijdschrift, 1951, 422-427.
1958 ‘N.P. van Wijk Louw en zijn versdrama Germanicus’. In: De Vlaamse Gids, 1958, 700.
1958 ‘Problementoneel te Johannesburg’. In: De Vlaamsche Gids, 1958, 766-767.
1959 ‘Een jaar toneel in Zuid-Afrika’. In: Band, 1959, 440-444.
1963 ‘De beroepsvorming van de toneelspeler’. In: De Vlaamse Gids, september, 1963, 653-655.
1965 ‘Het toneellaboratorium van de dertien stoelen’. In: De nieuwe stem. Febr-maart, 1965, 191-196.
1966 Facetten van JanWalravens

(met medewerking van Tone Brulin)
Brussel: Hoste

(De Vlaamsche Gids: algemeen tweemaandelijksch tijdschrift; bijzondere uitg., 50, nr. 3-4). 119p.
1968 ‘Herman Teirlinck en Meneer Toontje’. In: Brabant: tweemaandelijks tijdschrift van de Toeristische Federatie. afl.6, p. 41
1969 ‘Het toneel’. In: Kentering: tweemaandelijks literair tijdschrift. 10, nr. 1 (jan-febr. 1969), p. 25-27. &  In: Teater,1969, 29 e.v.
1969 ‘Als de regengoden komen. Over dramatische cultuur van Amerikaanse indianen’. In: Toneel-Teatraal. nr.3, 1969, 241-254.
1969 ‘Vlaanderen heeft een toneel-labo nodig !’ In: De Bond, 11 juli 1969.
1970 ‘Eerste ervaring in de workshop’. In: Teater, 2, 1970, 122-125.
1981 ‘Terug naar de bron’. In: Dramatisch akkoord. nr. 14, p. 86-93
1983 ‘Tiedrie hanteert het principe van de kneedbaarheid’. In: Dramatisch akkoord. Nr.16, 1983 p. 33-44.
1996 ‘De schrijver in het raamwerk van de dramatische kunst’. In: Idioma: revue de linguistique et de traductologie. vol. 8, p. 60-63.
2001 ‘De radicale verbeelding van Wilson Harris’. In: Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift. 19, nr.73 (winter), p.78-81.
2001 ‘Het theater van de vliegende vis: Met Wilson Harris onderweg naar een derde geboorte’. In: Atlantis. 1, nr.2 (juli/aug/sept), p.43-55.
2002 Luchtmens (De kartonnen neus): De cahiers van een schizofreen theatermaker. Antwerpen: Paradox Pers. 207p.

 

THEATROGRAFIE

Overgenomen uit: Opsomer, Geert. 1997. ‘Tone Brulin’. In: Kritisch Theater Lexicon, Brussel: Vlaams Theater Instituut.

Theater

Achtereenvolgens vindt u, per seizoen gerangschikt: de titel van de productie in cursief, de naam van de auteur tussen haakjes, de plaats (gezelschap of producent) waar het stuk werd opgevoerd, de naam van de regisseur, de vermelding van andere functies van Brulin in de voorstelling(gewoonlijk wordt vermeld welke rol hij speelt in het stuk; als de gegevens ontbreken over welke rol hij precies speelde, volstaat de eenvoudige aanduiding: ‘Rol’), de plaats (gezelschap, producent) waar het stuk is opgevoerd. Achteraan wordt de premièredatum toegevoegd. Indien die niet achterhaald kon worden, werd het seizoen aangeduid. Indien één van deze gegevens ontbreekt, hebben we dit aangeduid met een *.

Van een aantal stukken hebben we de creatie aangeduid (‘creatie’), ook als die niet door Tone Brulin gebeurde (selectief). Gezien de vele producties in het buitenland en de vele workshops in de marge van het theaterbestel,kan hier geen volledigheid gegarandeerd worden. De gegevens werden opgenomen voor zover de stand van het onderzoek dit toelaat.

1944-1953

-Dokter tegen wil en dank (Molière) en Drie dagen heere (middeleeuws spel). Rollen. De Trekkende Komedianten (Vlaamse afdeling van les Comédiens Routiers Belges o.l.v. Paul Meyer. 1944-1945.

Ik heb den graaf vermoord (Alec Coppel). Regie: Gust Maes. Rol: Martin. KVS Brussel. 1944-1945.

De koopman van Venetië (William Shakespeare).Regie: Gust Maes. KVS Brussel. 1944-1945. Rol: prins van Aragon.

-Leve Robinson (Forster). Regie: Ben Royaards. Rol: mijnheer Drinkwater. Jeugdtheater Antwerpen. *

De beer en de pacha (E. Scribe.Bew. H. Pascar). Regie: Corry Lievens. Rol: Tristapatte. Jeugdtheater Antwerpen. 1945-1946.

Sint-Niklaas (Armans Suls). Regie: Corry Lievens. Rol: Wolf. Jeugdtheater Antwerpen. 1945-1946.

Het ganzenhoedstertje (Gebroeders Grimm). Regie: Corry Lievens. Rol: lakei.Jeugdtheater Antwerpen. 1945-1946.

-Een Chinees sprookje (Edgard Denhaene). Regie: Corry Lievens. Rol: de kok. Jeugdtheater Antwerpen.1945-1946.

Tom Sawyer (Mark Twain). Regie: Corry Lievens. Rol: Alfred Temple. Jeugdtheater Antwerpen. 1945-1946.

Corona di Sombra. Regie: Maurits Balfoort. Decor: Tone Brulin. KNS Antwerpen. *.

Iphiginea in Tauris. Regie: Charles Gilhuys. Decor: Tone Brulin. KNS Antwerpen. *.

Don Quichot op de bruiloft van Kamacho (Pieter Langendijk). Regie: Rik Jakobs. Decor: Tone Brulin. RVT Antwerpen. 1948-1949.

Macbeth (William Shakespeare). Regie: Rik Jakobs. Decor:Tone Brulin. RVT Antwerpen. 1948-1949

-De wonderbare kerstnacht, poppenkast. Spel: Dries Wieme, Dora van der Groen, Julien Schoenaerts en Tone Brulin. Théâtre du Foyer Knokke-Zoute. 23 december 1950.

De rode beek (Tone Brulin, naar een Koreaanse vertelling). Regie: ToneBrulin. Spel: Dries Wieme en Dora van der Groen. *. 28 februari 1951.

Medeia (Euripides). Regie: Fred Engelen. Decor: Tone Brulin. KNSAntwerpen. 20 oktober 1951.

Hello Mr. Cyrano, een kleinkunstmozaïekmet o.m. Toone Brulin (acteur), Dora Groen (actrice). Cabaret Cyrano Keizerlei Antwerpen. 22 september 1951.

De amoureuze Cyrano, een kleinkunstballade met o.m. Tone Brulin (acteur), Dora Groen (actrice), Robert Marcel (eregast). Cabaret Cyrano Keiserlei Antwerpen. 29 september 1951.

Cyrano… à la carte, een kleinkunstmenu met o.m. Toone Brulin (acteur), Dora Groen (actrice). Cabaret Cyrano Keiserlei Antwerpen. 6 oktober 1951

Cyrano trekt aan het touwtje, kleinkunst enpoesjenellen met o.m. Tone Brulin (acteur), Dora Groen (actrice), Andra Mille (eregast). Cabaret Cyrano Antwerpen. 13 oktober 1951.

Cyranoexpress, een kleinkunst bonte trein met o.m. Toone Brulin (acteur), Dora Groen (actrice), Anny Cordy (eregast). Cabaret Cyrano Antwerpen.  20 oktober 1951.

Janssens tegen Pieters. Regie: Jan van den Broeck. Rol:Fred, de zoon. Haciendatheater Breidelstraat Antwerpen. 1951-1952.

Laat maar waaien (E.R. Selvo. Bew. Toone Brulin). Regie: Jan van den Broeck. Rol. Haciendatheater Antwerpen. 1951-1952.

Reinaert de Vos (L.P. Boon. Bew. Tone Brulin). Regie: Charles Gilhuys. Rollen: o.m. Tone Brulin en Dries Wieme. Cyrano Cabaret (Oud-Studenten Studio van het Nationaal Toneel). *.

Keizer Jones. (Emperor Jones. Eugene O’Neill). Regie: Fred Engelen. Rol: Smithers, de handelaar. S.O.S. Theater (Oud-Studenten Studio) Jeugdtheater Antwerpen. 3 maart 1954.

Siska van Roosemael (H. van Peene). Regie: Fred Engelen. Rollen: o.m. Tone Brulin en Dora van der Groen. S.O.S. Theater / Théâtre Flottant (Oud-Studenten Studio). februari 1955.

Tone Brulin speelde na zijn opleiding in La Cambre (1943-1946) en deStudio van het Nationaal Toneel (1946-1949) ook nog bij diverse poppentheaters:Jan Brugmans, Patspoppenspel en Les Farfadets. Met hetgezelschap Peter Weenen maakte hij een Welfaretour voor het Belgischbezettingsleger in Duitsland.Verder speelt hij in een film van Jan van der Heyden (‘Meeuwen sterven in de haven’).

1952-1953

(Oprichting Nederlands Kamertoneel. Theater op Zolder, 1953)

-De tante van Charley (Rosita Peeters). Regie: Jan van den Broeck. Rol:Charley. Met Co Flower en Tony Bell. Haciendatheater Antwerpen. 21 maart 1953.

Theater in miniatuur, 9 eenakters: De tors, een toneelspel in miniatuur. Rol: de prins.

Hij noemt de dingen bij hun naam. Het Stallokind, een drama in miniatuur. Rol: Pjetar. Hij snijdt de duivel eruit. Twee is te weinig en drie is te veel. Rol: Matthijs.

Hij is toch gekomen.Die Troelstra, een vrolijk spel in miniatuur. Rol: de schrijver.Dromen van ijzerdraad. Algemene Regie: Jan van den Broeck.Nederlands Kamertoneel. Theater op Zolder Antwerpen. 10 april 1953.

Jeugd (Max Halbe). Rol. Nederlands Kamertoneel. Theater op Zolder Antwerpen. 21 april 1953.

De bezoeker (Ed Hoornik). Rol: Jozef, de kunsthistoricus. Regie: Jan van den Broeck. Nederlands Kamertoneel.Theater op Zolder Antwerpen. 14 mei 1953.

Van gruwel en griezel(E.A. Poe, Lautréamont, Grimm – fragmenten; Bew. Tone Brulin). Rollen: de dokter, de gek. Regie: Tone Brulin. Nederlands Kamertoneel.Theater op Zolder Antwerpen. 29 mei 1953.

De verdwaalde plant (Piet Sterckx). Rol: Doeterniettoe. Regie: Jan van den Broeck. Nederlands Kamertoneel. Theater op Zolder Antwerpen. 12 juni 1953.

Commercanten-revue (Collectief). Rollen: bediende, mixer, verdediger, generaal, agent, man, reporter, Willem. Nederlands Kamertoneel.Theater op Zolder Antwerpen. 19 juni 1953.

Leonce en Lena (Karl Georg Büchner). Regie: Tone Brulin. Nederlands Kamertoneel. Theater op Zolder Antwerpen. juni 1953.

1953-1954

-Anne zonder Hoofd (Tone Brulin). Rol: Cromwell de kanselier. Regie:Tone Brulin. Nederlands Kamertoneel. Theater op Zolder Antwerpen.1953-1954

Pas op, mijnheer Lipman komt (Tone Brulin). Nederlands Kamertoneel. Theater op Zolder Antwerpen. 1953-1954.

Drie versies (Ary den Hertog). Regie: Tone Brulin. Nederlands Kamertoneel. Theater op Zolder Antwerpen. 1953-1954.

Mag ik mee spelen? (Marcel Achard). Regie: Tone Brulin. Nederlands Kamertoneel Leystraat Antwerpen. 21 november1953.

Schimmen (Tone Brulin). Studio van het Nationaal Toneel Antwerpen. Regie: Willy Vandermeulen. mei 1954.

Memel (Fernand Crommelynck). Regie: Lode Verstraete. Rollen: o.m Tone Brulin. Nederlands Kamertoneel Antwerpen 1953-1954.

Sonate voor twee scharnieren (Piet Sterckx). Regie: Lode Verstraete. Rollen: o.m. Rudi van Vlaenderen en Tone Brulin. Rollen: Jack en Walter. Nederlands Kamertoneel Antwerpen april 1954.

Antigone (Jean Anouilh). Regie: Lode Verstraete. Rollen van o.m. Marthe Gevers, Dora van der Groen, Dries Wieme, Tone Brulin, Wies Andersen. Nederlands Kamertoneel Antwerpen. 7 juli 1954.

1954-1955

-Twee is te weinig, drie is te veel (Tone Brulin). Regie: Tone Brulin. KNS Antwerpen Studio Oud-Studenten. 1954-1955 (cf. ook opgevoerd n.a.v. Prijs Nederlandse Boekenweek. Amsterdam. 1953; cf. ook: Het Kamertoneel. Brussel. 21 januari 1954; cf. ook Prix Italia: Deux c’est trop peu…Trois c’est trop. Regie: Mark Liebrecht. Muziek: Louis de Meester. Prix Italia Palermo 26 september 1966; cf. ook 2 = pochi, 3 =troppi. Teatro Massimo al Teatro Lirico. 1968-1969.

Peer Gynt (Henrik Ibsen). Regie: Bert Brauns. Rol: bruidegom. Muziek: Haerald Saeverud. Dirigent: Daniel Sternefeld. Koninklijke Vlaamse Opera Antwerpen. 25 april 1955.

1956-1957

Jonkvrouw Edelwater (Sji-I-H’Siung). Regie, decor, kostuums: Tone Brulin. Choreografie: Lydia Chagoll. Rol Edelwater: Dora van der Groen. KVS Brussel. 1956.

Het geluk van de bozen (Jacques Deval). Regie: Tone Brulin. KVS Brussel. 24 januari 1957.

Kabouters in de stad (Lode Cantens). Regie: Tone Brulin. KVS Brussel. 5 december 1956.

Zo is vader (H. Lindsay en R. Crouse). Regie: Tone Brulin. KVS Brussel. 21 maart 1957.

Don Quichote op de bruiloft van Kamacho (Pieter Langendijk). Regie: Tone Brulin. KVS Brussel. 13 juni 1957.

De bruid in de morgen (Hugo Claus). KVS Brussel. 2 mei 1957.

De regenmaker (Richard Nash). Regie: Huib van Hellem. Rol: File, assistent van de sheriff. KVS Brussel. juni 1957 (herneming).

Nu het dorp niet meer bestaat (Tone Brulin). Regie: Tone Brulin. KVS Brussel 1957.

Momotaro, toneelstuk voor kinderen. Regie: Tone Brulin. Rol. Choreografie: Lydia Chagoll. KVS Brussel. 1 957.

1957-1958

(Reis van gezelschap naar Belgisch Congo tijdens de zomer van 1958, met o.m. De regenmaker, Momotaro, Terug naar de bron, Nu het dorp… en teksten van Rabindranath Tagoré. Brulin speelt mee in alle producties.)

-Leonce en Lena (Karl Georg Büchner. Vert. Tone Brulin). Regie: Lode Verstraete. Nederlands Kamertoneel. 3 oktober 1957.

Jozef in Dothan (Joost van den Vondel). Regie: Jo Dua. Rol: Gad. KVS Brussel. 31 oktober 1957.

Voorlopig vonnis (Jozef van Hoeck). Regie: Tone Brulin. KVS Brussel. 17 oktober 1957.

Gevecht tegen onbekende (Georges Neveux. Vert. Walter Eysselinck). Regie: Tone Brulin. Nederlands Kamertoneel Antwerpen. 14 november 1957

Terug naar de bron (Jos Janssen; Edmond Janssen). Regie: Tone Brulin. KVS Brussel. 27 februari 1958.

Nonkel en de Jukebox (Tone Brulin). Regie: Tone Brulin. Nederlands Kamertoneel Antwerpen. 6 maart 1958.

Pas op, Mr. Lipman komt (Tone Brulin). Regie: Tone Brulin. KNS Antwerpen 26 april 1958.

1958-1959

-Germanicus (N.P. van Wyk Louw). Regie: Tone Brulin. Nasionale Toneelorganisasie (NTO) Pretoria. Universiteit Pretoria. 6 oktober 1958.

Voorlopige vonnis (Jozef van Hoeck). Regie: Tone Brulin. Die Kamertoneel Pretoria. 18 november 1958.

Bruid in de Morgen (Hugo Claus). Regie: Tone Brulin. Die Kamertoneel Pretoria. 27 januari 1959.

Uncle and the juke box (Tone Brulin). Regie: Tone Brulin. The Chamber Theatre Pretoria. 20 februari 1959.

Mag ek saamspeel (Marcel Achard). Regie: Tone Brulin. Die Kamertoneel Pretoria. 16 maart 1959.

Hellersee (A. De Klerk). Regie: Tone Brulin. Nasionale Toneelorganisasie Pretoria. Stadsschouwburg Bloemfontein. 15 april 1959

Waiting for Godot (Samuel Beckett). Regie: Tone Brulin. Rol: Vladimir (Estragon: David Herbert; Press Representative: Athol Fugard). The Chamber Theatre Pretoria. 1 juni 1959.

Saint Joan (George Bernard Shaw). Regie: Leon Gluckman. Rol: de Dauphin. National Theatre Organisation Pretoria. juli-augustus 1959.

1959-1960

-Nongogo (Athol Fugard). Decor: Tone Brulin. Union of South African Artists. Anglikaanse Kerk Johannesburg. eind 1959 (laatste geautoriseerde voorstelling voor ‘gemengd publiek’).

The Kakamas Greek (David Herbert). Regie en decor: Tone Brulin. Rollen van Athol Fugard, David Herbert, Clive Farel. The New Africa Group. Londen-Amsterdam. Belgische première: Paleis voor Schone Kunsten Brussel. 24 mei 1960.

Festival van het Avant-Gardetoneel Brussel-Gent-Aalst-Sint-Niklaas-Mechelen-Antwerpen (i.s.m. Belgisch Centrum voor Toneel). 13 mei – 7 juni 1960.

1960-1961

-De vijfde muur (Alain Germoz). Regie: Emile Lanc. *. Rol. 15 februari 1961.

Potopot (Tone Brulin). Regie: Tone Brulin. Rol Potopot: Clive Farrel. Nederlands Kamertoneel Antwerpen. mei-juni 1961 (Franse vertaling: Ray van Goethem, 1961)

De honden (Tone Brulin). Regie: Athol Fugard. Creatie: Puck Amsterdam. 1960. Regie: Ben Royaards. KNS Antwerpen. 1960-1961.

1962-1963

-Zacharias mijn broeder (Athol Fugard). Regie: Tone Brulin. Rollen van Clive Farel en Jef Ceulemans. Nederlands Kamertoneel Antwerpen. 28 november 1962.

Ogen van krijt (Tone Brulin). Rol: Abe. Middagen van het toneel. Toneel Vandaag Brussel. 14 maart 1963.

Kon-tiki (Tone Brulin). Regie: Tone Brulin. Nationaal Jeugdtheater Gent. 1963.

1963-1964

-Schildknaap van een vechtjas (Tone Brulin). Regie: Tone Brulin. Rol van Clive Farel. Nederlands Kamertoneel. 1963.

Haasje over in West-Berlijn (Tone Brulin). Regie: Tone Brulin. KNS Anwerpen. 24 oktober 1963.

Vragen stellen aan een meid (Tone Brulin). Regie: Rudi Van Vlaenderen. Creatie: Toneel Vandaag. 1963-1964.

1964-1965

-Traktor Dimitri (Tone Brulin). Regie: Tone Brulin. NTG Gent. 18 december 1965.

In aanwezigheid van de minister (Tone Brulin). Regie: Tone Brulin. Toneel Vandaag. 1964-1965.

1965-1966

-De Menswording (Michiel de Swaen). Regie: Tone Brulin. Vlaamse Poëziedagen Meise. 25 september 1965.

1966-1967

-In aanwezigheid van de minister (Tone Brulin). Regie: Tone Brulin. Mechels Miniatuurtheater. 11 maart 1967.

1967-1968

-Dallas (Jean Francis). Regie: Tone Brulin. Ensemble (Nl.) Eindhoven. 13 april 1967.

Eyes of Chalk/Ochos de Criz (Ogen van Krijt. Tone Brulin). Regie: Tone Brulin. Casa da Comedia Lisboa. zomer 1967.

1968/1969

-Ogen van Krijt (Tone Brulin). Regie: Tone Brulin. Vestzaktheater Amsterdam. najaar 1967.

Loemoemba. Une saison au Congo (Aimé Césaire). Regie: Tone Brulin. Oecumenisch Studententoneel Geertekerk Utrecht. 13 november 1967. Brussel 17 maart 1968.

Miss Jairus (Michel de Ghelderode). Regie: Tone Brulin. Antioch Area Theatre. Campus Antioch College Yellow Spring Ohio. 7 maart 1969.

To Catch a Never Dream (Bruce King). Regie: Tone Brulin. Theatre Workshop Spring Production Institute of American Indian Arts Santa Fé  New Mexico USA, maart-april 1969.

Ik, Jan Cremer (Jan Cremer). Regie: Tone Brulin. Studentenproductie RITS Brussel. 1969.

1969-1970

-Look back in anger (John Osborne). Regie: Tone Brulin. Missouri Repertory Theatre. University of Missouri. Kansas City USA. 24 juli 1969.

Ach du kleines Wernerlein (Tone Brulin). Regie: Tone Brulin. Training: Franz Marijnen. NTG Workshop De Zwarte Zaal Gent. 5 december 1969.

1970-1971

(Oprichting Théâtre Laboratoire Vicinal. Oprichting Otrabanda Company)

-Saboo (Frederic Baal en Hans Epp, scenario). Regie: Tone Brulin. Training: Franz Marijnen. Théâtre Laboratoire Vicinal. Belgische première: Schaarbeek 21 maart 1970. Festival Shiraz-Persepolis augustusseptember 1970 (met Grotowski’s Théâtre Laboratoire, Victor Garcia en Brook als waarnemer uit Europa, Bread and Puppet uit USA en Oosterse of Afrikaanse groepen). Amerikaanse première: Company Theatre Los Angeles, dinsdag 10 november 1970 (met o.m. Nicole Colchat, Frederic Flamand, JP Ferbus, Bernard Graczyk als acteurs).

School for Buffoons (Michel de Ghelderode). Regie: Tone Brulin. Bennington College Vermont US. Barn Studio Theatre. 4 juni 1970.

Ogen van krijt (Tone Brulin). Regie: Tone Brulin. Rol van Franklin D. Lafour. Cultureel Centrum Paramaribo Suriname. 1970-1971. (cf. ook Eyes of Chalk (Tone Brulin). Regie: David Villaire. Hamm and Clov Stage Company. St. Clement’s US. 7 juni 1972. (Edinburgh Festival 1972)

Impromptu (Cole). Regie: Tone Brulin. Willemstad Curaçao. 1970-1971 (?)

Tula (Pacheco Dommecasse). Regie: Tone Brulin. Willemstad Curaçao. Tayer Antiyano po Arte Dramatiko. zomer 1971.

Who’s afraid of Virginia Woolf (E. Albee). Regie: Tone Brulin. Centro Pro Arte Willemstad Curaçao. 1970-1971 (?)

(Tournee naar Venezuela).

The Kaaka Makaako (Tone Brulin). Regie: Tone Brulin. Otrabanda Company. Centro pro Arte. Willemstad Curaçao Nederlandse Antillen. 17 maart 1971. Amerikaanse première: april 1971 La Mama New York (Tournee in de Verenigde Staten. Bezoek Colombia La Mama Experimental Bogota en Casa de la Cultura – Victor Garcia).

1971-1972

-Happy Days (Samuel Beckett). Regie: Tone Brulin. Centro Pro Arte. Willemstad Curaçao. 1971-1972 (?).

E Negernan (Les nègres. Jean Genet). Regie: Tone Brulin. Tayer Antiyano po Arte Dramatiko Willemstad Curaçao. 1972.

-Sharky (Tone Brulin). Regie: Tone Brulin. Centro pro Arte Willemstad Curaçao. 3 maart 1972.

(Tournee naar Aruba, Suriname, Saint-Martin)

Cuentanan di Nanzi. Regie: Tone Brulin. Antilliaanse Workshop voor Dramatische Kunst. Willemstad Curacao. voorjaar 1972.

Mi Yu Ta Inocente, een televisiespel (C. Martina). Regie: Tone Brulin. TeleCuraçao Willemstad Curaçao. 1972.

La Lucha Final (A. Salsbach). Regie: Tone Brulin. Centro pro Arte Willemstad Curaçao. 1972.

The True Account of the Head Injury of the Most Serene Prince Don Carlos, Our Sire of Glorious Memory, Which Occured the End of July 1562 (improvisatie-oefening in ritueel theater). Regie: Tone Brulin. School of Theater. Ohio University College of Fine Arts Athens. spring 1972.

Escurial (Michel de Ghelderode. Spaanse versie). Spelleiding: Tone Brulin.Workshop Arte de Venezuela. 1972 (cf. ook workshop Teatro Atheneo).

Workshop Commonwealth University Virginia. 1972.

1972 -1973

-The Last Flower Show or Stump Removal (Tone Brulin & members of Otrabanda Company: David Dawkins, Dinae Brown, Nelson Camp; Steve Stern, Graham Paul). Regie: Tone Brulin. 1972 en spring 1973. (opgevoerd tijdens de River Raft Revue. Mississipi Raft Project. Otrabanda Company. Saint-Louis-New Orleans. juni 1973.)

1973-1974

-Naga-naga Di mana Kau? Naga-naga Siapa Kau? (Tone Brulin). Regie: Tone Brulin. Experimental Theatre Angkasaran Universiti Sains Malaysia Penang. maart-november 1973 (cf. ook Cultureel Centrum Djakarta. Tournee Indonesië).

1974-1975

-Torando (Turandot. Tone Brulin). Regie: Tone Brulin. Groep Angkasaran. Penang Maleisië. januari 1975.

1975-1976

(Oprichting TIE 3)

-Barong Display (Tone Brulin). Regie: Tone Brulin. Otrabanda Company. Dewan Bahasa dan Pustaka Kuala Lumpur Malaysia. 12 maart 1975 (cf. ook Workshop Beursschouwburg Brussel).

A tale of the Mah-Meri (Tone Brulin). Regie & decor: Tone Brulin. Rollen van Siti Fauziah, Franklin D. Lafour. Rol Tone Brulin: Het Ei-ding. TIE 3. Première: Mechels Miniatuurtheater. 9 oktober 1975. (Festival Mondial de Théâtre Caracas Venezuela. april 1975. Tournee door Nederlandse Antillen, mei 1975).

A tale of two worlds (Tone Brulin). Regie: Tone Brulin. Rol van Siti Fauziah. TIE 3. Première: Youth Centre Saba Nederlandse Antillen. 8 mei 1976. (Festival Nancy, april 1976. Festival Baltimore, mei 1976. Tournee door Verenigde Staten o.a. Philadelphia. Festival Saint-Andrews, mei 1976. Tournee Denemarken, september 1976).

De bokkenrijders (Tone Brulin). Regie: Tone Brulin. Studenten Toneelacademie Maastricht. 14 februari 1976.

1976-1977

-10 sterren 10 sterren (Tone Brulin, naar Le voyageur de nuit van Salah Abdel Sabor. Bew. Nadar Akili). spelleiding: Tone Brulin. Workshop Studenten Hoger Instituut voor Dramatische Kunst. Studio Herman Teirlinck. 1976-1977.

1977/1978

-The Tales of Melor (Tone Brulin). Regie: Tone Brulin. Museum Bochum Duitsland. 12 december 1977.

The World of Nata Daha (Tone Brulin). Regie: Tone Brulin. Bokrijk. 18 mei 1978. (Festival Fidena Bochum, mei 1978. Festival Lubljana, juli 1978).

1978-1979

-Tak Kotak-Kotak (Kikerikiste. Paul Maar. Vert. Siti Fauziah). Regie: Tone Brulin. Rol V.I.P. Kuala Lumpur Karvasan UMNO. 1 april 1978

(Tournee door Maleisië).

The world of Nata Daha (Tone Brulin). Regie: Tone Brulin. TIE 3. Première Normaalschool Genk. 18 mei 1978

1979-1980

Kapai Kapai (Arifin C. Noer). Regie: Tone Brulin. TIE 3 Antwerpen. Première Hoger Instituut voor dramatische Kunst. 28 september 1979. (met Eric van Herreweghe en Brigitte de Man). (Bochum Fidena Festival, mei 1980. Festival Erlangen, mei 1980)

1980-1981

-Ba Anansi (Edgar Cairo). Regie: Tone Brulin. TIE 3 Arenbergschouwburg Antwerpen. 18 september 1980. (met o.m. Alida Neslo, Michel van Dousselaere) (Tournee op de Nederlandse Antillen. Thalia Theater Paramaribo)

Droom op Apenberg (Derek Walcott). Regie: Edsel Samson. Productie: Tone Brulin. TIE 3 Nederland. Stadsschouwburg Arnhem. 26 augustus 1981.

1981-1982

-Powema di Rutu (Edgar Cairo). Regie: Tone Brulin. Poëzie Hardop Amsterdam. januari 1982

Charkawa (Tone Brulin, naar Le voyageur de minuit van Salah Abdel Sabor). Regie: Tone Brulin; Peter Gorissen en Mostafa el Madour. TIE 3. (met o.m. Siti Fauziah, Michel van Dousselaere). Première: Bo-Fabrik Bochum 24 mei 1981 (Festival Bochum. Festival Erlangen, mei 1982.).

Doomsday Colouring Book,  Bellevue-fragment & King Real. Regie: Tone Brulin. Welfare State International United Kingdom. april 1982.

1982-1983

-Gilgamesh (Bew. Tone Brulin). Regie: Tone Brulin. TIE 3. Première: Feestzaal Nieuwenrode. 11 december 1982. (met o.m. Eric Van Herreweghe, Alida Neslo, Siti Fauziah, Luk Mishalle). (Festivals Bochum en Erlangen, mei 1982. Tournee door Engeland. Festival Hongkong, juli 1982)

La vaca basuca (Tone Brulin). Regie: Tone Brulin & Siti Fauziah.  Collectief Cultureel Centrum. Bluefields Nicaragua. augustus 1982.

1983-1984

-Prisiristari (Thea Doelwijt). Regie: Tone Brulin en Henk Tjon. TIE 3. Paleis voor Schone Kunsten Brussel. 22 september 1983. (met Greta Van Langendonck, Alida Neslo, Kélountang Ndiaye).

Inasmuch, a nativity play in three acts. Regie: Tone Brulin. Bethel Methodist Church. Saint-Eustachius Nederlandse Antillen. 12 december 1983.

Kapai Kapai (Arifin C. Noer). Regie: Tone Brulin. Ostgötateatern Norrköping. 23 maart 1984. (cf. ook in Dramaten Stockholm.)

1984-1985

-Mutaties van een kikker (Sherub Huang-Dü, Tibetaans sprookje). Regie & Scenografie: Tone Brulin. TIE 3. Ancienne Belgique Brussel. 16 oktober 1984.

Prostituées van Djakarta (W.S. Rendra). Regie & Scenografie: Tone Brulin. TIE 3. Studio Herman Teirlinck. 15 december 1984

(Tournee in Zweden, februari 1984).

1985-1986

-A Djumbie at Crook’s Castle (Tone Brulin). Regie: Eugène Bervoets. Rollen: Tone Brulin, Siti Fauziah. TIE 3. Antwerpen. januari 1986.

-Turandot (Tone Brulin). Regie & scenografie: Tone Brulin. Studio Teater Trondheim Noorwegen. 7 juni 1986.

1986-1987

-Zes Chinese sprookjes (Bew. Tone Brulin). Regie: Tone Brulin en Siti Fauziah. TIE 3. 14 december 1986 (jeugdproductie).

Fata Morgana. (Troglodieten. Tone Brulin). Regie: Tone Brulin. Oud Huis Stekelbees Gent. Pantarei. 13 maart 1987.

1987-1988

-De laatste dagen van Clover Fields of A Coon’s carnival (Tone Brulin). Regie: Rufus Collins en Henk Tjon. De Nieuw Amsterdam, DNA Stadsschouwburg Amsterdam. 4 november 1987.

Het nieuwe kostuum van vrijdag. Regie: Siti Fauziah. TIE 3. 15 december 1987.

De staart van de mandarijn (Tone Brulin). Regie en scenografie: Tone Brulin. Reizend Volkstheater  Antwerpen. Arenbergschouwburg. 24 mei 1988.

-Van een koning die een levende phenix wou vangen. Regie: Tone Brulin. Rol. TIE 3. 1987-1988.

1989-1990

-De nacht van de brandende apen (Tone Brulin). Regie: Rufus Collins. Scenografie: Siti Fauziah. De Nieuw Amsterdam. Stadsschouwburg Amsterdam. 27 maart 1990. (Marmeren Zaal Dierentuin Antwerpen).

1990-1991

-Een wereld van woorden (Hans Royaards). Regie: Hans Royaards. Rol: Ernst, oom van Eric. Sandberg Teater Arenbergschouwburg Antwerpen. 20 september 1990.

1992-1993

-Compositie I. Choreografie: Veerle Bakelandts. Rol: Tone leest tekst van Becketts Westward Ho! Vooruit Gent. 1992-1993.

Uit een Dodenhuis, opera in drie bedrijven (Aus einem Totenhaus. Leos Janacek). Regie: Peter Mussbacj. Muziek: Guido Johannes Rumstadt. Rol: Hlas, der Weisse. Nationale Opera Koninklijke Muntschouwburg Brussel.19 januari 1993.

1993-1994

-Avondpop (Hazim Kamaledin. Bew. Tone: Brulin). Regie: Hazim Kamaledin. Zwarte Komedie Antwerpen. 1 oktober 1993.

1994-1995

-Abjater wat so lag (Wilma Stockenström. Bew. Tone Brulin). Regie:Tone Brulin. KNS Antwerpen Zolder Bourlaschouwburg. 13 oktober 1994. (Standard Bank Arts Festival Grahamstown Zuid-Afrika. 1995).

Die nag van die brandende ape (Tone Brulin). Regie: Tone Brulin. Nico Malan Arena Kaapstad Zuid-Afrika. 21 april 1995.

Modderkop (Tone Brulin). Regie: Nilo Berrocal. Internationaal Theater Scholingsproject DNA Amsterdam. 27 mei 1995.

1995-1996

-Rif Raf (The Trials of Brother Jero. Jero’s Metamorphosis. Wole Soyinka. Bew. Tone Brulin). Regie: Tone Brulin. KNS Antwerpen, 16 december 1995.

The night of the burning apes (Tone Brulin). Regie: Tone Brulin. Kuala Lumpur Maleisië. 1995-1996.

1996-1997

-Onder het melkwoud (Dylan Thomas). Regie: Koen de Sutter. Rol: Kapitein Cat. Zuidpooltheater. 7 februari 1997.

Hamerman (My Traitor’s Heart. R. Malan. Bew. Tone Brulin). Regie: Tone Brulin. Nieuwe Realisaties & Zuiderpershuis Antwerpen. 20 februari 1997 (Almada Theatre Festival Portugal. 1997.).