home | Inloggen
Aantal schrijvers: 537 | Aantal boeken:

15559

Lemonnier, Camille

Maakt deel uit van:

Camille Lemonnier

Elsene, 24 maart 1844 – Elsene, 13 juni 1913

Romancier en criticus.

Wordt – samen met Charles De Coster- beschouwd als de grondlegger van de ‘Vlaamse’ school in het de Belgische letterkunde.

Pseudoniemen: Félix Karat, Camille de Burnot, Saint-Michel, Un liseur.

 

BIOGRAFIE

24 maart 1844: Geboren te Elsene als zoon van Louis-François, een Waals advokaat aan het hof van Beroep te Brussel en een Vlaamse moeder Marie Panneels. Zijn moeder sterft als hij 2 jaar oud is en hij zal samen met zijn zus worden opgevoed bij hun grootmoeder langs moeders kant.

In zijn posthuum uitgegeven  ‘mémoires’ (Une vie d’écrivain. Mes souvenirs), stelt Lemonnier zich graag voor als een Belgische halfbloed (« métis »), zoon van een Vlaamse moeder (Maria Panneel) en van een Waalse vader die weliswaar afkomstig was van Leuven : “Je suis par intermittences tantôt Flamand, tantôt Wallon de mes ascendances “. (Une vie d’écrivain p.38).

1855-1861: Middelbaar onderwijs aan het Koninklijk Atheneum te Brussel.

1861: Schrijft zich in voor het voorbereidend jaar van de rechtenstudie aan de Vrije Universiteit van Brussel, maar meer dan naar de rechten gaat zijn interesse naar de literatuur.

1862: Na een korte passage bij de provinciale administratie, publiceert hij in Uylenspiegel, journal des ébats artistiques et littéraires, een verhaal met de titel Brosses et tampons.

1863 en 1868: Debuteerde met twee opgemerkte kunstkritieken over het Salon de Bruxelles. Werd meteen tot ‘s lands beste kunstcritici gerekend. Hij neemt de verdediging op zich van de realistische kunst tegenover het academisme en de vrijheid van de kunstenaar tegenover de staatsinstellingen.

1869: Overlijden van zijn vader. Met zijn deel van de erfenis huurt hij een kasteel te Burnot, tussen Dinant en Namur.

Lemonnier Chateua du Burnot

1869 : Zijn debuut wordt gekenmerkt door een lang en vinnig pamflet Nos Flamands, dat hij voorstelt als een kritische balans van het Belgische cultuurleven in 1868.

  • Hij laakt scherp de Belgische onverschilligheid inzake kunst en literatuur en gaat hard tekeer tegen de corruptie van de Belgische zeden, waarvoor hij –zoals gebruikelijk in die tijd- de Franse invloed verantwoordelijk stelt. (‘l’ennemi, c’est Paris’, klinkt het ondubbelzinnig op p. 69).
  • Hij wil een terugkeer naar de eigen, authentieke waarden :

-« les souvenirs des anciennes forces flamandes » en de « antique fierté » die de huidige « décadence de l’esprit flamande » zullen doen keren.

-« nous-mêmes ou périr », de beroemde leuze waarmee hij zijn boek aanving, betekent dan ook ondubbelzinnig dat schrijvers en kunstenaars alle heil moeten zoeken in een traditie die ooit grootheid en roem had gebracht aan het vaderland (la patrie), namelijk de Vlaamse.

  • Hij schuwt daarbij geen straffe uitspraken, vooral niet aan het adres van de verfranste Vlamingen : ‘vous n’etes plus les Flamands des Flandres: vous etes les Francais de Belgique’ (Lemonnier, 1869, p. 70). In dit lijvige essay treft men onder meer een warm pleidooi aan voor de Vlaamse taal (‘on a prouve que c’etait l’idiome national et la souche de la seule littérature possible chez nous’) (Lemonnier, 1869, p. 175), wat toch een merkwaardige uitspraak is voor iemand die ervan droomde ooit van zijn Franstalige pen te kunnen leven.

De jonge Lemonnier stapte hier dus in de voetsporen van Charles De Coster en ook van Hendrik Conscience

1870: Naast verschillende verhalen en novellen die in diverse tijdschriften worden gepubliceerd, verschijnt er een derde Salon de Bruxelles, dat vooral door de schilders van Parijs en Barbizon wordt gesmaakt.

In september bezoekt Lemonnier samen met zijn neef, schilder en tekenaar Félicien Rops  het slagveld van Sedan.

1871 : De ervaringen op het slagveld van Sedan worden in de roman-reportage (reportage littéraire) Sedan op zeer realistische wijze weergegeven: « une odeur de terre, de pourriture, de chlore et d’urine mêlés ».

  • Het werk zal in 1881 te Parijs heruitgegeven worden met een voorwoord van Léon Cladel onder de titel Les Charniers. Het werk beïnvloedt La Débâcle van Emile Zola.

Camille Lemonnier treedt in het huwelijk met Julie – Flore Brichot. Samen krijgen ze twee dochters.

1872-1879: Lemonnier verdeelt zijn tijd tussen literatuur en kunstkritiek. Hij leidt het tijdschrift L’Art universelle en is redacteur bij L’Artiste.

  • Hij schrijft diverse novellenbundels en romans Contes flamands et wallons (1873), Histoires de gras et de maigres (1874), Un coin de village (1879) die overwegend ‘Vlaamse ‘ verhalen zijn. – ‘Ce fut en flamand que je pensai mes premiers livres’ zou hij zelf later bevestigen in Une vie d’écrivain (p. 24). Hoewel niet geschreven in de gekunstelde archaïserende taal van Charles De Coster, bevatten ze vele flandricismen, die Lemonnier beschouwde als hun « marque d’origine ».
  • Overigens sloot hij hiermee naadloos aan bij de traditie van Hendrik Conscience, Charles Dickens, Georges Sand of Hetzel.  We treffen dezelfde pakkende taferelen aan over eenvoudige mensen en gebeurtenissen, vlot en aangenaam verteld, emotioneel en wat naïef, veelal met een happy_end en dicht aanleunend bij de traditie van de dorpsroman of -novelle en, algemener, bij die van de sentimentele roman.  Niets in deze idyllische verhalen doet vermoeden dat dezelfde auteur later drie keer voor het hof van assisen zal verschijnen voor pornografie: deze eerste bundel kon, naar goede traditie, geen enkele maagd doen blozen.  Integendeel, het zijn zielsverheffende taferelen met een moraliserend tintje, helemaal in de lijn van Consciences Kempische dorps verhalen.

1881: Na eerder te zijn gepubliceerd als feuilleton in het Brusselse dagblad L’Europe ( van 2 october tot 3 december 1880) verscheen in romanvorm: Un Mâle.

Schandaal te Brussel, succes in Parijs. Rond dit boek ontstond een ware literaire veldslag die gerust de « querelle des Anciens et des Modernes » van de Frans-Belgische literatuur mag genoemd worden.

Deze datum legt ook het begin vast van de tijdschriftenbeweging. De kampen waren duidelijk afgetekend. Rond Lemonnier zullen zich eensgezind alle jong schrijvers en kunstenaars scharen die het ‘reveil’ van 1880 zullen inluiden.

1881: Scheiding van zijn vrouw.

1882: Publicatie van Le Mort.

1883: Lemonnier hertrouwt met Valentine Collart, de nicht van Constantin Meunier.

Toen hem Vijfjaarlijkse staatsprijs voor literatuur werd geweigerd, organiseerden de dichters verenigd rond het tijdschrift La jeune Belgique een ‘herstel’ banket. Tussen de 250 genodigden vinden we politici zoals Paul Jansen, Jules Lejeune en de kunstenaars Fernand Khnopff, Constantin Meunier, Théo van Rysselberghe, en een pléiade schrijvers waaronder Georges Eekhoud, Maurice Maeterlinck, Emile Verhaeren, Georges Rodenbach.

Georges Rodenbach opende de reeks toespraken met de gevleugelde woorden : “Ce banquet n’est pas seulement une fête – c’est aussi un combat. C’est en quelque sorte la veillée d’armes d’une troupe de conscrits décidés à tout et qui viennent, à cette heure solennelle, vous reconnaître et vous saluer comme leur Maréchal des Lettres”.

Deze huldiging mag als keerpunt beschouwd worden in de geschiedenis van de frans-Belgische letterkunde, stond De Coster in 1868 nog alleen, de kaarten lagen in 1883 duidelijk anders.

1886: Het jaar nadat Zola zijn Germinal op de markt had gebracht, komt Lemonnier met Happe-Chair.  Constantin Meunier, die hem in contact had gebracht met ‘Le pays noir’ (de uitdrukking is van Lemonnier), realiseert een portret van de schrijver.

1888 : Hij laat studies verschijnen over Courbet, Stevens Rops…onder de titel Les Peintres de la vie.

  • Voor La Belgique ontvangt hij deVijfjaarlijkse staatsprijs voor literatuur.
  • In Brussel wordt ‘Un Mâle’ herwerkt tot een toneelstuk in 4 bedrijven.
  • In Frankrijk komt Madame Lupar uit.
  • Medewerking aan de Maupassant’s tijdschrift Gil Blas, waarin hij L’Enfant au crapaud laat verschijnen, geïnspireerd op de grote Belgische stakingen van 1887. Dit verhaal is goed voor een proces wegens schending van de goede zeden. Edmond Picard – die hem reeds bijstond in een geschil met zijn uitgever over de rechten van de roman Un Mâle – zal hem ook nu verdedigen. Hij wordt veroordeeld tot een geldboete, die echter nooit werd ingevorderd.

1889-1892: Verschillende verhalenbundels ‘Ceux de la Glèbe’ (1889), Les joujoux parlants (1892), een bundel novellen ‘Dames de voluptés’ (1892), een roman ‘La fin des Bourgeois’ (1892). Het toneelstuk ‘Un Mâle’ wordt in Parijs opgevoerd (1891)

1893 : Edmond Picard moet Lemonnier opnieuw voor het gerecht verdedigen wanneer deze wordt vervolgd voor ‘L’Homme qui tue les femmes’ een verhaal geïnspireerd op Jack the Ripper en eerder reeds verscheen in de bundel ‘Dames de voluptés’ en in het tijdschrift Gil Bas Illustré.

1894-1901: Lemonnier blijft gestaag verhalen, novellen en romans publiceren. De roman L’Homme en amour uit 1897 levert hem opnieuw een proces op wegens zedenschennis. (Ook Georges Eekhoud moet zich verantwoorden voor Escal Vigor)

24-27 oktober 1900: Proces tegen Lemonnier en Eekhoud te Brugge. De verdediging wordt gedaan door Edmond Picard. Beiden worden vrijgesproken.

  • Meer dan 200 Franse en Belgische kunstenaars hadden een petitie ondertekend waarin ze hun afschuw betuigden voor de vervolging van Eekhoud en Lemmonier.

Met werken als Au coeur frais de la forêt (1900) en Le vent dans les moulins (1901), maakt Lemonnier zich los van het naturalisme en evolueert naar het naturisme, een literaire beweging uit Frankrijk die streeft naar eenvoud en klare weergave van de dagelijkse realiteit. Naturisme (mouvement littéraire) — Wikipédia

1903: Officiële manifestaties, speciale nummers van tijdschriften, conferenties van Edmond Picard vieren de publicatie van Lemonnier’s vijftigste boek.

1904-1905: Lemonnier blijft wel romans schrijven, maar zijn aandacht gaat opnieuw naar de kunstkritiek, met en essay over Constantin Meunier, sculpteur et peintre. (1904)

1905 :Publicatie van La Vie belge, een ode aan het land

« Du verger des Flandres aux garigues campinoises, de la dune maritime aux ravins et aux futaies de l’Ardenne, une âme belge s’est répandue, fusionnant ses parts antérieures, wallonnes et flamandes. Celle-là est ensemble le passé et le présent, la montagne et la plaine, l’épopée et l’églogue, le doux paysage bucolique et le véhément horizon industriel. Toutes les routes en Flandres, mènent à des beffrois, à des églises, à des hôtels de ville, à des tombeaux ; elles longent d’actives rivières, des canaux dormants, des campagnes où lèvent le chanvres, le colza, le froment et le lin ;Tous les chemins en Wallonie, conduisent à la bure, à la carrière, à la fabrique et au laminoir ; des bois, des roches, de champs noirs les bordent ; et ils perdent au cœur profond la terre. »

Uit : La Vie belge.

1906-1908 : Meerdere essays over kunstonderwerpen, monografieën vloeien uit zijn pen.

1907: Le Droit au bonheur, een toneelstuk in 2 bedrijven wordt in 1907 te Parijs opgevoerd.

1908: Publiceert de monografie Félicien Rops : l’homme et l’artiste. Exposeert 11 van zijn eigen doeken op het Salon des écrivains-peintres te Brussel.

13 juni 1913: Overlijden te Elsene van Camille Lemonnier ten gevolge van een zware operatie.

Epiloog

In zijn vroegere woonhuis is nu de zetel gevestigd van de ‘l’Association Belge des Ecrivains Belges de langue française’. Er is ook een museum aan verbonden, het Musée Camille Lemonnier: Waversesteenweg 150 1050 Elsene. Het museum werd ondergebracht in de vertrekken waar Camille Lemonnier (1844-1913) werkte.

André De Ridder schreef een in memoriam:  In memoriam Camille Lemonnier

Hij stierf gelijk wij allen sterven moeten, ook de grootsten onzer, deze wiens schoonheid nochtans zoo onmisbaar is, wiens geest als eene klare fakkel vooruit werpt zijn doordringend licht in de duisterheid van het leven. En velen treuren om den dood van dezen hoogbegaafde, die schatten van schoonheid gaf, heel zijn leven onafgebroken door, en die als een slaaf wrocht aan het werk dat hij nalaat, werk van meer dan zestig boekdeelen. Hij had den werklust van Balzac en kende geen ander genot dan den arbeid. Op het oogenblik dat hij in de clinique van Dr. Depage, te Brussel stierf – het was Vrijdag 13 Juni, te 7 uur ‘s avonds – droeg hij, ofschoon 68 jaar oud, al weer een nieuw boek in zijn hoofd, waarvoor hij noodig had Noorwegen te bezoeken, en hij was zich voor die reis aan ‘t voorbereiden.

             Den Gulden Winckel p.97-99 DBNL . Den Gulden Winckel. Jaargang 12

 

Geraadpleegde bronnen

Websites

Referenties

  • Christian Berg ‘De Frans-Belgische literatuur en haar ‘Vlaamse school’ (1830-1880). In: Ada Deprez: Walter Gobbers; Karel Wauters (red.): Hoofdstukken uit de Vlaamse letterkunde in de 19de eeuw. Deel 2. KANTL Gent 2001 p.109-110. 

 

SMAAKMAKER

Citations Sur son refus des étiquettes de genre littéraire

« Je me refuse à planter uniquement des choux dans mon jardin ; je n’entends pas être la vache broutant sa zone d’herbe autour de son piquet ; j’honore, mais sans envier de lui ressembler, le casseur de pierres voué à l’entretien d’un rayon départemental. Bref, lorsqu’il me serait lucratif et commode de me cantonner, à l’exemple d’autrui, dans un immusable périmètre – (les firmes fructueuses ne sont qu’à ce prix), – je m’évade vers de variables latitudes et rechigne à me laisser cataloguer sous une étiquette. »

— Camille Lemonnier, Esthétique, Dames de Volupté, 1892

 

BIBLIOGRAFIE

(Lemonnier heeft meer dan 70 volumes op zijn naam staan)

Deze bibliografie is onderverdeeld in

  • Chronologisch overzicht van de werken van Camille Lemonnier
  • Enkele posthume uitgaven
  • Overzicht van de vertalingen in het Nederlands.

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen.
  • Bibliographie des Ecrivains Français de Belgique 1881-1960.  Tome 3 (H-L),  établi par René Fayt, Colette Prins, Jeanne Blogie.  Sous la direction de Roger Brucher. Bruxelles, Palais des Académies. 1968. pp. 216-255.

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten, klikt u op de foto

Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1863 Salons de Bruxelles. (kunstkritiek) Bruxelles: Typographie de Ch. et A. Vanderauwera. -45p.
1866 Salon de Bruxelles. (kunstkritiek) Bruxelles: Eigen beheer. Lemonnier, 46 Chaussée d’Ixelles et chez tous les libraires. -59p.
1869 Nos Flamands. (essay-pamflet)
1869: 2de druk. Andere kaft bij C. Muquardt, Librairie européenne.
Bruxelles: Rozez. / Paris : E. Dentu. -238p.
1870 Le salon de Paris 1870. (kunstkritiek) Paris: Ve A. Morel & Cie libraires-éditeurs 13, rue Bonaparte ; (A Bruxelles : Typographie de M. Weissenbruch imprimeur du Roi). -247p.
1870 Croquis d’automne.
Illustrations par Eugène Verdyen.
Paris-Bruxelles (C. Muquardt). -102p.
Impr. P. –J. –D De Somer.
1870 1870 Paris-Berlin.
ANONIEM gepubliceerd.
 Bruxelles : Libr. J. Rozez, Muquardt, H. Merzbach. -39p.
1871 Sedan. (reportage littéraire)
1875 : Heruitgave ibidem in de reeks Bibliothèque Elégante.
1881: Heruitgegeven onder de titel ‘Les Charniers’, met voorwoord van Léon Cladel bij A. Lemerre, Parijs XXXIII+242p.
Vertalingen
1912: Vertaald in het Duits als ‘Aus den Tagen von Sedan’ door Peter Cornelius bij A. Juncker Verlag (Berlin)
z.d. : Vertaald in het Spaans als ‘La Carneceria’(Sédan), door Luis Marco Uitg. La Espana Moderna (Madrid)
1915: Vertaald in het Russisch als Na bratskih mogilah’ door A.F. Damanskoj Uitg. Prometej (St Petersburg)
 Bruxelles: Librairie C. Muquardt, H. Merbach. -244p.
1873 Contes flamands et wallons: scènes de la vie nationale. (verhalenbundel)
Bevat: La Saint-Nicolas du batelier; La Noël du petit joueur de violon. Un marriage en Brabant ; Bloementje ; La Sainte-Cathérine au moulin ; Le Thé de ma tante Michel.
1875: Herdruk te Parijs bij Librairie de la Societe des gens de lettres.
Vertalingen
1874 : Vertaald naar het Nederlands als ‘Vlaamsche en Waalsche vertellingen.Taferelen uit het volksleven’ door Jean Moruanx. Uitg. H. De Vos, Antwerpen.
1921 : Naar het Duits als ‘Schneeflöckchen. Eine Weinachtsgeschichte.’ door P. Cornelius Uitg. A. Juncker (Berlin)
Nota: Zie ook En Brabant. Verviers, Gilon 1878.
Bruxelles: Landsberger. -232p.

 
1874 Histoires de gras et de maigres. (verhalenbundel)
Bevat : Les Bons amis. Histoire merveilleuse de Tone Knop. Un bon tour. La fille aux cailloux (a paru d’abord sous le titre de Jeanne la Rousse, dans La Revue de Belgique en juill. 1870 et sous le titre. Histoire d’unefille folle , dans L’Art libre en 1872)
Nota : Zie ook ‘Les Bons amis’. Verviers, Gilon, 1880
Paris: Librairie de la Société des gens de lettres. / Bruxelles : Landsberger. -314p.
1875 Derrière le rideau. (Vertellingen)
Illustration par Félicien Rops
Bevat : Ma femme et moi. Ni chair ni poisson. Mes Maris de Mlle Nounouche. La Tâche noire. Feu follet. La Sonnette.
Paris: Casimir Pont. -319p.
1878 En Brabant: Le polichinelle . La Saint-Nicolas du batelier . Fleur-de-Blé . La Sainte-Catherine au moulin . Les Dettes du major.
Met voorwoorden van H. Taine, Ch. Deulin, H. Malot
1884: Nieuwe, herziene en gecorrigeerde uitgave. Ibidem.
Verviers: imp. et lib. Ernest Gilon. -96p.
Reeks: Bibliothèque Gilon. – Verviers; vol. 11
1878 G Courbet et son oeuvre : G. Courbet à la tour de Peilz: lettre de Paul Collin. (kunstkritiek)
Avec un portrait et cinq eaux fortes par P. Collin, Ch. Courtry, M. Desboutin, Trimolet et Waltner.
Eerder gepubliceerd, met enkele varianten, in L’Artiste, 27 januari en 24 februari 1878.
 Paris: A. Lemerre. -99p.
1878 Mes médailles. Les médailles d’en face. Notes sur L’Exposition universelle.
Zie ook : Les peintres de la vie. Paris, A. Savinne, 1888.
 Paris: Librairie générale. -144p.
1879 Un coin de village.
1874: Overdruk uit: La Revue de Belgique (Bruxelles)
1913 : Vertaald in het Duits als Ein Dorfwinkel door J.P. Ardeschah. Voorwoord van Georges Eekhoud bij E. Diedericks (Jena) -[X]+176p.
1880: Vertaald in het Nederlands als ‘Bij onze Zuid-Brabantsche boeren’ door W.D. Leen. Uitg. X. Havermans, Brussel.
 Paris: lib. A. Lemerre. -253p.
1879 Funérailles de Charles De Coster 1827-1879. Ixelles-Bruxelles: Impr. Hanique. -8p.
1880 Bébés et joujoux. Contes.
Bevat : La bataille des soldats de plomb et des soldats de bois. La Nuit de Noël. La Saint-Nicolas. Noël au village. Aventures d’un petit commissaire.
Dessins par Geoffroy et Becker
Paris: J. Hetzel, s.d. [1880]. *109p.
Reeks: Petite Bibliothèque blanche.
1880 Trois contes: La Sainte-Cathérine au moulin . La Noël du petit joueur de violon . Un mariage en Brabant. Verviers: imp. et lib. Ernest Gilon. -92p.
Reeks: Bibliothèque Gilon. – Verviers; vol. 46
1880 Les Bons amis.
1884:Nieuwe herziene en gecorrigeerde uitgave, ibidem.
Verviers: imp. et lib. Ernest Gilon. -95p.
Reeks: Bibliothèque Gilon. – Verviers; vol. 35
1881 Cinquante ans de liberté. T. III : Histoire des beaux-arts en Belgique. Peinture, sculpture, grabvure et architecture.
Nota: Het deel III bevat tevens ‘La musique en Belgique et les musiciens belges’ door Adolphe Samuel.
 Bruxelles : M. Weissenbruch. -423p.
1881 Un mâle. (roman)

Latere uitgaven
1881: ibidem met Eau forte van Constantin Meunier , s.d. [1881] -284p.
1888: édition définitive. Avec dessin de Xavier Mellery. Préface de J.H. Rosny, Paris, A . Savine. II+316p.
1892: bij E. Dentu, Paris in de reeks « Les Maîtres du roman » nr 71 –VII+220p.
1898: Paris, Mercure de France, -338p.
1904: Paris, P. Ollendorf Dessins de Géo Dupuis. Gravure de G.Lemoine. II-304p.
1921: Bruxelles, Société des Bibliophiles et iconophiles de Belgique -340p. met 35 originele lithografieën in kleur van Romeo Dumoulin.
1943: Bruxelles, Editions de l’Etoile. -284p.
1948: Paris, Albin Michel. -318p.
 Bruxelles : H. Kistemaeckers. -376p.
1881 Le Mort. (Roman)

Portrait de Lenain.
1887: Paris, A. Piaget. Onder de titel : ‘Le Mort. Le Doigt de Dieu. Le Vieux sonneur. L’Hôte de Quadvliet.’ Dessin de Constantin Meunier. (meerdere uitgaven 1887,1888)
1891 : Paris, E. Dentu titel : ‘Le Mort. L’Hôte de Quadvliet.’ Illustrations de José Roy. -237p.
s.d. [1903] : Le Mort. Illustrations en fac-similé des fusains de Constantin Meunier. Paris : Société d’editions d’arts « Le Livre et l’estampe »
Bruxelles : Librairie H. Kistemaeckers. Imp. A. Lefèvre : -167p.

Enkele uitgaven herwerkt als mini-drama:
1894: Le Mort. Minidrame en trois parties de C.L. et Paul Martinetti. Musique de Léon Du Bois. Bruxelles, Typographie-lithographie populaire. -17p.
1910 : Breitkopf et Härtel te Brussel.
1911 : Paris, La Renaissance du Livre.
1911 : Waalse bewerking door Lucian Colson onder de titel ‘Li R’mwerd’ Drame en deux actes . Hasselt, Fr. Olyff. -39p.
1882 Thérèse Monique. (roman)

Lettre-préface de Léon Cladel.
Publication partielle dans La Jeune Belgique, 1881-1882, pp.241-257.
Paris: G. Charpentier et Cie. -292p.
1882 Les petits contes: Un camarade d’enfance . Les Tribulations d’un pantin . Le grand Coco. Les compagnons. Bruxelles : Imp. et lib. Parent et Cie. -62p.

Reeks : Bibliothèque Belge illustrée.
1883 Inlandsche novellen. Volkstaferelen naar Em. Greyson en C.Lemonnier., door J. Morianx.

Met twee etsen van Th. Gérard en E. Van den Bussche.
Bevat: Klaas Nikker en Ste Katrien bij den molenaar
Roeselaere: De Seyn-Verhougstraete. S.d.[1883] -265p.
1884 Ni chair ni poisson. (verhalenbundel)

Lettre-préface de Georges Eekhoud
Bevat : Ni chair ni poisson. Feu-follet. Les Ombres chinoises. Les Illusions d’un Gilet-en-cœur. La Tâche noire. Les Maris de Mlle Nounouche. Le peintre Garou. Le Crime de Vendredi-Saint. L’Avant-dernier châpitre. Chapoteau assassin. Le Costume d’Adam. Le Collis 2775.
Bruxelles : A. Brancart. VIII +301p.
1885 Histoire de huit bêtes et d’une poupée.

Bevat : Jack et Murph. Les Mésaventures d’un hibou. Un ami fidèle. La Petite famille. Histoire d’un chardonneret prisonnier. Aventures d’un petit lapin blanc. Monsieur Friquet. Le Roman d’une poupée.
1912 : Vertaald in het Duits als Jack und Murph door P. Cornelius Uitg. Carl Konegen (Wenen)
1911: vertaald in het Engels door A.R. Allinson Illustraties door E.J. Detmold. Uitg. G. Allen (Londen)
1914 : Vertaald in het Italiaans. Uitg. Istituto Ed. Ital. (Milano).
Paris: J. Hetzel. S.d. [1885] – 143p.

Reeks: Petite Bibliothèque blanche. Education et récréation.
1885 L’Hystérique.(roman)

1905 : vertaald in het Duits als ‘Die Hysterische’ door Emil Singer Uitg. J.Hegner (Berlin-Leipzig).
 Paris: G. Charpentier et Cie. -356p.
1886 Happe-Chair. (roman)

1887 : Paris, G. Charpentier
1908 : Paris, Louis-Michaud. Met illustraties van Lobel-Riche -313p.
1932: herdruk bij Moorthamers te Brussel.
s.d. [1935]: Paris, Editions Verda (Frameries, Union des imprimeries).
Vertalingen :
1910 : Vertaald naar het Duits als ‘Der Eiserne Moloch’ door P. Cornelius Juncker Verlag (Berlin)
1924: Idem, bij Konzentration (Berlin)
1922: Vertaald naar het Russisch als ‘Zavod’ door A.N. Gorlina Uitg. Gos Izd. (Petrograd).- meerdere latere uitgaven.
1925: Tsjechische vertaling als ‘Moloch’ Uitg. Aventinum (Praag). -251p.
Paris: Ed. Monnier, de Brunhoff. -450p.
1886 Les Concubins. La Glèbe. Un Pèlerinage. Les Pidoux et les Colasse. (novellen)

Illustrations de Fernand Fau.
Nota : Zie ook Ceux de la glèbe. Paris, A. Savinne, 1889.
1959: Vertaald naar het Oekraiens door Mykola Meščerjale. Uitg. Goslitizdat Ukrainy-Vesela (Kiev)
 Paris: Ed . Monnier, de Brunhoff. -110p.

Reeks : Collection Nouvelle.
1887 Noëls flamands. (verhalen)

Bundeling van de verhalen eerder verschenen in ‘Contes flamands et Wallons’, ‘Histoires de gras et des maigres’ en ‘En Brabant’.
Bevat : La Saint-Nicolas du batelier. Fleur-de-Blé. Les Bons amis. Sainte- Catherine au moulin. Un marriage en Brabant. La Noël du petit joueur de violon. La Sainte-Catherine. Les Dettes du major. Le Thé de ma tante Michel.
Latere uitgaven
1899 : Bruxelles, G. Balat -174p. met onuitgegeven tekeningen van Alfred Hubert, Xavier Mellery, Henri Meunier, François Taelemans, Eugène Verdyen.
1945: Antwerpen, Editions Le papegay -114p.
Paris : Nouvelle librairie parisienne A. Savinne. -311p.
1888 La Belgique: ouvrage contenant 323 gravures sur bois et une carte.

Met o.a. gravures van Constantin Meunier
Bekroond met de Vijfjaarlijkse Prijs voor Literatuur.
Eerder gepubliceerd ‘Le Tour du Monde’ op 11 mei 1881-20 oktober 1886.
 Paris: Librairie Hachette. [VII]-756p.
1888  Madame Lupar : roman bourgeois. (roman)  Paris: G. Charpentier et Cie..-342p.
1888 L’enfant du Crapaud. (roman) Paris: E. Dentu. -315p.
1888 La comédie des jouets.

Dessins de G. Auriol, F. Bac, F. Fau, A. Gorguet en Steinlen.
Bevat : La Chasse de minuit. La Noël des jouets. L’Homme, la femme, le coq et l’arbre. Le Houx. Rose et Colas.
Paris: Librairie A. Piaget. -139p.
1888 Les peintres de la vie.

  1. Courbet et son œuvre
  2. Propos d’art
  3. Alfred Stevens et les quatre saisons
  4. Mes médailles. Les médailles d’en face.
  5. Salon de 1882
  6. Salon de 1884
  7. Adolphe Menzel
  8. Félicien Rops
Paris : A. Savinne. -315p.
1888 En Allemagne. Snsations d’ un passant. Paris : A la Librairie illustrée, Decaux, s.d. [1888] -323p.
1889 Ceux de la glèbe. (verhalenbundel)

Bevat: La Génèse. La Glèbe. Les Concubins. Les Pidoux et les Colasse. Le Pèlerinage. Le Suaire d’amour. Un Marché.
 Paris: Nouvelle Librairie parisienne A. Savine. -261p.
1890  Le Possédé. Etude passionnelle.  Paris: G. Charpentier et Cie. -348p.
1890 Les Joujoux parlants.

31 illustrations par Motty, P. Destez, J. Geoffroy, X. Mellery, L. Becker, Semeghini, Stechi.
Bevat : Ce que pensent les joujoux. La conversion de Polichinelle. La Maison rose. La Princesse Midja et le petit ramoneur. La Vie et les jouets. L’Histoire du coucou. Mademoiselle La Flamme. Ceux des autres. Monsieur Ron-Ron. Le ménage-chat. La Petite sœur.
Paris : J. hetzel s.d. [1892] -130p.

Reeks: Petite Bibliothèque blanche. Education et récréation.
1892 La fin des bourgeois. (roman)

1910 : heruitgave bij La Renaissance du Livre , Bruxelles.
Paris: E. Dentu. -338p.
1892 Dames de volupté. (novellen)

 
Bevat: Dames de volupté. La Belle Imperia. Le Corps de Christ. Le Cœur trépassé. L’Inconnu. Les Trois rois. Chair et esprit. Les Pâques du cœur. Psychologie d’hiver. L’Homme qui tue les femmes. Le Bonheur dans le désir. Une passion d’enfant. A la pension de Sœur Colette. La Dame voilée. Les Gâteaux des âmes. Les Frères homicides. La Haine dans l’amour. L’Amour dans la mort. Le Carillonneur. Esthétique.
1910 : Russische vertaling ‘Rasputnye damy i ih druz’ja’ door N. Verjazova Uitg . Suvorin (Sr. Petersburg).
Paris : Albert Savine. -324p.
1892 Bruxelles Paris : Librairie Hachette. -20p.

Reeks : Les Capitals du monde.
1893 Claudine Lamour. (roman)

Illustration de Chéret
1903: nieuwe uitgave ibidem in de reeks “Le Livre relié”.
1921: ibidem in de reeks “Les grands romans”.
Vertalingen
1912: Russisch ‘V’ Adu šantana’ door M. Verjasova St Petersburg
1925: Tsjechisch Claudina Lamourova? Uitg. Aventinum (Praag)
Paris: E. Dentu. -315p.

Reeks: Librairie de la Société des gens de letters.
1893 Le Bestiaire. Contes.

Bevat: Les Supercheries de théâtre. La rancun des Malicorps. La tête de mort. Les Pas de l’assassin. La Pension Saint-Amour. La Prêche. Après le crime. Le Terrible Magapour. La Peur. Dusépulcre. Le Merle. Le Champ. La Belle Titine. L’Eveil du sexe. Le Mal des bêtes. La Mère. Les Puits. Maison du père Grugeard. Le Riddyck. Les Yeux.
 Paris : Albert Savine. -324p.
1893 Paroles pour Georges Eekhoud par C.Lemonnier 28 octobre 1893. Bruxelles : P. Lacomblez. -16p.
1894 L’ironique amour. (verhalen)
Bevat: La belle Myositis. La petite Hyacinthe toute nue. L’Offrande amoureuze. Printemps vainqueur. La Petite Mousmé sans âme. Le Sacrifice pour l’honneur. Nuance. La Morte infidèle. La Cagnotte. Duport et Balarion. Le Culte de la mort. La Jungle. La Confidence impardonnée. Soir des âges. Maison près d’une rivière. Chair statuaire. Les Mouettes. Le Symbole. La Princesse Viola.
Paris: E. Dentu. s.d; [1894] -334p.
1894 L’arche : Journal d’une maman. (roman)
1901: Vertaald in het Nederlands als ‘De Ark’, door Agnes. Uitgever: Wenk en Birkhoff, Rotterdam
1906: tweede goedkope uitgave bij Meindert-Boogaerdt, Rotterdam -206p.
Paris: E. Dentu. -340p.
1894 Charles De Coster. (Inauguration du monument élevé par l’Administration communale d’Ixelles), 22 juillet 1894.
[bevat eveneens de teksten van Van Arenbergh, H. Denis en Ch. De Coster)
 Bruxelles: P. Lacombier. -47p.
1895 La Faute de Madame Charvet. (roman)
1908 : Heruitgave bij E. Flammarion (Paris) – reeks ‘Auteurs célèbres à 60 cents’
1927 : heruitgave bij La Renaissance du Livre, Bruxelles
 Paris: E. Dentu. -293p.
1897 L’Aumône d’amour.
Illustrations de Marold et Mittis
Paris : Librairie Borel, E. Guillaume -85p.
Reeks : Lotus bleu.
1897 La légende de vie: l’ile vierge.
Illustrations de Cortazzo
Paris: E. Dentu. -388p.
1897 L’Homme en amour. (roman)
1901 : Nouvelle édition avec une préface de Edmond Picard, Paris, Société d’éditions littéraires et artistiques, P. Ollendorff -307p.
1925 : Nouvelle édition avec une préface de Edmond Picard, Paris, Albin Michel, s.d. [1925]
Vertalingen
z.d. : Duits, ‘Die Liebe im Menschen’ door Paul Adler , Inleiding Stefan Zweig. Uitg. J. Hegner (Leipzig)
1910: Russisch, V Plenu strasi door S. Lopašova Uig. Zveno (Moskou)
1925: Tsjechisch, Muž a láska Uitg. Aventinum (Praag)
Paris: Librairie Paul Ollendorff. -307p.
1898 La petite femme de la mer. (verhalen)
Bevat : La petite femme de la mer. Dans la forêt. Maggy. Après-midi d’été. Les Roses. Eden. Le Sacrifice. La Maison de ma vie. La Chanson d’éternité. La fileuse de minuit. La jeune fille à la fénêtre. Les Pas. Neuf Chansons de Flandre. Le Mortel amour. Paul. La mystérieuse image. A Laudes. Le Hameau. Devant Chanaan. Manou.
Paris: Société du Mercure de France. -278p.
1898 La vie secrète. Contes.
Bevat : Laodice. Ombres amoureuses. Le Jardin de la mort. L’âme captive. La Morte vivante. L’Ombre nuptiales. Le Sens du mystère. Les Yeux du pauvre. Le Sacrifice. L’Amour vainqueur de la mort. Le Succube. Le Saint lapidé. L’’Ame des foules. La communion amoureuse. M’ami. Les Rois. Le bienfeit pardonné. La femme au bonnet vert. Le Passant providentiel. L’Heure hallucinante. L’Inévitable rencontre. La funèbre idole.
 Paris: Librairie Paul Ollendorff. -304p.
1898  Hommage (à Isidore Verheyden). 18 juni 1898.  Ixelles : Imprimerie C. Van Herck . 6p.
1899 Une femme : roman
Illustrations de Bigot-Valentin, gravées par Bourdon et Keilhauer.
 Paris: E. Flammarion. -306p.
1899 Adam et Eve. (roman)
1911 : vertaald in het Russisch als ‘Adam i Eva’ door S. Lopašova Uitg. Sfinks (Moskou).
1913: vertaald in het Tjechisch als ‘Adam o Eva’ door Josef Marek Uitg. R. Vilinek (Praag).
Paris: Librairie Paul Ollendorff. -328p.
1899 Théâtre. Le Mort. Les Mains. Les Yeux qui ont vu. Paris: Librairie Paul Ollendorff. [VII-233p.
1900 Au cœur frais de la forêt. (roman)
s.d. [1914] : idem in de reeks « Collections des grands romans à 1 franc »
1922 : Paris, G. et A. Mornay, in de reeks : « Les beaux livres » nr 13 (Houtsneden van Henri Barthelemy)
1944 : Bruxelles, La Renaissance du Livre. -236p.
Paris: Librairie Paul Ollendorff. -314p.
1900 Le bon amour.
Illustraties: V. Mignot.
Paris: Librairie Paul Ollendorff. -179p.
Reeks: Collection Ollendorff illustrée.
1900 C’était l’été… contes
Bevat : Le vent chaud de l’été. L’Ame de Veere. Le Pain. Derrière la fénêtre. Le Port. La Monte. Sous la Lampe. Quelq’un dans la maison. Le Rire de Lurette. Data. La Bonne journée. Gim. Une Mère.
 Paris: Librairie Paul Ollendorff. -310p.
1901 Le vent dans les moulins. Roman
1923 : Vertaald in het Duits als ‘Es geht ein Wind durch die Mühlen’, door P. Cornelius. Uitg. Juncker Verlan (Berlin)
z.d. : vertaald in het Nederlands als ‘Wind op de molens’ door Antoon Thiry. Uitg. Middelburg: G.W. Den Boer. -242p.
 Paris: Librairie Paul Ollendorff. -310p.
1901 Le sang et les roses. Roman Paris: Librairie Paul Ollendorff. -329p.
1901 Chansons de Flandres.
Musique de Léon Du Bois, Louis Delune, François Beaucq, Edgard Leclercq.
Illustrations par Emile Claus
Bruxelles : C. Kerkhofs, s.d. [1901]. -30p.
1902 Les deux Consciences, roman. Paris: Librairie Paul Ollendorff. -309p.
1903 Comme va le ruisseau. (roman)
1911 : Heruitgave bij P. Lafitte, Parijs. Illustraties Géo Dupuis. Reeks : Idéal Bibliothèque nr 24
1944 : Heruitgave bij Labor te Brussel.
Paris: Librairie Paul Ollendorff. -243p.
1903 Poupées d’amour. Contes.
Bevat : Poupées d’amour. Yeta. Eva. La première maîtresse. Petits vieux. L’Homme. Paysans de Flandre. L’Offence mutuelle. L’Aveu. Le Mari. Le Mal d’espérer. Le plus beau jour. Le Drame. Jean l’apôtre. Le Père. L’Annonciateur de l’hiver. L’Institutrice. La Bonne mort. Dans la lande. La Paysanne amoureuse. La Maison de verre. L’Ancêtre.
1904 : Vertaald in het Duits als ‘Liebespuppen’. Wiener Verlag (Wenen)
Paris: Librairie Paul Ollendorff. -288p.
1903 Le petit homme de Dieu. Roman
1912 : Vertaald in het Duits als ‘Der kleine Nazarener ‘door Peter Cornelius. Uitge. A. Juncker Verlag (Berlijn)
1921 : Vertaald in het Nederland als ‘Het ventje van Onzen-Lieven-Heer’. Naverteld door Antoon Thiry. Houtsneden van Jozef Cantré. Uitg. Van Loghum Slaterus. Arnhem,
1925: vertaald in het Russisch als ‘Veseloe Bogomole ‘ door K. Ziharevoj Uitg. Sejatel (Leningrad)
Paris: Librairie Paul Ollendorff. -282p.
1903 Camille Lemonnier. Anthologie des écrivains belge de langue française. Bruxelles : A.E.B., Impri. Dechenne -147p.
1904 Constantin Meunier : sculpteur et peintre. Monographie. Paris: H.Floury.-139p.
Reeks: Etudes sur quelques artistes originaux.
1904 L’amant passionné.
1912: Vertaald in het Duits als ‘Paul und Paulette’ door Beatrice Sacks Uitg. Xenien Verlag (Leipzig)
Paris: Eug. Fasquelle. -283p.
Reeks: Bibliothèque. Charpentier
1904 Le droit au bonheur. (Roman)
1920 : Vertaald in het Duits als ‘Das Recht auf Glück’ door peter Cornelius. Uitg. Axel Juncker Verlag (Berlin)
1925: Vertaald in het Tsjechisch als ‘Pravo na štešti’ Uitg. Aventinum (Praag)
Paris: Librairie Paul Ollendorff. -319p.
1907: Herwerkt tot toneelstuk
Le droit au bonheur. Pièce en deux actes par C.L. et Pierre Soulaine. Paris, Charpentier et Fasquelle. -63p.
1904 La jeune fille à la fénêtre. Prose lyrique mise en musique par Eugène Samuel[…]
Avant-propos de’Eugène Baie
 Bruxelles : Breitkopf et Härtel., s.d. [1904]. -67p.
1905  La vie belge. Souvenirs. Paris: Eug. Fasquelle. -293p.
Reeks: Bibliothèque. Charpentier
1905 Henri de Braekeleer: peintre de la lumière. (Conférence – Monografie) Bruxelles: G. Van Oest et Cie. -43p.
Reeks: Collection des artistes belges contemporains.
1906 L’école belge de peinture 1830-1905. Bruxelles: Librairie nationale d’art et d’histoire G. Van Oest et Cie. -239p.
1906 Alfred Stevens et son oeuvre, suivi des: Impressions sur la peinture, par Alfred Stevens.. (Monografie) Bruxelles: Librairie nationale d’art et d’histoire G. Van Oest et Cie. -56 p. + 42 pltn, ill.
1906 Tante Amy. (roman) Paris: Eug. Fasquelle. -235p.
Reeks: Bibliothèque. Charpentier
1906 Les Maris de Mlle Nounouche. Histoire de chats.
Soixante-cinq aquarelles de A. Vimar.
Paris : J. Doucet, [H. Floury] -149p.
1906 L’Hallali. Roman inédit.
Illustrations de Lobel-Rich
1944: Heruitgave bij Editions de l’Etoile, Bruxelles.
Paris : Louis-Michaud, s.d. [1906]. -312p.
1907 Quand j’étais homme : cahiers d’une femme. (roman)
1910 : Vertaald in het Duits als ‘Warum ich Männerkleider trug. Erlebnisse einer Frau’ door P. Cornelius. Voorwoord van Stefan Zweig. A. Juncker Verlag (Berlin)
1909 : Vertaald in het Russisch als ‘Kogda ja byla Muzanoj’ door Z. Zuravskoj Uitgaverij Zapad (Moskou)
1914: idem bij Uitg. Prometej (St Petersburg).
1925: Tsjechische vertaling als ‘Kolyž jsem byla mužem’ bij Aventinum (Praag)
Paris : Louis-Michaud. -308p.
Reeks: Collection des artistes belges contemporains.
1908 Félicien Rops : l’homme et l’artiste. Monographie. Paris : H. Floury. -234p.
Reeks: Etudes sur quelques artistes originaux.
1908  Émile Claus. Monographie. Bruxelles: G. Van Oest et Cie : (imprimerie J.-E. Buschmann ; à Anvers). -71p.
Reeks: Collection des artistes belges contemporains.
1908 L’École belge de peinture (1830-1905) (essay) Bruxelles: G. Van Oest et Cie. -239 p., [101] p.pl.
1909 La maison qui dort. Au beau pays de Flandre. Mon ami. Paris: Eug. Fasquelle. -313p.
Reeks: Bibliothèque. Charpentier
1910 Amants joyeux
Illustrations de Bigot-Valentin.
Paris: E. Flammarion, s.d. [1910] -102p.
Reeks: Collection illustrée à 0.95 nr 6
1911 La Chanson du carillon. (roman)
1921 : heruitgave, ibidem met illustraties van Marcel Le Coultre. iN de reeks « Idéal Bibliothèque ».
1944: heruitgave bij Editions de L’Etoile, Bruxelles.
Vertalingen
1933 : Vertaald in het Italiaans als Canzone di campane door Girolamo Lazzeri Utg. Rizzoli (Milaan)
 Paris : P. Lafitte & cie. -347p.
1912 Edénie. Tragédie lyrique en quatre actes.
Musique de Léon Du Bois.
1913 : Duitse en Nederlandse vertaling. Edenie. Tragédie lyrique en quatre actes.[…] Rythmische vertaling van Leo van Riel. Deutsche Nachdichtung und Bearbeitung von P. Cornelius. Bruxelles, Breitkof et Härtel, s.d. [1913] -314p.
1912 : Nederlandse vertaling ‘Edenië. Lyrisch treurspel in vier akten. Woorden van Camille Lemonnier. Muziek van Leo Du Bois. Rythmische vertaling van Leo van Riel. Anvers, Remes et Peppe. -46p.
 Bruxelles: O. Lamberty. S.d. [1912] -104p.

 POSTHUME UITGAVEN

1945 Une Vie d’écrivain. Mes souvenirs.

Préface de Léon Bazalgette.
1994: heruitgave door Brussel: Académie Royale de langue et de littérature françaises.
Bruxelles: Labor. -262p.
2013 La minute du bonheur et autres pages retrouvees.

Een bundel onuitgegeven kortverhalen van Lemonnier werd uitgegeven en van commentaar voorzien door Jacques Detemmerman en Gilbert Stevens
Brussel: Académie Royale de langue et de littérature françaises, -ed. Samsa. -430p.

VERTAALD IN HET NEDERLANDS

1874 Vlaamsche en Waalsche vertellingen. Taferelen uit het volksleven.

Vertaald door J. Moruanx.
Oorspronkelijke titel: Contes flamands et wallons: scènes de la vie nationale. (1873)
Antwerpen: H. De Vos. -128p.
1880 Bij onze Zuid-Brabantsche boeren.

Vertaald door W.D. Leen.
Oorspronkelijke titel: Un coin de village. (1879)
Brussel: X. Havermans. -
1883 Inlandsche novellen. Volkstaferelen naar Em. Greyson en C.Lemonnier.,

Vertaald door J. Moruanx.
Met twee etsen van Th. Gérard en E. Van den Bussche.
Bevat: Klaas Nikker en Ste Katrien bij den molenaar.
Roeselaere: De Seyn-Verhougstraete. S.d.[1883] -265p.
1885 Antwerpen en zijn merkwaardigheden. Naar het Fransch van Camille Lemonnier. Haarlem: H.D. Tjeenk Willink. -84p.
1901 De Ark

Vertaald door Agnes.
Oorspronkelijke titel: L’arche : Journal d’une maman.(1894)
1906: tweede goedkope uitgave bij Meindert-Boogaerdt, Rotterdam -206p.
 Rotterdam: Wenk en Birkhoff,
 z.d. Wind op de molens.

Vertaald in het Nederlands door Antoon Thiry.
Oorspronkelijke titel: Le vent dans les moulins.(1901)
 Middelburg: G.W. Den Boer. -242p.
1912 Edenië. Lyrisch treurspel in vier akten. Woorden van Camille Lemonnier. MuzieK van Leo Du Bois. Rythmische vertaling van Leo van Riel.

Oorspronkelijke titel : Edénie . Tragédie lyrique en quatre actes (1912).
1913: Duitse en Nederlandse vertaling. Edenie.Tragédie lyrique en quatre actes.[…] Rythmische vertaling van Leo van Riel. Deutsche Nachdichtung und Bearbeitung von P. Cornelius. Bruxelles, Breitkof et Härtel, s.d. [1913] -314p.
Antwerpen: Remes en Peppe. -46p.
1921 Het ventje van Onzen-Lieven-Heer.

Naverteld door Antoon Thiry.
Houtsneden van Jozef Cantré.
Oorspronkelijke titel: Le petit homme de Dieu (1903)
 Thiry antoon 11 Arnhem: N.V. Uitgevers-Maatschappij Van Loghum Slaterus & Visser. -245p.
Afmetingen: 19.40 x 13.30 (gebonden – harde geïlllustreerde kaft)
Colofon: van dit werk werden dertig exemplaren gedrukt op zwaar van Gelder, genummerd van I tot XXX.

 

1926 Het slapende huis.

Vertaald door Titia Gorter
Oorspronkelijke titel: La maison qui dort (1909).
Met houtsneden van Joris Minne.
Amsterdam: Uitgeverij Prometheus. -137 p. : ill.

Genummerde oplage op Hollandsch De Charro-papier van 75 exemplaren
Afmetingen: 15 x 12