Maakt deel uit van: Van-Nu-en-Straks
STIJN STREUVELS
Heule, 3 oktober 1871 – Ingooigem, 15 augustus 1969
Eig. Franciscus, Petrus, Maria Lateur, Vlaams prozaschrijver (Ps. Pijm) .
BIOGRAFIE
3 oktober 1871: Geboren te Heule als tweede kind in het gezin Lateur-Gezelle. Later kwamen er nog twee kinderen, waaronder Karel Lateur, die een verdienstelijk beeldhouwer zou worden.
- Franks vader Camiel Lateur was kleermaker. In 1865 huwde hij in het Noord-Franse Roubaix met Louise Gezelle, een zuster van de dichter Guido Gezelle. Onder bedreiging van de Duits-Franse oorlog vluchtte het paar in april van 1871 naar het voorouderlijke Heule. Camiel vestigde zich er als kleermaker.
- Hij liep school in Heule en Avelgem. Hij aardde echter niet op school en ging als leerling-bakker de stiel leren eerst in Avelgem en later in Kortrijk en Brugge. Hij leerde op eigen kracht Engels, Duits, Deens en Russisch en ontdekte op die manier als selfmade-man de wereldliteratuur.
1883: Op twaalfjarige leeftijd werd Frank te Avelgem op school geplaatst in het ‘Pensionnat du Bienheureux Jean Berchmans’. Het studeren ging hem echter niet goed af en na drie schooljaren stopte hij zijn studies. Toch had een attente leraar zijn literair talent opgemerkt. Nog te jong werd hij tegen het reglement in toegelaten tot de literaire kring, de ‘Cercle littéraire’ van het instituut.
1886: Verliet de school om bakkerjongen te worden. De stiel zou hij leren bij Jantje Verdure. In de gelijknamige novelle beschrijft hij deze periode met toewijding. De geur van het verse brood komt uit de tekst aangewaaid. Verdere studie te Kortrijk en de ‘fijne stiel van het banketbakken’ te Brugge.
Begin 1887: Vader Lateur neemt in Avelgem de voorouderlijke bakkerij over van twee ooms. Op 11 mei 1887 vestigde de familie zich in de bakkerij. In de jaren die volgden maakte Frank een hele evolutie door: van bakker tot schrijver.
- Frank nam deel aan de culturele bedrijvigheid van het dorp: hij spelend lid van de toneelkring “Hoop in de toekomst” en bij muziekuitvoeringen kon je zijn felle baritonstem beluisteren.
- Tijdens deze periode ontstond zijn belangstelling voor literatuur. Hij had een abonnement op ‘Le Magasin littéraire’ (uitgegeven door boekhandel Siffer te Gent. Ontdekte Vondel, Dante en Milton die tot zijn verbazing allemaal over hel, vagevuur en paradijs geschreven hadden. Hij ontdekte in de goedkope Reklam Bibliothek de wereldliteratuur voor 10 pfennig het stuk en begon Duits te studeren. Hij ontdekte ook de Penny-Editions en legde zich toe op het Engels. En wanneer hij Björnson had gelezen en kennis had gekregen van de Scandinavische en Russische literatuur opende zich voor hem een andere wereld.
- We kunnen ons voorstellen hoe de jonge Streuvels ’s avonds, na volbrachte dagtaak, alleen onder de schijn van de lamp zat, en opgenomen werd in een voor hem geheimzinnige wereld die buiten het leven van elke dag lag.
1895: Debuut in De Jonge Vlaming, (Brussel 1894-1895) één van de talrijke jongerentijdschriften in een aangolvende culturele en maatschappelijke vernieuwingsbeweging.
- ‘November-Idylle’ geschreven in november 1894 is de eerste novelle die Stijn Streuvels publiceerde op 7 april 1895 in ‘De Jonge Vlaming’ onder schuilnaam Pijm.
- Zij werd in maart 1897 herdrukt in Biekorf onder haar definitieve titel ‘In den voorwinter’ en aldus in 1899 opgenomen in zijn eerste bundel ‘Lenteleven‘, gepubliceerd te Maldegem bij Victor Delille in de Duimpjesuitgaven. Zie ook de gelegenheidsuitgave van de Provinciale overheid van West-Vlaanderen in 1970.
‘De Jonge Vlaming’ ging echter vrij vlug ter ziele. Streuvels stuurde daarna zijn proza naar “Vlaams en Vrij” een Antwerps blad, dat zijn bijdragen gretig afnam.
1896: Door de groep rond Van Nu en Straks ontdekt. Op zekere dag kreeg hij een brief van Karel van de Woestijne. Ze hadden de bijdragen in “Vlaams en Vrij” gelezen: “ge schijnt ons daar een lelie midden onkruid op een mesthoop”.
Kort daarop ontmoette Streuvels van de Woestijne en Emmanuel De Bom te Gent. Bij het afscheid aan de trein vroeg De Bom hem wat hij zoal uitrichtte in het dorp. Het antwoord: ‘Ik ben bakker, mijnheer’ deed een aangedane De Bom de trein nakijken.
De eerste bijdragen in het tijdschrift Van Nu en Straks ‘Een ongeluk’ en ‘Het einde’ zijn geheel in de geest en de stijl van het tijdschrift geconcipieerd: korte realistisch-naturalistische schetsen.
Zware druk vanuit de conservatieve, puriteins katholieke omgeving –voornamelijk via zijn oom Guido Gezelle- om zijn medewerking aan het goddeloze, anarchistische blad te staken, haalden niets uit. De schrijver Stijn Streuvels zou koppig op de ingeslagen weg voortgaan.
1897: Verdere publicaties in Van Nu en Straks: ‘Slenteren’, ‘Wit leven’ en ‘Op den dool’
1899: Publicatie van zijn eerste verhalenbundel “Lenteleven”, jaarlijks gevolgd door nieuw werk.
- De benaming ‘realist’ die uitgever De Lillle in zijn nawoord aan de auteur had gegeven, bleek een steen des aanstoots te zijn voor de katholieke kritiek in Vlaanderen. In het gezaghebbende tijdschrift ‘Belfort’ slingerden J. Jacobs en Fr. Drijvers hun banvloek van pornograaf over Streuvels en plaatsten hem aldus op de zwarte lijst ‘der te mijden auteurs’.
- Streuvels verbittering over zoveel dogmatische kortzichtigheid werd getemperd door de openlijke steun van de priesters August Cuppens en Hugo Verriest in 1900 in de tijdschriften Dietsche Warande en Belfort en De Nieuwe Tijd. Ook Pol de Mont en Lode Baekelmans waren enthousiast. Hegenscheidt schreef een uitvoerig en scherpzinnig essay dat door de Noordnederlandse uitgever L.J. Veen afzonderlijk werd uitgegeven om Lenteleven in Nederland te verspreiden.
1900: Verschijnt de novelle “De Oogst”, die de naam van Streuvels voorgoed zou vestigen. De novelle is ook te vinden in zijn derde publicatie “Zonnetij”.
Met “De Oogst” hebben we een eerste glanspunt in het oeuvre van Streuvels. Streuvels beschrijft het meesterschap van de grond en haar verwante de zon over de mens. Voor het eerst vindt hij zijn eigen taal om de tragiek van de dwingende aarde te beschrijven.
1902: Een eerste roman: “Langs de wegen”: een mijlpaal in zijn werk. Voor het eerst slaagt hij erin om het grote thema van zijn werk – de grote eenheid mens-aarde als een kosmisch geheel- weer te geven.
1903: Werd hij redacteur bij het tijdschrift “Vlaanderen“. Zo kon hij het beroep van bakker vaarwel zeggen.
1904: Bouw van het Lijsternest.
1905: Huwde en nam zijn intrek in het Lijsternest te Ingooigem, waar hij de meer dan 60 jaar heeft geleefd en gewerkt.
1906: Ontving de Vijfjaarlijkse Staatsprijs voor de periode 1900-1904.
1907: Publicatie van “De Vlaschaard”: een hoogtepunt in het oeuvre van Streuvels, een mijlpaal in de Vlaamse letterkunde.
- Met het generatieconflict tussen vader en zoon als uitgangspunt ontleedt Streuvels de menselijke machtsverhoudingen. Het kon een Griekse tragedie zijn: de machtsdrift van de vader maakt diens zoon tot slachtoffer; het neervallen van de zoon veroorzaakt de val van de vader. Typerend voor Streuvels is dat hij dit psychologisch conflict voorstelt als een natuurverschijnsel binnen de natuurlijke loop der dingen in hun onverstoorbare orde.
Na “De Vlaschaard” verlegt Streuvels enigszins zijn werkterrein. Er komt een bewerking van ‘Reinaert de Vos’, wat verhalenbundels, maar Streuvels aandacht gaat meer uit naar kinderen.
1911: Verschijnt “Het Kerstekind”. Er zullen er nog verschillende volgen: ‘De Morgenstond’ (1912), ‘Prutske’ (1922).
Werd lid van de Koninklijke Vlaamse Academie en maakte samen met zijn vrouw een reis door Frankrijk.
Kreeg voor een tweede keer de Vijfjaarlijkse Staatsprijs voor de periode 1905-1909.
1914-1918: Net voor het uitbreken van WOI publiceert Streuvels nog “Dorpslucht”. Ook hieruit blijkt hoe Streuvels er naar streeft om zijn werk te vernieuwen. Een hele reeks nieuwe personages komen het boek stofferen: pastoor en onderpastoor, een dokter, een rentenier enz.
Gedurende de oorlog komt er geen nieuw literair werk. Wel publiceerde hij een soort dagboek, dat loopt van augustus tot en met december 1914: “In Oorlogstijd”.
- Het veroorzaakt enige commotie en de Duitse overheden verbieden de verkoop.
Hij vertaalt de ‘Vlaamse Vertelsels’ van Charles De Coster en wijdt zich aan het samenstellen van “Genoveva van Brabant” dat na de oorlog verscheen.
1926: De bundel ‘Werkmenschen’ bevat een nieuw verhaal dat meteen een derde hoogtepunt is in het werk van Streuvels: “Het leven en de dood in de Ast”.
Het werk laat ons Streuvels grote scheppende kracht zien en biedt ons een inzicht in zijn eigen schrijversnatuur: over ‘De Oogst’, ‘Langs de wegen’, ‘De Vlaschaard’ naar ‘Het leven en dood in de Ast’ zien we de miserie van de dompelaar van de aarde evolueren naar de tot gewoonte verworden slavernij van de arbeider.
1927: “De Teleurgang van de Waterhoek”. Streuvels’ Scheldeboek. Het verhaal van een hechte volkse gemeenschap die zich verzet tegen de aanleg van een steenweg en het bouwen van een brug en die strijd verliest. Tegen deze achtergrond ontspint zich een liefdesgeschiedenis tussen het sensuele dorpsmeisje Mira en de jonge ingenieur Maurice.
Het blijft opvallen dat in de 2de herziene druk (1939) talrijke passages zijn geschrapt, vooral die passages die tamelijk essentieel zijn voor de relatie Mira-Maurice.
…”Dan maar liever zitten denken, van den wellust genieten – zondigen door begeerte. Hij kon er niet buiten, onderging het als heete koorts: het aanvoelen van hare plooibare, taaimalsche vormen, de verzoeking die van heel hare vrouwelijke gestalte uitging, was hem eene behoefte als eten en ademen. Zijn wil bleef machteloos tegen zijn vleesch, – hij had ervan genoten en moest er weer van genieten – hij zocht de bedwelming ziujner zinnen, gelijk de dronkaard die aan alcohol verslaafd is.” (p.263 1ste druk – pp.242-243 Manteau 1999)
In 1999 bracht de uitgeverij Manteau een tekstkritische editie op de markt verzorgd door Marcel De Smedt en Edward Van Houtte.
1930: In de jaren dertig reisde hij o.a. naar Palestina (Jeruzalem, Bethlehem), Egypte en Duitsland. Verder was hij ook nog in Napels en in Arles, waar hij Mistral ontmoette.
1935: Ontving de grote Staatsprijs voor Letterkunde voor zijn gezamenlijk werk.
1936: Kreeg in Hamburg de Rembrandtprijs toegekend.
1938: Was als eregast op het PEN-congres te Praag.
1940-1944
- In ‘Als een oude Germaanse eik’ noemde Hedwig Speliers Streuvels nu eens een ‘passieve collaborateur’, dan weer een ‘afgeleide fascist’. Toch kunnen deze beweringen in laatste instantie niet hard worden gemaakt.
- In de Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging wordt Streuvels een politieke oppportunist genoemd, die vooral uit was op het bevorderen van zijn eigen carrière als schrijver en zich verder het liefst verre hield van de concrete, actieve politiek. Het was zijn ding niet en je kreeg er alleen maar miserie mee.
- Alle uitnodigingen voor lezingen, bezoeken of ophalen van onderscheidingen weden systematisch geweigerd. Het volstond dat zijn werk werd vertaald en uitgegeven.
- In hun boek De Vlaschaard 1943 geven Roel Vande Winkel en Ine van Linthout aan hoe dun de lijn is die Streuvels loopt. Hij weet dat de Nazi’s met hem dwepen, dat zijn werk gebruikt wordt voor propagandadoeleinden, hij laat zich eerbewijzen en eredoctoraten welgevallen, maar gaat ze niet in ontvangst nemen. Wanneer een Duitse delegatie hem in 1941 in het Lijsternest opzoekt om hem zijn universitaire eredoctoraat te overhandigen, geeft hij niet thuis.
1941: Gaat in op de Duitse vraag naar een verfilming van zijn meesterwerk uit 1907: De Vlaschaard.
- Wanneer de film in 1943 in première gaat is de kritiek over het algemeen lovend, zowel in Vlaanderen als in Duitsland. Alleen SS-bladen vinden dat er te weinig bodem en bloed inzit en teveel focus op het individuele.
- De geïnteresseerde kijker kan zichzelf een oordeel vormen, want de film werd heruitgegeven op dvd in 2007
1950: Ontving de Prijs Scriptores Catholici.
1962: Werd hem voor zijn hele oeuvre de Prijs der Nederlandse Letteren toegekend
Hij werd doctor honoris causa aan de universiteit van Leuven, Münster en Pretoria.
15 augustus 1969: Overlijden te Ingooigem
Zijn werk in vogelvlucht:
In de loop van de jaren verschenen meer dan 50 werken van zijn hand.
- Zijn eerste periode, tot ongeveer 1902, kenmerkt zich door zijn bewondering voor de natuur, die hij impressionistisch beschreef in “Zomerland” en “Zonnetij” uit 1900.
- De novelle “De Oogst” is hierin een eerste veelbelovend glanspunt.
- Dit mondt uit in een eerste roman “Langs de Wegen” (1902) waarin hij er voor het eerst in slaagt om het grote thema van zijn werk – de eenheid mens-aarde als een kosmisch geheel- weer te geven.
- Hierna werd hij een allesziend waarnemer van eenvoudige mensen, zo o.a. in “Minnehandel” (1903) en “Dorpsgeheimen” (1904).
- “De Vlaschaard” (1907) is een volgend hoogtepunt waar hij de klemtoon legt op de verbondenheid van mens en natuur.
- In “Prutske” (1922) en “Alma met de vlassen haren” (1931) gaat zijn aandacht dan weer uit naar de psyche van het kind.
- Zijn meesterwerk is “Leven en dood in den ast”, verschenen in de bundel “Werkmenschen” uit 1926. Hierin wordt het probleem van de zin van het leven op magistrale wijze benaderd.
- In zijn laatste periode hield hij zich voornamelijk bezig met het schrijven van memoires.
Meer over Streuvels
- Deprez, A. 1985. ‘Stijn Streuvels’. In: G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse (red.). De Nederlandse en Vlaamse auteurs. Van middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs. Weesp: De Haan.
- Speliers, Hedwig. 1994. Dag Streuvels. ‘Ik ken den weg alleen’. Leuven: Kritak.
- Speliers, Hedwig. 1999. Als een oude Germaanse eik. Stijn Streuvels en Duitsland. Antwerpen: Manteau.
GERAADPLEEGDE BRONNEN
Websites
- NEDWEB/Literatuur in context – Streuvels, Stijn
- www.streuvels.nl/
- Provinciaal Museum Stijn Streuvels ‘Het Lijsternest’
- Het Stijn Streuvels genootschap
- Vlaamse schrijvers/Louis Jacobs: Stijn Streuvels
Referenties
- Filip de Pillecijn, Stijn Streuvels, In: Ontmoetingen nr 6. Uitgeverij Desclée de Brouwer 1968, 43p.
- Prof. Dr. L. Vervliet Van Nu en Straks. In: Prof. Dr. M. Rutten; Prof. Dr. J. Weisgerber (red.): Van “Arm Vlaanderen” tot “De voorstad groeit” 1888-1946. Standaard Uitgeverij 1988 pp.139-149.
SMAAKMAKER
Vaak begint Streuvels zijn romans met een onvergetelijke natuurbeschrijving.
Uit ‘De Vlaschaard’ (1907)
De zware, grijze luct bleef wegen over de wereld. Eendikte, opgestapelde mist, van beneden tot in de opperste luchtlagen, drukte die grove last als een onverroerbaar weedom, eene treurnis zonder einde of uitzicht. Dagenlang bleef alles dof en donker. Dan kwam de wind, onverwachts losgelaten, en zweepte wolken regenstof die rakelings over den grond schoeren en de velden begispten en begeeselden. Het vlakke land lag er afgebakend in zijn nauwen einder, overwaterd met mist, onnutig, zoppenat, eenzaam, onmeedoogend aan de wreede elementen overgelaten, als eene woestenij in den aanvang van den jongsten dag.
[…]
De lucht was vol nattigheid; mist en waterstof, ’t zweefde in slunsen en drendels voor den wind weg en daarin draaiden en wentewiekten de kraaien als doodzonden zoo zwart en ze schreeuwden de eenbaarlijke triestigheid in wilde kreten over ’t land.
Uit: Onze Streek’ (1910)
Hoog in de lucht, over grondelooze diepten en onmetelijke verten vol duisternis, in de doodsstilte van tijd- en ruimteloozen nacht – over een onvolschapen, vernietigd of vergane wereld- in het schrikwekkend vreemde zonder begin of einde, wordt elken morgen het licht geboren. Als een felle, onversaagde ridder uitgerust ten kampstrijde, als een heir in slagorde, daagt de macht op en rukt het leger met gevelde spietsen de oosterpoorten uit. Dan vangt de worsteling aan en straks spuwen de vuurmonden hun roode adem over het onmetelijk krijgsveld. De vijand wijkt – het licht overwint de duisternis en zegepralend heft de zon haar gulden hoofd ten Oosten boven de heuvelkimmen. De dag is daar !
Uit: ‘De Teleurgang van den Waterhoek’ (1926)
Over de uitgestrekte meerschvlakte spreidt het zonlicht en de stilte, één geworden in het tijdlooze van den zomermidddag. Door de ruimte hoog en wijd – tusschen ’t blauwe hemelveld en ’t groen van den bodem – wiebelt de aamlooze lucht als de deining van groot water, en op de zonnesnaren gonst het leven als een verre droomzang. Alle dingen blijvan aan hun zelf overgelaten, in zware rust, broeiend in ’t stoken der felle hitte.
Uit: De maanden. (1941)
Augustus
Nu zitten we midden in den zomer – op het keerpunt van het jaar. De lente gelijk al een eeuwigheid geleden – ’t jonge groen, de pracht der bloemen, ’t heerlijk ontwaken van als wat groeitv te lande en in de hoven, – lang voorbij. Nu heeft de natuur haar vast gedaagd uitzicht gekregen. De blaren aan de bomen zijn bronsgroen, de zomerscheuten echter hebben nog het teedere, lichtgetinte kleurenspel van pas ontloken loovertjes. Tusschen de takken hangt het ooft te blozen, gestoofd door de zon.
Over akkers en kouters zijn de vruchte rijp geworden: de rogge staat wit gedroogd, de tarwe goudgeel in haar stroo, met zware halmen die wiegelen op de asem van den warmen wind: de klaver bloeit, over de beeten- en chicoreivelden lijmt de blank van weelderig groen loof; de aardappelgroeze ligt zwaar verstrengeld, bronskleurig met witte of roze bloemen gevlekt.
Over dien rijkdom van gewassen die allenthenen op de deining der landerijen als een bont tapijt openspreiden, herneemt de zon elken vroegen morgen weer haar zegetocht – het schitterend zonnewiel dat opstijgt in de lucht, er zijn cirkelomtrek beschrijft en er hangt te gloren in ’t opperste van het rein-blauwe hemelgewelf, de einders overstralend omheen de vier gewesten….
BIBLIOGRAFIE & FILMOGRAFIE
Woordje vooraf
De bibliografie bevat
A. chronologisch overzicht; B. een overzicht van de Reinaert de Vos bewerkingen van Stijn Streuvels; C. een overzicht per genre alfabetisch per titel;D. een filmografie.
Op het net zijn er een aantal bibliografieën te vinden die ‘Schrijversgewijs‘ consulteerde
- Het Stijn Streuvels genootschap. Een bezoek aan deze site is voor Streuvels adepten sowieso een absolute must.
- www.streuvels.nl
Een paar goede bibliografieën in boekvorm zijn
- Piet Devos: Van reuzen tot dwergen. Bibliografie – Vlaamse schrijvers in de 20ste eeuw – Eerste drukken. Kortrijk, eigen beheer 2007 (devospiet@skynet.be)
- Rob. Roemans, Hilda Van Assche, Bibliografie van Stijn Streuvels. Uitgeverij De Nederlandsche Boekhandel Antwerpen Utrecht, 1972, 248pp.
Waar Piet Devos zich beperkt tot de eerste drukken en deze extensief beschrijft, biedt het werk van Roemans en Van Assche tevens een helder overzicht van de opeenvolgende drukken. Tevens worden de vertalingen en werken in bloemlezing behandeld. Bovendien wordt verantwoording gegeven met betrekking tot de gegevens van elk boek.
A. Chronologisch overzicht
B. Overzicht van de eerste uitgaven van de verschillende titels en versies van de bewerkingen van Reinaert de Vos door Stijn Streuvels
1907
Reinaert de Vos. Naar de handschriften van het middeleeuwsche epos herwrocht door Stijn Streuvels, Amsterdam, G. Schreurders voor de Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, 1907, 219 + [IX] p. Deze uitgave bevat de twee boeken van de Reinaert. Deze versie werd, onder een andere titel en bij een nieuwe uitgever heruitgegeven in 1956.
1909
Reinaert de Vos voor de vierschaar van Koning Nobel den Leeuw. Een nuttig en vermakelijk verhaal voor groote en kleine kinderen. “Naverteld en uitgegeven door Stijn Streuvels. Opgeluisterd met teekeningen door Gustaaf van de Woestijne”, Maldeghem, Victor de Lille, 1909, 124 + [IV] p. Nr. 72 van de Duimpjesuitgave. Deze voor kinderen bestemde uitgave bevat enkel het eerste boek van de Reinaert. Deze versie werd later (in 1926 en 1933) in een nieuw zetsel maar met dezelfde illustraties uitgegeven bij Van Rysselberghe & Rombaut te Gent.
1910
Reinaert de Vos. Uyt het Middelnederlandsch in verstaanbaar Vlaamsch herschreven door Stijn Streuvels, “Opgeluisterd met teekeningen door Gustaaf van de Woestijne” en met voorin (p. 7-12) een “Verantwoording” door Stijn Streuvels, z.p.,Davidsfonds, 1910, 200 p. Deze uitgave bevat enkel het eerste boek van de Reinaert.
De integrale tekst van deze versie is opgenomen in Jaarboek V van het Stijn Streuvelsgenootschap (p. 211-298). Bij dit jaarboek is een audio-cd gevoegd met de gesproken tekst.
Reinaert de VOS. Naar verschillende uitgaven van het middeleeuwsche epos herwrocht door Stijn Streuvels. Band en boekillustratie van B.W. Wierink,met voorin (p. 5-28) een inleiding door J.W. Muller, Amsterdam, L.J. Veen, [1910], [IV] + 28 + 184 + [II] p. Deze uitgave bevat enkel het eerste boek van de Reinaert.
1911
Reinaert de Vos. Uyt het Middelnederlandsch herschreven door Stijn Streuvels. “Opgeluisterd met teekeningen door Gustaaf van de Woestijne” en met voorin (p. 7-12) een “Verantwoording” door Stijn Streuvels, Amsterdam, L. J. Veen, 1911, 200 p. Deze uitgave bevat enkel het eerste boek van de Reinaert en is verder identiek aan de uitgave van 1910 bij het Davidsfonds.
1921
Reinaert de Vos. Uyt het Middelnederlandsch herschreven door Stijn Streuvels. “Opgeluisterd met teekeningen door Gustaaf van de Woestijne” en met voorin (p. 7-12) een herwerkte “Verantwoording” door Stijn Streuvels, Amsterdam, L. J. Veen, 1921, 170 + [II] p. Deze uitgave bevat een herwerkte versie van enkel het eerste boek van de Reinaert zoals dit in de uitgave van 1911 is opgenomen. In 1928 verscheen een aparte uitgave van enkel vier van de hoofdstukken. In 1969 werd in een nieuw zetsel en onder geactualiseerde titel, de integrale versie heruitgeven.
1928
Reinaert de Vos. Uit het Middelnederlandsch herschreven door Stijn Streuvels (fragment), Wageningen, Drukkerij Vada, 1928, 16 p. Deze uitgave bevat vier hoofdstukken uit de versie die in 1921 verscheen.
1956
Reinaert de Vos. Herwrocht door Stijn Streuvels, Brussel, Reinaert-uitgaven, [1956], [II] + 228 + [VI] p. Deze uitgave bevat de twee boeken van de Reinaert. Deze versie is gelijk aan deze welke in 1907 voor het eerst verscheen.
1969
Reinaert de Vos. Uit het Middelnederlands herschreven door Stijn Streuvels, “Opgeluisterd met tekeningen door Gustaaf van de Woestijne”. Met voorin (p. 9-12) een ‘Verantwoording’ door Stijn Streuvels d.d. 1 juli 1909 en twee aanvullende notities d.d. oktober 1920 en juli 1969, z. p., Desclée de Brouwer, 1969, 147 + [V] p. Deze uitgave bevat enkel het eerste boek van de Reinaert naar de versie van 1921.
Jaarboek 2 (1996) van het genootschap staat onder de titel De vos en het Lijsternest in het teken van de Reinaert-bewerkingen van Stijn Streuvels. Een uitgebreide bibliografie van de Reinaertuitgaven is opgenomen.
C. Overzicht per genre alfabetisch op titel
Verhalen – Novellen.
- Dagen. (verhalen) 1902
- De aanslag. 1917
- De blijde dag. (novelle Dit is de titel van de 2de druk van ‘Najaar Eerste boek’ uit 1909) 1921
- De boomen. (verhaal) 1919
- De Drie Koningen aan de kust. (novelle) 1927
- De oude wiking. 1931
- De maanden. 1941
- De oogst. (novelle) 1901
- De terechtstelling van een onschuldige. (novelle) 1940
- De vreemde verteller. Kerstverhaal. 1938
- De werkman. (novelle) 1913
- De Witte Zandweg. (verhaal) 1911
- Doodendans. (verhalen)1901
- Dorpsgeheimen Eerste boek. (verhalen) 1904
- Dorpsgeheimen Tweede boek. (verhalen) 1904
- Dorpslucht Eerste deel & Dorpslucht Tweede deel. (verhalen) 1914
- Een beroerde maandag. (verhalen) 1913
- Grootmoederken Een St. Nicolaasschets. (novelle) 1905
- Jantje Verdure. (novelle) 1943
- Herinneringen uit het verleden. (verhalen) 1924
- Het glorierijke licht. (novelle) 1912
- Het kerstekind. (verhaal) 1911
- Het leven en de dood in den ast. (novelle) 1944
- Het uitzicht der dingen. (verhalen) 1906
- Heule. (verhaal) 1942
- Kerstvertelsel. (verhaal) 1929
- Kerstwake. (novelle) 1928
- Lenteleven. (verhalen) 1899
- Mijn rijwiel. (novelle) 1915
- Minnehandel.(verhalen) 1903
- Morgenstond. (novelle) 1912
- Najaar I & II 1909
- Openlucht. (verhalen) 1905
- Prutske’s vertelselboek. (jeugdverhalen) 1935
- Sint-Jan. (verhaal) 1919
- Stille avonden. (verhalen) 1905
- Tieghem : het Vlaamse lustoord 1908
- Vertelsels van het jaar nul, ten tijde dat de uilen nog praken. (kinderverhalen) 1923
- Werkmenschen. (verhalen) 1926
- Zomerland. (verhalen) 1900
- Zonnetij. (verhalen) 1900
Romans
- Alma met de vlassen haren. (roman) 1931
- Beroering over het dorp. (roman) 1948
- De schone en stichtende historie van Genoveva van Brabant. (in 1 band) 1921
- De teleurgang van den Waterhoek. (roman) 1927
- De vlaschaard. (roman) 1907
- Genoveva van Brabant. Eerste deel. (roman) 1919
- Genoveva van Brabant. Tweede deel. (roman) 1920
- Langs de wegen. (roman) 1902
- Levensbloesem. (roman) 1937
- Prutske. (roman) 1922
Memoires
- 1915-16 In oorlogstijd. Uit het dagboek van Stijn Streuvels. 1915
- Avelghem. (herinneringen) 1946
- Ingooigem 1904-1914. 1951
- Ingooigem II, 1914-1940. (herinneringen) 1957
- In oorlogstijd December 1915 – Slot. Uit het dagboek van Stijn Streuvels. 1916
- Jeugd. (herinneringen) 1946
- Kroniek van de familie Gezelle. 1960
- Op de Vlaamsche binnenwateren. (reisverslag) 1924
Toneel
- Grootmoedertje. Een spel van Sinterklaas. (toneelversie van “Grootmoederken” uit “Open lucht”) 1922
- Soldatenbloed. Een dramatisch bedrijf. (toneelstuk) 1904
- Zinnespel van droom en dood. 1971 (toneelversie van ‘Het leven en de dood in den ast’ uit 1944)
Vertalingen
- Bjørnson, Bjørnstjerne Kleine verhalen. 1910
- Bjørnson, Bjørnstjerne, Het bruidslied. 1911
- Bjørnson, Bjørnstjerne Een vroolijke knaap. 1920
- Blachon, Waarom ik Vlaanderen liefheb. 1925
- Bouché. De Mourlons. Roman uit het Walenland. 1910
- Brentano’s vertelsel van Gokkel en Hinkel. 1910
- Charles de Coster’s Vlaamsche vertelsels. 1917
- De grauwe ruiter. (vertaald verhaal) 1942
- D’Orbaix. De tijd der kollebloemen 1927
- Drie Russische novellen: De zwarte Arabier; De koekoek; Malwa. 1932
- Geluk in het huishouden. (vertaalde roman) 1903
- Levenswijsheid uit China. Drie Chineesche novellen. 1928
- Melloy, Vijf kerstvertellingen (1934)
- Smedje Smee. In het Nederlandsch vertaald door Stijn Streuvels. 1942
- Tolstoï, twee vertellingen. 1908
- Vader en dochter. Tolstoi’s briefwisseling met zijne dochter Marie. 1928
- Vertellingen van Tolstoï 1902
Bewerkingen
- De rampzalige kaproen. Een nageschreven middeleeuwse boerenroman van Wernher de Tuinder. 1933
- IJslandsche godensagen. Bewerkt door Stijn Streuvels. 1933
- Paradijssprookjes. Uit den volksmond opgeteekend in Oostenrijk en naverteld door Stijn Streuvels. 1939
- Sagen uit het hooge noorden. 1934
- Tristan en Isolde. Naar het oude volksboek herschreven door Stijn Streuvels. 1924
- Zeelieden en zeevisscherij. 1934
Essays, lezingen, diversen
- Over Vrouwe Courtmans (essay) 1911
- Dr Lauwers’ schriften (lezing) 1931
- Hugo Verriest (monografie) 1964
- De landsche woning in Vlaanderen. (studie) 1913
- Land en leven in Vlaanderen. (sociologische studie) 1923
- Op de Vlaamsche binnenwateren. (reisverslag) 1925
Bloemlezing
- Bloemlezing uit de werken van Stijn Streuvels. (1906)
- Bloemlezing uit Stijn Streuvels’ Oorlogsboeken door Droogstoppel. 1915
- Duimpjesbundel. (bloemlezing) 1903
- Het Duivelstuig en Jeugd (bloemlezing)) 1909
- Het uitzicht der dingen. Het glorierijke licht. Vlaamse pocket 80. 1962
- In den voorwinter (gelegenheidsdruk) 1970
- In levende lijve. (bloemlezing) 1966
- Kerstvertellingen (bloemlezing 1939
- Proza. (bloemlezing) 1934
- Uit Stijn Streuvels Werken. Schoonste stukken bijeengebracht door Joz. Geurts (1914)
- Verhalen (bloemlezing) 1962
Filmografie
| Jaar | Titel – Regie- Cast |
| 1943 | Wenn die Sonne wieder scheint – De vlaschaard (1943)
|
| 1962/63 | Leven en dood op het land. ( Tweeluik: De boer die sterft –K. Van de Woestijne & In het water – Stijn Steuvels).
|
| 1971 | MIRA (naar het boek ‘De teleurgang van de Waterhoek’ uit 1927)
|
| 1980 | “De blijde Dag’: naar een novelle van Stijn Streuvels
|
| 1983 | De vlaschaard.
|




















