home | Inloggen
Aantal schrijvers: 531 | Aantal boeken:

15464

Lilar, Suzanne

Maakt deel uit van: ,

SUZANNE LILAR

Gent, 27 mei 1901 – Antwerpen, 11 december 1992

Lilar 0 foto AMVC  Foto: AMVC Antwerpen

Franstalige dramaturge, essayiste en auteur van romans,

Werd in 1956 verkozen tot lid van de Académie de langue et de littérature française de Belgique.

Suzanne Lilar was de moeder van de Franstalige schrijfster Françoise Mallet-Joris en van de kunsthistorica Marie Fredericq-Lilar die o.m. L’Hôtel Falligan, chef-d’oeuvre du Rococo gantois (1977) en het portret van de schildersfamilie Van Reijsschoot schreef in Gand au XVIIIe siècle : les peintres van Reijsschoot (1992).

 

BIOGRAFIE

27 mei 1901: Geboren als Suzanne-Jeanne-Charlotte Verbist in Gent, Vlaanderenstraat 20. Dochter van Eugène Verbist, stationschef en Hélène Van Ghelder, onderwijzeres.

  • Vader Verbist, stationschef van het goederenstation aan het Rabot, schilderde in zijn vrije tijd, zong (o.a. bij de Melomanen) en trok met vrouw en dochter de natuur in, op zondagnamiddag naar de Groenen Boomgaard en het Heilighuizeken in Drongen.
  • Moeder nam haar ook mee naar de school in de toenmalige Casinostraat (thans Wispelbergstraat) waar ze lesgaf van 1904 tot 1916, van in de kleuterklas tot de in de Stedelijke Normaalschool voor onderwijzeressen.

1908: Verhuizing naar de L. de Winnestraat in Gent

1916: Schrijft zich in – met enige tegenzin – aan de Normaalschool om, net als haar moeder, onderwijzeres te worden.

1919: Geeft haar onderwijzersopleiding op.  Slaagt in het toelatingsexamen voor de Middenjury, wat haar toelaat om zich als studente aan te bieden aan de Rechtsfaculteit van de Gentse universiteit.

1920-25: Studeert rechten aan de Gentse universiteit.

  • 1921: Ontdekt Hadewych, Karel van de Woestijne, Paul van Ostayen en August Vermeylen. Weigert deel te nemen aan een manifestatie tegen de vervlaamsing van de universiteit
  • 1922: Leest Karl Marx, Friedrich Nietzsche, Engels…
  • 1923: Eerste huwelijk met Daniel Delmotte. Echtscheiding volgt al snel.
  • 1925: Diploma van doctor in de rechten. Stage in Antwerpen bij meester E. Pécher, Minister van Koloniën. (eerste vrouwelijke advocaat bij de Antwerpse balie)

1926

  •  Wordt de eerste vrouwelijke advocaat die wordt ingeschreven bij de Antwerpse balie. Journaliste bij de krant Matin waar zij de rechtskundige rubriek verzorgt en de verslaggeving doet van de rechtszaken. (tot in 1931).
  • Ontmoet Albert Lilar, schitterend advocaat gespecialiseerd in maritiem en internationaal recht en die haar tweede echtgenoot zal worden.
  • Scheiding van Daniel Delmotte
  • Leest Barrès, Romains, Larbaud, Rilke, Proust en Stendhal.

1927-28: Begint een dagboek bij te houden. Schrijft ‘Notes sur le sentiment religieux’, dat onuitgegeven bleef. Het manuscript ging verloren.

29 juli 1929: Huwelijk met Albert Lilar later Minister van Justitie.

1929-1931: Medewerkster van de Antwerpse krant La Métropole.

6 juli 1930: Geboorte van Françoise Lilar, die een succesvol schrijfster zal worden onder het pseudoniem Françoise Mallet-Joris. Suzanne Lilar houdt opnieuw een dagboek bij.

1931: Reis naar het republikeinse Spanje. Haar reportage verschijnt in L’Indépendance Belge, van 24 september tot 18 oktober, onder de titel ‘L’Espagne républicaine vue par une femme’. Leest Unamuno, José Ortega y Gasset, Federico Garcia Lorca en Hendrik de Man.

1934: Geboorte van dochter Marie-Claire.

1937: Schrijft tot 1942 verscheidene verhalen die onuitgegeven blijven. Een ervan wordt bekroond met de Prix Van de Wiele. Geboorte van een zoon, die spoedig na de geboorte sterft.

1938: Het gezin Lilar verhuist naar de Jacob Jordaenstraat 33 te Antwerpen.

PERIODE 1940-1950

Tijdens de jaren van de oorlog, ontgint Suzanne Lilar haar literair talent. Het grote thema van haar literaire productie ligt meteen vast: het is een zoektocht naar het wezen van liefde en erotiek. Aanvankelijk kiest ze hiervoor het theater als expressievorm.

1943: Begint te schrijven aan het toneelstuk Le Burlador, een toneelstuk dat het Don-Juan thema van de Spaanse auteur Tirso de Molina herneemt, maar dan  vanuit het vrouwelijk perspectief. Haar Don Juan wordt de bemiddelaar van deze ervaring op een hoger plan dat de erotiek is.

1944: Schrijft een tweede toneelstuk, ‘Aldo ou l’autre côté du mur’, dat onuitgegeven bleef.

1945: Le Burlador wordt gepubliceerd bij Editions des Artistes, een Brusselse uitgeverij.

1946

  • Albert Lilar wordt Minister van Justitie. (hij blijft minister tot 1947; wordt opnieuw minister van 1949 tot 1950, van 1954 tot 1958 en van 1960 tot 1961).
  • Suzanne schrijft een derde toneelstuk, Tous les chemins mènent au ciel. Ditmaal een theologisch drama met een 14de eeuws Vlaams convent als setting, waarin de mystieke en amoureuze ervaring van de begijn Ludgardis wordt opgevoerd.
  • Prix Picard voor Le Burlador.
  • 12 december 1946: In het Théâtre Saint-Georges te Parijs wordt Le Burlador voor het eerst opgevoerd. Er zullen 140 voorstellingen volgen.

1947: Le Burlador wordt bekroond met de Prix Vaxelaire.

5 november 1947: Tous les chemins mènent au ciel wordt  opgevoerd in het Hébertot-theater te Parijs

1948: Ontmoet Marnix Gijsen in New York. Gedurende een paar jaar wordt ze weer praktiserend katholiek.

1950-1960: DE KEUZE VOOR HET ESSAY

Haar vroegste essays hebben nog wel het toneel als onderwerp. In The Belgian theater (1950) toont ze het belang van de Vlaamse toneeltraditie.

1950

  • Ontdekt de Duitse romantiek met Novalis.
  • Publicatie The Belgian Theater since 1890 by Suzanne Lilar and with the collab. of J.A.Goris (New York: Belgian Government Information Center) in de reeks ‘Art, life and science in Belgium, 19’.
  • Publicatie Le Roi lépreux (Paris, Ed. Lumière) met een woord vooraf, ‘Dans le monde des doubles’.

1951

  • Le Roi lépreux, een neo-Pirandellesque stuk over de kruisvaarten, wordt opgevoerd in het Théatre du Parc te Brussel op 31 januari 1951. Dit is haar laatste toneelstuk, voortaan kiest ze voor het essay om haar ideeën vorm te geven.
  • Bij uitgeverij De Sikkel te Antwerpen verschijnt de Nederlandse vertaling van The Belgian Theater since 1890 onder de titel Zestig jaar toneelliteratuur in België.

1952

  • De Franse editie Soixante ans de théatre belge verschijnt (Bruxelles, La renaissance du livre).
  • Suzanne Lilar bezoekt een tentoonstelling van stillevens. Eerste aanzet tot de metafysische theorie van de trompe-l’oeil, die ze later uitwerkt in haar Journal de l’analogiste.

1954

Publicatie van Journal de l’analogiste. (Paris, Julliard). Bekroond met de Prix Sainte-Beuve.

  • Zij analyseerde daarin de oorsprong van de ervaring van schoonheid. De weg van de analogieën omvat de volledige cultuurgeschiedenis van de West-Europese traditie. Uit haar later werk zou blijken dat de invloed van haar Gentse jaren doorslaggevend was voor de thema’s in het onderzoek.

9 juni 1956: Lid van de Académie Royale de langue et de littérature Françaises de Belgique.

Van 1956 tot 1980 houdt ze weer een dagboek bij.

1957: Werkt aan ‘Dialogues de l’analogiste’, dat niet zal worden uitgegeven.

1958: Nog komt een briljant kort essay op de markt “Théâtre et mythomanie”, maar in datzelfde jaar vat ze het plan op om diepgaander over de liefde te schrijven in de vorm van een roman

1960 EN LATER : MEER ESSAYS EN ENIGE ROMANS.

1960: Er verschijnen twee romans van haar hand: Le Divertissement portugais, opgedragen «à Miquette, qui ne sera jamais une vraie grande personne» en La Confession anonyme dat inderdaad anoniem op de markt komt.(Paris Julliard).

  • Lucie Faure bestelt voor haar tijdschrift La Nef een studie over deze twee romans, die in 1961 zal verschijnen.
  • Haar tweede roman, La Confession anonyme, speelt zich af in Gent en werd onder de titel Benvenuta door André Delvaux eveneens nagenoeg volledig in Gent verfilmd.
  • La Confession anonyme wordt in 1980 heruitgegeven bij Jacques Antoine, Brussel, met een verhelderend woord vooraf van de auteur; in 1983 volgt een tweede heruitgave (Paris, Gallimard).

1961: Het essay Perspectives sur l’amour moderne verschijnt in Planète nr 1.

1962: Leest Plato, Plotinus, Heraclites.

1963: Haar meest bekende essay Le couple verschijnt te Parijs bij uitgeverij Grasset. Suzanne Lilar schrijft dit werk op vraag van Bernard Privat, naar aanleiding van haar artikel in La Nef. (La Nef, n.s. no. 5, La Française Aujourd’hui, La femme et l’Amour, pp. 33–45.)

  • Het werk wordt bekroond met de Prix Eve Delacroix.
  • Le Couple (1963) bevat prachtige bladzijden over Rubens. Het werd in 1976 in het Nederlands gepubliceerd, met een nawoord van Marnix Gijsen.

1964: Verdiept zich in Sartre en Simone de Beauvoir, wat zal leiden tot twee essays.

  • Aanvankelijk werkt ze enkel aan wat À propos de Sartre et de l’amour (1967) zal worden, maar na het verschijnen van dit Sartre-essay, wordt haar gevraagd een tweede essay te schrijven geïnspireerd op de lectuur van Simonne de Beauvoir: Le Malentendu du deuxième sexe. (1969)
  • Beide essays gaan over het feminisme na de eerste extreme golfen worden samen vaak haar  “Sartre-Beauvoir” genoemd.

1965: Le Couple verschijnt in het Engels onder de titel Aspects of Love in Western Society (Thames and Hudson).

1966: Collection Suzanne Lilar wordt opgericht aan het departement Hedendaagse Literatuur van de bibliotheek van de universiteit van Boston.

1967: Suzanne Lilar begint aan een autobiografie, die zal verschijnen onder de titel Une enfance Gantoise.

  • À propos de Sartre et de l’amour verschijnt bij Grasset (heruitgave in 1984).
  • Ph. Garcin bestelt voor de Presses Universitaires de France een kritisch werk over Le deuxième sexe. Suzanne Lilar aanvaardt na lang aarzelen en legt Une enfance Gantoise opzij.

1969: Le Malentendu du deuxième sexe verschijnt (Paris, P.U.F.).

1970: Le Couple wordt heruitgegeven bij de Editions Bernard Grasset te Parijs in de reeks ‘Diamant’.

1972: Le Couple verschijnt in pocketeditie.

Suzanne Lilar ontvangt de vijfjaarlijkse Prix de la critique et de l’essay.

À propos de Sartre et de l’amour verschijnt in het Japans.

1973: Ontvangt de Prix Belgo-canadien voor haar hele oeuvre.

1976: Albert Lilar overlijdt.

  • Une enfance Gantoise verschijnt (Paris, Grasset & Fasquelles).
  • Bij uitgeverij Meulenhoff te Rotterdam rolt de Nederlandse vertaling van Le Couple van de persen onder de titel Het paar: pleidooi voor een duurzame erotiek en voor sacrale liefde.
  • Suzanne Lilar wordt in de adelstand verheven.

1977: Une enfance Gantoise wordt bekroond met de Prix Saint-Simon.

1978: Verhuizing uit Antwerpen naar Brussel.

1979: Journal de l’analogiste wordt heruitgegeven (Paris, Grasset), met een voorwoord van Julien Gracq en ingeleid door Jean Tordeur.

A la recherche d’une enfance (fragmenten uit Une enfance Gantoise met foto’s genomen door de vader van Suzanne Lilar) verschijnt (Bruxelles, Jacques Antoine) met een woord vooraf van Jean Tordeur.

1980: André Delvaux stelt voor om La Confession anonyme te verfilmen. Door zijn scenario klutst hij scènes uit Une enfance Gantoise.

1982: Henri Ronse, directeur bij het “Nouveau Théåtre” te Brussel organiseert een colloquium over het oeuvre van Suzanne Lilar. Deelnemers waren Elisabeth Badinter, Annie Cohen-Solal, Françoise Mallet-Joris, Hector Bianciotti, Jean Tordeur, André Delvaux, and Jacques de Decker. Hun essays werden in 1986 gepubliceerd in de “Cahiers Suzanne Lilar”.

1986: In de Cahiers Suzanne Lilar verschijnen nog twee korte teksten van haar hand : Les Moments merveilleux et le Journal en partie double.

1990: Een kind in Gent, vertaling van Une enfance Gantoise door Ingrid Vandevelde en Peter Westerlaken (Antwerpen/Amsterdam, Manteau).

  • Une Enfance gantoise is systematisch ingedeeld. In acht hoofdstukken behandelt zij achtereenvolgens “les castes” (in de Nederlandse vertaling “de kaste”), “le langage” (“de taal”), “le sacré” (“het sacrale”), “les mystères” (“de mysteries”), “le merveilleux” (“het wonderbare”), “les jeux” (“de spelen”), “le bien et le mal” (“het goede en het kwade”)  en  “le problème de l’être” (“het probleem van het zijn”).
  • Eén anekdote uit Une Enfance gantoise typeert de jonge Suzanne ten voeten uit. Na de moordpartijen in Dinant en de vernielingen in Leuven, besliste de toenmalige Gentse burgemeester Emile Braun in 1914, zijn stad zonder verdediging aan de Duitse bezetter over te leveren. De jonge Suzanne, die toen naar school ging in de Casinostraat, schreef een brief aan burgemeester Braun waarin zij hem dankte, de stad van de vernieling te hebben gered. Getekend, “een leerling van de Stadsschool Casinostraat”, met aanduiding van haar klas. Na ontvangst van de brief bracht de burgemeester een bezoek aan haar klas. Hij was vol lof voor de school, de klas en de brief, maar de briefschrijfster bleef anoniem.

11 december 1992: Suzanne Lilar overlijdt te Brussel.

Na haar overlijden werd zij bijgezet in het Erepark van Schoonselhof te Antwerpen, samen met haar echtgenoot.

BEKRONINGEN

  • 1946. Prix Picard voor Le Burlador
  • 1947. Prix Vaxelaire voor Le Burlador
  • 1954. Prix Sainte-Beuve voor Journal de l’Analogiste.
  • 1963. Prix Eve Delacroix voor Le Couple.
  • 1972. Prix quinquennal de la critique de de l’essai.
  • 1973. Prix Belgo-Canadien voor haar oeuvre
  • 1977. Prix Saint-Simon voor Une enfance gantoise.
  • 1980. Prix Europalia voor haar oeuvre

 

Meer over Suzanne Lilar

  • Georges Adé: Aanzet tot een lofrede voor Suzanne Lilar, in: Nieuw Vlaams tijdschrift, 31 (1978),  nr. 1, p. 54-76
  • Cahiers Suzanne Lilar (Paris, Gallimard 1986), teksten van een colloquium over S. Lilar, in 1983  Bevat een volledig overzicht van door Suzanne Lilar gepubliceerde werken en artikels in tijdschriften en kranten tot 1985.
  • Suzanne Lilar: Le Couple (1988), bevat een synchronische tabel met bio- en bibliografie tot 1988
  • France Guwy: Langs de hartstocht (Leuven, Kritak 1989) Bevat Een uitgebreid portret van de schrijfster p. 17-39.
  • Colette Nys-Mazure: Suzanne Lilar (1992), biografie en bibliografie.
  • Nicole Verschoore:  Moderne mystiek en prometheïsche extase : Gent, bakermat van Franse meesterwerken, in: Van Buysse tot Brusselmans : Gent literair (1996), p. 86-89 en p. 96, voetnoten 36 tot 46
  • Suzanne Lilar’, Jeanine Moulin. Huit siècles de poésie féminine. Paris, Seghers, 1975, p. 264-267.
  • Autour de Suzanne Lilar’, Bulletin de l’Académie Royale de langue et de literature française. Bruxelles, dl. I.VI, nr 2, 1978, p.165-204.

 

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Websites

Referenties

  • Arijs, Marijke. 1996. ‘Naar een sacralisering van het minnespel. De mystieke wegen van Suzanne Lilar‘. In: Keustermans, Lisette; Raskin, Brigitte (red.), Veel te veel geluk verwacht. Schrijfsters in Vlaanderen 1, Amsterdam: Meulenhoff  p. 179-195

 

BIBLIOGRAFIE

Woordje vooraf

  • Na het chronologisch overzicht volgt een overzicht van  de werken die naar het Nederlands zijn vertaald.

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles
  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen.
  • Bibliographie des Ecrivains Français de Belgique 1881-1960 Tome 3 (H-L) établi par René Fayt, Colette Prins, Jeanne Blogie. Sous la direction de Roger Brucher. Bruxelles, Palais des Académies. 1968.

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto

Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1945 Le Burlador. Pièce en trois actes.(toneel)

Avec un portrait de l’auteur par Albert Crommelynck.
Vertalingen
1966 : In het Engels. ‘Two great Belgian plays about love : ‘The Magnifcient Cuckold’ by Fernand Crommelynck; The Burlador by Suzanne Lilar, door Marnix Gijsen. (Inleidingen door Suzanne Lilar en Jan-Albert Goris. New-York, Heineman. [XIV]-192p.
1959: Spaanse vertaling. ‘Teatro belga contemporaneo. S. Lilar El Burlador o el angel del demonio […] Aguilar (Madrid)
Bruxelles, Editions des Artistes. -171p.
1946 Préface pour un théâtre d’extase. (essay) Paris: Michel. -11p.

Overdruk uit : La Nef – déc.(1946). – p. 33-43
1947 Burdalor, ou l’Ange du demon.

Oorspronkelijke titel: Le burlador.
Paris: France-Illustration. -26p.
1947 Poèmes du dimanche.

Avec un portrait par Félix Labisse.
Bruxelles: Editions des Artistes. -50p.
1947 Tous les chemins mènent au ciel: pièce en 2 actes et trois tableaux. (toneel)

Heruitgave
1989: Brussel, Les Éperonniers.
Bruxelles: Editions des Artistes. -157p.
1950 The Belgian Theater since 1890 by Suzanne Lilar and with the collab. of J.A.Goris. (essay)

Heruitgave 1966 ?
1951: Vertaald in het Nederlands Zestig jaar toneelliteratuur in België’ door Marnix Gijsen. Antwerpen: De Sikkel. -95p.
1952: Vertaald in het Frans : Soixante ans de théâtre belge’ Préface de Julien Gracq. Bruxelles : La Renaissance du Livre. -165p.
New York: Belgian Government Information Center. -67p.

Reeks: ‘Art, life and science in Belgium’ nr 19.
1950 Le Roi lépreux. (toneel)

Met een woord vooraf, ‘Dans le monde des doubles’.
Illustrations d’après les maquettes de Félix Labisse.
 Paris: Ed. Lumière. -165p.
1954 Journal de l’analogiste.

Bekroond met de Prix Sainte-Beuve.
Heruitgave
1979: Parijs, Grasset. Voorwoord Julien Gracq, Inleiding Jean Tordeur
 Paris: R. Julliard. -192p.
1956 Réception de Suzanne Lilar à l’ A.R.L.L.F. 13 octobre 1956.

Discours de Pierre Nothomb et de Suzanne Lilar (Eloge de Gustve Vanzype).
 Bruxelles: Palais des Académies. -23p.
1958 Théâtre et mythomanie. (essay) Bruxelles: Palais des Académies. -14p.

Overdruk uit Bulletin de l’ A.R.L.L.F.
1960 Le Divertissement portugais. Récit. (roman)

Heruitgave :
1990: Brussel, Labor, Espace Nord.
Paris: R. Julliard. -181p.
1960 La Confession anonyme. (roman)

Deze roman wordt ANONIEM gepubliceerd
Heruitgave
1980: Brussel, Éditions Jacques Antoine, voorwoord van de auteur;
1983: Parijs, Gallimard
Filmografie:
1983: De Belgische regisseur André Delvaux adapteerde de roman voor de film Benvenuta in.
Paris: R. Julliard. -285p.
1961 Perspectives sur l’amour moderne. (essay) Paris: Retz.

Reeks: Planète nr 1.
1962 Maurice Maeterlinck ;… causerie… 12 décembre 1962. Antwerpen: Rotary Club. -14p.
1963 Le couple. (essay)

 Bekroond met de Prix Eve Delacroix.
Heruitgaven:
1970: Bernard Grasset Coll. Diamant.
1972: Livre de Poche.
1982: Brussel, Les Éperonniers.
Paris: Éditions Bernard Grasset. -305p.

Vertalingen :
1965 : Engelse vertaling.Aspects of Love in Western Society Vertaald en van voorwoord voorzien door Jonathan Griffin Thames and Hudson, London. -231p. & Jonathan Griffin, New York.
1976 : Nederlandse vertaling. Het paar: pleidooi voor een duurzame erotiek en voor sacrale liefde door Clasina Pieternella Heering-Moorman. Bij Uitgeverij Meulenhof, Amsterdam
1965 L’amour au siècle de la cybernétique / Présentation de Suzanne Lilar. Paris: Hachette. -125p.

Reeks: L’Avenir de notre vie.

1967 À propos de Sartre et de l’amour. (essay)

Heruitgave:
1984: Paris, Gallimard.
 Paris: Éditions Bernard Grasset. -274p.
1969 Le Malentendu du deuxième sexe. (essay)

In samenwerking met Prof. Gilbert-Dreyfus.
Paris: Presses Universitaires de France. -306p.Reeks: A la pensée nr 9
1976 Une enfance Gantoise. (autobiografie)

Heruitgave:
1986: Bibliothèque Marabout.
Vertaling:
1990: Nederlandse vertaling. Een kind in Gent door Ingrid Vandevelde en Peter Westerlaken. Bij Uitgeverij Manteau Antwerpen/Amsterdam.-206p. (Reeks: Grote Marnixpockets nr 382)
 Lilar 1 Paris: Éditions Bernard Grasset & Fasquelles. -219p.

Afmetingen: 20.4 x 13.1 (ingenaaid) 

1979 A la recherche d’une enfance.

Fragmenten uit ‘Une enfance Gantoise’ met foto’s genomen door de vader van Suzanne Lilar.
Met een woord vooraf van Jean Tordeur.
 Bruxelles: Jacques Antoine. -97p.
1986 Les Moments merveilleux & Journal en partie double. Parijs: Gallimard. -239p.

Reeks : Cahiers Suzanne Lilar

NEDERLANDSE VERTALINGEN

1951 Zestig jaar toneelliteratuur in België. (essay)
Oorspronkelijke title: ‘The Belgian Theater since 1890’ (1950).
Vertaald door Marnix Gijsen
Antwerpen: De Sikkel. -95p.
1976 Het paar: pleidooi voor een duurzame erotiek en voor sacrale liefde. (essay)
Oorspronkelijke titel: Le couple. (1963)
Vertaald door Clasina Pieternella Heering-Moorman.
Amsterdam: Meulenhoff. -290p.
1990 Een kind in Gent.
 Oorspronkelijke titel: Une enfance Gantoise
Vertaald door Ingrid Vandevelde en Peter Westerlaken.
Antwerpen/Amsterdam: Manteau.-206p.
Reeks: Grote Marnixpockets nr 382.