home | Inloggen
Aantal schrijvers: 525 | Aantal boeken:

15394

Pernath, Hugues C.

Maakt deel uit van: , ,

Hugues C. Pernath

Borgerhout, 15 augustus 1931 – Antwerpen, 4 juni 1975

Eig. Hugo Wouters

Dichter en dandy.
Medestichter van Gard Sivik, lid van het pink poets genootschap.

Als dichter behoort hij tot de tweede lichting van de Vlaamse experimentelen, de zg. Vijfenvijftigers en was hij actief in de tijdschriften “Het Cahier” (1954), “Gard Sivik” (1955), dat hij mee oprichtte, en het “Nieuw Vlaams Tijdschrift”.

BIOGRAFIE

15 augustus 1931: Hugues C. Pernath wordt als Hugo Wouters geboren in Borgerhout, een randgemeente van Antwerpen.

  • Zijn vader wilde hem de voornaam Napoleon geven, omdat deze ook op 15 augustus geboren werd, maar daartegen bestond ambtelijk bezwaar. De thema’s oorlog en geweld, gruwel en wreedheid bleven Hugo echter zijn hele leven bezighouden.
  • Hij studeerde aan het St-Norbertus Instituut te Borgerhout, maar zijn interesse voor de literatuur werd vooral door zijn belezen vader Charles gewekt en deze interesse breidde hij als autodidact uit.
  • Hij schreef zijn eerste – nu verloren – verzen op vijftienjarige leeftijd.

1947-1960: liet zich daarna als beroepsvrijwilliger in het Belgische leger inschrijven om aan de spanningen en ruzies van zijn echtscheidende ouders te ontkomen. Hij bleef 13 jaar beroepsmilitair tot in 1960 en was als onderofficier gekazerneerd in Mechelen bij de transmissietroepen.

  • Later zegt hij zelf, dat hij daar vrijer was dan waar ook, het was zijn “universiteit zonder einddiploma”

Maart 1955: één van de stichters van het experimentele tijdschrift Gard Sivik, een toevluchtsoord voor jonge schrijvers en de theoretische basis voor de generatie die men de Vijfenvijftigers gaat noemen.

  • In die tijd is ook het pseudoniem Hugues C. Pernath ontstaan: Hugues – de Franse vorm van Hugo, C. als een hommage aan zijn vader Charles en ook wel aan Charles Baudelaire zijn toenmalige meester, en Pernath – waarschijnlijk van het hoofdpersonage uit Meyrincks Der Golem, de Praagse student en alchimist Athanasius Pernath. De letters ´pp´, die men weleens achter zijn naam ziet staan, duiden op zijn lidmaatschap van de Pink Poets, een literair genootschap waarvan hij twee jaar gouverneur was.
  • Van alle met Gard Sivik geassocieerde dichters is hij het die 50 jaar later een bijna mythische status heeft verworven, waardoor hij vaak met die andere Antwerpse profeet wordt geassocieerd: Paul Van Ostaijen.

Hij blijft redacteur tot 1961. Net als Paul Snoek en Gust Gils verlaat hij Gard-Sivik uit onvrede met een koerswijziging richting meer werkelijkheidsgerichte poëzie die onder invloed van de Nederlandse redacteuren Hans Sleutelaar, Hans Verhagen, Cees Buddingh’ en Armando was uitgezet. We vinden hem terug als redacteur bij het Nieuw Vlaams Tijdschrift

1957: tijdens de militaire dienstplicht van Paul Snoek ontstond tussen beiden een poëtische uitwisseling van teksten/brieven. Een selectie daaruit zou in 1961 verschijnen als ‘Soldatenbrieven‘.

1958: de bundels Het uur Marat (1958), De adem ik (1960) en Het masker man (1960). Later werden deze bundels verzameld in Instrumentarium voor een winter (1963). Al deze poëzie kenmerkt zich door een emotioneel geladen, naar het pessimisme neigend, modern maniërisme.

De handen van mijn handen
Vonden leem, geen laatste hemelsblauw
Gloeiden in scheuren, eerbied en vuil
Hier over begonnen aarde
Het plunderkruis waarin dit zwijgen haakt.

Uit:  De adem ik.

 

1959-1964: gehuwd met Adrienne (Jen) Daelemans, die kostuumontwerpster was voor de KNS en les gaf op de toneelschool Studio.

1960-1964: na zijn carrière als beroepsmilitair werkte hij in de boekhandel van de socialistische uitgeverij Ontwikkeling te Antwerpen.

In 1964 werd hij er ontslagen na een rel rond een vermeende diefstal van een bibliofiele uitgave van Karel Appel.

1965: werkt als boekhouder bij een grote drukkerij in Antwerpen.

Tussendoor poogt hij wat te verdienen als vertaler en bewerkingen van toneelteksten (Tartuffe, King Lear enz. ) en poëzie en schrijft hij, naast zijn poëzie, af en toe artikelen voor de dagbladen Vooruit en De Nieuwe Gazet.

1961: Ontvangt de Arkprijs voor het Vrije Woord. Karel Jonckheere spreekt de gebruikelijke oratio uit (gepubliceerd in NVT en als inleiding bij  Pernaths eerste verzamelbundel Instrumentarium voor een winter: gedichten 1955-1960). Pernath wordt er meteen als godenkind aangesproken. (Geert Buelens, Van Ostaijen tot heden p. 849)

1961: bij Uitgeverij Ontwikkeling verschijnt Soldatenbrieven (een brievenbundel met Paul Snoek), die vooral door de inleiding van Jan Walravens respons kreeg.

1961: vier maanden op reis in Ierland in de sporen van de door hem als meester beschouwde James Joyce. Daar vernielde hij het enige proza-werk, dat er ooit uit zijn pen kwam, “… mogelijk, omdat ik Ierland … beschouw als een oorsprong.”  Een aantal fragmenten verschenen onder de titel “Uit het toornige leerboek van deze tongval” in het tijdschrift Randstad.

1966: publicatie van Mijn gegeven woord. Gedichten, dat bekroond wordt met de Poëzieprijs van de Provincie Antwerpen.

1966 – 1970: Pernath schrijft de Vijftig index-gedichten. De meeste hiervan zijn protestgedichten die bedoeld waren om op poëzie happenings te Amsterdam, Brussel of Antwerpen te worden voorgelezen.

1967: volgt gedurende drie maanden een toneelregiecursus aan de Film en theaterschool te Lodz in Polen, waar hij kennis maakt met regisseurs Wadja en Jerzy Skolimowski. Hij bezoekt er ook het gewezen concentratiekamp Auschwitz dat een diepe indruk op hem maakt.

1967: treedt op – als vriendendienst aan  Hugo Claus -  als één van de naakte mannen die de Heilige Drievuldigheid verbeelden in diens theaterstuk Masscheroen. Wordt hiervoor veroordeeld wegens onzedelijk gedrag.

  • Mede onder invloed van de heftige censuurreactie die het stuk uitlokte, sloot hij zich in 1968 aan bij het ‘Bestendig Kernkomité van Waakzaamheid tegen de Censuur’ en presenteerde op hun manifestatie maatschappijkritische teksten uit de Index-gedichten.

1970: Pernath huwt Myra Vecht , een Australische met joodse achtergrond. In 1972 loopt ook zijn tweede huwelijk op de klippen en volgt de scheiding.

  • De cyclus exodus is aan haar opgedragen. In deze bundel vloeien zijn herinneringen aan een bezoek aan Ausschwitz samen met zijn pijnlijke herinneringen aan zijn kindertijd. Gevoelens van eenzaamheid en sterfelijkheid overwegen. De bibliofiele editie – in een oplage van vijftig exemplaren –  bevat grafisch werk van Guy Vandenbrande.
  • In 2016 wordt de cyclus heruitgegeven door het Poëziecentrum te Gent, ditmaal geïllustreerd door Lies van Gasse.

In 1970 verschijnt eveneens de bibliofiele uitgave De acht hoofdzonden met litho’s van de hand van Vic Gentils.

22 november 1972: in patisserie Thys aan de Antwerpse De Keyserlei, richten tijdens het nuttigen van roze roomijs, Patrick Conrad (°1945) en Nic Van Bruggen (°1938) de Pink Poets op: een dichtersgenootschap dat gekenmerkt wordt door broederschap en eigenzinnigheid.

  • De groep bestaat uit 13 leden waaronder Paul Snoek, Hugues C. Pernath en Henry-Floris JespersWilfried Adams en Patrick Conrad en Michel Bartosik zijn de andere leden. De Pink Poets willen zich afzetten tegen elke vorm van platvloersheid, kleinburgerlijkheid en oppervlakkigheid.  Hun bijeenkomsten vinden plaats in de legendarische club VECU en gaan gepaard met een overdaad aan drank en lekker eten.  De heren houden er een liederlijke, haast decadente levensstijl op na en dat wordt hen vaak verweten.Tegenstanders van de Pink Poets beschouwen het collectief als snobistisch en elitair.  Tien jaar na de oprichting, in november 1982, melden Conrad en Van Bruggen de ontbinding van hun artistiek genootschap.

1973: lid van het Antwerps genootschap `Pink Poets‘.

4 juni 1975: de dichter wordt dood aangetroffen onder aan de trap van de privé-club Vécu waar hij net een bijeenkomst van de de Pink Poets had voorgezeten.  Een bloedklonter in de hersenen werd hem fataal.  “… in een moment van verstrooiing, bedrogen door een stomme bloedklonter”, zoals Karel Jonckheere het uitdrukt (Conrad, 1976: 8). Door zijn dood wordt Pernath verlost van een leven, dat uit twijfel, paradoxen en een aangeboren gespletenheid bestond, “…beseffend, dat voor mij de poëzie de enige leefbare zelfmoord is, …”.

Hugues C. Pernath wordt begraven op het Antwerpse Schoonselhof.  Zijn grafmonument bevindt zich op perk R, rij 4.

Epiloog

Na zijn dood ontstaat er – wellicht mede door de talrijke ‘in memoriam’-artikelen en huldegedichten – een heuse cultus rond zijn persoon.

De oprichting van de Hugues C. Pernath-stichting tracht de herinnering aan de jong gestorven dichter te bestendigen, onder meer door de toekenning van de Hugues C. Pernath-prijs.  Enkele laureaten van de prijs: Leonard Nolens (1980), Dirk van Bastelaere (1988), Erik Spinoy (1990), Herman Leenders…

2016: bijna zestig jaar nadat Hugues C. Pernath de cyclus Exodus, had geschreven gaat multitalent Lies Van Gasse een grafische dialoog aan met deze nog steeds tot de verbeelding sprekende teksten. In een graphic poem visualiseert ze de zwaarmoedige verbeeldingskracht van deze verzen en gaat ze op zoek naar linken met de dag van vandaag: volksverhuizingen, vluchtelingenkampen, maar ook de zo herkenbare verlatenheid van het individu in een grootstad. Zo toont ze Pernath als een veelzijdige stem, die ook vandaag nog steeds gelezen en herlezen mag worden.

BEKRONINGEN

  • 1961: Arkprijs voor het Vrije Woord
  • 1966: Poëzieprijs van de provincie Antwerpen voor ‘Mijn gegeven woord’
  • 1968: Poëzie prijs van de stad Knokke-Heist voor het tiende gedicht van de bundel De tien gedichten van de eenzaamheid
  • 1974: Jan Camperts Prijs voor de verzamelbundel Mijn tegenstem.
  • 1977: Driejaarlijkse Staatsprijs voor Poëzie (postuum) voor ‘Nagelaten gedichten’ Uitg. Pink Editions en Productions.

 

MEER OVER HUGUES C. PERNATH

  • Patrick Conrad,  Hugues C. Pernath. Antwerpen – Amsterdam, De Nederlandsche Boekhandel, z.j. (1976). Monografieën over Vlaamse Letterkunde nr. 54. 40p.
  • F. Auwera, in Schrijven of schieten (1969);
  • M. Bartosik, `Door het drieluik van de tijd heen. De thematiek van H.C.P.’, in Nieuw Vlaams Tijdschrift, 26 (1973);
  • P. Conrad, H.C.P. (1976); Nieuw Vlaams Tijdschrift 29, 6-7 (1976), speciaal P.-nummer;
  • M. Bartosik, in Kritisch lexicon van de Nederlandstalige literatuur na 1945 (1980);
  • J. Gerits, `P.’s poëtisch oeuvre: tussen communicatie en creatie’, in Nieuw Vlaams Tijdschrift 34, 4 (1981)

 

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Websites

Referenties

  • Geert Buelens, Van Ostaijen tot heden. Zijn invloed op de Vlaamse poëzie. Nijmegen Uitgeverij Vantilt. 1310p.

 

SMAAKMAKERS

Ik treur niet, geen tederheid trekt mij aan

Uit:Mijn Tegenstem gedichten 1966-1973 (1975)

Ik treur niet, geen tederheid trekt mij aan
Geen lichaam kan ooit het mijne voelen
Geen ander oor mijn verwarring, mijn onrust
In de sprakeloze plaag van de taal.
Dagelijks en dodelijker verkrampt mijn wereld
In de vreselijke vertakkingen van de pijn.
Ik heb het laatste boek gedragen, van rechts naar links
En met al mijn tekortkomingen veroordeel ik
Wie verbrandt en wie poogt door de leugen.Want anders niets dan de nederigheid
Dan het voltrekken van de twijfel,
Want anders niets heeft ons bepaald.
Ik laat het licht de duisternis herhalen,
Herrijzen uit de roemloze rust van de rots
En terwijl het schrale water uit de wonden sijpelt
Beluistert de nakende nacht mijn schroevend hart.Geen entstof heeft mij veranderd
Geen vrijgevig verleden mij bedwelmd. Geen smeulen.
Zoveel werd gescheiden, zoveel kwam terecht.
Ik bemin, ik schrijf en onderga de vriendschap
Maar als een metselaar, vrij en ommuurd
Voltooi ik de tempel waarvan de laatste hoeksteen
Mijn einde zal betekenen. En met datzelfde woord
Al mijn liefde verwoordend, leef ik verder
In de gesel van die zonnetekens waartoe ik behoor.

 

De twijfelende wellust

Uit: Mijn tegenstem (1975)

Zoek niet buiten mij, want om mijn lichaam te vinden
Is het voldoende mij te roepen.
Zonder voorkeur zal ik naar je komen
Alles regelend, overeenkomstig
Naar wat ik van jou weet: de verbeelding
En over deze wereld een eeuwigheid die ik niet ken.
 
Zonder schaduw zal ik naast je liggen
Want rillend in mij zal je zoeken naar de verrukking
Van de eenzaamheid. Ik ben jouw rustplaats
Voor liefde en haat de enige schim.
 
Je zal mij zoeken, de hele helse aarde
En niets zal jou verstoren, niets zal jou verschrikken
Want alles gaat voorbij en je ziet honderd tuinen.
Wie mijn lippen likt, liefkoost het leven
En zoals ik nu aan dingen denk die dwaas zijn
Vergeet ik straks de lijfgeur van de vrouw,
Haar hijgen en de grauwe plooien van haar huid
Onder het breken van mijn verdrogend schuim.
 
Zij realiseerde zich: roede, roem en rouw
Het zwijgen van de verslagene of de kreet
Van een droefheid genoeg aanschouwd.
Haar oogst drijft verteerd, met vruchteloze parels
Over het chroom van een roze badkamercel.
 
Heb geduld, ik begreep jouw woorden,
Men noemde mij een dwaas, een zwerver, een nar,
Allen duldden mij lijdzaam, allen en een spoor
Liep verloren. Maar door duivels bezeten herkende ik
Als waarheid wat ik uit mijn dromen wist,
Wat de vrouw herleidde tot metgezel.
Wij namen geschenken mee
En ik gaf je de naam van een of andere struik.
Toen ergens stilte lag tussen dag en nacht
Maakte de liefde haar vrij van alle andere liefde.
 
Randen van steden, kringen van rubber, en mensen
Die het goed met je menen, met alle monden tegelijk
Hun maten en gewichtigheid.
En aldus alles herhalend, als lijfeigene lerend,
In het doffe vallen van vele opstandige engelen.
 
Zie en gil. De liefde werd begraven
En eeuwen na de vis was het de zoete jager die overwon.
Zoals wij over helden spreken, in de herinnering
Aan een firmament vol regenbomen.
Het leven zijn zij ontkomen, aan ons zijn zij ontgroeid.
Ik noem hem met wat hij noemt: namen
Die iedereen je kan ontnemen.
Ik denk niet en niemand nadert.
 
En mijn verzadiging. Als een vreemde verwante
Voor het eerst begrijp ik dat de smart niet overgaat,
Dat ik honig haal uit een stervend ras
Van systemen die de metalen bedaren.
 
Het zien van een amandel betekent dat de gekwelde
Verlichting vindt maar dat de dood blijft nawerken.
Ik smeek om een liefde die me in beslag neemt,
Het bezweren van een ouderdom die in ons knaagt
Sperma spuwend, sporen die ons overwinnen.
Want niemand wordt geroepen maar iedereen gedwongen.
 

BIBLIOGRAFIE

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

Woordje vooraf

Er bestaat ook (door ons nog niet geraadpleegd):

  • Hulstaert, Marleen, Proeve van bibliografie van de dichter Hugues C. Pernath (1977)
    • De bibliografie wordt voorafgegaan door een biografie van de Antwerpse dichter en ze wordt ontsloten door registers van titels van dichtbundels, tijdschriften en werk in vertaling, van vertalers, auteurs, opdrachten, illustrators en personen Stadsbibliotheek Antwerpen Hendrik Conscienceplein 4, 2000 Antwerpen

De gegevens van deze bibliografie werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen.
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • POËZIECENTRUM VZW – Gent

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.

Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1958 Het uur Marat. (poëzie)
Deeltitels: Naamloos, Een schedel; Het uur marat; Naschrift tot vandaag.
Pernath 1 Antwerpen: Uitgeverij S.M. Ontwikkeling. -40p.
Afmetingen: 20 x 12.20 (ingenaaid)
Colofon: HET UUR MARAT dichtbundel van Hugues C. Pernath werd in de maand juni van het jaar 1958 gedrukt op de persen van drukkerij Excelsior in opdracht van Uitgeverij Ontwikkeling, beide te Antwerpen.

 

1960 De adem ik. (poëzie)
Deeltitels: Mantis; Testament in de regen; Meidood; Sarabande; De adem ik.
Pernath 9 Antwerpen: Uitgeverij S.M. Ontwikkeling. -48p.
Volgnummer: 120
Afmetingen: 22.50 x 15.30 (ingenaaid)
Gedrukt op de persen van de Moderne Boek- en Handelsdrukkerij Excelsior Antwerpen.

 

1960 Het masker man. (poëzie)
Foto omslag: Jean Jacquet
Deeltitels: Vijftien gedichten; Fragmenten in de nederlaag; Het masker man; Main de gloire.

 

Pernath 10 Antwerpen: Uitgeverij S.M. Ontwikkeling. i.s.m. Amsterdam: De Bezige Bij.  -61p.
Volgnummer: 153
Afmetingen:22.40 x 15 (ingenaaid)
Gedrukt op de persen van de Moderne Boek- en Handelsdrukkerij Excelsior Antwerpen.

 

1961 Soldatenbrieven.
In samenwerking met Paul Snoek.
Voorwoord: Jan Walravens
Omslag en typografie: Karel Beunis

 

Pernath 11 Antwerpen: Uitgeverij S.M. Ontwikkeling i.s.m. Amsterdam: De Bezige Bij.  -75p.
Reeks: Literaire pocket vol. 68.
Afmetingen:18 x 10.80 (pocket)
Druk: Bosch Utrecht

 

1963 Hedendaags.
Samen met Ivo Michiels en Guy Vandenbranden;
Wetteren: Galerij Drieghe.
1963 Instrumentarium voor een winter: gedichten 1955-1960. (verzamelbundel poëzie)
Bevat: Inleiding; Meidood; Naamloos, Een schedel; Testament in de regen; Het uur Marat; Naschrift tot vandaag; Sarabande; Mantis; De adem ik; Fragmenten in de nederlaag; Het masker man; Vijftien gedichten; Main de gloire
Ingeleid door Karel Jonckheere.
Omslag: Karel Beunis en J. Cursto.
Pernath 13 Antwerpen: Uitgeverij S.M. Ontwikkeling i.s.m. Amsterdam: De Bezige Bij.  -103p.
Reeks: Literaire pocket vol. 108.
Afmetingen: 18 x 10.90 (pocket)
Druk: Bosch Utrecht

 

1966 Mijn gegeven woord. Gedichten. (poëzie)
Electronisch beschikbaar bij DBNL Hugues C. Pernath, Mijn tegenstem • dbnl
Deeltitels: De gedichten van Arne; Bij de dood van een ketter; Herinneringen aan een vorig jaar; Inleiding tot mijn getijdenboek; Mijn getijdenboek.
Omslag: Karel Beunis
Typografie: Peeter Renard
Pernath 2 Amsterdam: De Bezige Bij. / Antwerpen: Contact. -94p.
Reeks: Literaire Reuzenpocket vol 168.
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
Letter Monotype Times
Druk: Bosch Utrecht

 

1968 De tien gedichten van de eenzaamheid. (poëzie)
Poëzieprijs van Knokke-Heist voor het tiende gedicht
1970 De acht hoofdzonden. (poëzie – bibliofiele uitgave)
Met litho’s van Vic Gentils
Antwerpen: privé-uitgave.
1970 Exodus. (poëzie – bibliofiele uitgave)
Met grafisch werk van Guy Vandenbrande.
2016: Heruitgave van de cyclus met grafisch werk van Lies van Gasse. Uitgave Poëziecentrum vzw, Gent in samenwerking met het Hugues C. Pernath-fonds. Met een voorwoord van Joris Gerits.
Antwerpen: privé-uitgave.

pernath-14 Uitgave 2016

1971 De rimpels van Augustus. (gedicht)  1971 Het voortplantingsoffensief Uit de bundel: Het voortplantingsoffensief. Erotiese spielereien. pp 33-138

Uitgeverij: Antwerpen Uitgeverij Walter Soethoudt. -200pp.
Afmetingen: 19 x 12.50 (paperback).
Verantwoordelijke uitgever – druk en typografie: Walter Soethoudt.
1972 Zonder Titel.
Catalogus uitgegeven door Lens Fine Art ter gelegenheid van de tentoonstelling Asger Jorn te Antwerpen in december 1972 en januari 1973.
Foto’s van Luc Joubert en Lala.
Pernath 12 Antwerpen: Lens Fine Art. –[24] p. ill.
Afmetingen: 15.30 x 21.20 (oblong)
Er werden 500 exemplaren genummerd van 1 – 500.

 

 

1973 Mijn tegenstem. Gedichten 1966-1973. (poëzie)
Omslagontwerp: Hugo Claus.
Deze verzamelbundel bevat ‘Vijftig index-gedichten’, ‘De acht hoofdzonden’, ‘Exodus’, ‘De rimpels van augustus’ en ‘De tien gedichten van de eenzaamheid’.
Bekroond met Jan Campertsprijs
Pernath 6 Antwerpen: Pink Editions & Productions. 97+3p.
Afmetingen:24.60 x 19.60 (gebrocheerd)
Colofon: ‘Mijn tegenstem’ van Hugues C. Pernath pp werd in het najaar van 1973 uitgegeven door Pink Editions & Productions te Antwerpen.
Tien exemplaren bevatten een gedicht in handschrift
Het omslagontwerp is van Hugo Claus en werd uitgevoerd dor Drukkerij VTK te Antwerpen.
De tekst werd naar een maquette van Alje Olthof gvn gezet en gedrukt door Mercurius pvba te Antwerpen.

 

POSTHUUM
1974 Nagelaten gedichten (poëzie) Pernath 7 Vanessa fonds: -niet gepag.
Afmetingen: 21 x 16.50 (losbladig)
Colofon: dit is een uitgave van het vanessa fonds
Met een oplage van 250 genummerde exemplaren verschijnt het op 10 augustus 1976 met een niet commercieel doel, doch zuiver om deze voortreffelijke poëzie bekender te maken.
De fouten werden behouden
Guido Lauwaert.

 

1976 Nagelaten gedichten. (poëzie) Pernath 4 Antwerpen: Pink Editions & Productions. -91p.
Afmetingen handelseditie: 25 x 20 (gebrocheerd)
Luxe-editie: gebonden – zwarte harde linnen kaft.
Colofon:’ Nagelaten gedichten’ van Hugues C. Pernath pp werd in de herfst van 1976 in opdracht van Pink Editions & Productions te Antwerpen, naar typografische aanwijzingen van Mark Verstockt, uit de letter ‘Life’ gezet en gedrukt bij Antiqua te Retie.
De oplage bedraagt 1000 exemplaren genummerd 1 tot 1000; 26 luxe exemplaren genummerd van A-Z, gereserveerd voor de H.C. Pernath Stichting en 25 luxe ex. gedrukt op ‘Ingres arches’, genummerd van I tot XXV.

 

1980 Verzameld werk (ed. H.F. Jespers) Antwerpen: Pink Editions & Productions. -413p.
1987 Stem en tegenstem. (bloemlezing)
Ed. Joris Gerits
Bevat: Instrumentarium voor een winter; Mijn gegeven woord; Mijn tegenstem; Nagelaten gedichten; Epiloog.
Het omslagontwerp werd vervaardigd door Dooreman.
Pernath 8 Leuven: Uitgeverij Kritak. -102p.
Reeks: Kritak klassiek nr 7
Afmetingen: 20.50 x 12.60 (ingenaaid)
Colophon: ‘Stem en tegenstem’ van Hugues C. Pernath, gekozen en van een nawoord voorzien door Joris Gerits, werd gezet uit de Bembo door Groenevelt bv, Landgraaf, en gedrukt door Snoeck-Ducaju NV, Gent.
Het omslagontwerp werd vervaardigd door Dooreman

 

1995 Bloemlezing uit de poëzie van Hugues C. Pernath.

Editors: Dirk De Geest & Patrick Peeters
Deeltitels: Inleiding; Foto’s; Het uur Marat; De adem ik; Het masker man; Mijn gegeven woord; Mijn tegenstem. Gedichten 1966 1973; Nagelaten gedichten; Verspreide en onuitgegeven gedichten.
Pernath 3 Gent: Poëziecentrum vzw. -251p.
Afmetingen: 20 x 12.50 (gebrocheerd)
2004 Als een verdwaald personage. (poëzie – bibliofiele uitgave)
Met illustraties van Van den Boom Raoul.
Knokke: Uitgeverij Jef Meert. Oplage 25ex.
7 dubbelbladen, 7 originele foto’s van Raoul Den Boom, alles in een etui.
2005 Gedichten. Hugues C. Pernath (2005)
Bevat: Instrumentarium voor een winter. Gedichten 1955-1960; Mijn gegeven woord. Gedichten [1966]; mijn tegenstem. Gedichten 1966-1973; Verspreid gepubliceerde gedichten; Ongepubliceerde gedichten; Plastisch werk en gedichten bij plastisch werk; Nawoord; verantwoording; Aantekeningen bij de gedichten; Bibliografie; Registers op titels en op beginregels; Inhoud.
 Pernath 5 Tielt: Uitgeverij Lannoo.  -581p. met illustraties.
Afmetingen: 21 x 14 (gebrocheerd)
Uitg. onder verantwoordelijkheid van het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (CTB) van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. – Met bibliogr., lit. opg., reg.