home | Inloggen
Aantal schrijvers: 535 | Aantal boeken:

15559

Gyselen, Blanka

Maakt deel uit van: ,

Blanka Gyselen

Antwerpen, 26 november 1909 – Antwerpen, 29 mei 1959

Gyselen 0a

Foto 1939 uit De dag

Dichteres, toneelschrijfster en journaliste.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was ze actief binnen de beweging DeVlag.

BIOGRAFIE

26 november 1909: Geboorte van Blanka Maria Franciska Gyselen te Antwerpen als dochter van Jerôme Gyselen en (Maria) Elisa Loyen.

  • Gyselen groeide op in een traditioneel Katholiek gezin en volgde het middelbaar onderwijs in het Frans. Op haar 17de werd ze zwaar ziek waardoor ze pas na drie jaar haar studies kon hervatten.
  • Ze studeerde geschiedenis en letterkunde aan de Vlaamse Hogeschool voor Vrouwen in de De Bomstraat te Antwerpen, waar ze onder meer Maria Rosseels en Line Lambert leerde kennen,

1934: Behaalde met grootse onderscheiding een eerste prijs voor toneel en voordrachtkunst aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium, eveneens te Antwerpen, waar ze o.m. les had gekregen van Maurice Sabbe.

1933-1940: Werkte mee aan uitzendingen van de  Katholieke Vlaamsche Radio-Omroep (KVRO) en hun blad De Vlaamsche Radiogids.

1934-1938: Werkte op de afdeling archieven en documentatie van de Gazet van Antwerpen en schreef artikels voor deze krant.

1936: Debuteerde als dichteres met de dichtbundel Door roode vuur.

  • Omdat sommige verzen als sensueel en erotisch werden ervaren werd deze bundel op gemengde gevoelens onthaald. In haar eerste bundel kwam duidelijk de invloed van Karel van de Woestijne tot uiting, wat ze zelf ook heeft benadrukt.

1938: Na opnieuw een lang verblijf in het ziekenhuis volgde een tweede dichtbundel met De eeuwige Eva waarin verschillende vrouwentypes geschetst worden.

1939: Werkte bij de Nationaal Instituut voor de Radio-Omroep, de toenmalige openbare omroep mee aan de schoolradio en aan uitzendingen voor vrouwen.

  • Gyselen schreef een aantal hoorspelen over bekende vrouwen die in 1939 en 1940 werden uitgezonden.

30 mei 1939: Trouwde ze met Floris (Florimondus) Langlet, net als Blanka een overtuigd Vlaams-nationalist. Ze gingen te Brasschaat wonen, in het gehucht Vriesdonk in een huis dat ze ‘De Gulden Schaduw’ noemden.

September 1939: Floris Langlet werd gemobiliseerd. De dichteres, die op dat moment zwanger was, wou niet alleen in Brasschaat blijven wonen en trok opnieuw bij haar ouders in.

Mei 1940: Haar man werd na de Duitse overwinning in België krijgsgevangen gemaakt. Ze was in verwachting, verlangde naar hem en voelde zich eenzaam. Onder de titel Heimwee, asch der branden bracht ze gedichten samen waarin ze haar verlangen naar de man en het wonder van het groeiende moederschap verwoordde.

  • Haar man was nog niet terug thuis toen het kind, een jongetje, geboren werd op 7 augustus 1940. Het kreeg de naam Stefaan. Maar amper twee weken later, op 20 augustus, stierf de baby.

25 juli 1940: Het bestuur van de collaborerende Zender Brussel vroeg haar of het mogelijk was  om haar medewerking aan het Uur voor de vrouw weer op te nemen.

1941:   Publikatie van ‘En zij vonden het kind. Kerstoverwegingen en legenden’ over haar pas geboren kind.

  • Als letterkundige was Gyselen al vóór de oorlog lid van de Duits-Vlaamse Arbeidsgemeenschap, de DeVlag, een culturele vereniging die de banden tussen Vlaanderen en Duitsland nauwer wilde aanhalen.
  • Maar tijdens de oorlog ging de DeVlag de politieke toer op en koos ze voor een vergaande collaboratie.
  • Gyselen en haar man volgden de evolutie. Ze geloofde dat na de Duitse overwinning Vlaanderen een volwaardige plaats zou krijgen in het complex van de Germaanse volkeren.
  • Gyselen werkte als journaliste en letterkundige mee aan het VNV-dagblad Volk en Staat en aan het maandblad De Vlag. Naar ze achteraf beweerde aanvankelijk uit geldnood, omdat ze tijdens de afwezigheid van haar man geen inkomen had. Van schrijvers werd verwacht dat ze zich door het tijdsgebeuren zouden laten inspireren en Gyselen voelde zich moreel verplicht op die uitnodiging in te gaan.

1942: Keerde haar echtgenoot terug uit gevangenschap maar enkele tijd later verongelukte hij tijdens een auto-ongeval.

  • Haar man was inspecteur bij de controledienst van ‘vee, vlees en bijprodukten’, en was in die functie veel op de baan. Tijdens een inspectietocht naar Kortrijk had hij een zwaar auto-ongeval. Hij werd in allerijl overgebracht naar een kliniek te Kortrijk waar hij midden november 1942 overleed. Hij was achtendertig jaar. In haar bundel In Memoriam, die ze pas in 1944 heeft uitgegeven, vinden we de neerslag van Gyselens smartelijke ervaringen bij de dood van haar kindje en van haar man.

Tussen 1940 en 1942 schreef ze Vlaams-nationale gedichten waarin ze de Vlaamse inzet aan het Oostfront verdedigde, eer betoonde aan  August Borms, Joris Van Severen en René De Clercq en hulde bracht aan Vlaamse vrouwen. Deze gedichten verschenen einde 1942 in boekvorm onder de titel Zangen voor mijn land.

Naar eigen zeggen deed “de terugkeer der in mei weggevoerden in deerlijke staat” waarvan ze getuige was, haar “sociaal gemoed ontvlammen” en schreef ze onder meer het gedicht Aan Dr. August Borms, die voor Vlaanderen gevangenis en miskenning leed. Ze zag in Borms het lichtende voorbeeld die allen kon bezielen en ze vroeg hem:

“Doortril ons met de wil om nimmer te versagen,
Doorkerf ons met uw merk van offer en van pijn,
om ’t rijpen van een volk uit d’eigen pijn te schragen,
om, onbeloond, getroost in nood en dood te zijn…”.

Toen op 6 augustus 1941 het eerste contingent vrijwilligers van het Vlaams Legioen naar Duitsland vertrok, dichtte ze:

zij zijn de belijders van ’t nieuwe Geloof…
Ruk aan de ramen! Drum saam op de baan!
Strooi bloemen en kindren langs waar zij thans gaan!
Zing van de Leeuw en de Witte Kaproen!
Heil onze dappren van ’t Vlaams Legioen!”.

Toen begin december 1941 de eerste Vlaamse soldaten in een hinderlaag omkwamen nabij Leningrad, dichtte ze:

“Want weet, o mijn Volk, dees geheimenis:
dat zij eens in het licht der verrijzenis
naast elkaar zullen staan in de glanzende scharen
der Vlaamse, vrijwillige martelaren…

Ze geloofde dat de offers van velen in de oorlogsjaren – en ook de dood van haar kind – noodzakelijk waren voor een nieuwe toekomst van Vlaanderen, want ofwel wordt Vlaanderen “als een pand van Germanje herboren / of vloeit (het) in de neevlende wereld verloren”. En zo haar gedichten mochten bijdragen “tot troost in nood of dood, tot hefboom naar de daad”, dan was ze trots dat ze voor haar volk mocht schrijven en kunstenaar zijn “om, los van ’t eigen lot, in eeuwigheid te blijven het koren voor uw brood, de druiven voor uw wijn”.

Artistiek gezien zijn die gedichten niet de beste die Gyselen heeft geschreven. Ze zijn vaak retorisch en hoogdravend, en gekunsteld omwille van het rijm en de welluidendheid, maar ze behandelden onderwerpen waarin zowel de VNV’ers als de aanhangers van de DeVlag zich konden terugvinden. En Blanka kon haar gedichten met zoveel vuur en expressie voordragen, dat ze in Vlaams-nationale kringen al snel populair werden.

1942 en 1943: Voorleessessies in Duitsland –georganiseerd door DeVlag, de Deutsch-Vlaamsche Arbeidsgemeenschap, ‘in het kader hunner kultuuractie en ontspanningsavonden’ voor Vlamingen in Duitsland.

1943: Was ze enkel nog actief binnen DeVlag en gaf in maart 1943 doorheen heel Vlaanderen lezingen onder de titel Dichters in de branding waarin ze voorlas uit eigen en andermans werk.

1944: Werkte mee aan de bloemlezing  Gelaat der dichters. Een keuze uit de hedendaagsche revolutionaire poëzie in Noord- en Zuid-Nederland . Deze publicatie bloemleest werk van dichters die de denkrichting (ook de politieke leiders) van het nationaal socialisme zeer genegen zijn en toejuichen.

September 1944: Waarschijnlijk via het weekblad Balming leerde ze Johan Sacré kennen, met wie ze een nieuwe relatie opbouwde. Met hem week ze in september 1944 uit naar Duitsland. Daar op de Luneburgerheide ervoer ze de chaos en verschrikking van een ineenstortende wereld, een ervaring die ze later in het gedicht Lied voor morgen heeft verwerkt.

Mei 1945: Vluchtte samen met Sacré naar Frankrijk. Ze leefden er onder een valse naam in een voorstad van Parijs.

30 januari 1946: De Krijgsraad van Antwerpen onder voorzitterschap van rechter Mehaude veroordeelde haar en tien andere medewerkers van Volk en Staat tot de doodstraf, waarvan vijf bij verstek. Alle veroordeelde medewerkers moesten samen tien miljoen frank aan de Belgische Staat betalen. De rechter noemde hun Vlaamse grieven “een masker om de nationaal-socialistische en Groot-Germaanse idee te propageren”.

Mei 1946: Werden Gyselen (die intussen hoogzwanger was) en Sacré te Parijs gearresteerd en te Antwerpen in de gevangenis van de Begijnenstraat opgesloten.

  • Gyselen was zwanger en heeft in de gevangenis op 8 juli 1946 haar kindje, een meisje, ter wereld gebracht. Maar ze mocht haar kind maar 14 dagen  bij zich in de cel houden. Het is enkele maanden later gestorven.

December 1946: Omdat Gyselen verzet had aangetekend tegen haar terdoodveroordeling bij verstek, kwam ze in december 1946 voor de Krijgsraad van Antwerpen, samen met Hector de Bruyne en Willy Claeys, alle drie medewerkers van Volk en Staat.

  • In dat  proces werd de dichteres veroordeeld tot 20 jaar buitengewone hechtenis voor haar journalistieke en culturele activiteiten: als beschermend lid van de SS en voor haar medewerking aan Volk en Staat; SS Man; Balming; DeVlag, het geïllustreerde maandblad Vrouw en Volk, het werk Gelaat der dichters en als auteur van Gezangen voor mijn land.

December 1947 en begin 1948: Kwam ze nogmaals op de beklaagdenbank in het ‘Proces tegen Volk en Staat’, voor het Militair Gerechtshof van Antwerpen. Rechter van Laethem bracht haar straf terug tot twaalf jaar gewone hechtenis.

  • Haar ervaringen en meditaties in de gevangenis hebben haar stof geleverd voor een bundel autobiografische gedichten Na de verdwazing die ze in het najaar van 1947 schreef, maar die ongepubliceerd is gebleven, en voor de bundels Balladen achter de staven en Zie den mens, die in 1950 in privé-editie en in 1951 door uitgeverij Vink werden verspreid.

Een nieuw leven

Februari 1949: Werd om gezondheidsredenen in voorlopige vrijheid gesteld, op voorwaarde dat ze niet langer in Antwerpen zou wonen en een verklaring ondertekende dat ze niets meer zou uitgeven ‘zelfs geen poëzie’.

  • Maar haar landhuis  in Vriesdonk en de twee huizen van haar moeder te Brasschat (die jammer genoeg op haar naam stonden) waren onder sekwester geplaatst en in 1948 verkocht.
  • Gyselen was dus na de oorlog alles kwijtgeraakt: haar man, haar twee kinderen, haar werk, haar huis en zelfs de bezittingen van haar ouders.
  • Haar vriend Sacré zat in de gevangenis van Sint-Gillis en mocht ze de eerste maanden van haar vrijlating niet bezoeken.
  • 1950: door genadeverlening werd haar straf verminderd tot zes jaar buitengewone hechtenis.
  • 1952: verdere strafvermindering tot een gevangenisstraf van vijf jaar.

Eind 1949: Vindt tijdelijke woonst in Heist-op-den-Berg en kon dank zij haar vriendin An Martens opnieuw enkele voordrachtavonden verzorgen.

  • In de gevangenis had ze evenwel An Martens leren kennen, die al tijdens de Eerste Wereldoorlog in het activisme was terechtgekomen. Ze was hoofdredactrice geweest van het collaborerende culturele tijdschrift Laagland en tot vier jaar gevangenis veroordeeld.
  • Martens heeft haar voorgesteld bij haar te komen wonen te Heist-op-den Berg, wat Gyselen aanvaard heeft.
  • In 1951 huurde Gyselen een huis te Bouwel in de Antwerpse Kempen.
  • De rest van haar leven woonde ze samen met haar moeder en met An Martens , afwisselend te Heist-op-den-Berg en op het buitenverblijf Heidepark te Bouwel.

Ze beleefde enkele gelukkige jaren, ontving vrienden en gaf voordrachten. Met Martens maakte ze reizen naar Frankrijk, Italië en Spanje. Maar vooral de rustige Kempense omgeving en het contact met de natuur zette haar opnieuw aan tot schrijven, poëzie en proza vaak met een religieuze inhoud, en vertalingen. Ze zocht de geestelijke ruimte, ging op zoek naar transcendente waarden en trachtte, ondanks alle doorstane leed, het leven te aanvaarden.

Frans Michiels, een bekende van de familie, drukte haar naoorlogse dichtbundels op een beperkte oplage, die ze als privé-uitgaven verspreidde. Tijdens de werkgesprekken met de drukker droeg ze uit haar gedichten voor, zo vol vuur dat Michiels achteraf vertelde: “wie haar toen tussen de dennen hoorde voordragen, in de vlugge simpele versmaat, wist dat de dorheid verbroken was, dat ze terug dichten en spreken zou, dat er opnieuw levensverlangen in haar was ontwaakt”.

Dietsche Warande & Belfort zou uiteindelijk het eerste blad zijn waarin zij opnieuw verzen zou kunnen publiceren.

1951: Het Nationale Fonds voor Letterkunde kocht, door toedoen van Gerard Walschap een groot deel van haar twee laatste bundels – Zie den mensch en Balladen achter de staven (beiden clandestien uitgegeven) – op. Er werd haar vertaalwerk aangeboden.

Vanaf 1952 komt haar literaire leven terug op gang. Ze mag opnieuw in het openbaar optreden.

1952: Verschijnt De Engel werft en in 1953 Orgelpunten.

  • Deze laatste bundel wordt in 1955 bekroond met de Driejaarlijkse Prijs van de Provincie Antwerpen.
  • Met Tussen stroom en toren won ze in 1957 de Clara Hamendprijs en met Lied voor morgen won ze de Alic Nahonprijs.
  • Gyselen liet haar Vlaams-nationalisme varen en werd terug aanvaard in het Vlaamse cultuurleven.

1953: Mag vanaf oktober onder de pseudoniem B. Langlet opnieuw televisiespelen, voordrachten of vertalingen uit het Frans of Duits verzorgen voor het N.I.R.

  • Ze brengt nu vooral proza en werkt mee aan tijdschriften als DW & B, het Nieuw Vlaams tijdschrift, Thompson’s Post enz.
  • Ze reist heel Vlaanderen af om voor plaatselijke Davidsfondsafdelingen en andere verenigingen te sprken over haar leven en werk.

1955: Publiceerde de Antwerpse uitgeverij Vink haar roman Adieu Filippi…, het verhaal van de circusclown.

  • Filippi die op zijn sterfbed de voornaamste momenten uit zijn leven opnieuw beleeft. Gyselen behandelde op een eigen manier het aloude thema van schuld en boete. En vermengde in haar verhaal autobiografische elementen; nauwelijks gecamoufleerd. Het verhaal is geschreven in de jijvorm. De onzichtbare en alwetende verteller spreekt Filippi aan en helpt hem in het oprakelen van zijn herinneringen.
  • Op basis van het boek maakte Rik Kuypers eind 1967 en begin 1968 een gelijknamige zwart-wit film van zestig minuten, waarvoor hij zelf het scenario schreef. Met acteurs als Wies Andersen, Robbe de Hert, Jan Reusens en Helene van Herck. Er werden opnamen gemaakt op diverse plaatsen in Vlaanderen en Nederland en in het circus Toni Boltini tijdens de voorstellingen.

1957-1959: Onder het pseudoniem B. Lanka levert ze elke maand een kortverhaal en wat gedichten  in het maandblaadje Vlam, ‘tijdschrift van de eucharistische kruistocht voor meer doorleefd kristendom’.

  • Ze vertaalde en bewerkte voor de Vlaamse jeugd Duitse boeken van Erika Gösker en Berthold Lutz, die bedoeld waren om opgroeiende jongens en meisjes een christelijke visie en levenswandel bij te brengen.

29 mei 1959: Overlijden van Blanka Gyselen op 50-jarige leeftijd.

Epiloog

1960-1961: De trilogie De helse plantage, Een orchidee voor Inez en Het huis dat God bemint verscheen in 1960 postuum bij uitgeverij Heideland en werd als feuilleton afgedrukt in het weekblad Ons Volk tussen november 1960 en mei 1961.

  • De trilogie handelt over de West-Vlaming Paulus Hermans die naar Brazilië uitwijkt en er, onder de naam Paolo Hermanez, een wrede en harteloze aan geld en macht verslaafde despoot wordt. Zijn tegenspeler is de norbertijnerpater Marc van Loon die op dezelfde boot naar Zuid-Amerika vaart en pas na vele jaren en op het einde van het derde deel, mee door toedoen van Paolo’s kleinzoon, de zondaar tot inkeer kan brengen.
  • De trilogie is een typisch product uit de periode van het ‘heilige roomse leven’ toen Vlaanderen nog tal van zijn zonen uitzond naar de missielanden.
  • Gyselen zou door een missiecongregatie gevraagd zijn om dit werk te schrijven. De studie en het speurwerk die aan dit schrijven zijn voorafgegaan, maken duidelijk dat ze de opdracht met vreugde heeft aanvaard en tot een goed einde wilde brengen. Haar boeken zijn dan ook meer geworden dan documentaires over het leven in Brazilië.
  • Door haar fantasie en vlotte verteltrant met heel veel dialogen heeft ze boeken gebracht die duizenden Vlamingen met plezier hebben gelezen.

 

BLANKA GYSELENPRIJS

Via haar testament had Gyselen geld vrijgemaakt voor een driejaarlijkse literaire prijs om vooral jonge Vlaamse dichters te steunen.

  • De prijs werd in 1965 en 1968 voor het eerst uitgereikt, te Bouwel tijdens een herdenkingsbijeenkomst. En vanaf 1971 in Deurle.
  • Na 1977 was het geld op.
  • Maar An Martens slaagde erin om via sponsoring honderdvijfentwintigduizend Belgische frank bijeen te krijgen en de toekomst van de prijs te verzekeren. Die werd vanaf 1980 uitgereikt te Sint-Martens-Latem, waarvan Deurle een deelgemeente geworden was.
  • In 1998 werd de Driejaarlijkse Blanka Gyselenprijs voor het laatst uitgereikt, aan Mark Meekers uit Heverlee.

Want dan ontstond er commotie.

De Nederlandse journalist Adriaan Venema had ontdekt dat Gyselen tijdens de oorlog fout was geweest en hij had haar in Schrijvers,uitgevers en hun collaboratie afgeschilderd als “een nationaal-socialist van de hardste soort”. Hij had ontdekt dat in 1944 vier gedichten uit haar bundel Zangen voor mijn land verschenen waren in het Nederlandse collaborerende maandblad Groot Nederland en vijf in de bloemlezing Gelaat der Dichters van Henri Bruning.

Daarop publiceerde het blad De Amsterdamse haar gedicht Aan de moeders der Helden (= de Oostfrontsoldaten) en zetten Nederlandse journalisten het Latemse gemeentebestuur onder druk om de naam van Gyselen niet meer te gebruiken voor de prijs. Mee omdat intussen het geld dat An Martens bijeengesprokkeld had, opgebruikt was, ging het gemeentebestuur op de vraag in. Vrienden probeerden de prijs te redden en stichtten een Blanka Gyselen Genootschap, maar een nieuwe Blanka Gyselenprijs is er tot nog toe niet gekomen.

 

OVER HAAR WERK

  • Blanka Gyselen heeft een oeuvre nagelaten waarin katholiek geloof en Vlaamsgezindheid onafscheidelijk verbonden zijn en dat in Vlaanderen decennialang ruime verspreiding en bewondering heeft gevonden.
  • Haar eerste dichtbundels staan in het teken van de zelfbelijdenis. Ze hecht veel belang aan muzikaliteit en welluidendheid en staat nog sterk onder de invloed van de poëzie van Karel van de Woestijne.
  • Later breidt ze haar blik uit en voelt ze zich één met en verantwoordelijk voor haar volk.
  • Vanaf de bundels Zie den mens en Balladen achter de staven treedt een grotere soberheid op en krijgen de gedichten een meer religieuze inhoud.
  • In latere bundels De engel werft en Orgelpunten, die geschreven zijn in de stilte van het Kempense landschap, bereikt ze een evenwicht tussen waarneming en bezinning. Haar hele oeuvre is de getuigenis van een vrouw die levenslang gehunkerd heeft naar vrede en geluk.

 

BEKRONINGEN

 

  • 1955: Driejaarlijkse prijs van de Provincie Antwerpen voor haar bundel Orgelpunten (1953)
  • 1957: De Scheldepoëzieprijs van de stad Dendermonde voor de onuitgegeven bundel Tussen stad en stroom.
  • 1957: kreeg ze de Clara Hamendtprijs voor de gedichtencyclus Tussen de stroom
  • 1958: De Alice Nahonprijs voor het gedicht ‘Lied voor morgen’
  • 1958: Samen met de dichter Maurits van Vossole. De Clara Hamondtprijs voor Scheldepoëzie.

 

MEER OVER BLANKA GYSELEN

  • Frans Van Campenhout, Blanka Gyselen in het Nationaal Biografisch Woordenboek, deel 18, kol. 396-408, Brussel, 2007
  • Line Lambert, Blanka Gyselen, Antwerpen uitgeverij De Coker. 2002 32p.

 

Geraadpleegde bronnen

Websites

Referenties

  • Liselotte vandenbussche. 2009. ‘Dichteres in de branding.Blanka Gyselen voor vrouw, volk en vaderland. L. De Vos, Y. T’sjoen, L. Stynen. Verbrande schrijvers. ‘Culturele’ collaboratie in Vlaanderen 1933-1953. p. 162-181.
  • Frans van Campenhout, Blanka Gyselen in:  “Bormshuis Broederband, jg. 42 nr 1 jan/feb 2005.

 

SMAAKMAKER

 

Heer, lang was uw weg van de kelk naar het kruis
in het eeuwige spoor der zonde,
Maar langer de weg van een cel naar huis
voor wie bloedt uit al Uw wonden.
O laat in deemoed en zonder haat
deze kruisweg tot lied in mij rijpen
Dat de menschheid het lijden in ’t naakte gelaat
aanschouwe…en barmhartig begrijpe ! …

Uit: Zie de mens (1950)

 

De Engel en het leed

Altijd, altijd, in ’t ritselen van de slang
verwekt Gij mij en treed ik weer naar buiten
om hem de poort van ’t paradijs te sluiten.
Hij wendt zich af. Ik voel, onnoemelijke bang,
hoe groot ik groei in den geweldigen wind
die uit mij ruist om in zijn stem te steunen
En wijd gespreid hoor ik mijn vleugels kreunen
en weet opnieuw dat hij mij niet bemint.
 
Ik roei mij door de stroming van zijn storm
tot, plotseling, d’ orkanen voor U zwijgen.
Ik hoor de angst aan de olijven hijgen.
Gij ligt geknield, gekronkeld als een worm.
Gij weert mij af. Gij smeekt, tot driemaal toe
en drinkt mij dan weer ledig aan mijn zwaarte
en laat mij los op deze donkre aarde
en zucht mij uit…en zijt Uw engel moe…
 
Dan wordt het dag en driemaal kraait de haan…
Een licht wind, veel minder dan tevoren
vertrekt met mij langs verse tranensporen.
Schouwt mij de mensch met nieuwe blikken aan ?
Of spied ik diep naar Uw gelijkenis
langs iedere stap van zijn doorwonde voeten
en zal hij zelf mijn liefde niet bevroeden
die, ruimteloos dit reiken in mij is ?
 
Hij grijpt mijn hand in zijn vertwijfeling
en hoe zijn bloed in mij begint te beven…
Laat hij mij los ? worden wij voortgedreven
voorbij den wind der laatste weifeling ?
Hij staart mij aan en, reeds aan’t woord ontwend,
zingt hij zijn ziel en prijst zijn lijden heilig…
En ‘k voel in U mij weer oneindig veilig
omdat hij mij, Zijn Engel, heeft herkend.

Uit: De Engel werft. Verzen. (1952)

Boom in april

Gij noemt hem: ruiker voor de bruid…
hij hoort het niet, hij droomt zich uit
in ‘t boom-zijn gans verzonken
en van zijn wortels tot zijn kruin
staat heel de wereld als een tuin
onder de zon te pronken.

Gij denkt: hij bergt een nest, weldra…
en bouwt, de vogel achterna,
een zekerheid voor morgen.
Maar breed gespreid van tederheid
verdroomt de boom gewoon zijn tijd
diep in het lied geborgen.

Gij zucht: hij raakt zijn bloesems kwijt…
en ‘t sneeuwt alweer vergankelijkheid.
De boom, hij leent zijn lover
aan d’oude wind, die jonger stoeit
terwijl hij tijdeloos verbloeit
met zoveel dromen over!…

O zo bereid en rijk en stil
éénmaal te staan, boom in april,
van zon en droom bedropen
los van de wens, het nest, de vrucht
in die onmetelijke lucht
met àl uw bloesems open!

 

BIBLIOGRAFIE

Woordje vooraf

  • Na het chronologische overzicht volgt een filmografie en een selectie van haar publicaties in diverse tijdschriften.

De gegevens van deze bibliografie werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen.
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • Universiteitsbibliotheek – Katholieke Universiteit Leuven.
  • Piet Devos: Van reuzen tot dwergen. Bibliografie – Vlaamse schrijvers in de 20ste eeuw – Eerste drukken. Kortrijk, eigen beheer 2007
  • POËZIECENTRUM  vzw – Gent.
    • Naast de Poëzieshop biedt het Poëziecentrum voor liefhebbers van antiquarische kleinoden ook een uitgebreid aanbod modern antiquariaat aan. Recentelijk werd het aanbod uitgebreid tot meer dan 3500 titels èn werden alle prijzen geherwaardeerd. Je vindt een overzicht van al de antiquarische titels op Antiqbook.

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.

Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1932 Hoe Lieveken bruiloft vierde. ‘n Spel van liefde en lijden. (toneel) Wenduine : P. Putman. -59p.

Reeks: Tooneelfonds Palmer Putman.
1932 In het tuintje van Nazareth. Evangelisch legendespel voor kinderen in één bedrijf. (toneel) Wenduine : P. Putman.

Reeks: Tooneelfonds Palmer Putman.
Antwerpen : Drukk. K. Dirix-Van Riet. -30p.
1934 Van Zwartsnoetje. ‘n Sprookjesspel voor kinderen. (toneel) Wenduine : P. Putman. -30p.

Reeks: Tooneelfonds Palmer Putman.
1936 Door roode vuur. (poëzie)

Deeltitels: Het jaar van God; De dag mijner stad; Bange nachten; Opdrachten; Door roode vuur; Het laatste vers.
De 2de druk kwam einde maart 1937 van de persen van Drukkerij “Steenlandt” te Kortrijk in een genummerde oplage van 300 exemplaren.
Gyselen 14 Kortrijk : Uitgeverij Steenlandt. -47p.

Afmetingen:19 x 12.6 (ingenaaid – kaft met flappen)
Colofon: Dit boek kwam begin november 1936 van de persen der Drukkerij “Steenlandt” te Kortrijk in een oplage van 200 exemplaren op getint editiepapier, genummerd van 1 tot 200, en van 7 exemplaren op handgeschept papier van J.W. Zanders , genummerd van I tot VII.
Tweekleurendruk: zwart rood.

 

1937 Van Witje, Wilde en Winde. Tooneelspel in een voorspel, twee bedrijven en een naspel. (toneel) Antwerpen: Tooneelfonds ‘Ons Leekenspel’. -71p.

Reeks: Ons Leekenspel ; VI, 10
1938 De eeuwige Eva. (poëzie)

Tekening op omslag : Désiré Acket
Gyselen 11 Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel. -29p.

Afmetingen:24.80 x 7.50 (ingenaaid – schoolgewij gekaft)
Colofon: Van dit boek werden gedrukt, op de persen van Drukkerij P. Lombaerts te Schoten, 500 exemplaren, genummerd van 1 tot 500 en door de dichter gesigneerd.
Tweekleurendruk: zwart rood.

 

1941 Heimwee, asch der branden… (poëzie)

Gepubliceerd onder de naam Blanka GIJSELEN.
Gyselen 9 Mechelen : ” De Bladen voor de poëzie “. –13p.

Reeks: De Bladen voor de poëzie ; Jg. 5, nr.1 [eerste serie]
Afmetingen:22.50 x 14.80 (geniet)
1941 En zij vonden het Kind / Blanka Gyselen ; Kerstoverwegingen en legenden.

Bandversiering en boekverluchting door Kallist Fimmers, O. Praem.
Gyselen 1 Leuven : Davidsfonds. -157p.

Reeks: Davidsfonds Volksreeks nr 302
Afmetingen: 19 x 15.25 (Gebonden – geïllustreerde  simileren harde kaft)
Colofon: Dit is nummer 302 der Volksreeks van het Davidsfonds, tevens zevende en laatste der jaarreeks 1941.
1942 Zangen voor mijn land. (poëzie) Gyselen 8 Brussel: Uitgeverij Steenlandt. -33p.

Afmetingen:24 x 17.50 (gebonden – harde kaft)
Colofon: Aan dezen verzenbundel “Verzen voor mijn land” werd in het najaar 1940 tot in den zomer 1942 in Huize “De Gulden Schaduw” te Brasschaat door Blanka Gyselen geschreven. Hij werd in het najaar 1942 gedrukt op de persen der Drukkerij “Steenlandt” te Brussel, in een genummerde oplage van 500 exemplaren. Dit is nummer 230

 

1943 Het Wijnachtskind. (poëzie) Brussel: Uitgeverij Steenlandt. -44p.

Afmetingen: 22 x 17.75 (ingenaaid)
Toelatingsnummer Prop. Abt. Nr 7633
Colofon: “Het Wijnachtskind” werd door Blanka Gyselen in October 1943 geschreven en, in opdracht van de Uitgeverij Steenlandt te Brussel, met de hand gezet in de Cochinletter en gedrukt op de persen van J.-E. Buschmann te Antwerpen, met een oplage van 500 genummerde exemplaren en door de dichteres gesigneerde exemplaren.
1943 Verzamelde gedichten. (poëzie)

Deeltitels: Door roode vuur; Heimwee, asch der branden; De eeuwige Eva.
Gyselen 5 Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel. -72p.

Afmetingen: 25 x 14.50 (ingenaaid)
Tweekleurendruk: zwart rood
Colofon: Deze bundel “Verzamelde gedichten” bevat haast al de verzen uit “Door Roode Vuur” in 3de druk, “Heimwee, Asch der Branden” in 2de druk en “De Eeuwige Eva” in 2de druk. Hij werd gedrukt op de persen der drukkerij P. Lombaerts te Schoten.
1944 In memoriam: gedichten. (poëzie) Privé uitgave. / Brussel : Uitgeverij Steenlandt. -56p.
1950 Zie den mens: een kruisweg in veertien balladen (balladen)

1950: 2de druk. Deze tweede druk werd verzorgd door Uitgeverij P. Vink en verscheen op 500 exemplaren.
Zelfde cover als privé uitgave.
Colophon: Het opzet tot dezen Kruisweg groeide uit jaren gevangenschap. Het merendeel der Balladen ontstond tussen 25 April 1948 en 24 Februari 1949. Wegens langdurige ziekte onderbroken, werd het werk op 25 Mei 1950 voltooid.
Van “Zie den mens” verscheen einde October 1950 een eerste uitgave in privé-druk.
Gyselen 15 Privé uitgave.  -67p.

Afmetingen:24.30 x 17.80 (ingenaaid)
Colofon: Deze kruisweg verschijnt in HET HEILIG JAAR 1950 opdat het, naar den wens van Pius XII, ook in ons land weze “voor alle mensen rechtvaardiger – heiliger – gelukkiger.
Tweekleurendruk: zwart-paars

 

1950 Balladen achter staven. (poëzie)

2de druk: Antwerpen/Tilburg: P. Vink.
Gyselen 6 Privé uitgave. (Antwerpen: Drukkerij Michiels- Van den Bruel). -55p.

Afmetingen: 24.30 x 17.60 (ingenaaid)
Colophon: Deze bundel ‘Balladen’ werd in gevangenschap geschreven, tussen 10 Maart en 31 Augustus 1948. Hij verschijnt op 25 October 1950, gelijktijdig met den bundel ‘Zie den mens’ in privé-druk en wordt eveneens niet in den handel gebracht. § Er werden vijftig luxe-exemplaren gedrukt op lompenpapier ‘La Hulpe’ en genummerd van 1 tot 50.

 

1952 De engel werft. (poëzie)

Acht balladen bij acht foto’s van in steen of hout gemaakte engelen.
Gyselen 4 Privé uitgave. -40p.

Afmetingen: 26.80 x 18 ingenaaid)
Titelpagina in tweekleurendruk: zwart-blauw;
Colophon: Van de Engel Werft verschijnen, in privé-editie, naast de gewone oplage, op  100 luxe-, getrokken op geschept Van Gelder papier, de buitentekstplaten op kromekote.
De initialen werden met de hand gekleurd.
Het werk kwam op 1 december 1952 van de persen der Drukkerij Michiels- Van den Bruel te Antwerpen.
De luxe-uitgave genummerd van 1 tot 100 werd voorzien van de handtekening der dichteres.
1953 Orgelpunten. (poëzie)

Deeltitels: Con sordino; Orgelpunten.
gyselen-16 Bouwel: Privé-Druk Heidepark. -69p.

Afmetingen: 24.80 x 17.40 (gebonden in licht kartonnen kaft)
Colofon: Met uitzondering van de kleine cyclus “Con sordino” (1949) ontstonden deze Orgelpunten tussen najaar 1951 en najaar 1953.
Ze werden gedrukt op de persen der drukkerij Michiels en van den Bruel te Antwerpen. Buiten de gewone oplage werden 100 Luxe-exemplaren getrokken op lompenpapier La Hulpe, genummerd van 1 tot 100 en gesigneerd door de dichteres.
1955 Adieu Filippi. (roman)

De stofomslag werd ontworpen door Henri Lievens.
Bevat tevens een 15tal gedichten.Colofon: In de overtuiging, dat dit boek voor de lezer een verrassing is, die hem zal doen verlangen ook kennis te maken met het dichtwerk van de auteur, hebben we gemeend goed te doen met hierachter een vijftiental van haar gedichten af te drukken uit de verschillende perioden van haar opgang als dichteres.
1968: Verfilmd in een regie van  Rik Kuypers
Gyselen 2 Antwerpen / Tilburg: N.V. P. Vink. -187p.

Afmetingen: 23.75 x 15.75 (gebonden met stofomslag)
Colofon: Dit boek is gedrukt op de persen van Drukkerij Van Hoof te Ekeren, in opdracht van N.V. Uitgeverij P. Vinck, Antwerpen-Tilburg.
1956 Van Rode Vuur tot Orgelpunten. (balladen, sonnetten – bloemlezing)

Bevat: Door rode vuur; Heimwee, as der branden; De eeuwige Eva; Zangen voor mijn land; In Memoriam; Balladen achter de staven; Zie de mens; De engel werft;  Orgelpunten.
 
 Gyselen 13(ingenaaid)
Gyselen 12 Privé uitgave. (Antwerpen: Drukkerij Michiels- Van den Bruel). -124p.

Afmetingen: 24.80 x 17.50 (gebonden – harde kaft met goudopdruk– zie afbeelding; heeft effen stofomslag zonder vermeldingen) Daarnaast tevens editie ingenaaid.
Colofon: Met uitzondering van de kleine cyclus “Verzen voor God” (1956), biedt deze uitgave een keur uit de 9 vorige bundels van Blanka Gyselen, verschenen van 1936 tot 1953. – Deze editie werd gedrukt op de persen van Drukkerij Michiels- Van den Bruel te Antwerpen in het jaar 1956. Buiten de gewone oplage werden 75 luxe-exemplaren getrokken op houtvrij lompenpapier, genummerd van 1 tot 75 en gesigneerd door de dichteres. De initialen werden met de hand gekleurd

 

1957 Peter en Marijke. / Erika Gösker

Vertaald door Blanka Gyselen.
Antwerpen: Vlaamse Boekencentrale. -205p.
1958 Circus: verzen. (poëzie)

Illustraties: Jo de Meester.
De privé editie heeft als afmetingen:28 x 20.40 (geringd).

Gyselen 10

Antwerpen: Die Poorte. -45p.
1959 Lied voor morgen. (poëzie) Gyselen 7 Privé uitgave.- z.p.

Afmetingen: 24 x 15.40 (ingenaaid)
Colofon: Papier: houtvrij geschept Ingres/oud Hollands Van Gelder/houtvrij kunstdruk.
Omslag: handgeschept middeleeuws Val de Laga
Oplage: 500 genummerde exemplaren.
Typografie: Hans Michiels
Foto Focus
Druk: Drukkerij Michiels- Van den Bruel, Antwerpen.
Datum: 26 november 1959.

 

1960 De helse plantage. (roman)

Deel I van de trilogie.
Het leven en de lotgevallen van Paolo Hermanez en zijn geslacht worden behandeld in drie afzonderlijk leesbare romans, die samen een trilogie vormen.
Het eerste deel, waarvan de gebeurtenissen plaatsgrijpen omstreeks de jaren 1900, is getiteld: DE HELSE PLANTAGE.
De titel van het tweede deel, dat zich afspeelt omstreeks 1925, luidt: EEN ORCHIDEE VOOR INEZ.
Het derde deel, gesitueerd in 1950 en volgende jaren, draagt de titel: HET HUIS DAT GOD BEMINT.
 Gyselen 18 Hasselt : Uitgeverij Heideland P.V.B.A. . -159p.

Afmetingen: 23 x 15.25 (gebonden – harde kaft met stofomslag)
1960 Een orchidee voor Inez. (roman)

Deel II van de trilogie.
Gyselen 3 Hasselt : Uitgeverij Heideland P.V.B.A. -163p.

Afmetingen: 23 x 15.25 (gebonden – harde  kaft met stofomslag)
1960 Het huis dat God bemint. (roman)

Deel III van de trilogie.
 Gyselen 19 Hasselt : Uitgeverij Heideland P.V.B.A. -157p.

Afmetingen: 23 x 15.25 (gebonden – harde kaft met stofomslag)
2008 De wereldreis van Flip en Flop.

Tekeningen van Leo De Budt, tekst van Blanca Gijselen.
Londerzeel : Brabant Strip. -64p.

Gratis bijlage bij Brabant Strip Magazine 159, dit verhaal werd eerder gepubliceerd in Volk en Staat vanaf 22 april 1941 en verscheen nooit eerder als album
zd Het verborgen koninkrijk: een boek voor meisjes over de geheimen van het leven / Berthold Lutz.

Uit het Duits vertaald en bewerkt door Blanka Gyselen.
Antwerpen: Sheed & Ward. -126p.
zd De lichtende weg: een boek voor jongens over de geheimen van het leven. / Berthold Lutz.

Uit het Duits vertaald en bewerkt door Blanka Gyselen.
Antwerpen: Sheed & Ward. -126p.

 

FILMOGRAFIE

Adieu Filippi

Regie: Rik Kuypers
1968 – z/w – duur : 60’ – Nederlands gesproken.
Scenario : Rik Kuypers op basis van de roman Adieu Filippi van Klanka Gyselen (1955)
Camera: Walter Smets, Jan Tavernier, Ralf Boumans
Muziek: Walter Heynen
Producer: Tony Hermans en Toni Boltini
Cast: Wioes >Andersen (Filippi), Johan Kaart (Filippo), Hélène van Herck (Moeder), Sylvia Bakker (Arlette), Robbe de Hert (Mario), Jan Reusens (Henri), Robert Marcel, Directeur), Sylvia Bakker (Micheline), Benny Svheffer (Grimki), Alberto Althof jr. (Edo), Andrea Darmont (Mimi).

 

Artikelen in tijdschriften en kranten

1940 ‘Indrukken eener bezichtigingsreis “door het heerlijke Westfalen”. De prachtige “Mutterheime” in het bergland.’ In: Volk en Staat, 10 april 1940.
1940 ‘Indrukken eener bezichtigingsreis “door het heerlijke Westfalen”. Ideale toestanden in model-bedrijven.’ In: Volk en Staat, 16 april 1940.
1940 ‘Indrukken eener bezichtigingsreis “door het heerlijke Westfalen”. In het rijk der kinderen’. In: Volk en Staat, 4 mei 1940.
1940 ‘De geboorte van het licht’. In: Volk en Staat, 22 en 23 december 1940.
1940 ‘Zij was een meisje zonder Tranen’. In: Volk en Staat, 13 en 14 oktober 1940
1941 ‘Vrouwen, dit is uw taak’. In: Winterhulp (1941) 2 februari p. 25-26.
1941 ‘De zuster van Sint-Maarten’. In: Winterhulp (1941) 3 maart  p. 33-34.
1941 Sprookjes voor de jeugd’. In: Volk en Kultuur, 1 maart 1941, p. 16-18.
1941 Ruth Schaumann, de helderziende. In: De koerier 1 (1941) 5, p.1-2.
1941 ‘Die Deutsche Frau im Kriege’ In: Westfälischer Tageszeitung, 2 november 1941
1942 ‘Mädchen ohne Tränen’ In: Kölnische Tageszeitung, 20 februari 1942
1942 ‘De vrouw in het werk van Albrecht Rodenbach’. In: Volk en Staat, 14 en 15 juni 1942