home | Inloggen
Aantal schrijvers: 542 | Aantal boeken:

15736

Nahon, Alice

ALICE NAHON

Antwerpen, 16 augustus 1896 – Antwerpen, 21 mei 1933

Alice Nahon was dichteres en als zodanig een icoon van de Vlaamse literatuur, met meer dan 250.000 exemplaren van haar 4 bundels verkocht.

Het publiek kent haar als een ziekelijk, braaf, gelovig en eenvoudig meisje. Maar eigenlijk was ze een onconventionele vrouw met een turbulent liefdesleven. Ze droomde van een carrière als avant-gardedichteres.

In Vlaanderen is Nahon wellicht het meest bekend van de versregels van haar Avondliedeke III:

“‘t is goed in ‘t eigen hert te kijken, nog even vóór het slapengaan,
of ik van dageraad tot avond, geen enkel hert heb zeer gedaan, …”

 

BIOGRAFIE

16 augustus 1896: Geboren te Antwerpen (Grote Markt 58) als derde in een gezin van elf kinderen.

  • Haar vader Gerard L. Nahon, was een Nederlander uit een Frans hugenotengeslacht. Hij was procuratiehouder van de in 1892 opgerichte ‘De Nederlandsche Boekhandel ‘, gevestigd op de Paardenmarkt.
  • Haar moeder -Julia Gysemans, onderwijzeres van opleiding – was de dochter van een rijke tuinder uit Putte bij Mechelen, Na haar huwelijk in 1892 gaf zij het lesgeven op en wijdde zich conform de geplogenheden van haar tijd, aan wat een kroostrijk gezin ging worden.

1897-1902: Na een vijftal keren verhuisd te zijn in Antwerpen en omgeving, kopen de ouders Nahon in 1902 een huis aan de Oude Baan in Mortsel-Oude God. Zeven jaar van haar jeugd brengt ze in dit huis door, langer dan ze ooit nog op eenzelfde plek zal verblijven.

1909-1911: Alice Nahon brengt heerlijke vakanties door in de Kempen, bij haar meter, de onvergetelijke ‘Tante Mieke’, kasteleines van “’t Kasteeltje van Namen” een bekende afspanning aan de Beerzelhoek te Putte. en zuster van haar moeder.

  • Tante Mieke – haar echte naam is Maria Francisca Gijsemans – heeft ongetwijfeld een diepe invloed op de  jonge Alice Nahon gehad. Toen zij op Paaszondag, 25 februari 1928 stierf, maakte Alice volgend ‘santje’:

Een bonte bloemfontein over ons kinderjaren
is zij geweest;
Geheime kluis van troost voor al die ouder waren
naar hart en geest

Daar gaat zij naar de Gemeentelijke Meisjesschool aan de Mechelbaan.

1911-1913:  Is drie jaar intern aan de landbouw-huishoudschool (Institut du Sacré-Coeur), te Overijse bij Brussel. Zij schrijft er haar eerste speelse ‘jeugd’gedichten, die pas in 1936 postuum gepubliceerd zullen worden in de dichtbundel Maart-April.

Augustus 1913:  Wordt samen met haar oudere zus Constance inwonend leerling in de verpleegsterschool van het Stuivenberg-ziekenhuis te Antwerpen. Ze werd er platonisch(?) verliefd op de zeven jaar oudere hoofdverpleegster Anne Voeten.

Wanneer in augustus 1914 WO I uitbreekt is Nahon met ziekteverlof. In september wordt ze zelfs doodziek opgenomen als patiënte in het Stuyvenbergziekenhuis. Na twee weken is haar toestand onder controle, maar korte tijd later krijgt ze wegens ziekelijke gesteldheid eervol ontslag als leerling-verpleegster.

1914-1915: In de winter van 1914-15 volgt ze nog tekenlessen aan de Academie van Antwerpen en een cursus letterkunde bij de dichter Pol de Mont.

Het huis in Mortsel wordt door de Belgische genie afgebroken omdat het in het schootsveld ligt van de artillerie van het plaatselijke fort.

De situatie wordt nog verergerd doordat ook het inkomen van vader Nahon bij ‘De Nederlandsche Boekhandel’ ingevolge de oorlogsomstandigheden drastisch wordt verminderd.

DE WEG LANGS SANATORIA

1915: Alice Nahon verblijft nog enige tijd bij haar meter in Putte, maar wordt al snel opgenomen in het Joostensgesticht in Sint-Antonius Brecht als tuberculose-patiënte. De diagnose van dokter Charles Bonzon blijkt achteraf fout, maar de kosten van verpleging van Alice kwamen zo wel ten laste van het Bestuur der Burgerlijke Godshuizen.

1915-1916: Stuurt  een paar van haar gedichten ‘Alleen’ en ‘Avondklacht’ – geschreven tijdens haar opname in het Joostensgesticht – op naar het tijdschrift Vlaamsch Leven, waarvan Willem Gijssels hoofdredacteur was. De gedichten worden geweigerd en zullen pas verschijnen in 1996 in Alice Nahon 1896-1933. Kan ons lied geen hooglied wezen ?, p. 234-235.

  • Vlaamsch Leven – ‘Zelfstandig Vlaamsch Geïllustreerd weekblad’, was een activistisch weekblad en het enige grote literaire tijdschrift dat tijdens WO I verscheen.
  • Het was zowat de literaire verzamelplaats van bijna alle debuterende jongere dichters van die tijd: Victor J. Brunclair, Gaston Burssens, Marnix van Gavere, Marnix Gijsen, Armand W. Grauls, Raymond Herreman, Karel Leroux, Joannes Marijnen, Alice Nahon, Paul van Ostaijen, Maurice Roelants, Urbain van de Voorde, Frank van den Wijngaert en anderen.

21 januari 1917: Debuteert in Vlaamsch Leven met het gedicht ‘Mijn Poëzie

 Of snaren van mijn jonge ziel,
Ik voelde uw trillen zacht
Wijl ’t woordjen op u nederviel
Dat door mijn tranen lacht

 Of zacht en zangerige woord,
Waarin ik peerlen vind,
Hebt gij m’n blijheid niet gehoord,
De blijheid van een kind ?

 O Gij! Die mijn gedachtjes kust
En neemt mijn droefenis,
’t Is of mijn innerlijke rust
Door U beveiligd is.

O lieflijkheid! O, zanggetril,
Verwarm het harte mijn,
Het arme, kleine hart, en wil
Mijn eeuwge rijkdom zijn.

 15 april 1917: Het gedicht ‘De kinderen van de Soetewey’ verschijnt in Vlaamsch Leven, waarin ze – duidelijk schatplichtig aan de poëzie van Gezelle – de boerenkinderen van het gehucht Soetewey in alle vroegte naar de school in Putte ziet trekken.

Ze trekken ter schole ten halleveracht
Het dorpje ligt ver van ’t gehucht’ –
Om ’t even, of liefelijk ’t zonneke lacht,
Voor wind noch voor regen beducht.
Met blauw-baaien rokskens,
De blinkende blokskens
Van ’s zaterdags vers gevernist,
Zo trekken ze zwijgend
De koppekens nijgend,
Door regen, door sneeuw of door mist;
Dan spreken die boeren gespeelkens geen woord,
De groteren trekken de kleineren voort,
“Klikkerdeklakker”, zo kloefren de rijen
Op blokskens voorbij langs de grauwe kasseiën.

Lente 1917-1922: Neemt haar intrek in het St. Jozefinstituut te Tessenderlo.

  • Dit was in feite een rusthuis voor bejaarden, waarvan één vleugel voorbehouden was aan ongeneeslijke zieken. Ze verbleef er zes jaar lang tot einde 1922. Tuberculose was toen nog een ziekte waar je vlug aan stierf. Uit de beklemming, angst en eenzaamheid kon ze zich enkel wat bevrijden in haar gedichten.

Zij schrijft er twee dichtbundels, namelijk ‘Vondelingskens’ (1920) en ‘Op zachte vooizekens’ (1921). Beide bundels worden zowel door de literaire kritiek als door het lezerspubliek bijzonder goed onthaald.

Het is ook een bittere periode waarover ze later zou schrijven: “Ik had de naam aan een ongeneeslijke kwaal te lijden. Dat ontmoedigde me vreselijk. Alleen toen ik de middelen bezat om me in Zwitserland door een specialist te laten behandelen, vernam ik dat het niet waar was.”

Door haar literair succes is ze echter heel erg bekend geworden. Velen zoeken haar op in Tessenderlo en met verschillende van de bezoekers knoopt ze vriendschaps- en zelfs liefdesrelaties aan. (o a met Geert Pynenburg en de avant-gardist Michel Seuphor (ps voor Fernand Berckelaers).

1922: De oprichting van fabrieken in de omgeving van het sanatorium te Tessenderlo, maken dat haar verblijf voor haar gezondheid niet langer wenselijk is.

DE ZWERFJAREN 1923-1927

1923: In januari vertrekt ze voor een herstellingskuur naar Luzern, Zwitserland. De reis wordt financieel mogelijk gemaakt door een geldinzameling opgezet door de Antwerpse schepen Hector Lebon en gepromoot door onder anderen Emmanuel de Bom.

  • De diagnose van dokter Franz Elmiger luidde, dat zij geen tuberculose had, maar chronische bronchitis.
  • Omdat het klimaat in Luzern echter te vochtig was voor een goede behandeling van chronische bronchitis wordt haar een verblijf in het Zuiden aangeraden. Via het Vierwoudstedenmeer en Nervi (Italië) reist ze naar de Landes in Frankrijk.

In juli 1923 is ze terug in Antwerpen maar hoewel ze met haar dichtbundels en lezingen allerhande best wat geld verdiend had, kan ze dat geld amper besteden, omdat haar vader het voor haar beheert. Dus logeert Nahon meestal bij wie haar hebben wilde.

Vaak is dat bij de zussen van Matje Theunissen – de latere vrouw van Gerard Walschap – die een hotel uitbaten in Maaseik, of bij de familie van de Nederlandse schrijver Eddy du Perron te Brussel of bij de rijke familie Van Beuningen in Tiel.

1924-1925: Wellicht was ze beter wat langer in het Zuiden gebleven. Verscheidene behandelingen en kuren in binnen- en buitenland brengen geen genezing. Pas in de zomer van 1924 voelt ze zich beter en geeft ze lezingen in Vlaanderen en Nederland.

1925-1927: Maar sukkelen bleef het. Na tal van omzwervingen en behandelingen o a zes weken in de Boerhaave kliniek te Amsterdam, voelt zich in 1927 zoveel beter dat ze gaat denken aan een passende betrekking.

  • Literaire erkenning krijgt ze in 1925 wanneer ze wordt opgenomen in Vlaamsche Weelde. Een keus van zestig koppen uit onze letterkunde ‘uit liefdevolle vereering voor onze Moedertaal’ samengesteld door Désiré Pissens en Juliaan Ferstraets. Nahon was naast Wies Moens, Marnix Gijsen en Willem Putman, een van de vier jongeren onder de dertig jaar en een van de slechts zes vrouwen die de selectie van ‘groote mannen van onze Vlaamsche literatuur hebben gehaald.
  • 1926: Er verschijnen amper gedichten in deze periode, maar wel een bloemlezing Keurgedichten, met een inleiding door de Nederlandse letterkundige Christiaan Tazelaar.

Kritiek van zowel Van Ostaijen als Martinus Nijhoff deed niets af aan de enorme populariteit van Nahon op dat moment. Dat zorgt ervoor dat het Mechels stadsbestuur haar graag een baan als bibliothecaresse gunt.

HERNIEUWDE ACTIVITEIT EN LEVENSVREUGDE…

1927 tot 1930: Werkt als hoofdbibliothecaresse in de ‘Stedelijke Volksboekerij’ te Mechelen, waar ze verantwoordelijk was voor de boekaankopen en de administratie. Financieel ging het haar voor de wind met een jaarwedde van 13.410 frank in februari 1928 opgetrokken tot 18.000 frank.

Aanvankelijk woonde Nahon op een etage van een huis op de hoek van de Hanswijkstraat en het Raghenoplein, zo’n 300 meter van het station, maar in december 1928 verhuist ze naar Melaan 14 op de hoek van de Arme Klarenstraat.

25 februari 1928: Dood van Tante Mieke. Alice Nahon schrijft voor het doodsprentje het gedicht ‘Aan Tante Mieke zaliger gedachtenis’, later gepubliceerd in de dichtbundel Maart-April.

1928 is ook het jaar van de publicatie van haar laatste bundel ‘Schaduw‘.

  • Onder druk van de negatieve kritieken op haar bloemlezing Keurgedichten uit 1926 had Nahon enkele schuchtere pogingen gedaan om wat moderner (lees, expressionistischer) te schrijven, maar dat werd geen succes. Door de lauwe ontvangst van deze bundel hing Nahon haar lier definitief aan de wilgen. Wel ging ze door met het geven van lezingen en gaf ze haar publiek wat het van haar verwachtte : eenvoudige , sentimentele gedichtjes van een mooi, maar ziekelijk ‘kwijnmeisje’.

Hoe dan ook ‘Schaduw‘ is enerzijds een bundel, waarin zij de beslotenheid van haar leed doorbreekt en zich keert naar de wijdere wereld:

“Ik droom mijn liefde wijder,
dat niet mijn einddoel zij
’t erbarmen van een man
n dat ik met mijn vrouwenhanden
wat wereld-ellende
omvatten kan. “

maar ook een nadenken over dichterschap

Poëzie,
tenger en sterk mirakel,
dat zich voltrekt boven een trosselke woorden,
boven een enkele zin,
boven een luttel woord;
ach trosselke, ach woordenrij,
ach woord weiger van waarde,
wie heeft uw geest gewekt
en over wrokkige aarde
doen heilichten

– Gods blik die gloort ?-

Eind 1929: Nahon neemt heer intrek in de kapelwoning van Cantecroy, een kasteeldomein gelegen aan de toen nog landelijke rand van Mortsel.

  • Het kasteel was eigendom van het echtpaar De Groodt, stichters van de Vlaams Wetenschappelijke Stichting  en het Vlaams Fonds voor Wetenschappen.
  • De familie De Groodt ontving op het kasteel een gevarieerde schare bezoekers, deels kennissen van Nahon, deels illustere figuren als Johan Huizinga, Rabindranath Tagore, Albert Einstein e a
  • Het logement van Nahon bevond zich in het oudere gedeelte van het domein, gebouwd op oude sponzige funderingen en daardoor erg vochtig, bepaald geen verbetering dus.

Begin 1930: Nahon wordt aangezocht om lid te worden van de in oprichting zijnde Antwerpse Soroptimist Club.

  • Soroptimist International zoals de club nu heet is een service club voor vrouwen, opgericht in 1921 in de Verenigde Staten naar het voor beeld van de Rotary Club,voorbehouden voor mannen.
  • Tijdens de activiteiten van de club raakt ze bevriend met Marie Gevers en ontmoet ze opnieuw Anne Voeten, de hoofdverpleegster van het Stuyvenbergziekenhuis aan wie ze als zeventienjarige haar hart had verloren. Terzijde: Anne Voeten was ‘de echte baanbreekster van de eerste uren van het soroptimisme in België.

1 december 1930: Er komt officieel een einde aan haar carrière als bibliothecaresse van de Mechelse volksbibliotheek.

MAAR ACH DIE GEZONDHEID…

Begin 1931 wordt de dichteres gehospitaliseerd in de pas opgerichte  Eeuwfeestkliniek in de Harmoniestraat te Antwerpen. De reden van deze hospitalisatie – die loopt van februari 1931 tot 5 april – blijft in geheimzinnigheid gehuld.

In zijn biografie “Ik heb de liefde lief gehad – het leven van Alice Nahon” oppert Manu Van der Aa dat haar verblijf te maken zou kunnen hebben met de gevolgen van een miskraam of een niet vakkundig uitgevoerde vruchtafdrijving.

1932: Ze geeft haar pittoreske  vault house van het middeleeuwse kasteel Cantecroy te Oude-God op en verhuist – na enige omzwervingen – naar een appartement in de Carnotstraat (in nr 17) in het centrum van Antwerpen.

7 oktober 1932: Houdt  haar laatste lezing in Rotterdam voor de Nederlandse Boekverkopersbond.

Ze schrijft haar laatste gedichten: Ik dank u voor drij rozen, Het halssnoer en Onder uw handen.

Onder uw handen
die veilig’ ogieve
word ik weer de stille
de zachte
de lieve..

November 1932: Opnieuw ziek, met hoge koorts. Er is nu sprake van een hartziekte, veroorzaakt door een aangeboren klepafwijking, of, een verworven klepziekte veroorzaakt door “acuut gewrichtsreuma” als kind ten gevolge van onbehandelde keelontstekingen.

Die winter verblijft zij een drietal weken bij Geert en Trude Pijnenburg in het Melkhuisje in Heide-Kalmthout.

Januari 1933: Zij keert terug naar haar appartement te Antwerpen, waar ze voorgoed bedlegerig werd.

24 mei 1933: Teraardebestelling op het Schoonselhof te Antwerpen. Massale opkomst. Afscheidsrede door Marnix Gijsen.

Epiloog

1936: Postuum worden de gedichtenbundel “Maart-April” uitgegeven, te samen met nog wat onuitgegeven werk.

1970: Karel Jonckheere publiceert een bloemlezing ‘Bloemen van ’t veld’

1972: Gedenkplaat op de gevel van het geboortehuis wordt onthuld door burgemeester Lode Craeybeckx.

Het Alice Nahondocumentatiecentrum

  • Het Alice Nahon documentatiecentrum in Putte verzamelt alle informatie over Alice Nahon. Het centrum stelt de informatie ter beschikking van alle geïnteresseerden en werd in 2003 als museum ingericht. Er is een fotogalerij met een veertigtal foto’s met bijhorende teksten, die een beeld geven van het leven en werk van de dichteres. Het centrum ligt aan de basis van heel wat publicaties over Alice Nahon.
  • Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van haar geboorte bracht het centrum een serigrafie van de leemtetekening LA VIE EN FLEUR, waarmee Michel Seuphor zijn jeugdvriendin eerde. Genummerd en gesigneerd door de auteur. De serie is helaas uitverkocht. Voor alle info over het documentatiecentrum: 015 76 75 22.

 

TRIVIA

Lanoy’s beruchte parodie op

“‘t is goed in ‘t eigen hert te kijken, nog even vóór het slapengaan,
of ik van dageraad tot avond, geen enkel hert heb zeer gedaan, …”

luidt

Aumale: Ceci c’est mon poème. ‘Een avondliedeken.
‘t Is goed in d’eigen kut te knijpen, nog even voor het slapengaan
daar ik van dageraad tot avond weer met geen hond ben platgegaan.
 
Uit: Ten Oorlog. Risjaar Deuzième. Tweede bedrijf.

MEER OVER ALICE NAHON

  • 1974:  Henri Bossaerts, Alice Nahon. Antwerpen: Helios. -47p. Reeks: Monografieën over Vlaamse letterkunde nr 51
  • 1996: Ria Van Den Brandt (red.), Alice Nahon – Kan ons lied geen hooglied wezen. -303p. Antwerpen – Baarn: Uitgeverij Houtekiet.
  • 2007: Luc Daems, Liske in Brasschaat. Alice Nahon bij Tybaert de Kater. Brasschaat: De Lezer. -94p.

 

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Websites

Referenties

  • Ureel. 1996. “Een handvol verzen. Alice Nahin, meer dan de Venus van Botticelli”. In: Keustermans, Lisette; Raskin, Brigitte (red.), Veel te veel geluk verwacht. Schrijfsters in Vlaanderen 1, Amsterdam: Meulenhoff  p. 31-46
  • Manu van der Aa, Alice Nahon – Ik heb de liefde liefgehad. Tielt: Uitgeverij Lannoo 2008.

SMAAKMAKER

Stervens-pijn

Uit: Vondelingskens.(1920)

Daar hangt wat adem in m’n ziel
Op iederen weg, in ied’re bloem;
Daar blijft een beetje van mijn hart
In al de namen, die ‘k vernoem.
En ‘k voel m’n ogen stil verwant
Aan ieders wee…, aan elks verblijen…,
Gij die me lieven hebt geleerd,
God, leer me scheien.
*
 
M’n God, ik kan…,ik kan nog niet;
Daar woont in mij geen stervensrust !
M’n ziel is nog niet uitgezeid,
M’n mond heeft niet genoeg gekust…
Zie, in m’n kijkers fonk’len nog
Te lang verkropte, jonge lusten…
Gij, die me hunk’ren hebt geleerd,
God, leer me rusten…
*
 
Onder m’n voeten reuz’len stil
Verdroogd’ en bruin’ Oktoberblaân;
Neem Gij m’n handen, God, ik kan,
Ik durf er haast niet overgaan…
M’n zwierige tred is niet gewend
Te trappen op illuzie-scherven…
Gij, die me ‘leven’ hebt geleerd,
God, leer me sterven.

Onze handen

Uit: Maart-april (postuum 1936)

Eenvoudig als onze handen zijn
bij vaal verdriet en gulden feest
zo zijn wij, lieve, met elkaar
zelden geweest.
 
Tussen der woorden hovaardig spel,
onze handen, zij alleen,
die wisten van elkander wel
’t geheim van ons getween.
 
Die hebben ’t schoonste deel gekend
van ’t heimwee waar een mens in mint;
die wisten niet waar waken endt
of waar de droom begint.
 
En wijd van alle valse schijn,
zo zonder teken, zonder woord,
hebben ze, zuiver als ze zijn,
elkander toebehoord.
 
Mijn jongen, toen uw leste kus
vaarwel zong door mijn blonde haar,
deden ons beider handen nog
van ’t komen schoon gebaar.
 
En toen de leste trein vertrok,
wuifden zij elkander toe;
die zwijgend hebben liefgehad,
die minnen elkaar voorgoê.
 
Och, mochten, moe van dool en pijn,
wij eens aan avondraam,
eenvoudig als onze handen zijn
zwijgend tesaam.
 

BIBLIOGRAFIE

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • POËZIECENTRUM VZW – Gent

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.

Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1920 Vondelingskens. (gedichten)
Deeltitels: Vondelingskens; Afgeloerd.
Met omslagteekening van Jos Léonard
 Nahon 10 Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel. / Leiden: A.W. Sijthoff’s Uitgeversmaatschappij. -61p.  – 30 gedichten
1921 Op zachte vooizekens. (gedichten)
Met omslagteekening van Jos Léonard.
Bevat 25 gedichten waarvan er 14 eerder in verschillende tijdschriften verschenen zijn
Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel. / Leiden: A.W. Sijthoff’s Uitgeversmaatschappij. -48p.
In twee versies op de markt gebracht: een ingenaaide versie  en een in linnen gebonden uitvoering
1926 Keurgedichten van Alice Nahon, uit “Vondelingskens” en “Op zachte vooizekens”.
Met karakterschets van dr. C. Tazelaar.
Nahon 8 Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel. / Leiden: A.W. Sijthoff’s Uitgeversmaatschappij. -40p.
Afmetingen: 20.20 x 14 (ingenaaid)
1928 Schaduw. (gedichten)
Omslagtekening van Jos Leonard.
1928: tweede uitgave ibidem.
Nahon 7a 2de uitgave
Nahon 7 Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel. / Leiden: A.W. Sijthoff’s Uitgeversmaatschappij. -47p.  -24gedichten

Afmetingen:26.50 x 20.30 (ingenaaid)
Colofon: Gedrukt bij Willy Godenne te Mechelen.
Er werden 250 exemplaren gedrukt voor het Vlaamsche land en 250 voor Nederland; elke reeks is genummerd.
Nota: Gelijktijdig met deze luxe uitgave verscheen er een gewone editie op het kleinere formaat van de vorige bundels, met een wat minder moderne tekening van Léonard.
1930 Gedichten – Met Vondelingskens en Op zachte Vooizekens. Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel. / Leiden: A.W. Sijthoff’s Uitgeversmaatschappij
1931 Gedichten (1931)
Drie boekdelen in één band:
Vondelingskens (12de uitgave), Op zachte vooizekens (10de uitgave) en Schaduw(4de uitgave).
Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel. / Leiden: A.W. Sijthoff’s Uitgeversmaatschappij.
1932 Alice Nahon en haar gedichten. Keur uit haar werk – Vervolledigde uitgave. Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel. / Leiden: A.W. Sijthoff’s Uitgeversmaatschappij.
1932 Alice Nahon en haar gedichten: keur uit haar werk verzameld en voorzien van een karakterschets door Dr. C. Tazelaar.
Omslagtekening van Jos Leonard
  Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel. / Leiden: A.W.Sijthoff’s Uitgeversmaatschappij. -43p. + 4 foto’s

POSTUME UITGAVEN

Jaar Titel Fotografie Uitgeverij 1ste druk
1934 Verzamelde Gedichten – Drie boekdelen in één band: Vondelingskens (15de uitgave) Op zachte vooizekens (13de uitgave) en Schaduw (6de uitgave)  Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel.
1934 Alice Nahon herdacht, 6 augustus 1896—21 mei 1933. (gedenkschrift – bibliofiele uitgave)
Met bijdragen van Urbain Van de Voorde, Frans Smits, Luc Inderstege, Gerard Walschap, Lode Zielens en Marnix Gijsen.
Met een zestal gedichten van Alice Nahon, waarvan drie in handschrift en zestien foto’s
Omslagteekening van Jos Leonard
Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel . -93p. / Leiden: A.W. Sijthoff’s Uitgeversmaatschappij
1936 Maart – april. (poëzie)
Deeltitels: Jeugdgedichten en nagelaten verzen;
Verzameld en van biographische bijzonderheden voorzien door Renaat Korten.
Nahon 3 Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel . -63p.  + 3 foto’s

Afmetingen:20.80 x 15.20 (ingenaaid)
1936 Jeugdgedichten en nagelaten verzen (1936 – 1942).
Verzameld en van biographische bijzonderheden voorzien door Renaat Korten.
Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel.-63p.
1942 Verzamelde gedichten.
Bevat: Vondelingskens (20ste druk); Op zachte vooizekens (18e druk ); Schaduw (11de druk).
Elke bundel wordt voorafgegaan door een foto van de auteur.
 Nahon 6 Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel / Leiden: A.W. Sijthoff’s Uitgeversmaatschappij -40;-40; -40p.
Afmetingen: 20 x 14.20 (ingebonden – harde kaft)
1952 Verzamelde gedichten.
Bevat: Vondelingskens (23ste druk – 62ste tot 66ste duizendtal); Op zachte vooizekens (21ste druk – 55ste tot 59ste duizendtal); Schaduw (14de druk – 36ste tot 40ste duizendtal).
Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel / Leiden: A.W. Sijthoff’s Uitgeversmaatschappij -40;-40; -40p.
1970 Bloemen van ’t veld. (poëzie – bloemlezing)
Verzameld en ingeleid door Karel Jonckheere.
Uit de bundels: Vondelingskens; op zachte vooizekens; schaduw; nagelaten verzen.
 Nahon 1 Hasselt: Uitg. Heideland, Orbis. -77p.
Reeks: Poëtisch erfdeel der Nederlanden nr 70
Afmetingen: 18 x 10.80 (pocket)
1983 Verzamelde gedichten, 1933-1983. (poëzie-verzamelbundel)
 
Samengesteld en ingeleid door Erik Verstraete met een opstel van Hans Roest en archiefdokumenten.
Lay-out: Dominique Baston
Bevat: Ten geleide; Alice Nahon, dichteres van tedere schoonheid; Alice Nahon in Nederland; Alice Nahon bioskopie; Maart-april: Jeugdgedichten; Vondelingskens; Afgeloerd; Op zachte vooizekens; Schaduw; Maart-april: Nagelaten gedichten; Onuitgegeven gedichten; Brieffragmenten; Bibliografie; Namenregister.
Nahon 14 Antwerpen: Stichting Mercator Plantijn. -263p.
Afmetingen: Het boek “Alice Nahon. Verzamelde gedichten” van Erik Verstraete werd uitgegeven door de Stichting Mercator-Plantijn te Antwerpen.
Het boek werd gezet uit de Times en gedrukt op 120 grams houtvrij offsetdruk.
De grafische vormgeving en het concept van deze uitgave werden verzorgd door Dominique Baston Antwerpen.
Historische documenten afkomstig uit het Archief voor het Vlaams Cultuurleven en van Mevrouw L. Corten-Nahon.
Fotografie van de documenten Guy Verwimp, Antwerpen.
Aan het tot stand komen van het boek werkten mee Concordia pvba Drukkerij te Roeselare-Rumbeke en Boekbinderij Delabie te Kortrijk-Marke.
1984 Verzamelde gedichten, 1933-1983. (poëzie-verzamelbundel)
 
Tweede vermeerderde uitgave met enkele zeldzame foto’s samengesteld en ingeleid door erik verstraete met een opstel van han roest en archiefdokumenten.
Bevat: Ten geleide; Alice Nahon, dichteres van tedere schoonheid; Alice Nahon in Nederland; Alice Nahon bioskopie; Maart-april: Jeugdgedichten; Vondelingskens; Afgeloerd; Op zachte vooizekens; Schaduw; Maart-april: Nagelaten gedichten; Onuitgegeven gedichten; Brieffragmenten; Bibliografie; Namenregister; Alice Nahon en Putte.
Nahon 4 Antwerpen: Stichting Mercator Plantijn. -285p.
Afmetingen:24 x 17 (gebonden – harde kaft met stofomslag)
Colofon: Het boek “Alice Nahon, Verzamelde gedichten” van Erik Verstraete werd uitgegeven door de stichting Mercator Plantyn te Antwerpen.
Het boek werd gezet uit de Times en gedrukt op 120 grams houtvrij offsetdruk.
De grafische vormgeving en het concept van deze uitgave werden verzorgd door Dominique Baston, Antwerpen.
Historische documenten afkomstig uit het Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven en van Mevr. L. Corten-Nahon.
Fotografie van de documenten: Guy Verwimp Antwerpen.
Aan het tot stand komen van het boek werkten mee Concordia pvba Drukkerij te Roeselare Rumbeke en boekbinderij Delabie te Kortrijk-Marke.
1987 Alice Nahon – Verzamelde gedichten / Erik Verstraete. Roeselare: Uitgeverij Edicon
1996 Alice Nahon- Verzameld dichtwerk.
Samengesteld en ingeleid door Erik Verstraete
Omslagontwerp en typografie: Studio Uitgeverij Pelckmans.
Alle foto’s: Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven.
Fotografie: Joris Luyten.
 Nahon 2 Kapellen: Uitgeverij Pelckmans. -176p. / Kampen: Uitgeverij Kok.
Afmetingen: 22 x 14 (gebonden – harde kaft)
2009 Een hofke van geheimnis. Haar meest geliefde gedichten. (poëzie – bloemlezing)
Samenstelling en voorwoord: Hans Keizer.
Nahon 5 Soest: Verba. -64p.
Afmetingen:20 x 12.20 (gebonden in harde geïllustreerde kaft)
2018 Brieven van Alice Nahon. (brievenboek)
Verzameld en geannoteerd door Manu Van der Aa.
Nahon 15 Emmanuel Van der Aa, Uitgever. -239p.
Afmetingen: 21 x 14 (gebrocheerd – zachte kaft met flappen)
Colophon: Deze uitgave werd vormgegeven door Rudo Hartman (Den Haag). De tekst is gezet uit de Aldus Roman en werd in februari 2018 gedrukt onder de supervisie van Best in Graphics (Vosselaar)
De oplage bedraagt 250 genummerde exemplaren. Dit is nummer …

 

OVER ALICE NAHON

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1974 Alice Nahon.
Auteur: Henri Bossaert
Antwerpen: Helios. -47p.
Reeks: Monografieën over Vlaamse letterkunde nr 51
1996 Alice Nahon (1896-1933) – Kan ons lied geen hooglied wezen. (bundel essays)
Redactie: Ria Van Den Brandt
Omslag: Herman Houbrechts
Nahon 13 Antwerpen – Baarn: Uitgeverij Houtekiet. -303p.
Afmetingen: 23.50 x 15.50 (paperback)
2007 Liske in Brasschaat. Alice Nahon bij Tybaert de Kater
Auteur: Luc Daems.
Nahon 12 Brasschaat: De Lezer. -94p.
Afmetingen: 18.50 x 12 (gebrocheerd)
Colofon: ‘Liske in Brasschaat’ van Luc Daems werd in het voorjaar 2007 in opdracht van De Lezer door de firma P. Van de Velde uit Antwerpen gedrukt en is gezet in de letterfont Bembo. De uitgave verscheen op 150 genummerde exemplaren. Bovendien werden 26 exemplaren geletterd van A tot Z.
Ze zijn bestemd voor de vrienden van de auteur en uitgever. Alle exemplaren zijn gesigneerd door de schrijver.
2008 Ik heb de liefde liefgehad. Het leven van Alice Nahon.
Auteur: Manu van der Aa
Omslagontwerp: Studio Lannoo
Binnenwerk; De Diamantpers nv
Omslagfoto: AMVC-Letterenhuis
Nahon 11 Tielt: Uitgeverij Lannoo nv. -326p.
Afmetingen: 21 x 14 (paperback)

 

Vele van haar gedichten zijn op muziek gezet door onder meer

Flor Peeters

  • Armoe= Solitude Opus titel: Opus 3 nr. 1
  • Deemster-vrage
  • Heidekind
  • Uchtendliefde
  • Vergiffenis

Arthur Meulemans;

  • Des avonds
  • Drie avondliedjes
  • Blommen suite voor mannekoor.

Lode De Vocht

  • Ik droom mijn liefde.
  • Inkeer: toe mijn ogen
  • ’t is goed in ‘t eigen hart te kijken

Edward Loos

  • Aan een Kindeken

Jan Decadt

  • Avond-Liedeken
  • Menschenoogen

Jef Van Hoof

  • Nachtdeun