home | Inloggen
Aantal schrijvers: 532 | Aantal boeken:

15464

Van den Oever, Karel

Maakt deel uit van:

KAREL VAN DEN OEVER

Antwerpen, 19 november 1879 – Antwerpen, 6 oktober 1926

Eig. Modestus Carolus Van den Oever, strijdbaar katholiek dichter, essayist en  toneelschrijver. Stichter en bezieler van het tijdschrift Vlaamsche Arbeid ‘.

In zijn kritieken en essays uitte hij zich als fanatiek katholiek en voorvechter van de Vlaamse en Groot-Nederlandse gedachte.

 

 

BIOGRAFIE

19 november 1879: Geboren te Antwerpen op, als eerste in een rij van tien kinderen.

  • Zijn ouders waren afkomstig van Friesland en dreven een textielhandel aan  de Steenhouwersvest in het hart van de oude haven. De liefde voor het schrijven erfde hij van zijn vader; zijn broer Corneel publiceerde fraaie reisnotities en zijn broer Constant werd kunstschilder.
  • Op het Sint-Jan Berchmanscollege kunnen hem alleen de leraren van Nederlandse en Franse literatuur boeien; de eerste tikt hem op de vingers omdat hij de Tachtigers leest. In de Vlaamsgezinde studentengilde ‘Eigen Taal Eigen Zeden’ leert hij Jozef Muls kennen.

1899: Verlaat de school en gaat  aan de slag bij een verzekeringsmaatschappij.

  • Zijn literaire carrière begint bij de anarchistische groep “De Alvoorder“.
  • Na het beëindigen van zijn middelbare studie (1899) had Van den Oever, de latere paladijn van zijn geloof, zelf aansluiting gezocht bij deze groep vrijdenkers, die zich toelegde op de zuivere literatuur en de ‘sociologische’ basis van Van Nu en Straks verwierp.

1901: Zijn eerste dichtbundel, In schemergloed der morgenverte (1901) lag geheel in de sfeer van het tijdschrift Alvoorder, het tweemaandelijks orgaan van een groep Antwerpse vrijzinnige, merendeels zelfs anarchistische kunstenaars, waartoe ook Lode Baekelmans en Willem Elsschot behoorden.

Na een ernstige ziekte werd hij echter strijdbaar katholiek. Terugkerende thema’s dan ook God, de dood en zonde.

1904: Aanvankelijk schreef hij verfijnde stemmingsgedichten zoals o.a. blijkt in de bundel “Van stille dingen” (1904).

Hij evolueerde naar een maniëristische lyriek in een archaïserende taal. Een voorbeeld hiervan is “De geuzenstad” uit 1911, een barokke ophemeling van Antwerpens glorietijd in de 16e eeuw.

1905: Hij vestigde zijn naam met de vier lange natuur- en stemmingsverhalen van Kempische vertelsels (1905), maar de dichtbundel Het drievuldig beeld (1907), die hij een paar jaar later uitgaf,  bleek nog te zeer te lijden aan loomheid en onbezielde navolging, o.m. van Gezelle.

1905: Sticht samen met Jozef Muls het katholieke tijdschrift ‘Vlaamsche Arbeid ‘.

1905-1912: Redactiesecretaris en bezieler van ‘Vlaamsche Arbeid’.  Jan van Nijlen verzorgde de kroniek “Verhalend proza en toneel”.

  • Vanaf 1906 werd Muls hoofdredacteur, wat hij op een korte onderbreking in 1908-1909 na zou blijven tot 1930. In een redactionele verklaring werden het vertolken van de ‘kristelijke meening’ en het verwezenlijken van het ideaal ‘De kunst voor God en Vlaanderen’ vooropgesteld en diende het nieuwe forum zich aan als een vaste groepering en ‘een sterke en bewuste uitdrukking van alle jong-katholiek pogen’.
  • In maart 1909, een korte bijdrage over Jehan Rictus liet afdrukken, veroorzaakte dit ‘onweerdig anti-katholiek’ geachte stuk (K. van den Oever) een breuk in de redactie. Muls en Van den Oever dienden uit protest hun ontslag in, wat geweigerd werd door F. Prims. Uiteindelijk nam André de Ridder, die voor deze jaargang juist redactiesecretaris was geworden, zelf ontslag, hierin gevolgd door Gust Van Roosbroeck, waarna de redactie een homogeen katholiek karakter kreeg. Enkele maanden daarna stichtten de ‘dissidenten’  De Boomgaard.
  • De vooroorlogse reeks van Vlaamsche Arbeid bracht hoogstaand literair werk: niet alleen van Karel van de Woestijne, die weliswaar geweigerd had toe te treden tot de redactie,  maar proza en poëzie bijdroeg, maar ook van Jan van Nijlen, die de belangrijkste dichter werd van het tijdschrift, ofschoon hij er zich nooit mee geïdentificeerd heeft. Gewaardeerde bijdragen kwamen ook van priester-dichter Jan Hammenecker (1878-1932), de ‘dichter van de Schelde’, die tot dusver ten onrechte door de literatuurgeschiedenis veronachtzaamd bleef.
  • In de zesde jaargang (1910-1911) werd echter plaats geboden voor de poëzie van de jonge Gery Helderenberg (1891-1979). Felix Timmermans debuteerde hier als dichter, met eenvoudige verzen die zijn zin voor het visuele, plastische detail onthulden. Later gaf hij ook verhalend proza, samen met en naast Frans Antoon Thiry. Ernest Claes stond fragmenten uit De Witte af (1913-1914).

1913:Kritische opstellen” met de kenschetsende motto’s ‘Périsse le monde plutôt qu’un principe’ en ‘Voor Kristus, Vlaanderen en Kunst’.

  • Een ‘contramine-katholiek à la Léon Bloy’,kantte hij zich als prikkelbaar en voortvarend polemist zowel tegen andersdenkenden als tegen geloofsgenoten: zijn aanvallen golden o a
    • de vroeger zo bewonderde Kloos, die nu de Vlaamse letterkunde niet begreep,
    • het Davidsfonds, pater De Groot, E. Vliebergh en de Academie die voor de tweede achtereenvolgende maal Stijn Streuvels bekroonde (1911),
    • juffrouw Belpaire zelf, wier Christen Ideaal hij nog kort tevoren had verdedigd tegen Vermeylen, maar van wie hij in 1912 het ‘valse ophemelen’ van Zeemeeuwe (Verschaeve) wenste te veroordelen.
  • Ondanks zijn blijvende bewondering voor juffrouw Belpaire zou hij overigens naast haar ‘kleingeestige kunstopvatting’ ook haar te strenge leiding van Dietsche Warande en Belfort en haar weigerachtige houding tegenover de jongeren blijven betreuren.
  • De principiële houding en het proselitisme van deze ‘catholique avant tout’ zouden ongewijzigd gehandhaafd blijven, ook in zijn naoorlogse tijd, na een periode van wrokkige vereenzaming en inkeer.

1914: Zijn enige toneelwerk, Joffrouw Suzanne Roemers (1914), een ‘historieel spel uit de XVI-de eeuw’, in alexandrijnen, is vlot en realistisch maar bleek tot dusver niet speelbaar.

1914-1918: Tijdens Wereldoorlog I verbleef Karel Van den Oever in Nederland te Baarn.

  • Tijdens en na de eerste wereldoorlog zal hij een ontwikkeling ondergaan naar het humanitair expressionisme, een evolutie die hem zijn beste verzen heeft opgeleverd. Wat voor Van de Woestijne dan weer aanleiding was om hem als ‘overloper’ te bestempelen.
  • Zijn belangrijkste en meest verrassende werk, zowel in proza als in poëzie, schreef Van den Oever na Wereldoorlog I.

1922: De dichtbundel “Het open luik” getuigt van een naïef pathos geschreven met een modernistisch aandoende beeldspraak. In die gedichten waar hij erin slaagt om zijn overdaad aan banden te leggen, kristalliseert zich plots een eenvoudig indrukwekkend gebed:

Diana-beeld in het bosch
 
Het strevend beeld mijner jacht
naar gouden hemelschen zin:
God is einde,
Diana mijn begin.
O, de spannende smart
van den menschlijken boog,
de pijl-parabool, groote vlucht van mijn hart.
Maar God is hoog.
Vaarwel, vaarwel, het bruine Bosch;
het was liefde, geen zonde
dat ik God schoor de zuivere wonde:
boog, boog, gij zijt nu krachteloos en los.

 

1923: Hoogtepunt hiervan is wellicht de roman “Het inwendige leven van Paul” (1923), de confrontatie van een naar Gods genade zoekend wereldvreemd mens met de buitenwereld. Soms wordt deze korte roman ook de ‘anti-Pallieter’ genoemd.

6 oktober 1926: Karel Van den Oever overlijdt te Antwerpen.

  • Van den Oever is vooral bekend door zijn gedicht Dinska Bronska. (gepubliceerd in de bundel ‘paviljoen’ 1927)
  • Karel Van den Oever werkte mee aan verscheidene tijdschriften en dagbladen zoals “Dietsche Warande en Belfort“, “Groot-Nederland“, “De Standaard“, “De Schelde“, enz… .
  • In zijn kritieken en essays uitte hij zich als fanatiek katholiek en voorvechter van de Vlaamse en Groot-Nederlandse gedachte.

 

BEKRONINGEN

  • 1924:  August Beernaertprijs  voor ‘Het open luik’ en ‘Het inwendig leven van Paul’.

 

Meer over Karel van den Oever

  • Verachtert Frans,  Karel Van den Oever (1879-1926),Standaard Uitgeverij, 1937, 51 .pp, soft cover, 14 x 20 cm. Katholieke Vlaamsche Hoogeschooluitbreiding, jaargang 36, nr.4, verhandeling 351;
  • Verachtert Frans,  Karel van den Oever Davidsfonds, Leuven, 1940. 1ste. Ingenaaid, papieren band, 186 pp., foto op frontispice.
  • Verachtert Frans,  Karel van den Oever; Diest, 1943,  80 pp, soft cover, 14 x 20 cm. Reeks: keurbladzijden uit de Nederlandse letterkunde, omslag ontwerp door Broeder Max.
  • Gijsen, Marnix.  Karel van den Oever 1979 – 1926. Brussel / Den Haag; Manteau; 1958; z.d.; 38 pag.; Monografien over Vlaamse letterkunde; paperback;
  • Couperus – Daems, Luc.  Le divin Louis. Een onbekende brief van Karel van den Oever over de Tachtigers. Prospectus. Wildert, Carbolineum Pers, 2002. Vouwblad in zwart en rood met fraai contourportret van Couperus op voorzijde. Met begeleidende handgeschreven kaart van de auteur.
  • Vanclooster, Stijn. 2003. ´Karel van den Oever´. In: HugoBrems, Tom van Deel, Ad Zuiderent (red.). Kritisch lexicon van de Moderne Nederlandstalige Literatuur. Groningen, Martinus Nijhoff uitgevers.

 

Geraadpleegde bronnen

Websites

Refererenties

  • Prof. Dr. M. Rutten; Prof. Dr. J. Weisgerber (red.): Van “Arm Vlaanderen” tot “De voorstad groeit” 1888-1946. Standaard Uitgeverij 1988.

 

SMAAKMAKER

 

Dinska Bronska

Uit een oud dorp,
– kameelbruin als de steppe –
uit Plocka,
kwam Dinska Bronska.
Haar hoofddoek was pruisisch-blauw
en haar haar vlas-geel;
ook waren haar ogen blauw
als fjord-water.
Zij rook naar knoflook en spar,
zij droeg laarzen
en ging zeer zwaar en gauw.
In het “Hotel Lapland” zat zij
bij een tafel aan het straat-raam
zij schreef ‘n brief.
Een haarlok viel laag op haar rode kaak
en zij stak haar tong uit,
want ze schreef moeilijk die brief
en daaronder “Dinska Bronska”, haar naam.
Ze stak ook de penstok in haar mond
en zocht met haar ogen langs het plafond.
Op het papier waren ‘n inktvlek
en groot gestompel van letters:
zij kocht het voor tien centiem
in de kruidenierszaak
over het hotel.
Er was ‘n beetje inkt aan heur kaak.
 
O, Dinska Bronska;
gij vertrekt naar Canada:
de verroeste stoomboot wacht langs de kaai.
Gij laast op een almanak
der “Red Star Line”
dat Canada grotere appels,
o, hoger en geler koren heeft dan Plocka.
Het moet in Canada veel beter zijn!
 
O, Dinska Bronska,
met je zeer dikke vingers:
je schrijft zo moeilijk die brief.
Je ogen zoeken vliegen op het plafond.
“Moj Boze!”
Er zit ‘n tranen-veeg,
o zo verdrietig,
van je blauwe ogen naar je mond.
 
O, Dinska Bronska!

 

De Krekel

De krekel:
hij slaat een zilver cimbeltje
in het kerkhofgras.
De wolken drijven hoog,
ook de wind en de vogelen.
Zij horen de krekel niet…
Maar in de kerk
–waarin het stil is-
het fijne cimbeltje klinkt.
De Heer in het tabernakel:
Hij hoort hoe het krekeltje
nederig zijn lof uitzingt.

 

BIBLIOGRAFIE

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • Piet Devos: Van reuzen tot dwergen. Bibliografie – Vlaamse schrijvers in de 20ste eeuw – Eerste drukken. Kortrijk, eigen beheer 2007
  • POËZIECENTRUM vzw – Gent

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klik op de foto

Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1901 In schemergloed der morgenverte. (poëzie) Van den oever 8 Antwerpen: Drukkerij F. Gilliams-Lambrechts (Pruinenstraat, 3). -68p.
Afmetingen: 18.60 x 12 (ingenaaid)
1904 Van stille dingen. (poëzie) Maldeghem: Victor Delille. -115p.
Reeks: Duimpjesuitgave
1905 Kempische vertelsels. (verhalen)
Bevat: De verdronkene jonkvrouw. Perelerken en Ginneginneken. Het betooverd kasteel. De tilkjesjacht.
1922: 2de druk – Uitgeverij Mercurius, Antwerpen.
Maldeghem: Victor Delille. -144p.
Reeks: Duimpjesuitgave vol 50
Afmetingen: 18 x 13.50 (ingenaaid)
1906 Perelierken en Ginneginneken.
Met 17 teekeningen van C. J. Addicks.
Rotterdam: Boogaerdt jr. -41p.
1907 Het drievuldig beeld. (poëzie) Antwerpen: drukkerij J. Boucherij. -137p.
1911 Godvruchtighe maen-rymen of liefde-suchten opgedraeghen aen onsen heer Jesus Christus die den nacht deser weirelt verlicht (poëzie)
1923: Heruitgegeven bij uitgeverij  Neerlandia te Antwerpen,  met een voorwoord van Marnix Gijsen.
Van den oever 2 Antwerpen. s.l. :   -42p.
Afmetingen:  20.40 x 13.60 (ingenaaid)
1911 De Geuzenstad: historieele verbeeldingen uit de XVIde eeuw. (proza) Kortrijk: J. Vermaut (Langesteenstraat 28). / In Nederland s.a. Uitgever C.L.v. Langenhuysen, Spui 14-16, Amsterdam. -229p.
Afmetingen: 23.50 x 15.50(ingenaaid)
1912 Lof van Antwerpen. (poëzie)
1920 : Heruitgegeven bij uitgeverij Mercurius te Antwerpen. -95p.
 
 
 

 

Antwerpen: drukk. Fern. Van Ballaer. -89p.
1913 Kritische opstellen. (essays) Antwerpen: Boekhandel “Veritas”. -285p.
Afmetingen: 21 x 15(ingenaaid)
Antwerpen “Victoria” drukkerij.
1913 Onze-Lieve-Vrouwe beelden en Onze-Lieve-Vrouwe vereering in de straten van Antwerpen. Amsterdam: Noord en Zuid. -11p.
Overdruk uit: Van onze tijd. – (1913). – p. 81-89.
1914 Joffrouw Suzanne Roemers. (toneel) Antwerpen: Boekhandel “Veritas”; Brugge: drukk. Verbeke-Loys. -67p.
1914 Hoe “Moeder Puit” stierf en begraven en “Springpoot” koning werd. Antwerpen: Dietsche Warande en Belfort. -11p.
1917 Hollandsch-Belgische toenadering Eene verklaring aan Nederland door Karel van den Oever. (essay)
Met 44 bibliografische aantekeningen.
Baarn/Den Haag: Drukkerij Oranje Nassau. / Leiden: Mercurius. -52 p.
1918 De Vlaamsche beweging. Politiek – historische schets met beschouwingen. (essay) Baarn: Drukkerij Oranje Nassau. -164p.
1919 Verzen uit oorlogstijd (1914-1919). (poëzie) ’s Hertogenbosch: Teulings Uitgevers Maatschappij. -112p.
1919 De zilveren flambouw. (poëzie) Van den oever 14 Antwerpen: Uitgeverij “Mercurius” (Roodestraat, 42). -86p.
Afmetingen: 23.20 x 15.40 (ingenaaid)
1919 Het roode paard. (oorlogsessays) Antwerpen: Uitgave “Vlaamsche Arbeid”. -123p.
Afmetingen: 17 x 12.50 (ingenaaid)
Colofon: De omslag – titel duidt op het apocalytisch symbool des oorlogs: het rood paard: een aanzienlijk deel der opstellen werd geschreven tijdens de oorlogsjaren.
1920 Lof van Antwerpen. (poëzie)
Heruitgave van 1912.
Van den oever 9 Antwerpen: Uitgeverij Mercurius. -95p.

Volume 8 van Mercurius uitgaven.
Afmetingen: 19 x 13 (gebonden – harde geïllustreerde kaft)
Naam verkeerdelijk gespeld als Vandenoever Karel

1920 Oud-Antwerpsche vertellingen. (verhalen)
Teekeningen van F. van de Velde.
Antwerpen/Leiden: Uitgeverij “Mercurius”. -112 p.
Afmetingen: 21 x 15
Boekdrukkerij D. De Vos-Van Kleef Roodestraat nr 44, Antwerpen
1921 De betooverde heide. (poëzie)
Met penteekeningen van F.V.D. Velde.
Antwerpen: Uitgeverij “Mercurius” en De Vos-Van Kleef.. -56pp, geïllustreerd z/w
1922 Het open luik. (poëzie)
Titelplaat van Henry Van Straten
 
Van den oever 13
Van den oever 12 Antwerpen: De Sikkel. / Santpoort: Mees -47p.
Afmetingen: 23.70 x 15.30 (ingenaaid)
Colophon: Het open luik van Karel van den Oever met titelplaat van Henry Van Straten, werd bij J.-E. Buschmann te Antwerpen gedrukt in een oplage van 400 exemplaren (waarvan 50 in linnen gebonden), genummerd van 1 tot 400 (1 tot 50 gebonden) en vijf exemplaren op Hollandsch papier (in linnen gebonden en genummerd van I tot V)

 

1923 Het inwendig leven van Paul. (roman)
1922: Op twee na verschenen al de hoofdstukjes in”Vlaamsche Arbeid” jrg. XVII (1922)
z.d. ca 1943: Herdruk bij De Nederlandsche Boekhandel te Antwerpen, met een voorwoord van Fr. Verachtert, in de reeks Klassieke galerij. – Antwerpen; vol. 7
Van den oever 16a
 Van den oever 16 Castricum: Uitgeversmaatschappij Dante Alighieri, -95 (3) p.
Afmetingen: 17.50 16.50 (ingenaaid)
Gedrukt te Antwerpen bij J.-E Buschmann.
 
Electronisch beschikbaar bij DBNL Karel van den Oever, Het inwendig leven van Paul · dbnl
1923 Godvruchtige maanrijmen.
Nieuwe uitgave; Met een voorwoord van Marnix Gysen. (vorige uitgave 1911)
Van den oever 15 Antwerpen : Uitgave Neerlandia. -52p.
1923 Schaduw der vleugelen. (poëzie) Van den oever 11 Antwerpen: Uitgave Neerlandia 62+2p.
Afmetingen: 21.50 x 17.30 (ingenaaid – gekaft)
1924 Geestelijke peilingen. (kritiek) Roermond: J.J. Romen en Zonen. -189p..
Afmetingen: 19.75 x 15.50 (ingenaaid)
1925 De “Hollandsche natie” voor een Vlaamsche spiegel. (essay)
Met portret van Karel van den Oever .
Roermond: J.J. Romen en Zonen. -109p.
1925 De heilige berg. (poëzie)
Tekeningen van Gérard Rutten
Roermond: J.J. Romen en Zonen. 68p.
POSTHUME UITGAVEN
1926 Verzen van Karel van den Oever. (poëzie – bloemlezing)
Een keur uit 12 dichtbundels, met verklaring door Marnix GYSEN, voorrede van Felix TIMMERMANS.
Houtskool-portret door Jan Gregoire als frontispice.
Bevat: In de schemergloed der morgenverte; Van stille dingen; Het drievoudig beeld; De beetooverde heide; Godvruchtige maanrijmen; Lof van Antwerpen; Verzen uit oorlogstijd; De zilveren flambouw; Het open luik; Schaduw der vleugelen; De heilige berg; Paviljoen.
Averbode: Uitgave der Abdij Van Averbode. -129(3) p.
Reeks: ” De Pelgrim”, serie nr. 1
1927 Paviljoen. (poëzie)
Met medewerking van Gerard Walschap.
Antwerpen:“N.V.Leeslust” / Eindhoven N.V.Lecturis. -84p.
In een oplage van 550 genummerde exemplaren. Tweekleuren druk: zwart-blauw.
1932 Perelierke en Ginneginneke. Sprookjesspel in drie bedrijven / Yvonne Waegemans;
Naar ” Kempische Vertelsels ” door K. van den Oever.
Wenduine : P. Putman. 65p.
1940 Sinjorenlied. (bloemlezing)
Een keuze uit zijn gedichten en een inleiding door H. Kuitenbrouwer.
Bevat gedichten uit: In schemergloed der morgenverte; Van stille dingen; Het drievuldig beeld; Godvruchtighe maen-rymen; Lof van Antwerpen; De zilveren flambouwen; Verzen uit oorlogstijd; Het open luik; Schaduw der vleugelen; De heilige berg; Paviljoen.
Van den oever 7 Utrecht: Het Spectrum. -51p.
Reeks: De Bongerd-Reeks.
Afmetingen: 18.80 x 11.20 (ingenaaid)

 

1943 De bruggebranders.(novelle)
Eerste afzonderlijke druk van een verhaal uit ‘De Geuzenstad’ (1911).
Verlucht met drie oorspronkelijke houtsneden door Luc De Jaegher.
Heruitgegeven in 1970.
Oude God-Antwerpen: Uitgeversbedrijf “Die Poorte”. -80p.
Afmetingen: 17.50 x 11.25 (ingenaaid)
Gedrukt op de persen van “Die Poorte” – Toelatingsnummer 6525     P.C. 1970
1943 Karel van den Oever. (bloemlezing)
Samengesteld door Frans Verachtert.
Omslagontwerp door Broeder Max.
Bevat: Inleiding; jeugd; ontwikkelingsjaren; het rijpe leven.
Van den oever 6 Diest: Pro Arte. -78p.
Reeks: keurbladzijden uit de Nederlandse letterkunde. Vol 29
Afmetingen: 20 x 14 (ingenaaid)

 

1966 Een onbegrepen lied. (bloemlezing)
Verzameld en ingeleid door Frans Verachtert
Bevat gedichten uit: In schemergloed der morgenverte; Van stille dingen; Het drievuldig beeld; Godvruchtige maanrijmen; Lof van Antwerpen; Verzen uit oorlogstijd; De zilveren flambouw; Het open luik; Schaduw der vleugelen; De heilige berg; Paviljoen.
Van den oever 10 Hasselt: Heideland. -77p.
Reeks: Poëtisch erfdeel der Nederlanden; vol. 46
Afmetingen: 18 x 11 (pocket)
1985 Verzameld werk. (2 delen).
Ingeleid door R.F. Lissens. Biografische inleiding door Frans Verachtert (met stamboom). Illustraties (foto’s) in ZW.
Inhoud deel I.
Een woord vooraf; Inleiding door R.F. Lissens; Leven en werk door F. Verachtert; In de schemergloed der morgenverte; Van stille dingen; Het drievuldig beeld; Godvruchtighe maen-rymen; Lof van antwerpen; Verzen uit oorlogstijd; De zilveren flambouw; De betoverde heide; Het open luik; Schaduw der vleugelen; De heilige berg; Paviljoen.
Inhoud deel II
Kempische vertelsels; Kritische opstellen; Oud-Antwerpse vertellingen; Hollands-Belgische toenadering; De vlaamse beweging; Het rood paard; Het inwendig leven van Paul; Geestelijke peilingen; De ‘Hollandse natie’ voor een Vlaamse spiegel; Standpunten; Brieven.
Van den oever 4 Retie: Kempische Boekhandel.
Deel I: -624p.
Deel II: 644p.
Afmetingen: 21 x 14.20 (gebonden – harde linnen kaft met stofomslag)
 
Van den oever 5

 

1987 Verzen. (bloemlezing)
Bezorgd en ingeleid door Eugène van Itterbeek,
Bevat: Woord vooraf; Verantwoording; Van stille dingen; Verzen uit oorlogstijd; Het open luik; Schaduw der vleugelen; De heilige berg; Paviljoen.
Relatiegeschenk van GP-uitgaven en Altiora-Averbode.
Van den oever 3 Averbode: Altiora. -47p.
Niet in de handel
Afmetingen: 16.50 x 10.40 (ingenaaid).
Colofon: Dit boek werd gedrukt op 600 genummerde exemplaren. Dit exemplaar draagt het nummer 293

 

 

Heruitgegeven in 1919 bij uitgeverij Mercurius te Antwerpen. Uitgave 1919: -95p. Afmetingen: 19 x 13 (gebonden – harde geïllustreerde kaft)Heruitgegeven in 1919 bij uitgeverij Mercurius te Antwerpen. Uitgave 1919: -95p. Afmetingen: 19 x 13 (gebonden – harde geïllustreerde kaft)