home | Inloggen
Aantal schrijvers: 532 | Aantal boeken:

15464

Rodenbach, Albrecht

Maakt deel uit van:

ALBRECHT RODENBACH

Roeselare, 27 oktober 1856 – Roeselare, 23 juni 1880

Rodenbach schreef poëzie, proza en toneelwerken die lange tijd de inspirerende symbolen van de Vlaamse Beweging zijn gebleven. Hij stichtte tal van studentenbonden en toneelmaatschappijen. Hij werd katholiek opgevoed in de geest van het ultramontane katholicisme.

 

BIOGRAFIE

27 oktober 1856: geboorte van Albrecht ‘Berten’ Rodenbach in het hoekhuis Noordstraat en Brouwerijstraat [thans Albrecht Rodenbachstraat], als oudste van de tien kinderen van Julius Rodenbach, wijnhandelaar en Silvia De La Houttre, een Waalse. Telg van een begaafd, ingeweken Rijnlands geslacht. Vroeg ontwikkeld tekentalent

Lagere school bij meester Malfait.

  • Over zijn familie
    • Zijn oom Alexander Rodenbach was de stichter van de brouwerij Rodenbach. De familie behoorde tot  een Duitse adellijke familie (uit Andernach aan de Rijn) en had zich sinds 1749 te Roeselare gevestigd had. Zijn moeder Silvia de la Houttre (1834-1899), van origine een Waalse geboren te Doornik, maakte zich vanaf haar zevende het Vlaams eigen toen ze in Roeselare kwam wonen. Berten was ook een neef (kozijn) van de schrijver Georges Rodenbach die onder andere Bruges-la-Morte schreef.
    • Zijn oom Pierre Rodenbach had achtereenvolgens gevochten met Napoleon in de veldtocht tegen de Russen, en vervolgens tegen Napoleon met de troepen van Willem van Oranje en tenslotte in de opstand tegen de Hollandse “bezetters”. Zijn ooms Alexander en Constantijn Rodenbach waren in 1830 bij de eerste verkozenen van het Nationaal Congres.

SEMINARIE TE ROESELARE 1866-1876

1 oktober 1866: wordt extern leerling van de voorbereidende Franse klassen van het Klein Seminarie te Roeselare. Deze jaren moeten hem voorbereiden op de Grieks-Latijnse humaniora aldaar.

30 september 1870: begint zijn humanioraopleiding.

Eind september 1870 vervoegen ook Hugo Verriest en  E.H. Gustaaf Flamen  het lerarencorps te Roeselare.

  • Flamen is onder invloed van Lodewijk De Bo een overtuigd vlaming geworden. Hij wordt in 1868 Rodenbachs klastitularis in de “Cours Supérieure Deuxième Division” De invloed van Flamen op Rodenbach is zeer groot. Hij leert hem zelfstandig studeren, probeert zijn literaire aanleg te bevorderen en speelt een belangrijke rol in de evolutie van Rodenbachs vlaamsgezIndheid.

Flamen Gustave 0  Gustave Flamen (1837-1920)

1872: schrijft zijn eerste verzen.

1873-1874:   Hugo Verriest is intussen klastitularis geworden van de retorica. Daardoor wordt hij tegelijkertijd directeur van de ‘Société littéraire’, de lettergilde’ waarin de leerlingen uit de poësis en de retorica ’s zondags kunnen oefenen in voordracht, poëzie en discussie, ook in het Nederlands.

Verriest 0d  Hugo Verriest (1840-1922)

Rodenbach is op dat moment leerling van de syntaxis (4de jaar) en kan daardoor enkel lid worden op basis van een te aanvaarden voordracht; Op 14 december brengt hij als proefstuk “Caesar in België”, een navertelling van De Bello Gallico van Caesar, doorspekt met persoonlijke beschouwingen.

1 oktober 1874: Rodenbach begint aan de poësis. Hoewel hij in Roeselare woont, wordt hij intern aan het seminarie, omdat dat verplicht is voor alle leerlingen van de hoogste jaren.

Zijn titularis is Emiel Demonie. Ook Demonie behoort tot de Verriest-kring en is strijdend flamingant.

Hij wordt dat schooljaar secretaris van de Lettergilde en zal er verschillende voordrachten houden. Hij introduceert er de senaatsdebatten, waarin de Romeinse senaat wordt gereconstrueerd. De partij van de patriciërs staat tegenover de volkspartij in een debat over de agrarische wetten. Hij doet ook een oproep om meer aandacht te schenken aan het Nederlands.

Hendrik Conscience wordt met zijn romans De Kerels van Vlaanderen (1870) een veelbesproken onderwerp. De leuze ‘Vliegt en Blauwvoet! Storm op Zee!” wordt aan deze roman ontleend.

28 juli 1875: De Groote Stooringe

Op woensdag 28 juli, op de tweede dag van het superiorsfeest breekt het conflict tussen leerlingen van Verriests retoricaklas en de Fransgezinde superior Delbar. in volle hevigheid uit.

  • Tijdens het prijsschieten in de namiddag op de sportvelden wordt geregeld ‘De Vlaamse Leeuw’ gezongen en een nieuwe versie van ‘Het lied der Vlaamse zonen’. ’s Avonds tijdens het Souper Champêtre, laat Delbar door leraar Cyriel Deprez het Franse lied “Les cuirassiers” aanheffen. En plots lijken de studenten toch met veel plezier Frans te willen zingen. Maar de regels uit het refrein “car ils sont cui, ils sont cui, ils sont cuirassiers » worden vervangen door « car nous sommes cuits, nous sommes cuits assez. » Woedend laat Delbar het feest schorsen. Terwijl de studenten wat doelloos op de speelplaats rondkuieren, klinkt plots vanuit de muziekkamer een bugel, waarop René Jacques « Het lied der Vlaamse zonen » blaast, en het « Vliegt den Blauwvoet ! Storm op Zee!” wordt door iedereen meegebruld.

In de studiezaal houdt Delbar een strafpreek: S’il faut en chasser dix, j’en chasserai dix !” en voor de leraars voegt hij eraan toe: “Si les professeurs soutiennent le mauvais esprit des étudiants, qu’ils sachent que leur place n’est pas ici ! ».

‘De groote stooringhe’ betekent de doorbraak van de blauwvoeterie beweging. Julius Devos wordt als ‘eerste martelaar’ uit de school gewezen.

In de zomer van 1875 wordt onder leiding van Victor Lanssens de Sint-Jansgilde opgericht, een toneelkring van de Roeselaarse studenten. Op 1 september geven ze in de zaal “Jongelingskring’ een toneelavond waarin twee dramatische schetsen van de hand van Rodenbach worden opgevoerd: De Gilde, tafereel uit de Kerelstijd en De wacht over Vlaanderen.

1875-1876: komt in de retoricaklas van Hugo Verriest en maakt deel uit van de ‘wonderklasse’.

  • Het is een moeilijk jaar, dat jaar na de Groote Stooringe. Kannunik Delbar – de superior – die gehoopt had dat met het wegsturen van leerling Julius Devos, de anderen hun les zouden hebben geleerd, moest anders ondervinden.
  • Hij neemt hardere maatregelen. Zo verbiedt hij het zingen van de Vlaamse Leeuw, het lezen van de boeken van Conscience, de optredens van de toneelgilde van de poësis, zelfs Gezelle’s weekblad Rond den Heerd, vindt geen genade meer. Leerlingen worden afgedreigd.

Het komt tot een krachtmeting tussen Delbar en Verriest.

Ook Rodenbach wordt geviseerd. Zijn bijdragen in De Vlaamsche Vlagge en zijn “Nieuwjaarsgroet’ in de Almanak worden hem door Delbar niet in dank afgenomen.

Rodenbach zal langzaamaan de animator, leider en dichter van de Blauwvoeterie worden.

  • Geïnspireerd door Consciences roman “Kerels van Vlaanderen” raken de Roeselaarse leerlingen in de ban van de kerelsromantiek. De Kerels zijn vrije boeren die streden tegen de verachtelijke Isegrims, maar uiteindelijk aan het kortste eind trokken.
  • In 1875 verheerlijkt Rodenbach hen in zijn Kerelsliederen. Hieruit komt de leuze: “Vliegt de Blauwvoet! Storm op zee!”  Vandaar de naam van deze beweging: blauwvoeterij. Maar in feite is er een interpretatiefout. Want, wat Rodenbach echter niet wist is dat Conscience zijn verhaal had gebaseerd op de zesdelige “Histoire de Flandres” van de Vlaamsgezinde katholieke politicus uit Eeklo en historicus Baron Joseph Kervyn de Lettenhove (1817-1891), gepubliceerd tussen 1847 en 1850. Hij verhaalt hierin de waargebeurde ruzie tussen de Veurnse families Blauvoet en Ingrekin in de 12e eeuw. Het gaat hier dus niet over romantische begrippen zoals heldhaftige daden, verbeten strijd of vurig wapengekletter. Later nog hebben velen gedacht dat het woord blauwvoet verwijst naar de symbolische benaming voor een jan-van-gent, een vogel die men slechts ziet vliegen bij storm op zee. Vandaar de grote vogel op de hand van Albrecht Rodenbach op zijn bronzen standbeeld in Roeselare.

In de paasvakantie komen een aantal studenten, waaronder Renaat Adriaens, Alois Bruwier, Albrecht Rodenbach en Julius Devos, samen te Brugge om een algemene studentenbond te stichten. Samen met Jozef Axters bezoekt hij daarna Gezelle te Kortrijk. In Brussel heeft hij het toneelstuk Philippine van Vlaanderen gezien van Désiré Delcroix en besluit het (samen met Alfons van Hee en Amaat Vyncke) te bewerken voor de Sint-Jansgilde.

In het begin van de zomer 1876 krijgt Rodenbach, via Segher Malfait een brief van Pol de Mont waarin hij zegt de stichting van een grote Vlaamse studentenbond te overwegen en de organisatie van een studentenlanddag.

1876: Laureaat in de retorica

LEUVENSE STUDENTENJAREN 1876 –

Oktober 1876: Gaat te Leuven rechten studeren. Woont Tiensestraat 43. Belangstelling voor letteren en wijsbegeerte. Vriendschap met professoren Gustaaf Verriest en Paul Alberdingk Thijm. Concept van Gudrun.

  • Vanaf het moment dat Rodenbach in 1876 naar de Katholieke Universiteit Leuven gaat om rechten te studeren (in het Frans), begint hij met een andere jonge dichter, Pol de Mont, de idealen te promoten van een hernieuwd Vlaams bewustzijn onder de studenten. Hij verzet zich met name tegen het gebruik van het Frans in het onderwijs, terwijl de voertaal van de burgerbevolking Vlaams was. Hijzelf beklaagt zich erover dat hij zelf beter overweg kon “in het fransch dan in het vlaamsch”. Voor hem geldt “In Vlaanderen Vlaams” : alleen de volkstaal is van belang en niet het “Hollands” van de “hollandsche pedanten die onze tale vermooscht hebben” (vermooschen = West-Vlaams woord voor kapotmaken, naar de bliksem helpen). Dit Vlaams bewustzijn is een West-Vlaams taalparticularisme. Vlaamse dialecten zijn volgens hem een spiegel van het pure en edele karakter van de Vlamingen en daarom het best geschikt voor de heropstanding van het Vlaamse volk. Bovendien is het Hollands de taal van de protestanten uit het Noorden. Als vurige katholiek kan hij deze taal dus niet aanvaarden.

25 oktober 1876: Pol de Mont, toen nog retoricaleerling aan het Klein Seminarie te Mechelen, draagt zijn gedicht “Zes Kerelen” op aan Rodenbach. De volgende dag ontmoeten Rodenbach en De Mont elkaar, samen met Segher Malfait en Jacob Muyldermans in Mechelen. Deze ontmoeting mondt uiteindelijk uit in de eerste studentenlanddag die gehouden wordt in de paasdagen te Gent. En waarop de oprichting van de algemene studentenbond wordt aangekondigd.

22 februari 1877: sticht de studentenafdeling van het Davidsfonds, met de steun van Davidsfondsvoorzitter Paul Alberdingk Thijm.

Paul Alberdingk Thijm Paul Alberdingk Thijm (827-1904)

7 April 1877: eerste van twee algemene studentenlanddagen bijeengeroepen te Gent.

  • In het “Café Nord” op de Vrijdagmarkt te Gent – waar het standbeeld van Jacob van Artevelde staat ! – kwamen een driehonderdtal studenten uit het Middelbaar Onderwijs bijeen, onder het gezamenlijk voorzitterschap van Malfait, Joos, Rodenbach, Jan de Block, Heuvelmans en Pol de Mont. Rodenbach handelde over de rechten en plichten van de studenten en Pol de Mont als opvatter van het plan, zette het doel van de bijeenkomst uiteen, stelde voor een bond te stichten en stelde een voorlopig reglement ter goedkeuring aan de leden voor.
  • Er werd beslist om in september een tweede bijeenkomst te organiseren om tot stichting van de Bond over te gaan en om Segher Malfait voorlopig tot ‘voorman’ uit te roepen.

5 September 1877: op de tweede landdag – in hetzelfde lokaal te Gent – wordt “Het Algemeen Vlaams Studenten- verbond” opgericht.

  • De stichters en leidende figuren waren Albrecht Rodenbach, Pol De Mont – inmiddels afgestudeerd aan het Klein Seminarie te Gent – en Amaat Joos uit het Klein-Seminarie van Sint-Niklaas. De bond zou als orgaan een viermaandelijks tijdschrift krijgen, onder de titel Het Pennoen.
  • Rodenbach werd tot algemeen voorzitter verkozen en zou vanaf dan op de voorgrond treden als groot bezieler van de overkoepelende studentenbeweging. Hij zette de grote lijnen uit die de katholieke studentenbeweging nog lang na hem zou blijven volgen. Hij propageerde een romantisch getint Vlaams bewustzijn. Centraal hierin stond de boodschap van Guido Gezelle en Hugo Verriest “Wees Vlaming dien God Vlaming schiep”: de scholieren dienden gevormd te worden tot authentieke – en dus katholieke – Vlamingen die in de Vlaamse strijd hun verantwoordelijkheid zouden opnemen.

September 1877: als belangrijke contribuant en hoofdredacteur  van De Vlaamsche vlagge,  opgericht door de Roeselaarse oud-leerlingen  Amaat Vyncke en Segher Malfait, had Rodenbach  het tijdschrift maar al te graag gehad voor de studentenbond. Hij  kan de Vlaggegilde echter er niet van overtuigen om naar Leuven uit te wijken. Gezien de spanningen binnen de redactie, de ernstige financiële problemen, wordt het voorstel van Julius Devos aangenomen om aan Hugo Verriest te vragen om de redactie en het beheer over te nemen. Deze aanvaardt dat ook op 5 september 1877.

Oktober 1877: Rodenbach slaagt met onderscheiding in de eerste kandidatuur wijsbegeerte en Letteren, nadat hij eerder in juli niet was geslaagd.

Pol de Mont is intussen ook als student in Leuven en tussen hen ontwikkelt zich een innige vriendschap.

Nieuwjaar 1878: het eerste nummer van het tijdschrift Het Pennoen, Tijdschrift voor het Vlaamsche Studentenvolk (1878-1880) verschijnt, voor twee derde volgeschreven door Rodenbach onder zijn pseudoniem Bursche.

  • Twee jaar lang was Rodenbach in feite de hoofdredacteur en leverde hij de belangrijkste bijdragen, veelal onder de pseudoniemen Harold en Bursche: zelfs fragmenten uit zijn drama’s De Brugsche Metten, Gudrun, De Studenten van Warschau werden opgenomen. Gaandeweg trad ook Pol de Mont op het voorplan en onder de schuilnamen Olympio, Spiridio, Warzegger, Ortwin, J.A.B. of onder eigen naam, liet hij gedichten, opstellen en kleinere artikelen verspreiden.

Mei 1878: Rodenbach wordt verliefd op Elisabeth Alberdingk Thijm, dochter van zijn professor Nederlands Paul Alberdingk Thijm.

Elisabeth Alberdingk Thijm Elisabeth Alberdingk Thijm (1863-1952)

Schrijft aan zijn toneelstuk Gudrun.

Juli 1878: behaalt met voldoening zijn tweede kandidatuur in de wijsbegeerte en letteren.

3 september 1878: derde (en laatste) landdag te Gent. Reist door West-Vlaanderen met Pol de Mont. Woont in de Kortstraat 2.

20 oktober1878: Gudrun wordt te Antwerpen in de Stedelijke Toneelwedstrijd een bijzondere eervolle vermelding en een gouden medaille bekroond, omdat “het eene hooge en zeldzame waarde heeft als dichterlijk gewrocht”. De jury bestond uit Jan van Beers, Arthur Cornette, Julius de Geyter, Domien Sleeckx en Max Rooses.

  • Hij ontmoet bij de prijsafhaling de Antwerpse literaire elite, allen weliswaar van liberale gezindte. . Max Rooses stelt hem voor om Gudrun te publiceren in het Nederlandsch Museum, maar Rodenbach wimpelt dat af.
  • De bekroning van Gudrun door het liberale stadsbestuur van Antwerpen en een liberale jury wekt wrevel in zijn thuishaven en de daaruit voortkomende vriendschap met Vlaamse liberalen als Max Rooses en Jan van Beers, wordt hem niet in dank wordt afgenomen in de katholieke studentenbeweging.

13 december 1878: publicatie van Eerste gedichten uitgegeven door zijn vroegere schoolmaat Julius de Meester.

Verkoeling van de vriendschapsverhouding met de Mont door een verscheidenheid van (onduidelijke) redenen.

Het is eveneens goed om de invloed van Richard Wagner te onderkennen.

  • Rodenbach lijkt in Wagner een openbaring van zijn eigen wezen te hebben gevonden. Daarbij speelde Rodenbach’s goed ontwikkelde muzikaliteit en zijn bewondering voor de Duitse en Germaanse cultuur een grote rol. De Duitse katholieke ‘Kulturkampf’ inspireerde hem om met de studentenbeweging het Vlaamse volk tot een nationaal bewustzijn te brengen via onderwijs, kunst en volkscultuur.
  • Overvloedige bewijzen van Rodenbach’s Wagnerverering vinden we in zijn poëzie: “Der Walküren Rit’ (1877), “Siegmunds Liefdelied” en de “Tannhäuser”-fragmenten (1878), “De Nornen” en “Het lied van de Skald” (1878)
    • (Zie: Hoofdstukken uit de geschiedenis van de Vlaamse letterkunde in de 19de eeuw deel 2 p. 256 en noten)

Januari 1879: Rodenbach stuurt Gudrun naar de liberaal-vrijzinnige uitgever Ad. Hoste te Gent. Het contract wordt twee maanden later getekend. Het boek zal pas in 1882 (na zijn dood) aldaar verschijnen, omdat Rodenbach, door ziekte verzwakt, niet meer in staat was de drukproeven na te zien.

1879: het toneelstuk Breydel en De Coninck wordt te Brugge bekroond met de eerste prijs in de prijskamp uitgeschreven door de ‘Vlaamsche Broederbond’.

Juli 1879: Rodenbach schrijft zich niet in voor het examen, maar besluit zijn kans te wagen voor de centrale examencommissie.

Hij wordt echter ziek en moet zijn examen voor de centrale examencommissie uitstellen.

ZIJN LAATSTE LEVENSJAAR

September 1879: half september maakt hij met enkele meisjes en zijn broer Ferdinand tijdens een reis naar Noord-Frankrijk, een boottochtje “op de vijvers van de Dickebusch”. Hij sukkelt daarbij in het water en moet hoestend en koortsig naar Leuven worden teruggebracht.

Ondanks zijn wankele gezondheid, schrijft hij nog steeds erg veel. Onder andere in het Franstalige studentenblad ‘La Semaine des Etudiants’. Immers hij was in Leuven in contact gekomen met de letterkundige groep die kort daarop La Jeune Belgique zal oprichten: Maurice Maeterlinck, Emile Verhaeren, Max Waller…

December 1879: aan Pol de Mont, met wie zijn relatie nu op een dieptepunt is gekomen, vraagt hij om zijn ontslag bij Het Pennoen te willen aankondigen. De redactie vraagt hem tevergeefs het in te trekken. De verwachte ontbinding van Het Pennoen komt er niet.

1880: sticht het tijdschrift Het nieuw pennoen.

Ondanks zijn steeds maar verslechterende gezondheid, schrijft hij het hele eerste nummer van het tijdschrift vol.

April 1880: Gustaaf Verriest brengt de doodzieke Rodenbach naar het ouderlijk huis te Roeselare. In Roeselare krijgt hij geregeld bezoek van vrienden, ook van Hugo Verriest, aan wie hij vraagt zich verder om de drukproeven van Gudrun te bekommeren.

23 juni 1880: Albrecht Rodenbach sterft rond 11 uur ‘s avonds, amper 24 jaar oud, in zijn geboortestad Roeselare aan de gevolgen van tuberculosis. Begraven op 25 juni.

  • In zijn nalatenschap bevond zich een genummerde verzameling teksten onder de titel Wahrheit und Dichtung aus meinem Leben op uniforme vellen briefpapier. Het gaat hier om zeer diverse notities: aforismen, ontwerpen, indrukken, aantekeningen uit Verriests lessen en over vooral Franse en Duitse literatuur, memoires enzovoorts.

Zijn deze teksten ooit uitgegeven ?

Het werk van Rodenbach is kwalitatief zeer onevenwichtig. Waardeloze rijmsels en bezielde heroïsche liederen, ruw geschreven en onaf lijkende stukken en verfijnde romantische stemmingslyriek wisselen elkaar af. Een ontembare, snelle werkkracht en een fel onbeheerst temperament hebben door de vroege dood geen kans gekregen om te rijpen en uit te monden in een oeuvre van Europees niveau, zowel naar thematiek als naar vormgeving. Desondanks bleek ‘de jonge felle man na zijn dood te kunnen uitgroeien tot een symbool van de vaste wil om Vlaanderen hoog op te stoten in de vaart der volkeren’

EPILOOG

Vanaf het ogenblik van zijn overlijden wordt hij het symbool bij uitstek van de Vlaamse studentenbeweging:

  • 2 september 1888: inhuldiging praalgraf op het kerkhof van Roeselaere.
  • 1900: de Rodenbachviering wordt een feest van de hele Vlaamse studentenbeweging.
  • 22 augustus 1909: onthulling standbeeld door Jules Lagae te Roeselare.
  • 1918: Rodenbach’s standbeeld door activistische studenten uit Roeselare naar Gent overgebracht, op de binnenplaats van de door Duitsland vervlaamste universiteit.
  • Na de bevrijding van het land door Belgische patriotten ontwijd.
  • 1919: plechtig eerherstel van het standbeeld in Roeselare.
  • Rodenbachs liederen, gedichten en toneelwerken zijn lange tijd de inspirerende symbolen van de Vlaamse Beweging gebleven.
  • Vele generaties Vlamingen zagen in hem de dichtende “supervlaming”. Dit werd zelfs misbruikt door de priester Cyriel Verschaeve die in een toespraak uit 1941 de strijdbaarheid van Rodenbach gelijkstelde met het militaire engagement voor nazi-Duitsland.

Bekende werken van deze vroeg gestorven studentenleider zijn : Gudrun (toneelstuk) – Klokke Roeland (lied) – Kerelslied (lied) – Nu het lied er Vlaamse zonen (lied) – Psalm (gedicht) -Waarheid (gedicht) – Sneyssens (gedicht).

Trivia

  • Jef Nys verwerkte Rodenbach’s leven ooit tot een stripverhaal.
  • In 2005 werd hij genomineerd voor de titel De Grootste Belg, maar eindigde op nr. 48 buiten de officiële nominatielijst.

 

MEER OVER ALBRECHT RODENBACH

  • 1908 Van Puyvelde, Leo. Albrecht Rodenbach. Zijn leven en zijn werk ;
  • 1909 Ferdinand Rodenbach, Albrecht Rodenbach en de Blauwvoeterij : met de verzameling zijner voordrachten, artikels, nota’s, oorkonden en allerhande onuitgegeven wetenswaardigheden in dicht en ondicht, betreffend kunst, taal en Vlaamschen kamp. Amsterdam: S.L. Van Looy.
  • 1931 A. Hans, Albrecht Rodenbach, biografie uit het boek Beroemde Mannen
  • 1937 Heijdendal, Felix. / Het Leven van Albrecht Rodenbach aan de jeugd verteld ;
  • 1941 Verschaeve, Cyriel / De dichter Albrecht Rodenbach . Brugge: uitg. De Zeemeeuw.
  • 1956-1960  Prof. Dr. Frank Baur , Albrecht Rodenbach: Verzameld Werk (1956-1960), 3 dln., dl 1: Het leven en de persoonlijkheid /  2: Al de gedichten, dl. 3: Gudrun en dramatische fragmenten. Dln. 2 en 3 elk met glossarium en aantekeningen door Frank Baur. Tielt, Lannoo.
  • 1958 Albert Westerlinck, Rodenbach, Albrecht, 1856-1880, Brussel, Voor het Ministerie van Openbaar Onderwijs uitg. door A. Manteau. Reeks: Monografieën over Vlaamse letterkunde, 6.
  • 1958 Jonckheere, Karel & Bodard, Roger / Belgian Literature. Antwerpen: Ontwikkeling. -43p.
  • 1980 Michiel De Bruyne & Lieve Gevers, Kroniek van Albrecht Rodenbach : 1856 – 1880 Brugge
  • 1986 Michiel de Bruyne: De Rodenbachs in Roeselare : historische studie
  • 1972 André Demedts: Rodenbach, Albrecht. In: Nationaal biografisch woordenboek, dl. 5 (1972), kol. 730-738
  • 1976 André Demedts: Albrecht Rodenbach, In: Twintig eeuwen Vlaanderen, dl. 13: Vlaamse figuren, 1 (1976), p. 411-414
  • 1998 Lieve Gevers: Rodenbach, Albrecht. In: Nieuwe encyclopedie van de Vlaamse Beweging, dl. 3 (1998), p. 2624-2628

 

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Websites

Referenties

  • Jan J.M. Westenbroek, Guido Gezelle (1830-1899) en de West-Vlaamse school. In: Ada Deprez, Walter Gobbers, Karel Wauters, Hoofdstukken uit de geschiedenis van de Vlaamse letterkunde in de 19de eeuw, deel 2, Gent, KANTL 2001 p.133-258.
  • Johan Vanhecke,  De Flandriens van Hugo Verriest, van Gezelle tot Streuvels , Antwerpen, AMVC, 1997. 81 pp., talrijke zw/w en kleurenfoto’s en ills., geïllustreerde papieromslag. Tentoonstellingscatalogus.
  • Vanlandschoot Romain,  Albrecht Rodenbach, Biografie,  Lannoo, Tielt; 2002. -758p.

SMAAKMAKER

HET KERELSKIND (1876)

–Van waar koms du getreden
zoo laat door rein en wind,
van waar koms du getreden,
aleen, du blonde kind?
 
– Du smidje van den woude,
ik kome van het veld
waar vader heeft gestreden,
waar vader ligt geveld.
 
– Lo! viel hij, ‘t was met eere,
dijn vader welbemind.
Wat bergt dijn blauwe schabbe,
du arrem heldenkind?
 
– Du smidje, ‘t zijn de scherven
van vaders goede zweerd;
du zals het mi hersmeden:
het is ‘t hersmeden weerd
 
– ‘k Hersmede het di sterker
dan ‘t vaders hand ooit zwong.
Maar, waartoe wilt ‘t di dienen?
du best zoo bitter jong.
 
– Du smidje van den woude,
bij Lo! du ne best nie’ vroed:
mijn vader wille ik wreken
met stroomen walenbloed

 

PROLOGUS (1878)

Van het drama Gudrun

De Dichter droomt en pegelt door de nevelen der tijden,
en ziet een groot volk stijgen soms uit wilde reuzenstrijden,
en, wen dat volk in kampen bloeit, dan roept hem naar ‘t Tooneel
een Dichter, en herschept hem in een reuzig tafereel,
tot voorbeeld en begeestering, der Vaderen grootsche kampen.
De Dichter droomt en ziet rond zich uit eeuwenlange rampen
een volk herleven, zijn volk, dat, spijts hoon, verraad en nijd,
met stille, ja, maar taaie kracht, om zijn herworden strijdt.
Hij ziet, al is de stonde ook vol teleurstelling en dreigen,
in zijn gedacht ter kimme soms een blijden dagraad stijgen;
vergeet te roeken of hem wel de kracht gegeven werd
tot hooger schepping, baart allengs en voedt in geest en hert,
een gansche wereld helden met hun raad en daad en streven,
herschept zich het verleden, voelt de tijden in zich leven,
en dicht. En ‘t is een Spel, een wild en krielend Heldenspel.
Och! treft, begeestert, plet het niet genoeg, hij vreesde ‘t wel,
maar is zijn spel niet machtig, nu, de herten toe te wringen
verzuchtend, dan, de scharen in begeestring te doen zingen
vooruit toch! ‘t Is een poging, ‘t is een wenk, een voorspook van
hetgene aan ‘t stijgend Dietsche Volk de Toekomst schenken kan,
en zal, waneer zijn Schouwburg eens, te gaâr met hem herboren,
synthesis aller Kunst, den roem van Dietschland zal doen gloren

 

KLOKKE ROELAND (1877)

Boven Gent rijst, eenzaam en grijst
‘t Oud Belfort, zinbeeld van het verleden
Somber en groots, steeds stom en doods
Treurt d’ oude Reus op het Gent van heden
Maar soms hij rilt, en eensklaps gilt
Zijn bronzen stemme door de stede
 
Tril in uw graf, tril Gentse helden
Gij, Jan Hyoens, gij, Artevelden
Mijn naam is Roeland, ik kleppe (*) brand
En luide (**) storm in Vlaanderland
 
Een bont verschiet schept het bronzen lied
Prachtig weer tovert mij voor de ogen
Mijn ziel erkent het oude Gent
Het volk komt gewapend toegevlogen
Het land is in nood: Vrijheid of dood
De gilden komen aangetogen
 
Ik zie Jan Hyoens, ik zie De Artevelde
En stormend roept Roeland de helden
Mijn naam is Roeland, ik kleppe brand
En luide storm in Vlaanderland
 
O heldentolk, o reuzenvolk
O pracht en macht van vroeger dagen
O bronzen lied, ik weet uw bedied
En ik versta het verwijtend klagen
Doch wees getroost: Zie, ‘t oosten bloost
En Vlaanderens zonne gaat aan het dagen
 
Vlaanderen die leeuw, tril, oude toren
En paar uw lied met onze koren
Zing: ik ben Roeland, ik kleppe brand
Luide triomf in Vlaanderland

(*)Kleppen: de klepel wordt tegen de stilstaande klok geslagen.
(**)Luiden: de klok wordt heen en weer gezwaaid.

De Strangers parodieërden het nummer als “Bove de stad, stinkend plat” op hun plaat “Trekkersliekes”.

 

BIBLIOGRAFIE & FILMOGRAFIE

Woordje vooraf

De bibliografie bevat:

  1. Werken die tijdens zijn leven werden uitgegeven, samen met een tweetal posthume publicaties.
  2. Latere herdrukken met enkele teksten die vooralsnog in enkele tijdschriften werden uitgegeven
  3. Uitgegeven briefwisseling (overgenomen uit Vanlandschoot)
  4. Bijdragen in tijdschriften (overgenomen uit Vanlandschoot)

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1876 Het Lied der Vlaamsche Zonen/gezeid de Blauwvoet woorden van Albrecht Rodenbach, Muziek van Johan de stoop Brugge:
1877 Vijftig Vlaamsche Liederen / A. Ghequiere.

(met o a enkele liederen van A. Rodenbach)
Brugge: Van Mullem. -80p.
1878 Mijnen lieven meester Hugo Verriest, priester, opgedregen  Eerste gedichten van Albrecht Rodenbach.

(met de bekende gedichten De Blauwvoet, Klokke Roeland, Sneyssens, en de Psalm).
Rouselare: Julius De Meester: Boekhandelaar-uitgever. -104p.
1879 Poolsche tafereelen (het eerste bedrijf van) De studenten van Warschau. In: Het Pennoen, II, 2, april 1879, 45, 46-61.
1879 Bekroonde dichtstukken in den letterkundigen kampstrijd uitgeschreven door den Vlaamschen Broederbond te Brugge ter verheerlijking van Breydel & De Coninck. Eerste prijs M. Albrecht Rodenbach. (toneel)  Brugge:
1879 Toneelspelen voor Vlaamsche gilden. 1. De ondergang der Kerels. 2. De Brugsche Metten. Brugge:
1879 De Student (Een zotternie) Roeselare nr 4 Sint-Arnoutsmunte.
POSTHUME UITGAVE
1881 Nagelaten gedichten.

Met een portret van Albrecht Rodenbach
In: Vlaamsch Letterkundig Album, 1881, pp 95-98
1882 Gudrun (Spel in vijf bedrijven)

Bekroond met een gouden gedenkpenning, in den prijskamp van tooneelletterkunde uitgeschreven door de stad Antwerpen
Gent: Algemeene Boekhandel van Ad. HOSTE, uitgever Veldstraat, 49 boekdrukkerij c. annoot-braeckman. -266p.
Rodenbach zag het theater als het geschiktste middel om de Vlaamse wederopstand te stimuleren. Hij had het plan opgezet om een hele mensheidsgeschiedenis omvattende dramatische cyclus te schrijven, de Humana Comoedia. Het eerste stuk dat hij in dat verband schreef, was Gudrun. Spel in vijf bedrijven, dat in eerste versie in 1878 werd voltooid. Door zijn dood in 1880 waren slechts de eerste twee bedrijven persklaar geraakt. De uitgave vond door de zorgen van Hugo Verriest in 1882 in Gent plaats. Het stuk is gebouwd op twee thema’s, het nationale en de liefde, die volmaakt met elkaar worden verenigd. (Uit: hoofdstukken uit de geschiedenis van de Vlaamse letterkunde in de 19de eeuw, deel 2, p. 256-257)

Heruitgaven:

  • 1905: 2de druk bij Ad. Herckenrath te Ledeberg ,Gent. – X + 85p. & S.L. Van Looy te Amsterdam.
  • 1921: 3de druk bij Lannoo-Maes te Thielt. Met bandversiering en illustraties van Jozef Speybrouck als vignetten ingeplakt; Afmetingen: 29 x 22.50 (ingenaaid) Oplage: 200 exemplaren
  • 1931 : 4de druk bij Lannoo-Maes te Thielt.
  • 1945: 5de uitgave bij Drukkerij-Uitgeverij Lannoo te  Tielt. De illustraties zijn van Jos Speybrouck. XXXVI +210p. Afmetingen: 20.60 x 13.50 (ingenaaid – harde kartonnen kaft).
  • 1957: 6de druk in Verzamelde werken III bezorgd door Prof. Dr. Frank Baur

Tevens

  • 1918: Gudrun, Schaupiel in fünf Akten. Duitse vertaling bij Rutgerodt te Göttingen;
  • 1918: Gudrun: spel in 5 bedrijven. Göttingen; Ruttgerodt. -183p.  Reeks: Krijgsgevangenenboekerij van het kamp Göttingen ; No 13. Göttingen ; No 13.
  • z.d. Gudrun, Muziekdrama.Muziek Ernst Brengier. Gent: Vanderpoorten. -24p.
  • 1934: Gudrun, Muziekdrama in vijf bedrijven. Volledig libretto. Thielt: Lannoo-Maes

 POSTHUME  UITGAVEN (herdrukken)

1888 Al de gedichten. Rodenbach Albrecht 9 Rousselare: Jules De Meester-Van Nieuwenhuyse. -216p.
1888 Albrecht Rodenbach’s liederen.

Op muziek van Antheunis, Benoit, Blockx, De Coninck, De Stoop, Gevaert, Huberti, Mervillie, Mestdagh, Miry, Reyns, Ronsse, Tinel, Van Gheluwe, Wambach.
Rousselare: Jules De Meester-Van Nieuwenhuyse Uitgever. -78p
1895 Gedichten.

[Met een nota Albrecht Rodenbach door P[ol] D[e] M[ont] vooraf].
Gent: Algemeene Boekhandel van Ad. HOSTE. -32p.

Bibliotheek van Nederlandsche Letteren, onder bestuur van Pol de Mont, 12.
1896 Irolds jeugd. Dramatisch gedicht, fragment (1876) (sic 1879) In: De Vlaamsche School, XLII, 1896, pp. 61-66.
1896 Krizis: zangspel in drie stonden, I (1879-1880). In: De Vlaamsche School, XLII, 1896, pp. 67-71.
1896 Pieter van Rouselaere, schepen van Brugge, sterft op het schavot te Rijsel, om zijne getrouwheid aan den paus van Rome. In: De Vlaamsche School, XLII, 1896, pp. 69.
1905 Gudrun. Spel in vijf bedrijven.

Tweede druk, herzien naar het handschrift door Ad. Herckenrath. Versiering van C. Van der Sluys.
Ledeberg ,Gent Ad. Herckenrath. – X+85p. met twee kolommen per pagina. / Amsterdam: S.L. van Looy. -108p.
1905 Bloemlezing uit de gedichten van Albrecht Rodenbach.

[Bezorgd door J. Aleida Nijland; met een inleiding door Hugo Verriest overgenomen uit Twintig Vlaamsche koppen]
Roeselare (Vlaamse editie) / Amsterdam: L. J. Veen . (Noord-Nederlandse editie) –VIII+128p.
1907 Liederen van Rodenbach. Programma van den Rodenbach’s avond ingericht op dinsdag 5 februari 1907 te Gent. Gendbrugge: P. Teurrekens, Drukker. -16p.
1908 Rodenbach’s Liederen.

Medewerking door Aloïs Walgrave
Brugge: Van Mullem. -23p.

Reeks: Vlaamsche liederen / Eigen Volk, Eigen Kunst [Brugge] – Brugge; vol. 2: 1
1908 Albrecht Rodenbach. (bloemlezing)
[Met inleiding door Aloïs Walgrave]. Nederlandsche schrijvers voor het middelbaar onderwijs, 4.
Hoogstraten: L. Van Hoof-Roelans -48p
1909 Gedichten (volledige uitgave)

Bezorgd en ingeleid door L. van Puyvelde.
Feestuitgave op last van het Rodenbach Comiteit uitgegeven ter gelegenheid van de onthulling van ’s dichters standbeeld te Roeselare 1909
Rodenbach Albrecht 4 Amsterdam: L. Veen  /  Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel.-221p.

Afmetingen: 21.70 x 17.40 (ingenaaid)
1913 Het voorspel van Tannhäuser.

Gepubliceerd door Ferdinand Rodenbach
In: De Vlaamsche Gids , IX, 1913, pp. 258-265.
1916 Albrecht Rodenbach. Festzug. Flämischer Text von Albrecht Rodenbach; übersetzt von Heinrich Brühl (Brüssel); komponiert von August de Boeck. Flämische Lieder, 2. Mönchen–Gladbach: Verlag des Sekretariats Sozialer Studentenarbeit.-6p.
1918 Gudrun, Schaupiel in fünf Akten.

Rodenbach, Albrecht ; Hermann, Rudolf ; Lochner, Johannes
Göttingen.
1918 Gudrun: spel in 5 bedrijven. Göttingen; Ruttgerodt. -183p.

Reeks: Krijgsgevangenenboekerij van het kamp Göttingen ; No 13. Göttingen ; No 13.
1919 Albrecht Rodenbach’s keurgedichten. (bloemlezing)

Ingeleid met eene studie door Cyriel Verschaeve [en een Brief aan zijn leeraar E.H. Hugo Verriest. Uitgegeven op verzoek van het RodenbachComiteit, 1919].
Rodenbach Albrecht 3 Brugge, Leuven, Leiden: Sint Michiel & Vlaamsche Boekenhalle. -144p.

Afmetingen: 16.50 x 12.50 (ingenaaid)
1921 Gudrun. Spel in vijf bedrijven.

Derde uitgave. Met bandversiering en 10 illustraties van Jozef Speybrouck als vignetten ingeplakt.
rodenbach-12a-3de-druk
rodenbach-12-3de-druk Thielt: Lannoo-Maes. -89p.

Afmetingen: 28 x 21,5 (ingenaaid)
In een oplage van 200 exemplaren
1930 Albrecht Rodenbach. Gedichten. Eerste deel.

Met foto van A. Rodenbach tegenover het titelblad
Herziene uitgave, bezorgd en volledigd door Ferdinand Rodenbach en ingeleid door Cyriel Verschaeve, uitgegeven ter gelegenheid van ‘s dichters vijftigjarig overlijden (27 october 1856-23 juni 1880 – 1930).
Rodenbach Albrecht 5 Thielt: Druk en uitgave J. Lannoo, -172 + [III]p.

Afmetingen:  21.70 x 15.80 (ingenaaid)
1930 Albrecht Rodenbach. Gedichten. Tweede deel.

Met foto van het standbeeld van A. Rodenbach te Roeselare tegenover het titelblad.
Herziene uitgave, bezorgd en volledigd door Ferdinand Rodenbach en ingeleid door Cyriel Verschaeve, uitgegeven ter gelegenheid van ‘s dichters vijftigjarig overlijden (27 october 1856 – 23 juni 1880 – 1930).
Rodenbach Albrecht 6 Thielt: Druk en uitgave J. Lannoo, -172 + [IV]p.

Afmetingen: 21.70 x 15.80 (ingenaaid)
z.j.
1931
Gudrun. Spel in vijf bedrijven.

Vierde uitgave
Thielt: Lannoo-Maes. -116p.
z.j. Gudrun, Muziekdrama.

Muziek Ernst Brengier
Gent: Vanderpoorten. -24p.
1934 Gudrun, Muziekdrama in vijf bedrijven te Gent, in den Koninklijken Franschen Schouwburg, vrijdag 27 april 1934 / getrokken uit het spel van Albrecht Rodenbach ; door Jozef Lootens & Ernst Brengier ; muziek van Ernst Brengier (libretto) Thielt: Druk en uitgave J. Lannoo, -95p.
1940 Albrecht Rodenbach. Gedichten. Herziene uitgave, bezorgd en volledigd door Ferdinand Rodenbach.

Herdruk in één deel.
1944: tweede druk van deze uitgave.
 Thielt: Druk en uitgave J. Lannoo, – XXIX-299p.
1942  Albrecht Rodenbach. (bloemlezing)

Bezorgd door Dirk Vansina
Omslagontwerp van Broeder Max.
 Diest: Kunstuitgeverij Pro Arte. -88p.

Reeks: Keurbladzijden uit de Nederlandsche Letterkunde, 21.
1945  Gudrun. Spel in vijf bedrijven.

Vijfde uitgave.
Bandversiering en illustraties van Jozef Speybrouck.
Rodenbach Albrecht 13b 5de druk  Tielt: Drukkerij-Uitgeverij Lannoo [zomer 1945] -XXXVI + 210p.

Afmetingen: 20.60 x 13.50 (ingenaaid – harde kartonnen kaft).
1955 Vliegt de Blauwvoet! Een keur uit zijn werken verzameld en ingeleid door Filip De Pillecijn.

Omslag door R. de Ruyck;
Vignet door E. Verkest.
Rodenbach Albrecht 8 Tielt / Den Haag : Lannoo. -98p.

Reeks: Vlaamse breviertjes, 3.
Afmetingen: 17 x 11.20 (ingenaaid – harde geïllustreerde kaft)
Gedrukt op de persen van Lannoo Tielt
1956 Verzamelde werken II.    Al de gedichten.

Eeuwfeest-uitgave 1856-1956 bezorgd door Prof. Dr. Frank Baur Hoogleraar aan de universiteit te Gent.
Met een inleiding van Cyriel Verschaeve.
Glossarium en aantekeningen door Prof. Dr. Frank Baur.
Rodenbach Albrecht 2 Tielt / Den Haag: Lannoo. -361+ [I] p.

Afmetingen: 21.50 x 15 (gebonden – harde linnen kaft met stofomslag)
Rodenbach Albrecht 2a
1957 Verzamelde werken III.   Gudrun en dramatische fragmenten.

Eeuwfeest-uitgave 1856-1956 bezorgd door Prof. Dr. Frank Baur Hoogleraar aan de universiteit te Gent.
Rodenbach Albrecht 2 Tielt / Den Haag: Lannoo. -421p.

Afmetingen: 21.50 x 15 (gebonden – harde linnen kaft met stofomslag)
1960 Verzamelde werken I. Het leven de persoonlijkheid door Prof. Em. Dr. Frank Baur.

Eeuwfeest-uitgave 1856-1956 bezorgd door Prof. Dr. Frank Baur Hoogleraar aan de universiteit te Gent.
Glossarium en aantekeningen door Prof. Dr. Frank Baur
Rodenbach Albrecht 2 Tielt / Den Haag: Lannoo. -405p. +6p.

Afmetingen: 21.50 x 15 (gebonden – harde linnen kaft met stofomslag
Rodenbach Albrecht 2b
1965 De vedel aan de zijde.  (bloemlezing)

Verzameld en ingeleid door André Demedts.
Bevat gedichten uit de bundels Eerste gedichten (1878); Al de gedichten van Albrecht Rodenbach  (1888); In tijdschriften verschenen of later uit de handschriften overgedrukt.
rodenbach-albrecht-14 Hasselt: Uitgeverij Heideland. -77p.
Reeks: Poëtisch erfdeel der Nederlanden nr 35
Afmetingen: 18 x 10.80 (pocket)
1965 Het kerelslied. (bloemlezing door Hubert van Herreweghen)

Omslag: Luc Verstraete
Deze bloemlezing werd aangeboden aan de intekenaars op de Reinaert Roman- of Wereld in Reeks 1965-1966
Rodenbach Albrecht 7 Brussel: D.A.P. Reinaert Uitgaven. -47p.

Afmetingen: 18.50 x 12.50 (ingenaaid)
Voor de keuze en de tekst van deze bloemlezing werd gebruik gemaakt van de ‘Verzamelde Werken’ eeuwfeest-uitgave 1856-1956, bezorgd door Prof. Dr. Frank Baur en uitgegeven bij Lannoo, Tielt, Den Haag. Voor het fragment uit Gudrun werd de titel overgenomen die Albert Westerlinck aan dit stuk heeft gegeven in zijn bloemlezing uit Albrecht Rodenbach in de Reeks Monografieën over Vlaamse Letterkunde, voor het Ministerie van Openbaar Onderwijs uitgegeven door A. Manteau, Brussel.
1978 Avond. (gedicht)

Geschreven in een soort Nibelungen-metrum, schildert Rodenbach, breed-uit, op idealiserende wijze, de rust en de vrede van het landse  Vlaanderen, met een van G Gezelle afgeleid taalgebruik – een pijnlijk, het verdriet aanscherpen contrast met zijn eigen onrustig hart van losgeslagen individu, die zoekt en zoekt en niet wezenlijk vinden kan. ( de Haan, p.182)
Hij schreef het vers in 1878, als student in Leuven.
 1978 Vlaamse dorpsverhalen In: “Vlaamse dorpsverhalen uit vroeger tijd”. ” -pp 97-99.

Samenstelling dr. Tjaard W.R.de Haan. 1978, Utrecht: Het spectrum. Reeks: Prisma boeken. – Utrecht; vol. 1850
1979 Bloemlezing uit de gedichten van Albrecht Rodenbach met de uitvoerige inleiding door Hugo Verriest gepubliceerd te Roeselare in 1905 bij drukker uitgever Jules de Meester en in de oorspronkelijke vorm opnieuw verschenen bij de uitgevers Lannoo te Tielt en Roularta te Roeselare in 1980. (Bloemlezing)

Heruitgave met nawoord door Ludo Simons.
Omslagontwerp Philippe Boxy.
Rodenbach Albrecht 10 Tielt: Uitgeverij Lannoo / Roeselare: Roularta. -109 + [II] + [IX]p.

Afmetingen: 24 x 16.50 (gebonden – harde linnen kaft – stofomslag)
Gedrukt en gebonden bij Drukkerij-Uitgeverij Lannoo pvba, Tielt.
1980 Eerste gedichten.

Heruitgave van 1878 met een nawoord van Michiel De Bruyne
Stofomslag: foto Lommée Roeselare
Roeselare : Den Wijngaert. -104p.

Afmetingen: 24 x 15.50 (gebonden – Harde linnen kaft met stofomslag)
Colofon: Eerste gedichten van Albrecht Rodenbach gepubliceerd te Roeselare in 1878 bij Drukker-Uitgever Jules De Meester en in de oorspronkelijke vorm opnieuw verschenen met een nawoord van Achiel De Bruyne bij de uitgeverij ‘De Wijngaert’ te Roeselare in 1980
Gedrukt bij Drukkerij Huize Breughel pvba te Roeselare.
1981 Stormen. (1876) In: Rollariensia, XII, 1980(1981), pp 5-30) uitgegeven door M. De Bruyne. / In: Dietsche Warande en Belfort, CXXVI, 1981, pp 209-213 door R. Lagrain.

 

UITGEGEVEN BRIEFWISSELING EN ONBEKENDE FRAGMENTEN

  • F. BAUR, Brieven van Hugo Verriest aan Albrecht Rodenbach, in Verslagen en Mededelingen Koninklijke Vlaamsche Academie, 1951, 119-135.
  • F. BAUR, Twee brieven van Albrecht Rodenbach, in Dietsche Warande en Belfort (uit de nalatenschap van K.Blancke), 1953, pp 96-97.
  • F. BAUR, Nog brieven van Albrecht Rodenbach aan Amaat Vyncke, in: Mededelingen over Albrecht Rodenbach (18 april 1956), Albrecht Rodenbach herdacht 1856-1956 Koninklijke Academie, Gent, 1956, pp 17-21.
  • F. BAUR, Albrecht Rodenbach en zijn uitgever Ad. Hoste. Onuitgegeven brieven en documenten, in: Albrecht Rodenbach herdacht 1856-1956 Koninklijke Academie, Gent, 1956, pp 23-56.
  • M. DE BRUYNE, Omtrent een nieuwjaarsbrief van Albrecht Rodenbach 1864, in Biekorf, XCIV, 1994, 24-38.
  • L. GEVERS, Rodenbach en België. Een niet gepubliceerde tekst van Albrecht Rodenbach, in: Wetenschappelijke Tijdingen, XLII, 1983, pp 129-138.
  • R.F. LISSENS, Nieuwe Rodenbach-briefwisseling. In H. DRAEYE, e.a: Feestbundel A.J. van de Wijer, deel 2, Leuven p.213-233.
  • R.F. LISSENS, Als ’t ende naakt. Een onuitgegeven tekst van Albrecht Rodenbach doorgelicht, in de Groote Stooringe in Roeselare 1875. Historische bijdragen tot de geschiedenis van de Vlaamse studentenbeweging, Rumbeke, 1975, 85-127 (opgenomen in Letter en Geest. Opstellen over Nederlandse Letterkunde. Antwerpen, 1982, 115-152).
  • D. SNIJDERS en ST. VERMEIRE, Vier brieven van Albrecht Rodenbach, in: Rodenbach en Limburgn, Neeroeteren, 1980, pp 6-23.
  • F. VION, Onuitgegeven brieven van Albrecht Rodenbach – Pennestrijd voor West-Vlaamsch en beschaafd Vlaamsch door Albrecht Rodenbach en Fideel Vion (1878-1879), Roeselare, 1909.R.F. LISSENS, Brieven van Albrecht Rodenbach, Antwerpen: Nederlandsche Boekhandel, 280p. ill

 

PROZABIJDRAGEN VAN ALBRECHT RODENBACH IN TIJDSCHRIFTEN

* Ferdinand Rodenbach, Albrecht Rodenbach en de Blauwvoeterij : met de verzameling zijner voordrachten, artikels, nota’s, oorkonden en allerhande onuitgegeven wetenswaardigheden in dicht en ondicht, betreffend kunst, taal en Vlaamschen kamp. Amsterdam: S.L. Van Looy. 1909

1873

Anoniem Parabel In: Ronde den Heerd, 9 februari 1873.

1874

A.R., student ‘k Heb met veel genoegen (reactie op de oproep van de West-Vlaamsche Gilde In: ’t Jaer 70, 29 augustus 1874

1876

Harold Noodvier en Noodhoorn. In: De Vlaamsche Vlagge, II, 2, 1876, 5-11
Harold Uit eene redevoering (fragment) In: De Vlaamsche Vlagge, II, 2, 1876, 8-11
Anoniem Geschiedenisse, Inleiding op Filippine van Vlaanderen. Roeselare, 16 september 1876
Die Selscuttere De Vlaamse studentengilden In: De Vlaamsche Vlagge, II, 3, 1876, 25-27
A. Rodenbach Voordracht voor de Studentenafdeling Davidsfonds Leuven. Programmaverklaring 1877 Opgenomen in F. Rodenbach, II, 1909, 49-57 *
A. Rodenbach Voordracht voor de Studentenafdeling Davidsfonds Leuven. (overzicht van de Nederlandse Letterkunde) 1877 Opgenomen in F. Rodenbach, II, 1909, 57-68*

1877

C. Sneyssens Ter inleiding, een beetje van alles wat, dat toch op het einde van het spel op het eene en op het zelfste uitkomt. In: De Vlaamsche Vlagge, III, 1, 1877, 3-9
Die Stekvleugel (?) Nemo Propheta in Patria (over Guido Gezelle) In: De Vlaamsche Vlagge, III, 1, 1877, 21-22
François Quillon Vlaamsche Spelergilden. In: De Vlaamsche Vlagge, III, 1, 1877, 23-25
Pyckeneer Franskilioniana. In: De Vlaamsche Vlagge, III, 1, 1877, 25-26
Harold Festival. Mijnen vrienden Alwin Veugelherte en Franz von Bärenheim. In: De Vlaamsche Vlagge, III, 1, 1877, 45-46
François Quillon Hou zee, hou zee, liedjes en gedichten (Pol de Mont en Karel vande Putte) In: De Vlaamsche Vlagge, III, 1, 1877, 46-48
François Quillon Liedjes (Amaat Joos, en Westvlaamse liederbundel) In: De Vlaamsche Vlagge, III, 1, 1877, 55-57
A.R. Briefwisseling (ingezonden brief, 17 februari 1877) In: Het Recht, IV, 1, 4 maart 1877,3
A. Rodenbach Vlaamsche Kamp, studentenlanddag, Gent, 9 april 1877. Opgenomen in F. Rodenbach, II, 1909, 115-127. *
Hunter Een vaarwel In: De Vlaamsche Vlagge, III, 2, 1877, 80-81
A. Rodenbach Hoe zal de Leuvensche Studentenafdeeling van het Davidsfonds werken ? (6 november 1877) Opgenomen in F. Rodenbach, II, 1909, 49-57. *
A. Rodenbach Bespreking van een werk tegen de dichters – door de heer Pierre Cuyle, (21 november 1877) volgens het verslag Z. Maelfait, Met Tijd en Vlijt, 1877. In: Annuaire de l’université catholique de Louvain. Opgenomen in F. Rodenbach, II, 1909, 32-42. *

1878

A. Rodenbach De vaderlandsche Letterkunde door de eeuwen (Studentenafdeeling DF, 18 februari 1878) Opgenomen in F. Rodenbach, II, 1909, 57-67. *
A. Rodenbach Over sommige zaken in den redetwist over Shakespeare te berde gebracht. (samenvatting) Met Tijd en Vlijt, 27 maart 1878. Opgenomen in F. Rodenbach, II, 1909, 43-46. *
A. Rodenbach Voordracht, voor de Sint-Jansgilde Roeselare, augustus 1878. Opgenomen in F. Rodenbach, II, 1909, pp 167-180. *
Harold De eed op het Rütli. Naar Schiller. In: De Vlaamsche Vlagge, IV, 1, 1878,  pp 12-17.
Driemanschap
Naast A.R. ook Renaat Adriaens en Constant Lievens
Aischylos (inleiding op en uittreksel uit Prometheus geboeid) In: De Vlaamsche Vlagge, IV, 1, 1878,   17-21.
Harold Moizes op den Nijl. In: De Vlaamsche Vlagge, IV, 1, 1878,   21-23.
François Quillon Westvlaamsche Spelergilden. In: De Vlaamsche Vlagge, IV, 1, 1878,   40-44.
Burssche Pennoen ! In: Het Pennoen, I, 1, 1878, 3-13.
Burssche Beleefdheid en fatsoenlijkheid. In: Het Pennoen, I, 1, 1878, 22-31
Harold A propos van Cicero. Uittrek. In: De Vlaamsche Vlagge, IV, 2, 1878,   71-73
Burssche Studentenwerk in den Vlaamschen Kampe. In: Het Pennoen, I, 2, 1878, 6-12.
Harold Kunst. Soorten en ondersoorten. In: De Vlaamsche Vlagge, IV, 3, 1878,   100-105.
Spreekdraad (A.R. ?) Studenten-landdag te Gent. In: De Vlaamsche Vlagge, IV, 3, 1878,   126-127.
Burssche Nieuws. In: Het Pennoen, I, 3, 1878, 2-11.
Anoniem Schikkingen voor den Landdag des Studentenbonds. In: Het Pennoen, I, 3, 1878, 15-16
(Albrecht Rodenbach) Kronike (reactie op misverstand organisatie Landdag, 1878) Opgenomen in F. Rodenbach, II, 1909, 208-212. *
Burssche Studentenwerk in den Vlaamschen Kampe. In: Het Pennoen, I, 3, 1878, 16-24
Anoniem De Tale In: De Mandelgam, 5 oktober 1878

1879

Anoniem Voorwoord (over de toekomst van het tijdschrift) In: Het Pennoen, II, 1, 1879, 3-4
Harold Uit een redetwist op ‘taalparticularisterij’ In: Het Pennoen, II, 1, 1879, 9-12
Harold Nog over musik In: Het Pennoen, II, 1, 1879, 18-24
Harold Van den Studentenbond en van het vlaamsch in de studentenwereld. In: Het Pennoen, II, 1, 1879, 67-71
A. Rodenbach Verslag der werkzaamheden der Studentenafdeeling van het Davidsfonds gedurende het schooljaar 1877-1878, 6 maart 1879. Opgenomen in F. Rodenbach, II, 1909, 68-84. *
Anoniem Den bestuurders van allerhande Spelersgilden. In: De Vlaamsche Vlagge, V, 2, 1879,  62-64
Harold Het Vlaamsch onder de studenten. In: La semaine des étudiants, (Leuven), 25 oktober 1879.
Harold De letterkunde onder de studenten. De positivisten. In: La semaine des étudiants, (Leuven), 1 november 1879

1880

Harold Vijgen na Paschen. (Nog van positivisten) In: La semaine des étudiants, (Leuven), 31 januari 1880.
Anoniem Ons programma. In: Het Nieuw Pennoen, I, 1880, 1-2
Anoniem Bericht (over Wazenaar) In: Het Nieuw Pennoen, I, 1880, 2
Harold Van kritike. Ter gelegenheid van Pol de Monts Rijzende Sterren. In: Het Nieuw Pennoen, I, 1880, 2-3
Anoniem Twee maten onzer aesthetische beschaving. In: Het Nieuw Pennoen, I, 1880, 3
Anoniem De heet Gounod in België. In: Het Nieuw Pennoen, I, 1880, 3-5
Anoniem Kronike. Letteren. Musiek. Plastiek.Tooneel. Vlaamsche Beweging. In: Het Nieuw Pennoen, I, 1880, 6-8
(Albrecht Rodenbach) Het leven uit de dood en Het gedacht (1876) In: De Vlaamsche Vlagge, VII, 2, 1881,   71-73

FILMOGRAFIE

193- Vlaamsche gebeurtenissen: Albrecht Rodenbach.

  • Regie: Clemens De Landtsheer.
  • Flandria Film (Diksmuide)
  • Stille film.