home | Inloggen
Aantal schrijvers: 581 | Aantal boeken:

16435

 

 

Willems, Jan Frans

Maakt deel uit van: ,

JAN FRANS WILLEMS

Boechout, 11 maart 1793 – Gent, 24 juni 1846

willems-0

‘Vader van de Vlaamse Beweging’

Jan Frans Willems was  dichter, literair-historicus, essayist, polemist, filoloog en Vlaams cultuurdrager.

Vormde zich door zelfstudie tot filoloog en literair-historicus. Hij was een pleitbezorger voor het gebruik van de moedertaal in het openbare leven.

Van onschatbare waarde is zijn werk als ontdekker en uitgever van Middelnederlandse teksten.

 

BIOGRAFIE

11 maart 1793: Jan Frans Willems wordt – als Frans staatsburger – geboren te Boechout (prov. Antwerpen) op als oudste zoon van veertien kinderen van Joannes Baptista Willems en Joanna Maria Verry(c)ken. Zijn vader (geboren 1768) stamde uit Geel en was achtereenvolgens “percepteur des contributions’ , “tailleur”, “agent d’affaires”, landmeter en herbergier.

1805-1809: Opleiding (tot koster ?) te Lier.

Kreeg huisonderwijs in het Lierse gezin van Georg Bergmann (vader van George Bergmann en grootvader van Anton, (Tony) Bergmann).

Bergmann was een verlicht aristocraat, belezen intellectueel, protestant en orangist. Hij was officier geweest in het leger van de laatste Nederlandse stafhouder, in de Franse tijd als krijgsgevangene te Lier gestrand en er gehuwd met een freule van Zinnicq, dochter en nicht van Lierse burgemeesters. Hij was op de hoogte van de Duitse en Nederlandse literatuur,  toegewijd aan de romantische vrijheids- en eenheidsidealen van het Duitse vaderland, aristocratisch plichtbewust en onvoorwaardelijk trouw aan Oranje.

  • Willems kreeg samen met George huisonderwijs ten huize vader Bergmann  in de oude talen, Nederlands, Frans, Duits en literatuur.
  • Vader Georg Bergmann oefende een aanzienlijke invloed uit op Willems’ latere idealen van verlichting, volksverheffing, eerbied voor de moedertaal en verdraagzaamheid op religieus gebied;
  • Men kan rustig stellen dat Willems’ liberale denken én het Orangistische standpunt hier hun oorsprong vinden.

Om zijn opvallend duidelijke stem mocht hij als knaap acteren bij de rederijkerskamer De Cecilianen.

1807: Debuteert  met “Hekeldicht op den maire en municipaliteyt van Bouchout”.

  • Een hekeldicht op de burgemeester van Boechout, die zijn vader had ontslagen wegens onvoldoende beheersing van de Franse taal.
  • Hoewel het ontslag moet worden begrepen in een bredere context van de verfransingspolitiek van de openbare besturen door de  Franse bezettende overheid, zal deze persoonlijke rancune een blijvende invloed hebben op zijn verdere openbare leven. Tijdens de Hollandse tijd onder Willem I werkte hij voluit mee aan diens taalpolitiek om het Nederlands als bestuurstaal te herstellen (wat mislukt) en later na de onafhankelijkheid blijft hij voor deze doelstelling ijveren, zij het op een pragmatische maar niet minder intelligente wijze.

1809-1815: Op zestienjarige leeftijd wordt hij notarisklerk (“premier commis” ) bij notaris Van Puyenaer te Antwerpen.

  • Hij wordt lid van het ‘Taal- en Dichtlievend Genootschap Tot Nut der Jeugd’, en van toen af begon zijn literaire loopbaan.
  • Hij was een drijvende kracht achter de Antwerpschen Almanach van Nut en Vermaek, het orgaan van het Antwerpse onderwijzersgenootschap Tot nut der jeugd, waarin hij zijn dichtwerken publiceerde, veelal geschreven ter meerdere eer en glorie van het vaderland.

26 en 27 juli 1812: Behaalde met zijn Lofdicht op de slag van Friedland en de Vrede van Tilsit de eerste prijs in een wedstrijd, uitgeschreven door de Gentse rederijkerskamer Maatschappij van Rhetorica De Fonteinisten.

1 december 1812: Werkend lid van het Antwerps Tael en Dichtminnend Genootschap onder de zinsspreuk Tot Nut der Jeugd.

1814: Jan Willems’ juichkreten in de Ode op de herstelling der nederduytsche tael binnen de nederlanden door Willem I, Prins van Oranje Nassau

“Triumph!-onz’ Nederduytsche Tael
Is van het Fransche juk onthéven,
En zal, hoe zeer de nyd ook smael’,
Haer’ ouden luyster doen herleéven”
Uit: Antwerpschen Almanach van Nut en Vermaek, I, 1815, p.19.

waren op zijn minst naïef en voorbarig. Dat zou de ‘vader van de Vlaamse beweging’ in 1830 na de revolutie ervaren.

Toen ‘Tot Nut der Jeugd’ een toneelgroep werd, schreef hij twee toneelstukken:

  • Den ryken Antwerpenaer of de hebzugtige Neeven (1815) leunde nog sterk aan bij het Franse stuk van J.F. Regnards  Légataire universel.
  • Quinten Matsys of wat de liefde doet (1816) waarin hij polemisch de spot dreef met het kromfrans van de Vlaamse snobs.

ANTWERPEN 1815-1830 HOLLANDS BESTUUR

1815: Onder het toenmalige bestuur van koning Willem I der Nederlanden slaagt Jan Frans Willems erin  carrière te maken.

  • Steunt het amalgaam van Noord en Zuid waarvan Willem zich in maart 1815 koning had verklaard.
  • Willem I wilde het verlichte ‘een rijk, een taal’-principe dat de Franse overheersers hadden gehuldigd, laten gelden, maar dan met het Nederlands als eenheidstaal.

December 1815: Speelt de hoofdrol in zijn eigen toneelstuk Quinten Matsys, opgevoerd door Tot Nut en Vermaek, de toneelgroep van Tot Nut der Jeugd.

In deze periode is hij erg actief op literair en publicistisch gebied.

1815-1822: Vervaardigt de jaarlijkse almanakken van Tot Nut en Vermaek.

1816 -1821: Wordt klerk bij de ontvanger der registratie Bar en hulp-archivaris der stad Antwerpen. Maakt  zich vertrouwd met het ontcijferen van oude geschriften.

22 juli 1818: Huwt te Antwerpen met Isabelle Marie Caroline Boorekens, een weduwe met twee kinderen. Samen krijgen ze nog tien eigen kinderen, waarvan slechts Malvine, Pauline en Felix hem overleefden. Door dit huwelijk krijgt hij toegang tot de hogere burgerij.

In datzelfde jaar verwerft hij bekendheid in Noord en Zuid met zijn gedicht Aen de Belgen – Aux Belges (1818)

  • Het gedicht is een oproep in twee talen aan de Zuiderlingen tot loyauteit aan het nieuwe bestuur. Hij wijst hierbij op het Nederlands en het gedeelde verleden als bewijzen van eenheid en band tussen Noord en Zuid. Het gedicht wordt een monument in de geschiedenis van de Vlaamse Beweging en slaat bij publicatie in als een bom.
  • Het gedicht is een reactie tegen advocaat  J.-B.-J. Plasschaert die in de Observateur belge het ‘Belg-zijn en Franstalig-zijn’ a.h.w. als vanzelfsprekend en hetzelfde beschouwt. Zijn gedicht gaar als volgt:
‘Je suis Belge, moi, et je m’en glorifie.
Je ne suis pas Néerlandais, et je ne veut pas l’être.
(Ik, ik ben Belg, en daarop ben ik trots.
Ik ben geen Nederlander, en wil het ook niet zijn.)
  • In het Noorden en de schaars overgebleven rederijkerskringen in het Zuiden wordt Willems bejubeld, voor de rest van de publieke opinie is hij de kop van Jut: “le plat valet du pouvoir” en “celui à qui le Flamand avait été très utile”  Te Antwerpen wordt zelfs huis aan huis een pamflet rondgedragen: Ci gît un grand Flandrin / qui ne parla jamais ni Français ni Latin…

De oplage van Aen de Belgen – Aux Belges bedroeg 1000 exemplaren, waarvan er meer dan 400 bij voorintekening waren verkocht, o.m. 20 aan koning Willem; in juni 1819 waren er ongeveer 700 stuks verkocht, de exemplaren voor Noord Nederland via de Amsterdamse boekverkoper J.H. den Ouden.

30 juni 1819: Wordt lid van de Maatschappij van Nederlandse letterkunde te Leiden.

  • In zijn publicatie ‘Verhandeling over de nederduytsche tael- en letterkunde opzigtelijk de Zuydelyke Provintiën der Nederlanden.’ (1819) vinden we een soort romantisch nationalisme terug, theoretisch geformuleerd en linguïstisch doordacht:
“Hij (God) schiep verschillige landen om dat ‘er verschillige volken zouden zyn: Hij begeerde dat de natien onderscheyden zeden, gebruyken en taelen zouden hebben; Hij vond goed dat elken sterveling met den grond zyner geboorte als vereenzelvigd zoude zyn en ‘er ontstond Vaderlands-liefde’. (p.2)
  • Het eerste deel van de Verhandeling …  wordt in afleveringen gepubliceerd bij Schoesetters; Het 2de deel verschijnt van 1820 tot 1824, nog steeds in afleveringen, bij Schoesetters en diens weduwe, die na de dood van haar man de zaak samen met haar zoon Jan Baptist verder zet . De ‘Verhandeling’ verscheen eveneens voor rekening van de auteur; er waren 625 exemplaren bij voorintekening, 430 in het Noorden en 195 in het Zuiden.

Vanaf 1820 richtte zijn activiteit zich meer op de filologie en de studie van de literatuur en van oude, Middelnederlandse teksten. Geleidelijk aan schrijft hij minder (weliswaar strijdbare) poëzie.

13 maart 1820: Lid van de Koninklijke Maatschappij tot aanmoediging der Schone Kunsten te Antwerpen.

3 augustus 1820:  Benoemd tot corresponderend lid van de Tweede Klasse van het Koninklijk Nederlandsch Instituut te Amsterdam, de voorloper van de huidige Academie van Wetenschappen.

30 november 1821: Benoemd tot Ontvanger der Registratie voor Antwerpen-Noord.

5 oktober 1822: Toegevoegd aan het bestuur van de Académie Royale des Beaux-Arts te Antwerpen als “membre agrégé”.

27 december 1823: Geboorte van zijn dochter Paulina, die ongehuwd blijft.

Vanaf 1825 zien we Willems meer en meer filoloog worden. Hij zal middelnederlandse ambtelijke en literaire teksten bestuderen, oude Vlaamse liederen verzamelen, historisch onderzoek verrichten. Dat alles resulteert in een reeks afleveringen van  Mengelingen van historisch-vaderlandschen inhoud  die in de periode  1827 tot 1830 worden uitgegeven. De Mengelingen… vormen een zeer gevarieerde verzameling teksten, brieven,boedelbeschrijvingen en gewijsden van de  Raad van Brabant over de Nederlandse taal

1826: Lid van de Commissie tot uitgave van de oude vaderlandse kronijken.

1827: Lid van de Commissie voor de Rerum belgicarum scriptores.

20 Juli 1827: Lid van de Koninklijke commissie van Geschiedenis.

  • Zijn Mengelingen van historisch-vaderlandschen inhoud (in afleveringen van 1827 tot 1830) zijn vooral belangrijk voor de uitgave van oude teksten.

26 augustus 1828: Wordt verkozen tot lid de Tweede Klasse van het Koninklijk Nederlandsch Instituut te Amsterdam.

1829: Verdedigt de taalpolitiek van Willem I in een open brief aan de leider van de Franstalige oppositie: De la langue Belgique, Lettre de Jean-François Willems […] à M. Sylvain van de Weyer. Redenerend vanuit het natiebegrip pleit hij voor het Nederlands als nationale taal van België.

24 juni 1830: Geboorte van zijn zoon Felix, de enige overlevende mannelijke afstammeling, die later in dienst zal treden van de registratie te Ename, Nederzwalm, Poperinge, Ninove, Brugge, Ieper en Oudenaarde.

Krijgt het eredoctoraat in de wijsbegeerte en letteren van de universiteit te Leuven.

1830: België onafhankelijk.

EEKLO 1831-1835

1831 – 1834: Willems’ orangistische sympathieën zijn bij het nieuwe Belgische bestuur niet onbekend. De invloed en het prestige die hij via zijn functie als belastingontvanger bij de orangistische Antwerpse intelligentsia bezit, doet het nieuwe bewind besluiten om hem aan deze kring te onttrekken en hem in dezelfde functie van belastingontvanger naar het Oost-Vlaamse stadje Eeklo over te plaatsen. Hoewel hij zelfs in een klein stadje nog steeds bij de notabelen behoort, gaat de overplaatsing toch gepaard met verlies aan inkomen en status.

Tijdens zijn vier Eekloose jaren doet hij uitgebreid wetenschappelijk werk.

  • Hij kopieert als eerste, uit het later beroemd geworden Hulthemse handschrift.
  • Uit Lodewijk van Velthems Spieghel historiael haalt hij de spottende Voorzegging van de Heylige Hildegarde omtrent de Belgische Omwenteling (1831, tekstuitgave en polemiek).
  • In 1834 publiceert hij een moderne bewerking van Reinaert de Vos, naer de oudste beryming.

Willems zal zich ook voorzichtiger en neutraal opstellen in de hoop gerehabiliteerd te worden.

1834: Tot ca 1833/1834 blijft hij orangist, maar naarmate de positie van België zich ook internationaal consolideert, aanvaardt hij – realist als hij was-  de Belgische regering publiekelijk van dienst te zijn.

In 1834 stelt de regering voor te zetelen in de jury in een nationale wedstrijd. Na enige aarzeling aanvaardt hij de opdracht. Dat deze prijs voor poëzie uitgereikt zal worden naar aanleiding van de viering van de terugtrekking van het Nederlandse leger uit Brussel, neemt Willems er noodgedwongen bij. De titel van de prijsvraag is ‘De triomf van de nationale onafhankelijkheid’. Willems beloning: de post van ontvanger in de rijke industriestad Gent en de uitgave van enkele van zijn werken met overheidssteun.

Ada Deprez merkt daarbij fijntjes op dat Willems er niettemin in slaagde om Karel Lodewijk Ledegancks gedicht – waarin nauwelijks sprake was van het nieuwe rijk en dat evengoed kon gelezen worden als een verheerlijking van de Verenigde Nederlanden – te doen bekronen boven het veel patriottische en ‘geseptembriseerder’ werkstuk van Frans Jozef Blieck.

23 juli 1834: Aangesteld tot lid van de nieuw opgerichte Commission royale d’histoire.

GENT 1835-1846

19 maart 1835: Na heel wat lobbywerk wordt hij in eer hersteld en benoemd tot Ontvanger der Registratie te Gent.

6 juni 1835: Lid der Koninklijke Academie van Wetenschappen en fraaie Letteren te Brussel

  • Als enig Nederlandstalig lid probeert hij de Vlaamse literatuur en poëzie een plaats te geven, tegen de heersende verfransingspolitiek van de Belgische regering.
  • Willems slaagt erin de toenmalige bescheiden Vlaamse initiatieven te coördineren en bepaalt zo in niet geringe mate de evolutie van de Vlaamse Beweging in het jonge België.

In Gent komt hij terecht in het brandpunt van het herboren Nederlandstalige literaire leven.

1835: Oproep tot actie: ‘Laet u door noodlottige tyden en franschkweelende landgenooten niet afschrikken, de tyd naedert waerop onze vlaemsche nationaliteit met meer levendigheid het hoofd gaet opbeuren, weldra zal ik de gronden leggen tot een verbond van weldenkende vaderlanders’.

  • Geleidelijk aan weet hij een aantal jongeren voor zijn zaak te winnen: Prudens van Duyse, Ferdinand August Snellaert, Karel Lodewijk Ledeganck, Philip Blommaert, Constant Philip Serrure, Frans Rens en Jules de Saint-Genois.  Samen met hem zullen zij een netwerk vormen van overtuigde voorstanders van het Nederlands, o.m. in de administratie, het gerecht, het leger, en in allerlei sociale organisaties. Willems wordt inspirator én leider van deze Gentse groep die het woord van Van Duyse, “De tael is gansch het Volk”als adagio hanteert.

Nota: Eveneens in Antwerpen –reeds in december 1935 – sticht Theodoor van Ryswyck en Michiel Vandervoort de rederijkerskamer ‘De Olyftak’.  Deze kamer ontstaat uit eenzelfde onvrede over eenzelfde ervaring: de almacht van de Franse taal.

1836: Samen met David richt hij de ‘Maetschappij tot bevordering der Nederduitsche tael- en letterkunde’ op, bedoeld als tegenhanger van de Académie royale de Belgique.

12 mei 1836: Erevoorzitter van het genootschap “De tael is gansch het Volk”.

1836: Aangesteld tot lid van de jury van de prijskamp tot regeling van de spelling.

  • Zelf was hij een grote voorstander voor de invoering van een officiële spelling in Vlaanderen die niet te veel afweek van de spelling Siegenbeek, die sedert 1804 in Nederland van kracht was. De kwestie zou tot 1840 aanslepen, maar Willems haalde zijn slag thuis.

1836: Samen met Serrure overtuigt hij de Belgische staat om voor de Koninklijke Bibliotheek een Reinaert handschrift te kopen van een Engels  bibliofiel ‘voor omtrent 4000 francs’. In mei van datzelfde jaar krijgt hij de ministeriële opdracht het werk uit te geven. Eind augustus is de editie voltooid.

  • Willems poogde het belang van het Nederlands als cultuurtaal te onderstrepen door oude Nederlandse teksten te verzamelen en op een verantwoorde wijze in druk te brengen. Overigens stond hij hierin niet alleen, Blommaert (1809-1871) en anderen (o.a. Kanunnik J.B. David (1801—66) C Ph. Serurre (1805-1872), F.A. Snellaert (1808-1871))  waren dit principe evenzeer toegewijd. Ook waren de omstandigheden gunstig. Onder het Franse regime waren heel wat manuscripten op de markt gekomen als gevolg van de sluiting van kerken en kloosters.
  • Pragmatisch als hij was  heeft Willems de eerste uitgave van de  Reinaert in een gekuiste versie uitgegeven. Willems was katholiek en gaf zonder veel protest toe aan de censuur van de invloedrijke kanunnik J.B. Van Hemel (dezelfde die Conscience dwong tot het verminken van ‘De leeuw van Vlaanderen‘).

26 december 1837: Verhuist naar de Zandberg 16 te Gent (gedenkplaat).

1837 tot 1846: Fungeert  als hoofdredacteur en belangrijkste auteur van het filologische en historische tijdschrift Belgisch museum voor de Nederduytsche Tael en Letterkunde en de Geschiedenis des Vaderlands, dat door de ‘Maetschappij’ uitgegeven wordt.

  • Hij drukt zijn stempel op dit tijdschrift, organisatorisch maar ook met een hoog aantal eigen literair-historische bijdragen en tekstuitgaven, met talloze bijdragen over bv. de spraakkunst, het dialect, oude ambtelijke documenten, oude spreuken en gezegden, Middelnederlandse liederen, de rederijkerskamers in Vlaamse steden, niet het minst in Gent.

1838-1839: Vergeefse pogingen door Willems en Jan David om deze maatschappij door de regering tot Academie hervormd te krijgen.

Inmiddels is hij nauw betrokken bij het Gentse culturele leven.

  • Hij is de hoofdman van de rederijkerskamer De Fonteine, neemt deel aan het koorleven, is lid van een aantal commissies en  stimuleert het schrijven van Vlaamse toneelstukken, het vestigen van een eigen theatertraditie.

Ondanks die drukke bezigheden verwaarloost hij geenszins zijn literair-wetenschappelijk werk.

  • 1836: Tekstuitgave van de” Rymkroniek van Jan van Heeluy betreffende de slag van Woeringen van het jaer 1288”.
  • 1839-1840: Tweedelige tekstuitgave van ‘De Brabantsche Yeesten, of Rymkroniek van Brabant, door Jan de Klerk’.
  • 1845: Uitgave van  ‘De eerste Bliscap van Maria : mysteriespel van 1444’.

1841: Samen met Jan David organiseert hij het Grote Taelcongres tot regeling van de spelling te Gent.

  • Het  Grote Taalcongres bracht de doorbraak in de zogenaamde spellingoorlog, waardoor de taaleenheid van Vlaanderen en Nederland een feit werd. De nieuwe spelling, die in 1844 van kracht werd, draagt zijn naam: ‘Willems-spelling’.

10 april 1842: Voorzitter van de Gentse rederijkerskamer de Fonteyne.

1844: Voorzitter van de grote vergadering van Het Taelverbond te Brussel.

24 juni 1846: Overlijdt in zijn woning aan de gevolgen van een hartinfarct, na een oplopende discussie in het Gentse stadhuis over het openbare feest van de  rederijkerskamer De Fonteine waarvan hij voorzitter was.

27 juni 1846: Begrafenis van Willems op het Dampoortkerkhof – zijn graf zou pas later naar het Campo Santo worden overgebracht. Talrijke letterheren – vriend en vijand – waren gekomen om hun dankbaarheid uit te spreken voor wat hij geweest was.

Epiloog

26 juni 1848: Plaatsing van een herdenkingssteen aan zijn sterfhuis op de Zandberg en inhuldiging van het praalgraf  op het Campo Santo in Sint-Amandsberg, met daarop de woorden:

Dit graf bewaert zijn’ asch, het vaderland zyn’ naem.

1851: Enkele Vlaamsgezinden richten het Willemsfonds op.

  • Het doel van deze vereniging was (en is) zowel de verdediging en promotie van het Nederlands als de politieke en sociale emancipatie van de Vlamingen.
  • Gestart als een neutraal genootschap krijgt het in de jaren 1860, onder impuls van Julius Vuylsteke, een uitgesproken liberaal-vrijzinnig profiel. Met het Gentse Lakenmetershuis op de Vrijdagmarkt als centrale zetel breidt het Willemsfonds zich geleidelijk uit over heel Vlaanderen. Naast allerlei politieke initiatieven (zoals petities aan het parlement) zet het Willemsfonds zich in voor de organisatie van volksbibliotheken, spreekbeurten, naschoolse vorming, concerten, toneel- en liederavonden.
  • Het publiceert een rijke mengeling van fictie en non-fictie en nam het initiatief voor de uitgave van het cultureel-literaire tijdschrift De Vlaamse Gids (1905-2000).
  • Samen met het (socialistische) Vermeylenfonds en het (katholieke) Davidsfonds, speelde het een belangrijke rol in de Vlaamse Beweging.

17 augustus 1899: Inhuldiging van een standbeeld op het St’ Baafsplein te Gent.

  • Beide zijkanten van het beeld refereren naar het literaire werk van deze grote meneer. Aan de ene kant de moeder die het kind leert zingen dat verwijst naar zijn Oude Vlaamsche liederen. Aan de andere kant staat de Reinaertfiguur uit het alom bekende 13de-eeuwse epos waarvan hij een goede ‘moderne’ versie maakte. Bovenaan prijkt de ontwakende Vlaamsche maagd die door de krijger wordt beschermd.
    Deze stonden oorspronkelijk met de rug naar de schouwburg. Nu kijkt de Vlaamse maagd de acteur aan die midden op de scène van het Publiekstheater staat. Dit kwam na de opsmuk van het plein en de schouwburg.
  • De belangstelling voor de inhuldiging van het monument op 27 augustus 1899 was enorm. Tussen de Zonnestraat en het Graaf van Vlaanderenplein vormden 313 verenigingen een kilometerslange stoet die voorbij de eretribune defileerde*. Die dag werd ook het evenwicht tussen Gent en Antwerpen hersteld. Hield de Gentse burgemeester Emile Braun een opgemerkte toespraak in het Nederlands, dan was het toch zijn Antwerpse collega Jan Van Rijswijck die het meest bijval oogstte met zijn oproep voor een blijvende Vlaamse inzet.
  • Werk van de  Brusselse beeldhouwer Isidoor De Rudder

WOI, Interbellum en WO II: Het oorspronkelijk gedachtengoed van Willems met betrekking tot zijn kijk op de Noord-Zuid verhoudingen en zijn interesse voor het Duitse kultuurgoed, wordt – met wisselend succes – in de Duitse Flamenpolitiek ingepast. ‘Als in Europa aan de nieuwe orde wordt getimmerd, lijkt de vader van de Vlaamse Beweging meer dan ooit kneedbaar tot voorbeeld, boegbeeld, paladijn  van de nieuwe gedachten’ schrijft Ludo Stynen in J.F. Willems Vader van de Vlaamse beweging. Ook tijdens WO II wordt J.F. Willems – postuum – vaak opgevoerd in de ideologische propaganda van het Nationaal socialisme.

MEER OVER J. F. WILLEMS

  • Max Rooses: Levensschets van Jan Frans Willems (1874)
  • Jozef van Mierlo: Jan Frans Willems,1793-1846 (1946)
  • Marcel de Smedt: De literair-historische activiteit van Jan Frans Willems (1793-1846) en Ferdinand Augustijn Snellaert (1809-1872) (1984)
  • Marcel de Smedt : Willems, Jan Frans, in:  Nationaal biografisch woordenboek (1985), dl. 11,  kol. 852-860
  • Ada Deprez: Willems, Jan F., in: Nieuwe encyclopedie van de Vlaamse Beweging (1998), dl. 3,  p. 2745-2750
  • Ada Deprez: Jan Frans Willems (1993)

 

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Referenties

  • Greet Draye, Laboratoria van de natie. Literaire genootschappen in Vlaanderen 1830-1914. Uitgeverij Vantilt, Nijmegen. 2009. -458p.
  • Ada Deprez: Walter Gobbers; Karel Wauters (red.): Hoofdstukken uit de Vlaamse letterkunde in de 19de eeuw. Deel 3. KANTL Gent 1999-2003.
  • Ada Deprez, Jan Frans Willems. Monografieën over Vlaamse letterkunde nr 34.
  • Ludo Stynen: Jan Frans Willems. Vader van de Vlaamse beweging. Antwerpen, De Bezige Bij. 507p.

BIBLIOGRAFIE

Woordje vooraf

  • In  Jan Frans Willems’boek “Oude Vlaemsche Liederen”, verschenen diverse volksliedjes voor het eerst in druk.
  • Een aantal van deze liedjes kennen we nu nog steeds, zij het in de vorm van kinderliedjes : Klein, klein kleutertje, Het reuzenlied (“Kere weer om, reusken, reusken”), Zeg kwezelken wilde gij dansen?, Het loze vissertje en Wel Anne Marieken, waar gaat gij naar toe?. Liedjes als “Het heerken van Maldeghem”, “’t Smidje” en “Roza, willen we dansen?” stonden ook in deze bundel en zouden later gecoverd worden door respectievelijk Kadril, Laïs en Rum.

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience –Antwerpen.
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • Dr Ada Deprez, Bibliografie van en over Jan frans Willems in: Brieven van, aan en over Jan Frans Willems: 1793-1846 II  pp 370-408, Uitgeverij De Tempel, Brugge, 1965.

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klik op de foto

Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1807 Hekeldicht op den maire en municipaliteyt van Bouchout. (polemisch geschrift)

Enkel de eerste acht verzen worden aangehaald door F. A. Snellaert in zijn, ‘Korte Levensschets van Jan Frans Willems’, Gent, 1847 (een overdruk van : Belgisch Museum, X, 1846, p. 459-504)
Ook Prudens Van Duyse neemt deze 8 verzen over in: Nalatenschap van J. F. Willems. Dicht- en Toneelstukken. Met inleiding, bydragen en aenteekeningen, Gent – ‘s-Gravenhage, 1856.

Bewaard als manuscript.

1965: voor het eerst gepubliceerd als bijlage van een lezing gehouden door Dr Ada Deprez op 14 maart 1965 in de sectie “Moderne Filologie en literatuur” van de Koninklijke Zuidnederlandse Maatschappij voor Taal- en letterkunde en Geschiedenis: Jan Frans Willems. Een bijdrage tot zijn biografie tot 1824.

1810 De Scheldstroom. (dichtstuk)

1965: voor het eerst gepubliceerd als bijlage van een lezing gehouden door Dr Ada Deprez op 14 maart 1965 in de sectie “Moderne Filologie en literatuur” van de Koninklijke Zuidnederlandse Maatschappij voor Taal- en letterkunde en Geschiedenis.

Als bijlage in: Jan Frans Willems. Een bijdrage tot zijn biografie tot 1824.
1811 Geboortezang aen den Koning van Rome. (dichtstuk over de zoon van Napoleon)

1856: opgenomen in ‘Nalatenschap. Dicht en toneelstukken. (pp 3-5) Samengesteld door Prudens van Duyse. Uitgeverij Debusscher te Gent.

Gepubliceerd als : Geboortezang, in : Hommages poétiques à leurs Maiestés Impériales et Royales, sur la Naissance de S.M. Ie Roi de Rome, recueillis et publiés par J . J. Lucet et Eckard, Paris, 1811, Ie deel, p . 410-412
1812 Hymne aan het vaderland over den veldslag van Friedland en de daeropvolgende Vrede van Tilsit. (dichtstuk)

Te Gent door de heringerichte rederijkerskamer De Fonteine met een gouden “eermetaal” bekroond.
1812: Opgenomen in ‘Verzameling van alle de Nederduitsche Dichtstukken, Die medegedongen hebben aan de Lauwerkroonen, uitgegeven door de Maatschappij van het Rhetorica Binnen Gend, den 27 iulii 1812, Gent, 1812
1856: Opgenomen in Van Duyse, ‘Nalatenschap van J. F. Willems. Dicht- en Tooneelstukken’ ter boek- en steendrukkery der gebroeders De Busscher, uitgevers te Gent,, p. 6-9

Antwerpen: Van Ael. Boek-Drukker in de Keyzer-Straet, sect. 2 nr 1254.  -7p.

Afmetingen: 19.50 x 12.50

1873: Opgenomen in Keus uit de dicht- en prozawerken van Jan Frans Willems, verzameld door Max Rooses -, Gent, boekhandel van Willem Rogghé, , p.

1814 De puyn-hoopen rondom Antwerpen. (gedicht)

Vervaardigd n.a.v. de belegering door de geallieerden van de
door Carnot zo hardnekkig verdedigde stad
.

Antwerpen: J.S. Schoesetters, drukker en medelid van ’t Genootschap. -10p.

Afmetingen: 19.70 x 17

[1815] Grafschrift op den Generael Van Merlen (1815), gesneuveld in de slag bij Waterloo.
Franse titel : J. B. Van Merlen, / Mort au Champ d’honneur dans la journée du 18 Juin 1815.

1816:Verscheen ook in: Antwerpschen Almanach van Nut en Vermaek. II, 1816, p. 23-24
1873: Rooses, Keus…, 1873, I, p. 9

Antwerpen:  J.S. Schoesetters. -9p. z.j. [1815]

Afmetingen: 27.50 x 21.50

1815 Den ryken Antwerpenaer of de hebzugtige neéven. blyspel in twee bedryven. (theatertekst)

Antwerpen: J.S. Schoesetters. Boekdrukker omtrent de Melk-merkt en medelid van ’t Genootschap.  -40p.

Afmetingen: 14 x 9

[1815] Aen Antwerpen, op het Wederkomen der Schilder-stukken. (dichtstuk – 26 4-regelige strofen)

Alternatieve titel: By gelegenheyd van de wederkomst der, aen haer ontroofde, SCHILDER-STUKKEN : Van de vermaerdtste Meesters der Nederlandsche School, (1815)

In de bundel: Toejuyching der Leden van het Genoótschap Tot Nut der Jeugd: aen d’Antwerpsche Maetschappy der Schoone Konsten  p. 10-14.
Uitgever: Antwerpen, J.S. Schoesetters, s.d.
1816 Quinten Matsys, of wat doet de liefde niet ! Tooneelspel in 2 bedryven. (theatertekst)

Toneelstuk, opgevoerd te Antwerpen in december 1815

Antwerpen:  J.S. Schoesetters. Boekdrukker omstrent de Melk-merkt en medelid van ’t Genootschap. -70p.

Afmetingen: 15.50 x 9.50

1818 De tooneel-liefhebbers.  Blyspel in een bedryf. (theatertekst)

Vertoond ter gelegenheyd der Tooneelinhuldiging
op deszelfs nieuw Lokael den Mey 1818.
1965: voor het eerst gepubliceerd als bijlage van een lezing gehouden door Dr Ada Deprez op 14 maart 1965 in de sectie “Moderne Filologie en literatuur” van de Koninklijke Zuidnederlandse Maatschappij voor Taal- en letterkunde en Geschiedenis
.

Als bijlage in: Dr. Ada Deprez, Jan Frans Willems. Een bijdrage tot zijn biografie tot 1824 (1965)
1818 Aen de Belgen. Aux Belges. (gedicht)

http://www.dbnl.org/titels/titel.php?id=will028aenb01
Bevat: Avis au Lecteur; Aen de Belgen – Aux Belges (pp 7-31 (Nederlandse verzen op de linkerbladzijde, Franse parafrase op de rechter); Notes (pp 33-50)
Antwerpen:  J.S. Schoesetters. -60p.

Afmetingen: 21.50 x 13.50

1819 Lijkrede op Joannes Abraham Terbruggen, stigter van het Antwerpsch Tael- en Dichtlievend Genootschap “tot nut der jeugd”. (rede)

Uitgesproken door J.F. Willems in de algemeene vergadering van de leden des zelfden genootschaps zondag 19 september 1819

Antwerpen: Uyt de drukkery van  J.S. Schoesetters. -15p.

Afmetingen: 22.50 x 350 (ingenaaid)

1819
-‘24
Verhandeling over de nederduytsche tael- en letterkunde opzigtelijk de Zuydelyke Provintiën der Nederlanden. (studie en tekstuitgave)

Het eerste deel (1819) behandelt vanaf de oorsprong tot de zestiende eeuw. Het tweede deel (1824) behandelt de 17de tot de 19de eeuw. Toegevoegd is de ‘verhandeling Over de Hollandsche en Vlaemsche schryfwyzen van het Nederduitsch’ (pp 276-385)
Elektronisch beschikbaar: Digitale bibliotheek voor de Nederlandse Letteren

Antwerpen: By. J.S. Schoesetters, drukker en lid van het Antwerps Rael- en Dichtlievend Genootschap.. -2 volumes (300 +385 pp).

Afmetingen: 22.50 x 13.50
Verschenen in afleveringen: geraamd op 10 afleveringen, i.e. 5 afleveringen per effectief verschenen deel.

1821 Antwoord van J.F. Willems aen J.B. Buelens, R.C.Pr te Mechelen. (polemisch geschrift) Antwerpen: Bij J.S. Schoesetters, omtrent de Melkmerkt. -49p.

Afmetingen: 22.80 x 15

1822 By ’s Konings komst te Antwerpen, den zeventiende october MDCCCXXII. (dichtstuk)

Antwerpen: Bij de Weduwe  J.S. Schoesetters, omtrent de Melkmerkt. -8p.

Afmetingen: 21.50 x 13.20 (met koordje vastgebonden)

1823 Redevoering over de poëzy van den dichter en van den schilder. (redevoering)

Redevoering gehouden by de openbare prysuitdeeling der Koninglyke Academie van Beeldende Kunsten, te Antwerpen, den 6den april 1823

Antwerpen: Bij de Weduwe  J.S. Schoesetters, omtrent de Melkmerkt.
1824 Keur van Nederduytsche spreekwoorden en dichterlyke zedelessen. (verzameling spreuken en zegswijzen)

1892: Heruitgave door uitgeverij Siffer -XI + 90p. (afmetingen 20 x 13.50) [vooraan : Geene andere wijzigingen zijn aan de uitgave van 1824 toegebracht dan het gebruiken der nieuwe spelling in plaats van
de oude

Antwerpen: Wed. J.S. Schoesetters.

Het boekje werd in verschillende formaten uitgegeven:
12.50 x 8.50  (X + 98p.)
18.20 x 12  (X + 86p.)
20 x 13  (X + 76p.)

1824 Over de Hollandsche en Vlaemsche schryfwyzen van het Nederduitsch. (studie)

Uit het 2e deel der: Verhandeling… (1824) overgenomen, waar dit opstel voorkomt op p. 276-383.

Antwerpen: Wed. J.S. Schoesetters. -143p.

Afmetingen: 21.20 x 12.50

[1825] Redevoering over het karakter van den Nederlandschen schilder, gehouden in het Koninglyk Museum van Antwerpen, ter gelegenheid van de plechtige prysuitdeeling der Koninglyke Maetschappy tot Aenmoediging der Schoone Kunsten, van Antwerpen, den 18 september 1825 Antwerpen: Uit de drukkery van H.P. Vander Hey, Drukker van de Koninglyke Maatschappy, op de Schoen-Markt, N° 600.  -12p.

Afmetingen: 19.50 x 12.50

1827-’30 Mengelingen van historisch-vaderlandschen inhoud. (studiën en tekstuitgaven)

 

Antwerpen: Ter drukkery van Wed. J.S. Schoesetters.  -488p.

Afmetingen: 20.50 x 12.50

[1828] Bijdragen tot de geschiedenis der boekdrukkunst in Antwerpen. (studie) Z.j. [1828]; z.pl. [Amsterdam]; z. uitg.; z.dr.

Overgedrukt uit De Vriend des Vaderlands Jg II, N° 9. pp 689-702

1828 Historisch onderzoek naer den oorsprong en den waren naem der openbare plaetsen en andere oudheden van de Stad Antwerpen. (studie)

Het boek geeft een korte historische en/of etymologische verklaring voor de straatnamen  Het boek is rijkelijk voorzien van kaarten en stadsplannen.

Antwerpen: H.P. vander Hey, stadsdrukker. -293p. -2 volumes

Afmetingen: 22.80 x 14.50

1828 Maria van Braband (A°. 1276) door J.F. Willems. (dichtstuk)

Op het titelblad: Gedrukt voor de vrienden des dichters.
Alternatief: Gedrukt voor de leden van het Koninglyk Genootschap van Tael- en Dichtkunde, te Antwerpen.
Bevat: Maria van Braband (pp 3-18);  Relation française (pp 19-26);  & Nederlandsche verhalen (pp 27-49

Antwerpen: ter drukkery van de weduwe J.S. Schoesetters. -41p.

Afmetingen: 21.50 x 13.50

1829 De la langue Belgique. Lettre de Jean François Willems à M. Sylvain Van de Weyer.(polemisch geschrift)

uit de inleiding

Brussel: Brest Van Kempen, libraire (Marché-aux-Herbes, n° 33). -101p.

Afmetingen: 16.50 x 10.50
Druk: M. Havez, imprimeur.

1829 De oude bevolking der provincie Antwerpen met de tegenwoordige vergeleken. (studie)

Bevat : tekst van de studie (pp 3-30) ; Tabellen (7 statistische tabellen ter staving)
Overdruk uit: Mengelingen van historisch-vaderlandsehen inhoud, uitgegeven door J. F. Willems. Antwerpen, ter drukkery van de Wed. J. S. Schoesetters, 1827-1830, p. 227-284.

Antwerpen: Wed. J.S. Schoesetters. -30p. + 7 tabellen.

Afmetingen: 21 x 12.50

1830 La séparation des rats et des souris. (fabel) Los blad, z. pl. (Antwerpen); z. uitg.; z. dr.; (1830), 2 pp. Onderaan p. 1 getekend: J.F.W

Afmetingen: 16.50 x 10.50

[1831] Voorzeggingen van de Heylige Hildegarde omtrent de Belgische Omwenteling. (tekstuitgaven en polemiek)

Mei 1832: Ook verschenen te Amsterdam bij Brest van Kempen.
1835: Tweede druk. bij  L. van Bakkenes te Amsterdam.
Het is een soort Middelnederlandse tekstuitgave met de voorspelling dat wij in 1835 weer met ‘kaeskint’ onder Oranje zullen verenigd zijn

Z.j. (1831); z. pl.; z. uitg.; z. dr.; z. auteur,  -31p.

Gedrukt op 25 exemplaren.

1833 Reinardus Vulpes – Reinaert de Vos. (studie)

Tekst in het Frans gesteld.

z.pl. [Gent]; z. j. [1833]; z. auteur [J. F. Willems op p. 23]; z. uitg. [D. J. Van der Haeghen] -33p.

Overdruk uit: Messager des sciences historiques. – (1833). – p. 329-351
Afmetingen: 20.50 x 13
1834 Over eenige oude Nederlandsche vloeken, eeden en uitroepingen. (studie)

[z. auteur J.F. Willems]

Gent, Snoeck-Ducaju en Zoon.  Drukkers, Veldstraet-15 + 1p.

Afmetingen: 22.50 x 13.50
Overgedrukt uit de Nederduitsche Letteroefeningen. I, 1834, p. 218-230.

1834 Reinaert de Vos, naer de oudste beryming. (omdichting van de oude tekst met inleiding)

Berijmde bewerking van Reynaert I.
1856: Opgenomen in Prudens Van Duysse’s Nalatenschap van J.F. Willems, pp.. 147-204.
1873: Opgenomen in Max Rooses’ Keus uit de Dicht- en Prozawerken van Jan Frans Willems, Deel II, pp. 1-104

Eecloo: Drukkerij van A. B. Van Han en Zoon. – XV-140p.

Afmetingen: 17 x 11

1836 Rymkronyk van Jan van Heelu, betreffende den slag van Woeringen, van het jaer 1288, uitgegeven met ophelderingen en aenteekeningen van J.F. Willems, Lid der Koninglyke Academie van Brussel. (tekstuitgave)

Alternatieve titel: Chronique en vers de Jean van Heelu ou relation de la bataille de Woeringen.
Bevat: Introduction (pp V-LXIX); Slag van Woeringen in twee boeken (pp 1-326); Bylagen / Appendices (pp 327-389); Codex Diplomaticus (pp 391-578); Table de matières – Table des nomas topographiques – Table des noms de personnes- Glossaire des vieux mots flamands (pp 579-611).

Brussel: M. Hayez, imprimeur de l’Académie Royale. – LXIX-612 p.

Afmetingen: 27.50 x 21
Reeks: Collection de chroniques belges inedites, publiée par ordre du Gouvernement.

1836 Over het gedrag der Belgen by de scheuring der Nederlandsche provincien in de zestiende eeuw.  (Redevoering gehouden by de Koninglyke Genootschappen van Nederlandsche Letterkunde, te Brussel en te Antwerpen.) z.pl.  [Antwerpen]; z.j. [1836]; z. auteur, z. drukker, z. uitgever
[J. S. Schoesetters jr.]

Afmetingen : 21.50 x 12
Overgenomen uit: Mengelingen, p. 391-423

1836 Lettres de Marguerite de Parme et du sire de Montigny sur les troubles de Tournai de l’an 1564. (tekstuitgave) Gand: Imprimerie de Léonard Hebbelynck, (Vieille Citadelle,
No 48)  -68p.

Afmetingen: 21,5 X 14
Overdruk uit: Messager, IV, 1836, p. 349-380 en 431-467

1836 Reinaert de Vos: episch fabeldicht van de twaelfde en dertiende eeuw.Met aenmaerkingen en ophelderingen van Jan Frans Willems.

Luxe-uitgave verlucht met 3 platen uit het handschrift en meerdere vignetten. Bevat: voorbericht (pp I – XI); Inleiding (pp XIII-LXVII); Reinaert de vos (pp 1-286); Bylagen (pp 287-339); Tafel en glossarium (pp 340-352).

Gent: F. en E. Gyselynck, Boek- en steendrukkers. -352p.

Afmetingen : 23.80 x 14.50

19de eeuwse schooluitgaven

  • 1839: Schooluitgave- gecastigeerde uitgave met hoofdstuktitels, samenvattingen en moraal.. Uitg. P.-J. Hanicq, Mechelen. Titel : Reinaert de Vos, naer de oudste beryming tot schoolgebruik en nuttige lezingen ingerigt. (17.50 x 10.50 genaaid in papieren omslag) Anoniem vosje op omslag van de eerste druk Kerkelijke goedkeuring door J.B. Pauwels op 6 augustus 1839 te Mechelen.
  • 1851: 2de originele uitgave door P.J. Hanicq; qua tekst identiek aan de eerste uitgave.
  • z.j. : Reinaert de Vos, naer de oudste beryming, tot schoolgebruik en nuttige lezingen ingerigt, door J.F. Willems. Tweede uitgave, Mechelen, Drukkery van E.-F. van Velsen, z.j. IV-132p.
  • 1858: Reinaert de Vos, naer de oudste beryming, tot schoolgebruik en nuttige lezingen ingerigt, door J.F. Willems. Tweede uitgave met houtsneden opgehelderd. Mechelen, Drukkery van E.-F. van Velsen, 1858. (X)-140 p. Genaaid in papieren omslag. Voorrede van V(an) H(emel). De twaalf fraaie houtsneden, initiaaltjes en het portret van Jan Frans Willems onder de voorrede zijn van De Doncker (tekeningen) en E. Vermorcken (houtsneden)
1837 Le roman du Renard, traduit pour la première fois d’après un texte flamand du XIIe siecle, augmentée d’une analyse de ce qu’on écrit au sujet des romans français de Renard…par Octave Delepierre.

Bevat een omstandige inleiding (pp 1-142) en een prozavertaling van de roman (pp 143-225 (1ste boek) & 226-334)

Brussel: Société Belge de Librairies / Hauman, Cattoir et Comp.  -335p.

Afmetingen: 20.80 x 13

1837 Elnonensia. Monuments des langues romanes et tudesque dans le IXe siecle. contenus dans un manuscrit de l’abbaye de St.-Amand, conservé à la bibliothèque publique de Valenciennes, publiés par I Hoffmann de Fallersleben, avec une traduction et des remarques par J.F. Willems. (tekstuitgave met inleiding)

Oorspronkelijke auteur: AUGUST HEINRICH HOFFMANN VON FALLERSLEBEN.
Bevat: Franse inleiding door Hoffmann de Fallersleben (pp. 3-4); Tekst Latijns gedicht (pp. 5); Tekst Frans gedicht (p. 6);  Rithmus teutonicus de piae memoriae Hluduico Rege filio Hluduici aeq; regis (pp. 7-8); Traduetion et remarques, (pp. 9-34) (door Willems)

Gand: F. et E. Gyselynck, imprimeurs-libraires. -34p.

Afmetingen: 26,5 x 19
Oplage: Gedrukt op 120 ex.
1845: 2de herziene en verbeterde druk ibidem -67p.  Afmetingen: 24.50 x 16.50

1837
-’47
Belgisch Museum voor de Nederduitsche taalletterkunde en de geschiedenis des vaderlands / uitgegeven door J.F. Willems.

Elektronisch beschikbaar: Digitale bibliotheek voor de Nederlandse Letteren
Gent : F. en E. Gyselynck, 1837-1846. -10 volumes.
1839
-‘43
Les gestes des ducs de Brabant : De Brabantsche Yeesten, of rymkronyk van Braband / par Jean de Klerk, d’Anvers = door Jan de Klerk, van Antwerpen.  (tekstuitgave met inleiding)

1e en 2e deel door Jan-Frans Willems, 3e deel door Jean-Henri Bormans (1869).

Brussel: M.  Hayez, imprimeur.

Afmetingen : 26.50 x 19.50
Reeks: Collection de chroniques belges inédites, publiée par ordre du Gouvernement
1839 De la population de quelques villes de la Belgique au moyen-âge. (studie) Bruxelles: Académie Royale de Bruxelles. -8p.

Afmetingen: 20.50 x 13
Overdruk uit : Bulletin de l’académie royale des sciences et des belles-lettres de Bruxelles, VI, 1839 IIe deel, nr. 8, p. 162-169

1840 Van den Derden Edewaert. Coninc van Engelant, Rymkroniek geschreven omtrent het jaer 1347 / door Jan De Klerk van Antwerpen, en uitgegeven door J.F. Willems. (tekstuitgave) Gent : Boek- en Steendrukkery van  F. en E. Gyselynck, Kamstraet, N° 32. -84p.

Afmetingen: 22 x 14.50
Overdruk uit: Belgisch Museum, IV, 1840, p. 298-367

1841 Brief aen Professor Bormans over de tweeklanken IJ en UU. (studie en brief) Gent: Boek- en Steendrukkery van  F. en E. Gyselynck, Kamstraet, N° 32. -24p.

Afmetingen: 22 x 13;50
Overdruk uit: Belgisch Museum, V, 1841, p. 234-255

1842 Redevoering uitgesproken by de opening van het Vlaemsch feest.

Uitgesproken op het Taelcongres en Vlaamsch Feest, gehouden in de promotiezaal van de Gentsche Hoogeschool, den 23 en 24 october 1841, beschreven door Snellaert. , Taelcongres en Vlaemsch Feest,  Gent, Hoste, 1842, pp 51-56
Tevens opgenomen in Max Rooses’ Keus uit Willems’ Dicht en Prozawerken, Tweede Deel, blz. 171-177

Gent: Drukkery van L. Hebbelynck, Spanjaerdskasteel, 48·  -8p.

Afmetingen: 24,5 x 16

1842 Moord, gepleegd door Simon Turchi, te Antwerpen, in het midden derXVIe eeuw. (novelle)

Oorspronkelijke auteur: MATTEO BANDELLO (1485-1561)
Vertaald, bewerkt door Jan Frans Willems.
Bevat: Voorwoord en noten van de vertaler; Bijlagen: historische documenten uit de Antwerpse archieven.

Gent: Boek- en Steendrukkery van  F. en E. Gyselynck, Kamstraet, N° 32. -36p.

Overdruk uit: Het Belgisch museum; 6 (1842)

[1844] Vijftigjarige ambtsbetrekking I van I M~ Jeronimo de Vries, griffier en chef der algemeene secretarie te Amsterdam. 3 April 1844· Feestzang zijner kinderen, vervaardigd door zijnen Vriend I J. F. Willems, te Gend. (gelegenheidsgedicht) Z.j. [1844]; z. pl. [Amsterdam?]; z. uitg.;-2p.

Afmetingen: 20 x 12.50

1844 Pasquyn doctor en astrologant : kluchtspel in dry deelen. (theatertekst)

Opgesteld omtrent het jaer 1782, vertoond door de Kamer der Ongeleerden te Lier, in 1784, nu in verbeterde tael- en spelregels gebragt en uitgegeven ten getale van 30 exemplaren door J.F. Willems.

Gent: Boek- en Steendrukkery van  F. en E. Gyselynck, Kamstraet, N° 32.. -48p.

Overdruk uit: Belgisch Museum.- (1844). – p. 331-378
Afmetingen: 23 x 15
1844 Kronyk der Kamers van rhetorica, te Lier. (studie en tekstuitgave)

Bevat: Kronyk, (p. 1-44);Pasquyn doctor en astrologant, kluchtspel in dry deelen, (p. 45-92).

Z.j. [1844]; z. pl. [Gent]; z. uitg. [Boek-en Steendrukkery van F. en E. Gyselynck]  -92p.

Overdruk uit: Belgisch Museum, VIII, 1844, p. 288-330..
[1844] Notice sur un recueil d’anciennes chansons françaises. (essay) Bruxelles: Académie royale de Bruxelles. -10p.

Afmetingen: 21 x 13.50
Overdruk uit : Bulletin de l’Académie royale des sciences et belles-lettres de Bruxelles, XI, 1844, nr. 6, p. 376-386

1844 Berigten wegens de boekprinters van Antwerpen, ten jare 1442, enz.

Bevat: voorberigt, (p. v-vi); berigten, (p. 7-23); beoordeeling van het vorenstaende berigt, door J. Koning, (p. 24-39); tweede bydrage tot de geschiedenis der boekdrukkunst te Antwerpen,( p. 39-52); aenhangsel, (p. 53-61).

Gent: Boek-en Steendrukkery van F. en E. Gyselynck,. -61p.

Overdruk uit: Belgisch Museum. – (1844). – p. 17-71
Afmetingen: 22.50 x 14.50
1845 Mémoires sur les noms de communes de la Flandre Orientale. (studie)

Par M. J.F.Willems, membre de la Commision de statistiques de cette province.

Brussel : M. Hayez, imprimeur de la Commission Centrale de Statistique. -46p.

Afmetingen : 28.50 x 22
Overdruk uit: Bulletin de la Commission centrale de statistique, 11, 1845, juli, p. 287-332.

[1845] Aen mynen vriend, den Heer Polydoor Van der Meersch, by zyne echtverbintenis met Mejufvrouw Mathilda Van Coetsem,6 Mei 1845· (gelegenheidsgedicht)

1856: Overgenomen in: V. Duyse, Nalalatenschap…,  p. 84 als: “By den echt des heeren Polydoor Vander Meersch, bibliophiel”.

Z.j. [1845]; -2p.

Afmetingen: 20 x 13
Multiplicamini sprak God,… (34 verzen)

1845 De eerste bliscap van Maria, Misteriespel van 1444. (tekstuitgave met inleiding) Gent : Boek-en Steendrukkery van F. en E. Gyselynck. -108p.

Afmetingen: 23 x 13.50
Overdruk uit : Belgisch Museum, IX, 1845, p. 37-140.

1845
-‘48
Oude Vlaemsche liederen ten deele met de melodiën / uitgegeven door J[an] F[rans] Willems ; Afgewerkt door F.A. Snellaert.

Bevat: inleiding door F.A. Snellaert (pp I tot LX); Liederen pp 1-548
Electronisch beschikbaar: Digitale bibliotheek der Nederlandse Letteren
Gent : Boek-en Steendrukkery van F. en E. Gyselynck – LX, 548p.

Afmetingen : 23.50 x  16

1846 Reinaert de Vos. Eerste boek. Berymd door J.F. Willems.

Dezelfde tekst als Willems 1834.
Deze uitgave bevat vier anonieme litho’s

Gent, Boek-en Steendrukkery van F. en E. Gyselynck, -107-(1)p.

Reeks: “Volksboeken uitgegeven door J.F. Willems en F.A. Snellaert” nr 2.
Afmetingen: 19 x 12 (ingenaaid – met zachte kaft)

POSTUME PUBLICATIES

1847 Bibliotheca Willemsiana, ou: Catalogue de la riche collection de livres délaissés par J.F.Willems;

Na zijn dood door Snellaert gecatalogiseerd. De Bibliotheca Willemsiana telde circa 12000 banden gedrukte werken en 60 handschriften;
tOT de topstukken behoren de vroeg veertiende-eeuwse en fraai uitgevoerde handschriften van Der naturen bloeme (Brussel, KB, 19545), de Rijmbijbel (Brussel, KB, 19545) en de Nederlandse vertaling van de Roman de la rose (‘s Gravenhage, KB, KNAW XXIV)

Gent, Boek-en Steendrukkery van F. en E. GyselyncK;

Nota: Willems deed voor vele periodes zelf alle onderzoek. Hij kon niet terugvallen op een institutionele bibliotheek van enige betekenis op het gebied van de Middelnederlandse letterkunde, maar diende de bronnen voor de studie ervan zelf bijeen te brengen

1856 Nalatenschap van J.F. Willems.: dicht- en tooneelstukken, met inleiding, bijdragen en aenteekeningen.

Samengesteld door Prudens Van Duyse.
Bevat: Inleiding (pp I – CXVIII); Oorspronkelijke gedichten (pp 1-289); Aenteekeningen (pp 291-339

Gent: Ter Boek- en Steendrukkery der Gebroeders De Busscher, uitgevers. -CXVIII+343p.

Afmetingen: 24 x 16

1873 Keus uit de Dicht- en prozawerken / van Jan Frans Willems ; verzameld door Max Rooses. 1812 – 1846.

Deel I bevat de teksten uit de periode 18I2-I830.
Deel II bevat de teksten uit de periode 1831-1846

Gent: Boekhandel van Willem Rogghé Klanderberg, 13. . -2 vol. (VII, 202 + 195 p.).

Reeks: Uitg. van het Willems-Fonds ; 74
Drukkerij C. Annoot-Braeckman, Gent.
Afmetingen: 18 x 12.50 (ingenaaid)

1874 Brieven / van Jan-Frans Willems aan Jer. de Vries, K.A. Vervier, E.J. Potgieter, F.H. Mertens, J.B. David, Enz.

Verzameld door Max Rooses.

Gent: Boekhandel van Willem Rogghé Klanderberg, 13.  -[XV] + 222 p.

Reeks: Uitg. van het Willems-Fonds ; 77
Afmetingen: 18.50 x 13 (ingenaaid – zachte kaft)

[1910] Den Slag van Fontenoy. uyt de fransche heldenvaerzen van den heere Voltaire in nederduytsche dichtmaet overgebracht /
door w….ms In Antwerpen MDCCCX.
Gepubliceerd door: Jhr. Mr. Napoleon de Pauw, Jan Frans Willems’ Allereerste Nederlandsche Gedicht 1810.
Z.j. [1910]; z. pl. [Gent] -18p.

Afmetingen: 7.80 x 14
Overdruk uit : Verslagen en Mededeelingen der Koninklijke
Vlaamsche Academie, 1910, p. 901-911

1963 Briefwisseling van Jan Frans Willems en Heinrich Hoffmann von Fallersleben. 1836-1843.

Met een inleiding en aantekeningen uitgegeven door Ada Deprez.

Gent: Seminarie voor Nederlandse literatuurstudie. -118p.

Afmetingen: 23 x 15 (ingenaaid – zachte kaft)
Overdruk uit: Studia Germanica Gandensia ; IV, 1962, blz. 53-164

1964 Jan Frans Willems 1793-1846 door Ada Deprez. (bloemlezing met inleiding)

Bevat: Inleiding, (pp. 5-19); biografische notitie, (pp. 20-23); bibliografie, (pp. 24-27); bloemlezing :
De Lente. Turkse idylle, (pp. 28-29); Aan de Belgen (fragment), (pp. 30-31); Antwoord van J. F. Willems aan J. B. Buelens (fragment), (pp. 32-33); De la langue Belgique. Lettre à M. van de Weyer (fragment), (pp. 36-40); La séparation des rats et des souris. Fable, (p. 41);Reinaert de Vos. Naar de oudste berijming (fragment), (pp. 42-43); Redevoering uitgesproken op het Vlaams feest van 1841 (fragment), (pp 44-45); Redevoering over de geest, waardoor de Vlaamse letterkunde
zich moet doen onderscheiden (fragment), (pp. 46-52
)

Antwerpen:  Uitgeverij Helios voor het Ministerie van Nationale Opvoeding en Cultuur. -52p.

Afmetingen: 22 x 13
Reeks: Monografieën over Vlaamse Letterkunde, nr. 34

1965 A. Deprez (ed.): Brieven van, aan en over Jan Frans Willems: 1793-1846.

VI delen uitgegeven door de Rijksuniversiteit te Gent , Faculteit van de Letteren en Wijsbegeerte, nrs 138,139, 141, 142, 143, 145, 146. Deel I: algemene inleiding I: VIII + 383 blz, Deel II: algemene inleiding II – bibliografie  571p. Deel III: Teksten I 1812 – 1824: 545 p. Deel IV: aantekeningen I 1812 – 1824: 245 p. Deel V: Teksten II 1825 – 1829 : 563 p. Deel VI: aantekeningen II 1825 – 1829: VIII + 294 p

Brugge: “De Tempel”, Tempelhof, 37.

Afmetingen: 25.3 x 16.5 ingenaaid – zachte kaft)
Colofon: Van dit werk werden gedrukt op de persen van de Sinte-Catharina drukkerij te Brugge, op houtvrij velijn, 600 exemplaren waarvan 50 voorbehouden aan de schrijver, genummerd I tot L en 550 exemplaren voor de handel genummerd 1 tot 550

Overzicht alfabetisch op titel van de werken die tijdens zijn leven zijn uitgegeven

  • Aen de Belgen, Aux Belges, Antw. 1818;
  • Almanak met vaderlandsche herinneringen op elken dag van het jaer 1826 en 1827, Antw.;
  • Antwerps vreugd by de wederkomst der schilderstukken door de Franschen haer vroeger ontroofd, Antw. 1815;
  • Antwoord van J.F. Willems aen J.B. Buelens, R.C. priester te Mechelen, schryver en uitgever van een werk getiteld: Briefwisseling tusschen J.F. Willems, Antw. 1821;
  • Belgisch Museum voor de Nederlandsche Tael- en Letterkunde en de geschiedenis des vaderlands, Gent 1837-’46, 10 dln.;
  • Beslissing der Koninklyke Commissie wegens de geschilpunten in het schryven der Nederduitsche tael, en uittreksels van het daerover ingeleverde verslag, Gent 1839;
  • Brief aen prof. Bormans, over de tweeklanken uu en ij, Gent 1841;
  • By ’s Konings komst te Antwerpen, den 23en October 1822, Antw. 1822;
  • De Brabandsche Yeesten of kronyk van Braband, door Jan de Klerk, van Antwerpen, met ophelderingen en aenteekeningen, Bruss. 1839-’43;
  • De Kunsten en Wetenschappen, gedicht, Antw. 1816;
  • De la langue Belgique, lettre de J.F. Willems, membre de l’institut des Pays-Bas, etc. à M. Sylvain van de Weyer…, Bruss. 1829;
  • Den Ryken Antwerpenaer of de hebzuchtige Neeven, blyspel in twee bedryven, Antw. 1815;
  • De Puynhoopen rondom Antwerpen, of bespiegeling op het verledene, dichtschets, Antw. 1814;
  • Friedlands veldslag en de daerop gevolgde vrede van Tilsitt, Gent en Antw. 1812;
  • Geboortezang aen den Koning van Rome, Parijs 1811;
  • Historisch Onderzoek naer den oorsprong en den waren naem der openbare plaetsen en andere oudheden van de stad Antwerpen, Antw. 1828;
  • Leerboek van de voornaemste regels der Nederduitsche versificatie en dichtkunst, gestaefd door voorbeelden enz. met een voorwoord door J.F. Willems, Turnhout 1840;
  • Lykrede op Joannes Abraham Terbruggen, gestorven den 12en September 1819, Antw. 1819;
  • Maria van Brabant, dichtstuk met historische ophelderingen, Antw. 1828;
  • Mengelingen van historisch-vaderlandschen inhoud, Antw. 1827-’30; Voorzeggingen van de Heilige Hildegarde omtrent de Belgische omwenteling, Gent 1831;
  • Nog iets ter verdediging der taelcommissie, Gent 1839;
  • Oude bevolking der provincie Antwerpen, Antw. 1826;
  • Oude Vlaemsche Liederen ten deele met de melodiën, verzameld door J.F. Willems en door Snellaert uitgegeven met eene inleiding, Gent 1848.
  • Over de Hollandsche en Vlaemsche schryfwyze, Antw. 1824;
  • Over de Poëzy van den dichter en van den schilder, redevoering gehouden by de openbare prys-uitdeeling der Koninglyke Akademie van beeldende kunsten te Antwerpen den 6en April 1823, door J.F. Willems, lid en raed derzelver Akademie, Antw. 1823;
  • Over eenige Nederlandsche eeden en vloeken, Gent, 1834;
  • Over het karakter van den Nederlandschen Schilder, redevoering gehouden by de prysuitdeeling door de koninglyke maetschappy tot aenmoediging der Schoone Kunsten, Antw. 1825;
  • Over den geest waer door de Vlaemsche letterkunde zich moet doen onderscheiden, redevoering gehouden te Brussel den 11 February 1844, Gent 1844;
  • Redevoering, uitgesproken by de opening van het Vlaemsch feest den 24 October 1841, Gent 1841;
  • Reinaert de Vos, naer de oudste beryming, Eekloo 1834, en later te Mechelen; Reinaert de Vos, episch fabeldicht van de twaelfde en dertiende eeuw, met aenmerkingen en ophelderingen, Gent 1836;
  • Rymkronyk van Jan van Heelu, betreffende den slag van Woeringen, van het jaer 1288, uitgegeven met ophelderingen en aenteekeningen, Bruss. 1836;
  • Quinten Matsys of wat doet de liefde niet, tooneelspel in 2 bedryven, Antw. 1816;
  • Van den derden Edewaert, coninc van Enghelant, rymkronyk geschreven omtrent het jaer 1347 door J. de Klerk, van Antwerpen, met aenteekeningen, Gent 1840;
  • Verhandeling over de Nederduytsche Tael- en Letterkunde, opzigtelyk de Zuydelyke provintiën der Nederlanden, Antw. 1819-’24.

BIJDRAGEN VAN JAN FRANS WILLEMS AAN TIJDSCHRIFTEN EN KRANTEN EN BLOEMLEZINGEN

  • Onderstaand overzicht is een selectie uit zijn bijdragen. . Voor een volledige bibliografie van de publicaties (inclusief dus deze bijdragen) consultere men

Overzicht

1815

  • ‘Aen Antwerpen op het wederkomen der Schilder-stukken’ In: Toejuyching der leden van het genootschap Tot Nut der Jeugd aen d’Antwerpsche Maetschappy der Schoone Konsten Gy Gelegenheyd van de wederkomst der, aen haer ontroofde Schilder-Stukken van de vermaerdste meesters der Nederlandsche schoól. , Antwerpen: Schoesetters – 1815, pp 10-15.
  • ‘Ode op de herstelling der Nederduytsche Tael door Willem I, Prins van Oranje-Nassau, in 1814’ In: Antwerpsche Almanach van Nut en Vermaek I (1815), pp 19-21
  • ‘Cupido Cyffermeester’, In: Antwerpsche Almanach van Nut en Vermaek I (1815), pp 29-30
  • ‘Op de vraeg: – hoe zyt gy poeét geworden ? In: Antwerpsche Almanach van Nut en Vermaek I (1815), pp 38-39
  • ‘Prologue aux spectateurs d’une pièce intitulée les rivaux sans Ie savoir ou ruse contre ruse, représentée par la Société en Décembre 1813’. In: Antwerpsche Almanach van Nut en Vermaek I (1815), p 82.

1816

  • ‘Over het nut der kunsten en weétenschappen’. In: Narration de tout ce qui est passé dans la ville d’Anvers, le 24 Août, jour de l’anniversaire de Sa Majesté le Roi des Pays-Bas. Antwerpen, Vander Vaeren [1816]

1817

  • ‘Op de dood van Lesbia’s muschje. (Na ’t latyn van Catullus.)’. In: Antwerpsche Almanach van Nut en Vermaek III (1817), pp. 33-34
  • ‘Rubens. Ode’. In: Antwerpsche Almanach van Nut en Vermaek III (1817), p 66-69

1818

  • ‘Den slaef zyner begeêrten. Aen Elise’. In: Antwerpsche Almanach van Nut en Vermaek IV (1818), pp 28-31.
  • ‘Aen Lesbia’s Muschje. (Naer ’t Latyn van Catullus.)’. In: Antwerpsche Almanach van Nut en Vermaek IV (1818), p 43.
  • ‘Op het voortrefflyk schilderstuk van Mynheer M. Van Breé, verbeeldende de strandvastigheid van den Burgermeesster Van de Werff, geduerende het beleg van Leyden in 1574’. In: Antwerpsche Almanach van Nut en Vermaek IV (1818), pp 58-60.
  • ‘Leévens-berigten Van dichters die in Antwerpen geboóren zyn’. In: Antwerpsche Almanach van Nut en Vermaek IV (1818), pp 78-83.
  • ‘A Élise’. In: Antwerpsche Almanach van Nut en Vermaek IV (1818), pp 90-91.

1819

  • ‘Leévens-berigten van Dichters die te Antwerpen geboóren zyn. Vervolg van de Dichters in de nederduytsche tael’. In: Antwerpsche Almanach van Nut en Vermaek V, (1819), pp. 40-45

1820

  • ‘Fragment van een dichtstuk. Het huwelyksheil’. In: Antwerpsche Almanach van Nut en Vermaek VI (1820), pp 39-41.
  • Leévens-berigten van Dichters die te Antwerpen geboóren zyn. Vervolg van de Dichters in de nederduytsche tael. In: Antwerpsche Almanach van Nut en Vermaek VI, (1820) pp 52-58.

1821

  • ‘Het kusje van Phillis. (Eene uitbreiding van Joannis Secundi Basium III)’. In: Antwerpsche Almanach van Nut en Vermaek VII (1821), p 24.
  • ‘De dieven. Gesprek tusschen A. en B.’. In: Antwerpsche Almanach van Nut en Vermaek VII (1821), p 30.
  • ‘Minneliedje van Jan Hertog van Braband. (Vry gevolgd naer het oud-zwavisch van gemelden hertog.)’ In : Antwerpsche Almanach van Nut en Vermaek VII (1821), p. 34.
  • ‘Leévens-berigten van Dichters die te Antwerpen geboóren zyn. Vervolg van de Dichters in de nederduytsche tael’. In: Antwerpsche Almanach van Nut en Vermaek VII (1821), pp. 57-62

1822

  • ‘Volmaektheyd’. In: Antwerpsche Almanach van Nut en Vermaek VIII (1822), p 41.
  • ‘Liedje Gezongen op het feestmael des Genoótschaps, by gelegenheyd van het bekroonen der dichters Nierstrasz, Van Someren en Froment, den 23 september 1821’ In: Antwerpsche Almanach van Nut en Vermaek VIII (1822), pp 81-82.

1826

  • ‘Fenelon en de koe. Legende’. In: Belgische Muzen-Almanak I (1826) pp 209-218.
  • ‘Het lied der Belgen, aan de Bataven’. In: Belgische Muzen-Almanak I (1826) pp 199-201.

1827

  • [‘Over de aenhouding van den heer J.B. Buelens’]. In: Postryder van Antwerpen 85, 17 juli 1827
  • ‘De Oude bevolking der Procincie Antwerpen met de tegenwoordige vergeleken’. In: Mengelingen III (1827) pp 227-284.
  • ‘Oude Nederlandsche Volksliederen’. In: Mengelingen IV (1827) pp 285-306.

1828

  • ‘By het huwelijk van een ‘Hollander met eene Brabantsche Dame’. In: Belgische Muzen-Almanak III (1828) pp 153-157.
  • ‘Bijdrage tot de geschiedenis der boekdrukkust in Antwerpen’. In: De Vriend des Vaderlands II (1828), 9, pp 689-702.

1829

  • ‘Die Nationalsprache’. In: Aletheia Zeitschrift für Geschichte, Staats- und Kircher-
    recht, herausgegeben von Dr. E. Münch. Lüttich, (1829), Erstes Heft, pp. 131-145·
  • ‘Over het bezoek van Willem I aan Antwerpen’. In: Postryder van Antwerpen 26 mei 1829
  • ‘Reys van den koning. De koning in de Harmonie’. In: Postryder van Antwerpen 30 mei 1829

1830

  • ‘Berigt wegens Jonker Jan Van der Noot’ (met ). In: Belgische Muzen-Almanak V (1830) pp 202-212.
  • ‘Au Congrès National’. In: Max Rooses, , Levensschets van Jan Frans Willems. Gent, Willemsfonds pp 99-100.
  • ‘Goede Willem, Neerlands vader’. In: Max Rooses, Levensschets van Jan Frans Willems. Gent, Willemsfonds, 1874 p 102.

1831

  • ‘Chanson flamande du XIIIme au XVIIIme siècle’. In: Messager des Sciences et des Arts de la Belgique I (1833) pp 194-197. (Met een inleiding van N. Cornelissen, p. 193-194).

1833

  • ‘Reinardus Vulpes – Reinaert de Vos’. In: Messager des Sciences et des Arts de la Belgique I (1833) pp 329-351.

1836

  • ‘Notice sur le poème ancien du Renard’. In: Bulletins de l’Académie royale des sciences et belles-lettres de Bruxelles III (1836), 7, pp 248-253.

1837

  • ‘Aen den Heer Norbert Cornelissen. By het hem gegeven feestbanket. In den Casino, te Gent, den 16 July 1837’. In: Banquet offert à Mr. N. Cornelissen… Gent, Vander haeghen-Hulin 1837, pp 11-12.
  • ‘Over den oorsprong, den aert, en de natuerlyke vorming der Nederduytsche tael. I. Oorprong en aert’. In: Belgisch Museum I (1837) pp 3-20.
  • ‘Over den oorsprong, den aert, en de natuerlyke vorming der Nederduytsche tael. II Natuerlyke vorming’. In: Belgisch Museum I (1837) pp 209-223.
  • ‘Oude Rymspreuken’. In :Belgisch Museum, I, (1837) pp. 99-100.

1838

  • ‘Over de geschilpunten ten aenzien van het Schryven onzer tael’. In: Belgisch Museum II (1838) pp 78-92.
  • ‘Over het Schryven van DE of DEN als lidwoord in den Eersten Naemval van het Mannelyk Geslacht’. In: Belgisch Museum II (1838) pp 341-355.
  • ‘Voorrechten van het Vlaemsch by de oude Vlamingen en by de Vlamingen der XIXe eeuw’. In: Belgisch Museum II (1838) pp 387-395.
  • ‘Jacob van Maerlant’. In: Belgisch Museum II (1838) pp 438-464.

1839

  • ‘Beslissing der Koninglyky Commissie wegens de geschilpunten in het schryven der Nederduitsche tael’. In: Belgisch Museum III (1839) pp 286-287.
  • ‘Een woord over de protestatien tegen de bovenstaende beslissing der Taelcommissie’. In: Belgisch Museum III (1839) pp 342-357.
  • ‘Nog iets ter verdediging der Taelcommissie’. In: Belgisch Museum III (1839) pp 411-442.
  • ‘Vlaemsche Tael. Syllogismen voor den heer Behaegel’. In: Gazette van Gend, 27 sept. 1839.

1840

  • ‘Merkwaerdige Toetreding tot het Taelstelsel der Koninklyke Commissie’. In: Belgisch Museum IV (1840) pp 100-101.
  • ‘Des Roches en zyne aenhangers in de Tael’. In: Belgisch Museum IV (1840) pp 427-447.
  • ‘Petit plaidoyer en faveur de la langue flamande’. In: L’indépendant, 25 feb. 1840.
  • ‘De Moedertael in de provincien Antwerpen en Oostvlaenderen’. In: Kunst- en Letterblad I (1840), 61-62

1841

  • ‘Langue flamande’. In: L’Emancipation, 12 okt. 1841

1842

  • ‘Redevoering’. In: Ferdinand A. Snellaert, Taelcongres en Vlaemsch Feest. Gent, Hoste 1842, pp 51-56.
  • ‘Reinardiana’. In: Belgisch Museum VI (1842) pp 409-421.

1843

  • ‘De deensche en vlaemsche Taelkwestie’. In: Kunst- en Letterblad IV (1843), pp 85-86.

1844

  • ‘Over den geest waerdoor de Vlaemsche letterkunde zich moet doen onderscheiden: redevoering gehouden by de algemeene vergadering der Belgische maetschappyen van vlaemsche letteroefening, te Brussel, den 11 Februari 1844’. In: Belgisch Museum VIII (1844), pp 3-13
  • ‘Vlaemsche-tael-klucht’. In: Belgisch Museum VIII (1844), pp 72-90.
  • ‘Kronyk der kamers van rhetorica, te Lier’. In: Belgisch Museum VIII (1844), pp 288-330.
  • ‘Pasquin doctor en astrologant. Kluchtspel in dry deelen; Opgesteld omtrent het jaer 1782, vertoond door de Kamer der Ongeleerden te Lier, in 1784, en nu in verbeterde tael- en spelregels gebragt’. In: Belgisch Museum VIII (1844), pp 331-378.
  • ‘Het Hildebrandslied’. In: Belgisch Museum VIII (1844), pp 461-471.
  • ‘Defoere’ In: Kunst- en Letterblad V (1844), p 24.
  • ‘Het Staetsbestuer en de Vlaemsche Tael’. In: Vlaemsch België, 24 maart 1844

1845

  • ‘Die eerste Bliscap van Maria. Misteriespel van het jaer 1444’. In: Belgisch Museum IX (1845), pp 37-140.
  • ‘Reinardiana’ In: Belgisch Museum IX (1845), pp 227-242.