home | Inloggen
Aantal schrijvers: 526 | Aantal boeken:

15394

Blieck, Frans Jozef

Maakt deel uit van:

Frans Jozef BLIECK

1805 -1880

 

De beoefening van de literatuur stond bij hem niet voorop; Net als bij Ledeganck vond hij dat er ‘ernstigere’ bezigheden in zijn leven waren.

Het grootste deel van zijn literaire activiteit speelt zich af in kringen van de rederijkerskamers

Politiek en mentaal stond hij in de behoudsgezinde lijn van de door hem bewonderde Bilderdijk.

Hij was een tijdlang orangist, daarna (lauw) strijdend Vlaming en lid van verschillende culturele verenigingen als bijv. “De Tael is gansch het Volk”.

 

BIOGRAFIE

24 december 1805: Frans Jozef Blieck werd geboren te Wervik.

  • Vanaf zijn 14de reeds begon Blieck met toneelspelen in het rederijkersmilieu (oa bij de Wervikse rederijkerskamer De Droogaers)

1830: Ging dichten, leerde Maria Doolaeghe kennen en andere vrienden uit Gent.

  • Hij werkte druk mee aan een aantal, voooral Gentse tijdschriften, zoals Nederduitsche Letteroefeningen of Kunst- en Letterblad.
  • Zijn dichtbundels gaf hij meestal uit in eigen beheer en schonk ze – gefortuneerd als hij later werd- weg.

25 juni 1830: Debuut bekroond te Roeselare door de Zeegbare Herten met “Het nut van den Katholyken Godsdienst op de samenleving

1834: Miste nipt te Brussel de eerste prijs –die ging naar Ledeganck – met “De triomf der nationale onafhankelijkheid. Het lot des vaderlands. Dichtstuk.”

1835: Won te Brugge bij Yver en Broedermin met de “Belgen beminnaers van kunsten en wetenschappen

In hetzelfde jaar behaalde zijn werkstuk “Treurzang op het afsterven van den dichter J.B.J. Hofman” de tweede prijs bij de Kruisbroeders (Maria Doolaeghe behaalde de eerste prijs).

1835-1836: Binnen het zgn. literaire klaverblad, gevormd door Frans Blieck, Maria Doolaeghe en Prudens Van Duyse,  ontstond een interessante sentimentele briefwisseling tussen Frans Blieck en Doolaeghe, terwijl Van Duyse (als mededinger) met beiden ook contact onderhield.

  • Uit deze zeer vertrouwelijke reeks brieven spreekt een grote gevoeligheid, die ook inzicht geeft in de maatschappelijke problemen waarmee de betrokkenen worstelden. Wat ook opvalt is de duidelijke, warme en tegelijk nuchtere wijze waarop Maria tegenover Blieck, die maar niet aan een huwelijksaanzoek toekwam, haar gevoelens weergaf.
  • Deze intense verlovingscorrespondentie werd door Maria Doolaeghe afgebroken. Ze zou op 26.4.1836 met Bruno van Acker vroed- en heelmeester te Kortrijk huwen.

1836: De eerste prijs te Oostende bij Wat Ryp, wat Groen, komt Wysheid voên met “De knagingen van een boos geweten”. én met de “Losse onbezonnenheid der jeugd”.

1838: Zijn laatste deelname aan rederijkerswedstrijden te Assenede “Een tafereel uit de Belgische geschiedenis: de heilige Dymphna” bekwam de gouden erepenning.

Veel stellen deze werkstukken niet voor, maar iets van de ouderwetse en postclassicistisch geïnspireerde idee van de dichtkunst blijft hem dierbaar: namelijk het gebruik van de alexandrijn dat hij zowel openbaar als bij vrienden zoals Johan Michiel Dautzenberg zal blijven verdedigen.

1842: Notaris te Izegem na eerst jaren een opleiding als notarisklerk te hebben gekregen in Kortrijk Brussel en Veurne.

Af en toe maakte de hoogdravendheid van de gelegenheids- en prijskamppoëzie plaats voor eenvoudigere en meer persoonlijke verzen. Men vindt ze in zijn Mengelpoëzy ( in drie delen: 1839, 1850 en 1863) en zijn late Lentetuiltje. Met biographische aanteekeningen. (1873)

1850: Op medisch advies moet hij wegens overspanning volledig ook intellectueel, rust nemen.

1863: Publicatie van het derde deel Mengelpoëzy.

1873: Zijn laatste publicatie: Lentetuiltje. Met biographische aanteekeningen

28 april 1880: Frans Jozef Blieck overleed te Wervik.

MEER OVER BLIECK

 

  • P. De Keyser, “De driehoeksverhouding E.A. Snellaert, F.J. Blieck en Prudens van Duysse (1836-40)”,  in: Spiegel der Letteren, IV, 1960, 2, 81-98.
  • J.P. Reniers, Frans Jozef Blieck ( Wervik 1805 – Wervik 1880), dichter, flamingant en voorstander van de Vlaamse Beweging. Tentoonstelling (…) Cataloog, Wervik 1980.
  • L. Valcke, Frans Jozef Blieck op vrijersvoeten en daarna”. in: Verslagen en Mededelingen van de Stedelijke Oudheidkundige Commissie van Wervik, XV, 1980, 1-13
  • Vandromme, “Honderd jaar na Frans Jozef Blieck (1805-1880)”, in:  Ten Mandere, XX, 1980, nr 58, 242-244.
  • A.M. Renier, “Frans Jozef Blieck en de politiek van zijn tijd”,  in: Verslagen en Mededelingen van de Stedelijke Oudheidkundige Commissie van Wervik, 1987, 89-116.
  • de Vos, “Het gedachtengoed in de psalmenvertalingen van Fr.J. Blieck”, in: Gezelliana, IV, 1992, 32-38.

 

Geraadpleegde bronnen

Websites

Referenties

  • Ada Deprez, Bouwstenen voor een geschiedenis van de 19de eeuwse Vlaamse poëzie-beoefening (van Willems tot De Mont), in: Ada Deprez: Walter Gobbers; Karel Wauters (red.): Hoofdstukken uit de Vlaamse letterkunde in de 19de eeuw. Deel 3. KANTL Gent 2003.

 

SMAAKMAKER

Uit: De triomf der nationale onafhankelijkheid. (aanhef)

De vrijheid schoot haer laetse voncken
En dreigde een eeuwig ondergaen
Het Vaderland, in rouw gezonken,
Hief vruchteloze klachten aen.
De lage vleizucht, laffe logen,
Omringden een gedoemd vermogen,
En leenden klem aan d’yzren staf.
Waer blijft den landaerd te onderwinden?
Zijn klaegstem kan geen toegang vinden;
Men keert ze met versmading af.
 
Vervolgd in strengen boei geklonken,
Of, baling, zwervend uit het land;
Zie daer, wat loon hem wordt geschonken
Die ’t onregt moedig tegenkant.
Eilaes ! gemarteld, afgestreden
Als uitschot in het stof vertreden,
Der wormen spot zijn wij in de smart.
Vermeetlen ! hoe, hoe durft ge ’t wagen,
Zoo lang den fieren leeuw te plagen ?
Wee, wee hem, die zijne woede tart.

 

BIBLIOGRAFIE 

De gegevens van deze bibliografie werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen.
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles

Chronologisch overzicht

Jaar   Titel  Fotogalerij  Uitgeverij 1ste druk
 1834  De triomf der nationale onafhankelijkheid. Het lot des vaderlands. Dichtstuk.
“met den tweeden gouden eerpenning te Brussel bekroont, in september 1834”
   Kortrijk: Drukkery van Blanchet-Blanchet.
 1836  De knagingen van een boos geweten.    
 1839  Mengelpoëzy – le deel    Kortijk: Jaspin. -140p.
 1850  Mengelpoëzy – Tweede deel    Roesselaere: Stock-Werbrouck.
 1854  Proeve van vertaling in vrye dichtmaet van het psalmboek.    Antwerpen: Drukkery der gebroeders Peeters.
 1856  Geschiedenis der Wervicksche rederykkamer, oudtyds genaemd Droogaers.    Rousselaere : De Brauwer-Stock. -39p.
1863 Mengelpoëzy – 3e deel.    
1873 Lentetuiltje. Met biographische aanteekeningen.   Wervick : Vansuyt-Deltour. -43p.
1875 Twee blauwe schenen: tafelspel tusschen twee vrienden, muziekanten.   Antwerpen: Dela Montagne. 8p.

Overdruk uit: De Vlaamsche kunstbode