home | Inloggen
Aantal schrijvers: 536 | Aantal boeken:

15559

Ledeganck, Karel Lodewijk

Maakt deel uit van:

Karel Lodewijk Ledeganck

Eeklo 9 november 1805 – Gent, 19 maart 1847

Dichter, jurist en vrederechter, politicus

Hij werd wel eens ‘Veldmaarschalk van de Vlaamse Beweging’ genoemd.

 

BIOGRAFIE

9 november 1805: Geboren te Eeklo in een betrekkelijk arme familie met elf kinderen. Zijn vader tracht de kost te winnen als privé-onderwijzer en herbergier. Zijn moeder was een muzikaal begaafde vrouw.

1817: Zijn opvoeding brak af toen hij twaalf was. Hij ging toen als spoeler aan de slag in een linnenweverij. Hij werd opgemerkt – dankzij zijn eerste rijmpogingen- door de dichter C.A. Vervier, die hem als hulpklerk in de administratie van Eeklo opnam.

1827: Werkte mee aan tijdschriften als ‘Belgische muzenalmanak’ van J.J.F. Wap uit Gent, aan de ‘Vriend des Vaderlands’ en aan de ‘Almanak voor Blygeestigen’ (Brussel).

  • Was bedrijvig in het Eeklose artistieke en literaire leven, en ging zich bekwamen in de oude  rederijkerstraditie, waar hij ere-metalen behaalde in wedstrijden met opgelegde onderwerpen en/of versmaten of voorgeschreven aantal regels, zo bv. te Deinze (1827 met ‘Heil en onheil der tooneeloefening’), Brugge (1828 met ‘Lof der schilderkunst’) en Tielt (1830 met Linnenmakerij, Vlaandersn Welvaren’).
  • Veel had dit niet om het lijf: in gekunstelde verzen, met opgelegde geestdrift en veel hulpgeroep tot de goden van de Olympus om hem als dichter in rijmnood bij te staan, bezong hij ‘Heil en onheil der toneelbeoefening’, de ‘Lof der schilderkunst’ en de ‘Linnenmakerij’. Toch werd hij als beste gekozen.

1832: Klerk te Oudenaarde.

1832-1834: Griffier ad interim te Kaprijke.

1834: Belangrijk jaar waarin zowel zijn literaire werk, als zijn ambtelijke carrière een beslissende wending neemt.

  • Wordt benoemd tot plaatsvervangend vrederechter te Kaprijke (1834-1836).
  • Schrijft zich in aan de rechtenfaculteit van de Gentse universiteit.
  • Publiceert in het ‘Nederduitsch Letterkundig Jaarboekje’.
  • Wordt bekroond voor  ‘Zegeprael van ’s lands onafhankelykheid: lotsbestemming des vaderlands’ – het zogenaamde ‘vierhonderdfrankenlied’ (naar de uitgeloofde beloning) –in de wedstrijd van de regering door een jury onder voorzitterschap van J.F. Willems.

1835: Behaalt het diploma van doctor in de rechten.

1836-1842: Wordt bevorderd van plaatsvervangend vrederechter te Kaprijke tot vrederechter te Zomergem.

1837 -1845 : Wordt verkozen als onafhankelijk lid van de Oost-Vlaamse Provincieraad, waar hij samen met de ingeweken Limburger en romancier Pieter Ecrevisse de eerste Nederlandse redevoering houdt na 1830 en een bescheiden tweetaligheid in de administratie bewerkstelligt.

  • Maar er was ook die andere Ledeganck, dichter van de Zegeprael van ‘s lands onafhanglykheid (1834) en van De Vrede (1839).
  • Het eerste werk is het winnende gedicht van een prijsvraag, uitgeschreven door Charles Rogier, minister van binnenlandse zaken. In dit lofdicht blijft Ledeganck nog enigszins op de vlakte. Een onvervalste ode aan de nieuwe staat België is het niet.
  • In De Vrede gaat de dichter verder. De voormalige orangist is Belgicist geworden. Ledeganck schreef dit gedicht uit eigen beweging na de ondertekening van het ‘Verdrag der XXIV artikelen’. Koning Leopold I schatte het alvast naar waarde. De vorst stuurde een vleiende brief naar Ledeganck die ook een financieel toemaatje kreeg. In de wandelgangen sprak men niet meer over De Vrede, maar over het ‘Vierhonderd-franken-lied’.
  • In die periode helde Ledeganck hoe langer hoe meer over naar de verfranste bourgeoisie en ging hij zich verwaand gedragen, ook tegenover zijn Vlaamse vrienden. Dat je als Vlaamsgezinde bijna uitsluitend Frans sprak, was onvermijdelijk, maar de arrogantie waarmee Ledeganck dat deed zette bij velen kwaad bloed. Hij hield wel als eerste een Nederlandse redevoering in de Oost-Vlaamse Provincieraad, maar pas nadat Jan Frans Willems en Ferdinand Augustijn Snellaert lang op hem hadden ingepraat.

1938: Literaire doorbraak met de bundel Bloemen mijner lente.

  • Dit werk staat onder de invloed van de Engelse en Franse romantiek, meer bepaald van Byron en Lamartine. Van beide dichters maakte hij trouwens vertalingen o.a.  De Gevangene van Chillon van Byron, 1841.
  • In deze bundel wordt ook ‘Zegepraal’ opgenomen.
  • Ledeganck ontpopt er zich tot natuurdichter en bezingt er met zuivere elegieën het graf van vader en moeder.
  • De inleiding is wel bijzonder: “De Letterkunde is by my niets anders dan eene verpoozing van ernstiger bezigheden; en niets anders moet of mag zy zyn voor al die jegens Maetschappy en Gezin dadelyke pligten te vervullen heeft.”
  • Pieter Frans van Kerckhoven reageerde in De Noordstar als volgt: “De heer L. denkt zeker dat het eene grootere en edelere taek is boerenkrakeelen en geschillen te beoordeelen, dan zich aan de heilige kunst toe te wijden ? Gelukkig dat Tasso, Byron, Schiller, Goethe, Lamartine, Helmers en Vondel geene vrederegters geweest zijn ! ….De wereld zou hun geene meesterwerken te danken hebben”.

1840: Publicatie van ‘Het burgslot van Zomergem’, een somber en griezelig episch gedicht, opgedragen aan Ledeganck’s schoonvader, de dichter J.F. Hoon.

  • Het burgslot behandelt een oude geschiedenis uit ca. 1200 over een kerker in een slot.

1841: Ondanks zijn drukke agenda slaagt hij erin grote delen van de Code civil op bekwame wijze in het Nederlands ‘Het burgerlyk wetboek’ te vertalen, waarmee hij baanbrekend werk leverde op het gebied van de Nederlandse rechtstaal in België.

1842: Publicatie van ‘De zinnelooze’, eveneens een somber en griezelig episch gedicht, opgedragen ditmaal aan de Gentse neuroloog dr. Guislain. Het thema is de behandeling van krankzinnigheid bij een patiënte, en haar droeve lot in psychiatrische instellingen.

1842: Als de eerste organieke wet op het lager onderwijs wordt goedgekeurd, solliciteert de vrederechter met succes naar de  betrekking van provinciaal inspecteur voor het lager onderwijs.

1842-1847: Zijn taak als provinciaal inspecteur bestaat  er in de in 1842 aangenomen wet op het Lager Onderwijs te doen toepassen in Oost-Vlaanderen. Een zware en ondankbare opdracht gezien het lage peil van het onderwijs, de grote armoede, de schrijnende schoolbehoeften, de grote schoolbevolking en de tegenwerking van de lokale besturen.

1845: Wordt hoogleraar aan de toen nog Franstalige Universiteit Gent. De huidige campus lerarenopleiding van de Hogeschool Gent wordt trouwens naar hem genoemd.

Uit zijn pen vloeien een drietal gedichten: Boekweit, de Bedelaar , de Laster.

1846: Samen met Prudens van Duyse groeit hij uit tot hij één van de belangrijkste dichters van de Vlaamse Beweging.

  • Zijn trilogie De drie zustersteden (1846) over Antwerpen, Brugge en Gent werd in zijn tijd beschouwd als het hoogtepunt van de poëzie van de Vlaamse Beweging en werd door Rooses omschreven als ‘het dichterlijk evangelie van de Vlaamse Beweging’ en vergeleek haar qua impact, in haar ernst en mannelijkheid, in haar kracht en ritme, met Hendrik ConsciencesLeeuw van Vlaenderen’.
  • Daarmee schrijft Ledeganck zich in bij de galerij der voorvechters van de taalstrijd van het eerste uur. De romantische taal komt ons in de eenentwintigste eeuw enigszins gezwollen en pathetisch over, maar dat was kenmerkend voor die periode.

Hij werd ‘de veldmaarschalk van de Vlaamse Beweging.’ genoemd

In zijn verzen verkondigde hij:

Wees Vlaamsch van hart
en Vlaamsch van aard!
Wees Vlaamsch in uwe spraak,
en Vlaamsch in uwe zeden!

19 maart 1847: Overlijdt te Gent aan de gevolgen van een hardnekkige tuberculosekwaal.

Epiloog

Hij werd begraven op de St. Amandsberg bij Gent, waar een jaar te voren Willems uitgeluid was.

  • 1848: Nadat hij in 1847 eerst werd begraven op het nu verdwenen Dampoortkerkhof in de Wasstraat (Sint-Amandsberg), werd zijn stoffelijk overschot het jaar daarop overgebracht naar het Campo Santo (Park B, kelder 1, tegen de zijmuur van de kapel) in dezelfde gemeente.
  • 1849: In 1849 werd daar, onder grote belangstelling, een praalgraf met gedenkteken onthuld (later werd nog een stenen plaat aangebracht met de woorden “Den Zanger der drie Zustersteden”).
  • Van een ingehouden ontroering getuigt ook het vers dat prijkt op Ledegancks praalgraf, later vervangen door een gedenksteen in de muur van de kapel, op het Santo Campo te Sint-Amandsberg:
“Zyn stof rust hier; zyn naem leeft voort in Vlaamsche zangen”
  • 1897: In 1897 onthulde Prins Albert zijn standbeeld te Eeklo met een Vlaamse rede; de burgemeesters der drie Zustersteden hielden een voordracht; Jan Bouchery dichtte een cantate; Peter Benoit schreef de muziek er bij; Julius Lagae maakte het standbeeld; vele duizenden Flaminganten uit heel het land waren opgekomen. Lodewijk Opdebeek schreef bij die gelegenheid een Levensschets; die van Heremans was reeds in 1856 en ’89 verschenen.
  • 1947: In 1947 Ledeganck-herdenking te Gent ‘onder de hoge bescherming van het Stadsbestuur.’

In Gent is de Karel Lodewijk Ledeganckstraat naar hem vernoemd. Op wandelafstand van het Station Gent-Sint-Pieters ligt in deze straat de faculteit Wetenschappen van de universiteit Gent en de plantentuin van de universiteit.

In Eeklo staat het standbeeld van Karel Lodewijk Ledeganck op het naar hem genoemde plein.

 

Meer over K.L. Ledeganck:

  • Jef Crick: Karel Lodewijk Ledeganck 1805-1847 (1944). St.-Amandsberg: A. de Paepe. 67 p.
  • De Ledeganck-hulde, in: Cultureel jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen, jrg. 1(1947)  nr. 1, p. 39-228
  • Paul van de Woestijne en Hugo Notteboom: Een dichter bij ons : Karel Lodewijk Ledeganck 1805-1847 (1997)
  • Marcel de Smedt: Karel Lodewijk Ledeganck 1805-1847, in: Wetenschappelijke tijdingen, jrg. 56 (1997) nr. 4, p. 227-243
  • Piet Couttenier: Van Nederlandse naar Vlaamse poëzie : de terechtwijzing van Ledeganck in 1840, in: Nederlandse letterkunde, jrg. 4 (1999) nr. 2, p. 178-190
  • Documentatiemap in de Stedelijke Openbare Bibliotheek en in het Poëziecentrum
  • Karel Lodewijk Ledeganck, zie internet: http://www.dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=lede003
  • Vercammen, J. 1985. ‘Karel Lodewijk Ledeganck’. In: G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse (red.). De Nederlandse en Vlaamse auteurs. Van middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs. Weesp: De Haan.

 

SMAAKMAKER

 

De drie zustersteden

Een trilogie over Gent, Brugge en Antwerpen, geschreven met een krachtig ritme en rijke beelden, met meeslepende monumentaliteit, bezield en met een sterk gevoel voor het nationale verleden, vertegenwoordigd door Gent en Brugge, en tevens een frisse hoop op heden en toekomst geïnspireerd door Antwerpen.

Veel daaruit, vooral de beginstrofen zijn in het geheugen blijven hangen

Over Gent

Gy zyt niet meer,
Gelyk weleer,
De trotse wereldstad, die koningen deed beven;
Gy zyt niet meer dat leeuwennest,
dat werd geducht gemeenebest,
Dat tot de volkren sprak, het hoofd fier opgeheven;
Niet meer de bakermat van Vlaanderens heldenmoed;
Niet meer de zetelplaets van weelde en overvloed.
Uw heerschappy
Is lang voorby

 

‘Aen Brugge’

Wie ooit een doode maged zag,
Den eersten droeven stervensdag,
Eer nog de vinger der vernieling
 
De lynen heeft gekrenkt van schoonheid en bezieling.

 

Of over Antwerpen

 

O Koningin der Schelde
Wat overschoone dag,
Toen ik u laetsmael zag !

 

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Website

Referenties

  • Ada Deprez, ‘Bouwstenen voor een geschiedenis van de 19de eeuwse Vlaamse poëziebeoefening (Van Willems tot De Mont)’ in: Hoofdstukken uit de geschiedenis van de Vlaamse letterkunde in de 19de eeuw. Deel 3., p. 153-158

 

BIBLIOGRAFIE

De bibliografische gegevens werden onder meer negakeken bij

  • Koninklijke Bibliotheek van België -Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen

Om de foto in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto

A. Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1828 Lof der schilderkunst Eecloo
1834 Zegeprael van ’s lands onafhankelykheid: lotsbestemming des vaderlands. Eecloo: Van Han. -10p.
1836 Het klavier.
1838 Bloemen myner lente. (poëzie) Gent: D.J. Vanderhaeghen – Hulin. -156p.
1839 De vrede. Gent: s n -9p.
1839 Al de dichtwerken. Antwerpen
1840 Het burgslot van Zomergem. (episch gedicht)
1844: Heruitgave bij Buschmann te Antwerpen -94p. . Illustraties: L. De Taeye. Reeks: Nederduitsche kunstbibliotheek voor lezende huisgezinnen. – Antwerpen; vol. 1844: 2:
 Gent: H. Hoste. -81p.
1842 De zinnelooze. (episch gedicht)
Religieus gedicht opgedragen aan de vermaarde Gentse professor Jozef Guislain, de vernieuwer van de psychiatrische gezondheidszorg in de negentiende eeuw.
Gent: Tytgat. -68p.
1844 De boekweit. (natuurgedicht)
1845 De Drie Zustersteden en andere gedichten met levensschets des dichters: mengel-poëzij.
Heremans, Jacob F.J. [medew.]
Gent: H. Hoste. -64p.
1846 De Drie Zustersteden: vaderlandsche trilogie. Gent: H. Hoste. / Amsterdam: Sybrandi. -38p.
Gedrukt bij de Drukkerij van C. Annoot-Braeckman  te Gent.
POSTHUME HERUITGAVEN
1852 Verspreide en nagelaten gedichten. Amstedam: Van Kesteren. -139p.
1856 Gedichten, met eene levensschets door J.F.J. Heremans, met portret en platen.
1872: Volksuitgave ? bij Gent Hoste en Rogghé.
1883: 2de editie bij Gand : Hoste. -256p.
1887: 3de editie ibidem.
1868: 2de volksuitgave Bij Gent : Algemeene Boekhandel Ad. Hoste. -268p.
1907: 3de volksuitgave. Bij Gent : Algemeene Boekhandel Ad. Hoste. -268p.
Gent: Hoste. -XX+443. / Amsterdam: Van Kesteren.
1870 De Drie Zustersteden. Vaderlandsche trilogie, gevolgd van eenige andere gedichten / door K.L. Ledeganck, ten gebruike der gestichten van middelbaar onderwijs.
1878: Tweede uitgaaf
Gent : H.Hoste. -92p.
Gedrukt bij de Drukkerij van C. Annoot-Braeckman  te Gent.
1873 Al de Dichtwerken van K. Ledeganck. Antwerpen: De Cort. -190p.
1873 Dierenverstand. Antwerpen: De Cort. -11p.
Overdruk uit De Toekomst. – (1873)
1878 Dichtwerken. Volledige uitgave / van K. L. Ledeganck. Gand: Van Doosselaere : lib. E. Todt. -347p.
1878 De drie zustersteden, de vrede, de boekweit en andere gedichten.d.
1883: heruitgave bij Vuylsteke te Gent
Gand: Van Doosselaere : lib. E. Todt. -74p.
1886 Volledige dichtwerken in chronologische orde verzameld.
1889: 2de uitgave als ‘Volledige dichtwerken in chronologische orde verzameld, vermeerderd met eenige onuitgegeven of in vroegere uitgaven niet opgenomen gedichten.
1904: 3de uitgave De Seyn Verhougstraete te Aalst
Roeselaere: De Seyn Verhougstraete. -307p.
1886 Het graf mijner moeder / door K.L. Ledeganck, en Edipus’ vloek, door W. Bilderdijk. Roulers: De Seyn Verhougstraete. -15p.
1888 Volledige werken van Ledeganck : 2 deelen. Antwerpen: Drukkerij Janssens.
Reeks: Goedkoope volksbibliotheek.
1889 De Drie Zustersteden en het Burgslot van Zomergem ; met eene levensschets van den dichter. Ninove: Weduwe Prosper Jacobs en zonen.-40p.
Reeks: Onze nationale Letterkunde ; 3
1891 Volledige dichtwerken.
Titel varieert: Volledige werken
Antwerpen: Lod. Janssens, 2 volumes.
Reeks: Goedkoope volksbibliotheek. – Antwerpen; vol. 7- 8
1900 De Drie Zustersteden en andere gedichten. Gent: Ad. Hoste.-64p.
1909 Al de gedichten. Antwerpen: Gebroeders Janssens. -208p.
1941 De Drie Zustersteden: vaderlandsche trilogie.
Nelly Degouy graveerde de titelplaat en de versiering van ‘Aen Brugge’ ; D. Acket maakte de houtsneden van ‘Aen Gent’ ; en L. De Jaegher graveerde de illustratie van ‘Aen Antwerpen’.
Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel. -62p.
Afmetingen: 29 x 21 (geïllustreerd)
7 ex. getrokken op Arches, gemerkt van I tot VII
1942 Keurgedichten. (bloemlezing)
Ingeleid en toegelicht door Prof. Dr Paul De Smaele
 ledeganck_klassieke_galerij_12 Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel. -95p.
Reeks: Klassieke Galerij ; 12
1964 De drie zustersteden. Feestuitgave gebaseerd op de oorspronkelijke uitgave van 1846.
Uitgegeven ter gelegenheid van het vijftienjarige bestaan van de Reinaert Uitgaven.
Brussel: D.A.P. Reinaert Uitgaven. -48p. (in oblong)

 

B. Publicaties van Ledeganck in tijdschriften

Deze zijn gemakkelijk te consulteren op DBNL. DBNL auteur – Karel Lodewijk Ledeganck www.dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=lede003

 

1837 ‘Aen de Maetschappy van Vlaemsche Letterkunde Yver en Broedermin, te Brugge, my derzelfder lidmaetschap aangeboden hebbende. In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1 (1837)
1838 De dageraed onzer verlichting. In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838)
1838 Het heerken van Maldegem. In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838)
1839 Beslissing der Koninglyke Commissie wegens de geschilpunten in het schryven der Nederduitsche tael. In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)