home | Inloggen
Aantal schrijvers: 535 | Aantal boeken:

15559

Willems, Jan Frans

Maakt deel uit van: ,

JAN FRANS WILLEMS

Boechout, 11 maart 1793 – Gent, 24 juni 1846

willems-0

‘Vader van de Vlaamse Beweging’

Jan Frans Willems was  dichter, literair-historicus, essayist, polemist, filoloog en cultuurpoliticus.

Vormde zich door zelfstudie tot filoloog en literair-historicus. Hij was een pleitbezorger voor het gebruik van de moedertaal in het openbare leven.

Van onschatbare waarde is zijn werk als ontdekker en uitgever van Middelnederlandse teksten.

 

BIOGRAFIE

11 maart 1793: Jan Frans Willems wordt – als Frans staatsburger – geboren te Boechout (prov. Antwerpen) op als oudste zoon van veertien kinderen van Joannes Baptista Willems en Joanna Maria Verry(c)ken. Zij vader (geboren 1768) stamde uit Geel en was achtereenvolgens “percepteur des contributions’ , “tailleur”, “agent d’affaires”, landmeter en herbergier.

1805-1809: Opleiding (tot koster ?) te Lier.

Kreeg huisonderwijs in het Lierse gezin van Georg Bergmann (vader van George Bergmann en grootvader van Anton, (Tony) Bergmann).

Bergmann was een verlicht aristocraat, belezen intellectueel, protestant en orangist. Hij was officier geweest in het leger van de laatste Nederlandse stafhouder, in de Franse tijd als krijfsgevangene te lier gestrand en er gehuwd met een freule van Zinnicq, dochter en nicht van Lierse burgemeesters. Hij was op de hoogte van de Duitse en Nederlandse literatuur,  aangedaan met de romantische vrijheids- en eenheidsidealen van het Duitse vaderland, aristocratisch plichtsbewust en onvoorwaardelijk trouw aan Oranje.

  • Willems kreeg samen met George huisonderwijs ten huize vader Bergmann  in de oude talen, Nederlands, Frans, Duits en literatuur.
  • Vader Georg Bergmann oefende een aanzienlijke invloed uit op Willems’ latere idealen van verlichting, volksverheffing, eerbied voor de moedertaal en verdraagzaamheid op religieus gebied;
  • Bergmann’s lessen maakten diepe indruk op Willems: men kan rustig stellen dat Willems’ liberale denken én het Orangistische standpunt hier hun oorsprong vinden.

Om zijn opvallend duidelijke stem mocht hij als knaap acteren bij de rederijkerskamer De Cecilianen.

1807: Debuteert  met “Hekeldicht op den maire en municipaliteyt van Bouchout”.

  • Een hekeldicht op de burgemeester van Boechout, die zijn vader had ontslagen wegens onvoldoende beheersing van de Franse taal.
  • Hoewel het ontslag moet worden begrepen in een bredere context van de verfransingspolitiek van de openbare besturen door de  Franse bezettende overheid, zal deze persoonlijke rancune een blijvende invloed hebben op zijn verdere openbare leven. Tijdens de Hollandse tijd onder Willem I werkte hij voluit mee aan diens taalpolitiek om het Nederlands als bestuurstaal te herstellen (wat mislukt) en later na de onafhankelijkheid blijft hij voor deze doelstelling ijveren, zij het op een pragmatische maar niet minder intelligente wijze.

1809-1815: Op zestienjarige leeftijd wordt hij notarisklerk (“premier commis” ) bij notaris Van Puyenaer te Antwerpen.

  • Hij wordt lid van het ‘Taal- en Dichtlievend Genootschap Tot Nut der Jeugd’, en van toen af begon zijn literaire loopbaan.
  • Hij was een drijvende kracht achter de Antwerpschen Almanach van Nut en Vermaek, het orgaan van het Antwerpse onderwijzersgenootschap Tot nut der jeugd, waarin hij zijn dichtwerken publiceerde, veelal geschreven ter meerdere eer en glorie van het vaderland.

26 en27 juli 1812: Behaalde met zijn Lofdicht op de slag van Friedland en de Vrede van Tilsit de eerste prijs in een wedstrijd, uitgeschreven door de Gentse rederijkerskamer De Fonteine.

1 december 1812: Werkend lid van het Antwerps Tael en Dichtminnend Genootschap onder de zinsspreuk Tot Nut der Jeugd.

1814: Jan Willems’ juichkreten

“Triumph!-onz’ Nederduytsche Tael
Is van het Fransche juk onthéven,
En zal, hoe zeer de nyd ook smael’,
Haer’ ouden luyster doen herleéven”
Uit: Antwerpschen Almanach van Nut en Vermaek, I, 1815, p.19.

waren op zijn minst naïef en voorbarig. Dat zou de ‘vader van de Vlaamse beweging’ in 1830 na de revolutie ervaren.

Toen ‘Tot Nut der Jeugd’ een toneelgroep werd, schreef hij twee toneelstukken:

  • Den ryken Antwerpenaer of de hebzugtige Neeven (1815) leunde nog sterk aan bij het Franse stuk van J.F. Regnards  Légataire universel.
  • Quinten Matsys of wat de liefde doet (1816) waarin hij polemisch de spot dreef met het kromfrans van de Vlaamse snobs.

1815: Het is onder het toenmalige bestuur van koning Willem I der Nederlanden dat Jan Frans Willems erin slaagt carrière te maken.

  • Steunde het amalgaam van Noord en Zuid waarvan Willem zich in maart 1815 koning had verklaard.
  • Willem I wilde het verlichte ‘een rijk, een taal’-principe dat de Franse overheersers hadden gehuldigd, laten gelden, maar dan met het Nederlands als eenheidstaal.

December 1815: Speelt de hoofdrol in zijn eigen toneelstuk Quinten Matsys, opgevoerd door Tot Nut en Vermaek, de toneelgroep van Tot Nut der Jeugd.

In deze periode is hij erg actief op literair en publicistisch gebied.

1815-1822: Vervaardigt de jaarlijkse almanakken van Tot Nut en Vermaek.

1816 -1821: Wordt klerk bij de ontvanger der registratie Bar en hulp-archivaris der stad Antwerpen. Maakte  zich vertrouwd met het ontcijferen van oud geschrift.

22 juli 1818: Huwde te Antwerpen met Isabelle Marie Caroline Boorekens, een weduwe met twee kinderen. Samen krijgen ze nog tien eigen kinderen, waarvan slechts Malvine, Pauline en Felix hem overleefden. Door dit huwelijk kreeg hij toegang tot de hogere burgerij.

In datzelfde jaar verwierf hij bekendheid in Noord en Zuid met zijn gedicht Aen de Belgen – Aux Belges (1818)

  • Het gedicht is een oproep in twee talen aan de Zuiderlingen tot loyauteit aan het nieuwe bestuur. Hij wijst hierbij op het Nederlands en het gedeelde verleden als bewijzen van eenheid en band tussen Noord en Zuid. Het gedicht werd een monument in de geschiedenis van de Vlaamse Beweging en sloeg bij publicatie in als een bom.
  • Het gedicht was een reactie tegen advocaat  J.-B.-J. Plasschaert die in de Observateur belge het ‘Belg-zijn en Franstalig-zijn’ a.h.w. als vanzelfsprekend en hetzelfde beschouwde. Hij deed dit in een gedicht met de aanhef:
‘Je suis Belge, moi, et je m’en glorifie.
Je ne suis pas Néerlandais, et je ne veut pas l’être.
(Ik, ik ben Belg, en daarop ben ik trots.
Ik ben geen Nederlander, en wil het ook niet zijn.)
 
  • In het Noorden en de schaars overgebleven rederijkerskringen in het Zuiden werd hij bejubeld, voor de rest van de publieke opinie was hij de kop van Jut: “le plat valet du pouvoir” en “celui à qui le Flamand avait été très utile”  Te Antwerpen werd zelfs huis aan huis een pamflet rondgedragen: Ci gît un grand Flandrin / qui ne parla jamais ni Français ni Latin…

De oplage bedroeg 1000 exemplaren, waarvan er meer dan 400 bij voorintekening waren verkocht, o.m. 20 aan koning Willem; in juni 1819 waren er ongeveer 700 stuks verkocht, de exemplaren voor Noord Nederland via de Amsterdamse boekverkoper J.H. den Ouden.

30 juni 1819: Werd lid van de Maatschappij van Nederlandse letterkunde te Leiden.

  • In zijn publicatie ‘Verhandeling over de nederduytsche tael- en letterkunde opzigtelijk de Zuydelyke Provintiën der Nederlanden.’ (1819) vinden we een soort romantisch nationalisme terug, theoretisch geformuleerd en linguïstisch doordacht:
“Hij (God) schiep verschillige landen om dat ‘er verschillige volken zouden zyn: Hij begeerde dat de natien onderscheyden zeden, gebruyken en taelen zouden hebben; Hij vond goed dat elken sterveling met den grond zyner geboorte als vereenzelvigd zoude zyn en ‘er ontstond Vaderlands-liefde’. (p.2)
  • Het eerste deel van deVerhandeling …  zag in afleveringen bij Schoesetters het licht; Het 2de deel verscheen van 1820 tot 1824, nog steeds in afleveringen, bij Schoesetters en diens weduwe, die na de dood van haar man de zaak had verdergezet samen met haar zoon Jan Baptist. De ‘Verhandeling’ verscheen eveneens voor rekening van de auteur; er waren 625 exemplaren bij voorintekening, 430 in het Noorden en 195 in het Zuiden.

Vanaf 1820 richtte zijn activiteit zich meer op de filologie en de studie van de literatuur en van oude, Middelnederlandse teksten. Geleidelijk aan schrijft hij minder (weliswaar strijdbare) poëzie.

13 maart 1820: Lid van de Koninklijke Maatschappij tot aanmoediging der Schone Kunsten te Antwerpen.

3 augustus 1820:  Benoemd tot corresponderend lid van de Tweede Klasse van het Koninklijk Nederlandsch Instituut te Amsterdam, de voorloper van de huidige Academie van Wetenschappen.

30 november 1821: Benoemd tot Ontvanger der Registratie voor Antwerpen-Noord.

5 oktober 1822: Toegevoegd aan het bestuur van de Académie Royale des Beaux-Arts te Antwerpen als “membre agrégé”.

27 december 1823: Geboorte van zijn dochter Paulina, die ongehuwd blijft.

1826: Lid van de Commissie tot uitgave van de oude vaderlandse kronijken.

1827: Lid van de Commissie voor de Rerum belgicarum scriptores.

20 Juli 1827: Lid van de Koninklijke commissie van Geschiedenis.

  • Zijn Mengelingen van historisch-vaderlandschen inhoud (in afleveringen van 1827 tot 1830) waren vooral belangrijk voor de uitgave van oude teksten.

26 augustus 1828: Wordt verkozen tot lid de Tweede Klasse van het Koninklijk Nederlandsch Instituut te Amsterdam.

1829: Verdedigde de taalpolitiek van Willem I in een open brief aan de leider van de Franstalige oppositie: De la langue Belgique, Lettre de Jean-François Willems […] à M. Sylvain van de Weyer. Redenerend vanuit het natiebegrip pleitte hij voor het Nederlands als nationale taal van België.

24 juni 1830: Geboorte van zijn zoon Felix, de enige overlevende mannelijke afstammeling, die in dienst was van de registratie te Ename, Nederzwalm, Poperinge, Ninove, Brugge, Ieper en Oudenaarde.

Kreeg het eredoctoraat in de wijsbegeerte en letteren van de universiteit te Leuven.

1830: België onafhankelijk.

1831 – 1834: Willems’ orangistische sympathieën waren bij het nieuwe Belgische bestuur niet onbekend. De invloed en het prestige die hij via zijn functie als belastingsontvanger bij de orangistische Antwerpse intelligentsia bezat, zette het nieuwe bewind ertoe aan hem aan deze kring te onttrekken en hem in dezelfde functie van belastingontvanger naar het Oost-vlaamse stadje Eeklo over te plaatsen. Hoewel hij zelfs in een klein stadje nog steeds bij de notabelen behoorde, ging de overplaatsing toch gepaard met verlies aan inkomen en status.

Tijdens zijn vier Eekloose jaren deed hij uitgebreid wetenschappelijk werk.

  • Hij kopieerde als eerste, uit het later beroemd geworden Hulthemse handschrift.
  • Uit Lodewijk van Velthems Spieghel historiael haalde hij de spottende Voorzegging van de Heylige Hildegarde omtrent de Belgische Omwenteling (1831, tekstuitgave en polemiek).
  • In 1834 publiceerde hij een moderne bewerking van Reinaert de Vos, naer de oudste beryming.

Willems zal zich ook voorzichtiger en neutraal opstellen in de hoop gerehabiliteerd te worden.

1834: Tot ca 1833/1834 bleef hij orangist, maar toen hij merkte dat de positie van België zich ook internationaal consolideerde, aanvaardde hij – realist als hij was-  de Belgische regering publiekelijk van dienst te zijn.

Toen de regering hem in 1834 het jurylidmaatschap voorstelde in een nationale wedstrijd, aanvaardde hij na enige aarzeling de opdracht. Dat deze prijs voor poëzie uitgereikt werd naar aanleiding van de viering van de terugtrekking van het Nederlandse leger uit Brussel, nam Willems er noodgedwongen bij. De titel van de prijsvraag was ‘De triomf van de nationale onafhankelijkheid’. Willems beloning: de post van ontvanger in de rijke industriestad Gent en de uitgave van enkele van zijn werken met overheidssteun.

Ada Deprez merkt daarbij fijntjes op dat Willems er niettemin in slaagde om Karel Lodewijk Ledegancks gedicht – waarin nauwelijks sprake was van het nieuwe rijk en dat evengoed kon gelezen worden als een verheerlijking van de Verenigde Nederlanden – te doen bekronen boven het veel patriottische en ‘geseptembriseerder’ werkstuk van Frans Jozef Blieck.

23 juli 1834: Aangesteld tot lid van de nieuw opgerichte Commission royale d’histoire.

19 maart 1835: Na heel wat gelobby wordt hij in eer hersteld en benoemd tot Ontvanger der Registratie te Gent.

6 juni 1835: Lid der Koninklijke Academie van Wetenschappen en fraaie Letteren te Brussel

  • Als enig Nederlandstalig lid probeerde hij de Vlaamse literatuur en poëzie een plaats te geven, tegen de heersende verfransingspolitiek van de Belgische regering.
  • Willems slaagde erin de toenmalige bescheiden Vlaamse initiatieven te coördineren en bepaalt zo in niet geringe mate de evolutie van de Vlaamse Beweging in het jonge België.

In Gent was hij terecht gekomen in het brandpunt van het herboren Nederlandstalige literaire leven.

1835: Oproep tot actie: ‘Laet u door noodlottige tyden en franschkweelende landgenooten niet afschrikken, de tyd naedert waerop onze vlaemsche nationaliteit met meer levendigheid het hoofd gaet opbeuren, weldra zal ik de gronden leggen tot een verbond van weldenkende vaderlanders’.

  • Geleidelijk aan wist hij een aantal jongeren voor zijn zaak te winnen: Prudens van Duyse, Ferdinand August Snellaert, Karel Lodewijk Ledeganck, Philip Blommaert, Constant Philip Serrure, Frans Rens en Jules de Saint-Genois. Samen met hem zouden zij een netwerk vormen van overtuigde voorstanders van het Nederlands, o.m. in de administratie, het gerecht, het leger, en in allerlei sociale organisaties. Willems was inspirator én leider van deze Gentse groep die het woord van Van Duyse, “De tael is gansch het Volk”als adagio hanteerde.

Nota: Eveneens in Antwerpen –reeds in december 1935 – stichtte Theodoor van Ryswyck en Michiel Vandervoort de rederijkerskamer ‘De Olyftak’. Het was ontstaan uit eenzelfde onvrede over eenzelfde ervaring: de almacht van de Franse taal.

1836: Samen met David richtte hij de ‘Maetschappij tot bevordering der Nederduitsche tael- en letterkunde’ op, bedoeld als tegenhanger van de Académie royale de Belgique.

12 mei 1836: Erevoorzitter van het genootschap “De tael is gansch het Volk”.

1836: Aangesteld tot lid van de jury van de prijskamp tot regeling van de spelling.

  • Zelf was hij een grote voorstander voor de invoering van een officiële spelling in Vlaanderen die niet te veel afweek van de spelling Siegenbeek, die sedert 1804 in Nederland van kracht was. De kwestie zou tot 1840 aanslepen, maar Willems haalde zijn slag thuis.

1836: Kon samen met Serrure de Belgische staat ervan overtuigen om voor de Koninklijke Bibliotheek een Reinaert handschrift te kopen van een Engels  bibliofiel ‘voor omtrent 4000 francs’. In mei van datzelfde jaar kreeg hij de ministeriële opdracht het werk uit te geven. Eind augustus was de editie voltooid.

  • Willems poogde het belang van het Nederlands als cultuurtaal te onderstrepen door oude Nederlandse teksten te verzamelen en op een verantwoorde wijze in druk te brengen. Overigens stond hij hierin niet alleen, Blommaert (1809-1871) en anderen (o.a. Kanunnik J.B. David (1801—66) C Ph. Serurre (1805-1872), F.A. Snellaert (1808-1871))  waren dit principe evenzeer toegewijd. Ook waren de omstandigheden gunstig. Onder het Franse regime waren heel wat manuscripten op de markt gekomen als gevolg van de sluiting van kerken en kloosters.
  • Pragmatisch als hij was  heeft Willems de eerste uitgave van de  Reinaert in een gekuiste versie uitgegeven. Willems was katholiek en gaf zonder veel protest toe aan de censuur van de invloedrijke kanunnik J.B. Van Hemel (dezelfde die Conscience dwong tot het verminken van ‘De leeuw van Vlaanderen‘).

26 december 1837: Verhuist naar de Zandberg 16 te Gent (gedenkplaat).

1837 tot 1846: Fungeerde  als hoofdredacteur en belangrijkste auteur van het filologische en historische tijdschrift Belgisch museum voor de Nederduytsche Tael en Letterkunde en de Geschiedenis des Vaderlands, dat vanwege de ‘Maetschappij’ uitgegeven werd.

  • Hij drukte zijn stempel op dit tijdschrift, organisatorisch maar ook met een hoog aantal eigen literair-historische bijdragen en tekstuitgaven, met talloze bijdragen over bv. de spraakkunst, het dialect, oude ambtelijke documenten, oude spreuken en gezegden, Middelnederlandse liederen, de rederijkerskamers in Vlaamse steden, niet het minst in Gent.

1838-1839: Vergeefse pogingen door Willems en Jan David om deze maatschappij door de regering tot Academie hervormd te krijgen.

Inmiddels was hij nauw betrokken bij het Gentse culturele leven.

  • Hij was de hoofdman van de rederijkerskamer De Fonteine, nam deel aan het koorleven, was lid van een aantal commissies en  stimuleerde het schrijven van Vlaamse toneelstukken, het vestigen van een eigen theatertraditie.

Ondanks die drukke bezigheden verwaarloosde hij geenszins zijn literair-wetenschappelijk werk.

  • 1836: Tekstuitgave van de” Rymkroniek van Jan van Heeluy betreffende de slag van Woeringen van het jaer 1288”.
  • 1839-1840: Tweedelige tekstuitgave van ‘De Brabantsche Yeesten, of Rymkroniek van Brabant, door Jan de Klerk’.
  • 1845: Uitgave van  ‘De eerste Bliscap van Maria : mysteriespel van 1444’.

1841: Mede-inrichter (samen met Jan David)  van het Grote Taelcongres tot regeling van de spelling te Gent.

Het  Grote Taalcongres bracht de doorbraak in de zogenaamde spellingoorlog, waardoor de taaleenheid van Vlaanderen en Nederland een feit werd. De nieuwe spelling, die in 1844 van kracht werd, draagt zijn naam: ‘Willems-spelling’.

10 april 1842: Voorzitter van de Gentse rederijkerskamer de Fonteyne.

1844: Voorzitter van de grote vergadering van Het Taelverbond te Brussel.

24 juni 1846: Overleed in zijn woning aan de gevolgen van een hartinfarct dat hem trof na een oplopende discussie in het Gentse stadhuis, over het openbare feest van de  rederijkerskamer De Fonteine waarvan hij voorzitter was.

27 juni 1846: Begrafenis van Willems op het Dampoortkerkhof – zijn graf zou pas later naar het Campo Santo worden overgebracht. Talrijke letterheren – vriend en vijand – waren gekomen om hun dankbaarheid uit te spreken voor wat hij geweest was.

Epiloog

26 juni 1848: Plaatsing van een herdenkingssteen aan zijn sterfhuis op de Zandberg en inhuldiging van het praalgraf  op het Campo Santo in Sint-Amandsberg, met daarop de woorden:

Dit graf bewaert zijn’ asch, het vaderland zyn’ naem.

1851: Enkele Vlaamsgezinden richtten het Willemsfonds op.

  • Het doel van deze vereniging was (en is) zowel de verdediging en promotie van het Nederlands als de politieke en sociale emancipatie van de Vlamingen.
  • Gestart als een neutraal genootschap kreeg het in de jaren 1860, onder impuls van Julius Vuylsteke, een uitgesproken liberaal-vrijzinnig profiel. Met het Gentse Lakenmetershuis op de Vrijdagmarkt als centrale zetel breidde het Willemsfonds zich geleidelijk uit over heel Vlaanderen. Naast allerlei politieke initiatieven (zoals petities aan het parlement) zette het Willemsfonds zich in voor de organisatie van volksbibliotheken, spreekbeurten, naschoolse vorming, concerten, toneel- en liederavonden.
  • Het publiceerde een rijke mengeling van fictie en non-fictie en nam het initiatief voor de uitgave van het cultureel-literaire tijdschrift De Vlaamse Gids (1905-2000).
  • Samen met het (socialistische) Vermeylenfonds en het (katholieke) Davidsfonds, speelde het een belangrijke rol in de Vlaamse Beweging.

17 augustus 1899: Inhuldiging van een standbeeld op het St’ Baafsplein te Gent.

  • Beide zijkanten van het beeld refereren naar het literaire werk van deze grote meneer. Aan de ene kant de moeder die het kind leert zingen dat verwijst naar zijn Oude Vlaamsche liederen. Aan de andere kant staat de Reinaertfiguur uit het alom bekende 13de-eeuwse epos waarvan hij een goede ‘moderne’ versie maakte. Bovenaan prijkt de ontwakende Vlaamsche maagd die door de krijger wordt beschermd.
    Deze stonden oorspronkelijk met de rug naar de schouwburg. Nu kijkt de Vlaamse maagd de acteur aan die midden op de scène van het Publiekstheater staat. Dit kwam na de opsmuk van het plein en de schouwburg.
  • De belangstelling voor de inhuldiging van het monument op 27 augustus 1899 was enorm. Tussen de Zonnestraat en het Graaf van Vlaanderenplein vormden 313 verenigingen een kilometerslange stoet die voorbij de eretribune defileerde*. Die dag werd ook het evenwicht tussen Gent en Antwerpen hersteld. Hield de Gentse burgemeester Emile Braun een opgemerkte toespraak in het Nederlands, dan was het toch zijn Antwerpse collega Jan Van Rijswijck die het meest bijval oogstte met zijn oproep voor een blijvende Vlaamse inzet.
  • Werk van de  Brusselse beeldhouwer Isidoor De Rudder

 

Meer over J.F. Willems

  • Max Rooses: Levensschets van Jan Frans Willems (1874)
  • Jozef van Mierlo: Jan Frans Willems,1793-1846 (1946)
  • Marcel de Smedt: De literair-historische activiteit van Jan Frans Willems (1793-1846) en Ferdinand Augustijn Snellaert (1809-1872) (1984)
  • Marcel de Smedt : Willems, Jan Frans, in:  Nationaal biografisch woordenboek (1985), dl. 11,  kol. 852-860
  • Ada Deprez: Willems, Jan F., in: Nieuwe encyclopedie van de Vlaamse Beweging (1998), dl. 3,  p. 2745-2750
  • Ada Deprez: Jan Frans Willems (1993)
  • Ludo Stynen: Jan Frans Willems. Vader van de Vlaamse beweging. Antwerpen, De Bezige Bij. 507p.

 

Geraadpleegde bronnen

Referenties

  • Greet Draye, Laboratoria van de natie. Literaire genootschappen in Vlaanderen 1830-1914. Uitgeverij Vantilt, Nijmegen. 2009. -458p.
  • Ada Deprez: Walter Gobbers; Karel Wauters (red.): Hoofdstukken uit de Vlaamse letterkunde in de 19de eeuw. Deel 3. KANTL Gent 1999-2003.
  • Ada Deprez, Jan Frans Willems. Monografieën over Vlaamse letterkunde nr 34.

 

BIBLIOGRAFIE

Woordje vooraf

  • In  Jan Frans Willems’boek “Oude Vlaemsche Liederen”, verschenen diverse volksliedjes voor het eerst in druk.
  • Een aantal van deze liedjes kennen we nu nog steeds, zij het in de vorm van kinderliedjes : Klein, klein kleutertje, Het reuzenlied (“Kere weer om, reusken, reusken”), Zeg kwezelken wilde gij dansen?, Het loze vissertje en Wel Anne Marieken, waar gaat gij naar toe?. Liedjes als “Het heerken van Maldeghem”, “‘t Smidje” en “Roza, willen we dansen?” stonden ook in deze bundel en zouden later gecoverd worden door respectievelijk Kadril, Laïs en Rum.

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience –Antwerpen.
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klik op de foto

Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1807 Hekeldicht op den maire en municipaliteyt van Bouchout.
1811 Geboortezang aen den Koning van Rome. Parijs.
1812 Hymne aan het vaderland over den veldslag van Friedland en de daeropvolgende Vrede van Tilsit. Antwerpen: Van Ael. -7p.
1814 De puyn-hopen rondom Antwerpen. (gedicht) Antwerpen: Wed. J.S. Schoesetters. -10p.
1815 Den ryken Antwerpenaer of de hebzugtige neéven. blyspel in twee bedryven. Antwerpen: Wed. J.S. Schoesetters. -40p.
1816 Quinten Matsys, of wat doet de liefde niet ! Tooneelspel in 2 bedryven. Antwerpen: Wed. J.S. Schoesetters. -70p.
1818 Aen de Belgen. Aux Belges. (gedicht)

http://www.dbnl.org/titels/titel.php?id=will028aenb01
Antwerpen: Wed. J.S. Schoesetters. -60p.
1819 Lijkrede op Joannes Abraham Terbruggen, stigter van het Antwerpsch Tael- en Dichtlievend Genootschap “tot nut der jeugd. (proza) Antwerpen:Wed. J.S. Schoesetters. -15p.
1819 Lykrede op Johanns Abraham Terbruggen. (proza) S.l. : Taal- en Dichtlievend Genootschap. -12p.
1819-‘24 Verhandeling over de nederduytsche tael- en letterkunde opzigtelijk de Zuydelyke Provintiën der Nederlanden. (studie)

Elektronisch beschikbaar: Digitale bibliotheek voor de Nederlandse Letteren
Antwerpen:Wed. J.S. Schoesetters. -2 volumes
1821 Antwoord van J.F. Willems aen J.B. Buelens, R.C.Pr te Mechelen. Antwerpen:Wed. J.S. Schoesetters. -49p.
1822 By ‘s Konings komst te Antwerpen. (gedicht) Antwerpen: Wed. J.S. Schoesetters. -8p.
1823 Redevoering over de poëzy van den dichter en van den schilder.
1824 Keur van Nederduytsche spreekwoorden en dichterlyke zedelessen. Antwerpen: Wed. J.S. Schoesetters. – X-98p. / Gent: Siffer. -73p.
1824 Over de Hollandsche en Vlaemsche schryfwyzen van het Nederduitsch. (studie) Antwerpen: Wed. J.S. Schoesetters. -143p.
1825 Redevoering over het karakter van den Nederlandschen schilder, gehouden in het Koninglyk Museum van Antwerpen, ter gelegenheid van de plechtige prysuitdeeling der Koninglyke Maetschappy tot Aenmoediging der Schoone Kunsten, van Antwerpen, den 18 september 1825 Antwerpen: H.P. vander Hey. -12p.
1827-’30 Mengelingen van historisch-vaderlandschen inhoud. (Studieën en tekstuitgaven) Antwerpen: Wed. J.S. Schoesetters -488p.
1828 Bijdragen tot de geschiedenis der boekdrukkunst in Antwerpen. (studie)
1828 Historisch onderzoek naer den oorsprong en den waren naem der openbare plaetsen en andere oudheden van de Stad Antwerpen. (studie) Antwerpen: H.P. vander Hey. -293p. -2 volumes
1828 Maria van Braband (A°. 1276) door J.F. Willems. Gedruckt voor de vrienden des dichters. (gedicht)

Bevat ook: “Relation française” & “Nederlandsche verhalen”
Antwerpen: ter drukkery van de weduwe J.S. Schoesetters. -41p.
1829 De la langue Belgique. Lettre de Jean François Willems à M. Sylvain Van de Weyer. Brussel: Van Kempen. -101p.
1829 De oude bevolking der provincie Antwerpen met de tegenwoordige vergeleken. (studie) Antwerpen: Wed. J.S. Schoesetters. -30p.
1830 La séparation des rats et des souris. (fabel)
1831 Voorzeggingen van de Heylige Hildegarde omtrent de Belgische Omwenteling. (tekstuitgaven en polemiek)
1833 Reinardus Vulpus – Reinaert de Vos. (studie) Gand : Vander Haeghen. -33p.

Overdruk uit: Messager des sciences historiques. – (1833). – p. 329-351
1834 Over eenige oude Nederlandsche vloeken, eeden en uitroepingen. (studie)
1834 Reinaert de Vos, naer de oudste beryming. (omwerking) Eecloo: A. B. Van Han en Zoon. – XV-140p.
1836 Chronique en vers de Jean van Heelu ou relation de la bataille de Woeringen : rymkronyk van Jan van Heelu, betreffende den slag van Woeringen, van het jaer 1288, uitgegeven met ophelderingen en aenteekeningen (tekstuitgave) Brussel : Hayez. – LXIX-612 p.

Reeks: Collection de chroniques belges inedites
1836 Lettres de Marguerite de Parme et du sire de Montigny sur les troubles de Tournai de l’an 1564.
1836 Reinaert de Vos: episch fabeldicht van de twaelfde en dertiende eeuw.Met aenmaerkingen en ophelderingen van Jan Frans Willems. Gent: : F. en E. Gyselynck, Boek en steendrukkers
1837 Le roman du Renard, traduit pour la première fois d’après un texte flamand du XIIe siecle. Brussel: sn, sl
1837 Elnonensia. Monuments des langues romanes et tudesque dans le IXe siecle.

Oorspronkelijke auteur: August Heinrich Hoffmann von Fallersleben
Vertaald door J.F. Willems
Gent: sn
1837-’47 Belgisch Museum voor de Nederduitsche taalletterkunde en de geschiedenis des vaderlands / uitgegeven door J.F. Willems.

Elektronisch beschikbaar: Digitale bibliotheek voor de Nederlandse Letteren
Gent : F. en E. Gyselynck, 1837-1846. -10 volumes
1839-‘43 Les gestes des ducs de Brabant : De Brabantsche Yeesten, of rymkronyk van Braband / par Jean de Klerk, d’Anvers = door Jan de Klerk, van Antwerpen. 1e en 2e deel door Jan-Frans Willems, 3e deel door Jean-Henri Bormans (1869). (tekstuitgave) Brussel : Hayez

Reeks: Collection de chroniques belges inedites
1839 De la population de quelques villes de la Belgique au moyen-âge. (studie)
1840 Van den Derden Edewaert. Coninc van Engelant, Rymkroniek geschreven omtrent het jaer 1347 / door Jan De Klerk van Antwerpen, en uitgegeven door J.F. Willems. (tekstuitgave) Gent : Gyselynck. -84p.
1841 Brief aen Professor Bormans over de tweeklanken IJ en UU. Gent: sn
1842 Redevoering uitgesproken by de opening van het Vlaemsch feest.
1844 Pasquyn doctor en astrologant : kluchtspel in dry deelen. Gent: F. en E. Gyselynck. -48p.

Overdruk uit: Belgisch Museum.- (1844). – p. 331-378
1844 Kronyk der Kamers van rhetorica, te Lier.

gevolgd van, Pasquin, doctor en astrologant: kluchtspel in dry deelen.
Gent: F. en E. Gyselynck. -92p.

Overdruk uit: Belgisch Museum.
1844 Notice sur un recueil d’anciennes chansons françaises.
1844 Berigten wegens de boekprinters van Antwerpen, ten jare 1442, enz. Gent: F. en E. Gyselynck. -61p.

Overdruk uit: Belgisch Museum. – (1844). – p. 17-71
1845 Mémoires sur les noms de communes de la Flandre Orientale.
1845 De eerste bliscap van Maria, Misteriespel van 1444. (Tekstuitgave) Gent : F. en E. Gyselynck.
1845-‘48 Oude Vlaemsche liederen ten deele met de melodiën / uitgegeven door J[an] F[rans] Willems ; (Inleiding : F[erdinand] A[ugustijn] Snellaert) (1845-’48, afgewerkt door F.A. Snellaert.

Electronisch beschikbaar: Digitale bibliotheek der Nederlandse Letteren
Gent : F. en E. Gyselynck. – LX, 548 p. : front., mus
POSTHUME UITGAVEN
1847 Bibliotheca Willemsiana, ou: Catalogue de la riche collection de livres délaissés par J.F.Willems

  • Willems deed voor vele periodes zelf alle onderzoek. Hij kon niet terugvallen op een institutionele bibliotheek van enige betekenis op het gebied van de Middelnederlandse letterkunde, maar diende de bronnen voor de studie ervan zelf bijeen te brengen.
  • Hij liet een indrukwekkende verzameling na die na zijn dood door Snellaert werd gecatalogiseerd. De Bibliotheca Willemsiana telde circa 12000 banden gedrukte werken en 60 handschriften.
  • Tot de topstukken behoorden de vroegveertiende-eeuwse en fraai uitgevoerde handschriften van Der naturen bloeme (Brussel, KB, 19545), de Rijmbijbel (Brussel, KB, 19545) en de Nederlandse vertaling van de Roman de la rose (‘s Gravenhage, KB, KNAW XXIV).
Gent : F. en E. Gyselynck.
1873 Keus uit de Dicht- en prozawerken / van Jan Frans Willems ; verzameld door Max Rooses. 1812 – 1846 Gent: W. Rogghé. -2 vol. (VII, 202 + 195 p.).

Reeks: Uitg. van het Willems-Fonds ; 74
1874 Brieven / van Jan-Frans Willems aan Jer. de Vries, K.A.Vervier, E.J. Potgieter, F.H. Mertens, J.B. David, Enz ; verzameld door Max Rooses Gent : W. Rogghé. -XV, 222 p.

Reeks: Uitg. van het Willems-Fonds ; 77
1963 Briefwisseling van Jan Frans Willems en Heinrich Hoffmann von Fallersleben. 1836-1843 / Jan Frans & Willems, Heinrich Hoffmann von Fallersleben.

Met een inleiding en aantekeningen uitgegeven door Ada Deprez
Gent: Seminarie voor Nederlandse literatuurstudie. -118p.

Overdruk uit: Studia Germanica Gandensia ; IV, 1962, blz. 53-164

.