home | Inloggen
Aantal schrijvers: 526 | Aantal boeken:

15394

Elsschot, Willem

WILLEM ELSSCHOT

Antwerpen, 7 mei 1882 – Antwerpen, 31 mei 1960

(Foto: ca 1950)

Eig. Alphonsus Josephus de Ridder, Prozaschrijver, dichter en reclameman.

Het pseudoniem ‘Elsschot’ ontleende De Ridder aan de bosrijke streek bij Herselt, in de Kempen bij zijn oom en tante. Het bos heette eigenlijk “Helschot”. Willem kwam van “Willem die de madocke maecte”.

Pseudoniemen:  ‘Nicodemus’ in Snoecks Almanack; ‘Absolon’ in Jong Holland.

BIOGRAFIE

7 mei 1882: Willem Elsschot werd geboren als Alfons de Ridder te Antwerpen als zoon van Christiaan De Ridder, bakker aan de Keyserlei en Adele Van Elst.

  • Hij was de achtste van tien kinderen.  Zijn moeder kwam uit de Antwerpse Kempen en was zeer gevoelig, een eigenschap die de zoon ongetwijfeld heeft overgeërfd, alhoewel zijn latere carrière in de zakenwereld laat vermoeden dat het veeleer de handelsgeest van zijn vader is geweest die hem leidde.

1888-1893: lager onderwijs volgde hij op de Antwerpse gemeenteschool in de Van Maerlandstraat.

1893-1899: middelbaar onderwijs kreeg hij op het Athenée Royale of Koninklijk Atheneum. Het waren vooral de lessen Nederlands van de dichter en latere vriend Pol de Mont en Engelbert de Chateleux die hem diep zouden raken..

  • Hij treedt ook toe tot het door medeleerlingen opgerichte leeskringetje ‘Flandria’, die hun zakgeld gebruikten om o.a. poëzie van de Tachtigers te kopen. Voorzitter van het clubje was Ary Delen, en vriend voor het leven.
  • De memoires over de schooljaren op het Atheneum, voltooid in maart 1913, verschijnen als Een ontgoocheling in Groot Nederland, augustus 1914.
  • Elsschot was in zijn puberteit blijkbaar zo opstandig en brutaal dat zijn prestaties zo ondermaats waren dat hij het jaar zou moeten overdoen, wat hij vertikte. Op zeventien jaar verliet hij zonder diploma het onderwijs.

1899-1901: loopjongen bij de graanhandel Kahn & Schoen in de Beddenstraat, later bij de scheepsagentuur Tonnelier & Schepens, Sint-Paulusstraat 30.

  • Bohémienbestaan, schrijft eenentwintig romantische jeugdgedichten, sluit zich aan bij de anarchistische beweging van ‘De Kapel’, aan de Falconrui nr 47.
    • De kapel was een door de Antwerpse mecenas François Franck in het oude Godshuis Lantschot ingerichte voordracht- en tentoonstellingszaal van artistieke anarchisten, een levendig kunstcentrum waar ook handarbeiders en dokwerkers kwamen luisteren en dat op het artistieke leven te Antwerpen tot 1918 een grote invloed uitoefende. In een ietwat geheimzinnige typisch fin-de-siècle decor met op het altaar ‘le beau Dieu’ van Amiens en een ‘wazige, verleidelijke’ ‘Aurore’ van Eugène Carrière, langs de wanden friezen van het Parthenon en een Baudelaire-buste lazen schrijvers en dichters  (oa  Stijn Streuvels, Frederik van Eeden) uit hun werk voor.
    • Onder de talrijke toehoorders van diverse pluimage waren aanwezig: de gebroeders Franck, Emmanuel De Bom en zijn broer Joris, Hegenscheidt en zijn zuster, Charles Mertens, Richard Beseleer, Lodewijk Mortelmans, Lode Baekelmans, Jef van Overloop en zijn zuster. Victor Resseler, Jan Eelen, Ary Delen, Karel Tyck (de schilder), A. Goethals, J. Schaeps, Jan Baeten (van de ‘Scalden’), J. van Hoof, De Lange, Jan Madou en Arthur Cornette. Alle deelnemers waren jong, wilden kennis nemen van wat de wereld zoal bood en sloten er vriendschappen voor het leven. (Bron: Hegenscheidt-Heyman, Madeleine. 1977. Leven met een schrijver: biografie van Alfred Hegenscheidt volgens de memoire van Madeleine Hegenscheidt-Heyman en met editie van onuitgegeven documenten. p.324)
  • Het was hier dat De Ridder zijn bekend gedicht voorlas:
‘K heb in mijn jeugd gelijk een beest gezopen
aan al de passies van een menschenleven;
ik heb den beker huilend hoog geheven
en aangegaapt met lippen gulzig open.

1901: Medeoprichter van het tijdschrift De Alvoorder. (samen met Ary Delen, Karel van den Oever, Leo J. Krijn, Lode Baekelmans, Herman Teirlinck en Ferdinand Toussaint van Boelaere).

  • April 1901: debuteert met “Kind” en “Openbaring” in dit tijdschrift; publiceert zeven gedichten in Alvoorder en één gedicht in het Nederlands-Vlaams blad De Arbeid.
  • Ontmoet Jeanetta Josephina (Fine) Scheurwegen uit Berchem.
  • 29 augustus 1901: wordt vader van een zoon, Walter.
  • Heeft zich inmiddels op voorspraak van zijn broer Karel en  na een toelatingsexamen laten inschrijven op het Institut Supérieur de Commerce d’Anvers, het Hoger Handelsinstituut (aan de Schilderstraat te Antwerpen).
  • In zijn studententijd actief lid van de Vlaamsgezinde NSK, de Nederlandse Studenten Kring, waarvoor hij ‘epossen’ schrijft en liederen als ‘Spaanse ban’ en ‘Schele Vanderlinde’.

1902: onder het pseudoniem Absolon verschijnen van zijn hand een drietal gedichten in Jong Holland, maandschrift voor Groot-Nederland, gewijd aan litteratuur, beeldende kunst en muziek. Het betreft ‘Moeder’ in het septembernummer 1902 en ‘Herfstgroet’ en ‘De Zee’ in het oktobernummer.

1903: behaalt met grote onderscheiding het diploma van de Hogere graad in de Handels- Consulaire en Koloniale Wetenschappen aan het Hogere Handelsgesticht.

1906:vertrekt naar Parijs waar hij werk vindt bij de ingenieur Alfredo H. Bustos, inspecteur van het Ministerio de Obras Publicas de la Republica Argentina.

  • Elsschot verblijft in Parijs in een pension aan de Rue d’Armaillé, dat later de basis wordt van zijn eerste roman Villa des Roses.
  • Elsschot geeft ook zichzelf een rol in de roman, die van Grünewald, de Duitser die het aanlegt met het dienstmeisje Louise. Zij raakt zwanger maar laat de vrucht weghalen, die vervolgens over een schutting wordt gegooid. Grünewald wordt verliefd op een knappe Amerikaanse en laat Louise stikken. Wat is waarheid, wat is fictie ?

1907: Elsschot ruilt Parijs in voor Rotterdam en aanvaardt een baan als  boekhouder en chef-correspondent bij de werf Gusto in Schiedam.

  •  Rotterdam is belangrijk in de literaire ontwikkeling van Elsschot:
    • Hij wordt er ondergedompeld is een Noord-Nederlands taalbad
    • Hij schrijft er Villa des Roses op aandringen van zijn collega en vriendin Anna Christina van der Tak.
    • Hij schrijft er zijn beroemde gedicht “Het huwelijk”.
  •  Elsschot:  “Mijn Rotterdamse jaren waren de mooiste van mijn leven. Ik liet Fine met wie ik inmiddels getrouwd was en onze zoon overkomen en kocht er regelmatig een kindje bij – het zijn er zes nu. Verder leerde ik er Juffrouw van der Tak kennen, die altijd zo moest lachen om mijn verhalen uit de Villa des Roses, en voor wie ik ze heb opgeschreven.”

8 augustus 1908: huwt Fine Scheurwegen.

  • In het boek “Willem Elsschot. Man van Woorden”  toont Martine Cuyt dat Elsschot beneden zijn stand getrouwd was met de meid des huizes Fine Scheurwegen, die hij had zwanger gemaakt. Broers en zussen hebben hem ervan moeten overtuigen dat hij zijn verantwoordelijkheid moest nemen. Na lang aarzelen huwt hij haar in 1908. Zijn zoon Walter is dan al bijna zeven jaar.
  • Tijdens zijn Parijse en Rotterdamse periode schreef hij enkele gedichten die door zijn vriend Ary Delen – later in 1932 – in het Nederlandse tijdschrift Forum gepubliceerd werden. Nog later werden ze gebundeld tot “Verzen van vroeger” (1934). Eentje ervan, ‘Het huwelijk’ (geschreven in 1910) behoort tot de bekendste gedichten uit de Vlaamse poëzie en de uitspraak “tussen droom en daad staan wetten in den weg en praktische bezwaren” is al lang verheven tot spreekwoordelijke versregel.

1912: verhuist naar Brussel, waar hij als boekhouder werkt  bij de gelatinefabriek Herz & Wolff.

  • Al snel wordt hij vaste medewerker van het advertentietijdschrift La Revue Générale Illustrée, dat door zijn Antwerpse vriend Jules Valenpint wordt geredigeerd. René Leclercq, tekenaar van oorsprong, wordt mede-exploitant.
  • Het is Jules Valenpint, die model staat voor het personage Boorman in de roman Lijmen/Het Been, waarin La Revue Continentale is omgedoopt in “Algemeen Wereldtijdschrift voor Financiën, Handel, Nijverheid, Kunsten en Wetenschappen”. Het echte tijdschrift gaat tijdens de Eerste Wereldoorlog wegens de economische omstandigheden in België failliet.

1913: publicatie van zijn eerste roman onder de titel Villa des Roses onder het pseudoniem Willem Elsschot.

  • Rond de novelle ‘Een ontgoocheling’ af. In augustus 1914 wordt het gepubliceerd in Groot Nederland.
  • De samenwerking met Valenpint en Leclercq komt plots ten einde wanneer de Duitsers België binnenvallen. Het gezin De Ridder vlucht naar Antwerpen.

1914-1918: vestigt zich opnieuw in Antwerpen.

  • Tijdens de Eerste Wereldoorlog is hij secretaris bij het Provinciaal Oogstbureel, een vennootschap voor ‘ het aankoopen van den inlandsche oogst, alsmede de herverkoop van dien oogst aan het Nationaal Hulp en Voedingskomiteit, en aan de komiteiten die ervan afhangen’. Het gezin De Ridder kan er goed van leven.
  • Voltooit op 1 april 1915 het manuscript van De Verlossing, dat vanaf augustus 1916 in drie opeenvolgende nummers van Groot Nederland wordt voorgepubliceerd. Een versie van Een ontgoocheling met veel streektaal verschijnt vanaf 12 februari 1916 in acht opeenvolgende nummers van het weekblad Het Toneel.

1918: Na de capitulatie werkt hij enkele maanden als correspondent voor de Nieuwe Rotterdamsche Courant. Dit als opvolger van  Emmanuel De Bom die ingevolge de ‘zuivering van activisten’ binnen het stadsbestuur eveneens zijn correspondentschap bij de krant is kwijtgeraakt.

1919: Samenwerking met Léonce Leclercq, broer van René, voor het werven van advertenties voor o.m. Livre d’adresses de la Ville et de Province d’Anvers, een adresboek, later telefoonboek.

  • Het gaat hem voor de wind: doet een eerste aanbetaling van 11.000 frank (op een totaal van 53.000 frank) voor het verwerven van een statig herenhuis in de Lemméstraat 19 (later hernummerd 21), in het zuidelijk deel van Antwerpen.
  • Als schrijver wordt hij door Koning Albert geridderd in de Orde der Kroon, op voorstel van minister voor Wetenschappen en Kunsten J. Destrée. 

1920: Léonce Leclercq en De Ridder tekenen een contract voor tien jaar waarbij het reclamebureau ‘La Propagande Commerciale’ wordt opgericht met een vestiging in Antwerpen, Groenplaats 1, en een in Brussel, 11 rue de la Reinette (Pippelingstraat). Beiden leggen elk 1.000 frank in, de winst werd gedeeld.

1921: richt een tweede onderneming op “S.A. d’Editions Commerciales et Industrielles” gericht op het uitgeven van gelegenheidsboeken.

1923: publicatie van ‘Lijmen ‘ in het tijdschrift De Vlaamsche Gids – acht jaar nadat hij eraan begonnen was.

1924: publicatie van ‘Lijmen’ bij de uitgeverij L. J. Janssens., met matig verkoopsucces.

1926: overlijden van zijn moeder.

1928-29: Elsschot bouwde in de duinen van Sint-Idesbald (Koksijde) zijn villa Kerkepanne . Vanaf 1929 brengt het gezin daar zijn vakanties door.

1931: maakt een einde aan het compagnonschap met Leclercq en begint voor eigen rekening een reclamebureau. Als eerste initiatief bedacht hij “De almanak der kroostrijke gezinnen”.

1932: een heruitgave van ‘lijmen’ bij de Wereldbibliotheek in Amsterdam blijkt een succes. Circa 3000 ex. vliegen de deur uit. De uitgave is dan ook prachtig verlucht met houtsneden van Henri Van Straten.

  • Een paar maanden later laat Jan Gresshof vroege gedichten van Elsschot (hem toegezonden door Ary Delen en Jan van Nijlen) publiceren in ‘Forum’. Het wordt een groot succes en in 1934  verschijnt een bundeling onder de titel “Verzen van vroeger”.
  • Hierdoor aangemoedigd begint hij te schrijven aan wat later de titel “Kaas” zal meekrijgen.

1933:Kaas‘ verschijnt eerst in het tijdschrift ‘Forum’ en daarna in boekvorm bij P.N. Van Kampen. Omslag en illustraties zijn van de hand van J. Cantré.

1934: publicatie van de roman  “Tjip

  • Het boek wordt nogal controversieel ontvangen, omdat het passages bevat over godsdienstonderwijs, die niet bij iedereen in de smaak vallen. Onder meer Marnix Gijsen en Gerard Walschap roeren zich.
  • Het boek ligt dicht bij de werkelijkheid en beschrijft het huwelijk van zijn dochter Adèle met haar Poolse vriend Bennek Maniewski. Zij moet zich voor haar huwelijk bekeren waardoor haar Bijbelstudie wordt bijgebracht. ‘Tsjip’ is de bijnaam voor Jan die uit dat huwelijk geboren wordt.

1937: “Pensioen”, een bizarre geschiedenis over de strijd om het soldatenpensioen van de omgekomen Willem Verstappen die Elsschot ter ore komt in zijn schoonfamilie, een gebeurtenis van bijna 20 jaar eerder.

1938:Lijmen: Het been”. Het is Menno ter Braak die de aanzet geeft om dit vervolgboek te schrijven. Het kost Elsschot heel wat moeite om het te laten aansluiten bij het 11 jaar eerder verschenen boek ‘Lijmen’.

1940: Duitsland valt in mei België binnen. Het gezin vlucht naar de kust, naar Frankrijk en keert in juni naar België. Elsschot naar Antwerpen. Fine verblijft bij haar oudste dochter Adèle te Brussel.

1941: raakt door de oorlog zijn inkomsten uit de reclame kwijt.

  • Wordt gedwongen Huize Kerkepanne in Sint-Idesbald te verkopen.
  • Schrijft moeizaam aan Het tankschip, bestemd voor publicatie in Criterium.
  • Voegt een nieuw hoofdstuk toe aan Kaas.
  • Verwerft een contract met de Nationale Landbouw- en Voedingscoporatie, een organisatie door de bezetter in het leven geroepen. Het betreft een publiciteitsmonopolie voor de Nederlandse en de franse editie van hun blad ’Handel en distributie’ tegen een commissie van 25 %.
  • Verwerft de concessie voor de publiciteit in Snoeck’s Almanakken. Dit zou hem tot na zijn dood veel inkomsten bezorgen.
  • Voor Snoeck’s Almanak heeft hij ook zelf enkele stukken geschreven. (onder het pseudoniem Nicodemus).
  • In de rol van reclameman schrijft hij onder andere een tekst met de titel “Lofzang op de mostaard” (eet mosterd van Tierenteyn Ferdinand / veruit de bekwaamste fabrikant / van ons beminde Belgenland). Hij is gespecialiseerd in gedenkboeken van bedrijven en winkeliersverenigingen. Elsschot houdt niet van de reclamewereld. Vlak voor zijn dood in 1960  formuleert hij het als volgt: “Niet alleen walg ik van de reclame, maar ook van de commercie in het algemeen. En ik heb Lijmen geschreven omdat ik er op een of andere manier van af moest komen. Ik moest wel reclame bedrijven, want van mijn pen heb ik nooit kunnen leven.”

1942: neemt voor de eerste keer van zijn leven zitting in een literaire jury, die voor de Leo J. Kryn-prijs, ingesteld door de weduwe van zijn jeugdvriend Kryn.

  • Na de toekenning van de prijs aan Louis Paul Boon ontstaat een ‘harde vriendschap’ met hem.
  • Frans Smits publiceert de studie Willem Elsschot. Zijn leven, zijn werk en zijn beteekenis als prozaschrijver en dichter.

1945: de familie De Ridder komt de oorlog ongeschonden door.

  • Fritz Francken – onder zijn echte naam Frederik Clijmans hoofd propaganda en toerisme in Antwerpen – trekt Elsschot over de streep om ‘namens de literatuur’ een welkomstwoord te richten aan Winston Churchill bij diens ontvangst als ereburger van de stad Antwerpen.
  • Met de huwelijkstrouw zou Elsschot het niet zo nauw genomen hebben, zo zou hij tussen 1946 en 1951 een relatie met de dichteres Liane Bruylants gehad hebben. Volgens haar zou hij ook nog een andere relatie hebben gehad met een onbekende vrouw.

1947: schrijft het ‘Borms’-gedicht, dat hem van zijn collega’s zal vervreemden.

1949: treedt toe tot de redactieraad van het Nieuw Vlaams Tijdschrift.

Stopt definitief met het schrijven van letterkundig werk.

1957: uitgave van zijn ‘Verzameld Werk’ ter gelegenheid van zijn 75ste verjaardag. 

31 mei 1960: Willem Elsschot overlijdt op 78-jarige leeftijd aan huidkanker in zijn geboortestad Antwerpen. Zijn vrouw Fine overlijdt de dag daarop. Elsschot wordt gecremeerd en zijn as werd samen met het lichaam van zijn echtgenote begraven op het Schoonselhof.

Posthuum wordt hem de Staatsprijs voor literatuur toegekend.

Epiloog

2004:  in 2004 willen drie kleinzonen delen van het archief (3-van 4-identieke  eerste drukken en brieven van andere schrijvers aan Elsschot) van Elsschot verkopen. De dochter van Elsschot, Ida de Ridder, en andere familieleden weten dat via een kort geding in december 2004 te verhinderen. Zij vinden dat de nalatenschap bij elkaar moet blijven. Het archief van Elsschot is bij zijn oudste zoon Walter; bij zijn overlijden komt het in handen van de kleinzonen:

  • Walter, Fons en Christiaan de  Ridder. Recent hebben de erven van de nalatenschap van Alfons de Ridder in onderling overleg beslist dat het literaire archief van Willem Elsschot als één onverdeelbaar geheel wordt beschouwd. Aan dit archief wordt nu ook het zakelijke archief van Alfons de Ridder toegevoegd.
  • Door dit akkoord komt een einde aan het geschil tussen de erfgenamen en zal de lopende rechtsprocedure worden stilgelegd.
  • In samenspraak met de Stad Antwerpen en de Vlaamse overheid zal verder bekeken worden aan welke voorwaarden en aan wie het archief kan worden overgedragen om het toegankelijk te maken voor verder wetenschappelijk en literair onderzoek.
  • Het spreekt voor zich dat de beschikbaarheid van het archief de zinvolle invulling van de Elsschot jaren 2007-2010 ten goede zal komen. (Bron: WEG.)

2010: grootse stadshulde –  De Stad van Elsschot –  ter gelegenheid van de herdenking dat hij 50 jaar geleden overleden is, met allerlei activiteiten en een prachtige tentoonstelling ‘Dicht bij Elsschot’ in het Letterenhuis.

  •  Lanoye prijst het feit dat “nu niet eens de schilders of de mode-ontwerpers centraal staan in Antwerpen, maar een schrijver.” (..) En zonder dat daar Elsschot-kaas of salami moet aan te pas komen.

BEKRONINGEN

  •  1934: Prijs der Vlaamse Provinciën voor Kaas.
  • 1938: Prijs der Vlaamse Provinciën voor Pensioen.
  • 1948: Driejaarlijkse Staatsprijs voor Vlaams verhalend proza  voor Het dwaallicht.
  • 1951: de Constantijn Huyghens prijs voor zijn hele oeuvre.
  • 1960: Postuum wordt hem de Staatsprijs ter bekroning van een schrijversloopbaan toegekend.

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Websites

Referenties

  •  Wieneke ’t Hoen, Dicht bij Elsschot. Athenaeum Polak & Van Gennep.Amsterdam  2010 118pp.

 

SMAAKMAKER

Uit de inleiding van ‘Kaas’:

“Wie het slot niet uit het oog verliest zal vanzelf alle langdradigheid vermijden omdat hij zich telkens afvragen zal of ieder van zijn details wel bijdraagt tot het bereiken van zijn doel. En hij komt dan spoedig tot de ontdekking dat iedere bladzijde, iedere zin, ieder woord, ieder punt, iedere komma het doel nader brengt of op afstand houdt. Want neutraliteit bestaat niet in de kunst. Wat niet nodig is, dient geweerd en waar het met één personage kan is een menigte overbodig.”

 

MARIA   –  Uit: Het Dwaallicht, 1960

“Een vreemde stad,” zegt Ali, “al de straten gelijken op elkander.” Maar ik leg hem met de hand het zwijgen op en verklaar dat ik mee zal gaan tot bij het meisje van de sigarettendoos. Meteen loop ik vastberaden in de richting van de derde rechts, naast Ali, gevolgd door zijn donkere, zwijgzame kameraden.
Zo ben ik dan eindelijk de baan eens op met mensen die volkomen verschillen van de volksgenoten met wie ik gedoemd ben mijn dagen te slijten, althans met mensen van een andere kleur, die anders lopen, anders groeten en lachen, misschien ook anders haten en beminnen, die in ieder geval van onze beroemdste medeburgers nooit hebben gehoord en voor wie onze vorsten en heiligen absoluut niet in tel zijn, dus zeer waarschijnlijk mensen naar mijn hart. En nu deze drie zo onverhoopt mijn pad hebben gekruist moet ik er onverwijld uithalen wat er uit te halen is, want onze betrekkingen zullen kortstondig van duur zijn.
Om met iets te beginnen, vraag ik of hij Maria al gezien heeft want wie weet hoe zij aan die eigenaardige visitekaart geraakt zijn en ik wil zekerheid hebben dat zij geen fictie is maar een tasbaar iemand. Ja, hij heeft haar gezien. Of het een aardig meisje is ? “Very nice,” verzekert hij met overtuiging. Jong ? Ik reken er namelijk op, dat aan ’t eind van onze kruistocht geen oude kween voor ons zal opduiken.

“Neen, neen,” verzekert hij lachend, met een afwerend handgebaar. Hij draait zijn hoofd om en zegt iets in zijn taal waarop ook zijn twee makkers als kinderen aan ’t lachen gaan.
“Veertien?”
Ditmaal krijg ik een berisping van zijn bruine wijsvinger en hij verklaart nu dat zij iets als twintig moet zijn.

“Dat is beter ook,” zeg ik vaderlijk, al valt het mij tegen.
“Beter voor de wet van blanke mensen,” preciseert Ali.

BIBLIOGRAFIE  & FILMOGRAFIE

Woordje vooraf

  • De Elsschotbibliografie bestaat uit 2 delen: een overzicht van de ‘canon’ en de overige publicaties.

De gegevens van deze bibliografie werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen.
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • Piet Devos: Van reuzen tot dwergen. Bibliografie – Vlaamse schrijvers in de 20ste eeuw – Eerste drukken. Kortrijk, eigen beheer 2007

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.

Chronologisch overzicht

A. De ‘canon’

Jaar Titel Fotogalerij  Uitgeverij 1ste druk
1913 Villa des Roses. (roman)

Opgedragen aan Mej. Anna Christina van der Tak.
Verscheen eerst in het tijdschrift Groot Nederland (jg 11)
2004: Vertaald in het Frans als Villa des Roses door Marnix Vincent, uitgegeven bij Le Castor Astral in de Bibliothèque flamande “Escale sdu Nord”
Bussum: C.A.J. Van Dishoeck. – 227 p.

Afmetingen: 21.25 x 16 (gebonden in linnen kaft)
Colofon: Van dit boek werden tien exemplaren gedrukt op geschept Pannekoek.
Druk: Boek-, Courant- en Steendrukkerij G.J. Thieme, Nijmegen.
1914 Een ontgoocheling. (roman)

Verscheen eerst in het tijdschrift Groot Nederland (jg 12 nr 8 pp. 139-178)
Antwerpen: S.V. “Lectura”. / Bussum: C.A.J. Van Dishoeck. – 79 p.

Afmetingen: 20 x 14 (geone stofomslag en speelkaarten stofomslag)
Drukkerij –Binderij V. Resseler Prinsstraat 30 Antwerpen.
1921 De verlossing. (roman)

Verscheen eerst in het tijdschrift Groot Nederland, jg. 14
Bussum:C.A.J. Van Dishoeck. – 183 p.

Afmetingen: 21 x 15.75 (gebonden in linnen kaft)
Druk: Boek- en Kunstdrukkerij G.J. van Amerongen & Co, Amersfoort.
1924 Lijmen. (roman)

Verscheen eerst in het tijdschrift De Vlaamsche Gids.
Antwerpen: L. J. Janssens. – 254 p.

Reeks: Keurserie nr 8 N° 1082
Afmetingen: 18.25 x 12 (gebonden in kartonnen kaft)
(oplage: 120 ex.)
1932 Lijmen. (roman)

Heruitgave: verlucht met houtsneden van Henri van Straten.
Amsterdam: Wereldbibliotheek. -253p.

Oplage: 3000 ex.
1933 Kaas. (roman)

Omslag en illustraties: Jozef Cantré.
Opgedragen aan Jan Greshoff.
Bekroond met de Prijs der Vlaamse Provinciën (1934).
Verscheen eerst in het tijdschrift Forum.
2002: Vertaald in het Engels als ‘Cheese’ door Paul Vincent. Uitgegeven bij Granta Books, Londen, New York.
2003: Vertaald in het Frans als ‘Fromage’ door Xavier Hanotte uitgegeven bij bij Le Castor Astral in de Bibliothèque flamande “Escales du Nord”.
2007: Vertaald in het Fries als  ‘Tsiis’ door Frank Dijkstra. Uitgegeven bij Athenaeum Polak & Van Gennep, Amsterdam.
2010: Vertaald in het Indonesisch als ‘Keju’ uitgegeven bij Kompas Gramedia, Jakarta.
Amsterdam: P.N. Van Kampen & Zoon N.V. – 148 p.

Afmetingen: 20.25 x 14 (gebonden in linnen kaft)
1934 Tsjip. (roman)

- Opgedragen aan Jan Maniewski.
Amsterdam: P.N. Van Kampen & Zoon N.V. – 132 p.

Afmetingen: 20.25 x 14 (gebonden in linnen kaft)
1934 Verzen van vroeger. (gedichten – bibliofiele uitgave)

Publicatie van de 10 gedichten die in het tijdschrift Forum waren verschenen
Haarlem: Joh. Enschedé & Zonen. -22p.
1937  Pensioen. (roman)
De illustratie van de stofkaft: Eppo Doeve.
(Foto naar teekening van C. Van Uytvanck)
Opgedragen aan Jeannetta Jozefina Scheurwegen
Verscheen eerst als Elsschot nummer van Groot Nederland.
1938: Bekroond met de Prijs der Vlaamse Provinciën.
1962: Heruitgegeven door Heideland Hasselt in de reeks Vlaamse Pockets nr 47 (6de druk in 1978)
Elsschot 1
Amsterdam: P.N. Van Kampen & Zoon N.V. – 118 p.

Afmetingen: 19.50 x 13.50 (gebonden in linnen kaft én gebonden met stofomslag)
1938 Het been. (roman)

Met een inleiding van Menno ter Braak.
Amsterdam: P.N. Van Kampen & Zoon N.V. – 131 p.

Afmetingen: 18 x 12 (gebonden met stofomslag al of niet met tekening)
1940 De leeuwentemmer. (roman)

Verscheen eerst in het tijdschrift Groot Nederland.
Amsterdam: P.N. Van Kampen & Zoon N.V. – 116 p.

Afmetingen: 19.50 x 13.50 (gebonden met linnen kaft)
1941 Charles van Ganzen .

(uit “Lijmen”)
 In: “Moderne Vlaamsche prozaschrijvers”
1941 Brieven naar Polen.

(uit “De leeuwentemmer”)
 In: “Moderne Vlaamsche prozaschrijvers”
1942 Het tankschip. (roman)

Opgedragen aan Herman Molitor.
Verscheen eerst in het tijdschrift Criterium.
Omslagtekening van Eppo Doeve.
1962: heruitgegeven als Vlaamse Pocket nr 47 door uitgeverij Heideland te Hasselt (6de druk in 1978)
Elsschot 1
 Elsschot 5 Amsterdam: P.N. Van Kampen & Zoon N.V. – 85 p.

Afmetingen: 19.25 x 11.50 (gebonden in kartonnen kaft)
1943 Verzen. (poëzie)

Het omslag werd geteekend door Marcel Libbrecht.
1943: 2de druk eveneens op 500 exemplaren.
1946: 3de druk bij P.N. Van Kampen & Zoon N.V te Amsterdam. Bevat eveneens de gedichten ‘Van der Lubben’ en ‘De Banneling’.
 Brussel: A. Manteau. – 28 p.

Reeks: De Brug nr 3
In een oplage van 510 zowel gebonden als ingenaaide exemplaren met een stofomslag getekend door Marcel Libbrecht naar een ‘idee’ van Elsschot.

1946 Het dwaallicht. (novelle)

Opgedragen aan Paul en Jan Veen
Verscheen eerst in het tijdschrift ‘Nieuw Vlaams Tijdschrift’
Bekroond met de Driejaarlijkse Staatsprijs voor Vlaams verhalend proza (1948)
1971:  opgenomen in de bundel ’54 Vlaamse verhalen‘, deel 1,  samengesteld door Karel Jonckheere en Marnix Gijsen, Uitgeverij Paris-Manteau, Antwerpen pp 181-207.
1987: 17de druk bij Em. Querido’s uitgeverij te Amsterdam.
2010: Heruitgave bij Athenaeum – Polak & Van Gennep te Amsterdam. Bezorgd en toegelicht door Peter de Bruijn. Met een stadswandeling van Eric Rinckhout
Amsterdam: P.N. Van Kampen & Zoon N.V. – 99 p.

Afmetingen: 19 x 12 (gebonden met stofomslag)Vertalingen:
2005: Vertaald in het Frans als Le Feu Follet door Marnix Vincent, uitgegeven bij Le Castor Astral in de Bibliothèque flamande “Escales du Nord”.
2010: Vertaald in het Esperanto als ‘Kiel Vaglumo’ door Bert Boon Uitgegeven bij Flandra Esperanto Liga, Antwerpen.
1954 Gedichten.

Vermeerderde bibliofiele uitgave van ‘Verzen van vroeger’ (1934) verzorgd door Elsschots schoonzoon Georges W. Kelner.
De bundel werd gepresenteerd als ‘het volledige dichtwerk van Willem Elsschot’ en werd uitgebreid met 5 gedichten: vier jeugdverzen ‘De Zee’, de twee ‘Aan mijn moeder’-gedichten en ‘Aan Fine’ & het in 1946-1947 geschreven gedicht ‘Borms’.

Uitgave In de vier Winden, uitgeverij annex bibliophielenvereniging zonder winstoogmerk.
1957 Verzameld werk.

In zijn “Verzameld werk” (1957) komen volgende 22 gedichten voor:
  • De zee (Antwerpen 1902)Aan mijn moeder (Antwerpen 1902)
    • - Opgedragen aan Willem Kloos
  • Aan mijn moeder (Antwerpen 1904)
  • Aan Fine (Antwerpen 1903)
  • Moeder (Parijs 1907)
  • De baggerman (Rotterdam 1908)
  • Bij het doodsbed van een kind (Rotterdam 1908)
  • Moeder (Rotterdam 1908)
  • Tot den arme (Rotterdam 1909)
  • De bedelaar (Rotterdam 1909) (The Overweight Beggar)
  • Tot den arme (Rotterdam 1910)
  • De klacht van den oude (Rotterdam 1910)
  • De bult spreekt (Rotterdam 1910)
  • Het huwelijk (Rotterdam 1910)
  • O jeugd! (Antwerpen 1933 (O Youth!)
  • Aan Jan Greshoff (Antwerpen 1933)Brief (Antwerpen 1934)
    • -Dit is de opdracht in Kaas
  • Van der Lubbe (Antwerpen 1934)Spijt (Antwerpen 1934)
    • - Opgedragen aan Simon Vestdijk
  • Aan Willem Gijssels (Antwerpen 1940)
  • De banneling (Antwerpen 1943)Borms (Antwerpen 1947
    • - Opgedragen aan Mr. en Mevr. Jan Wilms
Elsschot 2  Amsterdam: P.N. Van Kampen & Zoon N.V. – 750 p.

 POSTHUUM

1962 Vierspan geschikt voor de laatste drie studiejaren van het Secundair. Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel- 132 p.

Reeks: Nederlandse keurboeken voor het secundair onderwijs
1967 De kaasridder.  (uit “Kaas”) In: “Het zonnig uurtje”
1971 Het dwaallicht. (novelle)

1946: 1ste druk bij P.N. Van Kampen & Zoon N.V., Amsterdam
Gijsen Jonckheere 33 In: “54 Vlaamse verhalen”, deel 1  Van Piet van Aken tot Willem Elsschot. pp181-207. Uitgeverij Paris-Manteau, Antwerpen.
1973 Verzen van vroeger. (poëzie)

Inleiding C. Bittremieux.
Amsterdam: Querido. -21 + VII p.

Reeks: Kort en goed.
1975 De wijze gaat liefst onopgemerkt voorbij : citaten en ongebundelde teksten.

(bezorgd door Gerd de Ley)
Melsele : Orbis en Orion. -64p.

Reeks: dwarsliggers.
1979 Zwijgen kan niet verbeterd worden: ongebundelde teksten door Drs. A. Kets-Vree met medewerking van Gerd de Ley. (poëzie – verzamelbundel)

Bevat: Jeugdgedichten; Gedichten uit ‘het cahier’ ; Gedichten uit ‘Alvoorder’ en ‘De arbeid'; Gelegenheidsgedichten; Vertalingen; Beschouwend proza; Journalistiek werk; Opstellen; Inleidingen tot het werk van anderen; Gelegenheidsstukjes.
Elsschot 11  Amsterdam: Loeb & Van der Velden, Uitgevers./ Borsbeek: Uitgeverij Baart. -175p.

Afmetingen: 21.50 x 13 (gebonden – harde linnen kaft met stofomslag)
Colofon: Zwijgen kan niet verbeterd worden, werd samengesteld door Drs. A Kets-Vree en in het najaar van 1979 in opdracht van de uitgeverijen Loeb & Van der Velden te Amsterdam en Baart te Borsbeek gezet in de Baskerville Linotype, gedrukt door Alberts’ Drukkerijen te Sittard en gebonden door Albrecht te Utrecht.
Grafische vormgeving: Guus Ros, Amsterdam.
1981 Aarts’ Letterkundige Almanak voor het Willem Elsschotjaar 1982.

Onder redactie van Dick Welsink (voor Nederland) en Willy Tibergien (voor België).
Boekverzorging: Jan Willem Stas.
Zetwerk: Zetterij Chang, Zetterij Middleton en Coby Vleggaar.
Bevat de ‘originele versie’ van Schele Vanderlinde.
 Elsschot 12 Amsterdam: Uitgeverij C.J. Aarts / Antwerpen: Uitgeverij Contact nv. -175p.

Afmetingen: 20 x 12.70 (paperback)
Drukwerk: Drukkerij Leeuwenberg.
Bindwerk: Boekbinderij Schlüter  & Reuter
1985 Ontmoetingen met W. Elsschot.

Brieven en een nagelaten manuscript, door Simon Carmiggelt.
1986 Twee Heren, over E. du Perron en Willem Elsschot.(essays + 2 ongebundelde verhalen van Willem Elsschot)

Samensteller: Boris Rosseeuw.
Inleiding: Hans Warren.
De bijdragen over Elsschot verschenen in de reeds lang uitverkochte brochure ‘Van hier tot Peking’ en werden voor deze uitgave herzien en uitgebreid.
De Bekeering van Viaene. pp 107-114.
Drama in Vier Bedrijven. pp 115-120.
Beide verhalen verschenen in 1943 in  Snoecks Groote Almanak onder pseudoniem Nicodemus.
Antwerpen: Dedalus. -123p.

Afmetingen 20.50 x 13 (Gebrocheerd onder kartonomslag)
Reeks:  Het Handvest nr 4.
z/w illustratie.
1989 ‘Elf brieven van Willem Elsschot’. In: “Nieuw Wereldtijdschrift”
1989 Als een onweder bij zomerdag: de briefwisseling tussen Louis Paul Boon en Willem Elsschot.

Samengesteld door Muyres, Jos et al.
 Amsterdam: Em. Querido’ s uitgeverij. – 112 p.
1990 Dankwoord bij de uitreiking van de Constantijn Huygensprijs in ‘s Gravenhage op 18 december 1951 / Willem Elsschot. Wildert : De Carbolineum Pers. -6p.

Oplage van 50 exemplaren.
Afmetingen: 17.25 x 11 (ingenaaid)
Colofon: De eerste druk van het “Dankwoord bij de uitreiking van de Constantijn Huygensprijs in ’s Gravenhage op 18 december 1951” werd in de zomer van 1990 met de hand gezet uit de Horley Old Style (ik begin de letter beu te worden) en met een antieke handpers gedrukt op Hollands Van Gelder, in een oplage van 50 genummerde exemplaren, waarvan de nummers 36 tot 50 voor de Erven Alfons De Ridder en de Uitgeverij Querido zijn, zonder wiens vriendelijke toestemming deze uitgave niet mogelijk was.
1993 Brieven.

Verzameld en toegelicht door Vic van de Reijt, met medewerking van Lidewijde.
 Amsterdam: Em. Querido’s Uitgeverij. -1.237 p.
1996 Brief aan Hugo Claus / Willem Elsschot ; aantekening Gert Jan Hemmink.

Zeldzame Elsschot-uitgave.
Deze brief is niet opgenomen in de brieveneditie van Willem Elsschot, in 1993 uitgegeven door Querido.

Amstelveen : AMO, 1996. –[Z.p.].

Met de hand gezet in een oplage van 12 op de pers genummerde exemplaren. Ingenaaid met stofomslag. Nr. …

2001 Brief aan Walter.

Vormgeving: Anneke Germers.
Amsterdam: Athenaeum – Polak & Van Gennep. -6p.

Afmetingen: 20.50 x 12.50 (ingenaaid met koord in briefomslag met postzegel van Willem Elschot)
Colofon: Deze uitgave werd door Athenaeum – Polak & Van Gennep en de Post uitgebracht ter gelegenheid van de Willem Elsschot Postzegel in april 2001.
De oplage is beperkt tot 3000 ex., waarvan 500 bestemd voor de leden van het Willem Elsschot Genootschap.
2004 Verzen. (teksteditie – verzamelbundel)

Bezorgd door Peter de Bruijn.
Met uitgebreide toelichting bij de tekst van de verzen.

 Elsschot 3 Amsterdam: Athenaeum – Polak & Van Gennep. -116p.

Afmetingen: 18.50 x 11.40 (gebonden – harde kaft)
Colofon: Deze editie is totstandgekomen onder auspiciën van het Constantijn Huygens Instituut voor tekstedities en intellectuele geschiedenis van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Dit deel werd bezorgd door Peter de Bruijn. Aan de voorbereiding van de uitgave is meegewerkt door Wieneke ’t Hoen en Lily Hunter.

2005 Verzameld Werk.

Bezorgd door Peter de Bruijn.
Met illustraties van Peter van Hugten.
1970: Herdrukt en als paperback op de markt gebracht.
Amsterdam: Athenaeum – Polak & Van Gennep.

Reeks: De Gouden Reeks.
 
2005 Gedichten. ( poëzie – bibliofiele uitgave)

Houtsneden Toon Janssen.
Hilversum: Grafisch Atelier ’t Gooi, 2005. – [Z.p.]

Oplage: 25 genummerde exemplaren.
Colofon: Deze bundel bevat 7 verzen uit het Verzameld werk (1960) van Willem Elsschot.
Grafische vormgeving: Toon Janssen.
2006 Volledig werk (2001-2006)

Bezorgd door Peter de Bruijn met medewerking van Wieneke ‘t Hoen en Lily Hunter, in 11 delen:  Villa des Roses – Een Ontgoocheling – De Verlossing – Lijmen / Het Been – Kaas – Tsjip / De Leeuwentemmer – Pensioen – Het Tankschip – Het Dwaallicht – Verzen – Nagelaten werk.
 Amsterdam: Athenaeum – Polak & Van Gennep.
2010 Het Dwaallicht. (novelle)
Bezorgd door Peter de Bruijn.
Met een stadswandeling van Eric Rinckhout.
Omslag: Catapult.
Omslagillustratie: ©FelixArchief Stad Antwerpen.
Bevat: Het Dwaallicht (pp 7-60); Aantekeningen (pp 61-72); De Dwaallichtwandeling (pp 73-102) Kaart (p 103)
1946: oorspronkelijke uitgave
Elsschot 4 Amsterdam: Athenaeum – Polak & Van Gennep. -104p.

Afmetingen: 20 x 12.60 (ingenaaid)

 FILMOGRAFIE

1962 LIJMEN, een televisieverfilming.

  • Regie: Fred Engelen
1968 VILLA DES ROSES, een miniserie voor de televisie uit 1968

  • Regie: Walter van der Kamp 
1968 KAAS, een televisieverfilming

  • Regie: Gerard Rekers 
1971 IEDER VAN ONS  Belgisch-Nederlandse co-produktie.

  • Regie: Frans Buyens
  • Scenario: Frans Buyens, naar de novelle van Willem Elsschot.
    Cast: Eva Kant (Eva), Romain Deconinck, Dora van der Groen, Hussein Sjeikh, Cox Habbema (Cox), Dom de Gruyter (politicus), Borhan Mohamed Alaouie.

Experimentele film. In ‘cinema verité’-stijl wordt de kijker een aantal acteurs voorgesteld en komt de auteur vertellen welke rollen ze zullen gaan spelen. Het is de bedoeling de toeschouwers te confronteren met de inconsequenties van hun gedragingen en redeneringen. Nederlands en Frans gesproken. Productiemaatschappijen: Appletree Filmproductions, Iris-films-Dacapo, Patrick Dhooghe. Camera: Fernand Tack. Montage: Eliane Du Bois. Muziek: Arsène Souffriau. In het ‘Naslagwerk over de Vlaamse film’ wordt alleen Iris-films-Dacapo als produktiemaatschappij genoemd en derhalve zou het dan een puur Belgische produktie zijn. ZW-83 minuten 

1973 HET DWAALLICHT  ook: WILL-O’-THE WISP

  • Regie: Frans Buyens
  • Scenario: Frans Buyens, naar de gelijknamige novelle van Willem Elsschot uit 1946.
  • Cast: Romain Deconinck (Laarmans), Eva Kant (Fathma/Maria van Dam), Dora van der Groen (mevrouw Laarmans), M.S. Sheikh (Ali), Fred van Kuyk (politie), Sies Foletta, Tim BeekmanBelgisch-Nederlandse co-produktie; 
1975 De Verlossing, een miniserie voor de televisie
Regie: Walter van der Kamp 
1989 Villa des Roses, een televisieverfilming
Regie: Marc Lybaert 
1999 Kaas, een televisieverfilming
Regie: Orlow Seunke 
2000 Lijmen/Het Been
Regie: Robbe De Hert 
2002 Villa des Roses, een Engelstalige verfilming met een internationale cast
Regie: Frank Van Passel 

B. Overige werken van Willem Elsschot

Naast de `canon’ van zijn werk zoals is opgenomen in Verzameld Werk bestaat er nog een hele verzameling gedichten en proza, die door Elsschot niet zijn uitverkoren om in Verzameld Werk te worden opgenomen.

Hier en daar gepubliceerd zijn:

  • Brief aan Walter (Brief aan mijn zoon) (onaf)
  • De Juweelenstoet (1923)
  • Het diamant (1924)
  • Drama in vier bedrijven – in de kleine Snoeck’s almanak 1943 onder het pseudoniem Nicodemus (Ook in Snoeck’s 83)
  • De bekering van Viaene – in de grote Snoeck’s almanak 1943 onder het pseudoniem Nicodemus.
  • De schele Vanderlinde (gedicht)

Maar voornamelijk toch wel later in Zwijgen kan niet verbeterd worden. De onderstaande lijst is gemaakt aan de hand van de inhoudsopgave van dit boek.

Poëzie
Jeugdgedichten

  • In de retenue
  • Moe
  • Heimwee!
  • Waarom?
  • Regen
  • Voorjaarszon
  • Zomerhoop
  • Het vuurtje prikkelgloeit….
  • Aanroeping
  • Sneeuw
  • Voor ‘t onweer
  • Middagrust
  • Avond
  • De laatste blaâren
  • Zomerverlangen
  • Regen
  • Avondweelde
  • Ledigheid
  • Ik heb gevonden
  • Droom!
  • Van vroeger tijd!
  • Ik zoek steun…

Gedichten uit `Het cahier’

  • ‘K heb in mijn jeugd gelijk een beest gezopen…
  • Uw trots, uwe fierheid, uw haat en uw spot…
  • Regendag
  • Geen drank noch lekker eten…

Gedichten uit `Alvoorder‘ en `de Arbeid’

  • Kind
  • Openbaring
  • Avond
  • Wanneer des avonds op de verre hei…
  • ‘k Ontwaak in ‘t rillerige, vale licht…
  • Ik keek u plotsling in uw lieve oogen…
  • Een lieken van zon.

Gelegenheidsgedichten

  • Aan Lode Baekelmans
  • Alarm in Gent
  • Richard Minne
  • Komt er geen eind aan het gestook…

Vertalingen

  • Départ pour l’extrème-oriënt
  • Dans l’impasse
  • Louis-Philippe
  • Debout sur le quai

Proza

  • Brief aan mijn zoon

Beschouwend proza

  • Autobiografie in briefvorm

Journalistiek werk

  • Een en ander over de diamantnijverheid
  • Gevangenschaps-herinneringen
  • Voedingstoestanden
  • Een plechtigheid te Antwerpen
  • Geboorte- en sterftecijfers tijdens den oorlog
  • De havenbeweging
  • Een kanaal van Antwerpen naar Moerdijk
  • Havenbelangen
  • Uit den Antwerpschen diamantbewerkersbond
  • De toestand der Vlamingen

Opstellen

  • Kaas
  • Wij verhuizen
  • Portretbeschrijving van Guido Gezelle
  • Winter
  • Wanneer men het zelfportret van Van Gogh…
  • Het leven ligt vol dwaallichten (…)
  • Heeft de mens behoefte aan schoonheid

Inleiding tot:

  • Verzamelde gedichten van Julia Tulkens
  • Vader van Julia Tulkens
  • Het huis met de glycines van Hendrik Prijs
  • De man die zijn vrouw opnieuw veroverde van Fritz Francken
  • Mijn kleine oorlog van Louis Paul Boon
  • Alarm in de spiegel van Peter van Steen
  • De vierkante vier
  • Kruispunt

Gelegenheidsstukjes

  • Willem Elsschot in de jury (1)
  • Vlaams sexe gevoel
  • Willem Elsschot in de jury (2)
  • Willem Elsschot vertelt…

Vanuit zijn reclamewerk

  • Almanak der Kroostrijke Gezinnen, vijf maal verschenen