home | Inloggen
Aantal schrijvers: 573 | Aantal boeken:

16059

 

Fransaer, Frans

Maakt deel uit van:

Frans Fransaer

Moorsel, 4 oktober 1934 – Asse, 17 juli 2010

Leraar – ‘Wiper’ op koopvaardijschepen – Leraar

Romanschrijver en dichter

Publiceerde 2 romans, één novelle en vijf dichtbundels.
Met zijn ‘zeeproza’ hoort Frans Fransaer thuis in het rijtje Vlaamse auteurs die over de zee en de zeevaart hebben geschreven: Libera Carlier, Karel Jonckheere, Gaston Duribreux, Fred Germonprez, Juul Filliaert en Bart Plouvier

 

BIOGRAFIE

Nota: Het biografische gedeelte van dit lemma is zeer schatplichtig aan het essay van Frans Auwelaert, Frans Fransaer in de rubriek ‘De kleine garnaal’ van het tijdschrift Zacht Lawijd jg; 20 nr 2 juni 2021, pp 31-49

4 oktober 1934: Geboren in het Oost-Vlaamse Moorsel bij Aalst, als jongste van drie. Hij had nog een zus, Jeanne en een broer, Marcel.

  • Zijn moeder, Renilde Coleta de Wit (1898-1977) verdiende de kost als naaister. Zijn vader, Leonard Frans Fransaer (1892-1964) was arbeider bij de Aalsterse textielfabriek Usines Roos, Geerinckx & De Naeyer.

Zijn kleuter- en lagereschooljaren brengt Fransaer door in de Tintelhoekschool te Moorsel.

1948: Moderne humaniora in het Sint-Maartensinstituut te Aalst. Vat het voornemen op om priester te worden. .

1954-1958: Studeert filosofie aan het Klein Seminarie in Mariakerke (Gent), daarna theologie aan het Hoger Diocesaan Godsdienstinstituut – het ‘Groot Seminarie’ –  van het bisdom Gent.

Tijdens het academiejaar 1957-1958 onderbreekt hij zijn studie om zijn dienstplicht te vervullen. Verliest zijn roeping en verlaat het seminarie.

1958-1960: Volgt het regentaat Nederlands, geschiedenis en aardrijkskunde aan de Bisschoppelijke Normaalschool  te Sint-Niklaas. Behaalt het diploma van regent Nederlands-Geschiedenis.

1 september 1960: Kan aan de slag als leraar Nederlands en geschiedenis aan de Vrije Vak- en Ambachtsschool  – in 1965 omgedoopt tot Vrij Technisch Instituut (VTI) – in Aalst.

  • Hij zal leraar blijven tot aan zijn pensionering in 1994. In een lange onderbreking van zijn lerarenloopbaan – van 1 juni 1968 tot 31 augustus 1973 – zal hij zijn jongensdroom waarmaken:  zeeman worden bij de Belgische koopvaardij.

14 augustus 1968: Monstert te Zeebrugge aan als scheepsmaat-poetser – in scheepsjargon wiper genoemd – op zijn eerste schip de tanker Belgulf Progress. Op 26 juli 1973 neemt hij in dezelfde functie afscheid van zijn laatste schip, de cargo Makaria.

  • In totaal voer hij op dertien schepen die hem naar werelddelen en regio’s brachten als Noord- en Zuid-Amerika, West-Europa en Oost-Afrika.

Uit een interview van Iris Van de Casteele afgenomen op 18 januari 1991 voor het weekblad “Vrij Maldegem”:

Vraag: Wat mij echter het meeste opviel was het woordje “wiper” wat zoveel betekent als poetsman. Hoe komt een intellectueel erbij deze slecht betaalde job te aanvaarden wetend dat dit gepaard gaat met uitbuiting en vernederingen ?
 
Antwoord: Dat uitbuiten en vernederen was mijn zaak niet. Al zou ik het vlug op de zeven zeeën en de vijf continenten ervaren. Wat me wel aanging waren schepen, was varen, reizen, het avontuur en ik nam er al de smeerlapperij bij, letterlijk en figuurlijk, evenwel niet zonder met opgekropte woede te steigeren. Vergeet niet dat het 1968 was toen ik voor het eerst in Zeebrugge op een tanker aanmonsterde. De wereld stond toen op zijn kop. Er was Bob Dylan en ik geloofde net als zovele: er komen andere tijden. Tussen haken: die andere tijden zien we nu: een maffe, doffe burgerlijkheid zoals nooit te voren. Maar dát ei zullen we nog wel eens pellen. Tenminste als die plastrons me intussen zelf niet pellen of scalperen want van oorlogje spelen houden ze blijkbaar wel. Enfin.
 
Che Guevara was net vermoord. Je had altijd wel een tekst van hem binnen handbereik: een vurige idee in je kop of een in rood geverfde Viva Che in de favellas van Bahia of in de Newyorkse metro. Het “on the road” zijn greep me hevig aan. Na 8 jaar lesgeven wou ik een job waarbij ik niet hoefde te praten. Het “doen” was zoveel belangrijker in die jaren. En in alle jaren, hoop ik. En, mensenlief, wat voelde ik me jong op mijn 33e jaar ! Hoe geweldig was het te leven; midden de jachtige planeet aarde te staan en de kentering van een tijd te beleven. Wat lijkt me het Westen vandaag schokkend banaal, vol uitgestreken koele kikkers in colbertje met merkdas, boordevol dure, arrogante, jonge, gladde burgermannetjes en dito vrouwtjes. Alleen de macht en de dollar aanbidden ze: daar hebben ze alles voor over. Oorlog incluis.
 

1973: Opnieuw leraar aan het Vrij Technisch Instituut te Aalst tot aan zijn pensioen.

1979: Schrijft zijn ervaringen als zeeman neer in een roman: M.S. Karibu (nvdr. M.S. staat voor Motorschip)

1983: Zijn tweede roman Thanatos en de zee speelt zich andermaal op zee af. De aanleiding was de dood van drie ‘goede maats-zeelui’, van wie er twee op zee omkwamen en één in een hospitaal. In het echte leven waren het gebeurtenissen die maakten dat Fransaer er na vijf jaar varen de brui aangaf.

Vanaf 1983 verschijnen er vijf bundels met poëzie – onderbroken door de publicatie in 1989 van de novelle Vasilis en de zee – , alle uitgegeven bij kleinere uitgevers: Gebed zonder goed einde (1983) in de Yang Poëzie Reeks, Onderdak vinden (1986) en Ingelijst (1993) bij Point, en Motorschip Makaria (1992) en Kon ik maar boezoeki spelen (1998) bij uitgeverij De Distel.

  • Zijn poëzie is net als zijn proza autobiografisch geïnspireerd, een soort belijdenislyriek, waarin milieu, kunst en cultuur, het varen, de zee en Griekenland, zijn geliefkoosde vakantieland aan bod komen. Zijn poëzie is ook niet wars van zelf- en gewetensonderzoek.

Naast zijn gepubliceerde oeuvre schrijft hij nog vele duizenden bladzijden.

  • In 1957 begint hij een dagboek dat pas eindigt in juni 2010, toen hij al zwaar ziek was. De dagboeken tellen samen een kleine tienduizend bladzijden.
  • Fransaer is een fervente briefschrijver geweest,. tot wel 70 brieven per maand gingen de post op. Rebelse brieven waarin hij zijn pijlen richtte hij op alles wat hem niet aanstond, vaak met succes.
  • Fransaer was ook lid van de Moorselse heemkundige kring De Faluintjes en verantwoordelijk voor de taalrubriek in het driemaandelijks tijdschrift van de vereniging. Hij schreef er 90 afleveringen voor over het Moorsels dialect.
  • Ook was hij medewerker aan het Woordenboek Vlaamse dialecten van de Gentse universiteit (sinds 1974) en aan het P.J. Meertensinstituut voor Dialectologie te Amsterdam (sinds 1987)

9 november 2009: In het O.L.V.-Ziekenhuis in Aalst wordt een kwaadaardige hersentumor vastgesteld, waarvoor hij drie dagen later onder het mes moet. Helaas blijkt de tumor te ver uitgezaaid om nog volledig te kunnen worden verwijderd. Alternatieve chemotherapie brengt geen genezing.

20 februari 2010: Fransaer wordt ter gelegenheid van zijn 70ste verjaardag in Wilrijk gevierd door de Vereniging voor Vlaamse Letterkundigen (VVL), waarvan hij sedert 1992 lid is. Voorzitter Tony Rombouts draagt bij die gelegenheid enkele afscheidsgedichten van Fransaer  voor.

17 juli 2010 : Overlijdt op 75 jarige leeftijd in het O.L.V. – ziekenhuis te Asse.

Epiloog

17 juli 2015: Precies vijf jaar na Fransaers overlijden wordt op initiatief van de heemkundige kring van Moorsel en de stad Aalst een gedenkplaat onthuld op de voorgevel van Fransaers geboortehuis.

 

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Referenties

  • Iris Van de Casteele, interview afgenomen op 18 januari 1991 voor het weekblad “Vrij Maldegem”. (klik op link voor het volledige interview)
  • Frans Auwelaert, Frans Fransaer in de rubriek ‘De kleine garnaal’ van het tijdschrift Zacht Lawijd jg; 20 nr 2 juni 2021, pp 31-49

SMAAKMAKER

PROLOOG IN ANTWERPEN

Ik was aangemonsterd voor de Karibu. De dokter van de pool had me de zesmaandelijkse cholera-injectie toegediend en daarna was ik eerst bij Miet en dan in de Viking blijven hangen.

Meestal ging ik onmiddellijk naar het waterschoutsambt aan de Scheldekaaien mijn zeemansboekje inleveren. Maar die morgen had ik mijn lief weergezien. Met een andere, zeker een stuk employé of een schoolmeester, zijn kop in een das gedraaid. Ze had me bemerkt en me arrogant aangekeken. Ze wist dat ik stempelen moest. Ze wou geen zeeman en ik geen bazig landrottenwijf. Het ws uit. Gedaan. Ik betaalde en verliet de Viking. Maar Caso Fernando en Lanzarote liep ik nooit voorbij. Zo kwam het dat ik als laatste van de Karibu de monsterrol ondertekende. We moesten de volgende dag om vijftien uur aan boord zijn. Bestemming Oost-Afrika. Ik had nog één dag, een eeuwigheid waar ik tegenop zag. Dus deed ik maar de cafeetjes van Brouwersvliet tot Centraal-Station. Zodat het nacht werd – een frisse lentenacht – toen ik dronken bij Manuel en Carmen belandde, een Spaans paar dat in de Lange Herentalse Straat een restaurantje boven water hield en waar ik op elk uur van de dag of de nacht welkom was, de enige plaats in heel Antwerpen waar ze mij bij mijn naam noemden.

Uit: M.S. Karibu, p. 5

DE AFGELOPEN PADEN

Nu rust
elk vroeger branden uit.
En asse
wordt misschien nog vlees,
herboren aan de omphalos
in het verschroeide licht.
De kruimels
van de armendis
vervagen in het okergeel
van Dorische metopen.
Als
een
catharsis
verhardt mijn uur
de afgelopen paden.

Uit: Gebed zonder goed einde (1983)

PATMOS

Heel onverwacht krijgt helend
licht mij in zijn greep.
Roos de ochtendtinteling, de middag
blauwselt zee en huizen,
de avond vlamt met paars.
Ik vond het ezelspad naar Chora,
rots en monasterium, de holte waar
Sint-Jan in ballingschap de stemmen
hoorde.
– Schrijf wat je ziet en stuur dit naar
Efese, Smyrna, Pergamon…
Mijn innerlijk oog herkent.
Wie ziet hoeft geen verklaring.
Hoe rijk ook de iconen, franje worden ze,
hier openbaren kale rotsen meer dan
duizend byzantijnse kruisen.
Al schijnen de flitslampen van de toeristen
feller dan de gouden kandelaar van de engel,
ik blijf grenzenoverschrijdend in het
duister van de grot,
verzoend met alles
incluis mijn rebellerend lot.

Uit: Kon ik maar boezoeki spelen (1998)

 

BIBLIOGRAFIE

De gegevens van deze bibliografie werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen.
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • Piet Devos: Van reuzen tot dwergen. Bibliografie – Vlaamse schrijvers in de 20ste eeuw – Eerste drukken. Kortrijk, eigen beheer 2007
  • POËZIECENTRUM vzw – Gent

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.

Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij  Uitgeverij 1ste druk
1979 M.S. Karibu. (roman)

Omslag: Raf Suttels.
24 augustus 1984 e v : M.S. Karibu verschijnt als een dagelijks feuilleton in de Vlaamse zusterkranten De Standaard en Het Nieuwsblad.
Fransaer 2 Leuven: De Clauwaert V.Z.W. -157p.

Reeks: Vierde boek in het uitgavenplan 1978/79 van Boekengilde De Clauwaert
Afmetingen: 20 x 12.50 (gebonden – harde linnen kaft met stofomslag)
Gedrukt en gebonden bij Scheerders van Kerchove N.V. Sint-Niklaas.
1983 Thanatos en de Zee. (roman)

Omslag: Wilfried Smets.
26 september tot 10 december 1990: Thanatos en de zee wordt in afleveringen gepubliceerd in de Gazet van Antwerpen.
Fransaer 7 Leuven: De Clauwaert V.Z.W.  -175p.

Reeks: Vierde boek in het uitgavenplan 1983/84 van Boekengilde De Clauwaert
Afmetingen: 20 x 12.50 (gebonden – harde linnen kaft met stofomslag)
Gedrukt en gebonden bij Scheerders van Kerchove N.V. Sint-Niklaas.
1983 Gebed zonder goed einde. (dichtbundel)

Omslag en grafische vormgeving: Julien Vangansbeke
Fransaer 5 Drongen: Yang. -39p.

Reeks: Yang poëzie reeks ; vol 110
Afmetingen: 20 x 11.60 (ingenaaid)
Druk Vita, Zingem
1986 Onderdak vinden. (dichtbundel)

Omslag: ‘Zeezicht’ Harold Van de Perre.
Bevat de cycli: Ontkomen aan de memel; Kom over de brug; Tot de kin.
Fransaer 4 Meerbeke: Uitgeverij Point. -42p.

Reeks: Point jrg. 2, vol 9
Afmetingen: 21 x 14.30 (ingenaaid)
1989 Vasalis en de zee. (roman)

Productie: Leo Peeraer.
Omslagontwerp: Gregie de Maeyer.
Illustratie omslag: Haven van mijn jongen.
Floris Jespers © Erven Fl. Jespers.
Fransaer 6 Leuven: De Clauwaert. -56p.

Reeks: Novellenbibliotheek nr. 94
Afmetingen: 19.50 x 12 (ingenaaid)
Gezet in Garamond 2 14/14
Gedrukt en gebonden bij Scheerders van Kerchove N.V. Sint-Niklaas.
1992 Motorschip Mokaria. (dichtbundel) Brussel: Uitgeverij De Distel. -36p.

Afmetingen: 22 x 15 (ingenaaid)

1993 Ingelijst. (dichtbundel)

Omslag: “Ritmiek I” , hout, 100 x 100 cm. Werk van Huguette De Wit, geboren te Elewijt op 6.10.1934.
Fotografie: Chris Van der Burght
Fransaer 1 Meerbeke: Uitgeverij Point. -38p.

Reeks: Point jr.6, nr.28
Afmetingen: 21 x 14.50 (gebrocheerd)
1998 Kon ik maar de boezoeki spelen. (dichtbundel)

Foto kaft: Kos. Asklipio. Zuilfragment.
Fransaer 3 Asse: Uitgeverij De Distel. -43p.

Afmetingen: 22 x 14.80 (gebrocheerd)

Gebloemleesd in:

2002 DISTELBLOEMEN UIT NOORD EN ZUID EN ELDERS.: 49 dichters en dichteressen ondergebracht in één bloemlezing.

Kaftbeeld Distelbloemen: Flor Smet (1914-2001)..
Uitgegeven t.g.v. het twaalfjarige bestaan van uitgeverij De Distel.

Asse: Uitgeverij De Distel.

Afmetingen: 22 x 14.80 (gebrocheerd)

2008 Serenades voor een straatmus : 1950-2006 / Bernard Rowières, Anton van Wilderode, Frans Fransaer, … [et al.] Brussel: Uitgeverij De Distel. -56p.

Reeks: Gedichten/De Distel.