home | Inloggen
Aantal schrijvers: 531 | Aantal boeken:

15464

Zetternam, Eugeen

Maakt deel uit van: ,

Eugeen Zetternam

Antwerpen, 4 april 1826 – Antwerpen, 10 oktober 1855

 

Een verontwaardigd rebel

Eugeen Zetternam, pseudoniem van Judocus Josephus Diricksen, was ambachtsman (huis- en meubelschilder), romanschrijver, toneelschrijver, essayist en kunstcriticus.
Verdere schuilnamen zijn A.M. Alberts (de naam van zijn moeder), J.D. en L. Ysendyck

 Wordt door Ger Smook een ‘verontwaardigd rebel’ genoemd. Vanuit zijn specifieke positie (geen degelijk onderwijs, bescheiden beroep als huisschilder, grote bestaansonzekerheid) ontwikkelt hij een sociaal bewustzijn en een verregaande sympathie met de arbeidersklasse.

Tevens maakt hij zich als autodidact de sociaaleconomische theorieën eigen die in Europa opgeld maakten.

Zijn sociaalkritische teksten verschijnen rond het revolutiejaar 1848. 

Als men bedenkt dat Zetternam in 1848 pas 22 jaar is en men zijn palmares bekijkt, moet men wel beseffen dat hier een origineel en vroegrijp talent aan het werk is.

 

BIOGRAFIE

4 april 1826: Werd als Judocus, Josephus Diricksens geboren te Antwerpen in een verarmd kleinburgerlijk Antwerps milieu.

  • Traumatische jeugd. Zijn vader (een letterzetter) werd wegens diefstal veroordeeld – het pseudoniem verwijst op een wrange manier naar de ‘zetter’ die ‘nam’ – en pleegde zelfmoord.
  • Toch stamt Zetternam uit een rijk weversgeslacht. Zijn grootvader kon van zijn renten leven. Zijn andere grootouders weren eveneens bemiddeld. De gevangenisstraf van zijn vader maakte echter abrupt een einde aan de welstand van de familie. Een rijk gestoffeerd huis aan de Antwerpse Ossenmarkt moest worden geruild voor een benepen achterhuis.
  • Hij was voorbestemd tot een ambachtelijke loopbaan. Ondanks materiële tekortkomingen zorgde zijn moeder ervoor dat de jonge Judocus een ruime culturele opvoeding kreeg. Hij sloot zich aan bij het Antwerps leesgezelschap De Ongeachten waartoe ook Lodewijk Gerrits en August Snieders behoorden.

1837-1838: Volgde in de jaren 1837 en 1838 een opleiding aan de academie in de ‘klas van sieraden’.

1841-1842: Zijn moeder koesterde reeds toen de hoop dat haar zoon kunstenaar zou worden en stuurde hem naar de lessen figuurtekenen. Zelf gaf ze hem Franse les. 

1844: Op zijn achttiende werd hij verliefd op een vier jaar ouder weesmeisje Anna Joanna de Ridder. Zijn moeder wilde niets van deze verhouding weten. Het weesmeisje werd zwanger en op zijn twintigste werd hij vader.

1845:  Debuut met ‘Rowna, eene fantastische legende’, een erg geforceerde hyper-romantische novelle over de helse wraak van een zigeunerin, geheel naar de aard van de Franse fantastiek en gruwelromantiek.

  • Het werkje werd positief onthaald door zijn generatiegenoten Hendrik Conscience en Jan van Beers, die hem in de Antwerpse bibliotheek uitnodigden voor een gesprek en met wie hij een hechte vriendschap sloot.

1845: Eugeen werd door loting tot de dienstplicht geroepen en werd in 1847 voor twee jaar worden ingelijfd.

1846: Op aandringen van zijn moeder vertrok hij op 10 maart 1846 naar Gent om werk te zoeken als huis- en meubelschilder. Meestal was hij werkloos, woonde op een zolderkamertje en leed – als velen in die tijd – honger. Hij wordt er geconfronteerd met de maatschappelijke ellende van het stedelijk proletariaat, dat hem diep treft.

  • De Gentse leraar Jacob Frans Heremans, een jeugdvriend, stelde hem zijn bibliotheek ter beschikking  en hem bracht hem in contact  met ondermeer Karel Ledeganck, Ferdinand Snellaert en Prudens van Duyse.
  • Hij werd medewerker van o.m. De Broedermin van Gent, De Gazette van Gent, De Gentsche Telegraef en Het Taelverbond. Voorts maakte hij vertalingen uit het Duits voor het tijdschrift De Eendragt en begon hij wijsbegeerte, geschiedenis en wetenschap te studeren.
  • Vooral om voordeliger aan boeken te geraken werd hij lid van de maatschappij De Tael is Gansch het Volk.

1846: Op oudejaarsavond  keerde Zetternam naar Antwerpen terug. Hij bleef echter goede contacten met Gent onderhouden, onder meer als medewerker aan Artevelde of den burger demokraet (1848 – 1852), een flamingantisch centenblad.

1846:  Zetternam was ook een van de zeldzame theaterauteurs die vanuit een theorie en een opvatting over het drama vertrok. Zijn korte leven heeft verhinderd dat hij ze helemaal heeft uitgewerkt.

  • In Margaretha van Constantinopel (1846) slaagt hij erin om de uitwerking en diepere betekenis van het thema te leggen in de actie van personages zelf en al te verbaal geweld, pathetische verklaringen en gekostumeerde burgerlijkheid te vermijden.
  • In het postuum uitgegeven stuk De vrouw van Egmont (1859) bouwt hij zorgvuldig aan een verhaallijn die in een logisch en ongeforceerd slot uitmonden.

1847-1849: Vervulde zijn militaire dienstplicht.

1847: In Bernart de Laet  “een roman uit de middeleeuwen“, geschreven voor en tijdens zijn legerdienst, manifesteert hij zich voor het eerst als een sociaal bewogen auteur.

  • Hij grijpt terug naar een pseudo-historische enscenering – die overigens weinig overtuigt -, geeft een nogal grotesk aandoende intrige ten beste, maar slaagt er toch in het ontwakend sociaal bewustzijn van de 19de eeuw goed weer te geven.
  • Bernart de Laet  gaat over klassenongelijkheid, macht en opstand. Hij besluit het werk met het fundamentele inzicht dat een revolutie wel nieuwe figuren of klassen kan aan de macht brengen, maar dat juist het probleem van de macht blijft bestaan en dat de nieuwe machtshebbers de fouten van hun voorgangers zullen herhalen; macht corrumpeert noodzakelijkerwijze.

1848: HET REVOLUTIEJAAR.

  • In zowat alle landen van Europa brak een sociale revolte uit. Het meest indruk maakte de Februari-revolutie te Parijs, die bloedig uit elkaar werd geslagen.
  • In België waren heel wat geheime genootschappen aan het werk, beroepsrevolutionairen en agitatoren van allerlei pluimage konden hier rustig werken enorme hongersnoden teisterden in de tweede helft van de jaren veertig het land, maar de revolutie kreeg hier geen kans. De regering reageerde koelbloedig en zette enige ongewenste vreemdelingen – onder wie Karl Marx, wiens Communistisch Manifest in februari 1848 was gepubliceerd – het land uit. Het verstevigde de positie van de regering en het aanzien van het jonge land. De liberalen wonnen in de parlementsverkiezingen van juni, wat aanleiding tot een zeer hevige scholenstrijd zal geven. Verder bleef het in België rustig.

Dat dit klimaat van maatschappelijke gisting Zetternam beïnvloed heeft, kunnen we zeker aannemen.

In 1848 schrijft Zetternam o.m. De Tooverdoos, een allegorich verhaal waarin hij op afstandelijke wijze de problematiek van macht – historisch en actueel – gestalte geeft. Zetternam gelooft niet in revoluties, hoewel hij ze wellicht onvermijdelijk vindt. Zijn engagement beperkt zich tot –via zijn geschriften – een reconciliërende pacifistische ingreep, utopisch misschien, maar waarin de broederliefde en de solidariteit tussen de klassen het halen op de in het marxisme zo belangrijke klassenstrijd.

1848:  Zijn meest succesvolle roman, Mijnheer Luchtervelde (1848), beschrijft indringend de miserabele werk- en leefomstandigheden van de Gentse arbeiders.  Dit verhaal over een arbeidersgezin dat van het ene ongeluk in het andere terechtkomt maar tenslotte toch een soort van utopisch geluk vindt, speelt zich af in de Gentse Kuip.

  • Mynheer Luchtervelde werd in 1848 bekroond met het Gouden Eermetaal in den wedstrijd voor den zedenroman, uitgeschreven door de Gentse Maatschappij van Vlaamsche letteroefening De Tael is Gansch het Volk.

Mijnheer Luchtervelde is een voor zijn tijd een merkwaardige en ingewikkelde roman, ook op het niveau van structuur en vertelstandpunt. Zo hanteert Zetternam tot driemaal toe de techniek van de flash back, waarin telkens een hoofdpersonage zijn levensbiecht spreekt.

1847-1848: Vermeldenswaard zijn de verhalen die hij in deze periode schreef. Ze munten uit door  rake observatie en typering. Ze hebben elk hun eigen toon.

  • Voor twee centen minder (1847): een scherpe en bijtende aanklacht tegen de onderkruiperij bij geschoolde arbeiders
  • Schets uit het werkmansleven (1847): een nuchter en onderhoudend portret van twee arbeidersgezinnen.
  • Hoe Pietje Triste fortuin deed (1847): een humoristisch verhaal van een laat liefdesavontuur van een oude jonkman.
  • Brokken uit het gedenschrift van een koperen knop. (1848): een satire op militaire toestanden.

Een appreciatie: “Voor wat de sociale literatuur betreft is Zetternam een voorloper, dat lijdt geen twijfel. In Noord en Zuid was hij de eerste die trachtte de oorzaak van de ellende te doorgronden.  Hij meende die te vinden in de genadeloze concurrentie; om het euvel te verhelpen verlangde hij geen openbare liefdadigheid, maar een wettelijke regeling en dat brengt hem op dezelfde lijn als Louis Blanc en Jacob Kats. Sociaal allerminst een echte voorloper dus; als sociaal romancier evenwel stond hij  evenwel als eerste in de rij.” (Ludo Stynen, Een mens van goede wil p.58)

1849-1852: VERBURGELIJKING  EN  SOCIAAL ENGAGEMENT IN DE VLAAMSE BEWEGING

1849: Huwelijk met Anna Joanna de Ridder, met wie hij reeds twee dochters had.

  • Volgens zijn biograaf F.J. Van den Branden omdat ‘de plicht hem gebood zich met haar te verbinden.’ Samen zouden ze drie dochters krijgen.

1849: Na zijn legerdienst vestigt hij zich als huis- en meubelschilder te Antwerpen.

Het mislukken van de revoluties in 1848 lijkt Zetternam gelijk te geven in zijn fatalisme. Hij voelt zich in zijn sociale strijd wat uitgeschreven en verlegt zijn aandacht. Hij ontwikkelt zich tot een Vlaamsgezinde, sociaal geëngageerde en door zijn tijdgenoten zeer gewaardeerde schrijver.

  • Opmerkelijk is dat Zetternam in zijn sociale strijd nooit ook maar een enkele allusie gemaakt heeft om beroep te doen op politieke middelen om tot lotsverbetering te komen, wel menig oproep tot solidariteit. Wanneer hij zich vanaf 1849-1850 richt op de Vlaamse zaak is het politieke engagement een nieuwe factor in zijn handelen worden.

1849: In een rede voor het eerste Nederlandse Taalcongres werpt Zetternam zich op als een enthousiast organisator van de Vlaamse strijd. Hij gaat tekeer tegen de onderlinge verdeeldheid, roept op om via vlugschriften- waarvan hij er talrijke zal schrijven –  en de oprichting van comités alle Vlamingen op de hoogte te houden van de gang van zaken.  Voor hem was taalbelang gelijk aan materieel belang.

1850: Naar aanleiding van de bespreking van de wet op het middelbaar onderwijs in de Kamer, breekt Zetternam een lans voor degelijk Nederlandstalige onderwijs, voor goede handboeken en voor volksontwikkeling als dusdanig.

1850: Wanneer vrienden en bewonderaars Conscience willen huldigen in ‘Voor Tael en Kunst’ weet Zetternam van dit eenvoudige feest een vaderlandse manifestatie van alle Vlamingen te maken. Hij negeert bestaande vetes en neemt de gelegenheid te baat om zoveel mogelijk de verzoening tussen de Vlamingen te bewerkstelligen. Concreet impliceert dit dat Hendrik Conscience wordt voorgedragen als kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen. Zetternam werkt dag en nacht voor de campagne van zijn vriend. Conscience verliest met slechts een miniem stemmentekort. Toch een behoorlijk resultaat in een periode dat zowel liberalen als katholieken de Vlaamse beweging tegenwerkten.

In zijn werk treedt een proces van verburgerlijking in.

Toch getuigen schetsen en verhalen uit zijn laatste jaren van een blijvende, nu veeleer paternalistisch bekommering om het lot van de arbeider.

  • In Een middeltje om ryk te worden (1853)  zien we de paternalist aan het woord. Geschreven als steun voor de emigratiepolitie van het provinciaal gouvernement, is dit –ongewild- een van de schrijnendste werken uit de Vlaamse 19de eeuwse literatuur. Ondanks zijn fictioneel karakter is het in in feite een vademecum geworden voor veroordeelden, recidivisten en marginalen, die indien ze van goede wil zijn, in de VS een nieuw leven kunnen beginnen en tot welstand geraken.

1852 -1855: AANDACHT VOOR KUNST

1852: In de roman Arnold de Droomer gaat hij op zoek naar de psychologie van de individuele kunstenaarsziel. Het idealisme lijkt in de plaats gekomen van het materialisme.

1853: In De wonderbare avonturen eener oude schildery  heeft een getalenteerd kunstenaar recht op een hogere plaats op de sociale ladder,, terwijl in Hoe men schilder is (1855) en in Tafereelen uit het leven eens kunstschilders (1854) Frans modewerk een veelbelovend kunstenaar ten onder brengt.

1855: Zeer gewaardeerd in zijn tijd is zijn tekst Bedenkingen op de Nederlandsche schilderschool

  • De tekst is een spiegel voor tijdgenoten en is gebaseerd op nationalistische opvattingen en bevat een maatschappelijke analyse die ook aan de basis moet hebben gelegen van Zetternams belangrijkste sociaal-geëngageerde werken.

1855: Stichtte samen met J.F.J. Heremans en  Julius De Geyter het literaire tijdschrift “De Vlaamsche School” (1855-1862). 

  • De bedoeling is nationaal: anti-nationale invloed moet worden bestreden, de zucht naar zelfontwikkeling gepropageerd. Het doel is zo belangrijk dat Zetternam opnieuw alle Vlaamse krachten wil bundelen, zelfs zijn vroegere rancunes tegen critici die zijn werk negeerde vergeet:

‘Onze taek is zoo groot, dat de vereeniging van al de krachten die in onzen stam zuiver en onverbasterd overgebleven zijn, niet overbodig is om te gelukken’ (De Vlaemsche School, 1,1,1855, 1-6,6)

  • Zijn krachten waren echter totaal uitgeput en meer dan De Vlaemsche School boven de doopvont houden heeft hij niet meer kunnen doen.

10 oktober 1855: TBC en een hersenziekte maakte een vervroegd einde aan het leven van deze talentvolle literaire ambachtsman.

Epiloog

Zijn overlijden in 1855 zorgde voor een schokgolf binnen de literaire beau monde maar na minder dan een decennium was hij al vergeten.

Enkel sommige flaminganten hielden zijn naam in ere.

Hier hebben wy den doode
Al weenend neêrgeleid.
Nog is met geene zode
Zyn grafterp overspreid;
Nog ‘t rouwkleed niet versleten
Waer ieder meê verscheen, –
En is hij reeds vergeten?
Ik sta hier gansch alleen …
   (J. de Geyter, Op Zetternams graf, fragment)

15 december 1871: De publicist Jan Boucherij richtte te Gent de Zetternamskring op.

  • De Zetternamskring was aanvankelijk een politiek neutrale Vlaamsgezinden vereninging van overwegend onderwijzers. De kring organiseerde culturele activiteiten  en gaf van 1873 tot 1875 een jaarboekje uit. Na het vertrek van Boucherij in 1873 kreeg de kring een uitgesproken liberale strekking.

Zetternam mag dan na zijn dood bij literatoren in de vergetelheid zijn beland, voor de opkomende Gentse socialistische arbeidersbeweging aan het einde van negentiende eeuw was hij een cultfiguur.

  • De realiteit simpeler voorstellend dan zij was, beschouwden ze hem als de enige Vlaamse arbeider-romanschrijver die tot de socialistische beweging behoorde.
  • Zetternams verhalen werden geregeld als feuilleton gepubliceerd in de partijkrant Vooruit.
  • De Gentse socialistische voorman Edward Anseele deed in het voorwoord van zijn eigen roman Voor’t volk geofferd (1881) een oproep: “… Dat een tweede Zetternam opsta, en met zijn pen keert hij Vlaanderen voor de helft om”. Zetternam was een dankbare figuur voor een beweging die “geesteswanten” zocht in het verleden.

 

Een beknopt overzicht:

Zijn belangrijkste prozawerken:

  • Bernhart de Laet (1847)
  • Mynheer Luchtervelde : waerheden uit onzen tyd (1848)
  • Tantje Mortelmans (1850)
  • Simon Cokkemoes (1850)
  • Arnold de droomer (1852).

Zijn belangrijkste toneelstukken:

  • Margaretha van Constantinopel (1846)
  • De vrouw van Egmont (1859).

Zijn Vlaams engagement blijkt uit:

  • Iets over de Vlaemsche beschaving, (1849)
  • Het bestuur en de natie (1850), en van politieke pamfletten en toespraken.

Voorts schreef hij over het schilderen als kunst

  • Bedenkingen op de Nederlandsche schilderschool, 1855

en als ambacht

  • Handboek voor huis- en meubelschilders, vergulders, 1853).

Tenslotte stichtte hij een wetenschappelijk tijdschrift

  • De Vlaamsche School

Meer over E. Zetternam

  • Branden, F.Jos. 1905. Eugeen Zetternam. Volksschrijver.(1826-1855). Antwerpen: Boek- en Steendrukkerij Jan Boucherij.
  • Marc de Kock: Zetternam en het sociale probleem in Vlaanderen, in: Nieuw Vlaams tijdschrift, jrg. 7 (1953), p. 958-975.
  • Ger Schmook: Zullen wij, al dan niet, de Vlaamse romantiek voor de historie afschrijven, bijvoorbeeld als tijdsdocument?, in: Ger Schmook: Al om niets (1966), p. 5-38
  • Bert Brouwers: Literatuur en revolutie. Dl. II: De Vlaamse literatuur en de revolutie van 1848 (1971) blz. 192-242.
  • Ger Schmook: Ce pauvre Zetternam, in: Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (1982) afl. 2, p. 195-225
  • Ludo Stynen: Eugeen Zetternam (1826-1855) : ambachtsman en flamingant, schrijver, polemist en kunstcriticus, in: Kruispunt, vol. 33 (1992) nr. 142, p. 126-188
  • Luc Bouva: Diricksens, Joos J. in: Nieuwe encyclopedie van de Vlaamse Beweging (1998).
  • WAUTERS, K., Het Vlaamse fictionele proza van Conscience tot Loveling. In: Hoofdstukken uit de geschiedenis van de Vlaamse letterkunde in de 19de eeuw. Deel 1. P147-310

Geraadpleegde bronnen

Websites

Referenties

  •  WAUTERS, K., Het Vlaamse fictionele proza van Conscience tot Loveling. In: Hoofdstukken uit de geschiedenis van de Vlaamse letterkunde in de 19de eeuw. Deel 1. P147-310.
  • Ludo Stynen, Een mens van goede wil: Eugeen Zetternam, pp 50-68, in: Karel Wauters (red.), Verhalen voor Vlaanderen. Aspecten van het Vlaamse fictionele proza tot aan de Tweede Wereldoorlog. Uitgeverij Pelckmans, Kapellen. 308p.

BIBLIOGRAFIE

Een woordje vooraf

  • Het handschrift van zijn geschiedkundige roman: Philips de Goede te Antwerpen, is verloren geraakt.
  • Buiten deze werken gaf Zetternam nog vele bijdragen, soms ook naamloos en dan weer onder de pseudoniemen: L. IJsendijck, Albrechts of onder de beginletters J(ozef) D(iricksens), in de bladen: De Broedermin van Gent, De Gazette van Gent, De Gentsche Telegraef, De Gazette van St. Nicolaes, Der Nördischen Telegraph enz., alsmede in de tijdschriften: Het Taalverbond, De Eendracht en De Vlaamsche School.

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience –Antwerpen.
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles
  • Universiteitsbibliotheek – Gent.

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klik op de foto

Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1845 Rowna, eene fantastische legende. (novelle)

Onvervalste gruwelromantiek, duidelijk geïnspireerd op Victor Hugo’s ‘La ronde du Sabbat’ zoals blijkt uit de gebruikte motto’s.

Antwerpen: P. Janssens-Jacobs. -93p.
1846 Margaretha van Constantinopelen, drama in vier bedrijven. (toneel) Antwerpen: P. Janssens-Jacobs. -155p.
1846 De Zwanen. (symbolisch poëtisch verhaal) Antwerpen:
1847 Voor twee centen minder. (korte zedenroman)
Bijtende aanklacht tegen de onderkruiperij bij geschoolde arbeiders
Antwerpen: J.E. Buschmann. -61p.
Reeks: Volksleven -Antwerpen, 1847; vol. 1
1847 Schets uit het werkmansleven. (verhaal)
Portret van twee arbeidersgezinnen met hun hoedanigheden en kleine gebreken
Gent: H. Hoste. -156p.
1847 Bernhart de Laet, roman uit de Middeleeuwen. (roman) Gent: H. Hoste. -156p.
1847 Hoe Pietje Triste fortuin deed. (verhaal)
Humoristisch en meewarige beschrijving van het late liefdesavontuur van een oude jonkman.
Antwerpen. In: Het Taelverbond, Letterkundig Tijdschrift, 1847-1848, 3e jaargang, 4e deel, p.145-167.
1848 Mynheer Luchtervelde, waerheden uit onzen tyd. Met eene teekening van Ed. Dujardin (roman)

  • Bekroond met het Gouden Eermetaal in den wedstrijd voor den zedenroman, uitgeschreven door de Gentse Maatschappij van Vlaamsche letteroefening De Tael is Gansch het Volk.
  • Sterke realistische evocatie van het Gentse werkmansmilieu – getemperd door een erg romanesque intrige.
Antwerpen: J-E Buschmann. -199p

Elektronisch beschikbaar via Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren

1848 De Tooverdoos. Vertelsel. (allegorie op de strijd tussen de adel de burgerij en de arbeiders) Antwerpen: J-E Buschmann. -91p.
1848 Brokken uit het gedenkschrift van eenen koperen Knop.

Satire op militaire toestanden.
Gent:
1848 Eenige bedenkingen over de toekomst van schilders en schilderkunst by het doorwandelen der tentoonstelling te Brussel. Antwerpen.
1849 Een kopje te veel. Gent:
1849 Iets over Vlaemsche beschaving: ter gelegenheid van een artikel der Revue des deux Mondes over Hendrik Conscience. Antwerpen: August Janssens. -16p.

Overdruk uit: De Moedertael. – (1849)

1849 Over eene verbindtenis tusschen alle dorpen van Vlaemsch-België. (redevoering) Gent:
1850 Het bestuur en de natie. Antwerpen: August Janssens. -29p.
1850 Tantje Mortelmans Losse karakterschetsen. (novelle)

In geen enkel Vlaams werk wordt zo suggestief de honger uitgebeeld. Spijtig dat het uitloopt op een kortzichtige pleidooi voor liefdadigheid.
Gent: drukkerij van ‘de Broedermin’. -60p.
1850 Een woordje over de overdekking der Beurs, door eenen liefhebber. Antwerpen: August Janssens.
1850 Simon Cokkemoes, historisch tafereel.. (historische roman)

Bekroond met het gouden eermetaal in den letterkundigen Pryskamp der stad Deynse.
Antwerpen: J-E Buschmann. -67p.
1851 Burgerregt. (vlugschrift) Antwerpen : Aug. Janssens Godaert. -14p.
1851 Eene zonderlinge bedelares. (verhaal) Antwerpen: J-P van Dieren. -84p.
1851 Redevoering uitgesproken op het feest den Heere Hendrik Conscience aengeboden. Antwerpen.
1851 Redevoering over den Nederlandschen boekhandel. Brussel.
1851 Gedichten op de dood der koningen der Belgen. Antwerpen: J-E Buschmann. -15p.
1852 Arnold de droomer. (roman)
Met 4 platen van J. Bertou.
Antwerpen: Hendrik Peeters. -226p.
1852 De Aennemer, verhael uit het burgerleven. Antwerpen: Hendrik Peeters. -200p.
1853 Handboek voor huis- en meubelschilders, vergulders enz.(handboek) Gent: L. Hebbelynck. -82p.

Reeks: Uitgaven van het Willems-Fonds. – Gent; vol. 9
1853 Een middeltje om ryk te worden. Volksverhael.

  • Geschreven als steun voor de emigratiepolitie van het provinciaal gouvernement, is dit –ongewild- een van de schrijnendste werken uit de Vlaamse 19de eeuwse literatuur.
  • Vademecum voor veroordeelden, recidivisten en marginalen, die indien ze van goede wil zijn, in de VS een nieuw leven kunnen beginnen en tot welstand geraken.
Gent: B. De Vos. -120p.
1853 De Kimrische diluvie. (historische roman) Antwerpen: Drukkerij C. De Backer. -198p.
1854 De wonderbare avonturen eener oude schildery. Eenige typen. Antwerpen: gebr. Peeters. -84p.
1854 Tafereelen uit het leven eens kunstschilders. Gent:
1854 Modezucht, volksdrama in vier tafereelen. (toneel)

Hoewel de jeugd doorlopend bedreigd wordt, zal zij toch zegevieren. Sentimentaliteit en de conventies van het genre camoufleren nog de trefzekerheid waarmee Zetternam de cruciale dramatische momenten schilderde.
Gent:
1854 Hel en duivel, een ware gebeurtenis. Gent:
1855 Hoe men schilder is.

Illustraties: E. Dujardin.
Gent: Eug. Vanderhaegen. -226p.
1855 Bedenkingen op de Nederlandsche schilderschool. (essay) Gent : Boek-en steendrukkerij van L. Hebbelynck.  -111p.

Reeks: Uitgaven van het Willems-Fonds. – Gent; vol. 18

POSTHUME UITGAVEN

1859 De vrouw van Egmont, drama in vier bedryven. (toneel) Postuum uitgegeven Gent: Van Doosselaere. -48p.
1876 Uitgave Volledige werken. (2dln)

met levensschets door F.J. van den Branden.
Antwerpen: L. Legros. -1.031p.
1878 Vlugschriften over Vlaamsche beweging. Antwerpen: L. Legros.