home | Inloggen
Aantal schrijvers: 536 | Aantal boeken:

15559

De Bo, Leonard Lodewijk

Maakt deel uit van: ,

Leonard Lodewijk De Bo

Beveren-Leie, 27 september 1826 – Poperinge, 25 augustus 1885


West-Vlaamse priester-leraar en later deken te Poperinge. Taal- en dialectonderzoeker, met als bekende werk zijn Westvlaamsch Idioticon.

Behoort tot de zogenaamde eerste generatie West-Vlaamse auteurs (die van Guido Gezelle zelf).
Andere belangrijke generatiegenoten zijn: Adolf Verriest (Deerlijk 1830—Kortrijk 1891); Victor L. Huys (Geluwe 18 juni 1829 – Zillebeke 9 januari 1905);
De Bo was een bekwame leraar poësis en retorica, een gedegen lexicograaf, maar bezit niet het taal instinct en de meesterschap over de taal die Gezelle had.

BIOGRAFIE

27 september 1826: Leonard Lodewijk De Bo werd in Beveren-Leie geboren.

  • Hij groeide daar op als oudste van vijf, met vier zussen, in de wijk De Rode Poort.

1840: Begon -op zijn veertiende- te studeren aan het college te Tielt.

  • Tijdens zijn studies was hij een primus van de klas, en hij ontwikkelde diverse buitenschoolse interesses.
  • Toen hij studeerde aan het college van Tielt, interesseerde hij zich voor de sterrenwereld;

1847: Seminarie te Brugge

  • In deze periode begon hij traditionele volkse West-Vlaamse woorden en uitdrukkingen te verzamelen, een verzameling die later zou uitgroeien tot het fabuleuze “Westvlaams Idioticon

15 maart 1851: Door Mgr. Malou, de bisschop van Brugge, tot priester gewijd.

1 april 1851: Benoemd tot hulppriester in Assebroek.

1 oktober  1851: Aangesteld aan het Brugse Sint-Lodewijkscollege. Hij zou 22 jaar (tot 1873) werken als opvoeder in de poësis en retorica.

1870-1873: Publicatie van zijn “Westvlaams Idioticon”. (2de druk 1890-1892).

  • De aandacht voor de dialectstudie –al dan niet in het raam van de vooral in West-Vlaanderen sterk ontwikkelde particularistische taalbeweging – paste in een groter taalkader. Naast het Westvlaams idioticon van deken De Bo – vanaf 1881 aangevuld door zijn vriend Gezelle in diens tijdschrift Loquela – was er Schuermans’ Algemeen Vlaamsch idioticon, uitgegeven door het Leuvens genootschap “Met Tijd en Vlijt” (1865-1870), en, net nog binnen deze periode, het Hagelandsch idioticon van Tuerlinckx (1886).
  • De eerste aflevering verscheen in 1870 bij Beyaert-Defoort in Brugge, en was gedrukt door E. Gaillard, een van z’n oud-leerlingen. De laatste aflevering verscheen in 1873, wat resulteerde in een totaal van meer dan 28.000 West-Vlaamse woorden over 1500 bladzijden. Het werk kostte toen 35 frank. Het Westvlaamsch Idioticon werd van 1890 tot 1892 heruitgegeven door Joseph Samyn uit Menen. In 1970 en 1976 werden fotografische herdrukken uitgebracht door uitgeverij Familia et Patria uit Handzame.

9 juli 1873: Pastoor te Elverdinge bij Ieper.

1873: Publicatie van “Gedichten” te Brugge. Hij droeg de bundel op “aan de leerzame jeugd, hopende dat zij haar dankelijk en profijtig zullen zijn”.

Een verzameling gedichten van hemzelf, maar ook van zijn leerlingen die voorgelezen werden op de jaarlijkse plechtige prijsuitreiking van het Sint-Lodewijkscollege te Brugge aan het eind van het schooljaar in augustus. ‘Gedichten’ is duidelijk een schoolse aangelegenheid, verschenen vlak voor zijn vertrek als pastoor naar Elverdinge.

De Bo leverde verder ook nog bijdragen in De Katholijke Zondag, in Rond den Heerd, in De Toekomst en in de Handelingen der gilde van Sinte-Luitgaorde, waarin twee redevoeringen van hem voorkomen, namelijk “1o. Over de dialectische woorden en wendingen die burgerrecht in de schrijvende taal verdienen” en “2o. Waarom er geene eloquentie in het letterkundig Nederlandsch is” (Brugge, 1874 en 1875).

27 september 1882: Pastoor te Ruiselede

22 april 1884: Deken der Christenheid te Poperinge.

25 augustus 1885: De Bo overleed te Poperinge.

EPILOOG

  • Reeds enkele maanden daarna had in Tielt onder impuls van het Davidsfonds en Guido Gezelle een grootse herdenking plaats.
  • In Poperinge werd een monumentale grafkelder opgericht, op 24 augustus 1913 werd een herdenking gehouden door een algemene Landdag van het Davidsfonds.
  • Op 8 september 1935, 50 jaar na zijn overlijden, werd hij in z’n geboortedorp Beveren-Leie herdacht, en werd onder impuls van Leon Defraeye een gedenkplaat aangebracht aan de gevel van zijn geboortehuis. In 1976, 150 jaar na zijn geboorte, werd door de Beverse heemkundige kring De Clocke en het Davidsfonds in de kerk van het dorp een gedenkteken onthuld.
  • In 1985 verscheen over De Bo een bijdrage van 79 pagina’s van Michel Debrouwere en Etienne Ducatteeuw in het dertiende jaarboek van de geschied- en heemkundige kring De Gaverstreke van Waregem.
  • In Poperinge siert een gedenkplaat de gevel van het dekenaat in de Priesterstraat 18 en de stad heeft een Deken De Bolaan.

 

Jeroen Brouwers:

Wie hier uit het rijk der nevelen naar voren treedt, is Leonardus Lodewijk de Bo (1826-1885), ‘vader De Bo, zoo wij hem hieten’. Zijn kop was de eerste die Verriest begon te schetsen na zijn verhandeling over Vondel. Priester De Bo is als taalgeleerde en lexicograaf (zijn studenten begroetten hem met ‘Kiliaen deux, l’homme au dictionnaire’) terecht bekend gebleven vanwege onder meer zijn Westvlaams Idioticon (1870-1873). Hij was een strijdbaar mens, voor wie de herwaardering van de volkstaal gold als een politiek pressiemiddel in de Vlaamse strijd. Gezelle bezong De Bo in een van zijn Zielsgedichtjes als ‘die, lerend ons weleens, die woorden leerde spreken, / die hij zijn leven lang zo wel verdedigd heeft’. In de eerste aflevering (1865) van het Groot Woordenboek der Nederlandse Taal staan West-Vlaamse termen die door De Bo (en Gezelle) zijn aangeleverd.

Een opmerkelijke persoonlijkheid, die (Verriest:) ‘jaren en jaren, met die opgeraapte ganzepennen, op den rugge van de “devoirs” en op alle verdoolde bladjes papier, de woorden schreef die hij vond, die hij hoorde, die men hem bracht’. Daarover zou men gaarne meer hebben vernomen, maar de portrettist deelde mede ‘niet bijzonderlijk (te willen spreken) van die werken die zijnen naam in leven houden’. Waarvan dan wel? ‘Van den man, van den goeden, den braven man, die van iedereen gekend, bemind en bewonderd was.’ Na de buitenkant van die ‘schoone lelijke kop’, penseelde Verriest vervolgens ‘de binnenkant van dat wezen’ opdat men ‘den goeden man, den verstandigen man, den fijnen lustigen genegen man, daaruit (zou kunnen) lezen, uit wiens geest en hert, – gelijk bij avonde lichte smoor uit veie terruwland – eene mist van gevoelige stille poezij opdoomde’.

‘De Bo was een dichter’, jubelde Verriest en van de elf pagina’s die de karakterschets telt, zijn er zeven gevuld met lammenadige lyriek uit De Bo’s spaanplaten verzentabernakeltje. Als gij deze verzen leest, aldus Verriest, ‘maak dat alles buiten zwijge. Doe de vrienden zwijgen, en, heel dicht bij u zitten rondom de tafel. Doe de stove zwijgen; houd de deuren toe, en lees, half luide, in stillen maatzang’.

Met een dergelijk portret schiet men bijster weinig op: hoe liefdevol ook geaquarelleerd, de contouren en kleuren zijn voorgoed vervaagd. Kan men omtrent Leonardus Lodewijk de Bo dan tenminste nog veel achterhalen in monografieën, biografieën, biografische woordenboeken en encyclopedieën, over het merendeel van Verriests Koppen is zelfs dat niet mogelijk.

Jeroen Brouwers: Figuren die entwie en entwat waren …
De ‘Twintig Vlaamsche Koppen’ van Hugo Verriest in: DBNL Ons Erfdeel

 

 

Meer over Leonardus Lodewijk De Bo

  • VWS-Cahiers nr 161, jg.28, 1993 nr 4, Leonardus, Lodewijk De Bo. Auteur: Roland Willemyns.

 

Geraadpleegde bronnen

Websites

Referenties

  • Ada Deprez, Walter Gobbers en Karel Wouters (red.); Hoofdstukken uit de Vlaamse letterkunde in de 19de eeuw.  Deel 2. Gent, KANTL, 2001.

 

SMAAKMAKER

Over de Leie

“Een kerksken langs de koutervelden,
Bij ‘t kronkelen van de Lei,
Schier onbekend en waar men zelden
Of nooit entwat van zei.
Geen enkle beuk, en geen pilaren.
Geen bouwtrant, geen sieraad,
Een heiligdom met drie altaren
Dat kraafsch in ‘t Westen staat.
En, eenzaam ver van woon en wijke,
Ten zij des Herders huis;
En ‘t huis van hem die luidt ten lijke
En graven delft aan ‘t kruis…”

BIBLIOGRAFIE

De gegevens van deze bibliografie werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen.
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.

Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1861 L’épitre aux Pisons, ou: L’art poétique d’Horace analysé. Paris: Lethielleux. -54p.
1862 Pie IX. Gent:
1864 De Moedertaal. Gent:
1869 Kleine nederduitsche spraakkunst voor Vlamingen. Brugge:
1873 Gedichten. Brugge: Beyaert-Defoort. -148p.
1873 Westvlaamsch Idioticon: Bewerkt door L.-L. DeBo, priester leraar in t’bisschoppelijk collegie te brugge lid van de maatschappijen “tijd en vlijt” te leuven,” de taal is gansch het volk” te Gent en van de maatschappij der Nederlandsche letterkunde te leiden. / L.-L. DeBo Brugge: Beyaert-Defoort. -1488p. 
Boek- & steendrukkerij edw. Gailliard & comp.
1874 De logica van Dr. Nolet de Brauwere van Steeland Antwerpen: De Cort 
Overdruk uit: De Toekomst;p. 384-387.
1875 Nederduitsch: twee redevoeringen in Sinte-Luitgaardes Gilde. Brugge: De Zuttere. -26p.
1876 Welsprekendheid en tale: redevoeringen uitgesproken te Brugge, in de vergadering der Gilde van Sint Luitgaarde den 1 mei 1876. Brugge: Beyaert-Storie. -29p.
1877 De pastor van Quaethem: eene Vlaamsche vertaling van Ce que c’est qu’un curé. 
Auteur: Louis Veuillot.
Vertaling: Leonardus de Bo.
Brugge: Beyaert-Storie. -71p.
1877 De pastor van Zuathem . Mijnheer Planson missionaris in Frankrijk. 
Auteur: Louis Veuillot.
Vertaling: Leonardus de Bo.
Brugge : Beyaert-Storie. -71p.
1879 Beschrijving van een uitmuntend mirakel, geschied te Poperinghe den 14 maart 1479, aangaande een misdragen kind, dat na drie dagen begraven geweest te zijn, den vierden dag het leven en het H. doopsel ontving, enz. 
Herdruk van een oud boek door de Bo overzien en verbeterd.
Poperinge:
POSTHUME UITGAVEN
1887 Schatten uit de Volkstaal. Over Vlaamse spreekwoorden
1888 Deken de Bo’s Kruidwoordenboek, bewrocht en uitgegeven door Joseph Samyn Gent: Leliaert-Siffer. VI, 278p.