home | Inloggen
Aantal schrijvers: 532 | Aantal boeken:

15464

Eekhoud, Georges

Maakt deel uit van: , ,

Georges EEKHOUD

Eekhoud 0m

Antwerpen, 27 mei 1854 – Schaarbeek, 29 mei 1927

Anarchist, pacifist, eeuwige rebel en praktiserend homoseksueel. Tevens dichter, kunstcriticus en vertaler.

Belgische Franstalige schrijver die zijn Vlaamse afkomst nooit heeft ontkend.

Bevriend met Vlaamse coryfeeën als James Ensor, Stijn Streuvels en Hendrik Conscience. Plechtig gefêteerd met literaire banketten en een staatsprijs.

Met het geruchtmakende Escal-Vigor schreef Eekhoud in 1899 de eerste openlijk homoseksuele roman in België

 

BIOGRAFIE

27 mei 1854: Geboorte van Georges, Jean Henri Eekhoud, te Antwerpen als enige zoon van Ferdinand Eekhoud, klerk en Guiliemine Oudenkhoven, koopvrouw van Duits-Nederlandse afkomst.

  • Langs vaderszijde maakt de kleine Eekhoud deel uit van de oud Antwerpse bourgeoisie. De familie van zijn moeder is afkomstig uit Duitsland en Holland.

1 mei 1860: Amper 6 jaar oud overlijdt zijn moeder. Georges wordt opgevoed door zijn grootmoeder langs moederszijde.

1862: Volgt de lagere school aan het gemeentecollege Sint Vincentius a Paulo te Mechelen.

1865: Na de dood van zijn vader werd hij toevertrouwd aan de zorgen van Henri Oedenkoven, een oom langs moederszijde en mede-eigenaar van de kaarsenfabriek De Roubaix-Oedenkoven in de voorstad Borgerhout, waarvan hij later zelf (liberaal) burgemeester werd.

1866: Wanneer hij 12 is, haalt zijn voogd hem van het Mechelse college af en stuurt hem, zoals zijn kozijns voor hem, naar het Instituut Breidenstein in Grenchen te Zwitserland, een pensionaat voor de kinderen van de Europese bourgeoisie. Tijdens de vakanties is hij terug in België. Behalve wiskunde en wetenschappen leerde hij ook Duits, Engels en Italiaans.

  • Georges houdt er goede herinneringen aan over, niet in het minst aan die keer dat hij tien dagen het bed moest houden en verzorgd werd door onder meer een knappe Italiaanse kamergenoot… Er zijn aanwijzingen dat hij zowel in Mechelen als in Grenchen erotische vriendschappen met medescholieren had.

Omstreeks maart 1970 keerde Georges naar België terug.

Juni 1971: Na de onverwachte dood van zijn voogd vindt hij onderdak bij zijn 82-jarige grootmoeder.

2 oktober 1872: Wordt ingeschreven aan de Koninklijke Militaire School (38ste promotie Artillerie-genie). Krijgt er les van Charles De Coster de schrijver van La Légende d’Ulenspiegel. De Coster was er ‘répétiteur de français’, – ‘de enige waarvan ik punten kreeg die boven het gemiddelde lagen’ zegt hij later . (L’Art moderne, 19 juni 1892).

23 juni 1873: Wordt van de Koninklijke Militaire School verwijderd omwille van een duel met zijn medeleerling Camille Coquilhat, de latere medewerker van Stanley en vice-gouverneur-generaal van de Kongo Vrijstaat.

  • Hoewel bovenstaande versie de meest gangbare is, stelt zijn biografe Mirande Lucien, dat ‘ongeoorloofd sexueel gedrag’ aan de basis lag van zijn verwijdering. (Georges Eekhoud, le rauque. Villeneuve d’Ascq, Septentrion, 1999).

1873: Vond een baantje als hulp-corrector bij de Antwerpse krant “Le Précurseur” voor 50Fr. per maand. Zet er zijn eerste stappen in de journalistiek. Begint gedichten te schrijven.

1974: Eekhoud wordt meerderjarig verklaren, zodat hij kon beschikken over de bescheiden erfenis van zijn vader.

1874-1875: Houdt grote sier in Antwerpen met de erfenis van zijn vader.

1876: Op kosten van zijn grootmoeder, die ook zijn eerste dichtbundels financierde, reist hij naar Parijs om er een uitgever te zoeken.

1877: Publicatie van de dichtbundels  “Myrtes et cypres”  en van  “Zigzags poétiques”.

  • Beide bundels ademen nog de sfeer uit van het romantisme. Vanaf Les Pittoresques (1879) wordt een eigentijds ‘poëtisch realisme’ ontwikkeld, dat zich ging toeleggen op volkse types en op stadsbeelden.

Augustus 1877: Neemt deel aan het Antwerps literair congres en neemt het secretariaat op zich van de Union littéraire belge. Tijdens de zittingen van deze vereniging maakt hij kennis met Georges Rodenbach en Camille Lemonnier. Raakt bevriend met Théo Hannon.

1878: Publicatie van Raymonne. Gedicht

8 juni 1878: La Revue artistique publiceert in zijn eerste nummer “La Danse macabre du pont de Lucerne”.

  • In dezelfde La Revue artistique zal hij niet ophouden af te rekenen met de romantische school en de poëzie in nieuwe banen te lijden: “La formule romantique a fait son temps”, schrijft hij in juni 1878; “la poésie cherche une voie nouvelle, le barbare d’hier est devenu le classique, le poncrif d’aujourd’hui” (‘Causerie littéraire; considérations sur la poésie Française de Belgique’)

Februari 1879: Les Pittoresques is afgewerkt (het voorwoord dat Théo Hannon voor deze bundel had geschreven wordt gepubliceerd als artikel in  La Revue artistique (“Considérations naturalistes à propos des Pittoresques de Eekhoud”)

  • In deze derde bundel heeft hij het romantisme van zijn eerste bundels afgezworen. Hij heeft er een eigen ‘poëtisch realisme’ ontwikkeld, dat zich ging toeleggen op Antwerpse volkse typen en op stadsbeelden.

Mei 1879: Publiceert in de  La Revue artistique een reeks artikels over “Zola et son oeuvre”. Hiermee toont hij zich als een van de eerste verdedigers van het naturalisme in België. Eekhoud heeft heel zijn leven Zola zeer bewonderd.

Augustus 1879: Overlijden van zijn grootmoeder. De kokkin van zijn moeder, Cornélie Van Camp zal de zeven jaar jongere Eekhoud onder haar hoede nemen.

Oktober 1879: Dankzij de erfenis van zijn grootmoeder koopt Eekhoud een huisje Eekhoud te Kapellen in de Kempen.

1880: Nieuwe financiële moeilijkheden dwingen hem om zijn huis te Kapellen te verkopen. Vestigt zich definitief te Schaarbeek en gaat aan de slag bij de linkse krant L’Étoile belge.

  • In deze vormingsjaren blijkt zijn persoonlijke schriftuur niet ongevoelig voor de taalverworvenheden van Gustave Flaubert, van de Goncourts, van J.K. Huysmans, van Cladel. Zijn motto is “être soi-même”.
  • Zijn regionalistische keuze – bewust met naturalistische inslag – vloeit voort uit de kennismaking met Hendrik Conscience (aan wie hij in 1881 een enthousiast essay wijdde) en aan de aanmoedigingen van August Snieders.

Voor de kranten van Julius Hoste sr. schreef hij -om den brode- ook volksromans in feuilletonvorm, onder de nom de plume Gabriël d’Estranges.

  • Van zijn hand zijn Le petit Mendiant ou le Chanteur des Rues Bruxellois- Grand roman historique du XVIe siècle, gebaseerd op het succesvolle volksstuk De Brusselse Straatzanger van Julius Hoste sr. zelf.
  • Er verscheen ook een Vlaamse versie van deze feuilletonroman ‘De volkszangeres van Antwerpen’ . Als auteurs staan hier vermeld: D’Estrange en Hoste.

Eekhoud 15

1881: Oprichting van La jeune Belgique, met als leuze “Soyons-nous”.

  • Loutere navolging van stromingen als Parnasse, het naturalisme, het decadentisme, het lyrisch regionalisme, het realisme, de geëngageerde kunst of het l’art-pour-l’art, moest vermeden worden.
  • Precies om deze graag geuite beschuldiging uit de weg te gaan, wilde deze generatie schrijvers het Vlaams karakter van hun werk te beklemtonen.

Er volgen een aantal verhalen en romans in naturalistische stijl (Kees Doorik (1883), Kermesses (1884), La nouvelle Carthage (1888), waaruit zijn voorliefde blijkt voor Vlaamse havenarbeiders, paria’s en Kempische boerenzonen. Het leverde hem de bijnaam ‘de Belgische Maxim Gorki’ op.

1883: Publicatie van zijn debuutroman Kees Doorik.

  • Aanvankelijk ontworpen in versvorm. De sporen hiervan zijn goed zichtbaar: eerder intensiteit, dan harmonie; meer aandacht aan het woord dan aan de zin; eerder het beeld dan de metafoor. Zijn stijl is dikwijls overladen met neologismen en gezochte woorden met gewild lyrisch effectenbejag.
  • Wordt redacteur van het toonaangevende literaire tijdschrift ‘La Jeune Belgique’, dat in de jaren tachtig een belangrijke rol speelde in het renouveau van de ‘Belgische’ literatuur.

1884: Publicatie van Kermesses.

1886: Publicatie van Milices de Saint-François. (heruitgave in 1900)

-Heruitgave van Kees Doorik in een gewijzigde versie van 1883.

December 1886: Henry Kistemaeckers nodigt zijn socialistische vrienden uit om enkele novellen uit Kermesses te publiceren in de “Petite Bibliothèque populaire”  aan 25ct. Het project gaat niet door maar Eekhoud zal er duurzame banden met de socialistische wereld aan overhouden.

1887: Publicatie van Nouvelles Kermesses. Moeurs flamandes. De bundel wordt in 1894 opnieuw uitgegeven bij Paul Lacomblez te Brussel in een andere volgorde.

1887: Trouwt met Cornélie Van Camp, de kokkin van zijn grootmoeder, met wie hij levenslang een hechte band heeft gehad.

1888: Eerste uitgave van La Nouvelle Carthage bij Henri Kistemaeckers te Brussel. Een herwerkte definitieve (her)uitgave komt er in 1893  bij Paul Lacomblez, eveneens te Brussel.

1889: Ulenspiegel, balletproject in samenwerking met Théo Hannon en Jan Blockx.

1890: Vertaling van het toneelstuk van John WebsterLa Duchesse de Malfi

1891: Lid van  “La section d’Art et d’Enseignement de la Maison du Peuple de Bruxelles”.

1892: Publiceert de “Cycle patibulaire”, een bundel verhalen en novellen met duidelijk homoseksuele inslag.

  • Sluit zich aan –op aanzetten van Bernard Lazare- bij het tijdschrift “Entretiens politiques et littéraires’.
    • Dit Parijse tijdschrift met anarchistische sympathieën verdedigde het symbolisme en zal later de uitgeverij Le Mercure de France worden.
    • Hij ontmoet er Henry de Régnier en Rémy de Gourmont.
    • Vooral Rémy de Gourmond droeg ertoe bij dat hij met zijn verhalenbundels Cycle patibulaire en Mes Communions in Frankrijk doorbrak.
    • Zodra La nouvelle Carthage begon te verschijnen, werd hij er beschouwd als de voornaamste Belgische schrijver

1893: Publicatie van een roman ‘Les fusillés de Malines ‘ en een historische studie ‘Au siècle de Shakespeare’.

  • Heruitgave van La Nouvelle Carthage in een aanzienlijk uitgebreidere versie dan die van 1888.
  • Publicatie van het jaarboek van “La section d’Art et d’Enseignement de la Maison du Peuple de Bruxelles” onder de leiding van Eekhoud.

Ontvangt de Vijfjaarlijkse prijs “Prix quinquenal de littérature Française” voor La Nouvelle Carthage en mag aanschuiven bij een copieus diner met de Minister van Kunst en Wetenschappen.

23 oktober 1893: Op het banket ter ere van George Eekhoud houdt  Camillle Lemonnier zijn ‘Paroles pour Georges Eekhoud”.

Oktober1894: Benoemd tot docent Engelse literatuur  aan de Université Nouvelle, een anarchistische afsplitsing van de Université Libre de Bruxelles. Hij oefent deze functie uit tot 1917-1918.

1895: Uit politiek en literair ongenoegen met  La Jeune Belgique, sticht hij met een groep schrijvers en dichters. (Eugène Demolder, Maurice Des Ombiaux, Emile Verhaeren en Maurice Maeterlinck ) het tijdschrift Le Coq rouge .

  • In feite was de breuk met La Jeune Belgique al veel eerder gebeurd. Binnen La Jeune Belgique was er een kloof gegroeid tussen de aanhangers van l’art pour l’art en zij die vonden dat de kunst de mens en de maatschappij moest veranderen. Eekhoud koos vanzelfsprekend voor de sociaal geëngageerde zijde. Toen de aanhangers van de strekking l’art pour l’art ook openlijk streefden naar een ‘zuiver’ Frans dat ‘vrij was van Vlaamse smet’, nam Eekhoud uit protest ontslag. Dat gebeurde reeds in 1893. Toen ook Emile Verhaeren en anderen La Jeune Belgique verlieten in 1895, werd Le Coq Rouge opgericht.

1897 – 1907: Publiceert in ‘Le Mercure de France’ verschillende verhalen. Hij had er ook een vast rubriek ‘Chroniques de Bruxelles’

1899: Verschijnen van Escal-Vigor , één van de eerste romans die openlijk over homoseksuele relatie gaat.  Ook Camille Lemonnier wordt vervolgd. Hij schreef L’homme en amour. Beiden moeten zich verantwoorden voor het Hof van Assissen.

  • Escal-Vigor was voordien al gedeeltelijk gepubliceerd onder de titel ‘Le comte de la digue’ , en gaat over de liefde tussen een dijkgraaf en een arme boerenjongen.
  • Het boek is een van de eerste romans waarin een liefdesrelatie tussen twee mannen zo openlijk en – ondanks het noodlottige einde – zo positief wordt beschreven, waarin een gelukkig homoseksueel personage wordt opgevoerd, gezond van lichaam en geest en in vrede met zijn seksualiteit.

24-27 oktober 1900: Proces tegen Lemonnier en Eekhoud te Brugge. De verdediging wordt gedaan door Edmond Picard. Beiden worden vrijgesproken. Meer dan 200 Franse en Belgische kunstenaars hadden een petitie ondertekend waarin ze hun afschuw betuigden voor de vervolging van Eekhoud en Lemmonier.

  • Heruitgave van Milices de Saint-François onder de titel La Faneuse d’amour.

1902: Start een reeks openbare lezingen over literatuur te Schaerbeek, Brussel en Sint-Gilles.

Eekhoud 16

  • Publicatie en opvoering van ‘L’imposteur magnanime, Perkin Warbeck’, drama in 4 bedrijven.

1903: Eekhoud wordt belast met een cursus geschiedenis van de Franse literatuur aan de ‘Ecole normale des instituteurs’ te Brussel.

  • Le thyrse wijdt een speciaal nummers aan de schrijver.

1904: Publicatie van ‘L’autre Vue’. Het werk wordt in 1926 heruitgegeven onder de titel ‘Voyous de velours’.

1908: L’Anthologie des écrivains belges wijdt een volume aan Eekhoud.

1910: Vertaling van zijn “Oeuvres complètes” in het Russisch.

1912: Naar aanleiding  van La bande à Bonnot: “on oublie leurs forfaits certes hideux et lâches mais pourtant moins ignobles et moins lâches que le perpetuel crime social”.

  • Publicatie van ‘Libertins d’Anvers’

1913: Levert een bijdrage aan het 1 mei album En honneur de la grève générale.

December: La Société nouvelle wijdt een special nummer aan de schrijver.

5 mei 1917: In een enquête van Paul Ruscart, herinnert Eekhoud in “La Belgique” aan zijn sympathie voor de Vlaamse Beweging.

1914-1918: Toen de Duitse keizer de neutraliteit van België schond, stak Eekhoud zijn verontwaardiging niet onder stoelen of banken. Zijn teksten spraken van ‘La Belgique violée’, La Belgique sanglante’ of nog, ‘La Belgique martyre’.

Maar tevens hield Eekhoud vast aan zijn radicale pacifistische overtuigingen en bleef hij contact houden met pacifistische en internationalistische schrijvers en kunstenaars, die het militaristische Duitsland ontvlucht waren.

Het was een radicale stellingname tegen de Eerste Wereldoorlog, met begrip voor het Vlaamse activisme.

1919: De linkse socialistische vleugel mobiliseert zijn leden voor een steuncomité. Schilder James Ensor, Socialistisch politicus Emile Vandevelde en Franse schrijvers zoals Romain Rolland en Henri Barbusse steunen hem.

  • Eekhoud werkt samen met L’exploité, de radicale en pacifistische vleugel van de Parti Ouvrier Belge.

23 februari 1920: Overlijden van zijn echtgenote Cornélie Van Camp, een verdriet dat hij niet meer te boven kwam.

Voortaan leidde hij een teruggetrokken bestaan en ging alleen nog om met een aantal trouwe vrienden als Michel de Ghelderode, Franz Hellens en René Magritte.

-Maart: publiceert in het linkse weekblad Clarté een novelle te ere van de zes Duitse soldaten die zijn gefusilleerd omdat ze hadden geweigerd Belgen terecht te stellen.

-Augustus: dank zij de Waalse politicus Jules Destrée, wordt hij door Koning Albert I benoemd tot lid  van de pas opgerichte ‘Académie royale de langue et littérature Française’, wat meteen Eekhouds officiële eerherstel betekent.

-Publicatie van ‘Dernières Kermesses’.

1922: Publicatie van ‘Terroir incarné’

1926: Heruitgave van ‘L’autre Vue’ onder de titel ‘Voyous de velours’.

1927: Verschijnen van ‘Magrice en Flandres ou le buisson des mendiants’.

29 mei 1927: Georges Eekhoud overlijdt te Schaerbeek aan zijn schrijftafel aan een hartaanval terwijl hij volop bezig was met het corrigeren van zijn laatste roman Magrice en Flandre.

 

Over zijn werk

  • Eekhoud schildert het Kempense landschap (“Kees Doorik”, “Les Kermesses”, “Mes communions”), de haven van Antwerpen met zijn beruchte wijken, bevolkt door individuen die maatschappelijk, religieus of seksueel uit de band springen; opstandelingen met een groot hart die zich vanuit hun edele inborst afzetten tegen de bekrompen en zelfzuchtige burgerij (“La Nouvelle Carthage” uit 1888).
  • Hij bewondert de Engelse letterkunde en vertaalt Webster, Beaumont, Fletcher en ook Marlowe.
  • Eekhoud leefde in de perceptie lang als een streekauteur, gewaardeerd voor zijn beschrijvingen van het dagelijkse landelijke en stedelijke leven. Hij portretteert de donkere zijde van het menselijke verlangen en schreef over marginalen en over de arbeidersklassen.
  • Eekhoud was niet enkel een naturalistisch streekauteur, noch alleen de pionier in de Belgische (Franstalige) literatuur van het thema van de mannelijke homoseksualiteit. Hij is ook een estheticus met een tegensprekelijke voorkeur, een lyrische dichter die uitmunt in de schildering van de haven en de menigte: « À l’horizon, des voiles fuyaient vers la mer, des cheminées de steamers déployaient, sur le gris laiteux et perlé du ciel, de longues banderoles moutonnantes, pareils à des exilés qui agitent leurs mouchoirs, en signe d’adieu, aussi longtemps qu’ils sont en vue des rives aimées. Des mouettes éparpillaient des vols d’ailes blanches sur la nappe verdâtre et blonde, aux dégradations si douces et si subtiles qu’elles désoleront éternellement les marinistes. » (uit “La Nouvelle Carthage”, 1888).

 

Over Georges Eekhoud.

  • Maurice BLADEL : L’œuvre de Georges Eekhoud, Brussel, La Renaissance d’Occident, 1922.
  • Herman BRAET : Georges Eekhoud, in : Nationaal biografisch woordenboek, vol.8 (1979)
  • Hem DAY : Hommage à Georges Eekhoud 1854-1927, Brussel-Parijs, Pensée et Action, 1947.
  • Julien DELADOES : Georges Eekhoud romancier, Brussel, Ad. Gœmaere, Imprimeur, 1956.
  • M[arcel] DENECKERE : Sociale tendenzen in de Franstalige Belgische literatuur (1848-1914), in : Geschiedenis van de socialistische arbeidersbeweging in België, [1960-1967(?)], dl.12, p. 363-364.
  • Hubert KRAINS : Georges Eekhoud, 1929, artikel in de Galerie des Portraits, T. II, Brussel, Académie Royale de Langue et de Littérature françaises, 1972, pp. 283-312.
  • Mirande LUCIEN: Georges Eekhoud, le rauque. Villeneuve d’Ascq, Septentrion, 1999.
    • De eerste volwaardige biografie van Eekhoud .
    • Ze is essentieel omdat vroegere biografen zich lieten misleiden door foutieve informatie die Eekhoud zelf over zijn leven verschafte.
  • Mirande LUCIEN: Mon bien Aimé Petit Sander, Lettres de Georges Eekhoud à Sander Pierron, 1892-1927 (1993)
  • Georges RENCY : Georges Eekhoud. L’homme. L’œuvre. Essai critique, Brussel, Office de Publicité, 1942.
  • Herman VAN PUYMBROUCK: Georges Eekhoud en zijn werk; Antwerpen, De Nederlandsche Boekhandel; Amsterdam, Holkema & Warendorf. 1914
  • Gustave VANWELKENHUYZEN : Georges Eekhoud. Pages choisies, Brussel, Office de Publicité, 1942.
  • Speciaal nummer gewijd aan Georges Eekhoud, La Société Nouvelle, 19de jaargang, 2e reeks, nr.6, december 1913.
  • Nummer gewijd aan Georges Eekhoud, Le Thyrse, 29e jaargang, 4de reeks, nr.22, 12 juni 1927.

 

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Websites

Referenties

  • Christian Berg, De Frans-Belgische literatuur en haar ‘Vlaamse school’. In: Ada Deprez: Walter Gobbers; Karel Wauters (red.): Hoofdstukken uit de Vlaamse letterkunde in de 19de eeuw. Deel 2. KANTL Gent 2001 pp.89-132
  • Jan Lampo, “Het Nieuwe Carthago” nr 5 in de reeks ‘Verzonnen Stad. Literatuur in Antwerpen’. Juli-Augustus 1993 in De Morgen.
  • Augustus 2013: dubbelexpo Georges Eekhoud  in de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience en in het Letterenhuis te Antwerpen.
  • Katelijne De Vuyst, Georges Eekhoud (1854-1927), visionair vrijdenker. Nawoord bij haar vertaling van ‘Het hart van Tony Wandel’ bij Stichting Voetnoot, Amsterdam pp. 79-97

 

SMAAKMAKER

Uit “La nouvelle Carthage”. Vertaling van Jan Lampo.

“ (…) De gesloten huizen aan de Riet-dijk paarden modern komfort en elegantie aan de luxe van de oude stoven en badhuizen. Men bedreef er ontucht op ingewikkelde, geraffineerde en langdurige wijze. In de goedkope tenten om de hoek kwamen de bezoekers eerder voor opluchting dan voor genot. Sterke soldaten of matrozen – hun bloed kookte na lange nachten van onthouding, doorgebracht in slaapzalen of benedendeks – kwamen er hun moeizaam opgespaarde soldij over de balk gooien.”

-Matrozen-

“Ze hadden geen boodschap aan de amoureuze liflafjes en het gekir van de bewoonsters dat in de chique huizen aan de feiten vooraf ging. (…) De roes die zij verlangden, was die van de dronkaard die staande aan de tapkast van de slijterij zijn glas vitriool achterover slaat. De clientèle van de Riet-dijk daarentegen gedroeg zich als de epikuristen die in keurige cafés eindeloos van geparfumeerde likeurtjes lebberen.”

“(…) ’s Avonds jammerden en reutelden harpen, akkordeons en violen er om het hardst. Hun gejank was van op grote afstand te horen; straten ver maakte het de voorbijgangers en reizigers nieuwsgierig. (…) Op de meeste drempels stond een vrouw in het wit op de loer die de straat in beide richtingen afspeurde en potentiële klanten met aandrang naar binnen noodde. Groepjes aangeschoten matrozen of soldaten zwierven gearmd rond, hielden soms stil om te overleggen. (…) De dappern duwen de bangerikken vooruit. “

-Bordelen-

“Bij de hoek van de riet-dijk is het zo druk dat men er slechts met moeite vooruitkomt. (…) Meisjes van plezier, zwaar opgemaakt maar gekleed in maagdelijk wit, heupwiegen voorbij aan de arm van de heer en meester die het toeval hun vanavond toewees. De bordelen aan weerszijden worden groter en luxueuzer – kathedralen in plaats van kapellen. Ook hun clientèle stijgt in rang. Aan de Riet-dijk ziet men geen zeelui meer; de wijze Odysseus van de handel laat er zich samen met de vroegrijpe Telemachus bedienen door sirenen en calypso’s die wel degelijk te troosten zijn. Dat gebeurt in gereputeerde huizen, bekend over de hele wereld.

“(…) Bij madame Jamar ging men prat op de Grot, het weinig ortodoxe meesterwerk van een aannemer gespecialiseerd in Lourdes-grotten. De klanten van Madame Schmidt apprecieerden vooral de discretie, gewaarborgd door aparte ingangen tot de kleine salons, ingericht als de triclinia van de Romeinse woningen. Madame Charles (…) liet haar bezoekers vereffenen hoe en wanneer het hun uitkwam.”

“Alleen in het Palais de Cristal vond men beminnelijke en kersverse Engelse dames, terwijl het Palais des Fleurs zijn naam alle eer aandeed met vurige zuidersen, ja zelfs tempeldanseressen uit het Verre Oosten, wulpse kreoolsen, vulkanische mulatinnen, betoverende quadronen en wispelturige negerinnen. “

 

BIBLIOGRAFIE

Woordje vooraf

De bibliografie bevat verschillende onderdelen

  1. Chronologisch overzicht van zijn poëzie, romans, essays, enz.
  2. Postume uitgaven
  3. Feuilletons geschreven onder de schuilnaam Gabriël d’Estranges.
  4. Vertalingen door Georges Eekhoud
  5. Nederlandse vertalingen

De gegevens van deze bibliografie werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen.
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • Bibliographie des Ecrivains Français de Belgique 1881-1960 Tome 2 établi par René Fayt, Colette Prins, Jeanne Blogie. Sous la direction de Roger Brucher. Bruxelles, Palais des Académies. 1968. pp. 61-69

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.

Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1877 Myrtes et cyprès. (poëzie) Paris: Jouaust. -191p.

Reeks: Librairie des bibliophiles.
1877 Zigzags poétiques. (poëzie)

Bevat: Tanchelin, Nina, La Mare aux sangsues. Poesies diverses.
Paris: Jouaust. -136p.

Reeks: Librairie des bibliophiles.
1878 Raymonne. Poème. (poëzie) Antwerpen: Mees. -30p.
1879 Les Pittoresques. (poëzie)

Ornées de cinq eaux-fortes par H. Houben.
Bevat : La Guigne, Raymonne, Une vierge folle, Sonnets.
Paris: Jouaust. -160p.

Reeks: Librairie des bibliophiles.

Bruxelles : Muquardt, Merzbach et Falk.

1880 Henri Conscience. (essay)
1883: 2de druk, ibidem.
Bruxelles: A.N. Lebègue (Office de Publicité). -231p.
Reeks: « Collection nationale belge » nr 13
1883 Kees Doorik: scènes du polder. (roman)
Eerste versie.
1886: Kees Doorik. Etude de paysan de l’entre-Polder. Edition définitive. bij H. Kistemaeckers te Brussel. 2 volumes, 101 en 152p.
1920: Uitgave bij O. Lamberty, Brussel. Met illustraties van Roméo Dumoulin.-203p.
1931: Bruxelles, La Renaissance du Livre.
Bruxelles: Lucien Hochsteyn. -162p.
Vertalingen:
1893: Duitse vertaling. ‘Kees Doorik: Ein flämischer Sittenroman’ door Tony Kellen Insel-Verlag (Leipzig)
1919: Nederlandse vertaling. ‘Kees Doorik, of een bloedig half-vasten’ door August Peeters Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam. -146p.
1884 Kermesses. (8 verhalen)

Illustré de 10 compositions de Frans Van Kuyck.
Bevat: Querelle des Bœufs et des Taureaux (pp 7-52) ; Ex Voto (pp 54-73) ; La Belette (kermesse grise) (pp 76-88) ; La Pucelle d’Anvers (pp 90-112) ; Le Pèlerinage de Dieghem (pp 114-126) ; La Jambette de Kors Davie (pp 128-152) ; Marcus Tybout (kermesse rouge) (pp 154-186) ; Les quatre métiers de Stann Molderé (conte de Noël) (pp 188-200).
Eekhoud 8c illustratie Frans van Kuyck
 Eekhoud 8 Bruxelles: Henry Kistemaeckers, éditeur.-199p.
Afmetingen: 18.50 x 11.50 (ingenaaid)
Achevé d’imprimer le 31 mai 1884 par A. Lefevre, à Bruxelles pour Henry Kistemaeckers, Editeur à Bruxelles.
 Elektronisch beschikbaar: Kermesses (Eekhoud)/Marcus Tybout – Wikisource
1886 Kees Doorik. (roman)

Gewijzigde versie van 1883
Bruxelles : Imp. A. Lefevre : lib. Henry Kistemaeckers. 2 vol. 101p  & 152 p
1886 Les Milices de Saint-François. (roman)
1900: Heruitgegeven onder de titel La faneuse d’amour.bij Mercure de France, Paris. -271p.
1910: Ibidem
1926: Bruxelles-Paris, La Renaissance du Livre.
Bruxelles: Vve Monnom. -291p.
 
1887 Nouvelles Kermesses. Moeurs flamandes. (11 verhalen)
Frontispice et couverture à l’eau-forte par Léon Dardenne.
Bevat : Marinus (pp 1-58) ; La Fin des Bats (pp59-76) ; La Fête des SS. Pierre et Paul (pp 77-104) ; Bon pour le service ! (pp 105-164) ; Clochettes de houblon (pp 165-186) ; Le cœur de Tony Wandel (pp 187-262) ; Les Vachers du Meer (pp 163-270) ; Memorandum (pp 271-284) ; Les Débonnaires (pp 285-302) ; Dimanche mauvais (pp 303-318) ; Chez les Las-d’aller (pp 319-326).
1894 : 2de druk ibidem
1894 : Definitieve uitgave bij Paul Lacomblez te Brussel in een andere volgorde
1929: Bruxelles, La Renaissance du Livre. -225p.
 Eekhoud 12 Bruxelles: H. Kistemaeckers. -327p.
Afmetingen :23.50 x 16
Colophon : Il a été tiré de ce livre : 5 exemplaires sur papier du Japon, numérotés de 1 à 5.
10 exemplaires sur papier de Hollande, numérotés de 6 à 15.
200 exemplaires sur papier ordinaire, numérotés de 16 à 215.Tous ces exemplaires portent la signature de l’ auteur.
1888 La Nouvelle Carthage. (roman)
1889: Les Emigrants. Coutumance. (2e série de tableaux anversois). Bruxelles : H. Kistemaekers. -159p.
1891 : La Bourse, Le Carnaval. La Cartoucherie. Bruxelles, Vve Monnom. -124p.
1893: Edition définitive – bevat: La nouvelle Carthage. Le Carnaval. Les Emigrants. La Cartoucherie. Coutumance. La Bourse. – uitgegeven bij Paul Lacomblez. -270p.
1914: Paris, Mercure de France. -443p.
1923 : Bruxelles, Les Cinquantes. Met Eaux-fortes van Purt Peiser. -377p.
1926 : Bruxelles, La Renaissance du Livre. 2 vol. VI-208 en 230p.
Bruxelles: H. Kistemaeckers. -326p.
Vertalingen:

1917 : Engelse vertaling : ‘The new Carthago’ door Lloyd R. Morris. New York, Duffield.
1917: Duitse vertaling: ‘Das neue Karthago’ door Tony Kellen. Insel Verlag (Leipzig). -402p.
1919-1920: Russisch e vertaling: ‘Novyi Karfagen’ door M. Ardenina. Gos. Izd (Petrgrad). Idem: 1923.
1924: Nederlandse vertaling: ‘Nieuw Cartago’, door August Peeters. Antwerpen, G. Janssens in de reeks “De Schelde-serie”, nr XIV -364p.
1958: Roemeense vertaling: ‘Noua Cartagina’ door Sirgu. Editura de Stat (Bucarest). -354p.
1891 Les fusillés de Malines. (historische roman)
1937 : heruitgave bij La Renaissance du Livre te Brussel.
Bruxelles: Paul Lacomblez. -214p.
1892 Cycle patibulaire. (verhalen)
Bevat: Le Jardin (pp 5-22); Partialité (pp 23-44); Hiep-Hioup ! (pp 45-74) ; Gentillie (pp 75-116) ; Communion Nostalgique (pp 117-150) ; Croix Processionnaires (pp 151-158) ; Le Moulin-Horloge (pp 159-176) ; Blanchelive…Blanchelivette ! (pp 177-194) ; La quadrille du Lancier (pp 195-231).
1896: Gewijzigde versie bij Paris, Mercure de France (5 extra verhalen)
 Eekhoud 9 Bruxelles: H. Kistemaeckers, éditeur. -235p.
Afmetingen: 18.50 x 12.50 (ingenaaid)
Colophon: Il a été tiré de ce livre 200 exemplaires sur vélin et 25 sur papier de Hollande. Tous numérotés de 1 à 225 et parafés par l’auteur. N° …Achevé d’imprimer par les soins de Mme Veuve Monnom à Bruxelles le 30 mars MDCCCXCII
1893 La Nouvelle Carthage. (roman – Edition définitive)
Bevat:La nouvelle Carthage. Le Carnaval. Les Emigrants. La Cartoucherie. Coutumance. La Bourse. – Edition définitive – La nouvelle Carthage. Le Carnaval. Les Emigrants. La Cartoucherie. Coutumance. La Bourse.
1888: eerste uitgave bij Kistemaeckers.
Bruxelles: Paul Lacomblez. -270p.
1893 Au siècle de Shakespeare. (essay) Bruxelles: Paul Lacomblez. -170p.
1894 L’escrime à travers les âges. Histoire vivante de l’épée, en dix tableaux éposidiques. (toneel)
Musique de Daneau, De Boeck et al.
Heruitgave:
1895 : Bruxelles, H. Kistemaeckers. -76p.
Bruxelles: A.N. Lebègue. -77p.
1895 Mes communions. (16 verhalen)

Bevat: L’Honneur de Luttérath (pp 7-34); La Petite servante (pp 35-46); Climatérie (pp 47-84); Bellario (pp 85-108); Le Coq Rouge (pp 109-156) ; La Tentation de Minerve (pp 157-182) ; amis d’Enfance (pp 183-194) ; Des Angliers (pp 195-202) ; Le N° 23 de Tramway jaune (pp 203-222) ; Burch Mitsu (pp 223-290) ; Chardonnerette (pp 291-310) ; Appol et brouscard (pp 311-360) ; Une mauvaise rencontre (pp 361-400) ; Bernard Vital (pp 401-434) ; La dernière Lettre de Matelot (pp 435-470) ; La Stryge (pp 471-484).
1897: Parijs, Mercure de France (4 verhalen uit de 1ste editie verdwijnen, 3 nieuwe worden toegevoegd)
Eekhoud 11 Bruxelles: H. Kistemaeckers, éditeur. -484p.

Afmetingen: 18.50 x 12.50 (ingenaaid)
Colophon: Il a été tiré de ce livre 300 exemplaires sur vélin et 10 sur papier de Hollande. Tous numérotés de 1 à 310 et parafés par l’auteur. N° …Achevé d’imprimer par les soins de Mme Veuve Monnom à Bruxelles le 31 janvier MDCCCXCV
1896 Burch Mitsu. (verhaal)

Afzonderlijke publicatie van het verhaal uit Mes Communions (1895)
1896 : in het Duits vertaald door ‘niet vermeld’. In: Die Gesellschaft, Monatschrift für Litteratur, Kunst und Sozialpolitiek. Jg. 1896 Drittes Quartal (Verlag von Hans Merian, Leipzig) pp1151-1187.
Bruxelles : Eg. Goovaerts. –62p.

Reeks: Bibliothèque des temps nouveaux.
Eekhoud 10
1896 Cycle patibulaire. (14 verhalen)

Vermeerderde versie van 1892.
 Paris: Mercure de France.
1897 Peter benoit. Sa vie, son esthétique et son enseignement. Son oeuvre. (essay) Eekhoud 6 Bruxelles: Vve Monnom. -68p.
1897 Mes communions (15 verhalen)

Gewijzigde versie van 1895 (4 verhalen uit de 1ste editie verdwenen, 3 nieuwe werden toegevoegd)
 Paris: Mercure de France.
1899 Escal-Vigor. (roman)
1900,1901,1913, 1930: herdrukken ibidem.
Vertalingen:
1903: Duitse vertaling: ‘Escal Vigor’ door Richard Meienreis UItg. M. Spohr (Leipzig). -203p.
1909: Engelse vertaling: ‘Escal Vigor’ door Gauntlet. Bruxelles, Gutenberg Press.
1930: Engelse vertaling: ‘Strange Love’ New York, Panurge Press.
2014: Nederlandse vertaling: ‘Escal Vigor’ door Katelijne De Vuyst. Utrecht: Uitgeverij IJzer. -238p.
Eekhoud 1  Paris: Mercure de France. -262p.
1900 La faneuse d’amour. (roman)

Heruitgave van ‘Les Milices de Saint-François’ uit 1886.
 Paris: Mercure de France.-271p.
1902 L’imposteur magnanime, Peter Warbeck, drame en quatre actes. (toneel)
1914: Heruitgave bij Librairie Moderne (Bruxelles) Reeks: “Théâtre junior” -96p.
 Eekhoud 13 Bruxelles: Imprimerie Scientifique Charles Bulens Editeur.  -176p.
Afmetingen : 18.50 x 11.50 (ingenaaid)
1904 L’Autre Vue. (roman)
1926 : Herwerkte uitgave onder de titel ‘Voyous de velours ou l’Autre vue’. Bij La Renaissance du Livre, Bruxelles. -282p.
 Paris: Mercure de France. -276p.
1908 Georges Eekhoud. Anthologie des écrivains belges de langue française. Bruxelles : Dechenne. -112p.
1911 Les peintres animaliers belges. (essay) Bruxelles: Librairie nationale d’art & d’histoire / Paris: Van Oest. -125p.
Reeks : » L’Art belge au XIX siècle »
1912 Les Libertins d’Anvers. Légende et histoire des Loïstes. (roman)
1934: heruitgave bij La Renaissance du Livre, Bruxelles. -311p.
Paris: Mercure de France. -403p.
1914 Le Salon de Bruxelles 1914. La peinture et la gravure.
En collab. Avec Arnold Goffin.
Antwerpen : Editions de l’Art flamand et hollandais. / Bruxelles-Paris : G. Van Oest -30p.
Reeks : « Etudes d’art contemporain »
1920 Dernières Kermesses. (verhalen)
Bevat : Les clous de malédiction (pp 1-9) ; L’Aventure d’un buveur dont les chopes ne moussaient plus (pp 11 – 26) ; Princesse Frawyde de Pirnapont (pp 27-40) ; La montagne des Hussards (pp 41-46) ; La noël du braconnier (pp 47-54) ; La mère des soldats (pp 55-64) ; La journée des marchands de sable (pp 65-86) ; Les Terrassiers du Diable (pp 87-92) ; L’Archange enfariné (pp 93-98) ; Les Parias d’Ostende (pp 99-108) ; Tyl Kartous (pp 109-116) ; Jan Vogelzang en Frans Printemps (pp 117-130) ; Des Hommes ! (pp 131-134) ; Théoria (pp 135-139).
 Eekhoud 2 Bruxelles: Editions de la Soupente. -139p.
Il a été tiré de cet ouvrage 530 exemplaires numérot és à la presse : N° 1 à 30 sur Papier à la Cuve des Papeteries d’Arches. N°s 31 à 530 sur Vergé Spécial.
Nota over Dernières kermesses:
In het boek Eekhoud le rauque schrijft de auteur Lucien Mirande op p. 191:
Dernières kermesses” qu’Eekhoud publie en 1920, aux Editions de la Soupente, qu’anime son ami Ruttiens, contient, outres « Les Hommes ! », le texte publié par Clarté, d’autres textes écrits pendant la guerre, comme « Jan Vogelzang et Frans Printemps », publié en 1919 dans Le Mercure de France.  Ainsi, « La Princesse Frawyde”, était parue dans Le Soir – Noël en décembre 1908, « Le siège d’Ostende » l’ année suivante,  « La noël du braconnier »  avait été publié, de même, avec des illustrations de Jacob Smits. »
1920 La danse macabre du Pont de Lucerne. (novelle)

Illustrations de Roméo Dumoulin.
 Bruxelles : Librairie Dechenne : impr. Oscar Lamberty. -67p.
1922 Le Terroir incarné. (roman)
1932: heruitgave bij La Renaissance du Livre, Bruxelles. -220p.
Bruxelles: La Renaissance d’Occident. -142p.
1922 Kees Doorik. (toneel) Bruxelles: section dramatique de la Maison du Peuple.
1923 ‘Romein Looymans.’ (monografie) In: Bruxelles, La Revue d’art. -35p.
1926 Teniers. (monografie) Bruxelles: L.J. Kryn. / Paris : A. Perche. -89p.
Reeks: Les grands maîtres. – Bruxelles; vol. 1926: 1
1926 Le peintre Oswald Poreau. (essay) Bruxelles: Vroman. -9p.
Overdruk uit : Savoir et Beauté, mars 1925.
1926 Voyous de velours ou L’Autre Vue. (roman)

Heruitgave van L’Autre vue uit 1904.
 Bruxelles: La Renaissance du Livre. -282p.
1927 Magrice en Flandres ou le buisson des mendiants. Roman picaro-chevaleresque des aventures en Flandre et de certains caractères comme dans le Begger’s Bush de Fletcher. (roman)
Vignettes d’ Edmond van Offel, gravées sur bois par J Minguet,et M . Poortman;
1928 : heruitgave bij La Renaissance du Livre, Bruxelles.-229p.
 Bruxelles: Les Cinquantes. 253p.

POSTUME UITGAVEN

 1929  Préfaces et conférences.  Bruxelles: La Renaissance du Livre.
 1929 Les Sorciers de Borght. Nouvelle inédite.

Ornée de compositions gravées sur bois par Jozef Cantré
 Bruxelles : Les Amis de l’Institut supérieur des arts décoratifs. -22p.
 1929  Proses plastiques. (verhalen)  Bruxelles: La Renaissance du Livre. -148p.
1941 Georges Eekhoud. Pages choisies.

Préface et notice de Maurice Gauchez.
Bruxelles : Labor. -47p.

Reeks: “Collection nouvelle des classiques”
1942 Georges Eekhoud. Pages choisies.

Introduction et notes par Gustave Vanwelkenhuyzen.
Bruxelles : Office de Publicité. -80p.Reeks: « Collection Lebègue » nr 11.

 

Feuilletons geschreven onder de schuilnaam Gabriël d’Estranges

  •  s.a. : De volkszangeres van Antwerpen. Beroemde roman. Gabriël d’Estranges [Georges Eekhoud] Brussel, J. Hoste, St. Pieterstraat 30. 1680p. (Ill.)
  • 1897 : Le petit mendiant, ou : Le chanteur de rues bruxellois : grand roman inédit historique du XVIe siècle. Bruxelles : J. Hoste & H. Leën, [1897] – [1899]
  • 1898-1899: De Brusselsche straatzanger : groot vaderlandsch roman uit de 16e eeuw. Brussel, J. Hoste. -816p.
  • 1899: De levende brug : dramatische roman, bewerkt naar het beroemd Amerikaansch drama van Frank Sutton Vane. Antwerpen : Vlaamsche Boekhandel, s.a. -672p.-  Ook Brussel : Hoste & Leën, [1899] -1744p.
  • Le pont vivant : Brussel : Hoste & Leën, 2 vol.

 

VERTALINGEN DOOR GEORGES EEKHOUD

1890 La duchesse de Malfi. (toneel)
Oorspronkelijke auteur: JOHN WEBSTER.
Oorspronkelijke titel: The Duchess of Malfi
Vertaald door G. Eekhoud.
1893: heruitgave bij Bruxelles: Vve Monnom.
 Bruxelles: La Société nouvelle.-75p.
1895 Philaster ou L’amour qui saigne. (toneel)
Oorspronkelijke auteurs: FRANCIS BEAUMONT en JOHN FLETCHER.
Oorspronkelijke titel : Philaster or Love lies a-bleeding.
Vertaald door G. Eekhoud.
1897: Heruitgave bij Stock te Parijs.
 Bruxelles: Editions du Coq Rouge. -134p.
1896 Edouard II, tragédie de Christophe Marlowe.
Adaptation de Georges Eekhoud, précédée d’une étude sur l’auteur .
Oorspronkelijke auteur : CHRISTOPHER MARLOWE
Oorspronkelijke titel : Edward the Second.
 Eekhoud 7  Bruxelles : La Société Nouvelle. -188p.
1899-1902 Les peintres néerlandais du XIXe siècle. . (kunstkritiek – vertaling)
Oorspronkelijke auteur: MAX ROOSES
Oorspronkelijke titel: Het Schildersboek. Nederlandsche schilders der negentiende eeuw
Antwerpen: Librairie néerlandaise / Paris Société Française d’édition d’art.
5 volumes 253+238+258+248+178p.
1900 Cinquante Chefs-d’oeuvre de Antoine Van Dijck
Oorspronkelijke auteur: MAX ROOSES
Oorspronkelijke titel: Vijftig meesterwerken van Antoon van Dijck
Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel -112p.
1905 Jacques Jordaens et son œuvre.
Oorspronkelijke auteur : PAUL BUSCHMANN JR.
Oorspronkelijke titel: Jacob Jordaens eene studie, naar aanleiding van de tentoonstelling zijner werken ingericht te Antwerpen in MCMV
Vertaald door Georges Eekhoud.
Bruxelles: G. Van Oest. VIII-141p.

Vertalingen in het Nederlands

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1888 Hendrik Conscience / naar Georges Eekhout, door Leo Ickx.

Oorspronkelijke titel: Henri Conscience (1880)
Bruxelles: imp. Polleunis, Ceuterick et Lefébure : Eeckhout & Ickx. -103p.

Reeks: Kleine Zondagsbibliotheek
1901 Bernard Vital / door Georges Eekhoud ; Uit het fransch vertaald door Segher Rabauw (pseudoniem van Victor Resseler)

Oorspronkelijke titel:  Bernard Vital (uit: Mes communions (pp 401-434)  1895.
Antwerpen: Boekerij Ontwaking. -24p.

Drukk. J.B. Madou-Cop.
1902 Een goede les. (verhaal)

Vertaald door Segher Rabauw (pseudoniem van Victor Resseler)
Antwerpen: Boekerij Ontwaking.  -16p.

Drukk. J.B. Madou-Cop
1905 Heimweegenootschap. (verhaal)
Oorspronkelijke titel: Communion nostalgique. (Uit: Cycle patibulaire. 1892).
Vertaald door Lode Baekelmans.
Rotterdam: Meindert Boogaerdt Jun. -32p.

Afmetingen: 23 x 15.50
Steendrukkerij Gebr. Den Oudsten, Lekkerkerk
1906 Tante Maria. (verhaal) Antwerpen: ‘t Kersouwken. -7p.

Overdruk uit: Ontwaking, 1906 p. 50-56
1907 Vertellingen.

Vertaald met toestemming van den schrijver door Lode Baekelmans. (Met een bijdrage Georges Eekhoud door L.B. en een Bibliographie voorin).
Oorspronkelijke auteur: GEORGES EEKHOUD. Oorspronkelijke titels:
  • De laatste brief van den matroos. (pp. 1-36 – O.t.: La dernière lettre du matelot. Uit: Mes communions. 1895).
  • Heimweegemeenschap (Omzetting eener bekende wijs).(pp. 37-73 – O;t. Communion nostalgique. (Transposition d’un air connu). Uit: Cycle patibulaire. 1892).
  • De ondergang van Bats.(pp. 75-96- O.t.: La fin de Bats. Uit: Nouvelles kermesses. 1887).
  • De Maagd van Antwerpen. (pp. 97-130 – O.t.: La Pucelle d’Anvers. Uit: Kermesses. 1884).
Baekelmans 13 Rotterdam: Meindert Boogaerdt jun.-130p.

Reeks: Moderne drukken en herdrukken. – Rotterdam; vol. 111 (1907 nr 3).
Afmetingen: 20.20 x 12.80 (ingenaaid)
Druk: M.Breur & zonen, Ooltgenplaat.
1909 Persoonlijke herinneringen aan het intieme leven van Peter Benoit.

Oorspronkelijke titel: Peter benoit. Sa vie, son esthétique et son enseignement. Son oeuvre. (1897)
In 1934 heruitgegeven door Victor Resseler.
Antwerpen: ‘t Kersouwken. -28p.
1919 Kees Doorik, of: Het bloedig half-vasten.

Vert. August Peeters.
Amsterdam: Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur. -146p.

Reeks: Wereldbibliotheek nr 388
1924 Nieuw Cartago / Roman door Georges Eekhoud, bekroond door de “Academie de Belgique”.

Uit het Fransch omgewerkt door Aug Peeters-Wallaert
Oorspronkelijke titel: La nouvelle Carthage 1888/1893
Antwerpen: Gust. Janssens -364p.

Reeks: De Schelde=Serie, XIV
1991 Bloedige Kermis.

Vertaling en nawoord van Jan H. Mysjkin.
Bevat: Marcus Tybout (pp 7-34 uit Kermesses 1884); Marinus (pp 35-76 uit Nouvelles Kermesses, 1887); Lieve (pp 77 – 106 uit Cycle Patibulaire); Nawoord door Jan H. Mysjkin:  Een Vlaamse Gorki (pp 107-120).
Omslag: Herman Houbrechts.
Illustratie omslag : Gustave De Smet, ‘Dorpskermis’
 
Antwerpen/Baarn: HouteKiet. -120p.

Afmetingen: 21 x 13 (paperback)
1995 In 1995 schreef Hugo Claus (samen met regisseur Harry Kümel) in het Nederlands een filmscenario, gebaseerd op Eekhouds Escal-Vigor. Claus’ versie bleef echter in de laden liggen tot Mirande Lucien ze vertaalde en in 2001 in het Frans publiceerde.
2001 Hugo Claus. Escal-Vigor : Scenario d’après le roman de Georges Eekhoud. Niet gepubliceerd filmscenario in het Nederlands geschreven door Hugo Claus.Vertaling en voorwoord door Mirande Lucien. Lille : Les Cahiers Question de Genre/GKC.
2010 De horlogemolen. (verhaal)

Vertaling en inleiding van Katelijne De Vuyst.
Oorspronkelijke titel: Le Moulin-Horloge (pp 159-176) in Cycle patibulaire 1892.
In: Deus ex Machina. nr 123, maart 2010
2013 Het hart van Tony Wandel. (science fiction novelle)

Vertaald en van nawoord voorzien door Katelijne De Vuyst.
Oorspronkelijke titel: Le coeur de Tony Wandel (1887, in Nouvelles Kermesses)
Vormgeving: Barends en Pijnappel

 

Amsterdam: Stichting Voetnoot. -96p.

Reeks: Belgica nr 13
Afmetingen: 16.50 x 10.50 (pocket)
Drukwerk: Koninklijke Van Gorcum

 

2014 Escal-Vigor. (roman)

Vertaald uit het Frans en van een nawoord voorzien door Katelijne De Vuyst.
Oorspronkelijke titel:Escal-Vigor (Paris: Mercure de France. 1899)
Omslag en typografie binnenwerk: Scheer
Illustratie omslag: Dubbelportret, 1915, Egon Schiele
Co-uitgever en financiële ondersteuning: Académie royale de langue et de littératures françaises de Belgique.
Met een foto van Georges Eekhoud vooraan en een getekend portret van de auteur door Felix Vallotton achteraan.

 

Utrecht: Uitgeverij IJzer.-238p.

Afmetingen: 20 x 12,50 (paperback)