home | Inloggen
Aantal schrijvers: 535 | Aantal boeken:

15559

Daisne, Johan

Maakt deel uit van: ,

Johan Daisne

 Gent, 2 september 1912 – Gent, 9 augustus 1978
Eig. Herman Thiery, Gents dichter, prozaïst, auteur van toneelstukken, hoorspelen en essays, filmcriticus.
 Hij wordt beschouwd als de initiator van HET MAGISCH-REALISME in de Nederlandse literatuur, genre waarvan hij zijn theorie uiteenzette in het essay Letterkunde en magie (1958), vanaf de tweede druk Wat is magisch-realisme ? getiteld.

 Zijn BELANGRIJKSTE WERK schreef hij tussen 1941 en 1950, de meest bewogen fase van zijn leven: De trap van steen en wolken (1942, zijn magisch-realistische debuutroman), De man die zijn haar kort liet knippen (1948, verfilmd in 1965) en De trein der traagheid (1963, verfilmd in 1968, eerst verschenen in de bundel Met dertien aan tafel, 1950).

 Zijn passie voor FILM vond zijn neerslag in vele bundels met essays en werd in de jaren ’70 bekroond door de uitgave in drie delen van een viertalig Filmografisch lexicon der wereldliteratuur (2 dln, 1971-1975 plus supplement, 1978).

Hij werkte mee aan talrijke tijdschriften, was mede-oprichter van Klaver(en)drie, Werk en het Nieuw Vlaams tijdschrift. Vanaf 1967 was hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde (later Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, KANTL).

BIOGRAFIE

2 september 1912: geboren als oudste van drie zonen van een onderwijzer die uit een oud adellijk Frans geslacht uit het Département de l’Aisne (vandaar zijn pseudoniem) stamde. Zijn moeder was lerares aan de normaalschool.

  • Vader Leo Michel Thiery (1877-1950) was onderwijzer te Gent en self-made bioloog. Hij schreef enige populair-wetenschappelijke en didactische werken en is stichter van het natuurhistorisch schoolmuseum, dat de kern vormt van het naar hem genoemde Schoolmuseum te Gent. Een hem aangeboden doctoraat aan de Gentse universiteit werd door hem geweigerd: ‘hij was onderwijzer geworden om het te zijn en te blijven.’ ‘Goede Pipa’, zo heeft Daisne zijn vader beschreven, ‘was van het zachte hout’.  Hij was overtuigd maar linkse idealist die met Leo Tolstoy en Peter Kropotkin dweepte. Daisne zou na zijn vaders dood een ‘vaderroman’ schrijven, getiteld ‘Prins van de Libanon’, die hij echter nooit heeft willen publiceren.
  • Moeder Maria Augusta de Taeye (1885-1976) was onderwijzeres, later lerares aan de Gentse meisjeskweekschool, waar ook Daisne zelf later als leraar Duits voor de klas zou staan en die het decor vormt voor zijn roman ‘Hoe schoon was mijn school’ (1961). In haar vrije tijd recenseerde ze letterkundige werken, oa ‘School-Idyllen’ van Top Naeff en ‘Mijn roman’ van Tine van Berken. Deze laatste (1870-1899) was  een schrijfster van ‘jongedamesromans’. Daisne zou haar eren met onder andere zijn toneeldrama ‘Tine van Berken’ (1945) en tevens haar naam schenken aan zijn villa aan de Leie. Zijn moeder was bijzonder trots op haar schrijvende zoon, wie het waagde om enig werk van Daisne negatief te beoordelen, kon rekenen op een gepeperde brief van moeder Thiery.

1918 – 1923: lager onderwijs aan de school in de Geitestraat. Daarna stapte hij over naar het technisch vierdegraadsonderwijs (1924-1925) aan de Jacob van Maerlantstraat.

  • Herman leerde na de lagere school tekenen, boekbinden en ijzer en hout bewerken, omdat zijn vader wilde dat hij, voordat hij intellectueel zou worden, zou weten wat handenarbeid is.

1926 – 1930: volgde de richting “Moderne Humaniora” aan het Koninklijk Atheneum in Gent. Maar in het voorlaatste jaar werd hij ziek en moest zijn studie stoppen.

  • Hij werkte een tijd als kantoorbediende in de textielfabriek La Lys en bereidde zich ondertussen voor op het universitair toelatingsexamen.

1930 – 1935: studeerde hij economie en Slavische talen aan de Gentse universiteit.

  • 1932: Zijn eerste gedicht Pavane worden gepubliceerd in De Vlaamse Gids.
  • Hij had toen reeds communistische sympathieën en interesseerde zich voor Rusland. Hij studeerde daarom ook Slavische talen.
  • 1935: maakte deel uit van wetenschappelijke zending naar de USSR, samen met de Nobelprijswinnaar Jules Bordet en de schrijver August Vermeylen. Hij publiceerde hierover een reportage in de socialistische krant Vooruit onder de titel “Stof op het Kremlin“, waarin hij zijn sympathie uitspreekt voor het Russische volk en hun nieuwe maatschappij.

1935-1936: verrichtte zijn legerdienst als soldaat bij de artillerie.

  • Na zijn legerdienst was hij voor een paar weken studiemeester aan het atheneum te Gent.
  • Daarna werd hij adjunct-directeur bij de Landsbond der Bouwbedrijven en Openbare Werken te Brussel (tot 1944).

1935: publicatie van zijn eerste verzenbundel Verzen bij Varior te Gent.

1936: promoveerde tot doctor in de Economische Wetenschappen op een proefschrift over staatshuishoudkunde: ‘ Beschouwingen over Axio-Ekonomie. USSR en veelheidsekonomie. Een probleemstelling.’

1936-1944: adjunct-directeur van de Fédération nationale du Bâtiment (Landsbond der Bouwbedrijven) te Brussel, een functie die hij wist te combineren met zijn leraarschap te Gent en te Brussel.

1936 tot 1961: was parttime leraar Duits aan de Stedelijke Normaalschool voor Onderwijzeressen in de Wispelbergstraat te Gent.

  • 1936 tot 1961: Was parttime leraar Duits aan de Stedelijke Normaalschool voor Onderwijzeressen in de Wispelbergstraat te Gent.
  • 1940 tot 1955: Leraar Nederlands aan de Ecole Sociale (het Instituut voor Sociale Studie) te Brussel.

1937: richtte samen met Marcel Coole en Luc van Brabant het poëzietijdschrift Klaver(en)drie (1937-1948) op.

1940: Wereldoorlog II breekt uit en reserve onderluitenant Thiery wordt in mei 1940 naar Frankrijk gestuurd als verbindingsofficier met het Franse leger. Zo komt hij in het zuiden van Frankrijk terecht in het dorp Pomas (Aude) een 12-tal km van Carcassonne.

31 juli 1940: verschijnt bij de uitgeverij Bonnafous in Carcassone zijn novelle Aurora,  in een oplage van 200 ‘genummerde’ ex. Het nr. 1 stuurde hij aan Suzanne ‘Aurora’ Herremans, het nr 2 aan zijn ouders. Me meeste exemplaren werden verkocht aan de mede-soldaten, voor wie ze speciaal gedrukt waren.

  • Daisne bleef in die periode ook verder gedichten schrijven. Gebundeld verschenen zij onder de titel “Het einde van een zomer. Legerverzen uit de mobilisatie” in 1940 bij uitgeverij Manteau te Brussel.
  • Ook schreef hij er de novelle ‘Renée’, dat gelardeerd met fragmenten gedichten, op literair autobiografische wijze, het Zuid-Franse landschap beschrijft (Brussel, Manteau).
  • Veel later, in 1957, zullen vele van deze oorlogservaringen opnieuw komen boven drijven in de roman ‘Lago Maggiore’.

5 augustus 1940: Herman Thiery krijgt zijn verlofpas: ‘Démobilisation anticipée pour raisons économiques et administratives’.

  • Vier dagen later staat hij terug thuis voor de deur van de Brittanniëlaan. Hij zou een grote gerookte ham bij hebben gehad en een eerste Omega-polshorloge.

Thiery sloot zich aan bij de weerstandsorganisatie ‘Onafhankelijkheidsfront’. Hij trad op als koerier en verspreidde vlugschriften en clandestiene bladen.

1942: publicatie van zijn eerste belangrijke roman, ‘een verblindend nieuw en briljant geluid in de Nederlandse letteren’ zo luidt de kritiek: De trap van steen en wolken

  • De roman valt uiteen in twee delen. Een eerste deel speelt in de werkelijkheid (de ‘steen’ uit de titel) en vertelt over de liefde van Evert te Wigh voor een assistente aan de universiteit. Een tweede deel speelt in de verbeelding van Evert (de ‘wolken’ uit de titel), die een roman schrijft waarin alle belemmeringen voor zijn liefde voor de assistente zijn opgeheven. Waar het Daisne om gaat is de beschrijving van het grensgebied waar droom en werkelijkheid in elkaar overvloeien: de trap voor de verbinding van beide, het streven van de mens naar bovenzinnelijkheid.
  • In een nawoord geeft Daisne zelf tekst en uitleg en introduceert hij, verwijzend naar de Italiaanse auteur Massimo Bentempelli, het begrip magisch realisme. In 1966 zal hij – in het essay Wat is magisch-realisme? – de theorie van het genre uitdiepen en nuanceren

1943: schreef het toneelstuk ‘De charade van Advent’, maar de opvoering werd door de Duitsers verboden.

1944: sloot zich aan bij de Communistische Partij en bleef lid tot 1946. Na de bevrijding in 1944 moest hij terug naar het leger als luitenant bij het Krijgsauditoraat, maar werd kort daarop gedemobiliseerd.

1944: huwde met Polly van Dyck en vestigde zich in Schaarbeek

  • Nog datzelfde jaar wordt een dochtertje Frédérique geboren dat echter nog geen drie maand later overlijdt.  Deze gebeurtenis zal Daisne voor de rest van zijn leven tekenen. Het echtpaar krijgt ook nog een zoontje Evert.
  • Zijn eerste huwelijk strandde en in 1957 huwde hij met Marthe Kinaupenne.

1945-1977: hoofdbibliothecaris van de Gentse stadsbibliotheek. Bij zijn pensionering was de collectie van de bibliotheek meer dan vertienvoudigd.

  • In september 1946 publiceerde Johan Daisne in het verzetsblad “Front. Blad van de weerstand en democratie” een “In memoriam Robert Mussche” (pseudoniem van Rudo Reyniers, 1912-1945) over zijn vriend, schrijver en leidend lid van het Onafhankelijkheidsfront.

1947: publicatie van ‘De man die zijn haar kort liet knippen’.

  • Weisgerber, in ‘Aspecten van de Vlaamse roman’, wijst op de vele verwantschappen van dit boek met de romanfiguren van Dostojevski.
  • Het is een schijnbaar onsamenhangend (maar in wezen zeer hecht gestructureerde) reconstructie van de ondergang van een leraar die verliefd wordt op één van zijn leerlingen. In de verwarde geest van Govert Miereveld, die opgenomen is in een psychiatrische inrichting, staan droom en werkelijkheid niet naast elkaar maar vloeien in elkaar over.
  • De film werd in 1965 succesvol verfilmd door André Delvaux met Senne Rouffaer in de rol van Govert Miereveld.

1948: zijn sympathie voor het communisme bekoelde sterk door de, volgens zijn zeggen, ‘dialectische wartaal’ van het Internationaal Vredescongres van Intellectuelen in Wroclaw (Polen) in augustus 1948. Hij besloot dat het communisme dogmatisch en autoritair optreedt en brak met het communisme in oktober 1948.

  • Zijn boek “Van Nitsjevo tot Chorosjo“, een geschiedenis der Russische literatuur met bloemlezing (1948), werd sterk bekritiseerd als politiek incorrect door de communist Nico Rost, een Frontmedewerker. Johan Daisne verwerkte deze onvrede in zijn boek “De vrede van Wroclaw, of een proeve van spijkerschrift op het IJzeren Gordijn” (1948).

1950: zijn derde belangrijke publicatie is de visionaire novelle De trein der traagheid. Ze is oorspronkelijk opgenomen in de verhalenbundel Met dertien aan tafel. Pas in 1963 afzonderlijk uitgegeven in de reeks Marnixpockets door Manteau.

  • Een geheimzinnige treinreis voert de hoofdpersoon naar het grensgebied van leven en dood. De hallucinatie wordt afgebroken als hij bijkomt uit zijn bewusteloosheid: hij blijkt het slachtoffer te zijn van een treinongeluk.
  • Ook deze film werd door André Delvaux verfilmd (1968) als Un train, un soir met Yves Montand in de hoofdrol.

Ook al schreef Daisne daarna nog tal van romans ( o.a. Lago Maggiore (1957), Grüsz Gott (1958), De neusvleugel der muze (1959), Hoe schoon was mijn school (1959), Baratzeartea (1962), Als kantwerk aan de kim (1965), Reveillon-Reveillon (1966) en Ontmoeting in de zonnekeer (1967), geen van alle haalde ook maar bij benadering de intensiteit en de authenticiteit van beide romans uit de jaren ’40.

1967: werd lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde als opvolger van Herman Teirlinck.

9 augustus 1978: overlijden van Johan Daisne te Gent.

Johan Daisne werd in stilte gecremeerd. Zijn as werd uitgestrooid op de Westerbegraafplaats aan de Palinghuizen. Op het graf van zijn vader Leo-Michel Thiery (Westerbegraafplaats Gent, graf 4287) werd de naam van Johan Daisne aangebracht.

Over zijn werk

In alle genres geeft Daisne blijk van een wonderbaarlijke productiviteit.
DICHTER
  • Johan Daisne debuteerde met een dichtbundel “Verzen” in 1935. Het zijn eenvoudige gedichten in een stijl die dicht aanleunt bij het normale taalgebruik., wars van het toenmalige trend:  “experimenteren”. Hij heeft dan ook weinig succes. Toch bleef het dichten zijn verdere literaire carrière begeleiden en schreef hij nog “Het einde van een zomer” (1940), “Ikonakind” (1946), “Het kruid-aan-de-balk” (1953), “De nacht komt gauw genoeg” (1961) en het postuum verschenen “Gepijnde honing“.
ROMANSCHRIJVER
  • Wie Daisne zegt, kan niet rond deze pionier van het magisch-realisme in de Nederlandstalige literatuur. Het magisch-realisme ontstaat uit een spanning tussen de werkelijkheid van de  wereld en de werkelijkheid van de droom, een spanning die ons een glimp laat ervaren van iets dat hoger is dan deze werkelijkheden.
  • Zijn eerstelingen, “De trap van steen en wolken” (1942), en “Zes domino’s voor vrouwen (1942) voeren deze spanningen zeer hoog op. Hoogtepunten zijn “De man die zijn haar kort liet knippen” (1947), waarin de auteur aangeeft hoe hij het leven ervaart, en “De trein der traagheid” (1953).
In  “Ten huize van … ” formuleert Johan Daisne het als volgt:
“Als studenten me nu vragen wat de betekenis van het magisch realisme is, houd ik deze redenering: Je kent de romantiek, die twee elementen bevat: Dichtung und Wahrheit. De romantiek is een spel van die twee, een vrijblijvend, gratuit spel, om te vermaken of te boeien, er zit geen filozofie achter. Met het magisch realisme komt er een derde element bij. Ik schakel ‘vrijblijvend’ uit en konstrueer die buitenwerkelijkheid (de realiteit dus) en de binnenwerkelijkheid (de droom) zo, dat ze geordend en gericht worden. Dat zit trouwens in de titel van De trap. Het ‘steen’ is de tastbare, konkrete werkelijkheid, de ‘wolken’ zijn ook de werkelijkheid, maar de niet tastbare, de abstrakte. Wij zien beiden hier dezelfde kamer, maar ik zie ze anders dan jij voor wie zij nieuw is, terwijl ik ze zie met al wat erin is voorgevallen; mijn verbeelding speelt mee, ik zie herinneringen. En steen en wolken worden gebonden door de trap die opwaarts richt. Want de bedoeling van dat dooreengevoegde realisme is een zekere magie te wekken, de vonk van een geestelijk chemische reaktie, die ons misschien een glimp laat zien van iets hogers dan de werkelijkheid, met name van de Waarheid. In die zin heb ik de formule praktisch en teoretisch uitgewerkt. Ze is dus enigszins metafysisch, een romantiek die met een zekere filozofie is geladen. En ik meen dat die formule op veel belangrijke werken kan worden toegepast, op werken van alle tijden.”
(Joos Florquin, Ten huize van…10 – Davidsfonds Leuven 1974)
 
JOURNALISTIEK
  • Selecties uit zijn journalistiek werk verschenen o.a. in “Met een inktvlek geboren” (1961).
TONEEL EN AANVERWANTEN
  • Hoorspelen, filmscenario’s en enkele toneelstukken, Daisne deed het allemaal en werd er zelfs voor bekroond. Zijn stukken zijn combinatie van Plato en Luigi Pirandello. Hun belang ligt eerder in hun experimentele karakter.
FILM
  • De filmkunst speelde reeds vanaf zijn jeugd een belangrijke rol in zijn leven en werk. Het Filmfestival van Knokke lag hem nauw aan het hart en hij schreef een viertalig “Filmografisch lexicon der wereldlitteratuur” in drie delen (1971, 1975, 1978). Door sommigen wordt dit zijn levenswerk genoemd.
TIJDSCHRIFTEN
  • Johan Daisne richtte in 1937 samen met M.Coole en L. van Brabant het poëzietijdschrift Klaver(en)drie (1937-1948)op.
  • Hij was verschillende jaren redacteur van Werk , Vooruit en Nieuw Vlaams Tijdschrift.
  • Hij schreef filmkritieken in de Periscoop.
OPTREDEN IN STRIPVERHALEN
  • Striptekenaar Marc Sleen (Nero strip) was een fan van Daisne. Hij verwees naar hem in het Nero-album De Wallabieten (1968). In strook 62 graaft de supersterk geworden Nero met blote handen uit rotsen een trap. Hij zegt: Een trap van steen en rotsen in plaats van Daisne’s trap van steen en wolken.
  • In het Kiekeboealbum De Ka-Fhaar (1982) kijken Kiekeboe en Charlotte naar het toneelstuk De Man Die Zijn Sigaar Kort Liet Knippen, een verwijzing naar Daisne’s stuk De Man Die Zijn Haar Kort Liet Knippen.

BEKRONINGEN

Bijna alle romans van de auteur werden vertaald in heel wat Europese talen.
  • 1946:  driejaarlijkse staatsprijs voor toneel (periode 1943-1945) voor “Het zwaard van  Tristan“.
  • 1951:  August Beernaertprijs van de Koninklijk Academie voor Taal- en Letterkunde (periode 1948-1949) voor “De man die zijn haar kort liet knippen
  • 1954:  literaire prijs van de stad Gent (1954) voor Het kruid-aan-de-balk : een bussel gedichten.
  • 1958:  Arthur Merghelinckprijs van de Koninklijk Academie voor Taal- en Letterkunde (periode 1955-1957) voor “Lago Maggiore“, een optimistisch boek verschenen in 1957  na een zware ziekte.
  • 1959:  driejaarlijkse staatsprijs voor romans (periode 1957-1959) voor De neusvleugel der  muze : een roman van de film.
  • 1960:  driejaarlijkse Staatsprijs voor “De neusvleugel der muze”.
  • 1966:  Het geluk werd bekroond in de luisterspelwedstrijd van de Nederlandse Radio-Unie en  de BRT
  • 1967:  internationale Koggeprijs-literatuurprijs van de stad Minden (Duitsland) voor zijn ganse oeuvre.

MEER OVER J. DAISNE

  • Rik Lancrock: Johan Daisne (1956)
  • Het tijdschrift Yang publiceerde in 1978 een extranummer over Johan Daisne
  • Lisette de Backer: Johan Daisne, een andere benadering (1983), brochure bij een herdenkingstentoonstelling in Nieuwpoort, van 29.10.1983 tot 13.11.1983
  • Lisette de Backer en Marcel de Backer: Herdenkingstentoonstelling Johan Daisne, 1912-1978 (1980), brochure bij de hoger vermelde tentoonstelling in het Pand te Gent; de sporen van het leven van de auteur in zijn werk worden er gedetailleerd in aangegeven. Dit werkje bevat ook een chronologische levensschets
  • De pool van de droom : van en over Johan Daisne (1983, samensteller: Hedwig Speliers) waarin een dertigtal auteurs verschillende aspecten van zijn leven en zijn werken (en de band tussen beide) belichten, o.m. F.P. Huygens met Het spel als droom : de daad naar een wet, beelden uit de levensfilm van Johan Daisne; Jan Theunynck verzorgde hiervoor een synthese-biografie met een overzicht van Daisnes bijdragen in tijdschriften
  • André Demedts: Johan Daisne, in: Nationaal biografisch woordenboek, dl. 10 (1983), p. 123-131
  • Johan Daisne, in Vlaanderen, jrg. 39 (1990), nr. 233, p. 392-418, met bijdragen van Anne Marie Musschoot (over Zes domino’s voor vrouwen), Guido van Puyenbroeck (over Hoe schoon was mijn school) en een uitvoerige bibliografie van en over Daisne, samengesteld door Luc Decorte
  • De Jaarboeken van het Studiecentrum Johan Daisne (1995- ) bevatten essays over hem evenals de verslagen van de jaarlijkse colloquia die aan hem werden gewijd.
Het Studiecentrum Johan Daisne bevordert studies over de auteur en over het magisch realisme als artistieke stroming; stimuleert het gebruik van de Daisne-archieven, bewaard in het AMVC en in de universiteitsbibliotheek van Gent, organiseert lezingen en tentoonstellingen.
Studiecentrum Johan Daisne
Constitutiestraat 89
2600 BERCHEM (ANTWERPEN)
Tel: Johan.Vanhecke@cs.antwerpen.be
 
  •  Johan Vanhecke, ‘Johan Daisne 1912-1978 Tussen magie en werkelijkheid’, Uitgeverij Houtekiet. -736p. (2015)

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Websites
Referenties
  • Jean Weisgerber, Aspecten van de Vlaamse roman (1927-1960). Polak en Van Gennep, Amsterdam 1963, pp. 160-181.
  • Johan Vanhecke, Het mirakel der wolven. De oorlogsmissie van Johan Daisne als onderluitenant Herman Thiery. In: Zacht Lawijd, jrg. 12 nr 1. 2013 pp. 2-27
  • Jef van Gool,, Daisne, Johan, in: M. Janssens e.a (red.). Geboekstaafd. Vlaamse prozaschrijvers na 1945 (1988), p. 95-99;

BIBLIOGRAFIE & FILMOGRAFIE

Woordje vooraf
  • Na het chronologisch overzicht volgt een overzicht van de werken van Daisne gerangschikt  per genre en alfabetisch op titel.
De gegevens van deze bibliografie werden onder meer nagekeken bij
  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen.
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • Piet Devos: Van reuzen tot dwergen. Bibliografie – Vlaamse schrijvers in de 20ste eeuw – Eerste drukken. Kortrijk, eigen beheer 2007
  • Bio- en bibliografie ‘van’ en ‘over’ Johan Daisne (o1912-†1978), bron: Vlaanderen. Jaargang 39. Christelijk Vlaams Kunstenaarsverbond, Tielt 1990.
  • POËZIECENTRUM vzw – Gent
    • Naast de Poëzieshop biedt het Poëziecentrum voor liefhebbers van antiquarische kleinoden ook een uitgebreid aanbod modern antiquariaat aan. Recentelijk werd het aanbod uitgebreid tot meer dan 3500 titels èn werden alle prijzen geherwaardeerd. Je vindt een overzicht van al de antiquarische titels op Antiqbook.
Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.
A. Chronologisch overzicht
Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1935 Verzen. (poëzie) Sint-Amandsberg : Varior. -31p.

Reeks: Cahiers van de Waterkluis . 3e reeks ; 2
Afmetingen:23.50 x 15.50 (ingenaaid)
Colophon: “Verzen” door Johan Daisne is het tweede schrift van de derde reeks “Cahiers van de Waterkluis”.
Benevens de gewone uitgave werden 10 preferente exemplaren gedrukt, genummerd van 1 t./m. 10 en door de dichter gehandtekend.. Januari 1936.
 
1935 Stof op het Kremlin: reportage van een studiereis in Sovjet-Rusland (reportage)

Gepubliceerd onder eigen naam: HERMAN THIERY
Gent: Vooruit. -29p.

In boekvorm ?
In 12 afleveringen 25 juni – 23 juli 1935
1936 Breuken herleiden. (poëzie) Daisne 5 Sint-Amandsberg (Nijverheidskaai 45): Varior. -56p.

Reeks: Cahiers van de Waterkluis ; IV, 1
Afmetingen: 23.50 x 15.50 (ingenaaid in kartonnen kaft)
Colofon: “Breuken herleiden” door Johan Daisne is het eerste schrift van de vierde reeks “Cahiers van de Waterkluis”. Het werd gezet uit de Hollandsche Mediaevalletter en gedrukt op 302 exemplaren, waarvan gemerkt   2 gemerkt A en B en gehandteekend door den dichter , op Lovelace papier, niet in den handel; 10 genummerd van 1 t/m 10 evenzoo gehandteekend, op Engelsch Featherweight, die de preferente uitgave vormen; 120, op Engelsch Featherweight , voor den handel; 150 voor de abonnenten op de “Cahiers van de Waterkluis” en 20 voor de pers.
1937 Poesjkien 1837-1937. Bescheiden bloem bij de mooie kroon door Vlaanderen gelegd op het hulde altaar van een Universeel genie. (vertaalde poëzie + essay)

Gepubliceerd onder eigen naam: HERMAN THIERY
Bevat:  ‘Woord vooraf’ (pp 3-7); het essay ‘Aljeksàndr Sergéjevietsj Poésjkien. De zon der Russische poëzie’ ( pp 8-31); de metrische vertaling uit het Russisch van ‘De bronzen ruiter. Een Peterburgsche vertelling door A.S. Poésjkien’ (pp 37-50): alle van de hand van dr. Herman Thiery.
Verder telt de uitgave de essays ‘Poesjkien als prozaschrijver’ door F.V. Toussaint van Boelaere (pp 25-31); en ‘Synthetisch beeld van Poesjkien’ door Achilles Mussche (pp 32-36) .
Het boekje wordt besloten met een ‘Kleine ruiker uit Poesjkien’s lyriek met drie gedichten op den dood van de dichter, metrisch vertaald uit het Russisch door dr. Herman Thiery’.(pp 51-62)
 Daisne 45  Brugge: De Garve. – Achilles Van Acker, Eiermarkt 4, Brugge. -62p.

Afmetingen: 21.60 x 12 (ingenaaid
 
1937 Afreacties en fundeeringen. (poëzie) Sint-Amandsberg: ” Varior “. 72p.

Afmetingen: 24 x 16 (ingenaaid)
Reeks: Cahiers van de Waterkluis ; IV, 6
Colofon: “Breuken herleiden” door Johan Daisne is het laatste schrift van de vierde reeks “Cahiers van de Waterkluis”.
Benevens de gewone uitgave werden vijf preferente exemplaren gedrukt. September 1937

 

1938 Kernamout. Een poema uit den herfst. (poëzie)
Met vijf houtsneden van V. Stuyvaert.
Den Haag: Leopold. -58p.

Brussel: A. Manteau.-57p. (1939)
1939 Gojim. een winterverhaal. (verhaal)
Illustraties: Frits van den Berghe.
Dit verhaal is het eerste scheppend proza van Daisne, geschreven in de winter van 1939 en gepubliceerd in het tijdschrift Werk, juni 1939
1943: 2de druk onder de titel Raissa in Zes domino’s voor vrouwen.
1968: 3de druk in Gojim, gevolgd door Zuster Sharon
1976: 4de druk in Winterrozen voor een kwakzalver
Gent: Klaverendrie (Brittanjelei, 4a). -47p.
Afmetingen: 23.50 x 16.50 (ingenaaid)
Drukkerij A. Hessens, Brussel
Vertalingen:
1945: een Engelse (Goyim, a fantastic tale – Brussel, Meddens & Co), een Franse (Goyim – Bruxelles, Gelezniakoff) en een Russische (Goyim – Brussel, Gelezniakoff) vertaling.
De Engelse vertaling werd gemaakt door een zekere S.H., de Franse en de Russische versies waren van de hand van Johan Daisne zelf.
1940 Aurora. Verhaal. (verhaal)
1943: Hernomen in Zes domino’s voor vrouwen. Uitg. A. Manteau
1953: Rotterdam: Nijgh en Van Ditmar, pp. 33-113.
Daisne 31 Carcassone: Imprimerie L. Bonnafous et Fils, 48, rue de la Mairie -109p.

Afmetingen: 22.50 x 14 (ingenaaid)
Colofon: Aurora, een verhaal van Johan Daisne, aansluitend bij zijn vorige vertelling “Gojim” werd begonnen in de lente 1939 en beëindigd in de lente 1940, tijdens den oorlog en bij Bonnefous in Carcassonne gedrukt op 200 exemplaren. Alle zijn opgedragen aan haar wier gedachtenis al de dagen van dezen somberen tijd doorlicht heeft: Aurora van Erlevoort.
1940 Maud Monaghan. Een spionnageverhaal. (verhaal)
Bandillustratie door Alice Vrebos
1943: hernomen in Zes domino’s voor vrouwen. Uitg. A. Manteau
1953²: opgenomen in Zes domino’s voor vrouwen
Gent: Uitgevers Snoeck Ducaju & Zoon (Begijnhoflaan 76, Gent). -128p.

Afmetingen: 23 x 17 (ingenaaid)
1940 Renée. (novelle)
1943: hernomen in Zes domino’s voor vrouwen. Uitg. A. Manteau
1953: opgenomen in Zes domino’s voor vrouwen. Rotterdam: Nijgh en Van Ditmar, p.114-182.
Brussel: A. Manteau p.v.b.a. -95p.

Afmetingen: 20.25 x 14 (ingenaaid)
1940 Het einde van een zomer. Verzen van bij het leger. (poëzie)

Geïllustreerd door Alice Vrebos
Brussel : A. Manteau. -75p.

Afmetingen:23.30 x 15.50 (gebrocheerd)
Colofon: “Het einde van de zomer” een verzenbundel van Johan Daisne met vier penteekeningen van Alice Vrebos, werd geschreven in den herfst van 1939 en in Februari van 1940 gedrukt op de persen van de drukkerij A. Hessens te Brussel..
De oplage beraagt 200 exemplaren genummerd van 1 tot 200. De ex. Nr. 1 tot 20 zijn niet in den handel.

 

1940 De nieuwere dichtersgeneratie in Vlaanderen. Een autografische en geïllustreerde bloemlezing van 47 dichters en 122 gedichten / bezorgd en historiografisch ingeleid door Dr Johan Daisne. Antwerpen: Van Uffelen & Delagarde. -120p.

De Vlaamsche Gids. Aparte uitgave van het speciaal nummer. Maart-April 1940.
1942 De charade van Advent. Toneelspel in drie bedrijven met voor- en naspel (toneel)
Onder de titel La charade de l’Avent. Pièce en trois actes werd het door de auteur in het Frans vertaald en gepubliceerd door de Brusselse Librairie Générale (1943).
Brussel: A. Manteau. -118p.
Het stuk ging op 19 december 1943 in de K.N.S. te Gent in première
1942 De trap van steen en wolken. Roman. (roman)
Vertalingen:
1960:Duits vertaald door Georg Hermanowski onder de titel: Die Treppe von Stein und Wolken (Bonn, Verlag der Buchgemeinde)
Varia:
1979: Frans du Mong bezorgde in 1979 in de serie Omtrent van uitgeverij Manteau, Brussel-Den Haag een handleiding (66 blz.) bij de lectuur van De trap van steen en wolken.
Brussel: Uitgeversmij. A. Manteau N.V. / Rotterdam: Nijgh & Van Ditmar N.V. . -360p.

Afmetingen: 24.25 x 16 (ingenaaid en gebonden met verschillende stofwikkels)
1943 Zes domino’s voor vrouwen. (verhalenbundel)
Bevat: Raissa (= gojim uit 1939 /pp 11-38); Aurora (pp 39-126); Renée (pp 127-198); Maud (pp 199-267); Agnes (pp 269-285);  Veva (pp 287-329).
Bandteekening door Eug. Hermans.
1953: 2de druk bij Nijgh en Van Ditmar te Rotterdam.
 daisne-47 Brussel: Uitgeversmij A. Manteau n.v. . -331p.

Afmetingen: 24.25 x 16 (ingenaaid met stofomslag)
Colofon: Zes domino’s voor vrouwen, door Johan Daisne werd in december 1943 gedrukt op de persen van de drukkerij Anneessens te Ninove, in opdracht van de uitgeversmaatschappij A. Manteau N.V. te Brussel.
Toelatingsnummer: 3474.
1944 Hermine-uit-de-storm. Een cyclus verzen uit en voor het leven. (poëzie)

Band door Prof. R. Bruynseraede.
Brussel: A. Manteau. -120p.

Afmetingen:20.75 x 15.60 (ingenaaid)
Colofon: ‘Hermine-uit-de-storm. Een cyclus verzen uit en voor het Leven’, door Joh. Daisne, werd in November 1944, voor de Uitg. Mij. A. Manteau, te Brussel, gedrukt op de persen van de N.V. Drukkerij Erasmus te Gent (Ledeberg) in de Garamond letter, in een oplage van 250 ex.

 

1944 “En dit is ‘t vuur ” (gedicht)

In: Vier gedichten. Raymond Herreman, Johan Daisne, Bert Decorte en Herwig Hensen.
Brussel: A. Manteau. -5p.

Losbladige uitgave: 5 losse bladen in een mapje; tweekleurendruk: zwart-rood; In een oplage van 550 genummerde exemplaren.
1945 Drie-hoog-voor. Gedichten uit de kleine kamer. (poëzie) Brussel: A. Manteau. -64p.

Afmetingen:18.50 x 14.30 (ingenaaid)
Colofon: ‘Drie-hoog-voor’, Gedichten ut de Kleine Kamer (1943) door Johan Daisne, werd in September 1945, voor de Uitg. Mij. A. Manteau, te Brussel, gedrukt op de persen van de N.V. Drukkerij Erasmus te Gent / Ledeberg, in een oplage van 250 ex., genummerd van 1 tot 250.
1945 Tale Quale. Zo als het reilt… Verzen. (poëzie) Mechelen: Scientia. -29p.

Reeks: Scientia-dichtbundels nr 1
Afmetingen:23.50 x 15.50 (ingenaaid)
Colofon: Deze bundel werd gedrukt op 300 ex. en kwam van de persen der Drukkerij Uitgeverij FR. Van der Zeypen, Ontvoeringsplaats,2 Mechelen November 1945.
 
1945 Tine van Berken. Pièce en trois actes. (toneel) Gent: Daphne. -110p.
1945 De Russiese literatuur. Een geïllustreerde gids. (studie) Gent: Uitgave Thiery ; Brussel : Johan Daisne. -16p.
1946 Ikonakind. (poëzie)

Het omslagvignet is van Victor Stuynaert en werd uit de hand geschilderd
Brussel: A. Manteau. -32p.

Afmetingen: 22 x 13.80 (ingenaaid – omslag ontworpen als briefomslag)
Colofon: De gedichtenbundel “Ikonakind” van Johan Daisne is gezet uit de letter Egmont en werd in opdracht van de Uitgeversmaatschappij A. Manteau N.V. te Brussel in Juli 1946 gedrukt in een oplaag van 220 genummerde exemplaren, door de N.V. Van Melle te Gent.

 

1946 Drie verzen maar, mijn Fred… (poëzie) Gent: H. Thiery. -8p.

Reeks: Klaverdrie, Maart 1946
1946 In memoriam Robert Mussche Rudo Reyniers, ” Julien “, 1912-1945 (essay) Gent: Drukk. A. Vandeweghe. -39p.
1946 De nacht staat op een kier. (poëzie)
Met een inleiding van Paul De Ryck en een portrettekening van Marc Neels
Hoogstraten: Moderne Uitgeverij. -19p.

Reeks: De Spiegel ; 2e jaarg., 1946, nr 2
Afmetingen:21.40 x 13.70 (geniet)
1946 De liefde is een schepping van vergoding. (toneeltrilogie)
Bevat: Veva, Het zwaard van Tristan, Tine van Berken.
De drie stukken, elk bestaande uit drie bedrijven, werden door de auteur zelf in het Frans vertaald (‘établie par l’auteur d’après l’original néerlandais’), resp. in 1956 (Brussel-Parijs, Dutilleul), 1948 (Brussel, Editions de la Cité) en 1945 (Gent, Dubrulle). De titels: Véva, L’Epée de Tristan en Tine van Berken.
Brussel: A. Manteau. -263p.
Veva werd gecreëerd door het Nationaal Toneel Antwerpen in 1947.
Het zwaard van Tristan beleefde zijn première in 1944 in de Gentse K.N.S. Tine van Berken ging in 1945 (wederopvoering in 1957) in première in de K.N.S. te Gent.
De schrijfster Tine van Berken (1870-1899) speelt ook een rol in Daisnes roman De trap van steen wolken.
(Van Berken was een Nederlandse onderwijzeres, die aan het einde van de vorige eeuw leefde en te vroeg gestorven is, zodat ze als auteur van jeugdromans geen ruime bekendheid verwierf.)
1946 Het portret. (hoorspel)
1946: Opgenomen in Schimmen om een schemerlamp.
 Brussel: N.I.R.
1946 Schimmen om een schemerlamp. (verhalenbundel)

Bevat: Kachels, “Uit het kleine, ‘t grote”, Kameraad Tsjikokoekawa, Darjal Hananapur, Het schilderij van Lucio de Ferri, Van de spoken die wij zijn, Gavotte du temps jadis, “Hof ter Meren”, Het testament van Dr. Mabuse, Rare mémoires, De grote Johannes, Bezsonov, Heer zijn wij de trein die rijdt of de trein die stilstaat?!, Kortsluiting in een schrijfmachine, Dobbelstenen, De dood op de motorfiets, De Tempel der Gebroken harten (hoorspel), Het portret (hoorspel))
Illustraties en omslagontwerp met 18 pentekeningen van Eug. Hermans.
Brussel: Uitgeversmaatschappij A. Manteau N.V. -164p.

Afmetingen: 21 x 13.50 (gebonden met stofomslag)
Colofon: Dit werk van Johan Daisne werd in november 1946 gedrukt op de persen van de drukkerij Anneessens te Ninove, in opdracht van de uitgeversmaatschappij A. Manteau N.V. te Brussel.
Nota: Het verhaal De dood op de motorfiets, oorspronkelijk verschenen in ABC (oktober 1946), werd door René Turkry opgenomen in zijn Verhalentrommel. Nederlandse en Vlaamse vertelkunst na 1945 tot heden (Antwerpen-Amsterdam, De Nederlandsche Boekhandel, 19792), blz. 8-16.
1946 Het boek der zeven reizen, de zeven reizen van elk hart, van juichen en vergrijzen tot overwonnen smart. Verzamelde gedichten 1937-1944. (poëzie)
Op de boekband luidt de titel enigszins anders dan op de titelbladzijde, nl. Zeven reizen boek.
Antwerpen: De Sleutel. -351p.
Oplage 500 ex.
1947 De Hollandse reis. Nederland richt zich op… Een reportage en een poëtisch tijdsbeeld van herrijzend Nederland. (reportage en gedichten)

De tekening op de omslag is van André Vlaanderen
1972: 2de druk met 15 door de auteur gemaakte foto’s achterin.
Brugge: Typo “Luxor”, Schaarstraat, 33. -54 p.

Afmetingen: 25 x 16.50 (ingenaaid)
Van dit boek werden driehonderd exemplaren getrokken.
1947 De man die zichzelf optelefoneerde. (lees-en luisterspel)

1950: opgenomen in de bundel Met dertien aan tafel.
Antwerpen: Ontwikkeling S.M. -32p.

Overdruk uit: Nieuw Vlaams tijdschrift 1947,sept., p. 233-265
1947 De man die zijn haar kort liet knippen. Roman. (roman)
Vertalingen
1958: Duitse vertaling door Georg Hermanowski onder de titel: Der Mann der sein Haar kurz schneiden liess (Bonn, Bonner Buchgemeinde
1959: Spaans door Tine de Vries als Vértigo (Barcelona, Editorial Miguel Arimany)
1965: Frans door Maddy Buysse (titel: L’homme au crâne rasé – Paris, Editions Albin Michel)
Z.d.: Grieks door lanes Io Skokko (Ho ànthropos mè to xurisméno kefali – Athenai, Athan. Magkanias)
1965: Engels door prof. dr. S.J. Sackett (The man who had his hair cut short – New York, Horizon Press)
1967: Zweeds door Sonja Pleijel (Mannen som lätt snagga sig – Stockholm, Almqvist & Wicksell)
1968: Pools door Jadwiga Oledzka (Czlowiek z ogolona glowa – Warszwa,
Instytut Wydawniczy Pax),
1971: Portugees door Pedro Bom (Homem da cabeça rapada – Lisboa, Publicaçôes Europa-América)
1978: Sloveens door Janko Moder (Clovek, ki se je dajal kratko stici – Muska Sobota, Pomurska Zalozba).
Brussel: Uitgeversmaatschappij A. Manteau N.V. -281p.

Afmetingen: 21 x 13.50 (ingebonden met stofomslag)
Colofon: “De Man die zijn Haar kort liet knippen” werd door Johan Daisne in de maand Augustus van het jaar 1946 geschreven en een jaar later in de Horley 12 punt, gedrukt op de persen der Drukkerij Erasmus te Ledeberg bij Gent, in opdracht van A. Manteau N.V. te Brussel.
1947 Bidsnoer voor de heroïsche film, of het daglicht in de toverlantaarns. (filmatiek) Brussel: De Vlaamse Gids. -39p.
1947 In het teken van Esmoreit: een geïllustreerde bundel toneelopstellen. (toneelopstellen) Antwerpen: Ontwikkeling S.M. -56p.
1947 Moskou 800 jaar. (studie)  Gent: Het Volk.
1947 Egbertha in de onderwereld. (kerstverhaal)
1948: Brussel: De Vlaamse Gids. -21p.
Overdr. uit De Vlaamse Gids . 32e jaarg., 1948, nr 1, Jan., blz. 10-30 (Afmetingen: 24.50 x 17.50 – geniet)
1949: In Snoeck’s grote almanak (Uitgave Snoeck-Ducaju) onder te titel ‘Egbertha’
1950: opgenomen in de verhalenbundel: Met dertien aan tafel.
 Gent: een privé-vooruitgave van de Gentse Jongensvakschool.
1947 Het venster op het leven. (vertelling)
1950: opgenomen in Met dertien aan tafel
 Gent: Eigen beheer
1948 Hedendaagse filmkunst. Herinneringen en beschouwingen. (essay-filmatiek) Gent: De Vlam. -240p.
1948 Van Nitsjevo tot Chorosjo! Tien eeuwen Russische literatuur. (studie)

Een geïllustreerde en van bio-bibliografische aantekeningen voorziene anthologie der Russische literatuur sinds haar aanvang tot heden.
Brussel: Uitgeverij Electa. -471p.

Afmetingen: 20.50 x 14.30 (ingenaaid)
100 exemplaren van Van Nitsjevo tot Chorosjo! genummerd van 1 tot 100 werden gedrukt op Featherweight papier.
Drukkerij H. Van Laethum, Manchesterstraat 3 Brussel

 

1948 Winterrozen voor een kwakzalver.(verhalen)

1976: 2de druk bij Manteau.
Gent : Drukk. Snoeck-Ducaju & Zoon. –

Overdruk uit: Belgisch Tijdschrift voor Militaire Geneeskunde ; 101e jaar, nr. 9-10, blz. 67-84
Afmetingen: 21.50 x 13.75 (geniet)
1948 Reisebilder uit bezet Duitsland. (reportage)

Pentekeningen door G. Van Obberghen
Antwerpen: Uitgeverij Ontwikkeling S.M. -86p.

Afmetingen: 17.50 x 11.75 (ingenaaid)
Druk: Excelsior N.V. Antwerpen
1949 Het eiland in de Stille Zuidzee. (verhaal)
1949: Oorspronkelijk gepubliceerd in De Vlaamsche   Gids, 1949, XXXIII, blz. 202-204.
1963: derde herziene en aangevulde versie verschenen als “Venezy, Een wild verhaal uit de oude kroeg der jeugd
1972: opgenomen onder de titel Zaza, of het eiland in de Stille Zuidzee in de bundel 4 × andermaal (Antwerpen, Standaard Uitgeverij/Amsterdam, Moussault’s Uitgeverij, 1972, blz. 33-82).
1978: Nogmaals heruitgegeven door Elsevier Manteau, Brussel-Amsterdam als Venezy, of het eiland in de Stille Zuidzee.
Brussel: Uitgeversmaatschappij A. Manteau N.V. -90p.

Afmetingen: 18 x 11.50 (gebonden)
Colofon: Het eiland in de Stille Zuidzee door Johan Daisne werd in maart 1949 gedrukt op de persen van Drukkerij Hessens te Brussel, in opdracht van Uitg. Mij. A. Manteau te Brussel.
1949 De vrede van Wroclaw, of een proeve van spijkerschrift op het Ijzeren Gordijn. Suivi d’un résumé en langue française (studie) Brussel: Uitgeverij Electa. -147p.

Afmetingen: 18.25 x 12.50 (gebonden met stofomslag)
Drukkerij H. Van Laethum Manchesterstraat, 3 Brussel
1949 Twee schelpen. (verhaal)
1950: opgenomen in Met dertien aan tafel
1967: opgenomen in Twee schelpen en wat gruis..
Brussel: De Vlaamse Gids. -23p.

Afmetingen: 25 x 18 (geniet)
1949 Losse beschouwingen voor het dossier van het magisch realisme. (studie) Antwerpen: Excelsior. -22p.

Overdruk uit: Nieuw Vlaams Tijdschrift 1948, aug. p. 221-242
1950 Met dertien aan tafel. Of knalzilver met schelpgoud. (verhalenbundel)

Bevat o.a. “De trein der traagheid” en “De Madonna met de bebloede lippen”
Band: Jozef Cantré
Brussel: Uitgeverij Electa. – 376 p.

Afmetingen: 21.50 x 15 (ingenaaid)
Drukkerij H. Van Laethum Manchesterstraat, 3 Brussel.
1950 Kritiek van de kinematograaf. Een filmografisch bestek (filmatiek) Gent: ” De Vrienden van de toverlantaarn “, Filmclub. -52p.
Afmetingen: 25 x 15.50 (ingenaaid, kaft met flappen
Veel foto’s buiten de tekst.
1950 Kroonfilms van altijd. (filmatiek) Gent: Snoeck-Ducaju en Zoon. zp
1950 De wedloop der jeugd. (verhaal)
Eerste afzonderlijke druk.
1950: Verschenen in de bundel “Met dertien aan tafel”
1964: Schooluitgave onder de titel: De wedloop der jeugd en andere verhalen. Antwerpen: Ontwikkeling.
Gent: Snoeck-Ducaju en Zoon. -41p.

Afmetingen: 24.50 x 15.50 (ingenaaid)
1950 Katten en honden sterven als kinderen. (hoorspel) Brussel: Belgisch Nationaal Instituut voor radio-omroep, Vlaamse Gesproken Uitzendingen. -28p.

Gestencild.
Reeks: Luisterspel-wedstrijd 1950
1951 Florence en de film, of een blozende lelie als brandmerk. (filmatiek) Antwerpen: Ontwikkeling. -36p.

Overdruk uit: Nieuw Vlaams Tijdschrift. 1951, 5, p. 483-516.
1951 Roman en leven. (essay) Antwerpen: Standaard. -6p.

Overdruk uit: Dietsche Warande en Belfort 1951, p. 197-202.
1952 Katten en honden sterven als kinderen. (novelle) Uit de bundel: “Zes Vlaamse novellen” pp. 87 – 103.

Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar N.V. Rotterdam/’s Gravenhage.
Reeks: Nimmer Dralende Reeks nr 36
Afmetingen: 20 x 12 (gebonden met stofomslag)
1953 Het kruid-aan-de-balk. Een bussel gedichten. (poëzie)

Het vignet op de omslag is van S.L. Hartz.
Brussel: Manteau. -95p.

Afmetingen:22 x 14.50 (gebrocheerd)
Colofon: In het najaar van 1953 gezet uit de Bembo en gedrukt door Joh. Enschedé en Zn te Haarlem op Hollands Vergé van Van Gelder en Zonen in een oplage van 500 genummerde exemplaren.

 

1955 De vier heilsgeliefden. (verhalenbundel)
Bevat: Edl. De heilsgeliefde (pp.9-58); Benetrix. De gouden spijker (pp. 59-70); Morhanita. Het bekken der vaas (pp. 71-76); Amoëne. Het hemd (pp. 77-85); Vaarwel, vier heilsgeliefden (gedicht) p 87.
Het eerste van de vier verhalen verscheen aanvankelijk in het N.V.T., 1951, V, blz. 1109-1151.
1973: 3de druk bij Paris-Manteau, Amsterdam/Brussel, Grote Marnix Pocket 78, 88 pp, omslag Ronald Nix.
Antwerpen/Amsterdam: Ontwikkeling S.M.. -88p.

Reeks: Nieuw Vlaams Tijdschrift Reeks.
Afmetingen: 22.25 x 15.50 (gebonden met stofomslag)
Colofon: De vier heilsgeliefden door Johan Daisne werd gedrukt in 1000 ex. op de persen van Drukkerij Excelsior in opdracht van Uitgeverij Ontwikkeling beide te Antwerpen.
1955 Mijn voorouders. In: “Familiealbum- Vlaamse auteurs schrijven over hun voorouders”
1956 Filmatiek, of De Film als levenskunst. (essay)
Met 42 filmfoto’s; noten en namenregister.
Brussel: Elsevier. -XV-304p. Linnen band met omslag
1956 ’t En is van u hiernederwaart: mijn stamboomverhaal. (verhaal) Brussel: Uitgeversmaatschappij A. Manteau N.V. -31p.

Afmetingen: 20 x 11 (ingenaaid)
Colofon: ’t En is van u hiernederwaart’ door Johan Daisne werd in het voorjaar van 1956 gedrukt op de persen van N.V. Boek- en Steendrukkerij “De IJsel” te Deventer in opdracht van A. Manteau te Brussel.
1956 Versleer in vogelvlucht. Anti-experimentele les. Antwerpen: Excelsior. -7p.

Overdruk uit: Persoon en gemeenschap. – (1956)
1956 Russische namen in het Nederlands. Spelling en uitspraak. Kleine handleiding met woordenlijst / Johan Daisne ; Voorbericht van Willem Pée (studie) Daisne 49_1956 Brussel: Uitgeversmaatschappij A. Manteau N.V. -23p.

Afmetingen: 20 x 11.5 (ingenaaid)
1957 Lago Maggiore. De roman van een man, de roman van een vrouw. (roman)
Band en omslag: P.A.H. van der Harst
1956: Fragmenten uit de roman verschenen onder de titel De huisbreukelingen in N.V.T., 1956, X, blz. 1249-1305; 1957, XI, blz. 20-69; 119-153.
1957: Ook in De Groene Amsterdammer van 10 augustus 1957 verscheen een fragment uit de roman.
Vertalingen
1957: In het Duits vertaald onder de titel Lago Maggiore. Roman eines Mannes. Roman einer Frau door Georg Hermanowski (Bonn, Bonner Buchgemeinde
Daisne 22 Brussel: Uitgeversmaatschappij A. Manteau N.V. -295p.

Afmetingen: 22.75 x 15.25 (gebonden met stofomslag)
N.V. Drukkerij Erasmus Ledeberg/Gent
1957 Lantarenmuziek: een nieuwe bundel filmatiek, ter gelegenheid van het 60ste jaarfeest van de bioscoop. (filmatiek) Daisne 2 Antwerpen: Nederlandsche Boekhandel. -238p

Uitgaven van het Willems-Fonds. – Gent; vol. 193.
Afmetingen: 21.80 x 15.40 (ingenaaid)
1958 De vierde engel. Een verhaal. (verhaal)
Houtgravures van Luc De Jaeghere.
1965: opgenomen in de bundel Charaban.
Daisne 23 Amsterdam: Wereld-Bibliotheek-Vereniging. -15p.

Afmetingen: 19.50 x 13 (geniet)
Colofon: een verhaal van Johan Daisne, werd met houtgravures van Luc De Jaeghere in de werkplaatsen van Wereld-Bibliotheek te Amsterdam gedrukt voor de leden van de W.B.-Vereniging als Nieuwjaarsgroet 1959.
1958 Letterkunde en magie. (essay)
1966: vanaf deze 2de druk in (in Het geluk, cf. hieronder) luidde de titel: Wat is magisch-realisme. Een kort essay over letterkunde en magie.
1973: 4de druk
Antwerpen: Ontwikkeling S.M. -47p.
1958 Feest van de film. Het WT-festival Brussel ’58. (filmatiek) Gent: De Vlam. -111p.
1958 Film en tijd. Een confrontatie der belangrijkste films aller tijden. (filmatiek)  Brussel: Socialistische standpunten.
1958 Grüss Gott. Een idylle in Carinthië. (novelle)
1958: Oorspronkelijk verschenen in Dietsche Warande en Belfort, 1958, blz. 453-473, 525-546.
1961: 2de druk met aantekeningen door dr. P. Govaerts en dr. B.F. Van Vlierden als schooluitgave in de Caleidoscoop der Nederlandse letteren van Boekengilde De Clauwaert
1978: In 1978 was die editie aan de 7de uitgave toe
1979: Vanaf 1 maart 1979 verscheen Grüsz Gott als feuilleton in Gazet van Antwerpen.
Leuven: Boekengilde ” De Clauwaert” V.Z.W. -91p.

Reeks: uitgegeven voor de leden van de De Clauwaert-Vereniging kerstmis 1958; nr 14
Afmetingen: 20 x 12 (ingenaaid)
1959 De neusvleugel der muze. Een roman van de film. (roman)
Band: Guido de Graeve
Door de auteur geschreven in 1958, toen hij jurylid was van het Derde Belgische Filmfestival.
Vertaling
1968:In het Duits vertaald door Georg Hermanowski onder de titel: Der Nasenflügel der Muse (Hamburg, Matari Verlag)
Daisne 41 Leuven : Boekengilde ” De Clauwaert V.Z.W. -391p.

Afmetingen: 19.75 x 14 (gebonden – harde kaft in linnen kaft – geen stofomslag)
Drukkerij en Binderij Scheerders van Kerckhove N.V., Sint-Niklaas.
1959 Gaat de roman ten onder. (essay)

Met H. Teirlinck, Gerard Walschap, Karel Jonckheere ea
Antwerpen: Ontwikkeling S.M. -6p.

Reeks: Nieuw Vlaams tijdschrift: reeks. – Antwerpen; vol. 1959: 2
1959 Laboro. Gedichten.

Samen met gedichten van Rudy van Vlaenderen.
Linosneden van Jan Verwest.
s.l.: s.n.

Afmetingen: 22.30 x 17.30 (geniet)
Colofon: Laboro – gedichten van Johan Daisne en Rudy van Vlaenderen. Inleiding van Willy Tergat. Linosneden van Jan Verwest. Gedrukt op de persen van Charles Reyniers, 84 Sleepstraat te Gent en er werden 200 ex. getrokken op Acacia papier.

 

1960 Zien en zijn. De 50 beste of slechtste films der laatste jaren. Een nieuwe bundel filmatiek.(filmatiek)

Met 16 stills uit de films

Daisne 39 Hasselt: Uitgeverij Heideland. -173p.

Reeks: Vlaamse Pockets nr 9
Afmetingen: 18 x 10.80 (pocket)
1960 Pierre Benoit, of de lof van de roman romanesque. (studie)
1964 : In het Frans vertaald door Maddy Buysse onder de titel Pierre Benoit, ou l’éloge du roman romanesque (Parijs, Albin Michel)
Antwerpen: Ontwikkeling S.M. -239p.
1960 De schone van nooit weer… = La belle que voilà… / Johan Daisne ; Naar het Frans van Louis Hémon (verhaal)
1965: opgenomen in de bundel Charaban.
Gent: Snoeck-Ducaju & Zoon. -33p.
Het betreft een vertaling (met verklarende inleiding) van La belle que voilà, ‘een pareltje uit de Franse letteren’, in 1923 verschenen, 10 jaar na de tragische dood van de auteur (1880-1913).
1961 Hoe schoon was mijn school. De roman van een leraar. (roman)
Omslagontwerp en illustraties: Oscar Bonnevalle
Vertalingen
1962: Door Georg Hermanowski in het Duits vertaald als: Wie schön war meine Schule. Der Roman eines Lehrers (Bonn, Bibliotheca Christiana).
Antwerpen: S.V. Ontwikkeling -232p.
Afmetingen: 21.50 x 13 (gebonden met stofomslag)
Typografie en druk: Excelsior Antwerpen
Herdrukken
1972: herdruk S.M. Ontwikkeling, 1972. Linnen band met stofomslag. pp: 141. illustraties van Oscar Bonnevalle.
1972: heruitgave 4de druk Paris-Manteau, Amsterdam/ Brussel, Grote Marnixpocket gMP 71, paperback, 141 pp., omslag Robert Nix en Altje Olthof.
1961 De nacht komt gauw genoeg. (poëzie) Brugge: Desclee De Brouwer. -126p.

Afmetingen: 22 x 15.40 (ingenaaid)
1961 Met een inktvlek geboren. Een ernstig-schalk zak- en zaakwoordenboekje, met persoonlijke overwegingen over algemene onderwerpen, van iemand voor wie schrijven en lezen, net als u, leven en denken betekent. (verzameling aforismen, boutades e.d) Hasselt: Heideland. -155p.

Reeks: Vlaamse pockets nr 42
Afmetingen: 18 x 10.80 (pocket)
1962 Baratzeartea. Een Baskisch avontuur of De roman van een schrijver. (roman)
1965: Vertaald in het Duits door Georg Hermanowski onder dezelfde titel (Bonn, Bibliotheca Christiana)
Daisne 40 Brussel: A. Manteau n.v. . -379p.

Afmetingen: 22.25 x 13  gebonden – harde kaft (linnen band met goudbestempeling) met stofomslag
1962 Ik heb u alles gegeven…,  Een bloemlezing uit zijn dichtwerk. (bloemlezing, poëzie)
Dees keus, door de dichter zelf gedaan, geschiedde op verzoek van Heideland, ter gelegenheid van Johan Daisne’s vijftigste verjaardag.
Hasselt: Heideland. -79p.

Reeks: Poëtisch Erfdeel der Nederlanden nr 8
Afmetingen: 18 x 10.80 (pocket)
1962 A pocketfull of miracles. (filmatiek)
1962 Tine van Berken, of de intelligentie der ziel. (levens- en karakterschets) Gent: Mortier: -35p.
1962 Veritza. Een kerstverhaal. (verhaal)
Bandtekening van Lucie Nusselder en geïllustreerd met vijf foto’s van M. De Backer.
1965: opgenomen in de bundel Charaban.
Daisne 37 Gent : Wetenschappelijke uitgeverij E. Story-Scientia p.v.b.a. -31p.
Afmetingen: 20.25 x 13.50 (gebonden met stofomslag)
Colofon: Veritza werd in de maand december 1962 gezet uit de Baskerville letter gedrukt en gebonden door de Drukkerij Erasmus te Ledeberg met een bandtekening van Lucie Nusselder en geïllustreerd met vijf foto’s van M. De Backer.
Dit exemplaar dat niet voor de handel bestemd is draagt het nummer … en is voorzien van de handtekening van de schrijver.
1963 De trein der traagheid. (novelle)
Eerste afzonderlijke druk = 2de herziene druk.
1948: Geschreven in 1948 en in hetzelfde jaar in het N.V.T. gepubliceerd (blz. 408-456).
1950: Verscheen voor het eerst in de verhalenbundel: “Met dertien aan tafel”
Vertalingen:
1968: In het Duits vertaald door Georg Hermanowski als Die Fahrt ins Jenseits (Hamburg, Matari Verlag).
1973: In het Frans vertaald door Maddy Buysse als Un soir, un train (Bruxelles, Ed. Complexe, 1973, 19802 – met een ‘préface’ door Marcel Brion)
 Daisne 43 Brussel/Den Haag: Manteau. -118p.
Reeks: Marnixpocket nr 9 (MP 9)
Afmetingen: 18 x 10.50 (pocket)
1977: Anne Rooms bezorgde voor uitgeverij Manteau, Brussel-Den Haag in de serie Omtrent een handleiding (31 blz.) bij de lectuur van De trein der traagheid.
1977: Ria Scarphout draagt het fragment Hartenvrouw uit De trein der traagheid voor op plaat 1 (B-2) van Charles Dumolins Microfonie van Zuidnederlandse schrijvers (Snellegem-Jabbeke, Discus). Johan Daisne leidt de voordracht kort in.
z.d.: André Demedts nam het verhaal op in zijn bloemlezing Moderne Vlaamse verhalen (Utrecht-Antwerpen, Het Spectrum, z.d. – Prisma-Boeken: 592), blz. 96-138.
1963 De bioscopiumschuiver. Een tweede pocket filmatiek. (filmatiek)

Afbeelding op voorplat: Marie Laforêt in Plein soleil (René Clément, 1959)
Foto op de achterplat: Charles Leirens †
Daisne 50 Hasselt: Uitgeverij Heideland. – 142p.

Reeks: Vlaamse Pockets nr 97.
Afmetingen: 18 x 10.80 (pocket)
1963 Venezy. Een wild verhaal uit de oude kroeg der jeugd. (verhaal)

Derde herziene en aangevulde uitgave van “Het Eiland in de Stille Zuidzee”(1949)
Antwerpen: S.M. Ontwikkeling. -77p.

Afmetingen: 21 x 13 (gebonden in kartonnen kaft)
Drukkerij Excelsior Antwerpen.
1963 De zoete smaak van de zee. Een verhaal / voor Kerstmis (verhaal) Gent: Snoeck-Ducaju & Zoon. -29p.

Afmetingen: 21.75 x 16 (ingenaaid)
1964 Dagboekpoëzie. (essay) Gent: Snoeck-Ducaju & Zoon. -15p.
1964 Judex. Heldendicht van het feuilletonisme. (filmatiek) Antwerpen: Antigoon. -14p.
1964 Pavane. (verhaal)

Omslag: Renée Ringel
1971: opgenomen in de verhalenbundel “54 Vlaamse verhalen”, deel 1,  samengesteld door Karel Jonckheere en Marnix Gijsen, Uitgeverij Paris-Manteau, Antwerpen pp 171-179.
Gent: Snoeck-Ducaju & Zoon. -39p.

Afmetingen: 13.75 x 10.75 (ingenaaid)
1964 De wedloop der jeugd. (verhalenbundel)

Bevat: De wedloop der jeugd, Het venster op het leven, De fan.
Antwerpen: Ontwikkeling S.M. -78p.
1964 Als kantwerk aan de kim. Een roman van de Stille Week. (roman)
Omslag: Stefan Mesker
Op de achterplat, portret van Johan Daisne door Gerard Ceunis.
Vertalingen:
1966: Door een onbekende vertaler in het Frans omgezet onder de titel: Les dentelles de Montmirail (Bruxelles, Wellprint)
1967: In het Duits vertaald door Georg Hermanowski onder de titel: Montmirail (Bonn, Bibliotheca Christiana)
1972: 2de druk bij uitgeverij A. Manteau als GMP nr 73
Brussel/Den Haag: A. Manteau nv . -223p.

Afmetingen: 22.50 x 13 (gebonden met stofomslag)
 
1965 Afscheid van de dag, of: een week telt meer dan zeven avonden.(essay) Gent: Snoeck-Ducaju & Zoon. -16p.
1965 Charaban. (verhalenbundel)

Omslag: Stefan Mesker
Bevat: De Lievevrouw en de lichtmis (pp. 5-12); -Joeki Pipi (pp. 13-23); -De vierde engel (pp. 24-37); -De Schone van nooit weer pp. 38-46); -De bloem en de mens (pp. 47-51); -Vijand zoete vriend (pp. 52-70); -Veritza (pp. 71-91); -Boek en pij (pp. 92-96); -Van de blonde dingen die blijven (pp. 97-120); -De zoete smaak van de zee (pp. 121-143); -Pavane (pp. 144-155).
Brussel/Den Haag: A. Manteau nv. -157p.

Reeks: Grote Marnixpockets nr 11
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
1965 De droom is een herinnering aan dat wat nimmer is gebeurd. (poëzie) Brugge: Desclée de Brouwer. – 85p.

Reeks: Gedachten en gedichten
Afmetingen: 19.50 x 13 (gebrocheerd)
Gedrukt op de Sint-Augustinusdrukkerij te Brugge.

 

1965 Ganzeveer en kogelpen. Of: More or less brains. Een nieuwe ‘klapper gedachten. (korte humoristische lemmata) Daisne 38 Hasselt: Uitgeverij Heideland. -152p.

Reeks: Vlaamse pockets nr 162
Afmetingen: 18 x 10.80 (pockets
1965 Gent, schoonschrift der Leie. (schets der Gentse letteren)

Een lezing voor de toenmalige BRT.
Kultureel jaarboek van de Provincie Oost-Vlaanderen over 1963 (gepubliceerd in 1965).
1965 Greta Garbo, een droom die heeft geademd. (filmatiek) Antwerpen: De Vlijt. -12p.
1965 Mijn levensliedje(s): met enkele foto’s uit schrijvers verzameling. (muzikale herinneringen) Gent: Snoeck-Ducaju & Zoon. -23p.
1966 Reveillon reveillon. Een tweeluikroman. (roman)
Typografie: Rinus de Vringer
Omslag: Stefan Mesker
1976: Reveillon II werd opgenomen in de novellenbundel ‘Sociale Verhalen’, Davidsfonds, Leuven. Romanreeks nr 600-1976-1 (pp.167-234)
 Daisne 35 Brussel: A. Manteau n.v. -147p.

Afmetingen: 20.50 x 13 (gebonden- harde simililederen kaft met stofomslag)
Druk: Geuze Dordt
1966 Het geluk. Luisterspel. Wat is magisch-realisme? (essay)
Typografie: Aldert Witte
Omslagontwerp: Stefan Mesker.
Het geluk: luisterspel in de twee bedrijven van ons bestaan: dat van de gedachte, en dat van daad en droom. (luisterspel)
Deze uitgave bevat tevens het essay ‘Wat is magisch-realisme ?’
*1968: 2de druk
*1973: 3de druk onder de titel: Wat is magisch-realisme. Een kort essay over letterkunde en magie. Pocket, 57 pp. en 23 buitentekstplaten met legende.
 Daisne 46 Brussel/ Den Haag: A. Manteau nv. -96p.
Reeks: Marnixpocket nr 33
A
fmetingen: 18 x 10,50 (pocket)
Druk: Geuze Dordt.
Nota: een eerdere uitgave van het essay ‘Wat is magisch-realisme?’ gebeurde in 1958 met als titel ‘Letterkunde en magie’ (zie aldaar) bij uitgeverij Ontwikkeling, Antwerpen.
1966 Veva. (verhaal)
Eerste afzonderlijke druk
Foto voorkant: omslag: Baron Hortastraat met standbeeld van graaf Belliard
Fotobinnenkant achteromslag: boven Johan Daisne brussel 1944 onder: Marthe Dugard (Veva)
1943: Verscheen eerder in “Zes domino’s voor vrouwen”
1945: voor toneel bewerkt in De liefde is een schepping van vergoding. Een toneel-trilogie (1945)
1956: door de auteur zelf in het Frans vertaald   als Véva (‘établie par l’auteur d’après l’original néerlandais’), Uitggave : Brussel-Parijs, Dutilleul
Amsterdam : J.M. Meulenhoff. -31p.

Reeks: Cahiers voor letterkunde voor het voortgezet onderwijs.
Afmetingen: 22 x 13.50 (geniet)
Tevens uitgegeven bij Theo Kippenberg te Utrecht als Veva/Dieter/De geboorte. Magisch-realistisch bulk-boek, Bulkboek 16, 16 blz., krantenpapier
 Daisne 36
1966 Dossier nr. 20.174. (verhaal uit “Met dertien aan tafel”, uitgave  Electa Brussel, 1950)
Tweede herziene druk
Omslag: Stefan Mesker
1971: 3de herziene druk naar Manteau uitgave 1966
Brussel /Den Haag: A. Manteau nv. -91p.

Reeks: Marnixpockets nr 40
Afmetingen: 18 x 10.50 (pocket)
1967 De Engelse groetenis. Gedichten. (poëzie)

Omslagontwerp: Stefan Mesker
Typografie: Aldert Witte
Daisne 6 Brussel: A. Manteau. -151p.

Reeks: Grote Marnixpocket nr 29
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
Druk: Geuze Dordt
1967 Fringilla. Een nieuwe (achtste) bundel filmatiek. (filmatiek)

Voorplat: de Poolse vedette Beata Tyszkiewicz als het jonge meisje Fran in de film van André Delvaux De man die zijn haar kort liet knippen (L’homme au crâne rasé), naar de roman van Johan Daisne
Achterplat: foto Claude Magelhaes.
daisne-48 Hasselt: Uitgeverij Heideland. . -151p.+ XVI pagina’s foto’s uit films.

Reeks: Vlaamse Pockets nr 221.
Afmetingen: 18 x 10.80 (pockets)
1967 Met zeven aan tafel. (verhalenbundel)

Tekening: Leo Dresselaers
Bevat: Winterrozen voor een kwakzalver (pp. 7-30); Egbertha in de onderwereld (pp. 31-68); De man die zichzelf belde (pp. 69-92); Verrijzenis (pp. 93-112); Oswiecim (pp. 113-132); De ogen in het wiel (pp. 133-144); De madonna met de bebloede lippen (pp. 145-187).
 Daisne 34 Leuven: Davidsfonds. -189p.

Reeks: Belfortreeks nr 551 — 1967-3
Afmetingen: 19 x 12 (inhenaaid & gebonden met stofomslag)
Colofon: Dit is de tweede herziene druk van zeven verhalen uit de in 1950 verschenen bundel Met dertien aan tafel”) De zes andere verhalen werden apart herdrukt.
1967 Ontmoeting in de zonnekeer. Een korte anti-Simenonroman. (roman) Leuven: Boekengilde De Clauwaert. -207p.

Reeks: Boekengilde De Clauwaert ; 1966-’67, 3
Afmetingen: 19.75 x 13 (gebonden met stofomslag)
1967 Twee schelpen en wat gruis. (verhalenbundel)
Omslag: Stefan Mesker
Typografie: Aldert Witte
Foto Reeks: Piet Selhorst, Gent
Bevat: Twee schelpen (pp.5-70); De eeuwige geschiedenis (pp.71-72); Résidence Familia (pp.73-74); Solsitiale (pp. 75-76); Weeskind van het lot (pp. 77-78); De regisseur (pp.79-81); De al te mooie onbekende (pp. 82-84); Kapper des konings (pp.85-88); Dolf (pp.89-82).
Daisne 3 Brussel/Den Haag: A. Manteau nv. -93p.

Reeks: Marnix pockets. Nr 46
Afmetingen: 18 x 10.75 (pocket)
Druk Geuze Dordt
Colofon: Twee schelpen verscheen voor het eerst in Johan Daisne’s verhalenbundel Met dertien aan tafel (Electa, Brussel, 1950) dit is de tweede herziene druk. De daaropvolgende korte stukken werden hier en daar in het Frans gepubliceerd en voor deze uitgave in het Nederlands overgeschreven.
1967 Zuster Sharon. Een verhaal voor kerst. (verhaal)

Met 31 oorspronkelijk randtekeningen van Frans Zenner. Nota:  op het voorplat en in het colofon – en ook in de tekst- staat “zuster sharon”; de titelpagina’s vermelden “zuster charon” (met een c). Ook op de rug staat “zuster charon”

daisne 49a_1967_titelpagina
Daisne 4 Gent: Wetenschappelijke uitgeverij E. Story-Scientia p.v.b.a.. -56p.
Gelegenheidsuitgave voor kerst.
Afmetingen: 16 x 16 (gelijmd)
Colofon: Het kerstverhaal Zuster Sharon werd door Johan Daisne geschreven in de zomer van 1967. Het werd verlucht met 31 oorspronkelijk randtekeningen van Frans Zenner; gezet in d Italien Old Style Monotype c 12/16 en in december 1967 op 1500 exemplaren gedrukt op de persen van Drukkerij Erasmus te Ledeberg in opdracht van de Wetenschappelijke uitgeverij E. Story-Scientia p.v.b.a. Gent, uitsluitend om daarmee bij de jaarwisseling de vrienden en bekenden met een wens te begroeten als blijk van haar algehele dienstwilligheid.
1968 Gojim, gevolgd door zuster Sharon. (verhalenbundel)
Omslagontwerp: Stefan Mesker.
Typografie: Aldert Witte.
Druk: Geuze Dordt.
Van Gojim is in 1945 ook een Engelse, Franse en Russische vertaling verschenen
 Daisne 42 Brussel/Den Haag: A. Manteau nv. -90p.

Reeks: Marnix Pocket nr 57.
Afmetingen: 18 x 10.60 (pocket)
Colofon: Het betreft de vierde, herziene druk van Gojim (= Raissa, de eerste der Zes domino’s voor vrouwen, 1943) en de tweede druk van Zuster Sharon.
1968 De geboorte: een filmscenario. (filmscenario)
In 1968 werd het zeer vrij verfilmd door Paul Collet
De filmfoto is van Raf Boumans
1976: Werd opgenomen in de novellenbundel ‘Sociale Verhalen’, Davidsfonds, Leuven. Romanreeks nr 600-1976-1 (pp.153-166)
Gent: Snoeck-Ducaju & Zoon. -16p.

Afmetingen: 12.75 x 11.25 (ingenaaid)
Colofon: Dit scenario werd geschreven op uitnodiging van de Vlaamse TV in de zomer 1967
1969 Dieter, of wanneer de wapens weigeren. (verhaal)

Tevens uitgegeven bij Theo Kippenberg te Utrecht als Veva/Dieter/De geboorte. Magisch-realistisch bulk-boek, Bulkboek 16, 16 blz., krantenpapier
Daisne 36
Gent: Snoeck-Ducaju & Zoon. -15p.

Afmetingen: 14.50 x 12.25 (gelijmd)
1971 Filmografisch lexicon der wereldliteratuur in 3 delen. Deel 1 A-K. (filmatiek )

Uitgavedata van de reeks: 1971, 1975, 1978
Gent: Wetenschappelijke uitgeverij E. Story-Scientia p.v.b.a. – 683p.
1974 Johan Daisneomnibus. (verhalenbundel)
Bevat: De trap van steen en wolken, Gojim, De dood op de motorfiets, De trein der traagheid, Dossier nr. 20.174, De heilsgeliefde, Boek en pij, Pavane 
Met een inleidend essay door R.F. Lissens: Een benadering van Johan Daisne (pp. 7-16)
Brussel: Reinaert Uitgaven. -543p.
1975 Trefwoorden. Een kleine verzameling (verhalende) aforismen. (aforismen) Brugge: Orion. -62p.
1975 Filmografisch lexicon der wereldliteratuur, deel 2 L-Z. (filmatiek) Gent: Wetenschappelijke uitgeverij E. Story-Scientia p.v.b.a. – 826p.
1975 De dood op de motorfiets.  (Verhaal uit “Schimmen om een schemerlamp”) In: “Verhalentrommel, Nederlandse en Vlaamse vertelkunst na 1945 tot heden”
1976 Winterrozen voor een kwakzalver. (verhalenbundel)
Bevat: Winterrozen voor een kwakzalver, Dossier nr. 20.174, Verrijzenis, Oswiecim, Kachels, De dood op de motorfiets, De wedloop der jeugd, Gojim.
1979: 2de druk Brussel/A’dam, Manteau/Elsevier GMP 119. -268p., garenloos, omslag Robert Nix/Alje Olthof,
Brussel/Den Haag: A. Manteau nv. -267p.

Reeks: Grote Marnixpockets nr 119 (gmp 119)
Afmetingen: 20 x 12 (paperback)
1977 De droom maakt alles waar. Aforismen.
Samengesteld door Gerd de Ley. Met een ‘brief vooraf’ door Danny de Laet ter gelegenheid van de 65ste verjaardag van Johan Daisne op 2 september 1977
Antwerpen/Den Haag: Soethoudt; Nijgh & Van Ditmar. -47p.
1978 Filmografisch lexicon der wereldliteratuur, supplement. A-Z. (filmatiek) Gent: Wetenschappelijke Uitgeverij Story-Scientia p.v.b.a.
1978 Bloed op het witte doek. (filmatiek)

Omslagontwerp: Robert Nix
Brussel/Den Haag: Manteau. -70p.

Reeks: Manteau Marginaal
Afmetingen: 19.50 x 8.75(pocket)

 

POSTHUME UITGAVEN
1978 Verzamelde gedichten. (poëzie)
Het omslag werd ontworpen door Johan Mahieu.
Met een inleidend opstel van André Demedts over De poëzie van Johan Daisne pp. 7-10
Nijmegen/Brugge: Gottmer; Orion. – 342p.

Afmetingen:21 x 12.70 (paperback)
Colofon: De VERZAMELDE GEDICHTEN van Johan Daisne, gezet uit de Garamonds 10 pts, werden in het najaar 1978 gedrukt op 90 grs editie op de persen van Drukkerij Sanderus te Oudenaarde, in opdracht van Uitgeverij Orion te Brugge.

 

1978 Gepijnde honing. Gedichten. (poëzie)

Omslagontwerp: Rikkes Voss, Teuderen.
Brussel/Amsterdam: Manteau; Elsevier. -126p.

Afmetingen:20 x 12 (paperback)
1979 Venezy, of het eiland in de Stille Zuidzee. (novelle)

Omslagontwerp: Rikkes Voss / Alje Olthof
Foto achterplat: Stan Kenis – Gent
Heruitgave en aangevulde versie van ‘Het eiland in de Stille Zuidzee’) (1949)

 

Brussel/Amsterdam: Manteau/Elsevier.  -76+ [I]p.

Afmetingen: 20 x 12.40 (paperback)

 

1980 Over oude en nieuwe rolprenten: de dingen die niet voorbijgaan (filmatiek) Amsterdam: Elsevier – Manteau. -180p.
1987 De beste verhalen van Johan Daisne (bloemlezing).
Bevat: Gojim, Aurora, Shalimar, Kachels, De dood op de motorfiets, Oswiecim, Winterrozen voor een kwakzalver, Het eiland in de Stille Zuidzee, Dossier nr. 20.174, De heilsgeliefde, Gavotte du temps jadis, Grüsz Gott en De zoete smaak van de zee.
Keuze en inleiding (pp. 7-38) door Hubert Lampo
Antwerpen-Amsterdam: Uitgeverij A.   Manteau. -465 pp.
Afmetingen: 22 x 13 (paperback met flappen)
1998 Johan Daisne: mijn huis van droom en werkelijkheid. (anthologie)

Compilatie: Johan van Hecke.
(algemene anthologie, met verhalend proza, essays, filmatiek en poëzie)
Omslagontwerp: Amber/Dirk Gijssels
Antwerpen: Manteau. -331p.

Reeks: Klassieken uit Vlaanderen vol 5.
2000 Sonia Karinova. Knipselroman op een Evergreen-Thema.

Manuscript voor een ongepubliceerde roman van Johan Daisne uit 1938.
Geëditeerd door Johan Vanhecke
Omslagontwerp en lay out: Grafisch Centrum van de stad Antwerpen/ Ingrid de Sutter
Voorwoord en verantwoordelijke uitgever: Leen van Dijck
Antwerpen: AMVC-Letterenhuis. -181p.

Reeks: AMVC-publicaties nr 2
Afmetingen:24,20 x 17 (ingenaaid)

 

2012 Lili Marleen. (liedje door Daisne vertaald – bibliofiele uitgave

Oorspronkelijke auteur: Hans Leip
Oorspronkelijke titel: Lili Marleen
Vertaald door Johan Daisne .
Deze vertaling door Johan Daisne komt uit diens roman ‘Hoe schoon was mijn school’ (eerste uitgave in 1961; en is in 2002 – in de maand waarin hij 90 geworden zou zijn – door Henk van Otterloo voor het eerst afzonderlijk gedrukt in een oplage van 35 niet – genummerde exemplaren.

Houten: Green Escape Press. –12 p.

Reeks: Ottograchtserie ; 2.
Nota: Hans Leip schreef het gedicht voordat hij naar het Russische front vertrok. Lili was de naam van zijn vriendin. Marleen was mogelijk een verpleegster van wie Leip onder de indruk was geraakt. In 1937 publiceerde Leip een poëziebundel waarin Das Lied eines jungen Soldaten auf der Wacht was opgenomen.Norbert Schultze zette het gedicht daarna op muziek. Lale Anderson nam het lied op.

B. OVERZICHT PER GENRE ALFABETISCH OP TITEL.

Poëzie

  • Afreacties en funderingen (1937)
  • Afscheid van de dag. Verzen met commentaar (1965)
  • Breuken herleiden (1936)
  • De droom is een herinnering aan dat wat nimmer is gebeurd (1965)
  • De Engelse groetenis (1967)
  • De Hollandse reis. Een reportage en een poëtisch tijdsbeeld van herrijzend Nederland anno 1945 (1947)
  • De nacht komt gauw genoeg (1961)
  • De nacht staat op een kier (1944)
  • Drie-hoog-voor. Gedichten uit de Kleine Kamer (1945)
  • Drie verzen maar, mijn Fred (1946)
  • Gepijnde honing (1978) (postuum verschenen)
  • Goudregen (1956)
  • Hermine-uit-de-storm. Een bundel verzen uit en voor het leven (1944) (opgedragen aan zijn eerste vrouw)
  • Het einde van een zomer. Legerverzen uit de mobilisatie (1940)
  • Het-kruid-aan-de-balk (1953)
  • Ik heb u alles gegeven… Een bloemlezing uit zijn dichtwerk (1962)
  • Ikonakind (1946) (opgedragen aan zijn eerste kind Frédérique)
  • Kernamout (1938)
  • Laboro (met Rudi van Vlaenderen) (1959)
  • Tale Quale. Zo als het reilt …. (1945)
  • Verzen (1935)
  • Vita nuova (1956)
  • Zeven reizenboek. Dagboekgedichten 1937-’43 (1947)
  • Verzamelde gedichten (1978)

Proza

Veel van deze werken zijn duidelijk autobiografisch getint of hebben betrekking op figuren uit zijn omgeving.
  • Als kantwerk aan de kim. Een roman van de Stille Week (1965) (vertaald in het Frans en Duits)
  • Aurora (1940) (een avontuur uit zijn jeugd)
  • Baratzeartea. Een Baskisch avontuur of de roman van een schrijver (1962) (vertaald in het Duits) (het hoofdpersonage is duidelijk de schrijver zelf)
  • Charaban (verhalen) (1965)
  • De beste verhalen van Johan Daisne (1987)
  • De droom maakt alles waar. Aforismen (1977)
  • De man die zijn haar kort liet knippen (1947) (vertaald in het Frans, Duits, Engels, Zweeds, Pools en Portugees; verfilmd in 1965 door André Delvaux)
  • De neusvleugel der muze. Een roman van de film (1959)
  • De schone van nooit weer (1960)
  • De trap van steen en wolken (1942) (vertaald in het Duits vertaald als ‘Die Treppe von Stein und Wolken’ (1960) ) (verhaal over zijn familie)
  • De trein der traagheid (1950) (vertaald in het Duits en het Frans; verfilmd in 1968 door André Delvaux)
  • De vier heilsgeliefden (1955)
  • De vierde engel (1958)
  • De zoete smaak van de zee (1963)
  • De wedloop der jeugd (1950)
  • De wedloop der jeugd en andere verhalen (1964)
  • Dieter of wanneer de wapens weigeren (1970)
  • Dossier nr. 20.174 (1966)
  • Egbertha (heruitgave van ‘Egbertha in de onderwereld’) (1948)
  • Egbertha in de onderwereld (1947)
  • Ganzeveer en kogelpen (aforismen) (1965)
  • Gojim, een winterverhaal (1939)
  • Gojim, gevolgd door Zuster Sharon (1968) (vertaald in het Engels, Frans en Russisch)
  • Grüss Gott. Een idylle uit Carinthië (1958)
  • Het eiland in de Stille Zuidzee (1949)
  • Het venster op het leven (in eigen beheer, 1947)
  • Hoe schoon was mijn school. De roman van een leraar (1961) (geïllustreerd door Oscar Bonnevalle)(vertaald in het Duits) (autobiografisch werk)
  • Lago Maggiore. De roman van een man. De roman van een vrouw (1956) (vertaald in het Duits)
  • Maud Monaghan. Een spionageverhaal (1940) (gebaseerd op zijn legerdienst als reserve-officier)
  • Met dertien aan tafel of Knalzilver met schelpgoud (verhalen) (1950)
  • Met een inktvlek geboren (aforismen) (1961)
  • Met zeven aan tafel (verhalen) (1967)
  • Mijn levensliedje(s). Herinneringen (1965)
  • Omnibus (1974)
  • Ontmoeting in de zonnekeer. Een korte anti-Simenonroman (1967)
  • Pavane (1964)
  • Renée (1940)
  • Reveillon-Reveillon. Een tweeluikroman (1966)
  • Schimmen om de schemerlamp (verhalen) (1946)
  • ‘t En is van u hiernederwaard… Mijn stamboomverhaal (1956) (verhaal over zijn ouders en familie)
  • Trefwoorden. Een kleine verzameling (verhalende) aforismen (door Gerd de Ley) (1975)
  • Twee schelpen en wat gruis (verhalen) (1967)
  • Venezy. Een wild verhaal uit de oude kroeg der jeugd (heruitgave van ‘Het eiland in de Stille Zuidzee’) (1963)
  • Venezy, of het eiland in de Stille Zuidzee (heruitgave en aangevulde versie van ‘Het eiland in de Stille Zuidzee’) (1978)
  • Veritza. Een kerstverhaal (1962)
  • Veva (1966)
  • Winterrozen voor een kwakzalver (1976)
  • Zes domino’s voor vrouwen (Raissa/Aurora/Renée/Maud/Monaghan/Agnes/Veva) (1944)
  • Zuster Sharon (1967)

Toneelwerken

  • De charade van Advent (1942)
  • De man die zichzelf optelefoneerde (1947)
  • De liefde is een schepping van vergoding (toneeltrilogie: Veva / Het zwaard van Tristan / Tine van Berken) (1946)
  • Het geluk (hoorspel) (1966)
  • Het zwaard van Tristan (1944)
  • Tine van Berken (1945)
  • Veva (1946)

Non-fictie

  • Afscheid van de dag (1965) (essay)
  • A pocketfull of miracles (1962) (filmatiek)
  • Bloed op het witte doek (1978) (filmatiek)
  • Dagboekpoëzie (1964) (essay)
  • De bioscopiumschuiver. Een tweede pocket filmatiek (1963) (filmatiek)
  • De droom maakt alles waar (1977) (essay)
  • De filosofische waarden in de economie (1936)
  • De Hollandse reis. Een reportage en een poëtisch tijdsbeeld van herrijzend Nederland anno 1945 (1947)
  • De nieuwe dichtersgeneratie in Vlaanderen (studie en bloemlezing) (1940)
  • De Russische literatuur (in eigen beheer, 1945)
  • De vrede van Wroclaw, of een proeve van spijkerschrift op het IJzeren Gordijn (1948)
  • Feest van de film. Het WT-festival Brussel ’58 (1958) (filmatiek)
  • Film en tijd. Een confrontatie der belangrijkste films van alle tijden (1958)
  • Filmatiek, of de film als levenskunst (1956) (filmatiek)
  • Filmografisch lexicon der wereldliteratuur, deel 1 (1971)(filmatiek)
  • Filmografisch lexicon der wereldliteratuur, deel 2 (1972) (filmatiek)
  • Filmografisch lexicon der wereldliteratuur, supplement (1978) (filmatiek)
  • Florence en de film, of een blozende lelie als brandmerk (1951) (filmatiek)
  • Fringilla. Een nieuwe (achtste) bundel filmatiek (1967)
  • Gaat de roman ten onder (samen met H. Teirlinck) (1959) (essay)
  • Ganzeveer en kogelpen of more or less brains. Een nieuwe ‘klapper gedachten’ (1965)
  • Gent, schoonschrift der Leie, Schets der Gentse letteren (1965) (ssay, lezing voor de toenmalige BRT)
  • Greta Garbo, een droom die heeft geademd (1965) (filmatiek)
  • Hedendaagse filmkunst (1948)
  • Het geluk. Een lees- en luisterspel. Wat is magisch-realisme. Een kort essay over letterkunde en magie (herdruk van ‘Letterkunde en magie’) (1966)
  • In Memoriam Robert Mussche, dichter en Verzetsheld (1946)
  • In het teken van Esmoreit (1947)
  • Judex. Heldendicht van het feuilletonisme (1964) (filmatiek)
  • Kritiek van de Kinematograaf (1950)
  • Lantarenmuziek. Een nieuwe bundel filmatiek, ter gelegenheid van het 60e jaarfeest van de bioscoop (1957)
  • Letterkunde en magie (1957)
  • Losse beschouwingen over het dossier van het magisch realisme (1949)
  • Met een inktvlek geboren. Een klapper losse beschouwingen (1961) (verzameling boutades, aforismes, … )
  • Moskou 800 jaar (1947)
  • Over oude en nieuwe rolprenten: de dingen die niet voorbijgaan (1980) (filmatiek)
  • Pierre Benoit, of de lof van de roman romanesque (1960) (studie)
  • Reisebilder uit bezet Duitsland (1948) (reportage)
  • Stof op het Kremlin (1935) (een reportage)
  • Tine van Berken of de intelligentie der ziel (1962)
  • Trefwoorden (1975) (aforismen)
  • Van Nitsjevo to Chorosjo. Geschiedenis der Russische literatuur met bloemlezing (1948)
  • Versleer in vogelvlucht (anti-experimentele les, 1956)
  • Zien en zijn. De 50 beste of slechtste films der laatste jaren. Een nieuwe bundel filmatiek (1960) (filmatiek)

FILMOGRAFIE

1965 De man die zijn haar kort liet knippen.

  • Regie: André Delvaux.
  • Cast: Senne Rouffaer (Govert Miereveld); Beata Tyszkiewicz (Fran); Hector Camerlynck (Prof. Mato);  ea
1968 De  trein der traagheid (Un train, Un soir). Naar ‘De trein der traagheid & Egbertha in de onderwereld’.

  • Regie: André Delvaux
  • Cast: Yves Montand (Mathias); Anouk Aimée (Anne); Hector Camerlynck (Hernhutter); François Beuckelaers (Val); Adriana Bogdan (Moïra); ea