home | Inloggen
Aantal schrijvers: 525 | Aantal boeken:

15394

Gilliams, Maurice

MAURICE GILLIAMS

Antwerpen, 20 juli 1900 – Antwerpen, 18 oktober 1982

Maurice Guillaume Rosalie Gilliams, dichter, prozaïst en essayist .

Prins van de Vlaamse Letteren.

BIOGRAFIE

20 juli 1900: geboren te Antwerpen aan de Ossemarkt 25,  als enig kind van Franciscus Gilliams en Louise Lambrechts, een heel erg vrome vrouw die lid was van het caritatieve St.-Vincentiusgenootschap.

  • Zijn vader was boekdrukker die op een antieke handpers graag dichtbundeltjes voor bibliofielen drukte en een ‘Historiek van het Boekdrukkers-Verbond van Antwerpen’ heeft nagelaten.
  • Gilliams bracht zijn jeugd voor een groot deel door op een het buitengoed van de familie in de omgeving van Antwerpen. Daar vond hij de inspiratie voor zijn bekendste boek, de novelle Elias, of het gevecht met de nachtegalen (1936). Die speelt op en rond een kasteel, bevolkt met oudere familieleden – tantes en ooms van de auteur die we vaak in zijn werk zullen zien opdraven. In Elias staan niet de verhaalgebeurtenissen centraal, maar is alles gericht op zelfanalyse: het is typerend voor de ego-tripper Gilliams, die vaak zwaarmoedig rondliep.
  • In het bedrijf van zijn vader leerde hij het vak van typograaf. Zijn interesse voor en kennis van de materiële kant van het boek leidden tot een (korte) job bij ‘De Nederlandsche Boekhandel’, die onder zijn impulsen een hoge opvlucht zou nemen. Het was bij de genoemde uitgeverij en op zijn vaders persen dat zijn eerste dichtbundels verschenen.
  • Zijn eerste werken werden in eigen beheer uitgegeven.

1909-1911: volgde de lessen in het Sint Victors Gesticht te Turnhout, ‘bestuurd door de Broeders van Liefde’.  Wegens zijn wankele gezondheid (hij leed aan chronische astma en migraines), zijn eenzelvige natuur én een gebrek aan studieijver resulteerden de lessen niet in een diploma.

1914: bij het uitbreken van de eerste Wereldoorlog bracht vader Gilliams zijn familie in veiligheid in Amsterdam, bij een jeugdvriend, nl. Paulus Hols, secretaris van de Algemene Nederlandse Typografenbond; Maurice verbleef vele maanden in het kroostrijke gezin van deze typograaf; een bijzondere vriendschap ontstond tussen hem en een dochter van Hols, het belezen meisje Margaretha-Elisabeth, dat echter heel jong, bijna 16 jaar oud, in 1917 overleed.

1917: debuteerde met  de dichtbundels Dichtoefeningen, Vogels zonder vlerken en de berijmde  kinderlegende Dit is van dat Monniksken.

  • Ze werden in kleine oplagen uitgegeven in eigen beheer onder de pseudoniem Floris van Merckem.

Na de oorlog trok Gilliams naar Parijs om er zich in de typografie te bekwamen; hij moest immers de opvolger van zijn vader worden.

1917-1933: Gilliams bouwde een literair oeuvre op waarvan hij slechts in fragmenten voor publicatie vrijliet.

  • In ‘Het werk der leerjaren’ (1919-1921) en ‘Eenzame vroegte’ (1920-1927) vinden we motieven van het natuurleven, de landelijkheid, de prille liefde met haar romantische gespletenheid met af en toe een uitbarsting van vreugde:
Daarom laat God ons somstijds teder spelen
Met alle madelieven van ons leven.
  • Vanaf De flesch in zee (1927-1929) concentreert Gilliams zich duidelijker op pijn en angst. Zijn toon wordt elegischer. De klacht klinkt ingehouden.
Op de besneeuwde hei:
De hoeve en de houtmijt zwart
En de donkre spar, sterk en geëtst
Onder een ster, bewaaid en strak.
  • Het Maria-Leven (1930-1931), legt de nadruk op de beleving die de Moedermaagd gelaten en machteloos ondergaat: zoals elke moeder in liefde, smart en overgave het leven schenkt aan een kind dat zijn eigen weg gaat en zijn moeder eenzamer en hulpelozer dan ooit achterlaat.

1933: selectieve bundeling van deze gedichten in “Het verleden van Columbus“.

  • Zijn dichtwerk toont een introvert overgevoelig kunstenaar.  Zijn taal is zuiver, traditioneel en sober, wars van alle experimentele drijverijen. Ook in zijn proza wordt de individualistische mens beschreven die verwoede pogingen onderneemt om de psychische eenzaamheid te ontvluchten. (zie “Elias of het gevecht met de nachtegalen” en “Winter te Antwerpen” uit 1953).
  • Maurice Gilliams schreef essays, o.m. over Paul van Ostaijen maar vooral over beeldende kunstenaars: Gustave De Smet, Henri De Braekeleer, Jos Hendricks, Rubens enz.. Hij had tevens aanleg voor tekenen en bezat een diepgaande kennis van muziek en de beeldende kunsten.
  • Professioneel heeft hij het vaak moeilijk gehad. Pas na de Tweede Wereldoorlog wordt zijn literaire werk definitief erkend.

27 augustus 1935: huwt met Gabrielle Baelemans, maar een half jaar later gaan ze reeds definitief uit elkaar.

  • In zijn in 1991 postuum verschenen roman ‘Gregoria of een huwelijk uit Elseneur’ (reeds in 1938 geschreven) doet hij een verslag van dit desastreuze huwelijk.

1938: leert zijn tweede vrouw Maria Elisabeth de Raeymakers kennen in het Stuyvenberggasthuis, waar ze als hoofdverpleegster werkzaam is. Door de scheidingsperikelen met zijn eerste vrouw kan hij pas op 16 april 1976 met haar trouwen.

1947: werd, ter opvolging van August van Cauwelaert (én nadat Paul de Vree ‘academicien’ Lode Baekelmans verzekerd had, dat Gilliams geen katholiek meer was), lid van de toen nog Vlaamse, thans Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL).

1954: directeur van KANTL.

1955: na een stevige administratieve lijdensweg werd hij benoemd tot wetenschappelijk bibliothecaris van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen.

  • Verzorgde onder meer de samenstelling en verzorging van de grote catalogi Henri de Braekeleer (1956), Rik Wouters (1957), Constant Permeke (1959) en Gust de Smet (1961), aan wie omvangrijke retrospectieve tentoonstellingen werden gewijd.

1960 tot ´75: vast secretaris werd van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde in Gent.

  • Toen hij in 1960 tot vast secretaris werd benoemd van de Koninklijke Academie, nam hj ontslag als wetenschappelijk bibliothecaris van het KMSK.. De secretariaatswerkzaamheden namen hem volledig in beslag, vooral door de verzorging van de Jaarboeken, de Verslagen en Mededelingen en de overige publicaties waarop hij een sterk eigen stempel drukte. Zo gaf hij groet aandacht an de typografische verzorging van de drie grote delen Poëtische Werken van Jonker Jan van der Noot – uitgegeven door Werner Waterschoot – en van de op zijn initiatief ontworpen reeks fraai uitgegeven essays Memorabilia, gewijd aan het literaire oeuvre van overleden Academieleden als Guido Gezelle,  Stijn Streuvels, Karel Van de Woestijne, Hugo Verriest en  Lode Baekelmans.

26 april 1976: trouwde, in het bijzijn van enkele vrienden, met Maria de Raeymaekers.

21 mei 1980: doctor honoris causa aan de universiteit te Gent.

In hetzelfde jaar werd hij door Koning Boudewijn met de titel van baron in de adelstand verheven.

4 oktober 1980: werd onderscheiden met de Grote Prijs der Nederlandse Letteren, hem door Koningin Beatrix in het Paleis op de Dam uitgereikt.

Maandagmiddag 18 oktober 1982: tijdens een bezoek aan zijn echtgenote die al geruime tijd in een Antwerps ziekenhuis werd verpleegd, overleed hij aan een hartaanval. Hij was tweeëntachtig jaar oud.

Epiloog

  • De volgende dag werd er in de Vlaamse kranten nauwelijks aandacht aan geschonken. De Gazet van Antwerpen gebruikte drie korte kolommen. Het Laatste Nieuws zes en De Morgen nauwelijks 100 regels. Enkel in De Standaard verscheen een mooi huldebetoon, geschreven door Gaston Durnez. (Bron: Stefan Brijs)
  • De begrafenis van Gilliams verliep niet zonder commotie. Gilliams ging in het Antwerpse door voor een vrijzinnige. Groot was de verbazing dat Gilliams in een tekst gestipuleerd had dat zijn uitvaart in de parochiale Sint-Joriskerk zou worden gehouden, dat hij wenste gecremeerd te worden en dat zijn urne moest bijgezet worden op het Ereperk van het Schoonselhof.
  • NRC Handelsblad wijdde een bitter artikel aan de begrafenis van “de Prins van de Vlaamse Letteren” : “Woordeloos in de schandalige leegte staarden de vrienden naar de nietige urne in het overmatige gat in de aarde”. Aldus geschiedde. Stefan Brijs geeft er een mooi relaas van in zijn ‘Kruistochten’ (1998).

1989: bij Koninklijk Besluit op 17 augustus 1989 werd de oprichting van de Stichting Vita Brevis goedgekeurd. Maurice Gilliams heeft bij leven de Stichting testamentair gewenst. De doelstelling is het oeuvre van de schrijver kenbaar te maken en te verspreiden. De leden van het eerste uur waren: Frans Boenders, Carlos De Baeck, Jean De Crée, Jozef Deleu, Ludo Simons en Paula Sörnsen.

  • Het correspondentieadres is: Stichting Vita Brevis, Bredabaan 868/10, 2170 Antwerpen-Merksem.

1997: in de tuin van het Elzenveld in Antwerpen kreeg een borstbeeld van hem van de hand van Rik Poot een plaats.

2000: heruitgave van zijn werk en grote tentoonstelling ‘De idee Maurice Gilliams. Een schrijver over schilders’.

2011: van de roman Gregoria of een huwelijk op Elseneur is een toneelbewerking gemaakt. De Koninklijke Vlaamse Schouwburg bracht de toneelvoorstelling Gregoria, onder regie van Bart Meuleuman, in Brussel en Antwerpen op de planken van 5 maart t/m 2 april.

2012: na Gregoria (KVS, geselecteerd voor het Theaterfestival 2011) bewerkt en regisseert Bart Meuleman opnieuw een tekst van Gilliams: de novelle ‘De man in de mist’ (een verhaal uit de bundel ‘Oefentocht in het luchtledige’ (1933).  Opgevoerd 29 t/m 31 maart 2012 Toneelhuis (Bourla), Antwerpen.

  • De man in de mist behoort zonder twijfel tot het mooiste dat Maurice Gilliams ooit schreef. Het is een juweeltje. Amper een tiental pagina’s lang vertelt een man – Gilliams zelf? – over de avond dat hij een elektriciteitscentrale moet herstellen, ergens diep in de Kempen. Maar hij geraakt de weg kwijt en verdwaalt in een spookachtig bos, in een mistige nacht. Ondertussen ligt zijn moeder op sterven.

Meer informatie vindt u op www.mauricegilliams.nl een site beheerd door Hans Kleiss.

 

BEKRONINGEN

  • 1934 – Jaarlijkse reisbeurs voor Vlaamsche letterkundigen (6000 francs)
  • 1935 – Provinciale premie voor Letterkunde, voor Oefentocht in het luchtledige
  • 1937 – Provinciale premie, voor Elias of het gevecht met de nachtegalen
  • 1938- August Beernaertsprijs van de Koninklijke Academie voor  Elias of het gevecht met de nachtegalen.
  • 1939 – nominatie Driejaarlijkse Staatsprijs voor romankunst, voor Elias of het gevecht met de nachtegalen
  • 1953 – Provinciale premie, voor Een bezoek aan het prinsengraf
  • 1954 – Provinciale premie, voor Winter te Antwerpen
  • 1967- de Interprovinciale Prijs voor Literatuur
  • 1969 – de Constantijn Huygensprijs en de Emile Bernheimprijs  voor zijn gehele oeuvre
  • 1972- Driejaarlijkse Staatsprijs ter bekroning van een schrijversloopbaan.
  • 1980 – benoemd tot doctor honoris causa aan de Universiteit van Gent.
  • 1980 – Prijs der Nederlandse Letteren. —  http://prijsderletteren.org/Maurice_Gilliams.ph

 

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Websites

Referenties

  • Herwig Todts, Isolde De Buck, De Idee Maurice Gilliams, Een schrijver over schilders, Antwerpen: Uitgeverij Pandora. Cahier 8. 266p.
  • Stefan Brijs, ‘’Gilliams of een begrafenis in mineur, in: Kruistochten (1998). Eerder voorgepubliceerd in een gelijknamige reeks in Café des Arts van de krant De Morgen op 25 september 1997.
  • Prof. Dr. M. Rutten; Prof. Dr. J. Weisgerber (red.): Van “Arm Vlaanderen” tot “De voorstad groeit” 1888-1946. Standaard Uitgeverij 1988 pp.431-434.
  • Frank Hellemans; In geuren en kleuren. In: Knack 12 juli 2000 p. 57-60.

 

MEER OVER MAURICE GILLIAMS

  • 1972: ADRIAENS, L., “Maurice Gilliams, kunstcriticus”. In: Spiegel der Letteren, 14 (1972) 3, pp. 215-234.
  • 1974:  Dietsche Warande & Belfort. Tijdschrift voor  Letterkunde en geestesleven. 1974, CXIX, nr 2, pp. 91-191 (Gilliamsnummer)
  • 1976:  VAN ASSCHE, Hilde, in: Mededelingen Vereniging van Vlaamse Letterkundigen. Driemaandelijks tijdschrift, februari 1976, nr. 86 pp. 21-29.
  • 1980:  Raster. Tijdschrift in boekvorm. 1980, nr. 16 p.647 (Gilliamsnummer)
  • 1981: Dimensie. Driemaandelijks literair tijdschrift, 1981, v., nr. 2 p 142. (Gilliamsnummer)
  • 1984: DE JONG, M.J.G., “Maurice Gilliams. Een Essay.” Amsterdam: Meulenhoff 1984. -342p.
  • 1992: HERTMANS S., “Het kasteel bestaat niet meer, over Maurice Gilliams.” Antwerpen: stichting Vita Brevis/ Gent: poëziecentrum -24p.
  • 1993: DE JONG, M.J.G., “Droom bezit geen erfgenaam. Mythe en werkelijkheid bij Maurice Gilliams”. Amsterdam: Meulenhoff/Leuven: Kritak -118p.
  • 1997: Vlaanderen. Tweemaandelijks tijdschrift voor kunst en cultuur, 1997, XLVI, nr. 267, pp. 257-314 (Gilliamsnummer)
  • 1997:  PIL, L., “Maurice Gilliams interartistiek. Beeldende kunst”. In: Vlaanderen, 46 (1997) 4, pp. 285-289
  • 2000: Hans Kleiss,  De man in de mist De Parelduiker jaargang 5, nummer 3/4, 2000 Maurice Gilliams-nummer
  • 2001: Martien J.G. de Jong,  Een klauwende muze. De tussenwereld van Maurice Gilliams. Gent: KANTL 138p.
  • 2002: Annemarie Musschoot & Bert Vanheste,  Gilliams, de veelkantige. Uitgeverij Vantilt. 160p.
  • 2007 (okt 2008):  Liesbeth van Melle,  Maurice Gilliams in Contact (1934-1937) Gent; KANTL 161p.

 

SMAAKMAKER

Het afgesloofde lover van de beuken
waarin de vossen van november jagen
-bij bladerval, hier kwam mijn moeder treuren;
 
ze zong en streelde mij. Ze gaf mij namen
van vogels – mees en vink. Warm van gebeden
doorliepen wij de laan. ‘k Droeg de lantaren.
Op ’t landhuis hoorden wij piano spelen,
doorheen de lissen, over ’t zieke vijverwater.
 
-Gedroomde kaars, hoelang nog zult gij branden ?
Maria zit naast mij. Stenen en sterren
vallen op tafel, langs mijn dor-bevreesde wangen
 
terwijl ik schrijf. En harde sleutelbossen
rinklen. In ’t vunzig voshol van mijn werken
belaagt een spin een mier. De wortels rotten.

Uit: Bronnen der slapeloosheid VIII (1959)

 

Gedroomd geluk

Gij proeft de weemoed niet van een dun Frans boek,
vóór ’t open venster en het regent zoet
op de blauwe denneboom. ’t Wordt avond,
en ik lees een weelde van de bladen
terwijl ik zwijg.  – Gij wilt alleen met mij,
zoals het was in een oud liedekijn:
rijden over de heide. Ik blijf zwijgen,
omdat uw stem mij ongewoon gaat schijnen
en uw onrust in een kus zich wreekt:
‘blijf hier wonen.’ Maar een schamel poëet
heeft niet wat hij wil om boter te kopen,
en dan vervloeien gauw de liefdeswoorden.
-ik lees van een kind dat een zeepbel blies
om een kever: het dwaas en broos verdriet.

Uit: verzamelde werken (1927)

Winter te Schilde

 
Het is een vlakte waar geen moeders wonen;
Het sneeuwt en blinder zwellen de moerassen.
De stilte vriest aan ’t warhout der gewassen,
Langs donkre paden naar helle kerkhoven.
 
Maar wiegeliedren hoort men nergens ruisen,
Geen winteravondzangen brengen vrede.
De natte honden bassen aan hun keten;
De bruine ratten dringen in de huizen.
 
Daar rusten, donker-weg, de ronde broden,
Het karig voedsel voor de bittre dagen.
En alles wat een mensenziek kan klagen
Verkropt zij in der doden zoete namen.

(1945)

ELIAS

_Elias? Ee-lie-aas, roept Hermine.
Er zijn zovele deuren, hoeken en kanten, ingebouwde kasten en verloren plaatsjes in het landhuis, waar een genieperd zich versteken kan; ik hoor haar zoekend heen en weer draven alvorens zij het salon binnenstormt. Roerloos zit ik op de sofa, de ogen toe, de armen op de borst gekruist om het bonzen van mijn hart te onderdrukken. Van opwinding staat Hermine op de vloer te stampen. Ze komt vlakbij, in haar stijf, ruisend kleedje. Haar koude vingers bespelen mijn gloeiend voorhoofd, kittelend en plezant. Ze heft mijn armen op, die ik als een levenloze pop weer laat vallen. Onverwacht komen haar vochtige lippen aan mijn oorrand lispelen; ze schudt me dooreen; ze knijpt met vurig en breed in de wang; ze geeft me onweerstaanbaar triomfant een klinkende hete oorvijg.
Roerloos blijf ik zitten. Dan begint ze wanhopig mijn ogen open te duwen. Ze licht me eindelijk helemaal uit de sofa op; struikelend, sleurt ze me over de grond en laat me verder als een drenkeling liggen. Uit mijn borstzakje is een potloodstompje gevallen. Met kattegauwte heeft ze het opgeraapt en met nijdige trekken, waarin haar ontketende hartstocht te voelen is, tekent ze een flink opgedraaid snorretje boven mijn van pijn trillende lip.

Uit Elias 1936.

BIBLIOGRAFIE – FILMOGRAFIE – AUDIOGRAFIE

Bibliografieën

  • Firmijn Vander Loo, Proeve van bibliografie van en over de dichter Maurice Gilliams met prachtige tekeningen en zwart-wit illustraties.
    • Inhoud: Woord vooraf – Zelfstandig verschenen uitgaven – Niet zelfstandig verschenen uitgaven – Bijdragen in periodieken, week- en dagbladen – Uitgaven bezorgd door Maurice Gilliams of waar hij zijn medewerking aan verleende – Werk in vertaling – Recensies – Literatuur – Werk van Maurice Gilliams dat getoonzet werd.
      175 pag. 1976 Colibrant
  • Hans Kleiss, Bibliografie van en over Maurice Gilliams. september 2005 Uitgeverij “Elias” 108p.
    • Een bibliografie van en over Maurice Gilliams verschenen, die ontleend is aan de bibliotheek Gilliams van Hans Kleiss. Het is de weerslag van een uitgebreide en zeer diverse verzameling van onder meer boeken, tijdschriften, brieven, e-mails, recensies, krantenartikelen en parafernalia die in de loop van 10 jaar bij elkaar is gebracht.
  • Hans Kleiss,  Ontsnapt uit de Scheurmand van Maurice Gilliams 2007 Uitgeverij “Elias” 264p.
    • Een herziene en vermeerderde druk van de bibliografie uit 2005
  • Liesbeth van Melle,  Maurice Gilliams in Contact (1934-1937) Gent; KANTL 161p.
    • Bevat de recensies die Maurice Gilliams in de periode 1934 tot 1937 heeft geschreven in tijdschrift Contact: De Boekuil. Maandschrift voor boekenvrienden.

Het hierna volgend overzicht steunt op volgende bronnen:

Naast de Poëzieshop biedt het Poëziecentrum voor liefhebbers van antiquarische kleinoden ook een uitgebreid aanbod modern antiquariaat aan. Recentelijk werd het aanbod uitgebreid tot meer dan 3500 titels èn werden alle prijzen geherwaardeerd. Je vindt een overzicht van al de antiquarische titels op Antiqbook.

Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1917 Dichtoefeningen. (gedichten)
Onder pseudoniem FLORIS VAN MERCKEM
Antwerpen: F. Gilliams-Lambrechts. -70p.   Oplage: 52 ex.
1917 Vogels zonder vlerken. (gedichten)
Onder pseudoniem FLORIS VAN MERCKEM
Antwerpen: F. Gilliams-Lambrechts. -84p.    Oplage 25 ex.
1917 Dit is van dat Monniksken. Berijmde kinderlegende.
Onder pseudoniem FLORIS VAN MERCKEM
Antwerpen: F. Gilliams-Lambrechts. -43p.    Oplage 7 ex.
1921 Elegieën. (gedichten) Antwerpen: H. Sele. – 4 bladen, 9-8-12-5 p. + 3 bladen ; 23 x 18.
1925 De dichter en zijn schaduw. Gevolgd van een jong reiziger. (gedichten) Antwerpen: eigen beheer. -111p.
Oplage 25 ex.
In het magazine Boekenpost, nr.108 uit juli / augustus 2010 doet Hans Kleiss verslag van zijn speurtocht naar exemplaren van de dichtbundel De dichter en zijn schaduw, in 1925 gedrukt in een oplage van 25 exemplaren door Maurice Gilliams, die zelf beweerde zoveel mogelijk exemplaren vernietigd te hebben. Kleiss weet 14 exemplaren te traceren. Een geïnteresseerde lezer reageert op het artikel met de mededeling dat hij in het bezit is van nr.XV van De dichter en zijn schaduw. En daarmee staat de teller nu op 15 achterhaalde exemplaren. Kort daarna meldt een volgende lezer, in het bezit te zijn van nummer V. (Bron: www.mauricegilliams.nl (site beheerd door Hans Kleiss))
1927 Landelijk solo. (gedichten) Antwerpen: eigen beheer.
1928 Eenzame vroegte. (gedichten) Antwerpen: eigen beheer. -33p.
Geschreven tussen 1920-1927, werd voor het eerst gedrukt op 52 exemplaren.
1929 De flesch in zee. (gedichten) Antwerpen: eigen beheer. -40p.
Bevat gedichten ontstaan tusschen 1927-29en werd in December 1929 voor het eerst gedrukt op 25 exemplaren.
1932 Het Maria-leven. (gedichten)

1941/43: door Karel Candael tussen november 1941 en november 1943 tot een symfonische cantate herwerkt.
1948: door het N.I.R. op 9 januari 1948 gecreëerd.
Antwerpen: eigen beheer. -36p.
Gedicht tusschen Februari 1930 en December 1931, werd in Februari 1932 voor het eerst gedrukt op 7 exemplaren. In November 1932 verscheen een herdruk op 100 exemplaren.
1933 Oefentocht in het luchtledige. (novellen)

Bevat: Het verloren paradijs; De val der engelen; Het bezoek; Flora Diabolica; Monsieur Albéric; Georgina; Margaretha-Elisabeth; In memoriam; De man in de mist.
1937: 2de druk gebonden met stofomslag bij J.M. Meulenhoff, Amsterdam.
1938: 3de editie bij Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen. -138p.
1955: Opgenomen in het verzamelwerk VITA BREVIS I.
1962: Heruitgave bij Heideland, Hasselt in de reeks Vlaamse Pockets nr 68. – samen met ‘Winter te Antwerpen’.
<<zie aldaar>>
1971: Het verhaal  ‘Monsieur Albéric’  werd opgenomen in de verhalenbundel ‘54 Vlaamse Verhalen’, deel 2, samengesteld door Marnix Gijsen en Karel Jonckheere.pp  37-41
Antwerpen: Drukkerij Gilliams-Lambrechts. -103p.
Afmetingen: 21.50 x 17 (ingenaaid met stofomslag)
Colofon: de stukjes uit deze oefentocht hebben tot voorstudie gediend van de roman ‘Elias, of het gevecht met de nachtegalen’. Zij ontstonden tusschen Mei 1924 en November 1927 en werden gedrukt in Mei 1933, op 132 ex., waarvan 2 op Hollandsch papier en 130 op Alpha papier, genummerd van 3 tot 132.Vertalingen:
1965: Georgina; Margaretha-Elisaberth en De man in de mistworden in het Frans vertaald als Elisabeth, Georgina, L’Homme dans le brouillard door Saint Rémy (ps. Remy De Munyck) Uitgave Librairie des Arts, Antwerpen.
1968: Meneer Alberic wordt vertaald in het Frans als Monsieur Albéric door Saint Remy (ps. Remy De Munyck) Uitgave Librairie des Arts, Antwerpen.
1933 Het verleden van Columbus. (verzamelbundel)
Bevat: Eenzame vroegte 1920-1927, Landelijk solo, De flesch in zee, 1927-1929, Het Marialeven 1930-1931.
1938: Herziene editie
1995: Eerste handelsuitgave van deze bundel. Hij bevat Gilliams’ poëzie vanaf Eenzame vroegte tot Verzen 1936.
Gilliams 12 Antwerpen: Drukkerij Gilliams-Lambrechts. -94p.
Afmetingen: 21.50 x 17.50 ingenaaid)
Colofon: Van deze bundel werden gedrukt in Juli 1933, 130 ex. op Alpha papieren 2 op hollandsch papier, genummerd van 1 tot 130 en gemerkt A en B

 

1936 Elias, of Het gevecht met de nachtegalen. (roman)

1943: 2de druk.
1947: 3de druk.
1957 : 4de druk Opgenomen in het verzamelwerk VITA BREVIS II.
1961: 5de druk.
1968: 6de druk (samen met Winter te Antwerpen).
1975 : 7de druk.
1978 : 8ste druk in Vita Brevis IV.
1980: 9de druk – fotografische herdruk van Vita Brevis IV.
1981: 10de druk.
1991: 11de druk.
1968: Vertaald in het Frans als Elias, ou: Le combat contre les rossignols door Saint Remy (ps. Remy De Munyck) Uitgave Librairie des Arts, Antwerpen.
1991: Verfilmd in een regie van de Fries Klaas Rusticus , naar een scenario van Fernand Auwera en Klaas Rusticus
Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel.
Amsterdam: J.M. Meulenhoff. -272p.
Afmetingen: 19.75 x 14 (gebonden met stofomslag)
Dit boek werd gedrukt in het jaar MCMXXXVI bij Meijer’s Boek- en Handelsdrukkerij te Wormerveer; hiervan werden 10 exemplaren gedrukt op Oud Hollandsch Van Gelder genummerd van 1 tot 10.
 
Gilliams 18 uitgave 1991
1936 Verzen. (gedichten)
1937 Vlaamsche lyriek: 1830-1890 (samengest. en ing. door Maurice Gilliams). (essay) Den Haag: Boucher. / Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel. -112p.
1937 Twee oefeningen : Meneer Albéric en In memoriam. (verhalen)
Bevat: Monsieur Albéric en In memoriam (uit: Oefentocht in het luchtledige)
Den Haag: H.P. Leopold’s Uitgeverij. -29p.
Reeks: De Vrije Bladen jaargang 14 Schrift III Maart 1937.
Afmetingen: 23.50 x 15.50 (ingenaaid)
1938 Het land van Waes en Polders. (proza)
1938 Het verleden van Columbus. (gedichten)
Deeltitels: Eenzame vroegte; Landelijk solo; De flesch in de zee; Het Maria-leven; Verzen.
Eerder uitgegeven in 1933
Gilliams 13 Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel. -72p.
Afmetingen: 20.70 x 12 (ingenaaid – papieren kaft met flapjes)
Colofon: Van dit boek werden gedrukt, vier exemplaren op Japaansch (sic) genummerd A,B,C,D, en 500 exemplaren genummerd van 1 tot 500 en door de dichter gesigneerd.

 

1938 Gregoria, of : Een huwelijk op Elseneur: exoterische memorabilia. Pas postuum in 1991 gepubliceerd
1940 Een middag met Gezelle. Antwerpen: Comité der Antwerpsche propagandawerken.
1941 Inleiding tot de idee Henri De Braekeleer. (essay) Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel. -113p.
Oplage: 500 genummerde en gesigneerde exemplaren plus 20 exemplaren gemerkt van A tot T
1943 De man voor het venster: aanteekeningen. (essay)
Met een motto van Paul Valéry: ‘Le grand orgeuil est fondé sur un mécontentement permanent de soi, qui se traite comme un autre, et les autres comme soi, – c’est-à-dire mal.’
Bevat: De man voor het venster, bladzijden ontleend aan het Journaal van de dichter 1932-1940 en Inleiding tot de idee Henri de Braekeleer (een essay opgedragen aan Dr. Hendrik Opdebeek en met motto’s van Villiers de l’Isle Adam en Pascal).
Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel. / Amsterdam: Meulenhoff. -278p.
Afmetingen: 21.25 x 13.50 (gebonden met stofomslag)
Deze uitgave van “De Man voor het Venster” werd gezet in de Garamond-letter en gedrukt bij drukkerij Sinte Katharina te Brugge in October 1943.
Buiten de gewone uitgave werden er 10 luxe-exemplaren op Hollandsch papier van de Firma Van Gelder en Zonen getrokken, genummerd van 1 tot 10 en gesigneerd door de auteur.
Toelatingsnummer 628
1947 In memoriam Felix Timmermans,1886-1947. (essay) Antwerpen: Orion. -42p.
Oplage: 125 + 25 + 15 exemplaren.
1947 Het verlangen. (verhaal) Brussel: Uitgave Ter Kameren Abdij. -39p.
Afmetingen: 20 x 14.75 (ingenaaid)
Colofon: Het Verlangen, een jeugdwerk van Maurice Gilliams, voorheen nooit uitgegeven, werd thans voor het Nieuw Vlaams Tijdschrift gezet verlucht op 103 exemplaren gedrukt in et atelier van de Abdij ter Kameren onder leiding van Jozef Cantré.
1947 Rubens en zijn beide vrouwen. (lezing)
Lezing gehouden ter gelegenheid van de inwijding van het Rubenshuis te Antwerpen.
Het typografisch ontwerp is van M.G.
Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel. -35p.
Afmetingen: 20.25 x 14 (ingenaaid)
Colofon: Op de een-en-twintigste Octobr 1947 werden van dit boekje 150 exemplaren getrokken ter drukkerij Sinte-Catherina te Brugge, op papier “Chiffon de Bruges” voor rekening van de Nederlandsche Boekhandel, te Antwerpen.
Ieder exemplaar draagt een nummer en de handteekening van de auteur.
1947 Het werk der leerjaren. (poëzie/proza)

Typografisch ontwerp en het omslag: M. G.
Bevat: Het verlangen (proza), Acht dagboekbladen 1921-1924 (proza) en Zeven gedichten.
Gilliams 11 Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel. -60p.
Afmetingen: 23.75 x 16 (ingebonden met stofomslag)
Colofon: Van het in dit boekje opgenomen proza “Het verlangen” werd reeds een luxe-uitgaaf bezorgd door Herman Teirlinck, directeur van de Nationale Hoogere School voor Bouwkunst en Sierkunsten te Brussel.
“De Acht Dagboekbladen” worden thans voor de eerste maal gedrukt.
Het “Gedicht 1918” is ontleend aan “Een Jong Reiziger” waarvan de, in 25 exemplaren, door de dichter in 1925 zelf gezette en gedrukte oplage voor het grootste deel vernietigd werd. “Het Lentevers 1921”, en de “Ballade 1921” en “Het Vaarwel 1921” werden reeds eerder opgenomen in “De Dichter en zijn Schaduw”. Het vers “De Blinde Landman” werd reeds eerder opgenomen in een een privé-druk uit 1925.
“Het werk der leerjaren” kwam in 1947 bij Van Dieren, te Antwerpen van de pers voor rekening van De Nederlandsche Boekhandel, ter zelfde stede.
1948 In memoriam Paul van Ostaijen. (essay) Brussel: Nationale Hogere School voor Bouwkunst en Sierkunsten.
1949 De man in de mist.  (verhaal uit “Oefentocht in het luchtledige”) Uit de bundel:  “Meesters der Nederlandse vertelkunst”
1950  X gedichten. (privédruk)
1955: Tweede, herzien versie.
Antwerpen: eigen beheer.
Privédruk op 50 exemplaren.
1952 Een bezoek aan het Prinsengraf: essay over de dichter Paul van Ostaijen. (essay)
Lay-out en band werden ontworpen door Maurice Gilliams.
Bevat de tekst van twee lezingen in de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. De tekst voor het Aanhangsel werd over genomen uit “De Man voor het Venster”
Lier: Uitgaven Colibrant. -121p.
Afmetingen: 25 x 16 (ingenaaid)
Colofon: Van deze uitgaaf werden voor rekening van de Colibrant-Uitgave, te Lier vijfhonderd exemplaren getrokken: 20 ervan zijn genummerd van 1 tot 20 gesigneerd door de auteur, en werden niet in de handel gebracht.
Het geheel was voltooid in het voorjaar 1952
1953 Winter te Antwerpen. (roman)

Lay-out van Maurice Gilliams.
1956: 2de druk in VITA BREVIS II.
1962: 3de druk. Heruitgave bij Heideland, Hasselt in de reeks Vlaamse Pockets nr 68. Samen met ‘Oefentocht in het luchtledige’. (zie foto hiernaast)
1968: 4de druk (samen met Elias)
1978: 5de druk in VITA BREVIS IV.
1980: 6de druk – fotografische herdruk van Vita Brevis IV.
1981: 7de druk.
1991: 8ste druk – bij Meulenhoff , Amsterdam (reeks: Meulenhoff Quarto. (zie foto hiernaast)
1965: In het Frans vertaald als L’hiver à Anvers, door Saint Remy (ps. Remy De Munyck) Uitgave Librairie des Arts, Antwerpen.
Lier: Uitgaven Colibrant. -100p.
Afmetingen: 19.50 x 11.50 (ingenaaid)
In de maand Oktober van het jaar 1953 werd deze “Winter te Antwerpen”, in een oplage van 1000 exemplaren gedrukt op de persen van V. Van Dieren & Co te Antwerpen, in opdracht van  Colibrant-uitgaven, te Lier.
 
Gilliams 17        Gilliams 18
uitgave 1962   Uitgave 1991
1953 In memoriam Jan van Rijswijck. Beeldhouwer en kunstschilder. Leraar aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen. 17 april 1892-23 februari 1953 (essay) Antwerpen: eigen beheer.
1953 De kunst van de fuga: dagboekbladen en essays.
Het essay over Lode Zielens ontstond naar aanleiding van zijn overlijden op 28 november 1944.
“Rubens en zijn beide vrouwen” werd in opdracht van de Burgemeester van Antwerpen, Dr. Camille Huysmans, geschreven en gelezen ter inwijding van het Rubenshuis op 23 juli 1946.
“Een bezoek aan het Prinsengraf” is een mededeling gedaan aan de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.
Lier: Uitgaven Colibrant. -97p.
Afmetingen: 25 x 16.25 (ingenaaid)
Colofon: In de maand December van het jaar 1953 werd “De Kunst van de Fuga”, in een oplage van 500 ex. gedrukt op de persen van V. Van Dieren & Co, te Antwerpen, in opdracht van de Uitgaven Colibrant, te Lier.
De typografische architectuur is van M.G.
Twaalf exemplaren, door de auteur genummerd en gesigneerd, werden niet in de handel gebracht.
1954 Hulde aan Lode Baekelmans. (essay)
Rede uitgesproken op de Academische Zitting ter gelegenheid van de Lode Baekelmans-huldiging te Antwerpen op zondag 31 januari 1954.
Brussel: De Vlaamsche Gids.
Overdruk uit De Vlaamsche Gids, 1954, XXX-VIII, blz. 202-206.
1954 Tien gedichten (gedichten)
Herziene uitgave van X Gedichten uit 1950
Antwerpen: eigen beheer.
1955 Vita brevis I. (verzamelde werken)
Deel 1 van een vierdelige publicatie.
Bevat: Het werk der leerjaren; Het verleden van Columbus; Oefentocht in het luchtledige; Tien gedichten.
Gilliams 2 Antwerpen: C. de Vries-Brouwers. -196p.
Afmetingen: 21.40 x 14 (gebonden – harde linnen kaft – stofomslag)
1957 Vita brevis II. (verzamelde werken)
Deel 2 van een vierdelige publicatie.
De lay-out is van M.G.
Bevat: Elias of het gevecht met de nachtegalen; winter te antwerpen.
Gilliams 3 Antwerpen: C. de Vries-Brouwers. -178p.
Afmetingen: 21.40 x 14 (gebonden – harde linnen kaft – stofomslag)
Colofon: Van Vita Brevis II werden tien exemplaren op Hollands Papier gedrukt, genummerd van I tot X, en zes op Japans, gemerkt van A tot F, gesigneerd door de auteur.
 

 

1958 Vita brevis III. (verzamelde werken)
Deel 3 van een vierdelige publicatie.
Bevat: De man voor het venster; Inleiding tot de idee Henri de Braekeleer.
Gilliams 4 Antwerpen: C. de Vries-Brouwers. -261p.
Afmetingen: 21.40 x 14 (gebonden – harde linnen kaft – stofomslag)
Colofon: Deze uitgave van “Vita Brevis”, deel III, verzameld werk van Maurice Gilliams, werd gezet uit de Garamond-letter en in de maand juli van het jaar 1958 gedrukt bij de N.V. Drukkerij G.J. Thieme te Nijmegen, in opdracht van C. de Vries Brouwers te Antwerpen. Zoals voor de vorige boekdelen van Vita Brevis is de lay out van M.G.
Buiten de gewone uitgave werden er zes exemplaren gedrukt op Japans papier, genummerd van A tot F, waarvan vier exemplaren bestemd zijn voor de handel, en tien exemplaren op Oud-Hollands van Proost & Brandt N.V., genummerd van 1 tot 10, waarvan acht exemplafren bestemd zijn voor de handel, alle gesigneerd door de auteur.

 

1958 Emmanuel de Bom, 1868-1953. (essay) Brussel: A. Manteau. -49p.
Reeks: Monografieën over Vlaamse letterkunde. vol. 9
1959 Vita Brevis IV. (verzamelde werken)
Deel 4 van een vierdelige publicatie.
Bevat: Libera nos, Domine; De kunst der fuga; Een bezoek aan het prinsengraf; Bronnen der slapeloosheid.
Gilliams 5 Antwerpen: C. de Vries-Brouwers. -254p.
Afmetingen: 21.40 x 14 (gebonden – harde linnen kaft – stofomslag)
Colofon: Deze uitgave van “Vita Brevis”, deel IV, verzameld werk van Maurice Gilliams, werd gezet uit de Garamond-letter en gedrukt bij de N.V. Drukkerij G.J. Thieme te Nijmegen, in opdracht van C. de Vries Brouwers te Antwerpen. in het jaar 1959, inde maand juli van dat jaar. Het typografisch ontwerp is van M.G.
Buiten de gewone uitgave werden er zes exemplaren gedrukt op Japans papier, genummerd van A tot F, waarvan vier exemplaren bestemd zijn voor de handel, en tien exemplaren op Oud-Hollands van Proost & Brandt N.V., genummerd van 1 tot 10, waarvan acht exemplaren bestemd zijn voor de handel, alle gesigneerd door de auteur.

 

1959 Bronnen der slaaploosheid. (poëzie)

1964: Tweede, herziene en vermeerderde druk..
 Antwerpen: C. de Vries-Brouwers.
1962 Oefentocht in het luchtledige. Winter te Antwerpen.

Bevat: Oefentocht in het luchtledige 1924-1927 (Het verloren paradijs – De val der engelen – Het bezoek – Flora Diabolica – Monsieur Albéric – Georgina – Margaretha-Elisabeth – In memoriam – De man in de mist); Winter te Antwerpen 1946-1952 (pp. 91-159).
Gilliams 17 Hasselt: Uitgeverij Heideland. -159p.

Reeks: Vlaamse Pockets nr 68
Afmetingen: 18 x 11 (pocket)
1964 Bronnen der slapeloosheid. (gedichten)
Heruitgave van 1959
Antwerpen: eigen beheer. / Amsterdam: Taal & teken. -3p.
1965 Gedichten, 1919-1958.
Gilliams behield, over een periode van 40 jaar, een strenge keuze van slechts 67 gedichten.
De bundel bevat: Het werk der leerjaren 1919-1921 (4 gedichten), Eenzame vroegte 1920-1927 (8), Landelijk solo 1927 (6), De fles in zee 1927-1929 (8), Het Maria-leven 1930-1933 (13), Verzen 1936 (5), Tien gedichten 1939-1954 (10), Bronnen der slapeloosheid 1954-1958 (9) en Vier opdrachten in ‘Vita brevis’ geschreven (4). 
Gilliams 1 Deurle aan de Leie: Colibrant. -117p.
Afmetingen: 19.60 x 14 (gebrocheerd – papieren kaftomslag)
1969 Zwanen en zoutsteen. (verhalen)
Bevat: Oefentocht in het Luchtledige 1924-1927 en Libera nos, Domine 1927.
Onder de redactie van Martien J.G. de Jong
Omslagontwerp: Frits Stoepman gvn
Leiden: A.W. Sijthoff. -146p.
Afmetingen: 20 x 13 (paperback)
Gedrukt in Nederland door A.W. Sijthoff’s Drukkersbedrijf, Leiden.
1969 Wasdom, variaties op een thema van Jos Hendrickx.
16 zwart-wit afbeeldingen van kunstwerken,1 foto Jos Hendrickx.
Een aangevulde versie verscheen in de catalogus bij de retrospectieve tentoonstelling in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen in 1972, blz. 19-28.
Deurle-aan-de-Leie: Colibrant. -36p.
Reeks: Cahiers van Deurle nr.2
1972 Retrospectieve tentoonstelling Jos Hendrickx. (catalogus bij de tentoonstelling) Antwerpen: Koninklijke Musea voor Schone Kunsten.
1974 Gregoria (fragment) Van dit fragment uit de roman Gregoria gepubliceerd door het tijdfschrift Dietsche Warande & Belfort (119 jg. Nr. 2, Antwerpen, februari 1974) werden mits enkele correcties, speciaal voor de auteur en zijn vrienden tien exemplaren gedrukt op 120grms handgeschept papier, aangemaakt door de Firma Green (Engeland) in opdracht van de Royal Society of Painters in Water Colours. -34p.
Afmetingen: 25.25 x 15.50
1975 Vita Brevis I. (Deel 1 van verzamelde werk in 4 volumes).
Tweede herziene en vermeerderde uitgaaf.
Bevat: Het werk der leerjaren; Eenzame vroegte; Landelijk solo; De fles in zee; Het Maria-Leven; Verzen 1936; Tien gedichten; Bronnen der slapeloosheid; Vier opdrachten; Oefentocht in het luchtledige; Zwanen en zoutsteen; Libera nos, Domine.

 

Gilliams 6 Brugge: Orion / Den Haag: Scheltens & Giltay.  -287p.
Afmetingen: 20 x 13 (gebonden – harde simili lederen kaft – stofomslag)
Colofoon: Van “Vita Brevis”, deel I, werden 25 exemplaren op luxepapier gedrukt, genummerd van I tot XXV, gesigneerd door de auteur. De lay-out van deze uitgaaf is van M.G. De uitvoering werd toevertrouwd aan Drukkerij Sanderus, te Oudenaarde, in het najaar van 1975.

 

1976 Vita Brevis II. (Deel 2 van verzamelde werk in 4 volumes).
Tweede herziene en vermeerderde uitgaaf.
Bevat: De man voor het venster; Inleiding tot de idee Henri de Braekeleer.

 

Gilliams 7 Brugge: Orion / Den Haag: Scheltens & Giltay. -320p.
Afmetingen: 20 x 13 (gebonden – harde simili lederen kaft – stofomslag)
Colofoon: Van “Vita Brevis”, deel II, werden 25 exemplaren op luxepapier gedrukt, genummerd van I tot XXV, gesigneerd door de auteur. De lay-out van deze uitgaaf is van M.G. De uitvoering werd toevertrouwd aan Drukkerij Sanderus, te Oudenaarde, in het najaar van 1976.

 

1977 Vita Brevis III. (Deel 3 van verzamelde werk in 4 volumes).
Tweede herziene en vermeerderde uitgaaf.
Bevat: De kunst der fuga; Een bezoek aan het prinsengraf; Wasdom.

 

Gilliams 8 Brugge: Orion / Den Haag: Scheltens & Giltay. -228p.
Afmetingen: 20 x 13 (gebonden – harde simili lederen kaft – stofomslag)
Colofoon: Van “Vita Brevis”, deel III, werden 25 exemplaren op luxepapier gedrukt, genummerd van I tot XXV, gesigneerd door de auteur. De lay-out van deze uitgaaf is van M.G. De uitvoering werd toevertrouwd aan Drukkerij Sanderus, te Oudenaarde, in het najaar van 1977.

 

1978 Vita Brevis IV. (Deel 4 van verzamelde werk in 4 volumes).
Tweede herziene en vermeerderde uitgaaf.
Bevat : Elias of het gevecht met de nachtegalen; Winter te Antwerpen
Gilliams 9 Brugge: Orion / Den Haag: Scheltens & Giltay. -233p.
Afmetingen: 20 x 13 (gebonden – harde simili lederen kaft – stofomslag)
Colofoon: Van “Vita Brevis”, deel IV, werden 25 exemplaren op luxepapier gedrukt, genummerd van I tot XXV, gesigneerd door de auteur. De lay-out van deze uitgaaf is van M.G. De uitvoering werd toevertrouwd aan Drukkerij Sanderus, te Oudenaarde, in het najaar van 1978.

 

1980 Dankwoord bij de uitreiking van de Prijs der Nederlandse Letteren, ’t Amsterdam op 4 oktober 1980, uitgesproken door Maurice Gilliams.
Eerder gepubliceerd in NRC Handelsblad, 6 oktober 1980, in Gazet van Antwerpen, 11 oktober 1980 en in Dietsche Warande & Belfort. Tijdschrift voor letterkunde en geestesleven, 1980, CXXV, blz. 650-653.
Antwerpen: Standaard Uitgeverij. -16 niet genummerde paginas.
Afmetingen: 15 x 21 oblong (ingenaaid)
Colofon: De tekst van het Dankwoord wordt door de Standaard Uitgeverij, Antwerpen ter gelegenheid van de jaarwende 1980-1981 aan haar relaties aangeboden.
1984 Vita Brevis: verzamelde werk.
Bevat: Het werk der leerjaren; Acht dagboekbladen; Het verlangen; Eenzame vroegte; Landelijk solo; De fles in zee; Het marialeven; Verzen 1936; Tien gedichten; Bronnen der slapeloosheid; Vier opdrachten; Oefentocht in het luchtledige; Zwanen en zoutsteen; De man voor het venster; Inleiding tot de idee Henri de Braekeleer; Een bezoek aan het prinsengraf; Wasdom; Elias of het gevecht met de nachtegalen; Winter te antwerpen; Elseneur of het noodweer der spreeuwen; Gregoria of een huwelijk op Elseneur; Ik ben auteur van clairobscure portretten.
Gilliams 15 Amsterdam: J.M. Meulenhoff bv. -1.148p.
Afmetingen: 20 x 12.60 (gebonden – harde kaft stofomslag)
Het betreft een dundrukeditie in één band, een herdruk van de ‘tweede, herziene en vermeerderde uitgaaf van het verzameld werk’ in vier delen (1975-1978), aangevuld met de onthullende fragmenten van de onuitgegeven romans ‘Elseneur’ en ‘Gregoria’ én het Dankwoord bij de aanvaarding van de Prijs der Nederlandse Letteren.
POSTHUUM
1991 Gregoria, of : Een huwelijk op Elseneur : exoterische memorabilia. (1938)
Met een toelichting en verantwoording van Pierre H. Dubois.
Foto op de stofomslag: Paule Pia
Frontispice Fernand Hoddler ‘Die Wahrheit’.
Grafische vormgeving: Joost van de Woestijne.
Amsterdam: J.M. Meulenhoff bv. / Leuven: Kritak -382p.
Afmetingen: 20 x 12.50 (gebonden met stofomslag)Nota: Gilliams heeft zijn Gregoria-boek zelf niet willen publiceren, ofschoon hij er wel drie fragmenten van heeft prijsgegeven:
Dietsche Warande & Belfort. Tijdschrift voor letterkunde en geestesleven, 1974, CXIX, blz. 146-172.
Raster. Tijdschrift in boekvorm, 1980, nr. 16, blz. 7-26.
De Gids, 1983, CXLVI, blz. 21-35.
Tevens: Kunst & Cultuur. Maandelijks tijdschrift, uitgegeven door het Paleis voor Schone Kunsten, juni 1991, blz. 44-47.
1993 Verzamelde gedichten. (verzamelbundel)
Met een nawoord van Stefan Hertmans onder de titel ‘Een fles in zee’, blz. 113-125.
Bevat: Het werk der leerjaren 1919-1921 (pp 9-18, Opgedragen aan J.L. de Belder, -8 gedichten); Eenzame vroegte 1920-1927 (pp 9-26, 6 gedichten); Landelijk solo 1927 (pp 27-36, 4 gedichten); De fles in zee 1927-1929 (pp 37-48, 8 gedichten); Het Maria-leven 1930-1931 (pp 49-70, 13 gedichten); Verzen 1936 (pp 71-78, 5 gedichten); Tien gedichten (pp 79-90); Bronnen der slapeloosheid (pp 91-102 9 gedichten); Vier opdrachten in ‘Vita brevis’ geschreven (pp 103-108), plus het gedicht ‘Nachtwake in Antwerpen (In memoriam Maurice Roelants)’ uit De kunst der fuga. (pp 109-110)
Kortom: 67 (+1) gedichten uit een creatief leven van meer dan zestig jaar. D.w.z. een gemiddelde van nauwelijks meer dan een gedicht per jaar.
Gilliams 14 Amsterdam: J.M. Meulenhoff bv. / Gent: poëziecentrum. -125p.
Afmetingen:21.60 x 14 (paperback)
Omslag en vormgeving: Karel van Laar.
Foto frontispice Paule Pia
1997 Journaal van de Dichter. (teksteditie)

Samengesteld en uitgeleid door Martien J.G. de Jong en ingeleid door Paul de Wispelaere.
Omslagontwerp: Amber/ Dirk Gijsels
Bevat: Acht dagboekbladen 1921-1924, De man voor het venster 1932-1940 en De kunst der fuga. Dagboekbladen en essays 1941-1975, plus nagelaten fragmenten, nl. Overgeschreven uit het Journaal van de Dichter, te Antwerpen, 1 Mei 1945 (in handschrift), Dagboekbladen 18 maart 1943 – 16 mei 1945, Verspreide, ongedateerde notities, Drie dagboekbladen 23 april 1980-29 mei 1980 (in handschrift).

 

Gilliams 16 Antwerpen: A. Manteau. -313p.
Reeks: Klassieken uit Vlaanderen deel 3
Afmetingen: 21.50 x 13.50 (paperback)

 

2000 De man voor het venster. Antwerpen: Houtekiet
2000 Ik ben Elias. Romans en verhalen. Amsterdam: J.M. Meulenhoff bv-635p.
2000 Verzamelde gedichten. Amsterdam: J.M. Meulenhoff bv
2003 December-elegie.
Illustraties: Marian Willinck
Amsterdam: roos. -
2003 Bronnen der slapeloosheid. (gedichten)
1954/1958; Met een nawoord door Geert Buelens.
Vormgeving omslag en binnenwerk: Office of CC, Amsterdam.
Gilliams 10 Amsterdam: J.M. Meulenhoff bv. -40p.
Afmetingen:21.60 x 14 (paperback)
2006 De rest is nog veel erger: de briefwisseling tussen Maurice Gilliams en Emmanuel De Bom Kapellen: Pelckmans. –251p.
Reeks: Studia Flandrica. – Antwerpen; vol. 6
2006 Die onvindbare heb ik bij u gezocht, Maurice…: de briefwisseling tussen Maurice Gilliams en Maurice Roelants.
Tekstbezorging: Liesbeth Van Melle.
Gent : Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. -287p.
Reeks: Literaire tekstedities en bibliografieën / Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde [Gent] – Gent; vol. 13

.

In tijdschriften (een selectie)

1934 Gustave De Smet stelt tentoon. In: Contact, I, 1, 1934, p.15
1936 Gustave De Smet schilder. In: Elsevier’s maandschrift, Amsterdam 1936, pp. 386-389
1939 Hendrik De Braekeleer 1840-1888. In: Criterium I, 1939, pp. 32-46
1941 Over Gustave De Smet. In: Het Vlaamsche Land, Antwerpen 2 juni 1941, 1 afb.
1946 Hippolyte Daeye en zijn schilderijen. In: N.V.T., I, 1946 pp. 315-318
1946 Rubens en zijn beide vrouwen. In: N.V.T., I, 1946 pp. 648-657
1946 Het geschreven en geschilderd zelfportret. In: Artes, 1ste reeks, nr 1 Antwerpen oktober 1946
1947 Notities over Gustave De Smet. In: N.V.T., II, 1947 pp. 315-317
1956 Het werk van Henri De Braekeleer, een artistieke glorie van Antwerpen. In: Antwerpen, tijdschrift van de stad Antwerpen, maart 1956

 

FILMOGRAFIE

1991 Elias of het gevecht met de nachtegalen.

  • Regie: Klaas Rusticus.   Dialogen: Fernand Auwera
  • Cast: Brikke Smets (Elias); Jimmy de Koning (Aloysius); Lotte Pinoy (Hermine); Bien De Moor (Tante Henriette); Viviane De Muynck (Tante Zénobie); Roland Ramaekers (Oom Augustin); Cara Van Wersch (grootmoeder); Mia Van Roy (Moeder); Toon Brouwers (vader); Marie-Louise Conings (Huishoudster).
  • Camera: Jan Vercaillie, Lucas Jodoigne
  • Muziek: Jan Brandts Buys.
  • Kostumes: Yvonne de Boer.
  • Duur: 85′ – kleurenfilm

 

DISCOGRAFIE

‘Winter te Schilde I’ (Het is een vlakte waar geen moeders wonen) uit Het verleden van Columbus, 1933 / voorgedragen door Julien Schoenaerts op de lp ‘Poëzie in beweging’. Brussel, A.S.L.K., z.d., plaat III, kant A, nr. 4.

‘Herfst’ uit ‘Verzen 1936’ / voorgedragen door Johan van der Bracht op de lp ‘Vlaamse dichters van vandaag’. Brussel, Nationale Diskoteek (sic) van België: 25001, september 1963, kant A, nr. 4.

‘Sterven te Antwerpen’ uit Tien gedichten, 1950 gezongen door Wannes van de Velde op de cd ‘Denkend aan de Dapperstraat. Zestien Nederlandse gedichten gezongen’. Amsterdam, Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, 1994, nr. 10.

‘Wolvin en wolf’ uit ‘Bronnen der slapeloosheid’ voorgedragen door Gerard Vermeersch op de lp ‘Liefdeslyriek uit de Nederlanden’, samengelezen door Valeer van Kerkhove. Polydor Special 2420 035, z.d., kant B, nr. 1.

Uit het verzameld werk Vita brevis, 1984, afgewisseld met ‘Die Kunst der Fuge’ van Johann Sebastian Bach, voorgedragen door Maurice Gilliams op de cassette/het cassetteboek ‘Maurice Gilliams: Vita brevis’ én op de gelijknamige cd. Brussel, BRTN, Radio 3 en Stichting Vita Brevis, 1991, 45 minuten -resp. ISBN 90 5444 014 7 en ISBN 90 5444 013 9.

  • ‘Elegie’ uit ‘Het werk der leerjaren’, ‘Landelijk solo’ uit ‘Landelijk solo’,
  • ‘Tristitia Ante’ uit De fles in zee, 1929 ‘De Dood van Maria’ uit Het Marialeven, 1932
    ‘Herfst’ uit ‘Verzen 1936’,
  • ‘Winter te Schilde I’ (Het is een vlakte waar geen moeders wonen) en ‘Winter te Schilde II’ (Het dorp der onverdiende nederlagen) uit ‘Verzen 1936’, ‘Media vita’ uit Tien gedichten, 1950
  • ‘Droomfuga’, ‘December-elegie’ en ‘Sterven te Antwerpen’ uit Tien gedichten, 1950
  • ‘Winterkust’ uit Tien gedichten, 1950 ‘Zij droeg de lamp achter de waterlissen’ en ‘Wolvin en wolf in ‘t winters ledikant’ uit Bronnen der slapeloosheid, 1964
  • ‘De weergekeerden uit een vroeger leven’, ‘o Beet van kindertanden’ en ‘Hoe zal het zijn wanneer de zwaardvis nadert’ uit Bronnen der slapeloosheid, 1964