home | Inloggen
Aantal schrijvers: 531 | Aantal boeken:

15464

Snoek, Paul

Maakt deel uit van: , , ,

Paul Snoek

Sint-Niklaas, 17 december 1933 – Tielt, 19 oktober 1981

Snoek 0b

Paul Snoek, eig. Edmond Schietekat, is een dubbeltalent: schilder en schrijver van poëzie en proza.

Zijn literair werk is moeilijk bij één stroming in te delen of valt moeilijk onder één noemer te vatten. Begonnen als romantisch dichter, evolueerde hij naar maar agressieve en cynische geschriften. Op het laatste werd hij een gelaten, pessimistisch dichter, in overeenstemming met zijn manisch-depressieve buien.

BIOGRAFIE

17 december 1933: Paul Snoek werd als Edmond André Coralie Schietekat geboren te Sint-Niklaas. Zijn vader was textielfabrikant. Zijn moeder heette Paula Snoeck, vandaar zijn pseudoniemkeuze.

  • Hij was een middelmatige leerling in de nonnenschool Berkenboom en later in het St. Jozefsinstituut te Sint-Niklaas.
  • Reeds van jongs af ging zijn interesse uit naar de natuur, maar ook naar het schilderen. Zijn vader had gedurende de Tweede Wereldoorlog ook schilderijen gemaakt om deze te ruilen bij de boeren voor voedsel.
  • Na een conflict met de overste van het Jozefsinstituut te Sint-Niklaas wordt hij vanaf het zesde leerjaar tot de vierde Grieks-Latijnse op kostschool gestuurd aan het Sint-Lievenscollege te Antwerpen.

1950: Terug in Sint-Niklaas om er zijn middelbare studies te voltooien aan het Sint-Jozef Klein Seminarie. In de poësis treft hij het met de klassetitularis Anton Van Wilderode als leraar Nederlands, die zijn leerlingen met veel enthousiasme initieert in de literatuur en vooral de poëzie.

  • Hij schreef toen reeds enkele sonnetten die toch goed genoeg waren om in de literaire tijdschriften ‘Nieuwe Stemmen’’, ‘ De Tafelronde’ en in de ‘Dietsche Warande en Belfort’ te worden gepubliceerd.

1953: Doordat hij wat rondscharrelde met oa nichtjes van Adriaan De Roover, komt hij met hem in contact. Die wijst hem op dichters als Hans Lodeizen, Lucebert, Hans Andreus, Remco Campert en op de bloemlezing ‘Atonaal’, samengesteld door Simon Vinkenoog.

De Roover zal hem ook introduceren bij ‘De Tafelronde’ waar hij o m Ivo Michiels en Paul de Vree leert kennen.

Juli 1953: Debuteert onder eigen naam (Edmond Schietekat) in het tijdschrift De Tafelronde (nr VII jg. 1) met drie gedichten: Spons, De haven , Bizar gebed van een Mi-Zi-Mu.

1953-1956: Schrijft zich in aan de Gentse Rijksuniversiteit om er rechten te gaan studeren. Slaagt in het eerste jaar maar zakt in het tweede. Hij vindt de studie oervervelend. De literaire kriebel was te groot. Hij schreef veel en probeerde zijn gedichten te publiceren.

Na een conflict met De Tafelronde besloot hij het pseudoniem Paul Snoek aan te nemen.

Bij zijn oprichting (1953) was ‘De Tafelronde ‘ een reactionair, extreem-rechts, katholiek tijdschrift rond conservatieven als Karel Vertommen en Paul Lebeau.
Onder invloed van het avant-garde tijdschrift ‘Tijd en Mens’ (L-P Boon, Hugo Claus, Jan Walravens, Pierre Alechinsky, Asger Jorn) maakte een aantal leden waaronder Ivo Michiels, Paul de Vree, Adriaan De Roover en Adriaan Peel, zich van het ethische rechtse engagement los.
Dat dit echter zeer omzichtig gebeurde, zinde de omstuimige Edmond Schietekat niet en hij weigerde nog verder mee te werken.

1954: Publicatie van zijn eerste gedichtenbundel (geschreven in 1953) “Archipel” bij uitgeverij De Sikkel.

Ik ben een ruïne van de zee
omringd door alle namen van het water
waar elke droom een eiland wordt
dat elba heet
en elk verlangen
zand van sint helena
waar ik het meikind ben dat aan stranden
met zonnecirkels speelt
en ’s avonds schelpen van de dood verzamelt
waar ik het lijf ben
dat zijn onbewoonde handen
celebes aan god en vuurland aan de mensen geeft
maar dat te zelden mens is mens alleen.

 

1954: Was op uitnodiging van de Komsomol, een internationale communistische jeugdvereniging, tijdens de vakantiemaanden in Rusland.

1955: Richtte samen met o.a. Gust Gils, Hugues C. Pernath en Tone Brulin het avant-gardetijdschrift Gard Sivik op. Ze waren het beu dat de redactie van Tijd en Mens voortdurend hun bijdragen weigerden en wilden een eigen podium.

  • Paul Snoek kan dan ook worden gerekend bij de Vijvenvijftigers, een groep experimentele dichters van voornamelijk Vlaamse origine gegroepeerd rond Gard Sivik, zoals Gust Gils en Hugues C. Pernath, die allen zijn gaan publiceren rond 1955.
  • Deze generatie dichters vormde een reactie op de voornamelijk Nederlandse Vijftigers , waaronder Lucebert, Gerrit Kouwenaar, Jan Elburg, Simon Vinkenoog, Hans Andreus , Remco Campert en Hugo Claus. Paul Snoek weigerde trouwens ingedeeld te worden bij de Nederlandse Vijftigers.

1956: Reeds vanaf december 1955 was Snoek regelmatig aanwezig op de vernissages en literaire avonden die in het Brusselse avant-garde centrum ‘Taptoe’ werden georganiseerd.

Hij zal er in 1957 vlak voordat het centrum werd opgedoekt zelf een keer zijn eigen picturaal werk kunnen exposeren.

Juni 1956: Snoek geeft definitief de brui aan zijn rechtenstudies. Hij legt zich volledig toe op de literatuur, bezoekt de Nederlandse vijftigers, legt contacten met de uitgeverijen Stols en De Bezige bij en levert bijdragen in tijdschriften als ‘Podium’, ‘Gard Sivik’ en ‘Proefschrift’, en dank zij Louis Paul Boon aan de krant De Vooruit.

1957: Prozadebuut (bij De Bezige Bij) ‘Reptielen & Amfibieën’, 19 verhalen waarvan er enkele in voorpublikatie verschenen waren in Gard Sivik en Podium.

Juli 1957: Wordt als kandidaat reserveofficier opgeroepen, maar weigert officier en zelfs onderofficier te worden.

  • Tijdens zijn opleiding in Mechelen ontmoet hij geregeld Hugues C. Pernath die als beroepsmilitair in een ander Mechelse kazerne was ingelegerd en met wie hij een soort poëtische correspondentie voert. De correspondentie bevat 30 gedateerde brieven (20 van Pernath en 10 van Snoek en 1 gedateerd gedicht van Snoek en 1 ongedateerd van Pernath. Pas in 1961 zal dit geheel het daglicht zien – voorzien van een lang voorwoord van Jan Walravens onder de titel ‘Soldatenbrieven’.
  • Snoek wordt naar Soest gestuurd, daarna naar Keulen waar hij redacteur wordt van het legertijdschrift ‘Vici’.
  • In die periode neemt hij de Duitse Dada literatuur door. Gard Sivik interesseert hem niet meer en hij neemt ontslag uit de redactie.
  • Hij schildert ook veel, vooral onder invloed van P. Werth en E.W. Nay, die in Keulen als schilder hoog in aanzien stond.

Juli 1958: Na zijn legerdienst in Duitsland besloot hij fulltime kunstenaar te worden, doch hij gaf dit besluit vlug op. Hij trad dan maar in dienst van de familiale textielfabriek de Weverij Schietekat N.V. en bezocht als handelsreiziger verschillende landen. Hij bleek een schitterend verkoper, maar zonder talent als zaakvoerder.

1959: De bundel ‘De heilige gedichten’ komt in de Vlaamse poëziewereld aan als een splinterbom. Conservatieve critici waren geschokt door deze poëtische Umwertung aller Werte.

  • Snoeks gedichten blijken anti-religieus, anti-sociaal, anti-militaristisch en zelfs anti-poëtisch te zijn. Hij zet zich ongemeen scherp af tegen alles wat hij in zijn leven als dwang heeft ervaren.

1 juni 1959: Nauwelijks bekomen van ‘De heilige gedichten’ verschijnt in De Periscoop een interview van Johan Anthierens met Paul Snoek. Snoek valt in niet mis te verstane woorden uit tegen zowat alle gevestigde literatoren, critici en instellingen.

  • De daaropvolgende scheldpartijen in kranten en tijdschriften waren ongemeen hevig. Snoek werd van alle kanten onder vuur genomen. Maar zijn naam als ‘Enfant terrible’ was gemaakt. Hij was algemeen beroemd en berucht.

Zomer 1960: Ontmoet Mylène Vereecke op een familiefeestje te Sint-Niklaas.

14 april 1961: Trouwde met Maria Magdalena Vereecke (Mylène) en samen hadden ze drie kinderen, een tweeling, Jan en Paul in 1963 en Sophie in 1966.

Najaar 1961: Verschijnt zijn dichtbundel ‘Richelieu’.

  • De bundel ontstond tijdens de verloving en het huwelijk. Het is een enigszins seksueel-erotisch getinte bundel die het ‘goddelijk’ heidens lichaam van zijn geliefde bezingt.

1962: Schrijft een uiterst belangrijk artikel “De waarheid van een dichter”, waarin hij, geïnspireerd door Schopenhauer en Nietzsche, zijn opvatting over poëzie uiteenzet. De bijdrage werd eerst in het tijdschrift Dietsche Warande en Belfort en daarna in de prozabundel ‘Kwaak- en kruipdieren’ (1972) opgenomen.

1963: Richtte de firma Schietekat Handelsmaatschappij NV op met het doel bedrukte sjaaltjes uit Japan in te voeren en te verkopen. De zaak draait fantastisch. Tienduizenden sjaaltjes zijn in een mum van tijd verkocht.

  • Bouwt in Temse-Velle een luxueuze villa, die hijzelf had ontworpen
  • Zijn bundel ‘Renaissance’ wordt bekroond met de Arkprijs van het vrije Woord.
  • Wordt trotse vader van de tweelingzonen Jan en Paul.

In datzelfde jaar verschijnt de bundel ‘Nostradamus’, samen met ‘Richelieu’ wellicht één van de beste bundels van Paul Snoek.

  • Het religieuze gevoel dat erin vervat ligt, komt voort uit de heidense verheerlijking van het lichaam van de vrouw alsook van de eenwording met de vrouw.

31 december 1965: Neemt ontslag bij de Weverij Schietekat NV en bij Schietekat Handelsmaatschappij NV, verkoopt zijn aandelen aan zijn broer en koopt zich vervolgens in, in het Westvlaamse paalfunderingsbedrijf Atlas Palen NV. Enkele maanden voordien had hij met enkele vennoten de firma Pieux Coelus pvba opgericht met het doel allerlei werktuigen, vooral paalfunderingen te verkopen.

Hij verkoopt zijn villa te Temse-Velle en verhuist naar Nieuwpoort-Bad.

Maar de zaken lopen niet als verwacht en voortdurend hangt het faillissement in de lucht.

1967: Koopt een oude boerderij in Spermalie die hij zelf tot een rustiek landhuis verbouwt.

1967: De bundel ‘De zwarte muze’ wordt bekroond met de Driejaarlijkse Staatsprijs voor Poëzie.

1968: Neemt ontslag als afgevaardigd beheerder van Atlas Palen, verkoopt zijn aandelen en komt als werknemend verkoopsdirecteur in de zaak.

1971: Snoek geeft de negen ‘Gedichten voor Maria Magdalena’ in eigen beheer uit, met een erotisch omslagontwerp van zijn hand. De bundel zal 4 maal worden herdrukt.

  • Het is een liefdeslyriek die in het Nederlands zijns gelijke niet kent.
  • Snoek schetst een ambivalent beeld van de vrouw: enerzijds de stralende Venus die de man in opperste vervoering brengt, maar ook de duistere Lilith die hem naar zijn ondergang voert.

1971: Publikatie van ‘Bultaco 250cc’ een prozabundel met 5 verhalen.

1972: Verschijnt de ophefmakende gedichtenbundel ‘Gedrichten. Gedokumenteerde aktualiteitspoëzie en/of alternatieve griezelgedichten.

  • Opnieuw breekt Snoek resoluut met zijn poëtisch imago dat hij zo zorgvuldig had opgebouwd.
  • Deze gedrichten zijn niet melancholisch van toon, maar ontmaskerend, ontluisterend en vaak vernietigend.
Paul Snoek in De Standaard van 29 oktober 1971:  “Het woord gedricht is nieuw en indien het ooit in het Woordenboek der Nederlandse taal terechtkomt, waar ik sterk aan twijfel, zal het best omschreven worden als volgt: in het enkelvoud een cynisch sadistisch gedicht dat de lezer figuurlijk en soms letterlijk kippevel bezorgt; in het meervoud de soortnaam van een nieuw genre in de poëzie, namelijk het totaal vernietigende genre, niet te verwarren met anti-poëzie, die zichzelf vernietigd.’

1972-1973: Begint weer volop te schilderen. Hij geeft in totaal 4 exposities en met succes want de verkoop van zijn schilderijen loopt zodanig goed dat hij part-time gaat werken bij Atlas.

  • Hoewel hij zich aanvankelijk uitsluitend op schilderen wou toeleggen zet hij toch twee nieuwe poëziebundels op papier, die hij met eigen grafisch werk illustreert.
  • Voor de bundel ‘Frankenstein’ hoogt hij eigenhandig 1.200 zeefdrukken met aquarel en voor de bundel ‘Ik heb vannacht de liefde uitgevonden’ schildert hij niet minder dan 150 gouaches.

14 februari 1975: Ontmoet Martine Laroye in Oostende. Het is liefde op het eerste gezicht en op 1 april verhuist hij naar Oostende.

  • Exposeert bij Isy Brachot te Brussel, maar de verkoop wil niet vlotten. Als hij de bezoekers zelf aanspreekt en voorstelt rechtstreeks van hem te kopen, vliegt hij aan de deur.

1976: De scheiding met zijn vrouw wordt uitgesproken.

  • Met de bazen van Atlas Palen ontstaat wrijving en Snoek krijgt zijn opzegging.
  • Hij werkt vervolgens een tijdlang in het Zeepreventorium in Den Haan, een instelling voor astmapatiëntjes, waarvoor hij de public relations verzorgt. Maar Snoek voelt zich als loopjongen behandeld en in april 1977 neemt hij ontslag.

1977: Trouwt met Martine Laroye

In 1977 doet Snoek niets anders dan schilderen en schrijven. Hij werkt de roman ‘Een hondsdolle tijd’ af en werkt aan zijn dichtbundel ‘Welkom in mijn onderwereld’. Beide verschijnen in 1978.

  • Welkom in mijn onderwereld’ is uiterst eenvoudig geschreven. Het werd een openhartige, schrijnende en ontroerende bundel. Snoek liep er hoog mee op en is dan ook geweldig ontgoocheld als hij amper wordt besproken. De bundel kreeg wel de Dirk Martensprijs van de stad Aalst.

Hij verhuist opnieuw, eerst naar Loppem en dan naar Varsenare.

In zijn laatste jaren leed hij aan manisch-depressieve buien en sprak hij tegen zijn vrienden regelmatig over de dood.

1979: De financiële situatie van Snoek wordt precair. Met de verkoop van zijn schilderijen gaat het steeds slechter en de forse alimentatie die hij moet betalen aan zijn eerste vrouw slaat een flink gat in zijn budget.

Hij probeert dan de ene job na de andere : sportjournalist, een antiekzaak, een bureau voor copywriting, maar altijd is er wel iets.

1980: Tijdens de derde nacht van de poëzie vroeg zijn hautaine gedrag om een fluitconcert. Paul werd kwaad en riep naar een jongeman op de eerste rij: ‘Als je het beter kunt, kom het dan hier maar eens uitleggen’. Waarop de kerel het podium opsprong en voor de vuist weg een show afstak waarmee hij de zaal plat kreeg. Paul droop af en de jongeman, nauwelijks bekend, glorieerde. Zijn naam was Kamagurka.

Zijn vriend Werner Edebau stelt hem voor in Saoedi-Arabië en de Golfstaten meubels te verkopen op free-lance basis en in 1981 trekt Snoek driemaal naar het Midden-Oosten waar hij vrij goed verkoopt.

Zo goed zelfs dat hij voor Pasen 1981 een nieuwe auto bestelt: een Alfa Romeo.

1981: Enkele maanden voor zijn dood verschijnt de bibliofiele uitgave ‘De zangen van Lesbos’. Vier gedichten van Snoek en vier etsen van Jef van Tuerenhout vormen de inhoud. Later voegde Snoek er nog een vijfde aan toe.

  • Omdat Jef van Tuerenhout vrijwel steeds beeldschone vrouwen schildert, af en toe in een lesbische scène, stat het lesbische thema centraal in de gedichten van Snoek. In de vijf gedichten – Ik, Zij, Ik en gij, Zij en ik, Wij – bedrijven twee vrouwen ‘als een tweeling in hetzelfde ei verblijvend’, de liefde.

19 oktober 1981: Rijdt zich omstreeks 19.30 op de provinciale weg nr 71 richting Brugge met zijn nieuwe Alfa Romeo tegen een kraanwagen te pletter en is op slag dood. In een interview in 1959 met ‘Periscoop’ had hij gezegd: ‘Sterven achter het stuur van een lichtblauwe racewagen, dat is de mooiste dood.’ Zijn Alfa Romeo was zwart. Hij had een blauwe willen hebben, maar daarvoor was een langere wachttijd…

Hij werd begraven in Varsenare, in de grafkelder van zijn familie.

 

BEKRONINGEN

  • 1963: Arkprijs voor het vrije woord voor zijn bundel ‘Renaissance’
  • 1969: Driejaarlijkse Staatsprijs voor de Vlaamse poëzie voor ‘De zwarte muze’
  • 1971: Jan Campertprijs voor de bundel ‘Gedrichten’
  • 1972: Eugène Baieprijs
  • 1980: Dirk Martensprijs voor ‘Welkom in mijn onderwereld’

In 1991 heeft het stadsbestuur van Sint-Niklaas de Paul Snoek Poëzieprijs in leven geroepen. Deze prijs bekroont een bundel Nederlandstalige poëzie, verschenen in de voorbije drie jaar (was tot 2001 vijf jaar).

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Websites

Referenties

  • Revolver 111 september 2001 paul snoek bevat een Paul Snoek portfolio van de fotograaf Herman Sellesslags, het essay ‘Mijn zilversnijdend geheim. Inleiding tot een tekstgenetische studie van Paul Snoeks dichtbundel Nostradamus van Yves T’Sjoen en Vijf etsen van Paul Snoek.
  • Leus, Herwig (red.). 1991. Bloemlezing uit de poëzie van Paul Snoek. Samengesteld door H. Leus. Gent: Poëziecentrum, p. 5-64.

 

MEER OVER PAUL SNOEK

Als schrijver:

  • Lieve Scheer, De poëtische wereld van Paul Snoek. Proeve van close-reading.  Maerlantpockets nr 1. Manteau, Brussel / Den Haag, 1966. -101 p.
  • Simon Vestdijk, Hans Andreus, Willy Spillebeen, Paul de Wispelaere, Jan Vanriet en Herwig Leus, Paul Snoek. Profiel, autobiografie, bibliografie, beschouwingen. Foto’s & documenten. Profielreeks, Manteau, Brussel / Den Haag, 1974. -40 p.
  • Paul de Vree, Paul Snoek. Monografieën over Vlaamse letterkunde nr. 57. De Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen (1977). – 44p.
  • Frans Depeuter, De zwarte doos van Icarus. Een studie over de poëzie van Paul Snoek. Filippicareeks nr. 4. De Koofschep, Hilversum [etc.], 1990. -293 p.
  • Willem M. Roggeman,  Interview met Paul Snoek. In: Beroepsgeheim 3.  Uitg. W. Soethoudt, Antwerpen 1980. pp 97-116.   http://www.dbnl.org/tekst/rogg003bero03_01/rogg003bero03_01_0008.php

Als schilder

  • Paul Snoek. Schilderijen. Knokke-Heist 1 juli tot met 3 september. Katalogus. [s.n.], [s.l. – 1978.
  • Schilderwerken van Paul Snoek. Cataloog. [Inleiding door Marcel Janssens]. Katholieke universiteit, Leuven, 1979. -21 p. Catalogus van de tentoonstelling op de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte van 2 tot 20 april 1979

 

SMAAKMAKER

Uit: De zwarte muze / cyclus het orakel
Opgenomen in Gedichten 1954-1968, Manteau, 1969

Te vondeling gelegd ik heb de sprankel van mijn waarheid,
in het zomers praalbed van het water,
zo teder breekbaar als dauwdraad,
zo volkomen zuiver en doorschijnend als de verte,
dat ik de vriend werd van het heiligwordend licht.En wat ik aanraak
met de toverende woede van mijn woorden,
het wordt een melk- en bloedgevende borst.Een krachtige, eenzame weelde.
 

 

Als ik geen rood meer heb

uit: Schildersverdriet, Manteau 1982

Als ik geen rood meer heb
maak ik de bomen groen, de struiken,
het hele landschap wat ik schilder.
Dus ook het onkruid en het gras,
 
waarin je languit ligt te wachten roerloos
maar toch diep ontroerd, wanneer je later
het doek mag zien waar ik je rooie jurk
vervangen heb door zachte naaktheid,
waarvoor ik net als voor je glimlach
vooralsnog niet de kleur vond die je past.
 
Als ik geen rood meer heb,
heb ik nog altijd je lippen.
 

 

BIBLIOGRAFIE

Woordje vooraf

  • Na het chronologisch overzicht volgt een overzicht per genre alfabetisch op titel met toevoeging van het jaar van publicatie.

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience –Antwerpen.
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • Piet Devos: Van reuzen tot dwergen. Bibliografie – Vlaamse schrijvers in de 20ste eeuw – Eerste drukken. Kortrijk, eigen beheer 2007
  • POËZIECENTRUM vzw – Gent

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.

Chronologisch overzicht.

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1954 Archipel. Gedichten. (poëzie)

Met een omslagontwerp door Paul Snoek.
Deeltitels: Landschappen; Avonden; Augustus; Camouflage.
Snoek 4 Antwerpen: De Sikkel. -64p.

Afmetingen: 22.40 x 14.50 (ingenaaid)
Kolofon: van deze bundel werden 300 genummerde exemplaren gedrukt. Dit is nummer 124.
1955 Noodbrug. (poëzie)

Met een omslagontwerp van Paul Snoek
Deeltitels: Bedden in de aarde; Lood; Pick-nick; Conversatie met mijn bloemen; Georgië.
snoek 5 Antwerpen: De Sikkel. -67p.

Afmetingen: 21.30 x 14.50 (ingenaaid)
Kolofon: van deze bundel werden 300 exemplaren gedrukt genummerd van 1 tot 300. Dit is nummer 5.
1956 Tussen vel en vlees. (poëzie)

Met bibliografische gegevens over Paul Snoek achterin.
De [5] tekeningen en het omslagontwerp werden vervaardigd door de auteur.
Snoek 6 [Eigen beheer, Gent] Gent: Drukkerij Stedelijke Jongensvakschool. – 28 p.

Afmetingen: 23.60 x 15.20 (ingenaaid)
Kolofon: De bundel ‘Tussen vel en vlees’ verscheen te Gent in april 1956. De oplage bevat 200 genummerde eksemplaren. De tekeningen en het omslagontwerp werden vervaardigd door de auteur. De typografische verzorging en de technische uitvoering werden verzorgd door de Stedelijke Jongensvakschool van Gent.
Nota: Sommige exemplaren zijn niet genummerd.
1956 Ik rook een vredespijp. (poëzie)

Met tekeningen van Lucebert
Deeltitels: Georgië; Ik rook een vredespijp; Ik leef onder water; Aardrijkskunde; Images imaginaires.
Snoek 12 ’s-Gravenhage: A.A.M. Stols Uitgever.  -76p.

Afmetingen: 20.50 x 13 (ingenaaid)
Gedrukt bij de firma Boosten & Stols te Maastricht

 

1956 Aardrijkskunde. Antropografische suite voor naieve meisjes. (poëzie)

De tekeningen voor omslag en frontispice zijn van Asger Jorn.
Snoek 13 Antwerpen: vzwd Gard-Sivik. -24p.

Afmetingen: 20.60 x 13.80 (ingenaaid)
Colofon: De bundel ‘Aardrijkskunde’ werd uitgegeven onder de auspiciën van de vzwd Gard-Sivik en verscheen voor het eerst in nr.4 van het tijdschrift Gard-Sivik.
De tekeningen vooromslag en frontsice zijn van Asger Jorn
De oplage omvat 300 eksemplaren waarvan 20 gemerkt van a tot t.
1957 Reptielen en amfibieën. (verhalenbundel)

Met een tekening door Paul Snoek op de voorzijde van het omslag.
Achttien korte verhalen.
Herdruk in 1972 onder de titel ‘Kwaak- en kruipdieren’
2001: herdruk met nawoord van Dirk de Geest in de Vlaamse Bibliotheek-reeks nr. 14, Houtekiet / De Prom, Antwerpen / Baarn
Snoek 18 Amsterdam: De Bezige Bij. -71p.

Reeks: Literaire Pocket Serie No. 8
Afmetingen: 18 x 11 (pocket)
Gedrukt in Holland door Drukkerij Bosch, Utrecht.
1959 De heilige gedichten 1956-1958. (poëzie)

Deeltitels: Dit is een alchemist; Mannen; Muggenziften; Een Belgisch eiland; De heilige gedichten.
Omslagillustratie van Lucebert.
Snoek 24 Antwerpen:S.M. Ontwikkeling. -78p. / Rotterdam: A.D. [= Ad.] Donker.

Reeks: ontwikkeling nr 125
Afmetingen: 20.50 x 13 (ingenaaid)
Op de persen van de moderne Boek- en Handelsdrukkerij Excelsior, Somerstraat 22, Antwerpen
1960 Hercules. (poëzie)

Met bio- en bibliografische gegevens over Paul Snoek op de achterflap van het omslag.
Deeltitels: Zeewaarts gezegd; Renaissance; Horror vacui; Hercules.
Snoek 11 Brussel/Antwerpen: A. Manteau N.V. -43p.

Afmetingen: 20.20 x 12.50 (ingenaaid)
Colofon: ‘’Hercules’ van Paul Snoek werd in het voorjaar van 1960 gedrukt op de persen van drukkerij Erasmus te Ledeberg-Gent in opdracht van A. Manteau nv Brussel/Antwerpen.
1961 Richelieu. Gedichten. (poëzie)

Deeltitels: Richelieu; Bloedend als een echo; Drie gedichten voor Maria Magdalena; Het orakel.
Snoek 10 Brussel/Antwerpen: A. Manteau N.V. – 41p.

Afmetingen: 20.20 x 12.50 (ingenaaid)
Colofon: ‘Richelieu’ van Paul Snoek werd in het najaar van 1961 gedrukt op de persen van drukkerij Erasmus te Ledeberg-Gent in opdracht van A. Manteau nv Brussel/Antwerpen.
Er werden 10 luxe-exemplaren op Japans papier gedrukt en genummerd van I tot X.
1961 Soldatenbrieven. (proza en poëzie in briefvorm)

Proza, samen met H.C. Pernath
Voorwoord: Jan Walravens.
Omslag en typografie Karel Beunis.
Pernath 11 Antwerpen: Uitgeverij S.M. Ontwikkeling i s m Amsterdam: De Bezige Bij. -75p.

Reeks: Literaire pocket vol. 68.
Afmetingen: 18 x 10.80 (pocket)
Druk: Bosch Utrecht
1963 Renaissance. (poëzie)

Keuze uit eigen werk: bevat een door de dichter gemaakte keuze uit de bundels Archipel, 1954, Noodbrug, 1955, Aardrijkskunde, 1956, Ik rook een vredespijp, 1957, De heilige gedichten, 1959, Hercules, 1960, Richelieu, 1961.
Met een omslagontwerp door Stefan Mesker en met een foto van Paul Snoek op de achterzijde van het omslag.
Brussel/Den Haag: A. Manteau. -94p.

Tweede druk opgenomen in de reeks: Grote Marnixpocket. – vol. 5
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
Snoek 9
1963 Nostradamus. Gedichten. (poëzie)

Met een omslagontwerp door Stefan Mesker.
Deeltitels: Nostradamus; De veredeling van het woord; De omhelzing; Nachtschade; De zilveren dichter.
1964: 2de en 3de vermeerderde druk
Snoek 25 Brussel/Antwerpen/Den Haag: A. Manteau. – 43p.

Afmetingen: 20.40 x 12.20 (ingenaaid)
Colofon: ‘Nostradamus’ van Paul Snoek werd einde 1963 gedrukt op de persen van drukkerij Erasmus te Ledeberg-Gent in opdracht van A. Manteau nv Brussel/Antwerpen/Den Haag.
 

s.d.

1964

Op de grens van land en zee.

Fotografie: Martien Coppens; teksten: Paul Snoek.
In opdracht van chemische fabriek L. van der Grinten N.V.
Venlo : Chemische Fabriek L. van der Grinten N.V., -104p. 72 foto’s.

Er bestaat ook een Duits-, Frans- en Engelstalige versie.
Oplage van 1500 genummerde ex. Relatiegeschenk van de Chemische Fabriek L. van der Grinten N.V. Venlo.
1967 Zwarte muze. Gedichten. (poëzie)

Driejaarlijkse Staatsprijs voor de Vlaamse poëzie (1969)
Op de voorzijde en op de rug van het omslag van deze uitgave is als titel abusievelijk vermeld: De zwarte Muze.
Deeltitels: Zwarte muze; Exegi monumentum; Hydraulisch oog; Spreekwoordelijk; Gedichten voor Maria Magdalena.
Brussel/ Antwerpen/ Den Haag N.V.: A. Manteau. – 47p.

Afmetingen: 20.20 x 12.20 (ingenaaid)
Colofon: ‘Zwarte muze’ door Paul Snoek werd in het najaar van 1967 gedrukt op de persen van drukkerij Erasmus, Gent in opdracht van A. Manteau n.v. Brussel, Antwerpen, Den Haag.
1968 Oorlog (proza) – Only for poets (klankgedicht)

Snoek 27
Gijsen 26 In: Marnix Gijsen e.a. / Het dier en wij. (pp 109-111) 1968 Brussel/Den Haag: Manteau. -138p.   Reeks: Grote Marnixpocket nr 35
1968 De zwarte Muze. Gedichten.

Tweede druk, die één gedicht meer bevat.
De oorspronkelijke titel van deze uitgave, Zwarte Muze, is door de schrijver gewijzigd in: De zwarte Muze
Brussel/ Den Haag: A. Manteau N.V. -48p.

Afmetingen: 20.20 x 12.20 (ingenaaid)
Colofon/ De eerste druk van de ‘ Zwarte muze’ door Paul Snoek werd gedrukt in het najaar van 1967, de tweede druk, die één gedicht meer bevat, in de zomer van 1968, op de persen van drukkerij Erasmus, Gent in opdracht van A. Manteau n.v. Brussel, Antwerpen, Den Haag.
1969 Gedichten 1954-1968. (poëzie)

Bevat: Ik rook een vredespijp; De heilige gedichten; Renaissance; Nostradamus; Nachtschade; Een goed najaar; Gedichten voor Maria Magdalena; Woord voor woord; De veredeling van het woord.
Snoek 7 Brussel/Den Haag: A. Manteau. – 191p.

Reeks: Grote Marnixpocket. – Antwerpen; vol. 51
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)

 

mei
1971
Gedichten voor Maria Magdalena. (poëzie)

Dit is de eerste echte druk.
Omslagontwerp: Paul Snoeck.
Juli 1971: 2de druk in 200 exemplaren, eveneens in eigen beheer uitgegeven.
1973: 3de druk in de Paris-Manteau literair-reeks, Paris-Manteau, Amsterdam [etc.], -13 p.
1984: Facsilimeuitgave bij Manteau, Antwerpen, -13p.
Spermalie: eigen beheer. -15p.

Afmetingen: 21.50 x13.50 (ingenaaid)
Oplage 100 exemplaren. Niet in de handel.

 

1971 Gedichten 1954-1970.

Bevat: Ik rook een vredespijp; De heilige gedichten; Renaissance; Nostradamus; Nachtschade; Een goed najaar; Gedichten voor Maria Magdalena; Woord voor woord; De veredeling van het woord.
Omslagontwerp: Robert Nix / Alje Olthof
Snoek 8 Amsterdam: Paris-Manteau. – 204 p.

Reeks: Grote Marnixpockets vol 51
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
1971 Gedrichten. Gedokumenteerde aktualiteitspoëzie en/of alternatieve griezelgedichten.

Deeltitels: Diepvriesreportages; Drugstore; De witte revolver; Bijbelfragmenten.
Omslagfoto John Murat, januari 1971, Antwerpen.
Typografie en omslag: Karel Martens gvn
© Edmond Schietekat, Spermalie, 1971

 

Snoek 14 Amsterdam/Brussel: Paris Manteau. -53p.

Afmetingen: 20 x 12.50 (ingenaaid)
Druk: Geuze Dordt
 
Er bestaat ook een ‘Tweede vermeerderde uitgave’
1971 Bultaco 250 cc. (verhalenbundel)

Omslagfoto: Rob Gheeraert.
© Edmond Schietekat, Spermalie, 1971
Bevat: 4 miljoen (pp  5-30); 2. De stunt(pp 31-56) ; Mijn schrijfmachine en ik (pp 57-64); De man in de reus (pp 65-76); Bultaco 250cc (pp 77-98).
Snoek 2 Brussel: A. Manteau. – 99p.

Reeks: Marnixpocket. vol. 73
Afmetingen: 18 x 10.50 (pocket)
Druk: Geuze Dordt
1972 Kwaak- en kruipdieren. (proza)

Bevat naast enkele, eerder in literaire tijdschriften verschenen artikelen, de verhalenbundel Reptielen en amfibieën (1957).
Deeltitels: Only for poets (pp5-19); reptielen & amfibiën (pp 21-88); letterkundig aanhangsel (pp 89-105); verantwoording (pp 107-110).
Omslagontwerp: Robert Nix, Amsterdam.
© Edmond Schietekat, Spermalie, 1972
Snoek 20 Amsterdam/Brussel: Paris-Manteau. -112p.

Reeks: Marnixpocket. vol. 76
Afmetingen: 17.50 x 10.50 (pocket)
Druk: Smits Wommelgem-Antwerpen.
1973 Gedichten voor Maria Magdalena. (poëzie)

Met omslag van Paul Snoek
3de druk van de in mei 1971 in eigen beheer uitgegeven bundel

 

Snoek 15 Paris/Amsterdam/Brussel: Manteau. -13p.
Afmetingen: 21.50 x 13.50 (ingenaaid)
1973 Frankenstein, nagelaten gedrichten. (poëzie – bibliofiele uitgave)

Met zes gehoogde zeefdrukken van Paul Snoek, genummerd en door hem gesigneerd.
Snoek 26 Antwerpen: Pink Editions & Productions. -25p.

Afmetingen: 35 x 25 (Losbladig in kartonnen omslag)
In een oplage van 200 exemplaren.

 

1973 Ik heb vannacht de liefde uitgevonden: gouaches. (poëzie – bibliofiele uitgave)

Met 3 gouaches van Paul Snoek.
Aalst: Hooft. -17p.

Afmetingen:
In een oplage van 50 exemplaren.

 

1977 Requiem/ Roland Minnaert.

Nederlandse tekst Paul Snoek, Franse tekst Pierre Restany, Engelse tekst Peter Nijmeijer.

 

Aalst: Hooft. -96p.

Oplage van 70 ex., genummerd I-X en 1-60, gesigneerd. Losbladig in map. Roland Minnaert (1939) – Belgisch beeldend kunstenaar.
1978 Welkom in mijn onderwereld. (poëzie)

Deeltitels: Toen was de liefde kinderspel; Vergeet het of lees het in stilte; Welkom in mijn onderwereld; Overwintering in de verkeerde igloo.
Snoek 16 Brussel/Amsterdam: Elsevier Manteau. -43p.

Afmetingen: 20 x 11.80 (ingenaaid – licht kartonnen kaft met omslag)
1978 Een hondsdolle tijd. (roman)

Omslagontwerp: Robert Nix / Altje Olthoff
Snoek 19 Brussel/Den Haag: A. Manteau. -164p.

Reeks: Grote Marnixpocket. – vol. 159.
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
1978 Aphrodite 5x.

Illustraties: Maurice Haccuria.
Haccuria. -1978 (privé uitgave)

Losbladig.
1978 Paul Snoek: schilderijen, tekeningen, Knokke-Heist, Ebes-Galerij, van 1 juli tot en met 3 september 1978. Knokke-Heist: Ebes Galerij.
1979 Poetry Rotterdam: Rotterdamse Kunststichting. -12p.

Reeks: Poetry international. – Rotterdam; vol. 1979: 2
1981 De zangen van Lesbos. Gedichten. (poëzie – bibliofiele uitgave)

4 gedichten van Paul Snoek en 4 etsen (waarvan één gehoogd) van Jef van Tuerenhout

 

Antwerpen: Hooft. –6p + 4 etsen.

Reeks: Hoofts bibliofiele serie ; vol 22
Afmetingen: 67 x 52.50 (losbladig in map)
In een oplage van 75 gesigneerde exemplaren, genummerd I-XV en 1-60  (de 15 Romeins genummerde exemplaren zijn bestemd voor de medewerkers).
POSTHUME UITGAVEN
1982 Schildersverdriet. (poëzie)

Omslagontwerp: Rikkes Voss
Deeltitels: Schildersverdriet; de zangen van lesbos; losse gedichten.
Snoek 17 Antwerpen/Amsterdam: A. Manteau. -43p.

Afmetingen: 20 x 12 (ingenaaid)
Colofon: ‘Schildersverdriet’ van Paul Snoek werd in opdracht van uitgeverij A. Manteau te Antwerpen gezet in Sabon en gedrukt bij Smits te Wommelgem; boekbinderij De Bruyn & Gouffeau te Schoten zorgde voor de afwerking.
De reliëfafbeelding op het omslag is ontleend aan het teken dat Paul Snoek op al zijn grafisch werk aanbracht.
1983 Verzamelde gedichten. (poëzie)

Samenstelling, verantwoording, bibliografische begeleiding, varianten, register en nawoord door Herwig Leus.
Bevat: Archipel; Noodbrug; Aardrijkskunde; Tussen vel en vlees; Ik rook een vredespijp; De heilige gedichten; Hercules; Richelieu; Nostradamus; Op de grens van land en zee; De zwarte muze; Gedichten 1954 1968; Gedichten voor Maria Magdalena; Gedrichten; Gedichten 1954 1970; Frankenstein; Ik heb vannacht de liefde uitgevonden; Welkom in mijn onderwereld; De zangen van lesbos; Schildersverdriet; Ongebundelde gedichten; Vertalingen; Nawoord; Verantwoording; Bibliografische begeleiding; Varianten; Alfabetisch register op titels en aanvangsregels van gedichten en cycli.
Antwerpen/Amsterdam: A. Manteau. -782p.

Afmetingen:18 x 12 (gebonden – linnen kaft met stofomslag)
1984 De stunt. (verhaal)

Eerder gepubliceerd in “Bultaco 250 cc”, Manteau, Brussel/Den Haag, 1971. 
 De Wispelaere 6 Uit de verhalenbundel:  “Vlaamse verhalen na 1965″. pp. 344-362.

Samengesteld door Paul de Wispelaere. Manteau, Antwerpen. -480p.
Omslagontwerp en typografie: Rikkes Voss Afmetingen: 21.50 x 13.50 (paperback ) kaft met flappen)
1984 Paul Snoeck: verzameld scheppend schrijven.

Samenstelling, verantwoording, bibliografische begeleiding en nawoord door Herwig Leus.
Omslagontwerp en typografie: Rikkes Voss.
Bevat: Reptielen en amfibieën; Soldatenbrieven; Bultaco 250 cc; Een hondsdolle tijd; Mijn vriend uit mars; Het laatste avondmaal; Speleologie; Le médecin malgré lui; Goelaski; Onze vriend Caesar; Nawoord; Verantwoording; Bibliografische begeleiding.
Snoek 22 Brussel: A. Manteau. -782 + 644p.

Afmetingen: 18 x 12 (gebonden harde kaft met omslag twee delen in cassette – ook in paperback)
Verzamelde gedichten: 782p.
Verzameld scheppend proza: 644p.
Naast de gewone oplage verschenen van deze uitgave 26 exemplaren gemerkt van A tot Z en gebonden in kalfsleder.
1991 Paul Snoeck : een keuze uit de poëzie van Paul Snoek. (poëzie – bloemlezing)

Samenstelling en inleiding: Herwig Leus
Bevat: Inleiding; Foto’s; Archipel; Noodbrug; Aardrijkskunde; Ik rook een vredespijp; De heilige gedichten; Hercules; Richelieu; Nostradamus; De zwarte muze; Gedichten 19541968; Gedichten voor Maria Magdalena; Gedrichten; Frankenstein; Ik heb vannacht de liefde uitgevonden; Welkom in mijn onderwereld; De zangen van Lesbos; Schildersverdriet.
Foto omslag: Herman Selleslaghs
Omslagontwerp: Dooreman
Snoek 1 Gent: Poëziecentrum. -219p.

Reeks: Dichters van nu. – Gent; vol. 2
Afmetingen: 20 x 12.50 (ingenaaid)

 

2001 Reptielen & amfibieën. (roman)

Heruitgave van 1957.
Met nawoord van Dirk de Geest.
Antwerpen: Houtekiet / Baarn: De Prom.  -78p.

Reeks: Vlaamse bibliotheek. – Antwerpen; vol. 14.
2001 Nostradamus : Gedichten. (poëzie – bibliofiele uitgave)

Als eerbetoon aan de in 1981 overleden schilder en dichter Paul Snoek heeft Literarte een facsimile uitgegeven van Snoeks met schetsjes geïllustreerde manuscript Nostradamus dat in 1963 verscheen bij Manteau in Brussel. Het handgeschreven boekje droeg hij in 1980 op aan zijn vrouw Mylene. Samen met het facsimile verscheen een boekje met rode kaft waarop een vis staat en waarin in het kort de figuur van Snoek wordt gesitieerd met een paar besprekingen en commentaren van verschillende auteurs en met, ten slotte, ook enkele van Snoeks gedichten. Het gaat om de achtste uitgave van het bibliofiele genootschap Literarte.
Kessel-Lo: Literarte. 2 vol. ( [34] f., [12] witte bladen; [25] dubbelbladen), ill. Portr., foto, 20 cm.

Voor de vormgeving zorgde Bob Matthysen, de druk werd verzorgd door Fotogravure De Schutter. De band werd gemaakt door boekbinderij Janssen. De  tekst werd gezet uit de Garamond en Gill Sans. De foto’s zijn van Herman Selleslags.
Er zijn 175 exemplaren gemaakt. De nummers I tot XIV zijn bestemd voor de medewerkers en het archief, de nummers 1 tot 160 voor de leden van Literarte.De twee delen zitten in een metalen omhulsel waaruit een vis is gesneden.
2006 Gedichten: Paul Snoeck. (verzamelde gedichten)

Poëziereeks / onder redactie van Yves T’Sjoen
Bevat: Archipel. Gedichten; Noodbrug; Aardrijkskunde. Antropografische suite voor naïeve meisjes; Tussen vel en vlees. Gedichten; Ik rook een vredespijp. Gedichten 1956; De heilige gedichten. 1956-1958; Hercules. Gedichten; Richelieu. Gedichten; Op de grens van land en zee; Nostradamus. Gedichten; De zwarte muze. Gedichten; Gedrichten. Gedokumenteerde aktualiteitspoëzie en/of alternatieve griezelgedichten; Gedichten voor Maria-Magdalena; Frankenstein. Nagelaten gedrichten; Ik heb vannacht de liefde uitgevonden; Welkom in mijn onderwereld; De zangen van Lesbos; Schildersverdriet; Verspreide gepubliceerde gedichten; Plastisch werk; Ongepubliceerde gedichten; Nawoord; Verantwoording; Aantekeningen bij de gedichten; Bibliografie; Register op titels en beginregels; Inhoud.
 
Vormgeving: Studio Lannoo/Steven Theunis
Foto: Jean Mil
Nawoord: Paul Demets
Verantwoording: Yves T’Sjoen en Christophe van der Vorst.
Snoek 3 Uitgeverij Lannoo Tielt -887p.

Reeks: Poëziereeks. – Tielt; vol. 2006:1
Afmetingen: 21 x 14 (gebrocheerd)
Gedrukt en gebonden bij Drukkerij Lannoo nv Tielt.

 

 

Overzicht per genre alfabetisch op titel

Poëzie

  • Aardrijkskunde. Antropografische suite voor naieve meisjes. (poëzie) 1956
  • Aphrodite 5x. 1978
  • Archipel. Gedichten. 1954
  • De heilige gedichten 1956-1958. (poëzie) 1959
  • De zangen van Lesbos. Gedichten. (poëzie) 1981
  • De zwarte Muze. Gedichten. 1968
  • Gedichten 1954-1968. (poëzie) 1969
  • Gedichten voor Maria Magdalena. (poëzie) 1971, 1973
  • Gedrichten. Gedokumenteerde aktualiteitspoëzie en/of alternatieve griezelgedichten. 1971
  • Frankenstein, nagelaten gedichten. (poëzie – bibliofiele uitgave) 1973
  • Hercules. (poëzie) 1960
  • Ik heb vannacht de liefde uitgevonden: gouaches. (poëzie) 1973
  • Ik rook een vredespijp. (poëzie) 1956
  • Ik rook een vredespijp. Gedichten 1956. (poëzie) 1957
  • Noodbrug. (poëzie) 1955
  • Nostradamus. Gedichten. (poëzie) 1963 – bibliofiele uitgave 2001
  • Poetry 1979
  • Renaissance. (poëzie) 1963
  • Richelieu. Gedichten. (poëzie) 1961
  • Schildersverdriet. (poëzie) 1982-posthuum
  • Tussen vel en vlees. (poëzie) 1956
  • Welkom in mijn onderwereld. (poëzie) 1978
  • Zwarte muze. Gedichten. (poëzie) 1967

Proza

  • Bultaco 250 cc. (roman) 1971
  • Een hondsdolle tijd. (een autobiografische roman) 1978
  • Kwaak- en kruipdieren. (proza) 1972
  • Op de grens van land en zee. 1964
  • Reptielen en amfibieën. (roman) 1957
  • Soldatenbrieven. (proza en poëzie) 1961

 

VIDEO

En over mijn diepste geheimen rept niemand, niemand een woord: Paul Snoek; Ludo Bex (Editor) Herman De Coninck (medewerking). Brussel BRT Kunstzaken.  Videocassette 75 minuten.