home | Inloggen
Aantal schrijvers: 594 | Aantal boeken:

19.538

 

 

Verbeeck, René

Maakt deel uit van:

RENE VERBEECK

Wilsele, 18 april 1904 – Mortsel, 13 november 1979

Verbeeck wordt, samen met o.a. P.G. Buckinx en A. Demedts, gerekend tot de post-expressionisten of `generatie van 1930′. Hun poëzie wordt gekenmerkt door een terugkeer naar de innerlijkheid en de persoonlijke uitdrukking.

Eén thema staat bij Verbeeck centraal: de liefde, of zoals hijzelf schreef: ‘de zalige knoop van man en vrouw’. Deze lofzang op vrouw en natuur kan enkel bestaan dank zij het woord. Vandaar de betekenis van het vormprincipe.

 Naast tekstuitgaven en vertalingen, en de (eerste) reeks ‘Bladen voor de Poëzie’, waarin onder zijn beheer (van 1937 tot 1944) een zeventigtal titels van vooraanstaande dichters verschenen, publiceerde hij tussen 1926 en 1977dertien gedichtenbundels, een essay over ‘De dichter H. Marsman’ en een monografie over P.G. Buckinx. Bovendien is hij zeer actief geweest als redacteur en medestichter van de letterkundige tijdschriften ‘De Tijdstroom’ (1930-1934) en ‘Vormen’ (1936-1940), die destijds mede het culturele leven in Vlaanderen bepaalden.

BIOGRAFIE

18 april 1904: Jozef René Antoon Verbeeck wordt geboren te Wilsele bij Leuven.

  • Zijn vader was eerst (1904)  ‘schrijver aan den ijzeren weg’ (P De Vree in monografie over Verbeeck) te Wilsele en nadien achtereenvolgens stationschef te Baasrode, Lommel, Zaventem en Muizen, zodat het gezin regelmatig moest verhuizen.

Hij studeert aanvankelijk aan het Sint-Jan Berchmanscollege te Mol en beëindigt zijn humaniora aan het Koninklijk Atheneum te Leuven.

1926: Behaalt het regentaat Germaanse talen aan de Rijksmiddelbare Normaalschool te Gent.

1926: René Verbeeck debuteert zijn gedichtenbundel “Oriënteering” (een privé-druk uit 1926), helemaal in de lijn van het toenmalige humanitair expressionisme. Maar Verbeeck is zelf niet tevreden met deze poëzieopvatting, omdat ze volgens hem  ‘een al te onrijpe en weinig persoonlijke verwoording’ vertoont.

1927 – 1934: Na zijn legerdienst in het bezet gebied van Duitsland wordt hij als leraar Germaanse talen aangesteld aan de Rijksmiddelbare school te Beauraing, waar hij zijn toekomstige vrouw Simonne Bastin leert kennen.

1930: Huwt Simone Bastin, ‘het meisje van Rochehaut’, die hem onafgebroken tot zijn liefdespoëzie zal inspireren. Uit hun huwelijk worden twee zonen geboren, Arthur (1931) en Christiaan (1934).

1930: Huwt Simone Bastin. Uit hun huwelijk worden twee zonen geboren.

1930: Medestichter en redacteur van het tijdschrift “De tijdstroom“. (oktober 1930-december 1934).

  • De ‘Tijdstroom’ kwam tot stand dank zij de Brugse uitgeverij ‘Excelsior’ (A. Geerardijn), die het project steunde en de inzet van een zestal gelijkgestemde  katholieke jongeren: Pieter G. Buckinx, André Demedts, Lode Lagasse, Marc Van den Broucke (onder pseud. Frans Van Boogaerdt), Jan Vercammen en René Verbeeck.

Vanaf De donkere bloei (1930) –daarna in “De minnaars” (1935) en “De dwaze bruid” (1937)- laat hij zich opmerken als een vitalistisch dichter met een sterk kosmisch levensgevoel. In zijn poëzie wordt een positief doorleefde en sensuele erotiek gekoppeld aan een paradijselijke natuurervaring.

Gij zijt het eeuwig water
door licht en schaduw diep bezocht
van mijne liefde en laat er
de vrede schemeren waar ik naar zocht
 
voorbij uw lieve leden
ver achter uwen diepen schoot
ben ik in u vergleden
in ’t eeuwig water van de dood
Uit: De minnaars

1934: Wordt leraar te Mechelen, eerst aan de Rijksmiddelbare school en daarna aan het Koninklijk Atheneum Pitzemberg, waar hij de collega wordt van Filip De Pillecyn.

April 1936: Opnieuw medestichter (samen met Pieter Geert Buckinx en Paul De Vree) van een tijdschrift, ditmaal van “Vormen” (april 1936-maart 1940), waarin nadien ook R.F. Lissens, A. Demedts en M. Mathijs werden opgenomen.

1937: Richt de uitgeverij “Eenhoorn” op en lanceert – naar een Duits model, het losbladige poëzietijdschrift ‘Das Gedicht’ van Heinrich Ellermann, – “De Bladen voor de Poëzie”, waarvan hij tot 1944 de leiding heeft.

Korte geschiedenis van “De Bladen voor de Poëzie”

  • “De eerste jaargang bevatte werk van Paul De Vree, André Demedts, Paul Verbruggen, René Verbeeck, A.G. Christiaens, Lisbeth van Thillo e.a.; de tweede jaargang bracht werk van Jan Vercammen, Bert Peleman, J.L. De Belder, A.W. Grauls, Albe e.a.
    • Verbeeck was spoedig van de losbladige formule afgestapt; van de derde jaargang af drukte hij de bundels zelf op een kleine degelpers.
    • In de loop van 1942 werd hij, bij gebrek aan papier, gedwongen naar andere publikatiemogelijkheden uit te kijken.
    • Begin 1943 stapte hij met de ‘Bladen’ over naar de uitgeverij Steenlandt te Brussel, die in 1929 als poëzieuitgeverij te Kortrijk was gestart, maar in de tweede wereldoorlog in de collaboratie was gekomen. Verbeeck bleef tot eind van de oorlog als lector aan de uitgeverij “Steenlandt” verbonden.  ”
  • 1953: nieuwe start – de zgn. ’tweede reeks’ van de ‘Bladen’ – op initiatief van priester Herman Van Fraechem (Mechelen 12904 – Lier 1970). René Verbeeck werd al spoedig  lid van het leescomité.
Deze had zich al, als jong leraar aan het Klein Seminarie te Hoogstraten, bekommerd om de publicatie van de debuutbundel ‘Germinal’ van zijn oud-leerling Bert Decorte en daartoe de naam van een kleine Hoogstraatse boekhandel ‘Uilenspiegel’ geleend.
In de repressietijd, toen hij als uitgesproken Vlaams Nationalist van de Katholieke Normaalschool te Antwerpen was overgeplaatst naar het Sint-Gummaruscollege te Lier, was hij de bezieler van de uitgeverij VAN MAERLANT, waar met ingang van het derde nummer (mei 1946) het katholieke jongerentijdschrift ‘Golfslag’ (1946-1950) verscheen, geredigeerd door Manu Ruys, Adriaan De Roover, Ivo Michiels, Paul de Vree, Paul Lebeau e.a., evenals een poëziereeks ‘Een nieuwe lente’ met werk van o.m. Adriaan de Roover, Paul de Vree (onder pseudoniem Hendrik Storm) en Marcel Polfliet.
In 1952 werd Van Fraechem directeur van het Lierse Ursulinenklooster.
 
Van Fraechem 0
  • 1968: op voorstel van een ander lid van het leescomité, Gaston Durnez, werd aan de ‘Bladen’ een zusteruitgave ‘De Bladen voor de Grafiek’ toegevoegd.
  • 1970:  beide reeksen werden na de dood van Van Fraechem in 1970, overgenomen door de Uitgeverij Orion te Brugge.

Uit: Ludo Simons, Het boek in Vlaanderen. Een cultuurgeschiedenis. pp. 380-381.

  • 1983: faillissement van de uitgeverij Orbis –Orion. De ‘Bladen voor de poëzie’ worden door het pas opstartende Poëziecentrum te Gent overgenomen.
  • 1995: stopzetting van uitgaven in Bladen voor de poëzie’.

Een overzichtslijst van de jaargangen (1937-1944) van de reeks De bladen van de poëzie, die door René VERBEECK zelf werden geredigeerd, vindt u als laatste onderdeel van dit lemma.

1937: Publicatie van de bundel ‘De dwaze bruid’, orgelpunt van ‘het kosmisch avontuur van het communicerend bloed’. De taal wordt virtuozer. De dichter maakt gebruik van neologismen als ‘lispellippenmond’ of ‘moederstromenschoot’ en ‘stortbeekbenen’, een experiment dat toen voor velen aan waaghalzerij grensde.

WERELDOORLOG II

1940: De mobilisatie en de oorlogsdreiging geven de dichter het bewustzijn zich ‘Tussen twee werelden’ (1940) te bevinden.

  • Paul de Vree heeft erop gewezen dat Verbeeck zijn tijd vooruit was door de leuze “Make love, not war” a.h.w. in gedicht na gedicht te illustreren.

Begin 1943 stapt hij met de ‘Bladen’ over naar de uitgeverij Steenlandt te Brussel, die in 1929 als poëzieuitgeverij te Kortrijk was gestart, maar in de tweede wereldoorlog verbonden raakte met de Duitsch-Vlaamsche Arbeidsgemeenschap (DeVlag). Verbeeck blijft tot eind van de oorlog als lector aan de uitgeverij “Steenlandt” verbonden.

1944: Werkt mee aan de bloemlezing  Gelaat der dichters. Een keuze uit de hedendaagsche revolutionaire poëzie in Noord- en Zuid-Nederland . Deze publicatie bloemleest werk van dichters die de denkrichting (ook de politieke leiders) van het nationaal socialisme zeer genegen zijn en toejuichen.

Aangeklaagd wegens culturele collaboratie, wordt hij veroordeeld en brengt 22 maanden in de gevangenis door.

NA DE TWEEDE WERELDOORLOG

1948: In “Op het spalier der maanden” (1948) maakt de dichter de balans op van de voorbije ervaringen en weegt hij de toekomstkansen af, rustig en vol vertrouwen, zij het meer cerebraal dan voorheen.

1953: Wordt  docent – met een cursus over poëtiek – aan de Katholieke Vlaamse Volkshogeschool te Antwerpen.

1959-1970: Leraar aan het Sint-Jan Berchmanscollege te Antwerpen. Dit blijft hij tot zijn oppensioenstelling in 1970.

Op zijn zestigste begint voor Verbeeck een tweede dichterlijke bloei, die nog meer dan de helft en tevens het beste van zijn werk tot resultaat zal hebben.

  • De bundels volgen elkaar in snel tempo op: De zomer staat hoog en rijp (1965), Het uur van de wesp (1967) en Van de zalige knoop van man en vrouw (1971) en “Liefdesliedjes voor Saraï en andere gedichten” (1973)

Zijn symboliek is soberder geworden en toegespitst op het elementaire: zon en water, stem en zwijgen, tijd en duur.

Ver reeds is de tijd toen het nestelen begon
te
gen een bergflank in de Ardennen.

Maar zie hoe wild en fier zij is
nog kregen de jaren haar niet klein.

1973: In “Liefdesliedjes voor Saraï en andere gedichten” legt de nu zeventigjarige dichter de verweduwde farao de volgende verzen in de mond, kenmerkend voor de verstilling waarvan deze gedichten getuigen:

Mij helpt geen werk, geen spel
mijn vrienden spreken vreemde talen
 
het koningschap is mooie schijn
voor wie als ik zo eenzaam is
 
geen beker kan nog heulsap bieden
te zwaar werd mijn gewicht
voor de vleugels van de wijn
 
mij houdt alleen wat overeind
de spierkracht van ’t gedicht.

1977: Het meisje van Rochehaut (1977), verschenen na de Verzamelde gedichten, vormt als het ware de synthese van zijn hele werk.

  • “…brengt de bundel een haast geobjectiveerd relaas van zijn leven in een episch-lyrische vorm: de ontwakende liefde, de ontdekking van de vrouw, de erotische vervoering en de vervulling in de kinderen, het liefdevuur dat blijft branden, zelfs al wordt de dichter bedreigd door ouderdom, ziekte en pijn. Het komt hier alles nog eens aan bod. Eén ding is gebleven, ‘de kiemende kern van zijn wezen’, het meisje dat ‘tot in zijn nageslacht/zijn vlees en zijn ziel heeft gebrandmerkt’.” (Rudolf van de Perre  over René Verbeeck in Kritisch Lexicon van de moderne literatuur , augustus 1990)

13 november 1979: René Verbeeck sterft te Mortsel.

Over het werk van René Verbeeck

Grosso modo kan men het werk van René Verbeeck in drie grote perioden indelen (hijzelf deelt zijn oeuvre in als volgt: eerste deel; uit de tussentijd; tweede deel): een eerste periode (1930-1940) waarin het vitalisme toonaangevend was; een tweede, minder belangrijke, periode (1940-1965) die een soort bezinningstijd genoemd mag worden met schaarser publikaties en een ruime tijd van zwijgen (1948-1965), waarin hij zich evenwel bezint over het eigen ‘vitalisme’ d.m.v. een belangrijk essay over Hendrik Marsman (verschenen in 1959); een derde periode tenslotte vanaf 1965, het jaar van zijn come-back als dichter met De zomer staat hoog en rijp, waarop sedertdien nog drie bundels zijn gevolgd. En zoals mag blijken uit een recente publikatie van tien gedichten, ‘Het meisje van Rochehaut’ in ‘Dietsche Warande en Belfort’ (juni 1976, 321-330) betekent ‘Verzamelde Gedichten’ voor de toch vrij produktieve René Verbeeck (1904) geen afsluiten van een oeuvre. Overigens mag wel als uitzonderlijk beschouwd worden dat deze dichter, die nochtans algemeen bekend staat als ‘vitalist’ in Vlaanderen de enige van formaat, altans wat de dichters betreft, zijn belangrijkste werk heeft geschreven toen hij al voorbij de zestig was. Een poëzie die, mede allicht dank zij de respektabele leeftijd van haar maker, ‘au dessus de la mêlee’ kon staan, maar die toch ook van voldoende kwaliteit en aktualiteit werd geacht voor de Driejaarlijkse Staatsprijs voor de Poëzie (in 1975 nl. voor Liefdeliedjes voor Saraï en andere gedichten, uit 1973).

Willy Spillebeen, Verzamelde gedichten’ door René Verbeeck. In ‘Ons Erfdeel. Jaargang 19. Stichting Ons Erfdeel, Rekkem / Raamsdonksveer 1976.

BEKRONINGEN

  • 1942: Prijs van de Provincie Antwerpen voor de dichtbundel ‘Heilig leven’ (1940);
  • 1956: Joris Eeckhoutprijs van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde voor het essay (manuscript) ‘De dichter H. Marsman’ (1959);
  • 1960: Prijs van de Provincie Antwerpen ‘De dichter H. Marsman’ (1959);
  • 1960: Laureaat van het Referendum der Vlaamse Letterkundigen ‘De dichter H. Marsman’ (1959);
  • 1965: Prijs van de vereniging Scriptores Catholici voor de dichtbundel ‘De zomer staat hoog en rijp’ (1965);
  • 1966: Prijs van de Provincie Antwerpen voor De zomer staat hoog en rijp’ (1965);
  • 1966: Laureaat van het Referendum der Vlaamse Letterkundigen voor De zomer staat hoog en rijp’ (1965);
  • 1967: Guido Gezelleprijs van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde voor De zomer staat hoog en rijp’ (1965);
  • 1967: Karel van de Woestijneprijs van de SABAM voor het gehele letterkundig oeuvre;
  • 1968: Prijs van de Gemeente Wemmel voor het gedicht ‘Het Wandtapijt’;
  • 1968: Prijs van de Provincie Brabant voor de dichtbundel ‘Het uur van de wesp’ (1967).
  • 1972: Prijs van de Provincie Antwerpen voor zijn gezamenlijk oeuvre.
  • 1975: de Staatsprijs voor Vlaamse Poëzie. 1971-1973 voor Liefdesliedjes voor Saraï.

Meer over René Verbeeck

  • HAEST JULIAAN  De dichter René Verbeeck. Antwerpen, Campus KVHU, 1971. Campus reeks nr 32 Pocket, 99 pp.

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Websites

Referenties

  • Prof. Dr. M. Rutten; Prof. Dr. J. Weisgerber (red.): Van “Arm Vlaanderen” tot “De voorstad groeit” 1888-1946. Standaard Uitgeverij 1988 pp. 419-421.
  • DE VREE,PAUL  René Verbeeck.  Antwerpen, Helios. 1974. Gekartonneerd, 14×22,5cm. Monografieën over Vlaamse Letterkunde,44 pp.

SMAAKMAKER

DE VROUW

U brengen de mannen brood, vuur en zout
uit het veld, de mijn en van het strand,
zij bouwen u een huis uit hout en steen
en geven u een naam, een vaderland;

uit het smeden en vijlen van iedre dag,
uit de toverglans van een verre werelddeel,
uit uren van waterklaar geluk
hangen ze aan uw hals een klein juweel;

zij luisteren in de avond als gij zingt,
gij wordt in uw lied onvatbaar voor hen,
een vluchtig wezen en zij denken bang:
zijt g’een vogel of een dolende stem ?

en gij voert hen over land en zee,
gij zijt van wondere klank en geur vervult,
herinneringen flitsen over een tuin,
gij staat – d’ oeroude droom onthuld:

gij zijt het witte wezen dat het bloed
herkent, de witte vlam die zonder smet
kon branden, de witte vogel die het bloed
bevrijden kon uit doods geduchte wet

en zij worden zeer zacht en sterk aan u

en stil als knapen aan het wonder van
uw schoot, tot de nacht van wee en angst
doorbreekt een kleine, smalle kreet: het kind,
een blije ster, die aan de morgen hangt.

Uit: Van eros tot requiem, 1964.

BIBLIOGRAFIE

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen.

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.

Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1926 Oriënteering. (gedichtenbundel)

Bevat de cycli: Album; Inkeer.
Ledeberg / Gent: Het Morgenrood Fonds : Letterkundige uitgeversgroep. / Drukkerij en Boekhandel “De Dageraad”. -41p.

Afmetingen: 25 x 16.50 (ingenaaid)
Titelpagina in tweekleuren druk: zwart – rood.
1930 De donkere bloei. (gedichtenbundel)

Bevat de cycli: De zingende engel; Op de drempel; De klare bloei; De donkere bloei.
Mol : Uitg. Eug. Van Beckhoven. (Eigen beheer) -47p.

Afmetingen:21 x 16.50 (ingenaaid)
Colophon: Van dit boek werden 160 eksemplaren gedrukt op featherweight vergé genummerd van 1 tot 160. Voltooid in Julie 1930. Dit is nummer 3.
1935 De minnaars. (gedichtenbundel)

Bevat de cycli: Schaduwen; Intermezzo’s; Het gevecht met den engel; De minnaars; De liedjes van Eurydice; Dithyramben.
Kortrijk : Uitgeverij “Steenlandt”. -67p.

Afmetingen: 22 x 15.40 (ingenaaid)
Colophon: Dit boek, DE MINNAARS, bevat gedichten door René Verbeeck, geschreven in de jaren 1930-1935.
De Gedichten “Met het ontstellende roode woord”, “De vogel”, Ardennen in kristal gevat”, “Dichter kunnen wij niet”, werden overgenomen uit den bundel “De donkere bloei” (1930). “De boot” dateert van 1928.
Het werd gedrukt op de persen van Drukkerij “Steenlandt” te Kortrijk, in een genummerde oplage van 200 exemplaren op getint editiepapier en kwam klaar in Mei 1935.
Dit is nummer ….
Tweekleuren druk: zwart – rood.
1937 De dwaze bruid. (gedichtenbundel)

Deze gedichten van ‘De dwaze bruid’ werden in December 1935 geschreven. Zij verschenen (behalve het tweede) voor het eerst in het tijdschrift ‘Vormen’ 1ste jg. Nr 1 (April 1936)
Mechelen: Uitg. Eenhoorn (Dageraadstraat, 57). -14p.

Reeks: De Bladen voor de poëzie ; jrg.1, nr 7-8 [eerste serie].
Afmetingen: 22.50 x 14 (geniet)
Gedrukt op de persen van Henri Kamp te Mechelen.
1940 Tusschen twee werelden. (gedichtenbundel) Mechelen: Uitg. Eenhoorn (Dageraadstraat, 57). -17p.

Reeks: De Bladen voor de poëzie ; jrg.4, nr.5 [eerste serie].
Afmetingen: 23.50 x 16 (geniet)
1940 Een huis voor Simone. (gedichtenbundel)

Nieuwe gedichten met een keuze uit vroeger werk.

Mechelen: Uitg. Eenhoorn (Dageraadstraat, 57). -132p.

Reeks: De bladen voor de poëzie; jg. 4
Colofon: Deze bundel verschijnt uitsluitend in een prachtuitgave met een oplage van 100 genummerde exemplaren op Oud-Hollandsch geschept van Pannekoek.
1940 Heilig leven. (poëzie – bloemlezing)

Bevat de cycli: Ertsen; De minnaars; De dwaze bruid; Een huis voor Simone; Tusschen twee werelden.
Mechelen: ” Bladen voor de poëzie “. -121p.

Afmetingen: 22 x 14.80 (ingenaaid)
Colophon: Dit boek, HEILIG LEVEN door René Verbeeck, bevat, benevens onuitgegeven gedichten, herdrukken uit ‘DE DONKERE BLOEI’, ‘DE MINNAARS’, ‘DE DWAZE BRUID’ en ‘TUSSCHEN TWEE WERELDEN’.
Het werd door den dichter zelf met de hand gezet en gedrukt uit de Egmont-letter van S.H. De Roos op Oud-Hollandsch geschept van Pannekoek en kwam klaar in September 1940, met een oplage van 100 genummerde exemplaren. Dit is het exemplaar nr ….
Tweekleuren druk: zwart – rood.
1948 Op het spalier der maanden. (gedichtenbundel)

Na het titelblad reproductie van een houtsnede, gesigneerd S.

Verbeeck René 4a

Verbeeck René 4 Antwerpen:  Uitgeverij De Brug. -27p., ill.

Reeks: Mens en Muze; vol. 2:2
Afmetingen: 19.80 x 15.80 (ingenaaid – witte omslag met vignet en titel in rood)
Colophon: Deze gedichten ‘Op het spalier der maanden’ van René Verbeeck geschreven in 1945-1946, werden als tweede nummer in de tweede reeks “Mens en Muze” onder de redactie van Ivo Michiels, Paul de Vree, Adriaan de Roover voor de Uitgeverij “De Brug” te Antwerpen, gezet in de Baskerville en gedrukt op de persen van de Drukkerij Die Poorte in de maand Maart van het jaar 1948.
De eerste oplage bedraagt 250 exemplaren genummerd van 1 tot 250.
Dit is nr….
Druk: Drukkerij Die Poorte, Antwerpen. Prijs: 45 fr.
1959 De dichter Hendrik Marsman. (essay)

Dit essay werd bekroond met de Joris Eeckhout-prijs van de Koninklijke Academie voor Taal-  en Letterkunde.
1960: 2de druk als Vlaamse Pockets nr 32 bij Heideland, Hasselt.

 Lier: De bladen voor de poëzie.   -175p.

Reeks:: De Bladen voor de Poëzie, vol. 7: 3- 5
Afmetingen: 20.70 x 13.70 (garenloos gebrocheerd – zachte kaft met stofomslag)

  zonder stofomslag

1960 De dichter Hendrik Marsman. (essay)

Heruitgave van 1959
Verbeeck René 16 Hasselt: Uitgeverij Heideland pvba. -175p.

Reeks: Vlaamse Pockets nr 32
Afmetingen: 18 x 11 (pocket)
1964 Van eros tot requiem. (poëzie – bloemlezing)

Bevat gedichten uit de bundels: De donkere bloei; De minnaars; De dwaze bruid; Een huis voor Simone; Tussen twee werelden; Een weergevonden map [niet gebundelde gedichten]; Op het spalier der maanden; Requiem in memoriam patris.
Verbeeck René 10 Hasselt: Uitgeverij Heideland pvba. -79p.

Reeks: Poëtisch Erfdeel der Nederlanden nr 32
Afmetingen: 18 x 11 (pocket)
1964 Pieter G. Buckinx. (essay en bloemlezing)

Inleiding en samenstelling door René Verbeeck

 verbeeck-rene-17 Antwerpen: Uitgeverij Helios. -47p.

Reeks: Monografieën over Vlaamse letterkunde nr 29, uitgegeven door het Ministerie van Nationale Opvoeding en Cultuur.
Afmetingen: 22.50 x 13.50 (ingenaaid – geïllustreerde kartonnen kaft)
1965 De zomer staat hoog en rijp. (gedichtenbundel)

Bekroond met de Guido Gezelleprijs.
Bevat de cycli: De zomer staat hoog en rijp; Het gesproken leven.
Verbeeck René 5 Hasselt: Uitgeverij Heideland pvba.   -43p.

Afmetingen: 22 x 14 (ingenaaid – zachte kaft)
Colofon: De eerste druk van ‘De zomer staat hoog en rijp’ , gezet uit de Baskerville letter, corps 10/11, werd in het najaar 1965 voor rekening van Uitgeverij Heideland P.V.B.A., Hasselt, gedrukt op de persen van Grafische Kunstinrichting Meddens te Brussel.
1967 Het uur van de wesp. (gedichtenbundel)

Bevat de cycli: Het uur van de wesp; Daarom het gedicht.
 Verbeeck René 7 Hasselt: Uitgeverij Heideland-Orbis. -44p.

Afmetingen: 22 x 14 (ingenaaid)
Colofon: De eerste druk van ‘Het uur van de wesp’, gezet uit de ‘Monotype’ Garamond, corps 11, werd in het voorjaar 1967 voor rekening van Uitgeverij Heideland-Orbis N.V., Hasselt, gedrukt op de persen van Kempische Boekhandel, Retie
1969 Huldealbum René Verbeeck. (bloemlezing)

Met inleidende stukken door A.L. Decoux; J. Haest; R.F. Lissens; P. De vree.
Publicatie t.g.v. de vijfenzestigste verjaardag van de dichter.
 Verbeeck René 3 Wilsele: Gemeentelijke Kulturele Raad. -60p.

Afmetingen: 20.50 x 14.50 (ingenaaid)
Colophon: Deze uitgave van de Gemeentelijke Kulturele Raad te Wilsele verscheen op 19 april 1969 ter gelegenheid van de officiële viering van dichter RENE VERVEECK (sic) in zijn geboortedorp bij zijn vijfenzestigste verjaardag.
Zij werd gezet uit de Garamond cor. 10 en gedrukt op de persen van de Administratieve Uitgeverij UGA te Heule.
Verantwoordelijke Uitgever: Juliaan Haest, voorzitter van de Gemeentelijke Kulturele Raad, Roeselbergdal, 11, Wilsele.
1971 De zalige knoop van man en vrouw. (gedichtenbundel) Verbeeck René 2 Hasselt: Uitgeverij Heideland-Orbis N.V. -47p.

Afmetingen: 21.80 x 14 (ingenaaid)
Colofon: De eerste druk van ‘De zalige knoop van man en vrouw’, gedichten geschreven van 1961 tot 1967, gezet uit de ‘Monotype’ Garamond, corps 11, werd in het najaar 1971 voor rekening van Uitgeverij Heideland-Orbis N.V., Hasselt, gedrukt op de persen van Kempische Boekhandel, Retie
1973 Liefdeliedjes voor Sarai en andere gedichten. (gedichtenbundel)

Bevat de cycli: Liefdeliedjes voor Saraï; Andere gedichten.
 Verbeeck René 1 Hasselt : Uitgeverij Heideland-Orbis N.V. -46p.

Afmetingen: 21.70 x 13.90 (ingenaaid)
Colofon: De eerste druk van ‘Liefdeliedjes voor Sarai en andere gedichten’, gezet uit de ‘Monotype’ Garamond, corps 11, werd in het najaar 1973 voor rekening van Uitgeverij Heideland-Orbis N.V., Hasselt, gedrukt op de persen van Kempische Boekhandel, Retie.
1974 Verzamelde gedichten. (gedichtenbundel)

Bevat: De donkere bloei; De minnaars; De dwaze bruid; Een huis voor Simone; Tussen twee werelden; Een weergevonden map [niet gebundelde gedichten]; Op het spalier der maanden; Requiem in memoriam patris; De zomer staat hoog en rijp; Het uur van de wesp; Van de zalige knoop van man en vrouw; Liefdeliedjes voor Saraï en andere gedichten.Heringebonden met harde kaft]; Naast de gewone uitgave werden vijftig exemplaren gedrukt op Simili Japon van Van Gelder 100 grs., genummerd van één tot vijftig en door de auteur gesigneerd.
Verbeeck René 12

Brugge: Uitgeverij Orion. -301p.

Reeks: De Gulden Veder. – Brugge; vol. 1974: 2
Afmetingen: 21 x 12.70 (ingenaaid – zachte kaft met flappen & luxe versie: heringebonden in harde linnen kaft)
Colofon: De VERZAMELDE GEDICHTEN’ van René Verbeeck, gezet uit de Garamond 10 pts, werden in de herfst 1974 gedrukt op 90 grs editie op de persen van Drukkerij Sanderus te Oudenaarde, in opdracht van uitgeverij Orion te Brugge.
De foto op de omslag is van Chris Verbeeck.
1974 René Verbeeck. (essay + bloemlezing)

Inleiding en samenstelling: Paul De Vree.
Foto op het omslag: René Verbeeck door zijn zoon Chris Verbeeck.

Foto op de achterflap van Paul De Vree
Bevat: Inleiding (pp 5-19); Biografische nota & Bibliografie (pp 19-21) Bloemlezing (pp 22-42)
Met 8 pagina’s documentaire zw-w foto’s.

Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel. – 44p.

Afmetingen: 22 x 13.30 (ingenaaid – harde kaft)
Reeks: Monografieën over Vlaamse letterkunde, 50
Colofon: Deze monografie is de vijftigste van een reeks Monografieën over Vlaamse Letterkunde uitgegeven door het Ministerie van Nationale Opvoeding en Nederlandse Cultuur

1977 Poèmes d’amour et autres.

Oorspronkelijke titel:  Gedichten uit Verzamelde gedichten, 1974; Liefdesliedjes voor Sarai en andere gedichten, 1973.
Vertaald uit het Nederlands door Jeanne Buytaert.
Nederlandse en Franse tekst, préface de Georges Sion.
Met ingeplakte portrettekening van de dichter door J. Deyaert

Bruxelles: La Renaissance du Livre. -142p.

Afmetingen: 19.50 x 13.40 (ingenaaid – zachte kaft)
Collection bilingue 1

1977 Het meisje van Rochehaut. (gedichtenbundel)  Verbeeck René 18_1977 Nijmegen: B. Gottmer / Brugge: Uitgeverij Orion. -36p

POSTUME UITGAVEN

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
2009 Liefdesliedjes: gedichten.

Compilatie: Dirk Christiaens. Met een inleiding van  Marc Van Alstein.
Deeltitels: Inleiding: Het was muziek; De donkere bloei; De minnaars; De dwaze bruid; Het huis van Simone; Tussen twee werelden; Op het spalier der maanden; De zomer staat hoog en rijp; Het uur van de wesp; Van de zalige knoop van man en vrouw; Liefdesliedjes voor Sarai en andere gedichten; Het meisje van Rochehaut.
Verbeeck René 13 Leuven: Uitgeverij P -58p.

Reeks: Parnassus retroreeks. – Leuven; vol. 2
Afmetingen:16 x 11.70 (ingenaaid)
Colofon: ‘Liefdesliedjes’ een selectie van gedichten van René Verbeeck, verscheen begin januari 2009 als tweede deel van de ‘Parnassus-retro reeks’ – een initiatief van Dirk Christiaens waarin haast vergeten , maar toch belangrijke Vlaamse dichters van de twintigste eeuw gebloemleesd worden.
Dit boek kreeg een oplage van 300 exemplaren.
Gezet uit Bembo. Gedrukt op Rives 120g door Drukkerij Peeters, Herent.

Varia

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1939 Voorbijgang / André Demedts;

Met een inleiding van René Verbeeck
Oude-God; Antwerpen: Boekengilde “Die Poorte”. -201p.
1942 Sprookjes. 1 : De Tondeldoos. De Wilde Zwanen. Lompe Hannes.

Auteur; J. C. Andersen;
Vertaling uit het Duitsch van René Verbeeck; teekeningen van Nelly Degouy ; omslagteekening van Pol Aelvoet
Brussel: Uitgeverij “Steenlandt”. -48p.
1942 Sprookjes. I : Sneeuwwitje. De Wolf en de zeven geitjes. Broertje en Zusje. Vrouw Holda. Duimpje. De Bremer Stadsmuzikanten.

Auteur: Jakob Grimm, Wilhelm Grimm;
Vertaling van René Verbeeck;
teekeningen van Nelly Degouy ; omslagteekening van Pol Aelvoet
Brussel: Uitgeverij “Steenlandt”. -48p.
1942 Sprookjes. II : De standvastige tinnen soldaat. Het Meisje dat op het brood ging staan. De Nachtegaal. De Vliegende Koffer.

Auteur: J. C. Andersen;
Uit het Duitsch vertaald door René Verbeeck ; teekeningen van Elza Van Hagendoren ; omslagteekening van Pol Aelvoet
Brussel: Uitgeverij “Steenlandt”. -48p.
1942 Sprookjes. II : Tafeltje dek U. De zeven Raven. Sneeuwwitje en Rozerood. De gelukkige Hans. Hoe ze met hun zessen door de wereld kwamen.

Auteur: Jakob Grimm, Wilhelm Grimm;
Vertaling van René Verbeeck;
teekeningen van Elza Van Hagendoren ; omslagteekening van Pol Aelvoet
Brussel: Uitgeverij “Steenlandt”. -48p.
1942 Sprookjes. III : Zeven in één klap. Roodkapje. Hansje en Grietje. Asschepoester. Doornroosje.

Auteur: Jakob Grimm, Wilhelm Grimm;
Vertaling van René Verbeeck; teekeningen van Tjienke Dagnelie ; omslagteekening van Pol Aelvoet
Brussel: Uitgeverij “Steenlandt”. -48p.
1943 De vliegtocht naar Moskou / Adolf von Hatzfeld ;

Uit het Duitsch vertaald door René Verbeeck ;
Omslagteekening van Leo Van Roey
Brussel: Uitgeverij “Steenlandt”. -151p.

Reeks: De Volksreeks nr 2
1943 Journaal of gedenkwaardige beschrijving van de Oostindische reis van Willem Ysbrantszoon Bontekoe van Hoorn.

Auteur: Willem Ysbrantszoon Bontekoe;
In hedendaagsch Nederlandsch overgeschreven door René Verbeeck;
Tekst-illustraties ontworpen door Pistor
Brussel: Uitgeverij “Steenlandt”. -164p.
1944 De ring van ’t jaar. Een wegwijzer naar het Germaansche erfgoed der vaderen.

Uit het Duitsch vertaald door René Verbeeck;
Auteur: J. O. Plassmann; Met houtsneden van Eugen Nerdinger
Brussel: De Burcht. -148p.

 

René Verbeeck vertaalde ook menig luisterspel.

  •  s.l., s.a.: Als een duiveltje uit een doosje; Auteur: Wright Tom.
  • 1965: Een client op bezoek: een luisterspel.  Auteur: Leslie Darbon
  • 1974: Draai de duimschroeven zachtjes aan: luisterspel. Auteur: Evelyn Ford
  • s.l., s.a.: Einde goed, alles goed: een luisterspel. Auteur: Lonsdale, Frederick
  • 1972: Het einde van het spel: luisterspel. Auteur: Wright Tom.
  • 1968: Engel tegen wil en dank: luisterspel.Auteur: Campton, David
  • 1971: Het geheim van het trapportaal: luisterspel. Auteur: Plater, Alan.
  • s.l., s.a.: Gerechtelijk onderzoek: luisterspel. Auteur: Powell, Lester
  • 1967: Een geur van lavendel. Auteur: Jones, Gerry
  • 1970: Hoera voor ’t leven! Auteur: Morris, Brian
  • 1966: De postbode van ’t paradijs: luisterspel. Auteur: Simmonds, Ronald.
  • s.l., s.a.: Zeemeeuwen: luisterspel. Auteur: Smyth

Overzichtslijst van de jaargangen (1937-1944) van de reeks De bladen van de poëzie, die door René VERBEECK zelf werden geredigeerd

Uitgeverij Mechelen Eenhoorn

1936

Afzonderlijke uitgaven

  • Paul De Vree: Hedendaagsche Vlaamsche Romanciers en Novellisten (Mechelen: Eenhoorn)
  • Pieter G. Buckinx: De dans der kristallen. (Mechelen: Eenhoorn)

1937 Eerste jaargang

1 Paul De Vree: “Het blanke waaien”;
2 Vlaamsche Expressionisten. (Mechelen Eenhoorn)
3 Gabriëlle Demedts: “Een gevangene zingt…” (Mechelen Eenhoorn)
4 Bredero Gerbrand A. : “De twaalf sonnetten van de Schoonheyt” (Mechelen Eenhoorn)
5 André Demedts: “Kleine keuze” Gedichten. (Mechelen Eenhoorn)
6 Paul Verbruggen: De winter laat niet los…” (Mechelen Eenhoorn)
7-8. René Verbeeck: “De dwaze bruid” (Mechelen Eenhoorn)
9 André.G. Christiaens: “Irrequietum”.
10 Lisbeth van Thillo: “De doem der droomen”. Gedichten (Mechelen: Drkk. H. Kamp)
11 In een Perzische taveerne. Kwatrijnen van Omar Kayyaam. (rechtstreeks uit het Perzisch vertaald door R.C.) Mechelen: Drukk.H. Kamp.
12 Paul De Vree: “Elegische hymnen”.

Afzonderlijke uitgaven

  • Victor J. Brunclair: Camera Lucida: gedichten. (Mechelen: Eenhoorn)
  • De Craene: Christus: drama (Mechelen: Eenhoorn)

1938 Tweede jaargang

1 Jan Vercammen: “De rozen rijpen”.
2 Bert Peleman: “Horizont. Episch gedicht”.
3 August van Cauwelaert: Verzen van deemoed”.
4 Marc Staels: “Kringloop der gedachten”. Opgedragen sculptuur.
5-6. Wereldsche Liefdelyriek. Een bloemlezing met inleiding door Paul De Vree.
7 J.L. De Belder: “Stilte”;
8-9.   “Chibiabos zingt…” bewerkingen van Indiaansche gedichten door Jan Vercammen. Mechelen: Drukk.H. Kamp.
10 Paul van Keymeulen: “Het Jong Bezit” Mechelen: Drukk.H. Kamp.
11 Armand W. Grauls: “Kleine gedichten” Mechelen: Drukk.H. Kamp.
12 Albe: “Bloem en vrucht” Mechelen: Drukk.H. Kamp.

Afzonderlijke uitgaven

  • André G. Christiaens: uit de toren: gedichten
  • Armand W. Grauls: Arabische lyriek.

1939 Derde jaargang

1  Frans De Wilde: Het Eenzaam hart;
2 Jaak Gommers: De dans van Salome;
3 Ludo Poplemont: Het doorzichtig masker;
4-5  Dietsland zingt ! Bloemlezing met een inleiding door A. De Poortere;
6  Marcel Coole: Moederschap.
7  Albert Westerlinck: Met zachte stem;
8  Bart Vrijbos Met vrouw en kind.
9-10 Paul de Vree, Atmosfeer.
11  Marnix Van Gavere: Oude en nieuwe gedichten.
12 Joris J. Bellens: Acht gedichten.
13 Robert Franquinet: Gekapseisde boot.
14 Bert Peleman, Nacht der verdwazing.
15-16 Karel Jonckheere,”Conchita”

Afzonderlijke uitgaven

  • De Belder, De gesloten kamer. (poëzie)
  • Pieter G. Buckinx: De dans der kristallen. Herdruk
  • Demedts Gabrielle, Een twijg in den wind. (poëzie)

1940 (vierde jg.)

1 Jan Melis: Con Sordino.
2-3 Marc Staels Akten en abstracten.
4 Gabrielle Demedts, Morgen is alles uit.
5 René Verbeeck: Tussen twee werelden.
6 Paul de Vree, Loutering.

Afzonderlijke uitgaven

  • Jan Melis: Intocht: gedichten
  • René Verbeeck: Een huis voor Simone
  • René Verbeeck: Heilig leven.

1941 (5de jg.)

1  Blanka Gyselen, Heimwee, asch der branden…
2  M. Rutten: Altengrabow.
3  Paul Verbruggen: Als een goede hovenier…
4-5 Luc Indestege: Orpheu en Euridike.
6  Frans De Wilde: In memoriam.
7  De Belder, Einde augustus.
8  Bert Peleman, Nachtverhaal van den torenwachter.
9  Paul de Vree, Evenwicht.
10 Marcel Coole, Vaarwel… Kwatrijnen

1942 (6de jg.)

1  Daan Boens: Het leven van een man in twintig kwatrijnen.
2  Paul De Ryck: Vader en moeder.
3  Paul de Vree: Nieuwe verzen en kwatrijnen.
4-5 Vaerewijck W.: Het keerend lied.
Extra nummer. Albe, De stem van Rama. Gedicht aan onze moeders.

Uitgeverij Steenlandt

1943 Zevende jaargang

  1. Hubert van Herreweghen: ‘Het jaar der gedachtenis’
  2. Jan Vercammen: ‘Repetitie’
  3. Albe: ‘Vlaanderen, mijn land’
  4. Paul De Vree: ‘Het aardsch bedrijf’
  5. Henri Bruning: ‘Heilig verbond’
  6. Albert Westerlinck: ‘Aardsch en Hemelsch’
  7. Daan Boens: ‘De veroveraar’
  8. Jan Melis: ‘Roep’
  9. Gerhard Schumann: ‘Gedichten’ vertaald door Fr. Geysen en Leo Simoens
  10. Dirk Vansina: ‘Liederen van dwaas begeeren’
  11. Albe: ‘De stem van Rama’ (extra nummer)

1944 Achtste jaargang

  1. Bert Peleman: ‘Bij donk’re Kathedralen’
  2. Albe: ‘Keurgedichten uit de Italiaansche Lyriek’. Vertaald door Albe
  3. Lode Quasters: ‘Verzen van vandaag’.
  4. Maria Huybrechts : ‘’Gedichten’
  5. Jan Van de Weghe: ‘De toren van Babel’
  6. Jozef De Belder, “Uit een herfst”.
  7. Juliaan Haest: Het rijk van Tenno. Japanse gedichten, in het Nederlandsch nagedicht door Juliaan Haest.