home | Inloggen
Aantal schrijvers: 531 | Aantal boeken:

15464

De Laet, Jan Alfried

Maakt deel uit van:

JAN ALFRIED DE LAET

Antwerpen, 18 december 1815- Antwerpen, 22 april 1891

Eig. Jan Jacob Alfried

Dichter en prozaschrijver

Begon zijn loopbaan als dokter in de geneeskunde, maar werd later journalist en volksvertegenwoordiger

Onder het pseudoniem Jozef Colveniers vertaalde hij enige verhalen uit het Frans en Hoogduits. Andere pseudoniemen waren Felix Bogaerts en Robbert Van Halmale.

BIOGRAFIE

18 december 1815: Jan (Jacob) Alfried De Laet werd geboren te Antwerpen.

  • Als enig kind stamde hij uit de niet onbemiddelde burgerij: zijn vader was landmeter, ambtenaar bij Waterstaat en conducteur bij Bruggen en Wegen.
  • De Laet volgde de lessen aan het Atheneum.

1834: Zette zijn dichterlijk loopbaan in met Franse verzen, die meestal opgenomen werden in Franstalige Brusselse kranten en tijdschriften, zoals L’Artiste, Revue des Arts et de la Littérature.

  • Zijn vriendschap met Door van Ryswyck leidde tot een overschakeling naar het Nederlands. Op zijn beurt zou hij zijn jeugdvriend Hendrik Conscience, toen nog in garnizoen te Dendermonde, overtuigen voor het Vlaams te kiezen.
  • Met Hendrik Conscience en Theodoor Van Rijswijck behoort hij tot de Antwerpse romantische school.

1835: Oprichting van de oude Antwerpse rederijkerskamer “De Olijftak”, waar hij zijn vriend Conscience introduceerde. De Laet speelde in het romantische kunst- en letterenleven te Antwerpen een belangrijke rol door zijn inzet en enthousiasme.

1838: Minder bekend zijn de verzen die De Laet in 1838 in Consciences Leeuw van Vlaenderen liet opnemen als motto’s boven een aantal hoofdstukken (XI, XII, XVIII en XIX). Ze komen niet voor in de verzamelbundel ‘Gedichten’, maar zijn sterk als voorbeeld van historisch epische poëzie.

  • In “Smaakmaker” geven wij zijn “Zwarte Leeuw” dat ook als lied de geschiedenis is ingegaan, en over twee pagina’s verspreid rechtstreeks in Consciences verhaal ligt ingebed.

1839: Hij studeerde af als geneesheer aan het  Militair Hospitaal te Antwerpen (waar hij Pieter Frans van Kerckhoven, pas terug uit Bologna, leerde kennen), werd daarna  heelmeester te Ranst op het platteland,  maar gaf de dokterspraktijk zeer snel op om in de journalistiek te gaan.

De meeste van zijn novellen verschenen in de tijdschriften: „Noordstar“ (1840–41) en Taelverbond“ (1845–46).

1840: Huwde met Johanna Gons, de zuster van de Antwerpse kunstschilder Frans Gons.

1842: Publicatie van zijn roman Het huis van Wesenbeke.

  • Stevig gestructureerd boek waarvan de intrige stevig verankerd zit in het historisch gebeuren. Niet zozeer sterk in het episch beeldende , maar wel in de psychologische analyse, al blijft die beperkt tot het hoofdpersonage. Het is dan ook de betreurenswaardige passie van Norbrecht van Wesenbeke voor de “femme fatale” Suzannah da Candore, die de lezer zal meeslepen. Een passie die tot gevolg heeft dat hij met vader, broer en vergevingsgezinde verloofde door de inquisitie op de brandstapel terecht komt.

November 1844: Hij werd hoofdredacteur van het eerste Vlaams dagblad in België “Vlaemsch België”, dat hij samen met Conscience en Door van Ryswyck had opgericht.

1845: Werd titelvoerend hoogleraar bij de Hoogeschool te Gent.

1846: De landelijke novelle ‘Het lot’ is eveneens het vermelden waard.

  • Het is een raamvertelling, waarin de ondergang verteld wordt van een boer die de weelde niet kan dragen die hem door een lot uit de loterij te beurt is gevallen.

1847-1848: Behoorde hij met L. Vleeschhouwer en Hendrik Conscience tot de redactie van De Roskam.

  • De Laet beschikt  niet over de levendige toets die Conscience’s dorpsgeschiedenissen zo aantrekkelijk maakt. De Laet was een rationele geest, die een tijdlang aan de romantische vogue participeerde, maar na 1848 afscheid nam van het literaire leven.
  • Zijn romantische conceptie van het dichterschap verwoordde hij in enkele gedichten: de dichter als tolk “die ’t woord des hemels aan de menschen overgeeft” (‘Aen de dichters’, 1838), de dichter die dankzij de goddelijke gave van de verbeelding en het woord machtiger is dan de koningen (‘Het lied des dichters’, 1847).

1847: Werd te samen met Hendrik Conscience uit “De Olyftak” gezet, door hun politieke tegenstander, de liberale schrijver Pieter Frans Van Kerckhove.

1848: Publicatie van ‘Gedichten’, een verzamelbundel waarmee hij meteen ook afscheid nam van zijn jonge dandyeske literaire jaren om definitief in de journalistiek, de politiek en de zakenwereld te stappen.

  • Na 1848 ruilde hij geleidelijk aan zijn schrijverschap in voor het zakenleven en de politiek en wijdde zich vrijwel uitsluitend aan de taalstrijd en aan zijn politieke carrière. Zijn politieke strekking viel aanvankelijk in het Vlaamsgezinde liberalisme te situeren.
  • Pas in 1860 zou hij overstappen naar de Meetingpartij, om als kamerlid voor de rest van zijn leven bij de katholieke partij aan te sluiten.

1849: Redacteur van het blad ‘Journal d’Anvers’.

1849: Toen in 1849 het dagblad “Vlaemsch België”, ophield te verschijnen werd hij door de raad van beheer der koninklijke academie van beeldende kunsten gelast met het opstellen van de Catalogue du musée d’Anvers.

Was tevens als vertaler en als correspondent van Duitse bladen werkzaam.

1854: Vanaf 1854 maakte hij fortuin aan het hoofd van een industriële bakkerij: J.J De Laet & Cie,  “boulangerie Bruxelloise” in de Hoogstraat 50 te Antwerpen. Jan De Laet had eveneens een bakkerij in Brussel.

1860: Werd volksvertegenwoordiger voor de Meetingpartij: hij was de eerste Belgische politicus die bij zijn ambtsaanvaarding in de Kamer de eed in het Nederlands aflegde.

1861: Was één van de stichters van de Nederduitse Bond, een unie van Vlaamsgezinden in de schoot van de Meetingpartij.

1865: Werd door de Franstalige Minister voor Oorlog Pierre Chazal  uitgedaagd voor een duel in verband met de Mexicaanse kwestie. Bij dit duel – dat met vuurwapens werd uitgevochten -werd de minister licht gewond. Beiden werden daarvoor veroordeeld door het Hof van Cassatie, maar de straf werd hun later kwijtgescholden.

1867: Diende een wetsontwerp in om Nederlandsonkundigen van rechterlijke mandaten te laten uitsluiten in de Vlaamse provincies en in de hoofdstad.

1878: Zijn wetsontwerp uit 1867 ter regeling van het gebruik van het Nederlands in bestuurszaken wordt kracht van wet.

Bijdragen tot de Vlaamse zaak leverde hij met geschriften als De Vlaamsche Beweging. Een antwoord aan de Revue Nationale (1845) en De Vlaamsche zaak (1866).

1886: De Laet was van bij de stichting op 8 juli 1886 tot aan zijn dood werkend lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde, waarvan hij in 1889 bestuurder was. Vanaf het jaar 1889-90 trad hij af als bestuurder en nam hij geen zitting meer vanwege zijn slechte gezondheidstoestand.

22 april 1891: Overlijden van Jan Alfried De Laet te Antwerpen.

  • Ligt begraven op het St-Fredeganduskerkhof te Deurne.
  • Het grafmonument voor Jan De Laet bevindt zich op perk A – KH – 02. Het praalgraf is uitgevoerd in gele zandsteen. Voor een obelisk staat een vrouw, de maagd van Vlaanderen, met vaandel en rouwkrans. Zij wordt begeleid door de Vlaamse leeuw die zich onvervaard opricht. Het monument werd in 1908 onthuld. De ontwerper ervan is de beeldhouwer Baggen uit Borgerhout.

 

Geraadpleegde bronnen

Websites

Referenties

  • Ada Deprez, Bouwstenen voor een geschiedenis van de 19de –eeuwse Vlaamse poëziebeoefening. In: Hoofdstukken uit de geschiedenis van de Vlaamse letterkunde in de 19de eeuw. Deel 3, p. 172-176.
  • Karel Wauters, Het Vlaamse fictionele proza van Conscience tot Loveling. In: Hoofdstukken uit de geschiedenis van de Vlaamse letterkunde in de 19de eeuw. Deel 1, p. 187-188.

 

SMAAKMAKER

 

Aan een vriend

Geheugt het u hoe we eens in vroeger dagen
Met lichten voet, vriend lief, en hand aan hand,
De doffe stad verlieten om op ’t land
Langs de oosterkim den morgen zien te dragen?

Geheugt het u dat wij dan ’t leven zagen
Als ’t lieve veld met bloemen rijk beplant,
Bij zinnegloed bestraald en niet verbrand,
Van regen frisch en niet van onweêrsvlagen?

Toen wisten wij, wij gulle droomers, niet
Hoe luttel den ontwaakten overschiet,
Hoe vaak de slang zich schuil houdt onder bloemen,

Hoe vaak de zon het dorstig veld verschroeit,
Hoe soms het kleinste wolkje ’t onweêr broeit,
Wat ijdelheid wij hier als leven roemen!

Zwarte Leeuw

Ziet gy den zwarten leeuw niet ryzen,
Zoo fier op ’t trotse gouden veld?
Ziet gy zyn forsche reuzenklauwen,
Waarvan één slag den vyand velt;
Ziet gy zyn bloedige oogen gloeyen,
Beschouwt zyn maen zoo breed verward ? –
Die leeuw is onze Leeuw van Vlaendren
Die rustend nog de wereld tart!
 
Hy sloeg zyn klauwen op het Oosten
En ’t Oosterheir vlood siddrend heen,
Zyn blik vernielde d’halve manen
Van d’ongetemden Saraceen.
Dan toog hij weder naer het Westen
En schonk, hun’ dapperheid loon,
Aen d’onversaegdsten zyner zonen
Een konings- of een keizerstroon.
 
Hy sluimert nu. – Der Walen koning
Beknel’ hem vry in yzren band,
Hy sture vry zyn rooversbenden
Tot op der leeuwen Vaderland…
Want zoo de leeuw ontwaakt, – gyroovren!
Wordt ge allen door zyn klauw verscheurd,
Dan wordt uw trotse witte lelie
Door hem met bloed en slyk besmeurd.
 
 

 

BIBLIOGRAFIE

De bibliografische gegevens werden nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.

Om de foto’s uit de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.

Chronologisch overzicht

Jaar Titels Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1840 De kruisvaerder. In: De Noordstar.
1841 De vloek. (novelle)
Thema is de bloedwraak, die in talrijke ‘schriktonelen’ wordt uitgebeeld. Cfr de Franse romantische literatuur.
1841 Taelcongres te Gent.
1842 Het huis van Wesenbeke. (roman) Antwerpen: Rysheuvels. -320p.
1844 Herman en de schaliedekker. Eene Antwerpsche legende. In: Vlaemsch Belgie
1845 Het lot, eene schets van Vlaemsche dorpszeden. (novelle)
Een dorpsverhaal uit de Kempen.
1901: heruitgegeven als nrs 12-13 in Flandria’s Novellen-Bibliotheek
 Antwerpen: Drukkerij J.-E. Buschmann.
1845 Gedenkweerdige chronyk van de geschiedenis der Schildburgers.
Vertaling uit het Duits onder pseudoniem: JOZEF COLVENIERS
Oorspronkelijke auteur: Ludwig Tieck.
Antwerpen: Drukkerij J.-E. Buschmann. -127p.
Reeks: Nederduitsche kunstbibliotheek voor lezende huisgezinnen. – Antwerpen; vol. 1845: 2
1845 Doctor van Droomenveldt. (novelle) In: Het Taelverbond.
1845 De Vlaemsche beweging: een woord aan de Revue Nationale. Antwerpen: Buschmann. -44p.
Overdruk uit: Het Taelverbond. – (1845). – p. 34-74
1847 Een bruilof in de XIVe eeuw, Antwerpsche legende. Antwerpen: Buschmann. -40p.
Overdruk uit: Het Taelverbond. – 4(1847), p. 449-488
1848 Gedichten van J.A. De Laet. Antwerpen: Janssens. -133p.
1859 Rede gehouden op het Schillersfeest (10 november 1859) te Antwerpen. Antwerpen: Buschmann. -8p.
1861 Palamedes, een klinkdicht van Vondel. Antwerpen: Buschmann. -15p.
1866 Vlaamsche zaak / verslag van den heer J.A. de Laet, namens de Commissie van vertoogen, uitgegeven door het Vlaamsch Fonds, Kamer van Volksvertegenwoordigers, zitting van 5 mei 1866. Antwerpen: Buschmann. -68p.
1874 ‘t Leven is liefde: een gedicht in spraaksang voorgedragen op de bruiloft van Mr. Frederik de Laet, en mejuffer Maria Surmont.
Muziek: Peter Benoit.
Antwerpen: G. Geudens. -8p.
1883 Gedichten. (hernieuwde uitgave) Antwerpen: Kockx. -201p.
1886 Aanspraak bij de inhuldiging van Conscience’s praalgraf. Antwerpen: Drukkery Kennes. -7p.
1889 Pieter Ecrevisse /De Teuten: eene zedenschets uit de XVIIIe eeuw (voorwoord van J.A. de Laet). Antwerpen: Janssens. -212p.