home | Inloggen
Aantal schrijvers: 559 | Aantal boeken:

16059

 

Pleysier, Leo

Maakt deel uit van:

Leo Pleysier

Rijkevorsel, 28 mei 1945

Kempisch romanschrijver.

In zijn boeken breekt hij met de heilige huisjes van het conventionele heimatschrijven en brengt vernieuwing via een experimentele taal en een zoeken naar de diepere sociale realiteit. Hoewel zijn romans zich meestal in de eigen streek afspelen is zijn latere werk veel meer gericht op de bredere wereld.

 

BIOGRAFIE

28 mei 1945: Geboren in Rijkevorsel in de Antwerpse Noorderkempen als zoon van een veekoopman, en woont daar nog steeds.

  • Lager en middelbaar onderwijs bij Sint-Victor te Turnhout.

1965: Behaalt het diploma van onderwijzer aan het Sint-Pietersinstituut te Turnhout.

1965-1989: Onderwijzer aan de Gemeenteschool te Rijkevorsel.

TASTEN NAAR EEN BEGIN

1967: In het jongerenblad Zenit verschijnt een eerste verhaal van zijn hand, een aanzet – zo blijkt later – van zijn debuutroman Mirliton, een proeve van homofonie.

1971:  Mirliton, een proeve van homofonie rolt van de persen en wordt meteen bekroond met de Stijn Streuvelsprijs. Het is poëtisch proza met een surrealistische tendens, waarin angst en beklemming de boventoon voeren. Pleysier geeft steeds fragmentarische aanzetten tot een doorlopend verhaal.

  • Pleysier plaatst zich met dit boek meteen in de lijn van de nouveau roman, die in de jaren 1960 zijn opgang had gemaakt. (Georges Adé e a )
  • De hoofdfiguur is iemand die zich in een identiteitscrisis bevindt, en die wanhopig op zoek is naar zichzelf en zijn plaats in de wereld. De tekst wil als het ware de psychische leegte en de ontreddering van het hoofdpersonage voelbaar maken en stilistisch vorm geven in korte fragmenten en in een taal die een aaneenschakeling is van associaties, herinneringen en hallucinante droombeelden

1972:  Niets dan schreeuw, is zowel inhoudelijk als formeel een voortzetting van zijn debuutroman. Affiniteit met het experimentele werk van Ivo Michiels en de poëtica van de nouveau roman is nog steeds duidelijk aanwezig.

DE AUTOBIOGRAFISCHE KAART

1975: Het ‘schrijfboek’ Negenenvijftig, vormt de aanzet naar meer bezinning op de taal en haar mogelijkheden. Het is ook het boek waarin hij zijn eigen biografie begint te exploreren.

  • De titel verwijst naar het jaar 1959 toen hij het schrijfplezier ontdekte, als jongetje “dat van ontroering nauwelijks de punt van zijn schrijfstift op de eerste regel van de hagelwitte bladzijde durfde te zetten”.

1976-1977: Behalve deze prozateksten schrijft  Pleysier samen met Jef Cornelis enkele tv-scenario’s: En wat zullen we over het sterven zeggen? (1976) en Vlaanderen ’77 (1977).

1978-1984: De auteur vindt zijn thema en zijn toon. Vormt Negenenvijftig een soort catharsis,  in zijn drie daaropvolgende boeken – De razernij der winderige dagen (1978), De weg naar Krakelingen (1981) en Kop in kas (1983) – toont een auteur die zich solidair met het Kempische boerenmilieu waar hij afkomstig van is. Pleysier gaat de minder fraaie kanten van deze wereld – de schamelheid, stank, geweld tegen dieren, sociale lijdzaamheid – niet uit de weg. Maar hij toont tevens een onheus behandelde wereld, een  literair miskende wereld doordat de Vlaamse heimatliteratuur haar had verkneuterd tot een pittoreske gezapigheid.

  • “Waarom kan men niet meer schrijven: het gehucht was mooi, lieflijk, landelijk…en ik heb het heel hard bemind. Waarom niet: het gehucht was verknoeid, lelijk achterlijk…en ik heb er mijn biezen gepakt. O nee zo eenvoudig is het niet” (uit: De razernij der winderige dagen)

De drie boeken werden in 1990 in één deel in een herziene uitgave gebundeld onder de titel Waar was ik weer ?

1984: Toekenning van de Arkprijs voor het Vrije Woord voor Kop in Kas (1983)

DE VROUWENBOEKEN: De moeder, de zus, het tantenonneke.

1989: Wit is altijd schoon, waarin hij zijn spraakzame moeder na haar dood laat ‘voortratelen’, zorgt voor de doorbraak bij het grote publiek. Typisch mondeling taalgebruik wordt hier uitgepuurd op schrift gezet. Het krijgt muzikaal-ritmische kwaliteiten.

  • Wit is altijd schoon werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs 1989 en bekroond met de Ferdinand Bordewijk Prijs 1990.

1990: Zegt zijn job in het onderwijs vaarwel om zich volledig aan zijn schrijverschap te kunnen wijden.

1991: De kast

  • Naar de vorm is het een quasi monoloog, hoewel het een telefoongesprek is van een man met zijn zuster. Het gaat over koetjes en kalfjes, de boedelverdeling na de dood van de ouders en zo komt een oud familiestuk, een prachtige kast, ter sprake. die in het bezit is gekomen van de vrouw aan de telefoon, na de klassieke familiale strubbelingen,. Uiteindelijk vormt het meubelstuk de aanleiding tot een afrekening met het verleden, want bij controle met het oog op een grote schoonmaak, blijken de herinneringen weer tot leven te komen.

Pleysier zet zijn exploratie van zijn familienest verder.

1993: In  De Gele Rivier is bevrozen gaat de aandacht naar zijn tantenonneke Roza die verpleegster en missiezuster is in China en Indië.

  • In dit boek – en ook in de twee volgende Zwart van het volk (1996) en Volgend jaar in Berchem (2000) – spreken de hoofdpersonages niet zelf, maar laat Pleysier anderen over hen praten, hoewel de tante wel nog via brieven aan het woord komt.
  • In 1998 wordt Wit is altijd schoon samen met De kast en De Gele Rivier is bevrozen een in één band uitgegeven als een trilogie onder de titel Drie vrouwen.

Dan is het de beurt aan de mannen, de broer, de vader.

1996: Zwart van het volk

  • Broer Wim is een 37-jarige landbouwingenieur – geboren en getogen in de kleverige Kempische klei, die op zijn 28ste naar Afrika vertrok om in Nigeria, te gaan werken in een prestigieus FAO-project voor de verbetering van zaden en meststoffen.
  • Hij is er getrouwd met Linda, een Ibo-vrouw, die met hun zoontjes David en Benjamin op zijn thuiskomst wacht want Wim zit in het vliegtuig ‘terug’ naar zijn thuis: ‘Terwijl het vliegtuig steeds verder naar het zuiden vliegt, gaan de gedachten van langsom meer de tegenovergestelde kant uit.’
  • Zwart van het volk is een roman met vele lagen. Het is ook een roman waarin Wim er zich tijdens zijn vlucht tussen Brussel en Lagos van bewust wordt dat hij langzaam vervreemd is geraakt van de taal van zijn moeder.

2000: Volgend jaar in Berchem, een veelstemmige vader-roman.

  • Het moet nieuwjaarsdag zijn. De kinderen lezen hun brief en cadeautjes worden uitgedeeld. Er wordt verteld, er wordt gekaart en de figuur van de overleden vader wordt uitgebreid gememoreerd. Een ‘buitengewone’ om niet te zeggen ‘buitensporige’ vader. De meningen over hem zijn verdeeld en de gevoelens gemengd. De verteller van deze geschiedenis luistert naar de stemmen van de familie. Zijn eigen stem is hij kwijt.

2002: De vijf romans – Wit is altijd schoon; De kast; De Gele Rivier is bevrozen; Zwart van het volk en Volgend jaar in Berchem. – worden als een set uitgegeven in een cassette door uitgeverij De Bezige Bij.

2004: In De Trousse komt tantenonneke dan toch volop zelf aan het woord.

  • Zuid-India. ’s Nachts in het donker van haar kloostercel ligt ze te woelen en haar leven te overdenken. Is het de hitte, de heftigheid van haar ervaringen als verpleegster in een armenhospitaal? De smartelijke herinnering aan een vrouwelijke arts voor wie zij een grote bewondering had ? Het blijft haar door het hoofd spoken. En dan is er de ‘rigueur’, de vastberadenheid waarmee zij haar levensideaal belijdt al lijkt dat al lang niet meer te passen bij deze tijd. ‘Wat kan ik nog gaan doen in België? Ik loop daar verloren. En om daarginds de curiositeit of de antiquiteit te gaan uithangen, daar bedank ik voor. Want ik heb begrepen dat God verdwenen is uit Vlaanderen. In de winkels, de magazijnen en de koophallen loopt het alle dagen storm naar het schijnt, maar de kerken zijn leeg.’

2007: De Latino’s: een roman over Vlamingen in de wijde wereld. Een roman ook die door de kritiek niet zo goed gesmaakt werd.

2010: Dieperik brengt een verhaal dat ons terugvoert naar het Rijkevorsel van de jaren vijftig, terug naar zijn wortels, diep in de Kempische klei.

  • Het verhaal herbergt een geheim: de kleine Michel is gaan zwemmen in de kleiputten – Kempische klei, jawel! -, verdronk er bijna en werd gered door nonkel Wies. Ze besluiten om er tegen niemand iets over te zeggen. Die bijna-doodervaring vormt de sleutel van de metafoor die Pleysier vakkundig uitwerkt: de klei staat symbool voor het (collectieve) geheugen van de streek. Maar taalkunstenaar Pleysier gaat een stap verder. Hem is het niet te doen om de herinnering zelf, maar om die in woorden te vatten.

2014: De zoon, de maan en de sterren bundelt een vijftal verhalen, tranches de vie.  Eéntje, ‘Hemelvaartsdag’ is eerder verschenen als radioboek van DeBuren.

2015: Ter gelegenheid van zijn 70ste verjaardag verschijnt Familiealbum, een bundeling van vijf eerder verschenen romans.

  • Voor het eerst zijn deze vijf miniaturen samengevoegd in één band. Speciaal voor deze editie schreef Pleysier een nawoord, waarin hij vertelt over de ontstaansgeschiedenis en de onderlinge samenhang van deze verhalen, die tezamen het portret van een Vlaamse familie vormen.

2018: Heel de tijd is een grotendeels, in een heerlijk parlando geschreven, autobiografische roman. Een roman die gelezen kan worden als een poging om de tijd on hold te zetten. De tijd als een schuw vogeltje dat op een stok even stil zit, om vervolgens weer snel weg te vliegen.

‘Dat vogeltje wil ik vangen en opsluiten in een kooi. […] Als het vogeltje lang genoeg gevangen heeft gezeten, en ik het deurtje van de kooi openzet, zal het vogeltje wegvliegen. […] En als het vogeltje wegvliegt, dan is niet alleen het vogeltje maar ook de tijd weer vrij.’  

Horen we hier de thematiek die Pleysier al van bij zijn debuut bezighoudt :  voor even, in en door het schrijven, de tijd stilzetten? Of, zoals de titel van de roman (ook) begrepen kan worden: ‘genezen’ van de tijd, wat aan feiten en gebeurtenissen in zijn leven is voorgevallen, een plaats geven in en door de woorden?

BEKRONINGEN

  • 1971:  Stijn Streuvelsprijs voor Mirliton.
  • 1982:  Tweejaarlijkse Eugène Baie prijs voor Kop in kas.
  • 1984:  Arkprijs van het Vrije Woord voor Kop in kas.
  • 1990: F. Bordewijk-prijs voor Wit is altijd schoon.
  • 1991: Literaire prijs Dirk Martens van de stad Aalst voor de roman Wit is altijd schoon
  • 1996: Staatsprijs voor proza voor De Gele Rivier is bevroren

Zijn roman “Mirliton” werd in 1976 verfilmd door Rob Van Eyck.

Over zijn filmervaring zegt hij in Willem M. Roggeman, ‘Leo Pleysier’ In: Beroepsgeheim 5 (1986)  het volgende:

In 1976 werd je roman Mirliton verfilmd door Rob Van Eyck. Welke ervaringen heb je daar dan opgedaan?

– Och, ook wel leuk maar niet zo leuk als mijn samenwerking met Jef Cornelis. Het ging hier eigenlijk om een filmscenario dat ik geschreven had op basis van Mirliton en Niets dan schreeuw. Uit die beide boeken had ik een filmisch personage gedistilleerd waarmee ik de geschiedenis wilde vertellen van een schizofrenie. Maar na een poos stond die samenwerking met Van Eyck mij niet meer aan. Enfin, ik had vooraf beter moeten weten natuurlijk. Het eindresultaat was alles bijeen niets om over naar huis te schrijven. De film heeft een aantal voorstellingen gehad in o.a. de zaal ‘King Kong’ te Antwerpen. In Film en Televisie heeft hij zelfs goede kritieken gekregen zo is mij verteld. Het laatste wat ik ervan gehoord heb is dat hij binnenkort op de Poolse televisie zou worden vertoond. Zo zie je maar.

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Websites

Referenties

  • Koen Vermeiren, Pleysier Leo, in: M. Janssens e.a (red.). Vlaamse prozaschrijvers na 1945 (1988), p. 204-207.

SMAAKMAKER

DE VADER

Als ik toezie, voor mij, in het schelle tegenlicht van zon, heel ver, de vader, diep in de akkers. Hij maait graan, een helse bezigheid, hij kijkt niet op, hij heeft het niet opgemerkt dat ik me in zijn richting voortbeweeg.
Het gras hindert me, soms verlies ik hem uit het oog en de afstand is nog groot, maar daar geef ik niet om, onder de zon, onder de wolken loop ik naar hem toe maar hij weet het niet, weet nooit, weet nooit, de vader, en ik roep, maar hij hoort het niet, alsmaar sneller en roepen, luidkeels en met de armen zwaaiend naar hem, zijn aandacht trachten te trekken, maar hij merkt het niet en vloekt tegen de knecht, tegen het paard, laat de mensen tegen de grond vallen en rijdt van me weg, ziet het niet, ziet het nooit, de vader, tevergeefs, maar :
ik zal nooit meer door het gras naar hem toelopen
nooit meer
ik zal nooit meer luidkeels roepen
nooit meer
ik zal nooit meer wild met de armen zwaaien
nooit meer
ik zal nooit meer smeken dat hij opkijkt
nooit meer
dat hij breedlachend de handen naar me uitsteekt
nooit meer
dat hij me hoog boven zich de lucht in steekt
nooit meer
dat hij me op zijn schouders mee terug huiswaarts draagt
nooit meer
nooit meer
nooit meer

uit: Niets dan een schreeuw, 1972

 

En wie gaat er nu mijn doodsprentje schrijven? Zoudt gij dat niet doen?
Nee?
En waarom niet? Gij hebt toch altijd de pen nogal kunnen vasthouden, gij! Gij kunt dat dan toch best zou ik denken? Waarom zoudt gij dat dan niet doen? Ik zou liefst hebben dat gij dat doet. Voor uw eigen moeder kunt ge toch wel eens iets op papier zetten zeker? En daarbij: zo lang moet dat niet zijn. Een paar regels is genoeg.
Maar wat is ‚t nu met u?
Aan wie moet ik het dan vragen? Is dat nu zoveel gevraagd om eens iets op papier te zetten voor mijn doodsprentje? Nu valt ge me maar tegen hoor! Amai!
Dat dat niet gaat, zegt ge. Waarom zou dat niet gaan? Gaat er dan zo eens op uw gemak bij zitten thuis aan tafel, dan zal dat toch wel gaan zeker! Zo moeilijk kan dat toch niet zijn! Een paar regels is genoeg.
Nu ja, we zullen dan wel zien. En ge hebt nog wel wat tijd om na te denken. En zoniet moet iemand anders het maar doen. Gaat gij nu ook maar naar huis onderhand. Ge zult ook wel moe zijn na zo‘n dag. En morgen nog van alles te regelen. Ge zult de volgende dagen heel wat geloop hebben met mij. En doe het raam nu maar terug dicht zeker? En de lichten uit. En vergeet ook niet de voordeur op slot te doen. De sleutel neemt ge maar mee. En blijf morgenvroeg niet te lang weg.
Maar nee! Wat zou het! Wat zou ik daar nu ineens wel iets mee inzitten! Ik heb hier al zo dikwijls alleen gelegen in huis. Wat zou ik dat nu niet meer kunnen? Bang ben ik toch nooit geweest.
Gaat gij maar rap slapen nu. Ge zult uw rust vannacht wel kunnen gebruiken. Er zal nu toch niemand meer komen zeker? Anders waren ze al wel geweest, die van plan waren om vandaag nog te komen groeten. De rest zal dan morgen wel komen zeker? Of anders overmorgen? Nog tijd genoeg. Al maar goed ook dat ze niet allemaal tegelijk zijn gekomen. Want allemaal tegelijk, dat had hier toch niet binnen gekund vanavond. Zoveel volk ineens, zo‘n drukte in huis, dat had niet gegaan. En het zal er nog niet op beteren de volgende dagen. Dat zal niet. Dat zal hier nog een hele begankenis worden. Ga maar slapen nu. Gij zult uw rust vannacht wel kunnen gebruiken.

Uit: Wit is altijd schoon (1989)

BIBLIOGRAFIE & FILMOGRAFIE

Woordje vooraf

Deze bibliografie van Leo pleysier omvat

  1. Een chronologisch overzicht
  2. Publicaties in tijdschriften (een selectie)
  3. Filmografie
  4. Vertalingen van het werk van Leo Pleysier

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience  – Antwerpen.
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • Piet Devos: Van reuzen tot dwergen. Bibliografie – Vlaamse schrijvers in de 20ste eeuw – Eerste drukken. Kortrijk, eigen beheer 2007 .
  • Literatuur Vlaanderen Vertalingendatabank

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.

A.  Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotografie Uitgeverij 1ste druk
1971 Mirliton, een proeve van homofonie. (verhalen)

Stijn Streuvelsprijs
Omslag van Jeanine Behaeghel
Brugge: Uitgeverij Orion N.V. Desclée De Brouwer. -130p.

Reeks: Merkstenen. – vol. 37
Afmetingen: 18.75 x 12.50 (ingenaaid)
Colofon: Gedrukt op de persen van Scheerders Van Kerckhove te Sint-Niklaas-Waas in opdracht van Uitgeverij Orion N.V. Desclée De Brouwer.
1972 Niets dan schreeuw. (verhalen)

Omslag van Jeanine Behaeghel
Brugge: Uitgeverij Orion N.V. Desclée De Brouwer. –112p.

Reeks: Merkstenen. – vol. 52
Afmetingen: 19.50 x 12.50 (ingenaaid)
Colofon: Gedrukt op de persen van Scheerders Van Kerckhove te Sint-Niklaas-Waas in opdracht van Uitgeverij Orion N.V. Desclée De Brouwer.
1975 Negenenvijftig (Rooms & Places), een schrijf-boek. (verhalen)

Omslag en typografie: Frits Stoepman gvn
Pleysier 1 Antwerpen: Standaard Uitgeverij / Amsterdam: P.N. Van Kampen en Zoon. -103p.

Reeks: Gemini Literaire Paperback. Glp 38.
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
Druk: Smits Wommelgem.
1976 Bladschaduwen.
1976 En wat zullen we over het sterven zeggen? (Scenario voor BRT-televisie) Uitgezonden door BRT  op 3 november 1976.

Regie:  Jef Cornelis
Scenario Leo Pleysier
Camera: Guido
van Rooy

1977 Het jaar van het dorp, of De razernij der winderige dagen. (roman) Antwerpen: P.E.P. Pink Editions & Productions. -91p.

Afmetingen: 24.50 x 19.25 (gebonden – linnen kaft)
Colofon: Het jaar van het dorp, of De razernij der winderige dagen van Leo Pleysier wed in de herfst van 1977 in opdracht van Pink Editions Productions te Antwerpen, naar typografische aanwijzingen van Mark Verstockt gedrukt op ‘Florence Bloesemwit’ bij Antiqua te Retie. Deze oplage bedraagt 500 exemplaren, genummerd van 1-500 en 10 luxe-exemplaren op ‘Ingres Arches’ genummerd I tot X
1977 Vlaanderen ’77. (scenario voor BRT- televisie)

Gemaakt in een regie van Jef Cornelis naar aanleiding van de viering van de Vlaamse feestdag op 11 juli.

Uitgezonden door BRT op 11 juli 1977

In ‘Vlaanderen 77’ worden  helikopterbeelden van het Vlaamse landschap afgewisseld met archiefbeelden, foto’s en kaarten.

1978 De razernij der winderige dagen. (roman)

1ste afzonderlijke druk onder deze titel. (DEEL I)
Omslag: Frits Stoepman.
Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij. -113p.

Reeks: BBLiterair 1978:19.
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
Druk: Mouton, Den Haag.
1981 De weg naar Kralingen. (1860-1980) (roman)

Omslag: Frits Stoepman.
Foto: Xavier Rombauts
Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij.-120p.

Reeks: BBLiterair. – Amsterdam; vol. 1981: 16
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
Druk: Nijghoffset.
1983 Kop in kas. (roman)

Autobiografische experimentele roman over een moederbinding
Arkprijs voor het vrije woord
Omslag: Frits Stoepman.
Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij. -92p.

Reeks: BBLiterair. – Amsterdam; vol. 1983: 12
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
Druk: Nijghoffset Rijswijk
1984 De neus van de vader. (verhaal)

Eerder gepubliceerd in: Aan het werk, De Bezige Bij, Amsterdam, 1981.
De Wispelaere 6 Uit de bundel: ‘Vlaamse verhalen na 1965’. pp. 284-293.

Samengesteld door Paul de Wispelaere. Manteau, Antwerpen. -480p.
Omslagontwerp en typografie: Rikkes Voss Afmetingen: 21.50 x 13.50 (paperback ) kaft met flappen)
1987 Shimmy. (roman)

Omslag: Nico Dresmé.
Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij. -110p.

Reeks: BBLiterair.
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
Druk: Tulp Zwolle
1989 Wit is altijd schoon. (roman)

F. Bordewijkprijs
Omslag: Leendert Stofbergen.
1989: 2de tot en met de 5de druk uitgeverij De Bezige Bij (uitgezonderd de 4de druk bij ECI Viaenen)
1992: 6de druk
1994: 7de druk en 8ste druk (jubileumdruk)
1998: 10de druk bij De Bezige Bij
Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij (Contact). -116p.

Reeks: BBLiterair. – Amsterdam; vol. 1989: 14.
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
Druk: Tulp Zwolle
1989 Een grensgeval. (verhaal – Bibliofiele uitgave) pleysier 6 Essen: Carbolineum Pers. 15p.

Afmetingen: 16 x 11.25 (ingenaaid)
Colofon: Dit verhaal van Leo Pleysier werd in de fraaie herfst van 1989 met de hand gezet uit de Horley Old Style en gedrukt op een antieke Victoria handpers. De oplage bedraagt dertig genummerde en gesigneerde exemplaren.
1990 Waar was ik weer ? (drieluik)

Autobiografische notities van de Belgische auteur.
Waar was ik weer ? is de herziene uitgave van ‘De razernij der winderige dagen’ (1978) ‘De weg naar Kralingen’ (1981) en ‘Kop in kas’ (1983)
Omslag: Rudo Hartman / George Bracque, La charue et les oiseaux.
Foto auteur: Filip Claus
2010: heruitgave bij Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam.
 Pleysier 12 Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij (voor België Contact NV, Antwerpen).-257p.

Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
Druk: Groenevelt BV, Landgraaf.
1990 De Lord. (verhaal) In: De Twaalfde Deur.

Ed. NPP, Creative Concepts, Oudekerk a/d Amstel, i.o.v. Crawford Benelux B.V. te Amsterdam, december 1990.
Afmetingen: 19.50 x 13.30 (ingenaaid in luxe linnen kaft).
Relatiegeschenk Crawford – niet in de handel
1991 De kast. (roman)

Omslag: Rudo Hartman
Foto: ‘Koerier’ Aleksandr Rodtsjenko, 1928
Foto auteur: André Bols
Pleysier 9 Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij. -94p.

Reeks: BBLiterair. – Amsterdam; vol. 1991: 12
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
Druk: Veenman, Wageningen.
1991 ‘Portret van een papieren tante. (verhaal) Uit de bundel: ‘k Heb menig menig uur bij U gesleten en genoten. pp. 161-178

Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam – afmetingen: 19 x 11.50 (paperback)
1993 De Gele Rivier is bevrozen. (roman)

Omslag: Rudo Hartman
Omslagillustratie: Fernando Scianna © 1990 Magnum Fotos.
Foto auteur: Filip Claus.
1997: Vertaald in het Duits door Eta Wichert als Der gelbe Fluß ist gefroren  Uitgever: Berlin Verlag, Berlin.
1999: Heruitgave van Der gelbe Fluß ist gefroren  als Rowohlt Taschenbuch, 1999 (Rororo; 22320) Uitgeverij  Rowohlt, Reinbek bei Hamburg
Pleysier 10 Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij. -147p.

Reeks: BB Literair
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
Druk: Veenman Wageningen.
1994 Zotte kont. (briefverhaal)

Cahiers d’Amour verscheen ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de v.z.w. Behoud de Begeerte en in de marge van de 5de editie van Saint-Amour, een literair programma rond liefde en begeerte.
Boekverzorging: Zeno Amsterdam
Omslagtekening: Jan Bosschaert.
 1994 Cahier d'amour  Uit de bundel: Cahier d’Amour. Liefdesbrieven. pp.27-29.

Uitgever: Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam, / Dedalus, Antwerpen. 1994. -144p. (Afmetingen: 20 x 12.50, paperback)
Samenstelling: Luc Coorevits
1996 Zwart van het volk. (roman)

Omslag: Rudo Hartman
Foto auteur: Filip Claus.
1999: Vertaald in het Duits door Christiane Kuby als Schwarz vor Volk. Uitgeverij: Berlin Verlag, Berlin.
Pleysier 16 Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij (Postbus 75184, 1970 AD).  -141p.

Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
Druk: Mennen – Asten
1998 Drie vrouwen. (omnibus)

Omslag: Studio Paul Koeleman.
Bevat: Wit is altijd schoon (pp 9-118) ; De kast (pp 119-210); De Gele Rivier is bevrozen (pp 211-334).
Oorspr. uitgaven: 1989, 1991, 1993. – Bevat resp. de 11e, 5e en 6e dr. van de afzonderlijke titels.
 pleysier-13 Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij. -335 p.

Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
Druk: Groenevelt, Landgraaf
2000 Volgend jaar in Berchem. (roman)

Omslag: Jan De Boer
Pleysier 3 Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij. -120p.

Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
Druk: Hooiberg, Epe.
2002 Een familiekroniek. (verzamelde romans)

Bevat in 5 afzonderlijke deeltjes: Wit is altijd schoon; De kast); De Gele Rivier is bevrozen; Zwart van het volk en Volgend jaar in Berchem.
Uitgegeven als een set in cassette.

Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij.
2003 De dieven zijn al gaan slapen. (verhalen)

Omslag: Robert Nix.
Foto: F. Claus.
Typografie Binnenwerk: Adriaan de Jonge.
Bevat: De ogen, de oren, de haren, de vingers de tanden, de tenen (pp.9-14); Jong en oud (pp. 15-56); Huis en tuin (pp. 57-80); Mensen en stemmen (pp. 81-108); Schrijven en lezen (pp. 109-136); Spreken en zwijgen (pp. 137-160); Het onuitsprekelijke (pp. 161-166).
 Pleysier 14 Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij. -166p.

Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
Druk: Groenevelt, Landgraaf.
2004 De Trousse. (novelle)

Omslagontwerp: Brigitte Slangen
Foto auteur: Filip Claes
Typografie binnenwerk: Adriaan de Jonge

 

Pleysier 5 Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij. -74p.

Afmetingen: 19 x 12 (gebonden – harde linnen kaft met stofomslag)
Druk: Hooiberg, Epe

 

2007 De Latino’s. (roman)

Omslagontwerp: Brigitte Slangen
Omslagillustratie: Corbis/Christie’s Images
Foto auteur: Jimmy Kets
Typografie binnenwerk: Adriaan de Jonge
Pleysier 2 Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij. -174p.

Afmetingen: 19 x 12 (gebonden – harde linnen kaft met stofomslag)
Druk: Thieme Boekentuin, Apeldoorn.
2008 Hemelvaartsdag (verhaal – radioboek)

Tijdens een ballonvaart boven de Kempen leert de hoofdpersoon van dit verhaal zijn streek op een andere manier kennen. Vanuit de mand, die rustig ronddobbert boven de dorpjes, kerken en oude fabrieken, filosofeert hij over heden en verleden van dit rijke landschap.
2014: opgenomen in de verhalenbundel De zoon, de maan en de sterren.

Brussel: Huis DeBuren

Deel 96 in de serie radioboeken van Vlaams-Nederlands Huis deBuren.
Radioboeken / Hemelvaartsdag – LeoPleysier

 

2010 Dieperik (roman) Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij. -112p.
2012 Een jager in de sneeuw. (bibliofiele uitgave)

Houtsneden Nicholas Meersschaert.
Kortverhaal van Leo Pleysier over een beklijvende jeugdherinnering, een varkensslacht op de ouderlijke boerderij. Het is geschreven op verzoek van De Carbolineum Pers.
Dit is de tweede uitgave bij deze pers, na Een grensgeval in 1989
 Pleysier 7 Kalmthout : De Carbolineum Pers. – 15 p. : ill.

Met de hand gezet en met de handpers gedrukt. De vier tweekleuren houtsneden van Nicholas Meersschaert zijn eveneens met de handpers gedrukt.
Oplage 50 genummerde en door auteur en illustrator gesigneerde exemplaren.
2014 De zoon, de maan en de sterren (verhalen)

Omslagontwerp: Brigitte Slangen
Omslagbeeld © Thomas Zimmer
Foto auteur: Michiel Hendryckx
Vormgeving binnenwerk: Adriaan de Jonge
Druk: Bariet, Steenwijk.
Bevat: Alfabet (pp. 7-14); Lift off (pp. 25-44); Hemelvaartsdag (pp. 45-90); In de glazen veranda (pp. 91-114); Stilleven met fruit (pp. 125-128).
Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij. -128p.

Afmetingen: 19.70 x 12 (gebonden – harde kartonnen kaft met stofomslag)
2015 Familiealbum. (bundeling)

Ter gelegenheid van zijn 70ste verjaardag de vijf familieromans die Pleysier tussen 1989 en 2000 publiceerde in één kloek ‘Familiealbum’ samengebracht met een nieuw nawoord van de auteur.
Pleysier Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij. -528p.

Afmetingen: 20.80 x 12.80 (harde kaft)
2017 Drie verhalen. (bibliofiele uitgave)

Illustraties Luk van Soom
Bevat: God aan de lijn (pp 3-15); Vreemde vliegtuigen (pp 17-25); Onzen Herman (pp 27-39).
Pleysier 15a
Pleysier 15 Kalmthout: De Carbolineum Pers. -42p.

Afmetingen: 24 x 14.20 (gebonden – harde kartonnen kaft met stofomslag het geheel in kartonnen foedraal))Colophon: Deze drie nieuwe verhalen van Leo Pleysier zijn in mei en juni 2017met de hand gezet uit de de Goudy Old Style en de Goudy Open, en met de handpers gedrukt op geschept Zerkall papier.De tekeningen van beeldend kunstenaar Luk Van Soom – die hiermee zijn eerste boek illustreert – zijn eveneens met de handpers afgedrukt.
De oplage bestaat uit 100 genummerde en gesigneerde exemplaren, waarvan 1 tot 80 ingenaaid in omslag (75 euro),en  I tot XX handgekleurd door Luk Van Soom en gebonden in perkament (300 euro)
2018 Heel de tijd. (roman)
Amsterdam: De Bezige Bij. -160p.

Afmetingen: 20.10 x 12.60 (paperback)

B. Publicaties in tijdschriften (een selectie)

1992 Alstein, Johan Anthierens, Walter van den Broeck, Pol Hoste en Leo Pleysier, “Hoe Belgisch is de literatuur in Vlaanderen ?” In: De Brakke Hond. Jaargang 9 (1992)
1993 Leo Pleysier. Een plaasterspook van Szukalski In: Dietsche Warande en Belfort. Jg. 138 (1993)
2002 Brikkeljon. Meesterlijke Middeleeuwen In: Dietsche Warande & Belfort jg. 147 (2002) 5 (oktober), p. 609-624
2003 Tweespraak met mezelf. Brief aan zichzelf over zichzelf. In: Bunker Hill jg. 6 (2002/2003) 19 (augustus 2002), p. 12-15
2005 Kan je tonen wat je niet wil laten zien? In: Dietsche Warande & Belfort jg. 150 (2005) 4 (september), p. 622-623
2005 Omdat In: Dietsche Warande & Belfort jg. 150 (2005) 5-6 (december), p. 722

FILMOGRAFIE

1978 Mirliton. (gebaseerd op Mirliton & Bladschaduwen)

  • Regie: Rob Van Eyck.
  • Scenario: Leo Pleysier.
  • Cast: Jacques Verbist (schizofreen); Curd Vermeulen (schizofreen als kleine jongen); Daniëlle Mukangyrie (Hanne); Guido De Belder (psychiater) e a

VERTALINGEN VAN HET WERK VAN LEO PLEYSIER

 DUITS

  • 1997: Der gelbe Fluß ist gefroren Duits / vert. uit het Nederlands door Eta Wichert. Berlin: Berlin Verlag. Fictie, gebonden. Oorspronkelijke titel:  De gele rivier is bevrozen. Amsterdam: De Bezige Bij, 1993.
  • 1999: Der gelbe Fluß ist gefroren Duits / vert. uit het Nederlands door Eta Wichert. Reinbek bei Hamburg: Rowohlt Taschenbuch, 1999 (Rororo; 22320). Fictie, paperback. Oorspronkelijke titel:  De gele rivier is bevrozen. Amsterdam: De Bezige Bij, 1993. 1e druk: 1997.
  • 1999:  Schwarz vor Volk. Duits / vert. uit het Nederlands door Christiane Kuby. Berlin: Berlin Verlag. Fictie, gebonden. Oorspronkelijke titel:  Zwart van het volk. Amsterdam: De Bezige Bij, 1996.
  • 1999: Schwarz vor Volk. Duits / vert. uit het Nederlands door Heinrich G.F. Schneeweiß. In: Krautgarten: Forum für junge Literatur, (1999), Fictie, Oorspronkelijke titel:  Zwart van het volk. Amsterdam: De Bezige Bij, 1996. Vertalersnaam in ts.: Heinz Schneeweiß.

ENGELS

  • 1992: [I’m a bit worried that our Wim won’t be home in time for the funeral] Engels / vert. uit het Nederlands door Tanis Guest. Rotterdam: Story International. Fictie, paperback. Een keuze uit: Wit is altijd schoon (1989).
  • 1995:  Epilogue. Engels / vert. uit het Nederlands door Theo Hermans, et al., Jocelyne van Boetzelaer. In: Dutch Crossing, vol.19 (1995) nr.1, p.85-95. Fictie, Een keuze uit: Wit is altijd schoon (1989). Nederlandse en Engelse tekst.

HONGAARS

  • 1996: A Sárga folyó megfagyott Hongaars / vert. uit het Nederlands door Réka Eszenyi. In: Magyar napló, jrg.8 (1996) nr.5-6, p.26-32. Fictie, Oorspronkelijke titel:  De gele rivier is bevrozen.