Maakt deel uit van:vertellers over de zee
Bart Plouvier
Mortsel, 17 juni 1951 – overleden op 29 december 2021
Schrijver die in vele genres thuis is.
Bijdragen aan talloze tijdschriften, journalistiek werk, diverse romans, theaterteksten, kinderboeken, poëzie, verhalenbundels en reisimpressies.
BIOGRAFIE
17 juni 1951: Geboren te Mortsel als Bart van Schaeren als oudste in een gezin van zes.
- Bart Plouvier kwam als zeventienjarige in aanraking met het Antwerpse artiestenmilieu en de hippiebeweging en nestelde zich op het platteland in een leven vol dromen en illusies.
- Hij was een tijdje leerling aan de Academie voor Schone Kunsten.
Eind jaren 1960/begin 1970: Actief als muzikant in de folk-scene.
1971: Verhuist naar Elversele, een dorpje in het Waasland bij Temse. Een eerste maal gehuwd in ’71. Uit dat huwelijk twee kinderen.
1970-1980: Banjospeler in de bluegrassgroep “The Fruit Juice Revelation”. Komt aan de kost als barman, tuinier, bouwvakker, fabrieksarbeider, kok, brouwersgast, muzikant in Bobbejaanland, en nog veel meer. Uit de echt gescheiden eind jaren ’70.
1980 – 1984: Matroos op een zeesleper. Aan boord begint hij te schrijven, met het eigen leven en de zee als belangrijkste inspiratiebronnen. Aanvankelijk waren dat dagboeken, schetsen voor verhalen, die in 1987 zullen uitmonden in een romanachtig verhalenboek: “De maquette“.
- Hoe dat in zijn werk is gegaan vertelt hij in een interview aan Kris Vanmarsnille: “Toen ik tien jaar in Elversele had gewoond, zat mijn leven compleet in het slop. Ik had twee kinderen, was gescheiden, had een berg schulden, ik was kwaad en bitter, dronk veel meer dan goed voor me was… Toen besloot ik te gaan varen, als matroos op een sleepboot. Echt iets voor een rusteloze romanticus als ik. Nu zie ik wel in dat het een vlucht was, weg van het turbulente leven dat ik leidde. Aan boord vond ik een soort van rust. Het leven wordt voor je geregeld: alles is gepland, je werkt en leeft op routine, je staat op en gaat slapen op vaste tijdstippen, er wordt voor je gekookt, dus je eet drie keer per dag… Die geborgenheid had ik toen nodig. En het verdiende niet slecht. Hard werken was het wel: 84 uren per week, zes uren werk, zes uren rust. En dat vier weken aan een stuk. Dan waren we een maand thuis. Soms was het zwaar werk, vooral als we rond de booreilanden in Schotland en Denemarken aan de slag moesten. Aan boord ben ik beginnen schrijven. In het begin nam ik mijn banjo altijd mee op reis, maar zo’n ding klinkt veel te luid. Mijn collega’s werden er gek van. Omdat schrijven minder lawaai maakt, ben ik daar dan maar mee begonnen. (lacht) Mijn matrozenleven heb ik vier jaar volgehouden. Toen ben ik naar Elversele teruggekeerd en ben ik daar een restaurant begonnen. Dat was weer eens iets anders.”
1984: Opent restaurant ‘Het Durmedal’ in Elversele.
1987: Debuteert met de verhalenbundel “De maquette“, een boek waarin de ex-zeeman Adrianus zijn leven als matroos op de sleepboot ‘Esmeralda’ overdenkt. Hij is terug aan de wal, maakt een maquette van ‘zijn’ Esmeralda en leest zijn brieven over zijn leven op de boot.
1987: Tweede huwelijk met Els Van Droogenbroeck.
Regelmatig verschijnen vervolgens nieuwe verhalenbundels: Uit het meer. Kroniek van een dorp (1990); De reiziger, de veroveraar en de autochtoon. Reisimpressies (1992) en De kleuren van de zee (1993),
1993: Zoontje uit tweede huwelijk
1995: Zijn eerste ‘echte’ roman, “Het gelag” is deels autobiografie, deels hommage aan de habitués van het Café ‘Hoekje – randfiguren van de maatschappij. Hij beschrijft het gevoel van veiligheid dat de ik-figuur uit het boek er ervaart. “Terwijl buiten niets was wat het leek te zijn, was ’t Hoekske niet méér dan het pretendeerde te zijn. Dat schiep duidelijkheid en duidelijkheid creëerde het zo broodnodige gevoel van veiligheid dat ik nergens anders vond.”
- Typerend voor Plouviers werk zijn een boeiende en gedreven manier van vertellen, weemoed en humor, tragiek en het groteske.
- Het gelag is de eerste van een viertal romans die thematisch het fictieve Vlaamse dorp Gistrode – verstopt tussen de Koekenstad en Poulville – behandelen. De andere drie zijn Het Gemis (1998) De biechtspiegel (2000) en De gele vlag (2003)
1 maart 1998: Sluit zijn restaurant en wordt voltijds auteur.
1999: Poëziedebuut met de bundel “Zaailingen”.
- Dit poëziedebuut markeert zijn verdere bundels waarin hij grossiert in herinneringen aan door hem bewoonde of bezochte plaatsen. Titels als Vergezichten (2003) en Weerslag (2005) verraden iets van het grote romantische thema dat de dichter telkens weer inspireert: de spanning tussen het verre en het nabije, tussen toen en nu, tussen wat vervlogen is en nog maar rest.
- Tegelijk lijken zijn latere gedichten een hardnekkige poging om de tijd – vaak met hoofdletter – te bezweren. Dat is zeker het geval voor bundels als Ingesponnen (2010) en Zekerheden (2016)
2000: Een druk jaar voor Bart Plouvier, met als rode draad theater.
- In De Grote Liefde – een theatrale collage – gaan een romanticus, een cynicus en een analyticus op zoek naar het bestaan, de waarde, de zin en de invulling van de grote liefde. Het vierde personage pendelt als een rode draad van de ene visie naar de andere.
- De Biechtspiegel, werd een monoloog waarvan de vertelstof afkomstig is het het gelijknamige boek, dat ook dit jaar van de persen rolde.
- Theaterdebuut van de auteur. De Biechtspiegel wordt van 2 (première) tot 11 maart gespeeld in Parochiezaal H. Hart, Turnhout
- Later op het jaar is het tijd voor het sprookjesprogramma Het Walvisoor.
2002: Een buitenbeentje, Plouvier schrijft een kinderboek: Hallo, Ween
- Ween heeft zijn vader vroeg verloren, maar hij gelooft dat hij nog leeft en probeert hem met een pompoen terug te brengen. Vanaf ca. 9 jaar
2002: In Captain Disaster schetst hij samen met Wigbert van Lierde het “leven en lijden van Ferre Grignard”.
- Ze laten kunstbroeders, kroegmakkers, muzikanten en vriendinnen vertellen over de mens en de mythe. Samen met de literair melancholische tussenstukken van Bart Plouvier, biedt het boek een portret van deze kunstenaar en laten ze iets zien van de tragiek om al bij leven een legende van vroeger te zijn, vastgeklonken aan een tijd die alleen nog leeft in nostalgische verhalen.
- Plouvier was al op zijn 15de passioneel fan van de zanger van oa ‘Ring ring I ‘ve got to sing” en “Drunken sailor”
2006-2007: Samen met Pjeeroo Roobjee en Wigbert van Lierde maakt Bart in het seizoen 2006-2007 met het programma “En het dorp zal lachen” een tournee langs de culturele centra.
Omstreeks 2007 verhuist Plouvier naar Sint-Niklaas.
2007: In Dorpers vertelt Plouvier de aangrijpende en soms hilarische levensgeschiedenis van een enigszins bizarre man Hieronymus Joos, alias Pépé, en via hem het verhaal van een ganse familie.
2007: In het voorwoord bij Het land draagt de wind, dat naast gedichten ook tekeningen en lavés van Anne Vernimmen bevat, schrijft de dichter:
- ‘Ik zal niet meer zoals vroeger een idee of gedachtengoed opofferen […] om een rijmwoord precies op zijn plaats te laten vallen. Maar toch zit mijn engagement als schrijver nog steeds in het ‘mooi’ verwoorden van de dingen, en dit als verzet tegen de verloedering van de taal en de her en der opgang makende visie dat poëzie per definitie hermetisch en ontoegankelijk móét zijn’.
2010: “Entre deux mers”, is een complex en beschouwend egodocument waarin Bart Plouvier de lezer meeneemt op een woelige reis door ruimte en tijd: naar zijn jeugd en naar zijn stamkroeg, naar het dorp van zijn heimwee en naar Dylan Thomas’ berg de Cader Idris in Wales, naar het Antwerpen van de jaren ’60 en naar de sleepboot uit zijn zeemansjaren. De immer aanwezige melancholie loopt als een rode draad door het boek.
2012: ‘Genezijde’ – zijn 25ste boek in een schrijverscarrière die precies 25 jaar omspant – is een verzameling van negen verhalen waarin sterven een centrale rol speelt.
- Gistrode, waar zich twee verhalen afspelen, het bekende fictieve dorp uit zijn romans Het Gelag (1995), Het Gemis (1998), De biechtspiegel (2000) en De gele vlag (2003) is van de partij. Pittig detail: in Gistrode wonen de levenden tussen hun afgestorven buren. Het klinkt luguber, maar als vindingrijk verteller slaagt Plouvier erin dat magisch-realisme als de doodgewoonste zaak te verkopen.
2017: De dagen zijn beschadigd. Gedichten.
- De titel refereert aan het eerste vers van de bundel en verwijst naar de weemoed en nostalgie die veel van zijn gedichten kleuren. Pijnlijk herkenbare thema’s worden onder woorden gebracht: over hoge verwachtingen en bittere teleurstellingen, over de dagelijkse sleur en hoe die dromen in elkaar laat zakken als zandkastelen.
Zomer 2021: Bij uitgeverij Vrijdag verschijnt zijn elfde en laatste dichtbundel ‘De zon regent koperen spijkers’, waaruit:
Zomerwandeling
Ik loop langs de stroom,
de zon regent koperen spijkers,
pint mij vast op ’t asfalt op de dijk;
ik roep, alleen de vogels reageren:
in de top van een kastanjeboom
tussen ’t slib en in een eik
langs de floue rand van ’t bos.
Pas als het koper koud en water wordt,
kom ik langzaam los.
29 december 2021: Halfweg zijn 70ste levensjaar, moeten we afscheid nemen van deze merkwaardige auteur, levensgenieter en dichter.
BEKRONINGEN
- 1993: Ary Deelen prijs voor De reiziger, de veroveraar en de autochtoon
- 1994: Prijs “Het geschreven Leven” van de Vereniging ter Bevordering van het Vlaamse Boekwezen voor De reiziger, de veroveraar en de autochtoon
- 1994: Lode Baekelmansprijs voor De kleuren van de zee.
- 2000: Lode Baekelmansprijs voor Het gemis
- 2003: Provinciale prijs voor letterkunde 2003 van de provincie Oost-Vlaanderen voor zijn bundel reisverhalen Het land van tante Marie (Manteau, 2002).
- 2005: Publieksprijs voor de beste dichtbundel 2005 (initiatief van Rottend Staal en de Contrabas) voor Weerslag. Een jaarcyclus.
GERAADPLEEGDE BRONNEN
Websites
Referenties
- Kris Vanmarsenille, “Een rusteloos, maar moeilijk leven”, Gazet van Antwerpen, 28 januari 2012
SMAAKMAKERS
Wintertriptiek.
Uit: Weerslag. Een jaarcyclus (2005)
Een fazanthaan, naakt in te veel sneeuw,overnachts gezwart en nu blind,
kwetsbaarder dan ooit tevoor;
de staart, een streep tussen twee vermoedens,
onopgetekend nog, zwakker
dan het hondenspoor,
op het schrijfpapierwit van een akker. De vuile stroom schrokt zich vol vlokken,
vroor
in ijsvallen tussen wilgen
slobeenden op hun spiegelbeeld,
snijdt
smienten en brilduikers aan scherven,
int
het tolgeld van de winter,
scherpt
het broodkruim van een kind. Talingen fluiten om lente en wind,
van een iep barsten de takken
uit hun nerven,
auto’s stofzuigen de brug.
En toch: de stilte
waarop het land zich beriep.
Ik kraak over de dijken
en schaam mij,
enkeldiep.
Bij het sterfbed van mijn overgrootvader
Uit: ‘Zaailingen’, 1998.
Mijn overgrootvader is dood; ik ben tien,moet langs een laan met bomen naar hem toe,
na het eten, laat nog, ik ben zo moe
dat ik om heel verkeerde redenen grien. Mijn janken wordt voor heus verdriet versleten
en even later is het ook wel echt,
als ik de oude zie, al afgelegd,
weet ik wat ik liever niet had geweten. Dat hij mijlenver van zee moest doodgaan
onder bomen, komt mij nog als het ergste voor;
zo kan ik hem niet laten gaan. Ik weet haar te liggen, groot en wit als ivoor,
in de kast naast het bed, links achteraan:
heel voorzichtig houd ik de schelp aan zijn oor.
BIBLIOGRAFIE
Woordje vooraf
Deze bibliografie geeft:
- Een chronologisch overzicht
- Een overzicht van het theaterwerk
- Een overzicht per genre alfabetisch gerangschikt op titel
De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij
- Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen.
- Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
- Piet Devos: Van reuzen tot dwergen. Bibliografie – Vlaamse schrijvers in de 20ste eeuw – Eerste drukken. Kortrijk, eigen beheer 2007
- POËZIECENTRUM VZW – Gent
Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.
Chronologisch overzicht
Overzicht per genre alfabetisch gerangschikt op titel
Romans & verhalenbundels
- Captain Disaster. Leven & lijden van Ferre Grignard, faction/biografie(2002, Nijgh & Van Ditmar)
- De Biechtspiegel (2000)
- De gele vlag, roman (2003 – Meulenhoff/Manteau)
- De kleuren van de zee, zeeverhalen (1993 – Dedalus/Nijgh & Van Ditmar)
- Het land van tante Marie (2002 – Manteau)
- De maquette, roman (1987 – Nioba)
- De reiziger, de veroveraar en de autochtoon, reisverhalen (1992 – Houtekiet)
- De Ronde van de maan, reisverhalen -en brieven (1996 – Icarus/Anthos)
- Dorpers, roman (2007 – Manteau)
- Entre deux mers. Dagboekfragmenten, brieven en overpeinzingen, egodocument (2010 – Manteau)
- Genezijde. Verhalen (2012 – Manteau)
- Hallo, Ween, jeugdboek (2002 – Standaard uitgeverij)
- Het Gelag, roman (1995 – Dedalus/Nijgh & Van Ditmar)
- Het gemis (1998)
- Het Walvisoor, jeugdboek (2000, – Standaard Uitgeverij)
- Landverloren, verhalen van het water(2004 – Meulenhoff/Manteau)
- Uit het meer – kroniek van een dorp, verhalen (1990 – Dedalus)
- Weg naar Frankrijk, reisverhalen -en impressies (2006 – Manteau)
Poëzie
- De dagen zijn beschadigd. (2017 – Vrijdag, Antwerpen)
- De zon regent koperen spijkers. (2021 – Vrijdag, Antwerpen)
- Het land draagt de wind (2007 – ’t Oneindige Verhaal)
- Ingesponnen (2010 – Manteau)
- Omgekeken (2001 – Manteau)
- Over de dingen (2019 – Vrijdag)
- Scherven, bibliofiele uitgave op 30 exemplaren (2004 – Pampiere Werelt)
- Soms raakt de zee van liefde puur verstild, een bloemlezing van 100 zeegedichten (1997 – Icarus/Anthos)
- Vergezichten (2003 – Manteau)
- Weerslag (2005 – Manteau)
- Zaailingen, poëziedebuut (1998 – Manteau)
- Zekerheden. (2016 – Vrijdag, Antwerpen)
Theater
- Februari, kort verhaal uit Uit het meer, door Wannes Van De Velde in het Antwerps bewerkt en een tijd lang deel uitmakend van zijn programma opgenomen.
- Aan boord van de ss Venezuela, korte monoloog, als hoorspel gebracht door VRT3 op 25/12/98. Door ‘Radio Zeeland’ begin september 2001.
- De Biechtspiegel, première op 02/03/2000, gebracht door ‘Het gevolg’, met Mark Verstraete als acteur, werd 59 keer in heel Vlaanderen gespeeld. Ook 10 keer in Zeeland.
- Het Walvisoor, jeugdtheater, première, 01/10/2000 te Hamme, werd 61 keer opgevoerd. (herwerking van de jeugdroman uit 2000)
- Een engel in de zon, monoloog, première 17/01/2002, te Turnhout. . Regie: Frie Couwenberghs. Werd 15 keer opgevoerd.
- Hallo, Ween, met Filip Jordens en Wigbert van Lierde, première, Hasselt, 23/10/2002. Werd in 2003 hernomen, in totaal 36 opvoeringen.
- Gij begrijpt weer niet wat ik bedoel, door theater Speels, première 12/11/2003 in het Fakkeltheater te Antwerpen. Voorlopig 14 opvoeringen.
- En het dorp zal lachen, verteltheater, geschreven i.s.m. Pjeroo Roobjee en Wigbert Van Lierde, première te Diepenbeek op 15/10/2006. (31 maal gespeeld)
- Mijnheer de juge, monoloog, door Bart Plouvier geschreven en gebracht, première op 16/12/07 te Koksijde.