home | Inloggen
Aantal schrijvers: 532 | Aantal boeken:

15464

Roggeman, Willy

Willy ROGGEMAN

Ninove, 9 juni 1934

Vlaams dichter en (proza)schrijver (Ninove 9.6.1934). jazzmusicus, stichtend-lid van de “Willy Roggeman Jazz lab” jazzrecensent, redacteur van de tijdschriften Tijd en Mens, Gard Sivik en Komma en criticus van het dagblad Vooruit (van 1955 tot 1965). Doctor in de Letteren en Wijsbegeerte.

Werkte van 1953 tot 1976 aan een reeks boeken, die hij vanaf 1969 als een samenhangend, gesloten oeuvre opvatte, zijn Opus finitum. Van de 30 boeken waaruit deze reeks bestaat zijn er 19 gepubliceerd, in een andere volgorde en voorzien van een ander opusnummer dan men op grond van de tijd van ontstaan zou verwachten

BIOGRAFIE

Willy Roggeman wordt op 9 juni 1934 te Ninove geboren. Hij woont er nog steeds.

1939 – 1948: lagere school en lager secundair onderwijs aan de Rijksmiddelbare Jongensschool te Ninove (Grieks-Latijn-Wiskunde).

1944 – 1948: stedelijke Muziekacademie te Ninove. Instrumentenklas: sopraansaxofoon.

1950-1960: LERAARSCHAP –TIJDSCHRIFTEN- EERSTE PUBLICATIES

1948 – 1951: hoger middelbaar onderwijs aan het Koninklijk Atheneum te Aalst (Oude Humaniora).

1948 – 1951: schrijft for the fun filmscenario’s en maakt musicals.

1951 – 1955: licentie Germaanse Filologie aan de Rijksuniversiteit Gent.

1953 – 1976: Opus Finitum (30 werken).

  • Vanaf 1969 is Willy Roggeman zich bewust van het feit dat zijn boekpublicaties zich naar een gesloten opus toe ontwikkelen, dat hij binnen een bepaalde fase van zijn bestaan dient te voltooien als constructieve/ constructivistische methode van artisticiteit.

Zomer 1953: gedichtencyclus Nuages. Louis-Paul Boon, die de gedichten toevallig in het tijdschrift van het Koninklijk Atheneum Aalst leest, nodigt Willy Roggeman uit tot medewerking aan het avantgardetijdschrift Tijd en Mens (1954).

1954 – 1955: medewerker van Tijd en Mens.

1954 – 1965: vast medewerker van kunstpagina Vooruit.

1955 – 1977: leraar hoger secundair rijksonderwijs en vanaf 1962 leraar algemene vakken hoger niet-universitair rijksonderwijs van de 2de graad (Technisch ingenieur) aan het Hoger Rijskinstituut voor Technisch Onderwijs te Aalst.

1959 – 1963: redacteur van Gard Sivik.

Is in de jaren 60 en 70 lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden die hij verlaat omdat hij haar activiteiten te stereotiep dor oordeelt.

1961:  debuteert met een bundel essays over jazz De adem van de jazz, al snel gevolgd door meer essayistisch werk Literair labo (1965) Roggeman zal nog meer jazzologieën uit zijn pen laten vloeien.

1962: een eerste roman Het goudvisje, bekroond met Leo J. Krynprijs, gevolgd in 1964 door een prozaboek Blues voor glazen blazers. Een proza in cool.

1963 – 1966: jazzkroniekschrijver voor het Nederlandse blad Kunst van Nu.

1964 – 1968: samen met Paul de Wispelaere en René Gysen richt hij het tijdschrift Komma op. Hij is er ook (kortstondig) redacteur van. Komma ‘s poëticale uitgangspunten stonden in de destijds grensverleggende jaren ’60,  het dichtst bij zijn eigen ideeën over het statuut van de tekst.

1966: een eerste dichtbundel Nardis. Gedichten 1953-1964.

JAZZMUSICUS – JAZZ CRITICUS  – JAZZ PRESENTATOR-PROGRAMATORR

Zelf is Roggeman een begenadigd jazzmusicus (vooral sopraansaxofoon), die in de leer ging bij grote meesters als Thelonius Monk en Charlie Parker.

1966 – 1974: vast jazzkroniekschrijver in het weekblad De Bond. (voor een overzicht van zijn bijdragen in dit blad zie: Willy Roggeman – Afdeling Nederlandse literatuur

1967 – 1974: jazzbijdragen in het culturele weekblad K&C.

1967 – 1982: leader van het door hem gevormde WR Jazz Lab en WR Jazz Quartet.

  • Als jazzmusicus en stichtend-lid van de “Willy Roggeman Jazz lab” bestaande uit Willy Roggeman (sax), Firmin Timmermans (drum), Willy de Bisschop (bas), Mark van den Hoof (sax) had hij optredens tijdens onder andere Free jazz festival Gent, Jazz Bilzen, Poetry International Rotterdam, Jazz- en Bluesfestival Ninove.
  • Vanaf de jaren 70 lid van de Werkgroep Improviserende Musici (WIM), waarvoor hij de theoretische verdediging, ingediend bij het Ministerie van Cultuur, schrijft.

1970 – 1974: presentator – programmator verbonden aan de jazzsectie van BRT1 & BRT3.

1953 – 1976: OPUS FINITUM (30 WERKEN).

Vanaf 1969 is Willy Roggeman zich bewust van het feit dat zijn boekpublicaties zich naar een gesloten opus toe ontwikkelen, dat hij binnen een bepaalde fase van zijn bestaan dient te voltooien als constructieve/ constructivistische methode van artisticiteit.

Hij publiceert een lijst met dertig titels, waarvan er zeker een tiental nog niet geschreven waren. Wat een lef !

Over OPUS FINITUM  (Uit DBNL: C. Offermans)

Het Opus finitum bestaat uit zeer heterogene werken. Naast romans (Blues voor glazen blazers, 1964; Catch as catch can, 1968) en dichtbundels (Nardis, 1966; Indras, 1973) zijn er erudiete essays over literatuur (Literair labo, 1965; Glazuur op niets, 1981) en over jazz (Free en andere jazz-essays, 1969). Is de traditionele genreaanduiding voor een aantal van deze boeken al problematisch, voor prozawerken als Yin/Yang (1964) en De axolotl (1967) is zo’n typering welhaast onmogelijk.

Het centrale thema van al deze boeken is niettemin duidelijk: het probleem van de artisticiteit. Roggeman ziet in de autonome kunst de enige mogelijkheid om aan de vulgaire, vormloze realiteit te ontsnappen. Als reactie op die als discontinu ervaren realiteit is dit werk sterk autobiografisch en fragmentarisch. Door talloze dwarsverbindingen, herhalingen en variaties te bewerkstelligen, alsmede door de personages te splitsen en te verdubbelen probeert hij die versplintering weer enigszins op te heffen.

Het Opus finitum, dat vooral in de talrijke essayistische delen getuigt van een ongewone kennis van de moderne, in hoofdzaak Duitstalige literatuur (Nietzsche, Musil, Rilke, Benn, Jünger, Trakl), neemt in de Nederlandse literatuur een aparte plaats in. Dat het zo weinig wordt gelezen, hangt o.a. samen met Roggemans weigering ook maar enige concessie te doen aan de lezer. Door het nogal eens duistere kunst-theoretische jargon is het moeilijk toegankelijk.

1977: promoveerde aan de UIA tot doctor in de Letteren en Wijsbegeerte (Universiteit Antwerpen) op een proefschrift  over een gedicht van Maurice Gilliams:  Een gedicht. ‘Tweespraak in de herfst’ door Maurice Gilliams, analyse en synthese.

1978: kortstondig assistent aan de Hogescholen voor Industrieel Ingenieur te Gent en Brugge.

1979 – 1989: verkiest ondanks protest der cabinetards de functie van leraar (met behoud van rechten) aan het Hoger Rijksinstituut voor Handel en Administratie met Normaalleergangen te Aalst boven de ‘bevordering’ tot assistent aan de Hogescholen.

1978: zwaar ziek. Wordt geopereerd aan het hart wegens stenosis aortae (UZ te Gent). Er wordt een biokunstklep type Hancock ingeplant. De hartafwijking gaat terug op de gevolgen van een aanval van scarlatina (roodvonk) in de winter 1940 – 1941.

1977: Doctor in de Letteren en Wijsbegeerte (Universiteit Antwerpen). Scriptie: Een gedicht. ‘Tweespraak in de herfst’ door Maurice Gilliams, analyse en synthese.

1981 – 1982: andermaal presentator – programmator verbonden aan de jazzsectie van BRT3.

1986: stopt zijn activiteiten in het onderwijs en wordt in 1989 op medische gronden gepensioneerd. Ere-leraar.

1986 – 1991: schrijft in deze periode geen woord.

1990: oordeelt de periode der Britse sportwagens afgesloten en besluit niet langer auto te rijden en Ninove nog slechts te verlaten in geval van overmacht. Monomaan op het schrijven gericht bestaan.

1991-2002: ROGGEMANS TWEEDE OPUS: USQUE AD FINITUM

1991 – 2002: voortzetting en voltooiing van de cycluswerken Usque ad finem die in 1977 werd begonnen.

Roggemans tweede opus, Usque ad Finem, werd geschreven tussen 1977 en 2002. De toon in dit opus wordt gekenmerkt door een meer reflectieve houding. De fanatieke schrijfdwang waarmee de werken in Opus Finitum gecomponeerd werden, is weggevallen. Veel ervan is tot op heden ongepubliceerd gebleven. Zie archief Willy Roggeman – Afdeling Nederlandse literatuur

2001 (voorjaar): tweede, zeer complexe, meervoudige hartoperatie uitgevoerd door Dr. R. De Geest van het cardio-chirurgenteam van het OLV Ziekenhuis te Aalst.

2001 (herfst): andermaal chirurgische ingreep wegens eventratie.

2002: einde van Usque ad finem. Voorbereiding van de publicatie der verzamelde gedichten. Start van de Post Opera Supplementa.

2003….: ‘POST OPERA SUPPLEMENTA’ EN VERDERE GESCHRIFTEN

2003 – 2009: Willy Roggeman begint aan het derde deel van zijn opus: Post Opera Supplementa. Hiermee sluit de auteur zijn literaire carrière af. In 2008 publiceerde de uitgeverij het Balanseer al drie werken uit dit opus, Betoverende Katastrofe, Cadenas en in 2014  Arabesken met zot Polleken. Roggeman blikt terug op zijn carrière in deze werken.

2004: publicatie van vijftig jaar gedichten: De gedichten 1953 – 2002.

  • Vanaf 1986 toenemend immobilisme wegens wervelkolomaandoening en rugproblemen. Blijft dagelijks (tot 2001) een uur op de punchball oefenen.

2009-2010: schrijft nog 10 delen Annex Documenta en 10 delen Protocollen

Sinds enige tijd berust een groot deel van het persoonlijke archief van Willy Roggeman in de Centrale Bibliotheek van de Universiteit Gent. Het archief is er gedeponeerd op verzoek van de auteur. De ontsluiting ervan staat onder de supervisie van Prof. dr. J. Pieters, die door de auteur werd aangesteld tot ‘nalatenschapbeheerder van het artistieke werk’.

MEER OVER WILLY ROGGEMAN

  • P. de Wispelaere, `Blues voor glazenblazers’, in Het Perzische tapijt (1966);
  • Idem, `Tussen moerbei en visgraat’, in Met kritisch oog (1967);
  • J. Wesselo, `Fenomenologie van de drek’, in Literair Lustrum, 2 (1973);
  • H. Beurskens, `Farao en de statiese lyriek’, in Nieuw Vl. Tijdschr., 30 (1977);
  • G. Wildemeersch, W.R. Een monument te harer ere (1979);
  • S. Hertmans, `Ethiek en ethos’, in Nieuw Vl. Tijdschr., 33 (1980);
  • G. Wildemeersch,`W.R.’, in Kritisch lexicon van de Nederlandstalige lit. na 1945 (1983).
  • Hans Demeyer, Carl De Strycker en Sven Vitse, De ruimte van Roggeman, SEL-Reeks, Academia Press, Gent (2013)

BEKRONINGEN

  • 1962:  Leo J. Krynprijs voor Het goudvisje.
  • 1963:  Dirk Martensprijs voor de cyclus Kalkvrouw. Visgraatman.
  • 1965:  Ark-Prijs van het Vrije Woord voor Blues voor glazen blazers (geweigerd door de auteur, opgedrongen door het Ark-comité).
  • 1966:  Essayprijs Referendum van de Vlaamse Letterkunde voor Literair labo.
  • 1971:  Bijzondere prijs van de Jan-Campertstichting voor de essaybundel De ringen van de Kinkhoorn.
  • 1975:  Rode Vossen – prijs Malpertuis.
  • 1976:  August Beernaertprijs der Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en  Letterkunde voor het proza Gnomon.
  • 1980:  Arthur A. Cornetteprijs der Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde voor de essaybundel Lithopedia.
  • 1982:  Driejaarlijkse Staatsprijs voor Kritiek en Essay voor Glazuur op niets.
  • 2005:  Plantin-Moretus-prijs voor De gedichten 1953 – 2002.
  • 2009: Plantin-Moretus-prijs voor Betoverende katastrofe.
  • 2009: Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse Provincies voor Cadenas

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Websites

  • Vakgroep Nederlandse literatuur | Willy Roggeman
    • Op deze website vindt men: een korte biografie, een volledig overzicht van het literaire werk (gepubliceerd en ongepubliceerd) binnen de drie oeuvre-componenten, een overzicht van publicaties van en literatuur over Roggeman, alsook gegevens, muziekfragmenten en beeldmateriaal over het WR Jazz Lab en tenslotte een kleine selectie uit Roggemans beeldend werk.
  • DBNL auteur – Willy Roggeman

SMAAKMAKER

JAZZ

De Mangioni’s lieten de blues los. Onschuldig en speels. Als een jonge hond. Het was prettig om te horen hoe zij muzikale buitelingen maakten, elkaar in een nauw gangetje brachten waar zij alleen dank zij een verbluffende technische acrobatie uit ontsnapten. Ik begreep dat men in jazz iemand kon liefhebben of haten. Iemand onder de voet kon lopen en verpletteren. Iemand kon optillen of wegblazen als een zeepbel.

En langzamerhand maakte de muzikanten het zich moeilijker. De technische buitelingen raakten na enige chorussen in onbruik. Ze gingen eraan voorbij. Er werden diepere lagen beproefd. Melodieën werden misvormd, gemarteld en geradbraakt om dan herboren te worden als vreemde, verbijsterende schoonheden, die mij duurzamer, waardevoller, pijnlijker schenen.
Vernietigen om te scheppen. Opruimen om zichzelf te worden. Een eigenaardige les van drie chocoladejongens, die ieder ogenblik demonischer werden. Was er een grens aan deze metamorfose ? Hoelang werd een creatie voldoende gekanaliseerd? Het ritme werd lichamelijker, vleselijker. Thigpen droeg vele dieren in zijn lichaam, bekende en ook onbekende, waarvan de kracht nog niet berekend was.

De slagwerker groeide samen met de dreigende dieren in hem. Men moet het dier liefhebben om het te breken. Kom, zei mijn lichaam, kom.

De jazz stompte in de maag en in de buik. Deze demonische ingenieurs wilden de hardste ertslagen vinden en doorboren. Deze muziek was niets anders dan hard porfier dat behamerd en beklopt zijn schoonste en teerste tekeningen prijsgaf. Witte adertjes die zich als rivieren op een landkaart of een luchtfoto grillige beddingen groeven, zenuwbanen, diep verdoken, maar beslissend in het bestaan van een lichaam.
De anderen waren van geen tel. Het was geen muziek die ons dichter bij elkaar bracht, die tranerig en sentimenteel maakte. Men kon elkaar wel toelachen, hard en wild, maar de afstand bleef. Geen mogelijkheid tot toenadering. Geen vlucht in elkaars armoede. Zichzelf betasten, de zwakke plaatsen leren kennen, hard zijn met zichzelf en met de anderen. Muziek als purgeermiddel. Men werd geslagen en moe geworpen. Verbruikt. Zonder erbarmen. De laatste make-up was van het gelaat gewreven. De Ensormaskers lagen verscheurd aan de voeten.

Uit: Het Goudvisje (1962

BIBLIOGRAFIE

Woordje vooraf

  • Na het chronologisch overzicht volgt een select overzicht van publicaties in tijdschriften.

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen
  • Piet Devos: Van reuzen tot dwergen. Bibliografie – Vlaamse schrijvers in de 20ste eeuw – Eerste drukken. Kortrijk, eigen beheer 2007
  • POËZIECENTRUM vzw – Gent

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.

Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1961 De adem van de jazz. (essays) Zaandijk: Heijnis NV. -104p.
Reeks: Gard Sivikreeks, tweede serie, deel 3
1962 Het goudvisje. (roman)
Bekroond met Leo J. Krynprijs.
Brussel/Den Haag: A Manteau. -131p.
Reeks: Ad multos vol 21
Afmetingen: 19.25 x 13 (gebonden – stofomslag)
1964 Blues voor glazen blazers. Een proza in cool. (proza)
Omslag: Leendert Stofbergen.
Foto Jack Jacobs.
’s-Gravenhage-Rotterdam: Nijgh en Van Ditmar. -133p.
Reeks: Nieuwe Nijgh Boeken nr 7.
Afmetingen: 19.75 x 13.50 (ingenaaid)
1964 Yin Yang. (essay)
Omslag: Leendert Stofbergen.
’s-Gravenhage-Rotterdam: Nijgh en Van Ditmar. -162p.
Reeks: Nieuwe Nijgh Boeken nr 6.
Afmetingen: 20 x 13.50 (ingenaaid)
1965 Literair labo. (bundel essays)
Omslag: Leendert Stofbergen.
’s-Gravenhage-Rotterdam: Nijgh en Van Ditmar. -185p.
Reeks: Nieuwe Nijgh Boeken nr 8
Afmetingen: 20 x 13.50 (ingenaaid)
1965 Jazzologie 1940-1965. (essays)
Deel 1: De adem van de jazz / deel 2: Kronieken 1961-1965
Omslag en typografie: Jan Verhaert
 Roggeman Willy 14 Brugge: De Galge.
Deel 1: 111p. Reeks: Galgeboekje nr 7
Afmetingen: 18 x 9 (pocket)
Deel 2: 118-251 p. Reeks: Galgeboekje nr 8
Afmetingen: 18 x 9 (pocket)
Drukkerij Ter Roye, Malesteenweg 120 Sint Kruis.
1965 Carl Einstein – ‘Bebuquin’. In: De onbekende twintigste eeuw. List en literatuur.
’s-Gravenhage/Rotterdam: Nijgh en Van Ditmar.
Reeks: Nieuwe Nijgh Boeken nr 9
1966 Nardis. Gedichten 1953-1964. (Poëzie)
Deeltitels: Infra-ree; Kalkvrouw. visgraatman; Nardis; Steenslag in het hart, van dorische zuilen.
Roggeman Willy 5 ’s-Gravenhage/Rotterdam: Nijgh en Van Ditmar. -110p.
Reeks: Nieuwe Nijgh Boeken nr 12
Afmetingen: 20 x 13.50 (paperback)

 

1967 Het zomers nihil. Theorie en praktijk van de artisticiteit. (proza)
Omslag: niek wensing
Roggeman Willy 1 ’s-Gravenhage/Rotterdam: Nijgh en Van Ditmar. -149p.
Reeks: Nieuwe Nijgh Boeken nr 17.
Afmetingen: 20 x 13.50 (ingenaaid)
1967 De axolotl. (verhalen)
Omslag: niek wensing.Bevat: Axolotl crescendo (de inademing) (pp 7-38); De windfokkers (pp 39-64); Axolotl diminuendo (de uitademing) (pp 65-106); De chinidine-eter (pp 107-112); Blues voor een kardinaalsmeisje (pp 113-126); Vier projecties in quartaire ruimte (pp 127-150); Woolloomooloo-finale (vier bewegingen) (pp 151-170); Those terrible pirates (drie bewegingen) (pp 171-181).
 roggeman-willy-15 ’s-Gravenhage/Rotterdam: Nijgh en Van Ditmar. -183p.
Reeks: Nieuwe Nijgh Boeken nr 19.
Afmetingen: 20 x 13.50 (ingenaaid)
1967 Over de methode. In: 5 geloofsbrieven.
’s-Gravenhage/Rotterdam: Nijgh en Van Ditmar.
1969 Catch as catch can. Een tekst. (roman)
Omslag: niek wensing.
’s-Gravenhage/Rotterdam: Nijgh en Van Ditmar. -153p.
Reeks: Nieuwe Nijgh Boeken nr 22.
Afmetingen: 20 x 13.50 (ingenaaid)
1969 Free en andere jazz-essays. (essays)
Omslag: niek wensing.
Inhoud: Inleiding tot de more free jazz (pp 5-137); Vrije marginalia 1967-1968 (pp 137-160);Elementen van een jazz bibliotheek (pp 161-206); Afkortingen van instrumenten (pp. 207-208); Register van persoonsnamen (pp 209-215).
 Roggeman Willy 13 ’s-Gravenhage/Rotterdam: Nijgh en Van Ditmar. -216p.
Reeks: Nieuwe Nijgh Boeken nr 26
Afmetingen: 20 x 13.50 (ingenaaid)
1970 De ringen van de kinkhoorn. (bundel essays)
Omslag: niek wensing
’s-Gravenhage-Rotterdam: Nijgh en Van Ditmar. -185p.
Reeks: Nieuwe Nijgh Boeken nr 30
Afmetingen: 20 x 13.50 (ingenaaid)
1970 Twee gedichten – Van artistiek concretum naar wetenschappelijke hypothese – ‘ja, ja, iets zo eenvoudigs als dwarrelen van bladeren in de herfst’ In: Over René Gijsen.
’s-Gravenhage/Rotterdam: Nijgh en Van Ditmar.
1971 Homoïostase. (essays)
Omslag: niek wensing
’s-Gravenhage/Rotterdam: Nijgh en Van Ditmar. -185p.
Reeks: Nieuwe Nijgh Boeken nr 38
Afmetingen: 20 x 13.50 (ingenaaid)
1972 Made of words. Acht structuren. (proza)
Omslag: niek wensing
Roggeman Willy 9 ’s-Gravenhage/Rotterdam: Nijgh en Van Ditmar. -131p.
Reeks: Nieuwe Nijgh Boeken nr 43.
Afmetingen: 20 x 13.50 (paperback)
1973 Indras. Gedichten 1966-1967. (Poëzie)
Deeltitels: Indras 1 5; Brain conch blues 1 3; De freemonsters/ jazzin’ april free 1 10; Cardinal theme 1 3; Indras 6 10.
Roggeman Willy 4 ’s-Gravenhage/Rotterdam: Nijgh en Van Ditmar. -106p.
Reeks: Nieuwe Nijgh Boeken nr 55.
Afmetingen: 20 x 13 (paperback)

 

1975 Gnomon. Residus en artefacten. Con- en divergenties. (proza)
Foto-verzorging: Doriann Kransberg.
Amsterdam: Malperthuis. (In de Rode Vos Postbus 5010 Amsterdam) -160p.
Reeks: Rode Vossen-reeks dl. 4
Afmetingen: 21.5 x 14.75 (gelijmd)
1977 Een gedicht.
‘Tweespraak in de herfst’ door Maurice Gilliams, analyse en synthese, reprografische editie in beperkte oplage.
Eigen beheer.
Reprografische editie in beperkte oplage.
Universitaire Instelling Antwerpen -411p.
Proefschrift UIA Germaanse Filologie.
1978 Het genetisch gebied van Benjamin Levy’s Werk. In: Benjamin Levy. Schilderijen – gouaches,
Aalst: Galerie S 65. / Amsterdam: Wetering galerie
1978 De goddelijke hagedisjes. Journaal 68/69. (dagboek)
Omslagontwerp: Herbert Binneweg
Brussel: A Manteau. / Amsterdam: Elsevier.-159p.
Afmetingen: 20 x 12.25 (paperback)
1979 Lithopedia. (bundel essays)
Omslagontwerp: Rikkes Voss.
Brussel: A Manteau / Amsterdam: Elsevier..-152p.
Reeks: Grote Marnixpockets nr 196
Afmetingen: 20 x 12.25 (paperback)
1981 Glazuur op niets. (bundel essays)
Omslagontwerp: Rikkes Voss.
Brussel: A Manteau. / Amsterdam: Elsevier.-207p.
Afmetingen: 20 x 12.25 (paperback)
1983 Alef/Farao. Cyclus van tweemaal dertien gedichten. (Poëzie – bibliofiele editie) Roggeman Willy 7 Schellebelle: Grijm vzw. -48p.
Afmetingen:  21 x 16.50 (ingenaaid)
Colofon: ‘Alef / Farao’ van Willy Roggeman is een uitgave van Grijm v.z.w., Parelhoenstraat 94, 9000 Gent. De teksten zijn gezet uit de Linotype Garamond corps 12 en gedrukt op Ingres Van Gelder Zonen 95g.
De oplage bedraagt 110 exemplaren, waarvan 100 genummerd van 1 tot 100, en 10 niet in de handel van A tot J. Alle exemplaren zijn door de auteur gesigneerd. Dit is exemplaar 8.

 

1986 Quatre Séries Fixées. (Poëzie – bibliofiele editie)
Deeltitels: Zwart partita’s op een monks klavier; Epures; Requiem for a holy ghost; Quatre séries fixées für lamento sprechstimme and free jazz unit.
Roggeman Willy 8 Schellebelle: Grijm vzw. -41p.
Afmetingen:  21.10 x 16.40 (ingenaaid)
Colofon: ‘Quatre Séries Fixées’ van Willy Roggeman is een uitgave van Grijm v.z.w., Parelhoenstraat 94, 9000 Gent. De teksten zijn gezet uit de Linotype Garamond corps 12 en gedrukt op Ingres Van Gelder Zonen 95g.
De oplage bedraagt 320 exemplaren, waarvan 300 genummerd van 1 tot 300, en 20 niet in de handel van A tot T. Alle exemplaren zijn door de auteur gesigneerd. Dit is exemplaar 115.

 

1988 Opus Magnum. (Poëzie – bibliofiele editie)
Deeltitels: Opus magnum I: 37 wintergedichten; Opus magnum II: Spectregrammen en mythologemen van een lente; Opus magnum III: Elegiaca; Opus magnum IV: Katarakt.
Roggeman Willy 6 Schellebelle: Grijm vzw. -113p.
Afmetingen:  21.10 x 16.40 (ingenaaid)
Colofon: ‘Opus Magnum’ van Willy Roggeman is een uitgave van Grijm v.z.w., Parelhoenstraat 94, 9000 Gent. De teksten zijn gezet uit de Linotype Garamond corps 12 en gedrukt op Ingres Van Gelder Zonen 95g. De oplage bedraagt 160 exemplaren, waarvan 150 genummerd van 1 tot 150, en 10 niet in de handel van A tot J. Alle exemplaren zijn door de auteur gesigneerd. Dit is exemplaar 32.

 

1992 Propos over de dichtkunst. (uit het Frans vertaalde essays)
Oorspronkelijke auteur: ALAIN (Émile Chartier)
Vertaling en inleiding Willy Roggeman.
Gent: Zegwerk.
Afmetingen: 33 x 19,5  (gebonden met koordje, in genaaide kartonnen map)
Tekst uit 1930 van Alain.
In een oplage van 110 genummerde exemplaren
1996 Postumiteiten.
Ongepubliceerd werk van Willy Roggeman.
Gent: Yang
1999 Tweemaal twee dozijn propos. (uit het Frans vertaalde essays)

Oorspronkelijke auteur: ALAIN (Émile Chartier)
Vertaling en inleiding Willy Roggeman.
Gent: Yang. -120p.
2004 De gedichten 1953-2002. (Poëzie – verzamelbundel)
Boekverzorging: Dooreman en Houbrechts.
Zetwerk: Griffo, Gent
Bevat: Nardis. Gedichten 1953 1964; Indras. Gedichten 1966 1967; Alef/farao. Cyclus van tweemaal dertien gedichten; Quatre séries fixées; Opus magnum; Gedichten buiten opus; Rizoom. Arrangementen. Derangementen. Parapoëzie; de zonnevlecht. Vijftig lyriekjes op een lijntje mythe. Buffo spektakel voor stemmen, mimen, dansers en orkest; Theorema’s uit de meetkunde der veranderingen. Chorussen met citaten; The minimalist encyclopedia; Ombiliek; Corpus 2001. Inscriptiones.
Roggeman Willy 2 Antwerpen: Manteau. / Amsterdam: Meulenhoff. -826p.
Afmetingen:  21.50 x 15 (gebonden – harde linnen kaft stofomslag)
Colofon: ‘De gedichten 1953-2002’ is een initiatief van Jürgen Pieters. De editie is bezorgd door Mark Kregting.

 

2004 Geschiedenis van de korenwindmolen te Sint-Antelinks genaamd Buyses molen of molen Ter Rijst : 1799-1976. Sint-Antelinks : Willy Roggeman. -97p.
2008 Betoverende katastrofe. Kroniek van een polychroom eremiet. (proza) Aalst: Het Balanseer vzw. -323p.
2008 Cadenas. Het gedicht. (poëzie)
Met dank aan Jürgen Pieters die op vraag van de auteur het persoonlijk archief van Willy Roggeman beheert. Het archief wordt bewaard in de Universiteitsbibliotheek Gent.
Roggeman Willy 3 Aalst: Het Balanseer vzw. -48p.
Afmetingen:  17 x 17.20 (ingenaaid-stofomslag)
Colofon: Een uitgave van Het Balanseer vzw, Aalst
Vorm en zetwerk: Danni Dobbelaere (Aalst)
Lettertype: Stempel Garamond
Papier binnenwerk: Scleipen Blaülichweisz 115gr.
Papier kaft: Curious Touch Arches Zwart 250gr.
Papier stofwikkel: Nettuno Polvere 140 gr.
Druk: Cultura, Wetteren

 

2010 Practicum, of het steriele schrijven. (proza) Aalst: Het Balanseer vzw. -326p.
2012 Lustrumprotocollen na het ontbijt.
13 prozagedichten naar aanleiding van de lustrum viering op 15 december 2012, waarbij de uitgeverij ‘het balanseer’ haar vijfde verjaardag vierde met een feestelijk evenement in Netwerk Aalst.
Boekverzorging: www.gestalte.be
Aalst: Het Balanseer vzw. -15p.
2014 Arabesken met zot Polleken. Roggeman Willy 12 Aalst: Het Balanseer vzw. -112p.
Afmetingen:23 x 14 (paperback)

AUDIOGRAFIE

2011_2012 Jazz lab / Willy Roggeman. (jazz cd’s)

In 1967 stichtte hij het Willy Roggeman Jazz Lab. In 1972 was de 3 – Unit regelmatig onderweg voor concerten: Willy de Bisschop (contrabas), Firmin Timmermans (drum) en Willy Roggeman op sopraansaxofoon, klarinet en sopraan C -recorder. Mark van den Hoof had in die periode de oorspronkelijke 4 – Unit verlaten voor een tijdelijke job als leraar in Afrika. Terug in België, werd Sessions 72 opgenomen, in augustus en september 1972. Sessions 72 is een historisch document, boordevol exuberantie, humor en haperingen.
De release van deze opnames in 2012 maakt het mogelijk om deze „action music‟ te vergelijken met de in 2011 gerealiseerde solo -opname Anarchic Rehearsal).
Roggeman Willy 10 anarchic
Roggeman Willy 11 sessions-300x300
Aalst : Het Balanseer, 2011-2012. -2 LP‟s. Oplage: 200 exemplaren.

Sessions 72 – 3&4-Unit
Willy Roggeman: sopraansax, klarinet, sopr.
C-recorder, melodica // Mark van den Hoof: sopraansax, traverso // Willy de Bisschop: contrabas // Firmin Timmermans: drums
Opname: augustus en september 1972, Ninove
Remastered: Karel De Backer
Producer: Kris Latoir & Willy Roggeman
Liner Notes: Willy Roggeman
Layout: Jeroen Wille & Ruud Ruttens
Distributie: www.instantjazz.com
Anarchic Rehearsal – Solo
Willy Roggeman: sopraansax
Opname: 8 september 2011
Recorded: Karel De Backer Studio
Recorded & mastered: Karel De Backer, Vlierzele
Producer: Kris Latoir & Willy Roggeman
Liner Notes: Willy Roggeman
Layout: Jeroen Wille & Ruud Ruttens

 

Tijdschriftpublicaties (een selectie)

1958 “R.M. Rilke” In: De Vlaamse Gids. -12p.
1960 “Wordt vervolgd”.
Samen met Buddingh, Cees; Roggeman, Willy; Sleutelaar, Hans et al.
In: Gard-sivik: vol 5 (1960-1961) afl. 19 (juli-aug 1960) p. 46-47.
1960 “Ambivalentie, een aardig probleempje”. In: Gard-sivik: vol 5 (1960-1961) afl. 21 (1960) p. 39-41.
1962 “Wordt vervolgd”.
Samen met Calis, Piet; Vinkenoog, Simon; Roggeman, Willy; [et al.].
In: Gard-sivik: vol 6 (1962-1963) afl. 1 (=25)  (mart-april 1962) p. 63-64.
1964 “De lezer Georges van Vrekhem: onschuldig illusionist en bedrieglijk goochelaar”. In: Bok: vol 1 (1963-1964), afl 9 (sept 1964), p. 40-45.
1965 … en al die moeilijke en vreemde woorden” In: Komma: vol. 1 (1965-1966), afl 3 (1965), p. 79-80.
1965 “Een analyse”. In: Komma: vol. 1 (1965-1966), afl 4 (1965), p. 44-52.
1965 Het failliet van de tijddimensie: analyse van Paul de Wispelaere’s roman ‘Mijn levende schaduw’. In: Vlaamse Gids: vol 49 (1965), afl. 12 (dec), pag. 774-780.
1966 Cytologie. In: Komma: vol. 2 (1966-1967), afl 4 (1966), p. 66-76.
1967 Joost de Geest, een verongelijkt profiteur. In: Mep: vol 2 (1967-1968), afl. 17 (april 1967), pag. 3-9
1972 “Gust Gils – hulpeloze acrobatiekjes van het problematische ik”. In: Nieuw Vlaams Tijdschrift: vol 25 (1972), afl. 8 (okt), p. 759-776.
1972 René Gijsen op weg naar Xing. In: Nieuw Vlaams Tijdschrift: vol 25 (1972), afl. 4 (april), p. 338-350
1996 “Muzikale mystieke e.a. ezelsbruggen bij Van Ostaeyen”. In: Yang Gent: vol 32 (1996), afl. 172 (maart), pag. 87-101.
2002 Opstanding” In: Kruispunt 1980: vol. 43 (2002), afl. 189 (juni), pag. 127-137.