home | Inloggen
Aantal schrijvers: 577 | Aantal boeken:

16435

 

 

Van Waeg Frans

Maakt deel uit van:

Frans Van Waeg

 Sint-Lambrechts-Woluwe 4 december 1896 – Sint-Pieters-Woluwe 8 juni 1976

Een vergeten schrijver

Van Waeg, die van 1919 tot 1924 in Leuven rechten studeerde en in de periode 1920-1921 hoofdredacteur was van Ons Leven, het oudste studentenblad der Nederlanden, publiceerde tussen 1920 en 1926 vier boekjes, waarvan ‘Jazz-Band’ zijn debuut was.
Jazz-Band: novellen en schetsen, naar alle waarschijnlijkheid het eerste gepubliceerde prozawerk in de Vlaamse literatuur waarin het woord ‘jazz’ in de titel alleen al voorkomt.

BIOGRAFIE

 4 december 1896:  Frans Van Waeg werd geboren te Sint-Lambrechts-Woluwe

1914: Hij was 18 toen Wereldoorlog I uitbrak. Vermoedelijk zijn de oorlogsjaren spelbreker waardoor hij zijn universitaire studies niet zoals gepland kon aanvangen.

1916: In Vlaamsch Leven, Zelfstandig Vlaamsch Geïllustreerd Weekblad  verschijnt van zijn hand een artikel over de kunstschilder Adriaan-Johannes Madiol.

  • Het artikel is een lofzang over de schilder (geboren op 7 september 1845 te Groningen (NL)– gestorven op 16 februari 1927 te Sint Lambrechts-Woluwe) die hij prijst als een Vlaamse schilder.
  • Dit artikel is het oudste schrijfsel van zijn hand. U kan het raadplegen als u hier klikt

1919 tot 1924:  Rechtenstudies in Leuven waar hij de Vlaamsgezinde studentenkringen frequenteert. Zo wordt hij lid van K.V.H.U., ofwel de Katholiek Vlaamse Hogeschooluitbreiding.

  • Wanneer deze kring in 1919 besluit om een nieuwe studentenpet in te voeren is hij het die – samen met Stan Leurs – een gepast model gaat uitzoeken in de toen bekende hoedenzaak van Jef Mispelter in de Tiensestraat: de bruinrode flat tooit voortaan de studentenhoofden.

1920-1921: Tijdens het academiejaar 1920-1921 wordt Frans hoofdredacteur van het studententijdschrift ‘Ons Leven’.

  • Onder de schuilnaam Sus publiceert hij er tussen 1919 en 1923 een reeks schetsen, die samen met andere teksten gebundeld zullen worden in zijn debuut Jazz-Band.
  • In de 33ste jaargang van Ons Leven verschijnen Pedante Brieven aan een schacht. Ook deze teksten zullen in 1921 apart worden uitgegeven door de Leuvense Vlaamsche Drukkerij onder de titel Het Leutige Leven.

1920: Publicatie van Jazz-Band. Novelle schetsen

  • Jazz-band is een bundeling van 10 schetsen en novellen, die blijkens de dateringen tot stand kwamen tussen 1915 en 1920. Niet één ervan bevat verwijzingen naar jazz. Dat doet merkwaardig genoeg wel de ongetitelde en op 11 mei 1920 gedateerde tekst van nauwelijks anderhalve pagina waarmee het boek opent
  • Naar alle waarschijnlijkheid is het eerste gepubliceerde prozawerk in de Vlaamse literatuur waarin het woord ‘jazz’ in de titel alleen al voorkomt.
  • Recensenten stonden overwegend positief tegenover deze ‘moderne’ roman. (zie: Meyboom, Frans Van Waeg, Jazzband, in Vlaamsche Arbeid, jg 11, 1921, p. 41-43 & J.P. Frans Van Waeg: Jasz-band, novellen en schetsen. De Vlaamsche Boekenhalle, Leuven, Gent en Leiden, 112 blz, 4,5 fr. In Dietsche Warande en Belfort. Jaargang 1921

1921: Van zijn volgende publicatie  Het leutige leven. Pedante brieven aan een schacht. – gepubliceerd bij de Vlaamsche Drukkerij in Leuven – zijn in de literaire kritiek tot op heden weinig sporen teruggevonden. Het bundelt ‘brieven’ die Van Waeg eerder in de 33ste jaargang van Ons Leven had gepubliceerd.

1922:  Een derde publicatie: “Een verloren jaar. Schetsen en herinneringen uit het naoorlogsch militaire leven”, wordt uitgegeven in Brussel bij uitgeverij Ons Land.

  • 1926: Een recensie in Vlaamsche Arbeid (K.E., Bibliographie, Frans van Waeg: ‘Een verloren jaar’. (uitgave: Gudrun, Em.Jacqmainlaan, 98, Brussel. Jaargang 16 (1926), p. 74) laat vermoeden dat het boek wellicht in 1926 door uitgeverij Gudrun te Brussel ofwel werd heruitgegeven ofwel door haar verdeeld werd.

In die periode is hij ook getrouwd met Anna De Belder, eveneens geboortig van Sint-Lambrechts-Woluwe en van hetzelfde geboortejaar. In 1922 wordt hun zoon Jaak geboren.

  • Jaak van Waeg wordt tijdens de oorlogsjaren – als student in de rechten – praeses van het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond.
  • Hij zal tijdens de repressie heel wat al of niet vermeende collaborateurs verdedigen.
  • Is ook betrokken bij de oprichting aan bij de Vlaamse Volksbeweging en wordt er in 1980 voorzitter van

1925:  In de schoot van de Brusselse kunstvereniging “De Distel” wordt tijdens één van de 14-daagse bijeenkomsten in lokaal “Diable-au-corps” in de Brusselse ‘Koolenstraat’ (Nieuwstraat) besloten tot het oprichten van het tijdschrift De Tijdspiegel.

  • Aanstichters van het tijdschrift zijn Mr. Frans van Waeg, Marcel Stijns, Luc Peerenboom en Pieter Céoen.
  • Verder zegden ook dr. W. van Eeghem, dr. F. de Pillecijn, dr. De Bruyne, Karel Leroux, Paul Kenis, Reimond Herreman, H. van Overbeeke. Dr. O. Dambre, Urbain Van de Voorde, H.C. Boert, A.M. Pols, Edw. Moreels e.a. hun medewerking toe.
    • Het nieuwe tijdschrift wil niet zijn een maandblad van enkele letterkundigen, die een stelling of strekking in engeren zin zijn toegedaan, uit louter behoefte aan onderlinge bewierooking. Wat in De Tijdspiegel het bindend element zal uitmaken, is de behoefte van allen om, op de hun eigen wijze, bij te dragen tot de ontwikkeling van de Nederlandsche kultuur zonder in het minst de buitenlandsche lichtstralen van zijn vlak te weren.”
  • In ‘Het Vaderland’, Avondblad B van zaterdag 31 januari 1925, p. 2, wordt het nieuwe tijdschrift aangekondigd. Het eerste nummer verschijnt op 15 februari 1925.

1927:  NAP – dat zijn laatste boek zal blijken te zijn – wordt niet bijster goed onthaald. Harde woorden vallen hem te beurt:

  • Pallieteriana de troisième zone. Lokaalkleur en boert. De tribulaties van een vrijgezel die wordt aangehengeld, en ondanks zijn misogyne inborst eindelik moet duimen leggen. Een kleinburgerlike zedentekening waarvan het middenpunt ligt te Brussel en waarvan de straal reikt tot Evere en Ukkel. V.J.B.”  (bron: V.J.B., Frans van Waag: ‘Nap’. Uitg. Gudrun, Brussel. in Vlaamsche Arbeid. Jg 22, nr.17, 1927, p. 128.
    • Hij scoort er evenwel mee in de parochiezaaltjes. Zo lezen we in de Katholiek-Vlaamsch-Nationaal Weekblad voor Iseghem en omliggende ( Jg 2, Nr. 8, zondag 19 februari 1928, p. 2. ) dat “den niet genoeg bekenden letterkundigen Frans Van Waeg” op 9 februari 1928 voor de Vlaamse Bond “Eigen Leven” een zeer gesmaakte voorlezing hield uit zijn boek Nap.
      U kunt het verslag online raadplegen: http://www.tenmandere.be/kranten/De%20Mandelgalm/1928/1928-02-19.pdf

Na dit handvol boeken en schrijfsels zal Frans Van Waeg zijn literaire pen neerleggen.

DE JAREN DERTIG

Heeft Van Waeg zijn literaire ambities opgeborgen, dan is dat niet het geval met betrekking tot de Vlaams – nationalistische politiek.

  • Hij is lid van de Bond der Vlaamsche Rechtsgeleerden, of hij heeft er althans toch contacten mee. De secretaris van deze Bond, Hendrik Borginon zal later de schoonvader worden van Jaak Van Waeg, de zoon van Frans.

Frans van Waeg beweegt zich reeds van in zijn jonge jaren volop in het flamingantische cultuurleven, en wordt in de jaren dertig overtuigd adept van het nieuwe orde gedachtengoed van het VNV. Tijdens de tweede wereldoorlog zou hij actief collaboreren.

WERELDOORLOG II

10 november 1940: Van de hand van Frans verschijnt een artikel in het blad van de VOS, het Verbond der Vlaamse Oud-Strijders. (22ste jaargang, nr. 31, p. 2, 3) :

  • Het artikel toont niet alleen zeer duidelijk hoe diepgeworteld het anti–Belgicisme onderhuids is, het bevat ook de verantwoording en de goedkeuring van de collaboratie door de V.O.S.. Er heerste duidelijk diepe teleurstelling over het uitblijven en/of mislukken van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd.

“Ons goed. De Vlamingen, de leden van V.O.S. hebben steeds dien dag gevierd in gesloten gezelschap, zonder ruchtbaarheid en zeker zonder vaderlandsche opwinding. Op 11 november herdachten zij enkel hun gevallen makkers, het einde van de nutteloze slachterij en de blijde terugkomst in hun haardsteden na vier jaar afwezigheid […] Maar geen oogenblik peinsden zij op de militaire overwinning, noch op de victorie met wapengeweld. Het was overigens geen zege voor hen. 11 november ‘18 heeft hun neerlaag als volk bevestigd en voor 22 jaar bestendigd. Voor zoo iets hoeft ge niet te juichen noch te vlaggen.”

Verder wordt in het artikel de nadruk gelegd op de totaal verschillende inhouden die aan de 11-novemberherdenkingen gegeven werden. Voor officieel België was 11 november HET feest bij uitstek,

“den apotheose van den militairen roes en de patriotardischen waanzin. Een groot spektakelstuk voor de goedgeloovige massa en meteen een handig geënsceneerde oorlogspropaganda met soldatenrevues, fakkelgezwaai en estafettenloop. En spijts hun “minute de silence”, hun rouwfloers, hun wagenwielkransen en hun akelig – macaberen hooge – hoed – ernst, om de oude kwenen en den voldaenen bourgeois eens aangenaam te doen rillen, klonk dat alles hol, valsch en gevoelloos. Het was discreet en ingetogen als een feestkanon. Fooratmosfeer en Barnumregie […] die nationale feestdag (was) de triomf van den haat, van den onverzoenlijken, nooit afgelegden, steeds zichzelf voldoenden haat met het n’oublions – jamais – slagwoord als hoofdmotief […] En dat is onze glorie en onze eer, dat wij, Nationalistische Vlamingen en leden van V.O.S., daar steeds misprijzend zijn aan voorbij gegaan.”

December 1942: Wordt voor de V.N.V. lid van de Bestendige Deputatie van Brabant en speelt hij dus een rol in de machtsgreep. Hij is ook V.N.V.-arrondissementsreferent voor Bestuurszaken in Brussel.

Februari 1944: Frans van Waeg wordt door de Duitse bezetter aangesteld als  Verwalter bij Het Algemeen Nieuws.

  • Kort na de bezetting van Brussel ging de N.V. De Standaard niet in op de wens van de Duitse autoriteiten, om de krant De Standaard opnieuw uit te geven. De vennootschap verving haar bladen door een publicatie, waarvoor zij verplicht werd een reeds bestaande titel te kiezen. Zo werd Het Algemeen Nieuws de kop van een dagblad, met Alfons Martens, als hoofdredacteur. Het Algemeen Nieuws was de eerste Belgische krant die onder de bezetting verscheen. Zij bereikte een gemiddelde oplage van 140.000 exemplaren en was daarmee de tweede grootste Vlaamse krant. Zij volgde een Vlaamsgezinde koers, in de lijn van de vooroorlogse De Standaard.

Frans van Waeg, ontsloeg Martens en verving hem door Staf van Nuffel. Sindsdien ging het blad een meer radicale collaboratietoon aanslaan.

Het Algemeen Nieuws verscheen van 25 mei 1940 tot 2 september 1944

NA DE OORLOGSJAREN

Oktober 1946: Wordt schuldig bevonden aan collaboratie en veroordeeld

8 juni 1976:  Overlijden Frans Van Waag op 80 jarige leeftijd in Sint-Pieters-Woluwe. Het Verbond der Vlaamse Academici wijdde als hulde een klein stukje aan hem

 GERAADPLEEGDE BRONNEN

  • Dit lemma steunt op onderzoek verricht door de heer Jeroen Van der Auwera, historicus en directeur van het Atheneum Pitzemburg, onder de titel : Wanneer boekbanden interessanter zijn dan de inhoud zelf. De vergeten schrijver Frans Van Waeg (1896-1976). Zijn onderzoek is vooral gericht op de grafiek die de cover van Van Waeg’s roman NAP siert en waarvan de naam van de graficus nergens vermeld staat. Zijn conclusie is dat graficus Jos Léonard zo goed als zeker als de ontwerper en uitvoerder van de modernistische opdruk kan worden beschouwd.
  • We zijn de heer Van der Auwera dank verschuldigd voor zijn welwillende toestemming om uit zijn artikel de informatie te mogen puren nuttig voor dit lemma.

 Websites


SMAAKMAKER

Dit is een jazz-band: wilde klanken, vele en allerhande hakkelvooiskens in sourdien; lawaaierige harmonie van discordante geluiden; valsche akkoorden op gebarsten instrument; vulgaire begeleiding op gekende motieven. Dit is een onartistieke parodie, koud machteloos gedeklameer van een asthmatieker: nerveuze gebaren, puil-oogen-in-rood-gezicht en schorre stem; ruw nageschreeuw van: hoog-blije trompetten, vinger-geschuifel van precoce straatjongen; zinderende cymbalen van wellust; tragisch nood-snijden-dwars-door-nacht der sirene; piano-geneur van verliefde quatre-mains; neger-tamtam en rustieke melodie van Panfluitje. En ook van: landelijk festival-geschetter van fanfare-koper, monotone trom-doodstap; wervelvalsen; exotieke fox-trotsmarschen in langoureuze bars; Credo-orgel in Hoogmis; kwijnende zinderingen van vioolsnaren; weemoed van woudhoorn; Vlaamsche strijdliederen.

 Uittreksel uit de ongetitelde en op 11 mei 1920 gedateerde tekst van nauwelijks anderhalve pagina waarmee het boek Jazzband opent

Akwarellen (eveneens uit Jazz-Band)

14 Maart.

We liggen op droogen grond van geveld sparrenbosch. Ik met het hoofd op de zij van m’n vriend, naar de zonne even boven de koppen der boomen. Lucht wit -blauw, als was er ’n voile over gespannen. Hier en daar witte vegen van roerlooze wolkskens. Rond de einders loopt ’n grijze band als van verwaasde bergruggen.
De wind waait zachtjes tegen ons aan. Hij ratelt in m’n oor met het geluid van klapperende vlagjes.
Als ik de oogen toeknijp is de lucht als ’n effen mat glas, de zonne wordt ’n schijf van prismieke kleuren.
M’n vriend draait zich. ‘k Leg m’n hoofd lager op z’n rug. Ik pier weer de oogen, en er hangen tuilen en gerben van roode, gele en blauwe sterretjes aan m’n wimpers, die dan openplooien als waaiers boven en omlaag, als ik de oogen weer open.
Beneen is het bosch sombergroen en bloot. Water blinkt in sloten.
Menschen spitten en de aarde ruikt sterk.

17 Maart.

In de struikbeek: ’n moerasachtig boschje. Op ’n gevelde boom.
Blauwe lucht met blauwe wolken, iets donkerder, meer schaliekleur, maar met zelfde vormen als op Delftsch porcelein.
Langs de horizonten helder-grijze wolken. Als stoomdamp.
Rond ons de canada’s, de stammen vol lichtsparkels. Op den grond liggen de afgevallen bladertjes, doorschijnend als canevas. Ouwe tulle; bruine kantrondekens.

17 April.

Alles smerig-nat. Grauwe triestigheid. Wat dikke botten op de boomen.
’t Veld als in volle winter. De wegen glimmend.

– April.

Gewandeld langs de beek. ’t Zonneke liep met mij mee in het water. Levende zilveren kwik,
uiteenloopend, dansend, elastiek op de beekgolfjes.

 

 BIBLIOGRAFIE

Woordje vooraf

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience –Antwerpen.
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles
  • Piet Devos: Van reuzen tot dwergen. Bibliografie – Vlaamse schrijvers in de 20ste eeuw – Eerste drukken. Kortrijk, eigen beheer 2007

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klik op de foto

Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgever 1ste druk
1916 ‘De Kunstschilder Adriaan-Johannes Madiol’ (artikel) In:  Vlaamsch Leven. Zelfstandig Vlaamsch Geïllustreerd Weekblad, 27 februari 1916, p. 264 en 265
1920 Jazz-Band. Novellen en Schetsen.

Een voorpublicatie, ‘Akwarellen’ verscheen in het tijdschrift Vlaamsche Arbeid, 1919-1920, p. 303-307

Leuven ; Gent ; Leiden : De Vlaamsche Boekenhalle -112p.

Afmetingen: 16.50 x 12 (ingenaaid)

1921 Het leutige Leven. Pedante brieven aan ’n Schacht. Leuven: De Vlaamsche Drukkerij -56p.

Afmetingen: 22 x 13 (ingenaaid)

z d
[1925]
Een verloren jaar. Schetsen en herinneringen uit het naoorlogsche militair leven. Brussel: Drukkerij “Ons Land” , 9-11 Sterckxstraat. -99p.

Afmetingen: 19.50 x 13 (ingenaaid)

z d
[1927]
NAP (verhalen)

Afbeelding op cover naar alle waarschijnlijkheid Jos Léonard.

Brussel: Gudrun -128p.

Afmetingen: 19.50 x 13 (ingenaaid)