home | Inloggen
Aantal schrijvers: 525 | Aantal boeken:

15394

Van Peene, Hippoliet

Maakt deel uit van: ,

Hippoliet Van Peene

Kaprijke, 1 januari 1811 – Gent, 19 februari 1864

Hippoliet Jan van Peene was aanvankelijk arts, maar late voltijds theaterauteur, regisseur en publicist.

Hij schreef ongeveer zestig blijspelen, drama’s, en zangspelen. Bracht virtuoos amusementstheater dat met groot succes tot aan WO I in zowat alle Vlaamse zalen werd opgevoerd.

Drijvende kracht achter de oprichting van de Minardschouwburg te Gent

Schreef in 1845 de tekst voor het volkslied “De Vlaamse Leeuw” dat door Karel Miry werd op muziek gezet.

 

 

BIOGRAFIE

1 januari 1811: Geboren te Kaprijke.

  • Het stond in de familiale traditie geschreven dat Hippoliet van Peene ofwel medicus zou worden, ofwel zijn weg in de toneelwereld zou zoeken.
    • Zijn grootvader – onderwijzer, medicus en politicus – stichtte in Boekhout een rederijkerskamer.
    • Zijn vader was als medicus een tijdlang verbonden aan het militair hospitaal te Gent en had achtereenvervolgens een praktijk in Gent, Lovendegem, Boekhoute en Drongen.
    • Een oom stichtte in Assenede een letterkundig genootschap.
    • Diens zoon werkte mee aan het Nederduitsch letterkundig jaarboekje.

1830: In het begin van de jaren 1830 werkte hij (dan nog als muzikaal begeleider, tweede violist! Sommige bronnen vermelden fluitist) mee aan het amateurgezelschap ‘Yver Doet Leeren’. In herberg De Dry Hoefyzers in Mariakerke voerden zij vooral uit het Frans vertaalde blijspelen op.

  • De eigenaar toonde maar weinig interesse voor de historische activiteiten van het gezelschap en wanneer de lokale pastoor zich tegen de voorstelling van Korzebues ‘De kluizenaar van Formentera’ verzette, verhuisde de groep naar “In den Prins”, een herberg in het stadscentrum, waar vanaf 1838 ook de Fonteinisten onderdak vonden.
  • In deze periode tot zowat 1835 schreef hij vooral imitaties van Franse vaudevilles.
  • Nadien schakelde hij over naar Vlaamse theaterteksten.

12 augustus 1834: Promoveert tot dokter in de geneeskunde aan de Universiteit te Leuven.

29 maart 1837: Huwt met de actrice en zangeres Virginie Miry (tante van toondichter Karel Miry).

December 1837: verhuist naar Gent.

  • Van jongsaf aan had hij een bijzondere voorliefde voor de schouwburg.  Kon het anders dan dat hij te Gent een toneelgezelschap oprichtte,  ‘De Ware Vrienden – Les Bons Amis’, voor wie hij Franse toneelstukjes vertaalde en opvoerde ?

4 maart 1840: Stichtte, met anderen, het gezelschap ‘Broedermin en Taelyver’ en zorgde voortdurend voor nieuwe stukken op het repertoire.

  • De directe aanleiding tot het stichten van ‘Broedermin en Taelyver’ is weinig spectaculair. Enkele leden van de studentenvereniging ‘De Ware Vrienden – Les Bons Amis’, waaronder Van Peene en enkele jongere leden  van De Fonteine wilden zich graag inschrijven voor de toneelwedstrijd in Oostende.
  • Aangemoedigd door hun succes bij die wedstrijd, gaven zij in het seizoen 1841-1842 een reeks vertoningen in zaal Parnassus (aan de Gentse Houtlei). Zo ontstond de Maatschappij van Letter- en Toneelkunde Broedermin en Taelyver die vanaf 1849 de titel “Koninklijk” mocht dragen. Van Peene was penningmeester, ontpopte zich als regisseur en schrijver van nieuwe stukken, kortom een drijvende kracht binnen het gezelschap.

Januari 1841: Schreef zijn eerste Vlaamse toneelstuk, Keizer Karel en de Berchemse Boer, dat ten voordele der armen op het toneel werd gebracht.

  • Zij, die er de eerste rol in vervulde, was Virginie Miry, van Peene’s echtgenote.
  • Het stuk was ontstaan uit een weddenschap met de Dendermondse dichter Prudens van Duyse, en kende vrijwel onmiddellijk een onverwachte bijval.
  • Carlos Tindemans (in: ‘Hippoliet van Peene 1811-1864’ ; Spiegel der letteren, 4 (1960)) schrijft hierover dat de ware redenen van het succes niet heel duidelijk zijn, maar dat het “hem in een verblindend licht [heeft] geplaatst als een toneelgenie’, terwijl hij, als we hem ontdoen van het historisch verguldsel, zich niet echt onderscheid van “de massa schrijvelaars en mensen vol goede didactische bedoelingen maar zonder creatief talent die hem omringen”

Het blijft echter een onomstotelijk feit dat de successen elkaar vanaf 1841 elkaar in hoog tempo opvolgden, en dat die ondanks hun gebreken – nagenoeg tot aan de Eerste Wereldoorlog in alle Vlaamse schouwburgen, zalen en zaaltjes werden gespeeld. Een greep: Everaerd en Suzanne of het boetende landmeisje (1841); Roosje zonder doornen (1842); De slotmaker van Wyneghem (1851); Baes Kimpe (1855); De viool van den duivel (1860).

Die populariteit ontleende hij aan het virtuoos amusementstheater dat hij op de bühne wist te toveren.

  • De personages zijn karikaturen, de plot voorspelbaar. De emoties zijn zwart-wit, maar Van Peene wist wat de gemiddelde toeschouwer van een toneelstuk verwachtte.
  • Geen sterke stellingnames inzake flamingantisme, maar de gevoeligheden rond dit thema werden scenisch perfect vorm gegeven.
  • Succesnummers waren steevast de verwaandheid van de adel, de verwikkelingen ten gevolge van de standsverschillen, huwelijksperikelen en buitenechtelijke strapatsen.

1845 : Van Peene schrijft tekst voor de De Vlaamse Leeuw het Vlaams volkslied, op muziek gezet door Karel Miry.

Voornaamste inspiratiebronnen voor de tekst:

  • De ‘Leeuwenzang in de Brabantse Yeesten’ van Jan van Boendale.
  • “Der deutsche Rhein”  (Sie sollen ihn nicht haben, den freien Deutschen Rhein…)”, een populair strijdgedicht van de Duitser Nikolaus Becker (1809-1845).
  • Floris Prims in ‘Het ontstaan van ‘De Vlaamsche Leeuw’ wijst op nog meer bronnen waaruit de tekst volgens hem is ontstaan.

De ontstaansdatum van De Vlaamse Leeuw:

  • In vele publicaties wordt kritiekloos aangenomen dat Van Peene De Vlaemsche Leeuw in 1847 zou hebben geschreven. (gebaseerd op Ada Deprez De Vlaamse Leeuw: Feiten en stemmingen uit de jaren 1840-1848. Jaarboek 1960 (tweede Reeks, nr 2) van ‘De Fonteine’ te Gent, 1961, die zich baseert op A. Jacob A. Jacob, De datering van ‘De Vlaamsche Leeuw’, in: De Nieuwe Taalgids 8 (1914), blz. 132-134.)
  • De datum 1847 is echter fout. Zoals Chris Impens in zijn onderzoek duidelijk vastlegt is de correcte datum waarop de tekst werd neergeschreven 22 juli 1845. (Zie http://devlaamseleeuwfeitenfouten.blogspot.be/
  • Uit dat onderzoek leren we ook -we citeren-: “De eerste attestatie van ‘De Vlaamse Leeuw’ na het handschrift is de publicatie van de tekst ervan, op 7 november 1847, in het zondagsblad Gentsch Vosken. (Jaargang 1, nummer 9.)

[…]

  • De tweede attestatie van de tekst, tevens de eerste met de muziek erbij, vinden we in Oude en nieuwe liedjes, byeen verzameld door F.A. Snellaert, uit 1852”.

1846: Tussen 28 juni 1846 en 5 juli 1846 verhuist Van Peene van de Peperstraat 3 naar de Wijngaardstraat 12.

“Als arts moet Van Peene enigszins actief gebleven zijn, want hij adverteerde jarenlang, en systematisch, in de Gazette van Gent een spectaculaire behandeling van geslachtsziekten in zijn kabinet.

Vergelijken we de advertentie van 28 juni 1846 (links) met die van 5 juli 1846 (rechts), dan zien we dat Van Peene, tussen die twee data in, van Peperstraat 3 naar Wijngaardstraat 12 verhuisd is.”

(Geciteerde tekst en afbeelding overgenomen uit Chris Impens, http://devlaamseleeuwfeitenfouten.blogspot.be/

1846: Van Peene, Ondereet en enkele andere leden van Broedermin, overtuigden bouwmeester Louis Minard om een (Vlaamse) schouwburg te bouwen.

  • Er was in Gent inderdaad geen enkele andere behoorlijke zaal waar Vlaamse toneelgroepen terecht konden. Vanaf de opening van de Minardschouwburg (op 27 juni 1847) in de Walpoortstraat, speelde Broedermin daar en concipieerde Van Peene zijn stukken speciaal voor de mogelijkheden van deze zaal. De openingsplechtigheid van de “Minard” (de eerste vaste Vlaamse toneelzaal!) werd opgeluisterd door de opvoering van zijn ‘Brigitta of de twee vondelingen’, een zangspel in drie bedrijven.

1858: Van Peene was de eerste auteur, die de driejaarlijkse Staatsprijs voor Toneelletterkunde ontving. Hij kreeg de prijs voor zijn drama Matthias, de beeldstormer.

Van Peene schreef ongeveer zestig blijspelen, drama’s, en zangspelen. De bekendste zijn De twee echtscheidingen (1845) en Een man te trouwen (1845).

Grosso modo kan zijn toneelwerk worden ingedeeld in drie categorieën:

  1. Vooreerst waren er een aantal zogenaamde “Parijse” stukken, vervlaamste vaudevilles en komedies waarvan hij de handeling verplaatste naar Vlaanderen, veelal naar Gent. Voorbeelden hiervan zijn De twee echtscheidingen (1845) en De wereld binnen tienduizend jaar (1858).
  2. Aan de Vlaamse literatuur ontleende hij stukken als Keizer Karel en de Berchemsche boer (1841, zijn eerste Nederlandse blijspel, naar Prudens Van Duyse), Siska van Roosemael (1844, naar Hendrik Conscience) en Jellen en Mietje (1858, naar Karel Broeckaert).
  3. Historische drama’s waren Jacob van Artevelde (1841, bij de opvoering door Broedermin speelde Van Peene geregeld de rol van Geeraard Denijs, Arteveldes moordenaar), Mathias de beeldstormer (1858) en zijn Franstalige opera Charles Quint (1857, met muziek van Karel Miry). Met zijn Jacob van Artevelde behoorde Van Peene alleszins tot de vroege 19de-eeuwse pleitbezorgers voor Arteveldes historische rehabilitatie. Voor Mathias de beeldstormer kreeg hij als eerste de driejaarlijkse staatsprijs voor Vlaamse toneelletterkunde.

In het Frans schreef hij o.m. de opera’s Jacques d’ Artevelde (1846) en Charles Quint (1857).
Zijn Volledige werken werden in 1881-1883 door Snoeck-Ducaju en Zoon uitgegeven in 61 delen.

19 februari 1864: Overlijden te Gent.

Epiloog

  • zondag 21 februari 1864: Met veel luister werd hij op  begraven op de Zuiderbegraafplaats Heuvelpoort (Ottergemsesteenweg) (pl. 1-33).
  • 16 juli 1865: Met evenveel luister werd daar een gedenkteken ingehuldigd.
  • 1898: Aan de Vlaamse Kaai staat nog een in 1898 gebouwde “villa” (thans nr. 90) die, beiden ter ere, “Villa H. van Peene” en “Villa Karel Miry” is genoemd. Ze is versierd met reliëfs met de beeltenis van beide kunstenaars en met het opschrift Door hun zangen leerden zij hun volk / zijne taal en zijn land liefhebben.
  • 1902: Tijdens een galavoorstelling in 1902 werd een borstbeeld van hem (en een ander van Napoleon Destanberg) aangebracht in de pas opgerichte Nederlandse Schouwburg.
  • 1971: In Mariakerke, aan de Brugsevaart (het huis met het huidig nr. 82, waar vroeger herberg De Dry Hoefyzers stond) werd in 1971 een plaket aangebracht met de tekst Hier werd in 1836 door H. van Peene en F.E. Lauwers Rederijkerskamer “Yver doet Leeren” gesticht.
  • 29 april 2012: Concertante opvoering van de opera “Charles Quint” gecomponeerd door K. Miry op libretto van H. Van Peene op initiatief van Lyrica Gent in de Bijloke. Deze opera werd voor het eerst (slechts 7 maal) opgevoerd in 1857.

 

Een korte appreciatie

Zijn weergaloos succes bij het publiek en bij toneelspelend Vlaanderen, en zijn staatsprijs ten spijt, was de literaire kwaliteit van zijn werken beslist niet zijn eerste bekommernis. Veel van zijn werken ademen technisch de Franse trant. Zelden overstijgen ze het niveau van het amusementstoneel, geschreven als ze zijn naar de smaak van het volkse publiek dat in de schouwburg vooral ontspanning, vermaak, een avondje luidruchtig joelen zocht. Zijn stukken hebben bovendien weinig psychologisch diepgang; zijn historische werken zijn nauwelijks onderbouwd. Hij zette enkel ongenuanceerd goede en ongenuanceerd slechte personages op de scène en zijn verraders, “valschaards”, zijn steevast Franstaligen. Kortom, een amalgaam dat door Carlos Tindemans “brulflamingantisme” werd genoemd.

Niettemin wordt Van Peene (met de Gentenaar Karel Ondereet en de Antwerpenaar Emmanuel Rosseels) vandaag beschouwd als de man die zorgde voor de “wedergeboorte van het Vlaamse toneel”. Zijn verdienste lag er vooral in, dat hij bij een breed publiek belangstelling wekte voor het Vlaamse toneel, net zoals Hendrik Conscience dat deed voor het Vlaamse proza. In Gent luidde hij het ontstaan van een Nederlandstalige toneeltraditie in.

 

Meer over H. Van Peene

  • Napoleon Destanberg: H. van Peene en zijne werken (1865)
  • Léonard Willems: Peene, Hippolyte-Jan van, in: Biographie nationale de Belgique, dl. 16 (1901), kol. 816-825. Met uitgebreide bibliografie van werken van Van Peene
  • A. Bertrang: H. van Peene, 1811-1864 (1903)
  • Carlos Tindemans, Hippoliet van Peene, 1811-1864, in: Spiegel der Letteren, jrg. 4 (1960), p. 252-272
  • R. Muys: H. van Peene : een bijdrage tot de kennis van zijn leven en werk (1964)
  • Ada Deprez: Peene, Hippoliet Jan van, in: Nationaal biografisch woordenboek van België, dl. 2 (1966), kol. 663-672.
  • Hilde Verschaffel: Peene, Hippoliet van, in: Nieuwe encyclopedie van de Vlaamse Beweging (1998), p. 2406-2407

 

Geraadpleegde bronnen

Websites

Referenties

  • Frank Peeters, “Te zijn of niet te zijn” Toneelletterkunde en theaterpraktijk als manifestatie van burgerlijke beschaving. In: Ada Deprez: Walter Gobbers; Karel Wauters (red.): Hoofdstukken uit de Vlaamse letterkunde in de 19de eeuw. Deel 3. KANTL Gent 2003 pp.258-261.

 

BIBLIOGRAFIE

Woordje vooraf

  • Na het chronologisch overzicht vindt u nog een overzicht alfabetisch op titel van zijn toneelstukken en een korte opsomming van zijn franstalige opera’s.

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel – Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.

A. Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1841 Keizer Karel en de Berchemsche boer, blyspel met zang in 2 bedryven. Gent: Snoeck-Ducaju. -40p.
1841 Everaerd en Suzanna, of Het boetende landmeisje: oorspronkelyk drama met zang in drie tydvakken. Gent: Hoste. -70p.
1841 Jacob van Artevelde, of Zeven jaren uit de geschiedenis van Vlaenderen. Drama in 5 bedryven. Gent: Hoste. 102p.
2e druk 1863
1842 Roosje zonder doornen: drama-vaudeville in zes tafereelen. Gent: Hoste. -83p.
1842 Van der Snick of de kapitein der Burgerwacht, kluchtspel in 1 bedryf. Gent
1842 Thyl Uilenspiegel, of De gefopte bruidegoms: kluchtspel met zang in één bedrijf. Gent: Hoste. -59p.
1842 De twee echtscheidingen: vervlaemscht blijspel met zang in één bedrijf. Gent: Hoste.
1843 Klaes Kapoen, of De roeping van eenen straetjongen: blyspel met zang in twee tydvakken. Gent: Hoste. -55p.
1843 Clotilde, drama in 5 bedryven, naar het Fransch van F. Soulié Gent : F.L. Dullé-Plus. -114p.
1844 Siska van Roosemael, blyspel met zang in 1 bedryf. Antwerpen: Drukkerij Van Dieren. -82p.
1844 Het likteeken: drama in dry bedryven en een voorspel. Antwerpen: Drukkerij Van Dieren. -82p.
1845 Een man te trouwen, blyspel met zang in 1 bedryf. Antwerpen: Buschmann. -60p.
1845 Wit en zwart: blyspel met zang in 1 bedryf. Antwerpen: Buschmann. -63p.
1845 De Vlaemsche Leeuw, nationael gezang, met muziek van Karel Miry.

  • Eerste attestatie in drukwerk zonder muziek: op 7 november 1847, in het zondagsblad Gentsch Vosken. (Jaargang 1, nummer 9.)
  • Eerste attestatie in drukwerk met muziek: 1952 in Oude en nieuwe liedjes, byeen verzameld door F.A. Snellaert.
Autograaf in de Universiteitsbibliotheek te Gent.
1846 De gek van ‘s-Gravenhage, drama in 5 bedryven. Gent: Snoeck-Ducaju. -92p.
1846 Jacques van Artevelde: grand-opéra national en cinq actes et six tableaux. Gent: Dullé-Plus. -38p.
1847 Brigitta, of De twee vondelingen: blyspel met zang in dry bedryven. Gent: Snoeck-Ducaju. -78p.
1848 Jan de Vierde, historisch drama in 5 bedryven. Gent: Hoste. -88p.
1848 Een domme vent, blyspel in 1 bedryf. Gent
1850 Adam en Eva, of De verbodene vrucht: blijspel met zang in een bedrijf. Gent: Hoste. -46p.
1850 Willem van Dampierre, drama in 5 bedryven. Gent: Hoste. -88p.
1851 De profeet: groot kluchtig zangspel in vyf bedryven en acht tafereelen.
Woorden van Eugeen Scribe, zonder muzyk van Meyerbeer
Gent: Verhulst. -48p.
1851 Fortunatus’ beurze, blyspel met zang in 1 bedryf. Brussel: Dehou. -48p.
1851 Katarina, drama in 5 bedryven. Gent
1852 De Slotmaker van Wynegem, drama met zang in 3 bedryven. Brussel: Dehou. -96p.
1853 De Violier, blyspel met zang in 1 bedryf. Gent: Hoste. -60p.
1853 De Weerwolf, blyspel met zang in 1 bedryf. Brussel: Dehou. -58p.
1853 De Dragonder van Latour, gelegenheidstafereel. Gent: Hoste. -32p.
1854 99 beesten en éénen Boer, vervlaemscht kluchtspel met zang in 1 bedryf. Gent: Hoste. -48p.
1854 Twee Hanen en eene Henne, blyspel met zang in 1 bedryf. Gent: Hoste. -53p.
1854 Tamboer Janssens, blyspel met zang in 2 bedryven. Gent: Hoste. -78p.
1854 De zoon van den gehangene, tooneelspel in 1 bedryf. Gent: Hoste. -48p.
1854 De wandelaer der Joden, groote parodie in 5 bedryven en 10 tafereelen. Gent: Dullé Plus. -64p.
1854 La Lanterne Magique: opéra-féerie en trois actes. Gent: I.S. van Doosselaere. -60p.
1854 De profeet: groot kluchtig zangspel in vyf bedryven en acht tafereelen. Gent: Drukkerij Verhulst. -48p.
1855 Het portret, blyspel in 1 bedryf en in verzen. Antwerpen
1855 Vader Cats of een nertje van het Buitenleven: blyspel met zang in 1 bedryf. Gent: I.S. van Doosselaere. -45p.
Reeks: Tooneelbibliotheek vol. 6
1855 Het Belfort, of de koop van Vlaenderen, romantisch tooneelspel in dry bedryven en 4 tafereelen. Gent: I.S. van Doosselaere. -55p.
1855 Baes Kimpe, drama in 5 bedryven. Gent: I.S. van Doosselaere. -108p.
Reeks: Tooneelbibliotheek vol. 16
1855 A zoo’ ne klont, blyspel in 1 bedryf. Gent: I.S. van Doosselaere. -47p.
1856 La Belgique ou le règne de 25 ans, à propos lyrique en 1 acte, musique Miry (Ch) Gent: I.S. van Doosselaere.
1857 ‘s Avonds in de mane, blyspel met zang 1 bedryf. Gent: I.S van Doosselaere. -42p.

Reeks: Tooneelbibliotheek vol. 38
1857 Charles-Quint: grand-opéra en trois actes et cinq tableaux.

29 april 2012: Concertante opvoering van de opera “Charles Quint” gecomponeerd door K. Miry op libretto van H. Van Peene op initiatief van Lyrica Gent in de Bijloke. Deze opera werd voor het eerst (slechts 7 maal) opgevoerd in 1857.
Gent: I.S. van Doosselare. -63p.
1858 Jellen en Mietje, Gentsch volksblyspel met zang in één bedrijf. Gent: I.S van Doosselaere. -48p.

Reeks: Tooneelbibliotheek vol. 46
1858 Mathias, de beeldstormer, hist. drama in 5 bedryven (bekroond). Gent: I.S. van Doosselaere. -110p.
1858 De wijze is niets gering.
1858 Katarina: drama in vyf bedryven en zes tafereelen. Gent: I.S. van Doosselaere. 95p.

Reeks: Tooneelbibliotheek vol. 41
1858 De wereld binnen duizend jaer, Fantastisch blyspel met zang in 3 bedryven met een voorspel in 2 tafereelen en een naspel. Gent: I.S. van Doosselaere. -116p.

Reeks: Tooneelbibliotheek vol. 52
1860 De treffelyke lieden, blyspel in 3 bedryven. Gent: I.S. van Doosselaere. -89p.

Reeks: Tooneelbibliotheek vol. 60
1860 De postieljon van Maria Theresia, blyspel met zang in 1 bedryf. Gent: I.S. van Doosselaere. -54p.

Reeks: Tooneelbibliotheek vol. 54
1860 De paraplu van P. Krammers, Nieuwstraet No. 45, blyspel met zang in 1 bedryf. Gent: I.S. van Doosselaere. -46p.

Reeks: Tooneelbibliotheek vol. 61
1860 De Belgische vrijschutter of De verbroedering: blijspel met zang in één bedrijf. Gent: I.S. van Doosselaere. -36p

Reeks: Tooneelbibliotheek vol. 58
1861 Hotse-botse, blyspel met zang in 1 bedryf. Gent: I.S. van Doosselaere. -48p.

Reeks: Tooneelbibliotheek vol. 65b
1861 Vondel, tooneelspel in 5 bedryven. Gent: I.S. van Doosselaere. -108p.
1861 De duivel op ‘t dorp, blyspel met zang in 1 bedryf. Gent: I.S. van Doosselaere. -48p.

Reeks: Tooneelbibliotheek vol. 69
1861 Het Zomerlief, operette, muziek van Frans van Herzeele. Gent
1862 Ogarita, of de wilde vrouw, blyspel met zang in 1 bedryf. Gent: I.S. van Doosselaere. -50p.

Reeks: Tooneelbibliotheek vol. 76
1862  De Wolf in het Hageland, ernstig blijspel met zang in drij bedrijven.  Gent: I.S. van Doosselaere. -68p.
1863 De viool van den duivel, blyspel in 1 bedryf. Gent: Hoste. -60p.
1864 Karline, operette in 1 bedryf; Muziek van K. Miry Gent: Hoste. -45p.
1864 Jaloerscheid: blijspel in één bedrijf. Antwerpen: De la Montagne. -32p.
1864 Bouchard d’Avesnes: grand-opéra en cinq actes et sept tableaux. Gent: Hoste. -76p.

POSTHUUM

1875 De twee echtscheidingen: blijspel met zang in één bedrijf Amsterdam: Bom. -57p.
1877 De Boerenkermis of het Zomerlief, operette in éen bedrijf. Gent: Hoste. -40p.
1877 De Wachter verliest, blijspel in éen bedrijf. Gent: Hoste. -42p.
1877 De vrouw die haren man doet herbakken; onuitgegeven en nagelaten kluchtspel in één bedrijf. Gent: Hoste. -54p.
1881-1883 Volledige werken in 63 delen.
Bevat voorts nog:
  • Theobald en Justine: vervlaamscht blijspel met zang in één bedrijf. vol 41 -35p.
  • Een tiger van Bengalen: vervlaamscht blijspel met zang in één bedrijf. vol 35 -52p.
  • Tony, of: De aanklagende eendvogel: vervlaamscht blijspel met zang in twee bedrijven. vol 59 -48p.
  • De menschenhater en de zandboer: vervlaamscht blijspel met zang in één bedrijf. Vol 43 -48p.
  • De molenaarster van Laken: vervlaamscht blijspel met zang in één bedrijf. Vol 47 -48p.
  • Roste Pier: vervlaamscht tooneelspel met zang in drie bedrijven. Vol 39. -83p.
  • De schoolmeester: vervlaamscht kluchtspel met zang in één bedrijf. Vol. 51. -54p.
  • Het tappershuis van Lustucru: vervlaamscht blijspel met zang in één bedrijf. Vol. 49 -51p.
  • Franke Mie: vervlaamscht blijspel met zang in drie bedrijven. Vol. 37 -59p.
  • Geen rook zonder vuur: vervlaamscht blijspel met zang in één bedrijf. Vol. 53 -32p.
  • De hoed van den horlogiemaker: vervlaamscht blijspel in één bedrijf. Vol. 56 -40p.
 
 Gent: Snoeck-Ducaju en Zoon uitgegeven in 61 delen.

 

B .Vertalingen

  • Vermond, Paul; Arago, E.
    1852?. Gedenkschriften van den duivel: blijspel met zang in drij bedrijven. S.I.: s.n.
  • Gabriel, M.
    1844?. Het schoone oestermeisje: tooneelspel met zang in drie bedrijven. S.I.: s.n.

 

Van  Peene schreef ook enkele Franse opera’s, een groot aantal liederen en dichterlijke bijdragen in jaarboekjes en tijdschriften.

 

C. Alfabetisch overzicht van zijn toneelwerken, kluchtspelen, historische drama’s en zangspelen

 

  • 99 beesten en éénen Boer, vervlaemscht kluchtspel met zang in 1 bedryf. (1954)
  • ‘s Avonds in de mane, blyspel met zang 1 bedryf. (1857)
  • A zoo’ ne klont, blyspel in 1 bedryf. (1855)
  • Adam en Eva, of De verbodene vrucht: blijspel met zang in een bedrijf. (1850)
  • Baes Kimpe, drama in 5 bedryven. (1855)
  • Brigitta, of De twee vondelingen: blyspel met zang in dry bedryven. (1847)
  • Clotilde, drama in 5 bedryven, naar het Fransch van F. Soulié (1843)
  • De Belgische vrijschutter of De verbroedering: blijspel met zang in één bedrijf. (1860)
  • De Boerenkermis of het Zomerlief, operette in éen bedrijf. (1877)
  • De Dragonder van Latour, gelegenheidstafereel. (1853)
  • De duivel op ‘t dorp, blyspel met zang in 1 bedryf. (1861)
  • De gek van ‘s-Gravenhage, drama in 5 bedryven.(1846)
  • De paraplu van P. Krammers, Nieuwstraet No. 45, blyspel met zang in 1 bedryf. (1860)
  • De profeet: groot kluchtig zangspel in vyf bedryven en acht tafereelen. (1851 & 1854)
  • De postieljon van Maria Theresia, blyspel met zang in 1 bedryf. (1860)
  • De Slotmaker van Wynegem, drama met zang in 3 bedryven.(1852)
  • De treffelyke lieden, blyspel in 3 bedryven. (1858)
  • De twee echtscheidingen: vervlaemscht blijspel met zang in één bedrijf.(1842 & 1875)
  • De Violier, blyspel met zang in 1 bedryf. (1853)
  • De viool van den duivel, blyspel in 1 bedryf. (1863)
  • De Vlaemsche Leeuw, nationael gezang, met muziek van Karel Miry. (1847)
  • De vrouw die haren man doet herbakken;onuitgegeven en nagelaten kluchtspel in één bedrijf. (1877)
  • De zoon van den gehangene, tooneelspel in 1 bedryf. (1854)
  • De wandelaer der Joden, groote parodie in 5 bedryven en 10 tafereelen. (1854)
  • De Weerwolf, blyspel met zang in 1 bedryf. (1853)
  • De wereld binnen duizend jaer, Fantastisch blyspel met zang in 3 bedryven met een voorspel in 2 tafereelen en een naspel. (1858)
  • De wijze is niets gering. (1858)
  • De Wolf in het Hageland, ernstig blijspel met zang in drij bedrijven. (1862)
  • Een domme vent, blyspel in 1 bedryf. (1848)
  • Een man te trouwen, blyspel met zang in 1 bedryf. (1845)
  • Everaerd en Suzanna, of Het boetende landmeisje: oorspronkelyk drama met zang in drie tydvakken. (1841)
  • Fortunatus’ beurze, blyspel met zang in 1 bedryf. (1851)
  • Het Belfort, of de koop van Vlaenderen, romantisch tooneelspel in dry bedryven en 4 tafereelen. (1855)
  • Het likteeken: drama in dry bedryven en een voorspel. 1844)
  • Het portret, blyspel in 1 bedryf en in verzen. (1855)
  • Het Zomerlief, operette, muziek van Frans van Herzeele. (1861)
  • Hotse-botse, blyspel met zang in 1 bedryf. (1860)
  • Jacob van Artevelde,of Zeven jaren uit de geschiedenis van Vlaenderen. Drama in 5 bedryven. (1841)
  • Jaloerscheid: blijspel in één bedrijf. (1864)
  • Jan de Vierde, historisch drama in 5 bedryven. (1848)
  • Jellen en Mietje, Gentsch volksblyspel met zang in één bedrijf. (1858)
  • Karline, operette in 1 bedryf; Muziek van K. Miry (1864)
  • Katarina, drama in 5 bedryven.(1851 & 1858))
  • Keizer Karel en de Berchemsche boer, blyspel met zang in 2 bedryven. (1841)
  • Klaes Kapoen, of De roeping van eenen straetjongen: blyspel met zang in twee tydvakken.(1843)
  • Mathias, de beeldstormer, hist. drama in 5 bedryven (bekroond).(1858)
  • Ogarita, of de wilde vrouw, blyspel met zang in 1 bedryf. (1862)
  • Roosje zonder doornen: drama-vaudeville in zes tafereelen. (1842)
  • Siska van Roosemael, blyspel met zang in 1 bedryf. (1844)
  • Tamboer Janssens, blyspel met zang in 2 bedryven.(1854)
  • Thyl Uilenspiegel, of De gefopte bruidegoms: kluchtspel met zang in één bedrijf. (1842)
  • Twee Hanen en eene Henne, blyspel met zang in 1 bedryf. (1854)
  • Vader Cats of een nertje van het Buitenleven: blyspel met zang in 1 bedryf. (1855)
  • Van der Snick of de kapitein der Burgerwacht, kluchtspel in 1 bedryf. (1842)
  • Volledige werken in 63 delen (1881-1883)
  • Vondel, tooneelspel in 5 bedryven.(1861)
  • Willem van Dampierre, drama in 5 bedryven. (1850)
  • Wit en zwart: blyspel met zang in 1 bedryf. (1845)

Franse opera’s

  • Bouchard d’Avesnes: grand-opéra en cinq actes et sept tableaux. (1864)
  • Charles-Quint: grand-opéra en trois actes et cinq tableaux. (1857)
  • Jacques van Artevelde: grand-opéra national en cinq actes et six tableaux.(1846)
  • La Belgique ou le règne de 25 ans, à propos lyrique en 1 acte, musique Miry (Ch) (1856)
  • La Lanterne magique: opéra-féerie en trois actes. (1854)