home | Inloggen
Aantal schrijvers: 531 | Aantal boeken:

15464

Van de Velde, Roger

Roger van de Velde

Boom, 13 februari 1925 – Antwerpen, 30 mei 1970

Journalist en schrijver van verhalen, romans en essays.

Hij was journalist voor De Nieuwe Gazet en publiceerde ook in de jongerentijdschriften Arsenaal en Nieuw Gewas.

Roger Van de Velde kwam in 1961 aanraking met het gerecht nadat hij doktersbriefjes had vervalst om Palfium te bekomen. Het medicament was hem eerder door zijn dokter als pijnstiller aangeraden op een moment toen de verslavende werking van het product nog niet bekend was. Onbegrijpelijk maar waar: omwille van bovenvermelde fraude bracht Van de Velde met korte onderbrekingen acht jaar in gevangenissen en psychiatrische instellingen door.

In die omgeving schreef hij een klein literair oeuvre met blijvende waarde.

De belangstelling is grotendeels verbleekt en dat is jammer, want De knetterende schedels is een mooi boek. De korte verhalen uit het eerste deel zijn onderkoelde, ironische portretten van medegevangenen. Van de Velde kwam telkens weer terecht in gesloten psychiatrische centra waar weinig onderscheid werd  tussen de aard van de ziekte of het vergrijp. Van de Velde heeft dan ook een breed gamma aan criminele geesteszieken ontmoet.

BIOGRAFIE

13-2-1925: Geboorte te Boom van Roger van de Velde, zoon van Jan Frans van de Velde, wijnhandelaar, en Maria Callaer.

1932: Overlijden van zijn vader.

Zijn moeder hertrouwt met Louis Eykmans, een bediende op het reclamebureau van Willem Elsschot. De puberende Van de Velde begint zich ernstig te interesseren voor literatuur en maakt via zijn stiefvader kennis met Elsschot, die hij zeer bewondert.

1932-1939: Lager onderwijs in de Broedersschool te Boom.

September 1939 – mei 1940: Middelbaar onderwijs op internaat te Jemappes.

1940-1945: Middelbaar onderwijs aan het Sint-Henricuscollege te Antwerpen.

1942: Op zijn achttiende stuurt Van de Velde een gedicht op naar Elsschot, ter beoordeling.

‘Schuldbewustzijn

Des avonds,
nadat ik met mijn vrouw
ajuin en haring heb gegeten,
– wij eten altijd haring en ajuin –
begluur ik haar eens schuin,
grijp ik naar mijn hoed
en met een vluggen, bangen groet
stap ik op straat en ben meteen
de eeuwige belofte weer vergeten.
Maar door de toegeslagen deur
voel ik het diep verwijt
van haar wanhopigen blik
zoodat een onverklaarbaar spijt,
een onbenoemd verdriet
mij beven doet van schrik
bij elken droppel die ik
in mijn gulzig keelgat giet.’

Elsschot geeft hem het volgende advies: ‘Goed, mits een paar wijzigingen in de voorstelling. Schrijf uitsluitend over mensen en dingen die gij kent en doe het zo sober, zo eerlijk mogelijk, zonder u te storen aan modeverschijnselen en de praat voor de vaak van geleerde estheten.’.  De woorden zijn niet ongegrond, de jonge Van de Velde is zelf niet bekend met de sleur van het huwelijkse leven. Elsschot proeft misschien iets van zijn eigen gedicht ‘Het huwelijk’, dat ook de sleur van het getrouwde leven als uitgangspunt heeft.

Van de Velde neemt Elsschots advies ter harte. Bij het analyseren van zijn werk zal blijken dat hij Elsschots woorden steeds hoog in het vaandel heeft gehouden.

Zendt verschillende verhalen in naar literaire tijdschriften.

1945: Publicatie van “De Dorpsveroveraar“.

1946 – 1947 : Van de Velde is 21 jaar oud en moet in dienst bij het leger. Daarover zegt hij later: ‘Bij het leger kwam ik voor de eerste maal in openlijk conflict met het gemanipuleerde gezag en een, naar mijn gevoel, even vernederende als zinloze discipline. […] Na twaalf maanden onbehagen heb ik mijn uniform afgelegd met een immens gevoel van opluchting, en verder heeft het vaderland zich niet over mij te beklagen.’

28 juni 1947: Huwelijk met Rosa Verboven.

1947: Indiensttreding als journalist bij De Nieuwe Gazet.

1 september 1947: Geboorte van zijn dochter Thérèse / Eerste maagoperatie.

23 maart 1950: Geboorte van zijn zoon Max.

19 mei 1951: Geboorte van zijn zoon Luc / Tweede maagoperatie.

September 1956: Belgisch kampioen zwemmen voor sportjournalisten / Eerste Palfium-kuur.

Maart 1960: Derde maagoperatie.

September 1961: Eerste arrestatie.

20 februari 1962: Internering in Antwerpen (daarna in Doornik en Merksplas).

11 februari 1963: Vrijlating.

2 maart 1963: Internering in Antwerpen (daarna in Doornik).

21 februari 1964: Vrijlating.

4 maart 1964: Internering in Antwerpen.

19 maart 1964: Vrijlating.

26 juni 1964: Internering in Antwerpen (daarna in Turnhout).

15 februari 1965: Vrijlating.

19 februari 1965: Internering in Antwerpen (daarna in Turnhout).

9 oktober 1965: Vrijlating.

28 maart 1966: Internering in Antwerpen (daarna in Merksplas).

28 november 1966: Vrijlating.

1966: Van de Veldes eerste verhalenbundel Galgenaas wordt gepubliceerd,

  • Hij heeft de bundel de gevangenis uitgesmokkeld door passages te verstoppen in zijn wasgoed. De verhalenbundel bevat een zestiental verhalen die zich allemaal in de gevangenis afspelen. In de inleiding schrijft Van de Velde dat de mens weliswaar fysiek valt op te sluiten, maar geestelijk niet.

18 augustus 1967: Internering in Antwerpen.

1967: ‘De slaapkamer’ (verhalen) verschijnt. Bekroond met de Dr. Philipsenprijs voor verhalend proza.

11 januari 1968: Vrijlating.

25 april 1968: Internering in Antwerpen (daarna in Turnhout).

27 december 1968: Vrijlating.

29 maart 1969: Internering in Antwerpen.

28 augustus 1969: Vrijlating.

10 oktober 1969: Internering in Antwerpen (daarna in Merksplas).

1969: Kort na elkaar verschenen De knetterende schedels en Recht op antwoord.

Het eerste werk is een verhalenbundel met twintig verhalen, net als Galgenaas is het een bundel gevangenisverhalen. Ditmaal zijn de verhalen korter en veelal beschouwend van aard.

Recht op antwoord is een pamflet.

  • Dit werk is een aanklacht tegen het Belgisch rechtssysteem. Van de Velde beschrijft hoe hij is behandeld en dat zijn straf te zwaar is voor het door hem gepleegde misdrijf. De lezer kan niets anders dan sympathie opbrengen voor deze gevangene en een afkeer krijgen van de onkundige psychiaters en politici. Zich misschien bewust van de dreiging gecensureerd te worden, zegt Van de Velde dat het niet zijn bedoeling is om onenigheid te veroorzaken binnen de politiek, maar slechts om getuigenis af te leggen van al wat hij heeft gezien.
  • Het pamflet krijgt veel media aandacht. Er wordt een actie op poten gezet waar onder andere Hubert Lampo, Jeroen Brouwers en Walter van den Broeck aan meewerken. Minister Vranckx (destijds de minister van Justitie) komt Van de Velde zelfs bezoeken om over zijn geval te praten.

3 april 1970: Vrijlating.

7 mei 1970: Ontvangt de  Ark-prijs voor het Vrije Woord.

30 mei 1970: Sterft aan een overdosis palfium.

3 juni 1970: Begrafenis op Schoonselhof, Antwerpen

  • Het  grafmonument voor Roger Van de Velde bevindt zich op perk R, rij 4. Het heeft de vorm van een gevangenisdeur in een ontwerp van Mark Macken. Hierop is de tekst “Recht op antwoord, Recht op leven” neergeschreven. Roger van de Velde werd in 1971 overgebracht van het perk W, lijn 9, van het Schoonselhof.

Epiloog

1970: Er verschijnen twee werken van Van de Velde: de verhalenbundel Kaas met gaatjes en de novelle Tabula rasa; Een farce.

1973: Drie jaar later verschijnt de laatste postume bundel De dorpsveroveraar, met als titelverhaal het verhaal waarmee hij in 1946 de aanmoedigingsprijs van de Bibliogids binnensleepte.

  • De postuum verschenen werken werden minder enthousiast ontvangen door de critici, maar een aantal verhalen werd toch zeer geprezen.

1980: De verzamelde werken van Roger Van de Velde worden uitgegeven met als titel Recht op antwoord & al het andere proza, verzorgd door Frans de Bruyn.

2000: Het tijdschrift De brakke hond wijdt een themanummer aan Van de Velde, naar aanleiding van zijn dertigste sterfdag.

2001: Een jaar later verscheen bij Nijgh en Van Ditmar De knetterende schedels, waarin ook Recht op antwoord werd opgenomen (Van de Velde zag het ook graag gebeuren dat deze werken tegelijk gepubliceerd werden in 1969, maar wegens uitgeversperikelen zat er een bepaalde periode tussen het verschijnen van de bundel en het pamflet)

2012: Erik Vlaminck  brengt Van de Velde op de planken in een toneelstuk voor drie auteurs: ‘Van de Velde. J’aimerais mieux de bouche vous le dire (sic)’

  • Première en opvoeringen: 8 t/m 11 maart & 29 mei t/m 2 juni 2012. Toneelhuis (Bourla), Antwerpen.
  • Geert Van Rampelberg, Ben Segers en Wouter Hendrickx spelen de rollen.

2015:  Op 2 juni 2015 ging in het Gemeenschapscentrum De Markten te Brussel een herdenking en evocatie door van deze schrijver. Erik De Vlaminck sprak over ‘Het levenswerk van een integer mens’.

2016: Kris Verdonck  meldt ons dat hij -als regisseur & scenarist- volop bezig is met de productie van Knetterende Schedels als kortfilm van 25′, Volgens planning komt deze productie uit op Theater aan Zee, 2017.

BEKRONINGEN

  • 1967: Dr. Philipsenprijs voor verhalend proza voor de verhalenbundel De slaapkamer.
  • 1970: Ark-prijs voor het Vrije Woord.

Geraadpleegde bronnen

Websites

 

BIBLIOGRAFIE & FILMOGRAFIE

Woordje vooraf

  • De bijdrage wordt afgesloten met een tekst van Dimitri Verhulst.

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • Piet Devos: Van reuzen tot dwergen. Bibliografie – Vlaamse schrijvers in de 20ste eeuw – Eerste drukken. Kortrijk, eigen beheer 2007

Om de fotos in de fotogalerij te vergroten klik op de foto

Chronologisch overzicht

Jaar

Titel

Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1945 De dorpsveroveraar. (verhaal) Antwerpen: Uitgeverij “Goudenregen” Sundermansstraat,  22. -15p.
Reeks: Goudregen nr 2 (Serie onder redactie van Jos Cels)
Afmetingen: 20.75 x 15 (geniet – 2 kol.)
Gedrukt bij Dirix & Van Hoye Apostelstraat 8-10 Antwerpen
1966 Galgenaas. (verhalen)
Omslag: Dick Bruna
Bevat: Proloog (pp.5-6); Hoe lang duren tien maanden ? (pp. 7-21); Geen ristorno (pp. 22-28); De bloeiende doodskist (pp. 29-38); Al de geuren van Arabië (pp. 37-69); Rodolphe Valentino of Marlene Dietrich ? (pp. 70-77); De valkuil (pp. 78-83); De vrouwen (pp. 84-89); Het psychiatrisch onderzoek (pp. 90-103); De sublieme luiaard (pp. 104-111); Homo, lieve homo (pp. 112-124); De pokerspeler (pp. 125-130); Dimitrios Christos Papathanassiou (pp. 131-144); De dode rebellen (pp. 145-151); Escapade op krukken (pp. 152-155); De hulde van het galgenaas (pp. 156-160); Na jaren voorbeeldige dienst (pp. 161-165).
1972: herdruk bij Manteau, Amsterdam/Brussel: -168 p.
Reeks: Grote Marnix Pockets nr 66 (gMp66)
Druk: C. Govaerts Deurne
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
Omslagontwerp: Robert Nix / Alje Olthof

Utrecht: Bruna (A.W. Bruna & Zoon). -165p.
Reeks: Bruna Boeken. – Utrecht; vol. 1966: 2
Afmetingen: 21 x 12.50 (paperback)
1967 De slaapkamer. (verhalen)
Bekroond met de Dr. Philipsenprijs voor verhalend proza.
Omslagontwerp: Stefan Mesker
Bevat: De slaapkamer (pp.5-14); Jolie Madame (pp.15-31); Spijtig voor het kind (pp. 32-48); Mijn geliefde en liefhebbende dochter (pp. 49-81); Juliette begraven (pp.82-91); De verjaardag (pp. 92-101); Weg met de hormonen (pp.102-123)
1972: herdruk bij Manteau, A’dam/Brussel – 128 p.
Reeks: Grote Marnix Pockets nr 32
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
Omslagontwerp: Mart Kempers / Alje Olthof

 Van de Velde Roger 7 Brussel/Den Haag: Manteau. -124p.
Reeks: Grote Marnix Pockets nr 32
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
Druk: Geuze Dordt

1971: Het verhaal ‘’Spijtig voor het kind’  werd opgenomen in de bundel ‘54 Vlaamse verhalen‘ Deel 3, samengesteld door Karel Jonckheere en Marnix Gijsen, Uitgeverij Paris-Manteau, Antwerpen pp 127-134.

1969 De knetterende schedels (verhalen)
Omslagontwerp: Stefan Mesker
Typografie: Aldert Witte
Bevat: Wit was de kater (pp.5-8); Bevroren water (pp.9-12); Ontluisterende fetisj (pp.13-18); Publieke schrijverij (pp.19-22); Naakt (pp. 23-25); De instructies van Prometheus (pp. 26-32); Homilie (pp. 33-34); Antwoord op een vraag (pp.35-39); Bokaaltje pekelharing (pp.40-44); Mosje Cheronim (pp. 45-51); Monsieur Delcourt en de wormen (pp. 52-60); Brief aan d koning (pp. 61-65); Les in wijsbegeerte (pp. 66-69); De regels van het spel (pp.70-73); Geknielde Hercules (pp.74-77); Margaritas ante porcos (pp.78-91); Artiste peintre (pp.92-96); Afscheid van Livinus (pp. 97-101); Trompet (pp. 102-104); De verboden voorwerpen (pp. 105-109).
2001: Heruitgave bij Nijgh & Van Ditmar., Antwerpen / Amsterdam.
Met een nawoord van Stefan Brijs, Johan Vandenbroucke en Erik Vlaminck. Bezorgd door Britt Kennis.
Brussel/Den Haag: Manteau. -110p.
Reeks: Grote Marnix Pockets nr 48
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
Druk: Geuze Dordt
2016: Chris Verdonck  meldt ons dat hij -als regisseur & scenarist- volop bezig is met de productie van Knetterende Schedels als kortfilm van 25′, Volgens planning komt deze productie uit op Theater aan Zee, 2017.
 
 
1969 Recht op antwoord (pamflet)
Ark-prijs van het Vrije Woord.
De naam van de schrijver is op de omslag verkeerdelijk Vande Velde gespeld
Omslag: Jan Demarets
Brugge: J. Sonneville (Orchideeënlaan 3 – Sint-Andries-Brugge). -126 blz.
Reeks: Sigma-boeken; vol. 5 / Speciale uitgave voor Willemsfonds – (Gent; vol. 210:B) en met de steun van het Oswald de Schampelaerefonds.
Afmetingen: 19.50 x 12 (paperback)
 
Colofon: Dit pamflet van Roger Van de Velde “Recht op Antwoord” werd gedrukt in een speciale oplage van drieduizendtweehonderdvijftig exemplaren in opdracht van het WILLEMFONDS en in samenwerking met de Uitgeverij J. Sonneville P.V.B.A. te Brugge vervaardigd door Drukkerij Europrint P.V.B.A. te Brugge en de Industriële Boekbinderij Walleyn P.V.B.A. te Brugge. Het omslag werd ontworpen door Jan Desmarets uit Brugge.

POSTHUME UITGAVEN

1970 Kaas met gaatjes (verhalen)
Omslagontwerp: Stefan Mesker
Foto: A. van den Abbeele
Bevat: Kaas met gaatjes (pp. 5-15); Côtes de Kabylie (pp. 16-54); Sabine over Poesjkin (pp. 55-58); Inter faeces et urinam (pp. 59-70); Van de hoeren naar de vrouwenarts (pp. 71-96).
1971: herdruk bij A. Manteau, Brussel/Den Haag- 96 p.
Reeks: Marnix Pockets nr 72 (MP72) – Paperback
Afmetingen: 18 x 10.50 (pocket)
Omslagontwerp: Stefan Mesker
1974: herdruk bij A. Manteau, Brussel – 96 p.
Reeks: Marnixreeks 9 – Paperback
Afmetingen: 19.5 x 11.50 (pocket)
Omslagontwerp: Robert Nix / Gratama & De Vries

Brussel/Den Haag: A. Manteau N.V. -96p.
Reeks: Marnix Pockets nr 72 (MP72) – Paperback
Afmetingen: 20 x 12.50 (pocket)
 
Van de Velde Roger 9   Cover Marnixreeks
1970 Tabula rasa. Een farce. (novelle)
Omslagontwerp: Stefan Mesker
Typografie: Aldert Witte
Foto: O. van den Abbeele
1972: herdruk bij A. Manteau, Brussel/Den Haag – 136 p.
Reeks: Grote Marnix Pockets nr 58 (gMp 58)
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
Omslagontwerp: Robert Nix / Alje Olthof
Brussel/Den Haag: A. Manteau N.V. -136p.
Reeks: Grote Marnix Pockets nr 58 (gMp 58)
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
Druk: Geuze Dordt
1973 De dorpsveroveraar  (9 verhalen)
Omslagontwerp: Robert Nix/ Alje Olthof
Foto: O. Van den Abbeele
Bevat: De dorpsveroveraar (pp.5-24); Het gescharrel van Adolf (pp.25-38); De advertentie (pp.39-58); Frigide (pp.59-68); Dag muis (pp.69-74); Nice but small (pp. 75-82); Het langste strootje (pp. 83-90); De bokser (pp. 91-104); De lijkwade van Turijn (pp. 105-111).
Amsterdam: Paris-Manteau. -112p.
Reeks: Grote Marnix Pockets nr 77
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
1980 Recht op antwoord en al het andere proza. (verzameld werk)

Omslag ontwerp: Alje Olthof
Bevat: Recht op antwoord; Galgenaas; De slaapkamer; De knetterende schedels; Kaas met gaatjes; Tabula Rasa; De dorpsveroveraar; Fragmenten uit brieven van Roger Van de Velde; Nawoord door Frans de Bruyn.
 Van de Velde Roger 10 Amsterdam/Antwerpen: Manteau. -818p.
2001 De knetterende schedels. (verhalen)n)
Bevat: de verhalenbundel De knetterende schedels en Recht op antwoord. Met een nawoord van Stefan Brijs, Johan Vandenbroucke en Erik Vlaminck.
Oorspronkelijke uitgave: 1969.
Bezorgd door Britt Kennis.
Omslagontwerp: Tessa Van der Waals.
Foto omslag: Leo Divendaal
Van de Velde Roger 8 Antwerpen/Amsterdam: Nijgh en Van Ditmar. -203p.p.
Afmetingen: 20,9 x 13,6 (paperback)
© Erven Van De Velde

 

FILMOGRAFIE

1979 Tabula Rasa. Naar de roman van Roger Van de Velde.

  • Regie; Bert Struys.
  • Scenario: Libera Carlier & Roger Van de Velde.
  • Cast: Jacob Beks; Wilfriede Bruienne; Joris Colette; Romain DeConinck; Jo De Meyere; Marijn De Valck; Liliane De Waegeneer;

 

Over Roger Van de Velde

Dimitri Verhulst

Bij de voorstelling van de heruitgave van Recht op antwoord en De knetterende schedels

In de zomer van 1990 liep ik verloren in de twee leegten waarmee ik toen net werd geconfronteerd. Het ene gat werd geslagen door mijn vader en het enige wat hij daarvoor moest uitvreten was doodgaan. Het andere gat gaapte de geeuw van een levensmoeë nadat ik zowat alles van L.P. Boon had gelezen. Het ene gat is nog steeds niet dichtgematst, het andere gat werd gestopt met Roger Van de Velde.
Naast de stoot van mijn vader, zijn strafste ooit, kunnen wij de leegte die Boon me liet makkelijk bagatelliseren. Niet doen. Boon was een schrijver waarmee ik me graag vereenzelvigde, wiens stijl ik als aspirant-schrijver heb nageaapt. Net als hem werd ik geboren onder de malafide fabrieksdampen op het eiland Chipka, had ik de vuilgebektheid van een carnavalstad in nüjn moedertaal laten sijpelen, en was ik er trots op de Internationale te kunnen zingen. Er was meer. Mijn grootvader was nog wezen pintelieren met Boon, tot groot ongenoegen van niijn tantes die zeiden dat de handen van de schrijver behalve schrijven ook nog wrijven, dit het liefst over hun jonge cellulitisloze billen. Dat schept een band. Ik liet de kwaadsprekerij niet aan rnijn hart komen en las Boon (van wie werd verteld dat ik als krullenbol van drie op zijn schoot had gezeten en waarschijnlijk ook gescheten) dermate gretig dat ik in de zomer van 1990 zonder leesvoer zat.
Dat is 17 zijn. Je ontdekt een schrijver, houdt ervan, zet je tanden erin. Je slokt op en kent maten in de letteren noch de liefde. 17 zijn is ook Herman de Coninck voorlezen aan een meisje waarmee je ongetwijfeld jouw allerenige keer trouwen zal. Het is verleidelijk te denken dat ik een infame flirt met een omvangrijk oeuvre als dat van Boon op die leeftijd aanging omdat ik als grote sul geen ander toeverlaat dan de klassieke muziek en de letterkunde vond. Dat ik boeken kon verslinden aan het tempo van een papierversnipperaar had er vooral mee te maken dat ik na een bergsportongeluk het bed hield voor veel te lange maanden, van de ene operatietafel op de andere werd gerold, opnieuw moest leren lopen.
Met het oog op mijn nakende studies wou ik mij de Van Dale aanschaffen, een zware investering en gezien de spellingherziening één op korte termijn, en ik nam een vakantiejob aan als receptionist en barman in het Aalsterse driesterrrenhotel Mirage. De toeristische attractiviteit van Aalst is ongekend voor de ene, onbestaand voor de andere, en weinig had ik daar aan die hotelbalie omhanden. Er was de poetsdame die haar koffiepauze aan mijn desk doorbracht; en er was de vamp van kamer 14 die haar in Chanel gemarineerde vel over een barkruk hing als een vest en een gemeenschappelijke interesse met me zocht terwijl het klokgelui van het ijs in haar derde glas whisky mij aan de somberte van de kerstperiode deed denken. Ik kon de stille uren niet te lijf blijven gaan met computerspelletjes en het bladeren door een Cosmopolitan die door één van de gasten was achtergelaten. De piano in de inkomhalwas ontstemd, een typische trek van piano’s in inkomhallen van hotels en restaurants, de prille verzen die ik eerder plengde dan pleegde hadden zo veel van me gevergd dat ik me niet nog eens liet verleiden tot het volkliederen van een kladschrift. Ik trok dan maar tijdens de middagpauze naar de toen nog naar vernis geurende bibliotheek op het eiland Chipka. Voorbijlopen aan het rek met de B van Boon en Brouwers verschafte mij de angst en het genot in doodzonde te leven, en ik drentelde naar de V van de schrijver die ik naarstig aan het worden was.
Ik leef graag op goede voet met mijn buren, ook die van het boekenschap, en was benieuwd met wie ik op een roemrijke dag een straat zou delen. Vandaag staat mijn kleine stulp naast de half-open-bebouwing van Peter Verhelst. Hij is een goede buur, speelt ‘s zondags tenminste niet met de duiven en is zo vriendelijk een hand te steken in zijn hoenderhok wanneer ik onverwachts zonder eitjes zit. Links van me woont Verhuyck, zijn muziek staat meestal te hard.
Was ik in de zomer van 1990 een bewoner van die straat geweest dan zou ik – aldus de schappen van de Aalsterse bibliotheek – Roger Van de Velde een hand kunnen geven hebben over de golfplaten die mijn koertje van zijn moestuin scheidden.
Roger Van de Velde deed op zijn eentje aan lintbebouwing : al zijn titels stonden er roerloos naast elkaar, ongekend, onbeminnd, niet verfilmd; en ik zeg het: als ik niet in hem een toekomstige buur zag dan had ik hem ook niet op de koffie gevraagd. Ziedaar de behoorlijk banale wijze waarop een mens een monument ontdekt. En een monument, met respect voor de draagwijdte van dat woord, was Roger Van de Velde.
Overal ter wereld – van St. Hubert tot aan de voet van de Uhuru Peak – hebben hotels trots een bronzen plaat in hun gevel gebetoneerd waarop te lezen staat dat Ernest Hemingway daar van dan tot dan verbleef, er dat bepaalde meesterwerkje schreef. Laat er na Hermingway leven zijn voor de bronsgieters, laat de hotels heilige huizen blijven voor de boekenmade. Boor vier gaten inde muren van hotel Mirage wat mij betreft en hang er voor het nageslacht dat ik daar kennismaakte met het werk van Roger Van de Velde. Kennismaakte is braaf uitgedrukt, in feite kreeg ik een peer op mijn muil, viel mijn mond open en vlogen er vervolgens ontketende muzen uit.
Met het voorschot op mijn allereerste loon kocht ik mij de Van Dale en het eerste woord dat ik hier in opzocht was er eentje dat Van de Velde gebruikte en ik niet begreep. Het was het woord ‘ostentatief’. Ondertussen heb ik dat woord zelf al vele malengebruikt en misschien moet worden opgemerkt dat ostentatief de wijze was waarop Roger Van de Velde zijn zinnen mende. Hij kon een verhaal doen kantelen in tien of minder woorden.
De dochter komt thuis met een neger, tot groot ongenoegen van de vader die meent dat een bonobo geen partij is voor een kind. En als de dochter dan uiteindelijk trouwt met haar roetzwarte minnaar rest de vader niets anders dan de Untermensch in zijn armen te nemen en hem te smeken zijn dochter gelukkig te maken. Het plot implodeert, wat soms meer opruimwerk tot gevolg heeft dan een explosie, en daar, onaer anaere, was van ae Velde een virtuoos in.
Te vaak, als men het al over Van de Velde had, heeft men zijn literaire kwaliteiten ondergeschikt gemaakt aan zijn biografie. Van de Velde slikte meer dan men wou zien, ook zijn verhaalclimaxen heeft hij ingeslikt. Een ex-kapper belandt zo zot als een drilnoot in de psychiatrie en mag daar de rol van barbier op zich nemen, een kwestie dat hij de voeling met de ware wereld bewaart. We zitten in het verhaal op het ogenblik dat de ik- protagonist zwetend, met een klokkende adamsappel op de kappersstoel zit. Zijn baard is ingezeept, het glimmende mesje wordt op zijn vel gezet. We horen het raspen van de stoppels. De lezer voelt de barbier barbaar worden, verwacht ieder ogenblik het bloed op zijn blad te horen droppelen. Maar Van de Velde viert zijn schriftuur naar jouw hoofd. Er gebeurt niets. En als er iets gebeurt, als het lemmet zich in een slagader zet, dan is het daar : in je hoofd. Het knetteren vindt onder jouw eigen schedel plaats.
Tot de grootste uitdagingen van elke schrijver moet worden gerekend de lezer op een korte en krachtige manier in het verhaal te trekken. De eerste alinea moet volstaan. En zie wat Van de Velde doet : een man heeft twee liefdes, zijn kat en zijn biefstuk op zondag. Wij moeten onze vinger nog natlikken om de eerste bladzijde om te slaan als het verhaal al is opengespat : de kat heeft de biefstuk opgegeten.
Van de Velde zal geen woonkamer opvoeren om dan uitvoerig te beschrijven van welke houtsoort de meubels zijn vervaardigd, tot welke stijlperiode de schilderijen aan de muur behoren. Hij houdt de elementen over die er toe doen, wat hij overhoudt is de mens. Mens met kleine m, zoals we hem trouwens kennen. De mens is zijn eigen ballast, wie heeft geleefd kon dit ondervinden, en dus hoeven er niet nodeloos veel elementen worden verzonnen om de opbouw van een roman te verzorgen. Als een romanpersonage bij Van de Velde naar bed gaat dan zien we dat personage niet de trap opgaan, zijn tanden poetsen, de slaapkamerdeur opentrekken, enzovoort. Wat valselijk de indruk wekt dat zijn romans een verzameling kortverhalen zijn. Veel onrecht is hem aangedaan, ook op dat punt: één kortverhaal van hem is twee romans. Hij laat verhaallijnen opzettelijk liggen, voor de lezer waarmee hij eerlijk is en die hij niet onderschat.
Iets frappeert me. Het is elfjaar geleden dat ik mijn laatste Van de Velde dichtsloeg en toch kan ik meer pagina’s van zijn hand navertellen dan van auteurs die dikkere pillen schreven en die ik veel recenter heb gelezen. Roger Van de Velde beklijft. Zijn verhaalstof lijmt als de beesten.

In het overzicht van de literaire geschiedenis van Vlaanderen wordt Roger Van de Velde omschreven als de uitbeelder van het rumoerige wereldje van de boze jongelui, echt waar, en moet in die context drukinkt delen met Julien Weverbergh, Herwig Leus, Herman J. Claeys, Jan Emiel Daele, Marcel van Maele en Lucienne Stassaert. De meeste leden van dit clubje zijn nog steeds levend en redelijk wel. Ook zo hebben zij voorlopig Van de Velde overleefd. Het ziet er zelfs naar uit dat hem geen plaats is gegund als de prominentste Van de Velde in de Vlaamse letterkunde. Boekengidsredacteur en theaterman Anton Vande Velde blijkt vele vellen literatuurstudie waard te zijn. Zijn voornaamste werk was ‘Tijl’, zijn tweede voornaamste ‘Tijl II’. En zelfs de architect Henry Van de Velde steekt zijn kop op in Lettergem als het brein achter Herman Teirlincks monumentaliteit.

In diezelfde jaren 90 maakt een Franse boekverkoper in een milde decembermaand zijn jaarlijkse boekhouding en komt tot een droeve vaststelling: zijn kassa klopt. Als de kassa van een boekhandel klopt betekent dit dat er geen boeken werden gestolen. Niets is bedreigender voor een beschaving dan de dag waarop er geen boeken meer worden gestolen. Maar aan mij zal deze ondergang niet gelegen hebben. Ik heb mij in mijn langste jas met de diepste zakken gestopt en trok naar de boekenwinkel, waar ik mijn lange vingers de opdracht gaf Roger Van de Velde te ratten. Maar ik had een probleem. Niet de camera, want die hing er niet. Roger Van de Velde was niet leverbaar, zijn werk was afgeschreven. Alleen in de bibliotheek lag hij nog uitgestald maar het is een erecode daar geen boeken te tjoepen, het is tegen de deontologie van de boekendief een titel van de gemeenschap te ratten als hij nergens anders meer verkrijgbaar is. U begrijpt mijn vreugde om het feit dat zijn titels opnieuw worden gedrukt.

Het was de laatste dag van mijn vakantiejob in hotel Mirage en alles van Roger Van de Velde had ik inmiddels achter de kiezen. Enerzijds omdat hotel Mirage niet draaide zoals het hoorde en anderzijds omdat Van de Velde mij begeesterd had. En voor één keer was het druk achter mijn balie. De Tourkaravaan was naar Aalst afgezakt om er tegen forse betaling een criterium te rijden. De lounge rook naar koersbillen, een edeler geur dan pakweg barbecuekruiden. Toen de poetsdame mijn gezelschap tijdens haar koffiepauze opzocht en me de helft van haar carré confiture aanbood vertelde ze me dat wielrenners smerige beesten zijn. Niet alleen hing hun tandpasta tot aan het plafond, ook hun vuilnisemmers lagen vol met injectienaalden. En daarmee waren we weer bij Van de Velde : voor een gedopeerde renner toeteren wij de Brabançonne als hij wint, een palfiumgebruikende maaglijder draaien we in de doos.

Daar ongeveer, in de keuken van hotel Mirage, waar de kreeften piepend in de pot gingen, nam ik mij voor mij op een dag op te werpen als de apostel van het werk van Roger Van de Velde. Niet enkel in den beginne was het woord, ook Van de Velde voerde het en heel vaak op zijn hoogst. Met het herdrukken van zijn werk wordt het vandaag gestaag ontsmoord. Dus ja, het is een eer dat ik vandaag die apostel ben, dat ik die apostel kan en mag zijn, en in mijn brieven aan de Saracenen kan noteren: “Jongens, lees nu toch eens die Roger Van de Velde. Koop hem als u geld hebt, steel hem als het moet

©  Dimitri Verhulst