home | Inloggen
Aantal schrijvers: 536 | Aantal boeken:

15559

Matthijs, Marcel

Maakt deel uit van: , ,

MARCEL MATTHIJS

Oedelem, 1 januari 1899 – Brugge, 30 augustus 1964

Autodidact en  schrijver van sociaal realistische en naturalistische romans.

Zijn bekendste roman is ‘De Ruitentikker’, tevens een hoogtepunt in zijn oeuvre.

Tijdens WOII was hij oorlogsburgemeester van zijn geboortedorp Oedelem

BIOGRAFIE

11 Januari 1899: Marcel Gustaaf Matthijs wordt als vijfde in een gezin van acht kinderen geboren in het West-Vlaamse Oedelem.
Zijn vader was een zelfstandig arbeider, gareelmaker en herbergier Felix Matthijs, zijn moeder Leopoldine De Raedt (uit Gent)

  • Hij volgt enkel lager onderwijs en staat vanaf zijn twaalfde op eigen benen. Hij doet verschillende werkjes: koewachter, kloosterknecht, loopjongen en  arbeider in de industrie. Hiervoor verhuist hij naar Brussel.

1914: bij de inname van Brussel door de Duitsers in de Eerste Wereldoorlog, keert Matthijs terug naar Oedelem.

  • Hij wordt er lid van de „Katholieke Jonge Wacht“, een vereniging die door de onderpastoor Camiel van Overschelde van Oedelem was opgericht. Het was hoofdzakelijk een toneelbond, studiekring én zangvereniging, maar blijkbaar hield ze zich toch ook bezig met politiek, politiek van Vlaams-nationale aard.  In het West-Vlaanderen van die tijd was dat natuurlijk niet zo vreemd: de traditie van Gezelle, Rodenbach, Verriest etc. werkte uiteraard verder, zeker onder jonge mensen.
  • Onder invloed van onderpastoor   werd de jonge Matthijs lid van de „Brugse Groeningewacht“, een sterk Vlaams nationalistische beweging.  Volgens Vanacker in zijn boek ‘Het Aktivistisch avontuur ‘was dit een soort knokploeg van de Vlaams-nationalisten, die Borms als hun geestelijke leider beschouwden.

Op grond van het lidmaatschap van die groep, wordt Matthijs na de oorlog aangehouden en samen met de voornoemde onderpastoor en enkele andere dorpsgenoten gedurende enkele maanden opgesloten wegens activisme. Tot een proces is het echter wegens de jeugdige leeftijd van Matthijs nooit gekomen.

1918: debuteert met een bundel van vier verhalen Gebeurtenissen, waarin armoede, dronkenschap, bedrog, ziekte en dood de toon aangeven. Hier geen meewarig pessimisme zoals bij Lode Zielens, maar zwartgalligheid en hartsgrondig fatalisme. In zijn latere werken  zal dit evolueren naar een woedende, anarchistische strijdvaardigheid.

1919-1923: om werk te vinden is hij verplicht Oedelem te verlaten. Zijn tochten voeren hem ook naar Wallonië en een enkele keer Frankrijk.

  • In Knesselare leerde hij het vak van gareelmaker – vak dat zijn vader, grootvader en andere familieleden vanouds hadden uitgeoefend.
  • Ook werkte hij een tijd in een mijn te Marchienne-Dossery in de buurt van Charleroi, een ervaring die hij verwerkt in zijn eerste echte roman de in 1929 verschenen Het Grauwvuur.
  • Ook een bureaujob heeft hij in die tijd uitgeoefend, en wel bij de bekende Victor de Lille in Maldegem. Matthijs zou zelfs met enkele artikelen hebben meegewerkt aan diens blad ‘t Getrouwe Maldeghem.

1924: huwelijk met Eveline De Lille (die geen familie is van de uitgever van de Duimpjesuitgaven). Hij gaat met zijn echtgenote in Sint-Kruis bij Brugge wonen, waar hij blijft tot in 1941, wanneer hij terugkeert naar zijn geboortedorp Oedelem.

1926 –1941: hij gaat met zijn echtgenote in Sint-Kruis bij Brugge wonen, waar hij blijft tot in 1941, wanneer hij terugkeert naar zijn geboortedorp Oedelem.

  • Rond die tijd kiest hij ook voorgoed voor het beroep van stoffeerder/garneerder, dat hij met een onderbreking zal blijven uitoefenen tot in de jaren zestig, vlak voor zijn dood. Eerst deed hij dat bij de firma ‘Art Mobilier’ in Brugge, tot 1928, daarna in dezelfde stad als meestergast-stoffeerder bij Maison Heylen-Withoek.
  • Na de oorlog zal hij het beroep op zelfstandige basis uitoefenen.

1926: publicatie van De doodslag.

  • Ademt de sfeer uit van Gebeurtenissen. Deze situatieroman vertelt hoe het hoofdpersonage Euzenie haar vader met een pook vermoordt, omdat die haar moeder heeft doodgeslagen.

1928: publicatie van Ankers en zonnen.

  • Eveneens een situatieroman. Het hoofdpersonage is een teringlijder van wie al meerdere familieleden aan de ziekte zijn bezweken, zoekt maatschappelijk succes in het dobbelspel. Hij speelt vals, wordt gearresteerd en sterft in de gevangenis.

1929: met het Het grauwvuur merken we een kentering in het oeuvre van Mathijs.

  • Opvallende evolutie: Het milieu –hier het mijnwerkersmilieu, dat Matthijs goed kende – krijgt een bredere weergave doordat het wordt ingebed in zijn specifieke socio-economische toestand.  De handeling wordt dynamischer en we krijgen ook een reeks van psychologisch verantwoorde portretten.
  • Het slot van deze roman over uitbuiting, bedrog en alomtegenwoordige vijandschap laat ook de mogelijkheid open voor een meer rechtvaardige toekomst.

1933: publicatie van De ruitentikker, het hoogtepunt in het oeuvre van Matthijs.

  • Het is de schrijver er niet uitsluitend meer om te doen de naturalistische milieuschildering te beklemtonen, maar eerder een psychologische toestand te belichten, namelijk aantonen hoe het individu op zijn ervaringen reageert.
  • Hij laat zien hoe het hoofdpersonage voortdurend onderworpen wordt aan een reeks van sociale verwachtingen en frustraties. Hoe zijn teleurstellingen in de sociale hiërarchie -zowel politiek, klerikaal als in het socialisme- hem tenslotte naar het anarchisme leiden. Hij zal dan ook in zijn eentje de ruiten van een hele buurt burgerhuizen stukslaan d.w.z. ‘tikken’. Met een haat vol cynisme dat Céline niet had misstaan, besluit hij met de verklaring dat zijn ‘koude, diepe, kalme haat voor deze wereld, een koud, klaar vuur, (….) steeds in (zich) brandend moet houden’.

1941-1944: in 1941 werd hem door bevriende politici uit Vlaams-nationale en katholieke hoek een job aangeboden – als burgemeester van zijn geboortedorp Oedelem. Hij aanvaardde die post, en hij bleef dat tot hij in 1944 aangehouden werd.

Dit burgemeesterschap in de periode 1941-´44 wordt hem na de oorlog niet in dank afgenomen.

  • De aantijgingen luidden: op de eerste en belangrijkste plaats verklikking, vervolgens zijn oorlogsburgemeesterschap dat hij oneigenlijk en ten eigen bate uitgeoefend zou hebben; en tenslotte verweet men hem ‘Duitsche theorieën’ verkondigd en gepropageerd te hebben. Bewijzen daarvan waren één roman uit 1942 (Menschen in den strijd ), en één artikel in een collaborerend en expliciet nationaalsocialistisch blad over de Vlaams-Duitse cultuurdagen van 1941 in Keulen, waar hij aan deelnam. In verband met dit laatste werd ook een mogelijk lidmaatschap van DeVlag onderzocht.
  • Voor de verklikking en voor het misbruik van het ambt van burgemeester werd hij -zowel in eerste aanleg als in beroep- expliciet vrijgesproken. Ook van enig lidmaatschap van DeVlag was blijkbaar geen sprake; alhoewel van dit punt enkel gezegd werd dat er geen bewijs voor was.
  • Matthijs wordt in eerste aanleg tot vier, in beroep tot zes jaar veroordeeld werd voornamelijk dus voor “ideologische collaboratie, het verspreiden en propageren van ‘Duitsche theorieën’”. Van de oorspronkelijke zes jaar gevangenisstraf, zit hij er twee uit.

Ter info: tijdens de oorlogsperiode publiceerde Mathijs twee boeken, nl. De gouden vogel in1941 en  Menschen in den strijd (1942) . Daarenboven verschenen er nog vier verhalen in tijdschriften. Twee ervan waren elders reeds verschenen nl  ‘Schoenmaker Annicaert sterft’ in Nieuw Vlaanderen van 4 januari 1941 en  ‘Ik en mijn oom Louis’ in het vijfde nummer van jaargang 1941 van Volkskamp (het VNV tijdschrift voor studenten). De twee nieuwe verhalen waren:  ‘Wat een burgemeester lijden kan’ verschenen in het speciale kerstnummer 1942 van Winterhulp en Ook een oorlogsverhaal’ verschenen in het tweede nummer (juli-augustus 1942) van het nieuwe (collaborerende) tijdschrift Westland. Hij publiceerde tevens een reisverslag in Volkskamp: Aanteekeningen bij de Vlaamsch-Duitsche Kultuurdagen te Keulen, in: Volkskamp, 1941, nr. 4.

1943: publicatie van Menschen in de strijd, de eerste van zijn twee oorlogsromans. Het hoofdpersonage stort zich hals over kop in de politieke collaboratie met de Duitsers. Individuele wrok valt hier samen met nationalistische idealisme. Het boek laat zich gemakkelijk lezen als een tendensroman.

Voor een analyse van deze tijdens de oorlog gepubliceerde teksten: Marcel Matthijs | Inktspat (Marcel Matthijs, een literaire monografie, Peter Bormans, augustus 2008).

9 juli 1946: Marcel Matthijs werd op vrije voeten gesteld.

1947: toch duurde het nog een dik jaar vooraleer hij een genadeverzoek indiende bij de koning. Dat gebeurde bij brief van 14 juni 1947.

De procureur-generaal  besliste daarop het resterende deel van de straf voor vijf jaar te schorsen mits Matthijs voor die periode instemde met voogdij. Hij haalde voor deze beslissing vier consideransen aan: het gunstige sociaal verslag, de gezondheidstoestand van Matthijs (deze leed aan beendermergvliesontsteking), het feit dat hij al een derde van de straf had uitgezeten en ‘bijzondere omstandigheden van de zaak’. Wat dit laatste betekende staat niet in het dossier en is ook nergens anders te achterhalen.

In de praktijk betekende dit het einde van Matthijs’ juridische perikelen.

Matthijs blijft in Oedelem wonen en zal er snel in slagen om als zelfstandige stoffeerder/garneerder een eigen zaak uit te bouwen, die hem weliswaar niet rijk maar toch welvarend genoeg maakt om zijn beide kinderen verder te laten studeren, zoon Paul als apotheker, en dochter Maria iets later als professionele zangeres.

1949: publicatie van de roman Hellegat een studie van mentaliteiten in de vorm van een boerenroman.

1958: verkozen -op een Volksunielijst- tot gemeenteraadslid in de gemeente Oedelem. Gedurende zes jaar was hij dus de leider van de oppositie in de Oedelemse gemeenteraad, en daar zou het bij blijven, want toen de gemeenteraadsverkiezingen van 1964 in oktober van dat jaar plaats vonden, was Matthijs reeds overleden.

1959: publicatie van zijn tweede oorlogsverhaal Onder de toren. De roman presenteert zich als notities van een pas gearresteerde collaborateur, maar is geenszins een pleidooi pro domo en evenmin een biecht of zelfbeschuldiging. In wezen gaat het verhaal over noodlot en zinledigheid van het bestaan.

Matthijs is steeds een politiek sterk geëngageerde figuur, zijn hele leven is hij Vlaams-nationalist geweest: tijdens de eerste wereldoorlog aan de rand van het activisme, in de jaren dertig heeft hij een keer op een VNV-lijst gestaan, tijdens de oorlog was hij burgemeester van zijn geboortedorp, en vanaf 1958 was hij opnieuw gemeenteraadslid in Oedelem, op een lijst die bij de Volksunie aanleunde.

In zijn literaire werk is daar weinig van terug te vinden: het literaire werk van Matthijs is eerder sociaal-realistisch van aard dan nationalistisch.  Dat laatste aspect komt  eigenlijk slechts in één enkele roman naar voren.  Zijn taal is vaak ruw en rauw, en zijn personages geen echte  idealisten.  Dat hoeft niet te verwonderen: Matthijs is vanaf zijn twaalfde jaar arbeider geweest, en heeft als zodanig verschillende stielen uitgeoefend, waarvan je echo’s in zijn werk terugvindt.

1964: overlijdt te Brugge aan de gevolgen van een hartkwaal.

 

BEKRONINGEN

  • 1939: de Romanprijs van de provincie West-Vlaanderen voor “Een spook op zolder”.
  • 1940: de A. Beernaertprijs van de Koninklijke Vlaamse Academie voor “Schaduw over Brugge”.

 

MEER OVER MARCEL MATTHIJS

  • Bonneure, Fernand. 1965. Marcel Matthijs. Brugge: Desclée De Brouwer. (Ontmoetingen: literaire monografieën, nr. 59)
  • Van Hulle, Jooris. 1995. ‘Marcel Matthijs’. In: Kritisch lexicon van de Nederlandstalige literatuur na 1945. 58e aanvulling, p. 1-8, A1, B1-2.

 

OVER ZIJN WERK.

Wie een uitgebreide literaire studie over het werk van Marcel Matthijs wil lezen, wordt van harte verwezen naar Marcel Matthijs | Inktspat (Marcel Matthijs, een literaire monografie,
Peter Bormans, augustus 2008).  Zonder meer lezenswaard en zeer informatief geschreven.

Uit: G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse, De Nederlandse en Vlaamse auteurs (1985)

Naast Zielens trad Matthijs vooral op als vertegenwoordiger van een sociaal-realisme dat zich op de problemen van het onderdrukte proletariaat toespitste; in die zin was hij een voorloper van Boon en Van Aken. Maar tegenover het lijdzaam en meewarig pessimisme van Zielens stelt hij een heftig gevoel van ressentiment tegen de wereld, dat in zwartgalligheid, sarcasme en gewelddadige opstandigheid uitmondt. Dikwijls laat hij sterk gefrustreerde figuren optreden, die uit wraaklust tot buitensporige, anarchistische houdingen overgaan, waarbij deze al dan niet een politieke betekenis krijgen. In dit verband geven Matthijs’ romans blijk van een helder inzicht in de samenhang tussen maatschappelijk engagement en individuele, psychologische drijfveren.

Aanvankelijk schreef hij enigszins trage situatieromans (De doodslag, 1926; Ankers en zonnen, 1928). De opzet werd breder in Het grauwvuur (1929), een naturalistische roman in het mijnwerkersmilieu gesitueerd, die echter ver boven eenvoudige milieuschildering uitstijgt door de consequente manier waarop innerlijke drijfveren bij de personages worden waargenomen. Uitbeelding van maatschappelijke wantoestanden en karakterstudie gaan samen in De ruitentikker (1933), een hoogtepunt in Matthijs’ oeuvre. Hier worden de vroeger verzwarende elementen – beschrijving, sfeerschepping, bijfiguren en verwikkelingen – van de hand gewezen, zodat een bijzonder levendig verhaaltempo tot stand komt. Dit laatste herinnert soms aan Walschap, te meer omdat ook hier de psychologische visie, hoe diepgaand ook, volledig is verwerkt in de handeling eerder dan dat die aanleiding zou geven tot ontleding of commentaar. Vanuit thematisch gezichtspunt illustreert dit werk het verband tussen het door jeugdfrustraties ontstane rancunegevoel en het sociaal-politieke optreden. In latere romans zoals Filomeentje of Een spook op zolder (1938), De gouden vogel (1941), alsmede in enkele bekende novellen, bijv. Mur italien (1935) en Het Turkse kromzwaard (1936), komen de collectieve en ideologische aspecten vrijwel volledig te vervallen, en groeien de psychologische aspecten dan ook uit tot volwaardige hoofdthema’s.

Uit: Prof. Dr. M. Rutten; Prof. Dr. J. Weisgerber (red.): Van “Arm Vlaanderen” tot “De voorstad groeit” 1888-1946. Standaard Uitgeverij 1988 p. 470.

“ Hoe dan ook, de kritiek heeft hem soms, ten onrechte beneden Zielens geplaatst. Misschien was dit een ideologische keuze. Want ongetwijfeld verdient hij naast Roelants en Walschap een ereplaats onder degenen die de Vlaamse roman nieuw leven hebben ingeblazen. Zijn sociaal realisme uit de jaren dertig heeft nog maar weinig te danken aan de traditie van, Conscience en Zetternam tot Timmermans en Claes. De scherpte van zijn psychologische visie wist hij te doen harmoniëren met een sociale problematiek en met een romanvorm, die door zijn dynamisme en knapheid van compositie niet ver afstaat van die van Walschap.”

 

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Websites

Referenties

  • Prof. M. Dupuis, De vernieuwing van de romankunst. In: Prof. Dr. M. Rutten; Prof. Dr. J. Weisgerber (red.): Van “Arm Vlaanderen” tot “De voorstad groeit” 1888-1946. Standaard Uitgeverij 1988 pp.467-470.
  • Fernand Bonneure, Marcel Matthijs, VWS-Cahiers 1966 nr 1.

 SMAAKMAKER

DE RUITENTIKKER

Men zegt dat ik krankzinnig ben. Ik zal me niet vernederen hiertegen te protesteren. Maar bewijzen zal ik, proef op de som, dat mijn geest volmaakt helder en rustig is en dat ik gerechtigd ben de totale verantwoordelijkheid voor mijn daad op mij te nemen…

Men zegt dat ik krankzinnig ben…Maar ik zal hun, om mijn absolute gezondheid van mijn geest aan te tonen, van a tot z het alfabet in het aangezicht mompelen. Een krankzinnige, een man met een geschokt en ontredderd brein kan dat niet.
Mompelen…Het heldere geluid van mijn aangeboren, natuurlijke stem zal geen mens meer te horen krijgen. Mijn koude, diepe, kalme haat voor deze wereld, een koud klaar vuur, moet ik steeds in mij brandend houden. Geen mens zal bij machte zijn dit te doven…
Mijn ervaringen roepen mij toe. Zij bevelen mij en ik gehoorzaam. Het zijn de bevelen van de waarheid. Ik ben met mijn vernielingswerk begonnen; de dag, dat ik hieruit kom, zet ik het voort…
Vernielen, niets dan vernielen…Nooit was het zo helder, zo rustig in mij.
Ik heb rust.

Uit: De Ruitentikker. (1933/1960²)

BIBLIOGRAFIE

Woordje vooraf

  • Deze bibliografie is als volgt gestructureerd:
    • Chronologisch overzicht van zijn roman, essays en verhalen die in boekvorm zijn verschenen.
    • Chronologisch overzicht van het verhalend proza dat in tijdschriften is verschenen.
    • Tenslotte volgt een keuze uit de interviews en andere (boekbesprekingen e.d.) bijdragen en een paar verwijzingen naar archieven waar zich materiaal over de schrijver bevindt.

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience  – Antwerpen.
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • Piet Devos: Van reuzen tot dwergen. Bibliografie – Vlaamse schrijvers in de 20ste eeuw – Eerste drukken. Kortrijk, eigen beheer 2007
  • Luc Decorte, Marcel Janssens en Paul Vanderschaeghe, ‘Marcel Matthijs (1899-1964)’ In: Vlaanderen. Jaargang 36 (1987)

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.

Chronologisch overzicht

A. Romans, novellen, esssays en verhalen in boekvorm verschenen

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1918 Gebeurtenissen. (verhalen)

Bevat: Een lijder, Sterke liefde, Bij nachte, Zeen en Zalia.
De bundel is ingeleid door A(maat) D(umon)
Oedelem: Eigen beheer. -119p.
Druk: Drukkerij Firma Verbeke-Loys & Cie. (Wulfhagestraat 10, Brugge)
1926 De doodslag. (roman) Brugge-Den Haag: Uitgave “Excelsior” (Nobelstraat 1, De Haag). -92p.

Afmetingen: 21.75 x 15.50 (ingenaaid)
1928 Ankers en zonnen. (roman) Thielt: Drukkerij-Uitgeverij Joris Lannoo. -105p.

Afmetingen: 21.50 x 15.50 (ingenaaid)
1928 Dorpsgestalten. (roman)

Voor de jeugd herwerkte versie van ‘Ankers en zonnen’.
Brugge: Drukkerij Firma Verbeke-Loys & Cie. (Wulfhagestraat 8) -96p.

Afmetingen: 22.75 x 13.75 (ingenaaid)
1929 Het grauwvuur. (roman) Brugge: Boekhandel Cultura H. Cayman-Seynave (op Voorplat) / Brugge: Verbeke-Loys. (Inwaarts) -376p.

Afmetingen: 18.75 x 11.50 (ingenaaid)
Nota: Er bestaat ook een uitgave met op de rug Cultura Brugge en op het titelblad ‘Uitgever-Drukker Verbeke Loys Wulfhagestraat 8, Brugge’ overplakt met de zelfklever “CULTURA” BRUGGE.
1929 De dwaasheid van Pieter Keereman. (jeugdverhaal)

Teekeningen door Joz.
Brugge-Gent-Antwerpen: De Bron. -112p.

Afmetingen: 21 x 15.75 (ingenaaid)
Druk: Walleyndruk, Brugge.
1930 Een leven verwoest. (verhaal) Brugge-Gent-Antwerpen: De Bron. -78p.

Afmetingen: 21.50 x 15.75 (ingenaaid)
1930 Herfst.(roman) Matthijs 2 Kortrijk: Uitgeverij “Steenlandt”. -276p.

Afmetingen: 18 x 13.50 (ingenaaid)
1933 De ruitentikker. (roman)

1937: 2de verbeterde druk bij Uitgeverij De Sikkel, Antwerpen.
1960: 3de verbeterde druk bij Heideland, Hasselt als VP nr 27.
Matthijs 3
Mechelen: Het Kompas. -138p.

Reeks: De vrije bladen. – Amsterdam, 1924 – 1949; vol. 10: 5.
Colofon: Dit is het vijfde schrift van den tienden jaargang van “De Vrije Bladen” Onafhankelijk Maandschrift voor Kunst en Letteren onder redactie van Victor E van Vrieland en Constant van Wessem – Redactieadres Bergweg 20, Hilversum. Administratieadres Uitgeversbedrijf “De Spieghel”, Prinsengracht 856, Amsterdam C
1936 Doppen. (roman)

De eerste druk verscheen in Forum, 1935, IV, blz. 892-907, 940-969.
Rotterdam: Nijgh & van Ditmar N.V. -84p.

Op voorplat: Uitg.-Mij A. Manteau N.V. Brussel.
Op titelblad Nijgh & van Ditmar N.V, Rotterdam.
Afmetingen: 19.75 x 13.50 ( ingenaaid)
1937 De Pacifist – Het Turks kromzwaard – Mur Italien (novellen)

Afzonderlijke uitgave
Brussel: S.V. Onze Tijd. -74p.

Afmetingen: 20.50 x 14 (ingenaaid)
Reeks: Vlamingen vertellen.

Uitgaven van Het Turks kromzwaard. (novelle)

De eerste druk verscheen in Vormen, 1936, I, nr. 3, blz. 65-76.
HERDRUKKEN
1937: 2de druk in de bundel Vlaamsche  schrijvers VERTELLEN. (anthologie)  Uitgave: S.V. Onze Tijd, Brussel. -252p.  Afmetingen: 19 x 13 (ingebonden – harde kaft) Bevat: De Pacifist (pp 49-73); Het Turksch kromzwaard (pp 75-96);  Mur Italien (pp 97-118)
Gedrukt op de persen van V. Van Dieren & Co, 27, Venusstraat, Antwerpen. MCMXXXVII
1937 Vertellen
1958: 3de  druk van Het Turks kromzwaard gebracht door André Demedts in zijn verzameling Vlaamse verhalen (Utrecht-Antwerpen, Het Spectrum, (1958) – Prisma Boeken: 335, blz. 90-105).
1966: 4de druk in de VWS-Cahiers: “Bibliotheek van de Westvlaamse letteren” (1ste jg. , nr. 1, lente 1966)
1967: 5de druk “Caleidoscoop der Nederlandse letteren” (pp 7-23) Uitgave Boekengilde De Clauwaert vzw te Leuven. Met aantekeningen van Fernand Bonneure.
VERTALINGEN
1951: Georg Hermanowski (Das türkische Krummschwert) en 1962 (Der türkische Krummsäbel)

Uitgaven van Mur Italien.

De eerste druk verscheen in Forum, 1935, IV, blz. 312-326.
HERDRUKKEN
1936: 2de druk in het tijdschrift “Nederland” (89ste jg., nr. 2, febr. 1936 pp 136-148)
1937: 3de druk in de bundel “Vlamingen vertellen” (Onze tijd,Brussel).
1967: 4de druk in “Caleidoscoop der Nederlandse letteren” (pp 24 – 40) Uitgave Boekengilde De Clauwaert vzw te Leuven. Met aantekeningen van Fernand Bonneure.
matthijs-7

1971: Opgenomen in de verhalenbundel “54 Vlaamse verhalen” ” samengesteld door Marnix Gijsen en Karel Jonckheere, deel 2 pp 133-142. Uitgeverij Paris-Manteau, Antwerpen.
1977: Opgenomen in de Omnibus “Vlaamse Parels 3. Romanvernieuwing rond 1930” uitgegeven bij DAP Reinaert uitgaven te Zele pp 301-319.
VERTALINGEN
1943: in het Duits vertaald als Mur italien door Karl Jacobs in: Flandern erzählt. Ein Sammelband flämischer Dichter. (Verlag Karl Alber, München)
1943: nogmaals in het Duits vertaald door Heinz Graef onder de titel: Die Todeswand. In: Das zwiefache Leben: flämische Novellen der Gegenwart (Eugen Diederichs Verlag, Jena). Ed. Filip de Pillecyn.
1964: Franse vertaling (Mur italien)
FILMOGRAFIE
27 januari 1977: B.R.T. zond), in een regie van Anton Stevens, het t.v.-spel Mur italien van René Verheezen uit naar het dramatisch verhaal (in de wereld van de foorkramers) van Marcel Matthijs. In de hoofdrollen: Suzanne Juchtmans en Jo De Meyere. (herhaling op 19 november 1980.

1937 De ruitentikker. (roman)

1ste druk in boekvorm.
Omslagontwerp: Jozef Cantré.
1960: Heruitgave als Vlaamse Pocket nr 27 bij uitgeverij Heideland Hasselt.
Matthijs 3
Antwerpen: De Sikkel en Amsterdam: Veen. -127p.

Afmetingen: 19.25 x 13 (ingenaaid)
1938 Een spook op zolder. (roman)

1940: 2de  druk uitgebracht onder de titel Filomeentje door L.J.C. Boucher in Den Haag uitgebracht.
1943: 3de druk
1962: 4de druk, herwerkte uitgave als Vlaamse Pocket nr 74 bij uitgeverij Heideland te Hasselt.
matthijs-6
1942: Vertaald in het Frans door Marie Gevers als Moi, Philomène. (Toison d’Or, Bruxelles, s.d. 224p)
1950: Vertaald in het Duits door Georg Hermanowski als Filomene. (Karl Glöckner Verlag, Bonn).
Oude God-Antwerpen: Die Poorte. -174 p.

Reeks: Dit boek is het achtste van de Boekengilde “Die Poorte” jaargang 1937-1938
Afmetingen: 18.50 x 11.50 (gebonden harde kaft met stofomslag
Het werd gedrukt op de persen der drukkerij P. Lombaerts te Schoten.
1940 Schaduw over Brugge. (roman)

Stofomslag: J.N.
Band: Jozef Cantré;
1942: 2de druk
Antwerpen: De Sikkel. / Amsterdam: L.J. Veen Uitgeversmij. N.V. -234p.

Afmetingen: 21.25 x 16 (ingenaaid met stofomslag)
1941 De gouden vogel. (roman)

1941: 2de druk bij uitgeverij Strengholt te Amsterdam. -176p.
Antwerpen: N.V. Het Kompas. -184p.

Reeks: 8ste Feniksreeks nr. 1
Afmetingen: 17.50 x 11 gebonden – linnen kaft)
1943 Menschen in den strijd. (oorlogsroman) Antwerpen: Uitgeverij De Sikkel. -144p.

Afmetingen: 18 x 12 (gebonden – kartonnen kaft)
Drukkerij “Steenlandt” Jan Blockxstraat 40, Brussel III. Toelatingsnummer 1588
1949 Hellegat. (roman)

Bandontwerp van A. Boschmans
1985: Heruitgave bij Uitgeverij Publiboek/ Baart,Deurne in de reeks: Vlaamse Volks- en streekromans. -224p.
Afmetingen: 21 x 14 (gebonden – harde linnen kaft met stofomslag)
Hoofdredactie: Ad Baart en Jos Vandeloo
Omslagtekening: Reint de Jonge. Fotografisch zetwerk: Heyselberghs, Wommelgem. Produktie: Dirk Grandy.
Leuven: Boekengilde De Clauwaert V.Z.W. -250p.

Reeks: Als tweede boek van de jaarreeks 1949
 
Matthijs 5 Uitgave 1985
1949 Wie kan dat begrijpen…? (roman)

Bandomslag: Jef Boudens
1962: 2de druk  bij uitgeverij Uitgeverij ” De Garve ” te Antwerpen. -182p.
1949: In het Duits vertaald door Georg Hermanowski als ‘Wer kann das begreifen?’, (Karl Glöckner Verlag, Bonn) ) Afmetingen: 19 x 11- gebonden, harde linnen kaft met stofomslag)
Matthijs 8a
Brugge: Uitgeverij Britto (Esseboomstraat 2). -169p.

Colofon: Van deze uitgave van Marcel Matthijs “Wie kan dat begrijpen…? Werden 50 exemplaren gedrukt op Chiffon de Bruges, genummerd van 1 tot 50 met handteken van de auteur. Gedrukt op de persen van p.v.b.a. Britto esseboomstraat 2, Brugge.
2de druk 1962
1954 De kleine Pardon. (novelle)

Omslagontwerp van Joris van Osselaere.
1965: Opgenomen in de bundel ‘De zure uitval’, bij Uitgeverij Heideland, Hasselt in de reeks Vlaamse Pockets nr 171)
Matthijs 1 Leuven: De Clauwaert. -63p.

Reeks: Uitgegeven voor de leden van de Clauwaert vereniging Maart 1954 nr. 5.
Afmetingen: 20.50 x 13 (ingenaaid)
Werd gedrukt op de persen van Scheerders van Kerckhove N.V. te St. Niklaas.
1954 Spiegel van leven en dood. (verhalen)

Bevat: Laten wij bidden, De paardendief.
1963: In het Duits vertaald door Georg Hermanowski als Spiegel von Leben und Tod, (Bibliotheca Christiana Verlag, Bonn)
Hasselt: Uitgeverij Heideland P.V.B.A. -279p.

Reeks: Serie Vlaamse Schrijvers
Afmetingen: 20 x 14 (gebonden met stofomslag)
1959 Onder de toren: uurboek van een terdoodveroordeelde. (oorlogsroman) Oedelem: Eigen beheer. -294p.

Verantwoordelijke uitgever: Marcel Matthijs, Oude Zakstraat 73, Oedelem.
Afmetingen: 21.50 x 13.50 (ingenaaid)
Drukkerij NV Vonksteen, Langemark.
POSTHUME UITGAVE
1965 De zure uitval: drie satirische verhalen. (novellen)

Bevat: Een mooie dag in mei (verscheen in 1964 in D.W.&.B.) (pp 5-66); De kleine pardon (pp 67-108) en Kinderen (pp 109-153) (=De molen draait – verscheen in 1956 in DW&B).
 Matthijs 4 Hasselt: Uitgeverij Heideland. -153p.

Reeks: Vlaamse pockets, nr. 171
Afmetingen: 18 x 11 (pocket)

 

B.  Bijdragen in tijdschriften

Verhalend proza

Jaar Titel Tijdschrift
1931 ‘Mijn oom Lowie’. (novelle) In: Seinen, tijdschrift van jongeren voor literaire en economische aangelegenheden, nr. 1, 1931 (later gewijzigd herdrukt in Forum en Volkskamp)
1931 ‘Ik’. In: Seinen, nr. 2, 1931(later gewijzigd herdrukt onder de titel ‘Mur Italien’ in Forum en elders)
1931 ‘Fragment uit ‘Avond’, onuitgegeven roman’ In: Seinen, nr. 3, 1931
1933 ‘De noodlottige bezoekster’ In: De Tijdstroom, juli 1933
1934 ‘Ik en mijn oom Louis’. (novelle) In: Forum, 1934, III, blz. 852-859;
In: Nederland, 1937, LXXXIX, blz. 942-949;
In: Nieuw Vlaanderen, 1941, VII, nr. 20, blz. 12-13
In: Vlaanderen roept. Baarn, Bosch & Keuning, z.d., blz. 174-181.
1934 ‘Menschen gaan voorbij’ In: De Tijdstroom, oktober; november en december 1934
1936 ‘Het echtpaar Cramp’ (novelle) In: Prisma, Maandschrift der Vlaamsche Jongeren, januari-februari 1936
1937 ‘Het misverstand van gareelmaker Annicaert’ In: Kristal, Letterkundig Jaarboek (uitg. Emmy van Lokhorst & Victor E. Van Vriesland), Rotterdam 1937 (onder andere titels herdrukt in o.a. Volkskamp)
1937 ‘Het kind’. (novelle) In: De Gemeenschap, november 1937
1940 ‘Schoenmaker Annicaert sterft’. (novelle) In: Nederland, 1940, XCII, blz. 209-211;
In: Nieuw Vlaanderen, 1941, VII, nr. 1, blz. 14;
1940 De ster van Bethlehem onder de rook der mijnen’. (novelle) In:De Gemeenschap. 16. nr. 1, p. 31-48.
1941 ‘Marcel Matthijs over zichzelf’. (essay) In: Nieuw Vlaanderen. 7, nr. 11, p. 14.
1942 ‘Ook een oorlogsverhaal’. (novelle) In: Westland.1942-’43; 1, nr. 2, p. 121-142.
In: Groot-Nederland, 1943, blz. 221-240;
1942 Wat een burgemeester lijden kan In: Winterhulp, speciaal kerstnummer 1942, p. 3-56;
1949 ‘De bevrijding van Richard, prins van York’. (novelle) In: Dietsche Warande en Belfort. Augustus-september 1949. nr. 7, p. 399-406.
1954 ‘De diplomaat en de galg’. (novelle) In: West-Vlaanderen. 3, nr. 3, p. 225-229.
1955 ‘Het schot in de nacht’. (novelle) In: Dietsche Warande en Belfort. Maart-april 1955, nr. 3, p. 134-148.
1956 ‘De molen draait’. (novelle) In: Dietsche Warande en Belfort. Januari 1956, nr. 1, p. 20-47.
1960 ‘De vader’. (novelle) In: Werk 60, verhalen en gedichten van Westvlaamse auteurs. Brugge: Desclée De Brouwer. p. 79-96.
1962 ‘De dualiteit van Filip de Pillecijn’. (essay) In: In memoriam Filip de Pillecijn. [Speciaal nummer van] Kruis Leeuw Waasland. 10, nr. 2, p. 26-27.
1964 ‘Een mooie dag in mei’. (novelle) In: Dietsche Warande en Belfort. 1964, CIX, blz. 200-220, 260-281;
1964 ‘Wat was er met Jan Uyttersprot?’. (novelle) In: Nieuw Vlaams Tijdschrift. 17, nr. 4, p. 278-289.
1964 ‘Jo maandag’. (novelle) In: Dietsche Warande en Belfort. Oktober 1964, nr. 8, p. 539-554.
1965 ‘Donder’ (novelle) In: Dietsche Warande & Belfort, januari 1965, CX, p. 4-12

Interviews e.d.m.

  • Marcel Matthijs in ‘Hoe werken onze schrijvers?’, in: Het boek in Vlaanderen 1935
  • Adriaan van der Veen: ‘Na een bezoek bij Marcel Matthijs’, in: Kroniek van Kunst en Kultuur, augustus-september 1938
  • ‘Op bezoek bij Marcel Matthijs, een kunstenaar met een kordate levenshouding’, in: Het Laatste Nieuws, 1940 (geen verdere aanduidingen)
  • ‘Marcel Matthijs over zichzelf’, in: Volk en Staat, 19-20 januari 1941
  • Marcel Matthijs, in: Onze Week, Weekblad voor tooneel, letteren en kunst, 18 januari 1941
  • Marcel Matthijs in Contact, februari 1941
  • Marcel Matthijs over zichzelf, in: Nieuw Vlaanderen, 15 maart 1941
  • Germanisten op interview: te Oedelem bij Marcel Matthijs, in: Nieuw Vlaanderen, 11 oktober 1941 (Bert Leysen)
  • Waaraan werkt gij? Hoe werkt gij?, in: Contact, november 1941
  • Is Marcel Matthijs een christelijk kunstenaar?, in: ‘t Vrije Volksblad, 26 augustus ? (waarschijnlijk 1949 of 1950) (Roger Dierckens)
  • Bij Marcel Matthijs, in: Brugge, tweemaandelijks tijdschrift voor kunst en cultuur, februari 1964 (Jan Vercammen)

Overige

  • Boekbesprekingen, in: Seinen, nr. 2, 1931
  • Boekbesprekingen, in: Seinen, nr. 3, 1931
  • Boekbesprekingen, in: Seinen, nr. 4, 1931
  • Een Vlaamsch boek, in: De Tijdstroom, januari 1933
  • Brief aan de redactie, in: De Tijdstroom, januari 1933
  • Kunstschilder Leo Mechelaere, in: De Tijdstroom, december 1933
  • Kunstschilder Adriaan Vandewalle, in: De avant-garde van kunst en cultuur, december 1935
  • Kunstschilder Julien Creytens, in: De avant-garde van kunst en cultuur, januari 1936
  • Brugge onder de loupe, in: E. de Bom (uitg.): Vlaanderen, o welig huis. Zoals Vlaamsche schrijvers hun land zien, Amsterdam, 1939
  • Literaire geschiedschrijvers, een rechtzetting van Marcel Matthys, in: De Standaard, 2 december 1939
  • Getuigenis [Over F.V. Toussaint van Boelaere], in: Onze Tijd, februari 1940
  • Aanteekeningen bij de Vlaamsch-Duitsche Kultuurdagen te Keulen, in: Volkskamp, 1941, nr. 4
  • Zoek Karel Jonckheere, in: De Standaard, 31 oktober 1953
  • Norbert Fonteyne, een groot Westvlaming, in: West-Vlaanderen, maart 1954
  • De dichter Urbain van de Voorde, in: West-Vlaanderen, juli 1954
  • Kunstschilder Leo Vandekerckhove, in: West-Vlaanderen, december 1959
  • 25 jaar geleden stierf N.E. Fonteyne, in: Brugsch Handelsblad, 29 juni 1963
  • De dualiteit van Filip De Pillecyn, in: Kruis en leeuw in Waasland, speciaal nummer In memoriam Filip de Pillecyn, jaargang 10, nr. 2
  • Kunstschilder Adriaan Vandewalle, in: West-Vlaanderen, januari 1967

Archieven

  • Provinciale Bibliotheek en Documentatiecentrum te Brugge: signatuur WESTFLANDRICA: 18 AB 1: Brief van Marcel Matthijs aan Herman Bossier betreffende het activisme in Brugge.
  • College van Procureurs-Generaal, Dienst van de archieven, incivisme: dossier nr. 259/47, Militair Gerechtshof Gent – Matthijs Marcel
  • Rijksarchief te Brussel: dossier 75.404 van de reeks ‘strafontheffingen’ – Matthijs Marcel