home | Inloggen
Aantal schrijvers: 548 | Aantal boeken:

15793

Christiaens, André Gerard

CHRISTIAENS André-Gerard

Christiaens A.G 0

Beveren aan de Leie, 24 maart 1905, Beveren-Leie – Sint Pieters Woluwe, 4 juni 1989

Leraar en journalist

Auteur van 4 dichtbundels, 1 verhalenbundel en 1 novelle. Vertaler van Engelse, Franse en Duitse poëzie, samensteller van bloemlezingen van Vlaamse verhalen uit beide wereldoorlogen.

Aanvankelijk leunt zijn poëzie aan bij die van het Forum. Geleidelijk groeit in de latere bundel zijn non-conformisme en individualisme met soms sterke ironie en sarcasme.

Ondanks zijn beperkte oeuvre schreven zowel oudere critici Marnix Gijsen en André Demedts, en jongere als Willy Spillebeen waarderend over zijn werk.

Vader van dichter Dirk Christiaens

BIOGRAFIE

24 maart 1905: Geboren te Beveren aan de Leie (West-Vlaanderen) als André Gerard Christiaens.

Na zijn studie werd hij als leraar Nederlands verbonden aan de athenea te Oudergem en Zaventem. Hij zal in het Brusselse werkzaam blijven tot aan zijn pensioenleeftijd.

22 november 1929: Een eerste journalistieke bijdrage verschijnt in de krant De Standaard met als enigszins overmoedige titel: Hoe de Waalsche Haan Vlaamsche Victorie kraait.

  • Het blijkt een verslag te zijn van een meeting van de destijds Waalse en anti-Brusselse voorman Elie Baussart.

1930-1934:  Publicaties onder eigen naam in  Dietsche Warande en Belfort  (zowel kritische bijdragen als poëzie) en in  Forum en Groot Nederland en in 1935 ook onder eigen naam in Voetlicht.
In A.G. Christiaens · dbnl  vindt u talrijke van deze bijdragen elektronisch terug.

1933: Zijn Brusselse ervaringen monden uit in een verhalenbundel tevens debuut Te Brussel bij dag en nacht  onder de ps. N.A. Drojine.

  • Christiaens’ pseudoniem kan duiden op een anagram van een andere spelling voor androgyne. Dit kan slaan op zijn tweeslachtigheid of dat van een blad als Forum, waarin hij ook onder deze naam publiceerde. Ook in 1935 gebruikte hij deze naam in Groot Nederland.

1934: Debuteert als dichter met de bundel De algemene regel, eveneens gepubliceerd onder de pseudoniem  N.A. Drojine

Meteen laat Christiaens verstaan dat hij niet veel op heeft met de kritiek (er zijn teveel criticasters bij, cfr zijn gedicht uit Uit de Toren (1937)).

Zijn bundel vangt aan met het volgend kwatrijntje

Is u een gave bundel lief
Ge vindt hier amper klein gerief
Maar die ’t met perspectieven stelt
Ontdekt er ware voor zijn geld

Ironie is dus een belangrijk perspectief in zijn poëzie. In de jaren 30 verbindt dat perspectief hem met dichters als Van Nijlen, Gresshoff en Richard Minne, hoewel Christiaens meer helt naar het expressionisme en zelfs het humanisme.

1937: Twee dichtbundels: Irrequietum en Uit de Toren, beiden onder eigen naam gepubliceerd

In Irrequietum zijn tweede bundel evolueert de dichter naar een klassiekere vormgeving, strofisch, metrisch en rijmend. Zijn houding wordt van dan af uitgesproken individualistisch, zij het een ietwat ontgoocheld individualisme. Wel blijven West-Vlaamse dialectwoorden als aanslibsels in zijn gedichten voorkomen. In de Verzamelde gedichten  (1981) zijn deze zorgvuldig weggewerkt.

In Uit de Toren is er op inhoudelijk vlak weinig veranderd, tenzij een toegenomen individualisme. Hij beseft dat hij op zichzelf is aangewezen. Met ironie en zelfspot kijkt hij vanaf zijn toren naar zijn tijd.

Het schijnt wat wij geen liefdedichten schrijven
Ontrouw geworden aan ’t Germaans gemoed
En slechts het spel van zinne’ en geest bedrijven
En met Latijnendom zijn overvoed

Toch is zijn toren geen ivoren toren

De mensen wonen ieder in een toren
De mijne is geen ivoren of staat niet in zee
maar al wie luistert zal de klokken horen
En die uit ’t zelfde brons zijn trillen mee

Na deze uitbarsting zal het tot 1968 duren vooraleer er nog poëtisch werk zal verschijnen.

Als journalist nam hij een tijdlang  de eindredactie waar van het kunst- en geestesleven in ‘De nieuwe Standaard’ later ‘De Nieuwe Gids – Spectator’. Schreef opstellen over ‘De Leie in de letterkunde’ en ‘Brussel in de Poëzie’ en publiceerde artikelen over onderwijs en allerlei literaire thema’s  in tal van bladen en tijdschriften.

1946: Onder de titel ‘De zaak-Manderson’ bezorgde hij een vertaling van E.C. Bentley’s klassieke detectivestory ‘Trent’s Last Case’ (1913) Het verscheen als vervolgverhaal in De Standaard..

Benevens opstellen over het thema ‘Brussel in de letterkunde’ publiceerde hij artikelen over onderwijs en literaire onderwerpen in tal van bladen en tijdschriften.

1968: Twee publicaties, een dichtbundel Onvindbaar land en een roman Angsten in het Westen

Onvindbaar land bevat een schamper gedicht dat bij publicatie toch wel voor enige ophef zorgde ‘Vlamingen, wat zijn wij toch voor idioten!’(zie smaakmaker). Overigens bevat de bundel – naast deze op de toenmalige werkelijkheid doelende verzen – ook meer klassieke elementen als:

Wonderbaar eerste land, waar zijn de dagen
uit onze jeugd, toen naar de horizon
van het tweede land roekloos de tocht begon
en wij de weelde van het eerste niet zagen

Gij tweede land, droef land van mens en plagen
waar wij om diep gemis de weg terug
steeds zoeken en verlangens broze brug
ons doet verdwalen naar het rijk der sagen.

Gij derde land, land van ons welbehagen,
waarop de zwerver zint tot hij ontzind,
pas aan het eind der dagen antwoord vindt:
onvindbaar land waarnaar alle eeuwen vragen!

Een toenmalige mening:

Als dichter schrijft hij in parlando-stijl een belijdenis-poëzie die aanleunt bij die van Forum, in bundels als: ‘De algemene regel’, ‘Irrequietum’, ‘Uit de toren’, ‘Onvindbaar land’

Over het werk van deze ‘ironische filosoof, non-conformist, alleenloper buiten elke school of clan’, schreven waarderend met oordeelkundige zin voor zijn mogelijkheden en beperkingen als nietveelschrijver, oudere critici als Marnix Gijsen en André Demedts, en jongere als Willy Spillebeen.
(in: ‘wij huldigen / wij gedenken’)

Angsten in het Westen verscheen eerst als gedicht in ‘het Nieuwe Vlaams Tijdschrift’ als uiting van het naoorlogse  algemeen angstgevoel dat o a door Churchill in zijn Fulton rede werd verwoord, nadien door Spaak namens West-Europa herhaald ‘Nous avons peur!’ en eveneens het thema van de dichtbundel ‘Age of Anxiety’ van de toen nog onbekende W. H. Auden.

  • Het prozaboekje zelf is zeer bedachtzaam geschreven. Het bevat enkele sobere en bescheiden aantekeningen over ‘Frontzone 1918’ en ‘Vesting zonder dak’ (vangt aan op 10 mei 1940). Daartussenin staat een kort ‘Interbellum’ over de toenemende oorlogsbedreiging.

1970: Werkte mee als taaladviseur aan de Winkler Prins encyclopedie van Vlaanderen. (5 delen 1972-1974)

1976: Ook in de bloemlezing ‘Afscheid van de zondagsschool’ (Poëtisch Erfdeel der Nederlanden, nr 96) treft de oorspronkelijke toon waarop een individualist zijn existentiële twijfel en ook romantische Schwermut uitspreekt in een nuchtere, vaak sarcastische en enigszins cerebrale taal.

1979-80: Op de vijfde middag van de Poëzie, seizoen 1979-1980 te Brussel, sprak de dichter en prozaschrijver André G. Christiaens over ‘Brussel in de poëzie’. Neerslag hiervan vinden we terug in de bloemlezing Op versvoeten door Brussel van 1350 tot heden, die door hem werd samengesteld.

1981: Zijn poëzie wordt verzameld uitgegeven in de prestigieuze Gulden Veder reeks van Orbis en Orion te Beveren.

Deze publicatie is tegelijk hoogtepunt en eindpunt van zijn activiteit als actief dichter. Zijn verdere publicaties omvatten vertalingen van Engelse, Franse en Duitse dichters en bloemlezingen uit de verhalen, die de Vlaamse schrijvers neerschreven, over beide wereldoorlogen.

1981: Een eerste bundel poëtische vertaling In vreemde voetsporen, verraadt zijn voorkeur voor de Engelse, Franse en Duitse poëzie en vooral de ironische, bijwijlen cynische gedichten die willen ontmaskeren.

1987: Uitgeverij Hadewijch te Schoten geeft een verhalenbundel uit Voor de vrede uitbreekt. Vlaamse verhalen over de Tweede Wereldoorlog. Waarin hij 12 verhalen bijeenbrengt van evenveel schrijvers over de tweede wereldoorlog.

4 juni 1989: Overlijden te Sint-Pieters-Woluwe

Epiloog

In 1991 verscheen ook een bloemlezing samengesteld en ingeleid door Piet Thomas: Herkenbaar onbehagen: bloemlezing uit de lyriek van André G. Christiaens.

Na zijn overlijden verschenen postuum meer vertalingen van zijn hand uit de Engelse, Franse en Duitse poëzie, alsook een paar bloemlezingen met oorlogsnovellen uit beide wereldoorlogen.

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Website

Referentie

BEKRONINGEN

1933: Vermelding van de Provinciale Prijs van Brabant voor Te Brussel bij dag en nacht

1947: Prijs der Poëzie-dagen van Merendree voor het gedicht De stadstuin

1976: Prijs van de provincie Brabant voor Afscheid van een zondagsschool

1981: Prijs van de Scriptores Christiani voor de Verzamelde gedichten

 SMAAKMAKER

De Vlamingen

Vlamingen! wat zijn wij toch voor idioten!
Een Haagse koopman op zijn smalst, beweert
Dat hij een ‘Flaming’, zelfs gecultiveerd,
Niet hoger achten kan dan Hollandse malloten.

Een knappe Kaas, waarmee je wel kan praten,
Beantwoordt heus: – ‘Zijn wij intelligent?’ –
– ‘Jouw schuld is ’t niet’ – daar hij de toestand kent
En dat voor reekning van de taal wil laten.

De hele Roomse albergo staat bedonderd
Dat wij uit Belgie komen zonder Frans.
Te Leuven hoort ons een Parijse gans
En vraagt: ‘C’est ça, le belge?’ hoogst verwonderd.

Zoverre staan wij met en van ’t verleden
Als ’t echte leven ver is van de dood,
Dat wij al blij zijn als een Duitse Jood
Kan voelen wat de Vlaming heeft doorstreden.

Uit volken en geschiedenis gestoten,
In eigen huis geen baas door eigen schuld,
Put Goedzak uit zijn lamme deugd geduld
Vlamingen! wat zijn wij toch voor idioten!

Uit: Dietsche Warande en Belfort 1938 p. 128 onder ps Drojine / ook in Irrequietum

 

De stadstuin

Weg uit het centrum 20 meter hoog
waan nimmer nog een kruimel goede grond
bleef kleven aan de voet waar stof het ook
verdoft en ik van raam tot raam mij wond

gelijk een vink huur ik een tuin; ik tast
naar de aarde, ik keer haar om als was zij dood
Ze ontwaakt, herkent mij, klampt en zuigt zich vast
in ’t nagelvlees, intiem en klam en bloot

als echt van vlees en bloed: want zij, zij voelt
hoe door de schollen van de Leie, ruid
de hand gebleven is die haar doorwoelt
als trots de ziel die zich zelfzeker uit:

Ik ben op weg, o Leiegrond, ik kom
mijn vader roept, ik voel het boerenbloed
van ’t voorgeslacht me omkruipen en daarom
als gij mij opneemt, aarde, wees mij goed.

 

De Kritikasters

Wanneer een dichter in zijn domme dagen
Een boekje tot de kritikasters richt,
Ze durven hem een meesterwerk te vragen
Waar zelfs hun knappe ouderdom voor zwicht.

Ze moesten dat bij Gods genade eens krijgen.
Daartegen leek hun beste werk abort.
Maar ’t koppensnellen doet hun glorie stijgen.
De Kafferscalpen maken ’t mooiste schort.

Poëten, die om roem en ere werft,
Wilt gij voor kritikasters leven – sterft!

N.A. Drojine

In: Forum. Jaargang 4(1935) p 288. – Eveneens in Uit de toren (1937)

 

BIBLIOGRAFIE

Woordje vooraf

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience –Antwerpen.
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles
  • Piet Devos: Van reuzen tot dwergen. Bibliografie – Vlaamse schrijvers in de 20ste eeuw – Eerste drukken. Kortrijk, eigen beheer 2007
  • POËZIECENTRUM vzw – Gent

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klik op de foto

Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1933 Te Brussel bij dag en nacht. (verhalen)

Onder ps N A DROJINE.
Bevat: Afleiding  (pp 7-12); Lente te Brussel (pp 13-19); Barbiers te Lande en Coiffeurs te Brussel (pp 20-29); Stad en Land in Vlaanderen (pp 30-101); Avondstad (pp 102-133); Brusselsche gedragingen (pp 134-196); Uitgeleiden (pp 197)

 Christiaens A.G 12 Antwerpen: Jos Janssens – uitgever. -196p.

Afmetingen: 19.50 x 12.75 (ingenaaid)
Bij wijze van inleiding:
Christiaens A.G 12a
1934 De algemeene Regel. (poëzie)

Onder ps DROJINE, N A
Deeltitels: Leven; Liefde; Dood
 Christiaens A G 5 Kortrijk: Steenlandt. -53p.

Afmetingen: 20 x 14 (ingenaaid)
Titelpagina in tweekleurendruk: zwart-rood;
Colophon: Dit boek “De algemene regel”, een bundel verzen, werd gezet en gedrukt in de drukkerij “Steenlandt” te Kortrijk, in een genummerde oplage van 200 exemplaren. Het kwam klaar in mei negentien honderd vier en dertig.
Dit is nummer …
1937 Irrequietum. (poëzie)

Bevat de gedichten: De Vlamingen; Celibaat; Parabel; Irrequietum, Sic Sumus; Bohème; Kamperen.
Christiaens A.G 13 Mechelen: Uitgeverij ” Eenhoorn “. -[17]p.

Reeks: de bladen voor de poëzie, jrg.1, nr.9 [eerste serie]
Losbladige uitgave, verzameld in omslag
1937 Uit de Toren. (poëzie) Christiaens A G 3 Mechelen: De bladen voor de poëzie. -33p.

Afmetingen: 23 x 15.70 (ingenaaid – zachte kaft met flappen)
Colofon: Van deze bundel “uit de Toren” door A.G. Chrisiaens, werden in opdracht van “De Bladen voor de Poëzie” op de persen van F. & B. Vyncke te Gent, 200 genummerde exemplaren gedrukt.
Dit is nummer… 
1968 Onvindbaar land. Gedichten 1937-1967.

Deeltitels: Land der verwantschap; Land der gedachten; Land der ervaring.
Christiaens A G 4 Oudenaarde: Drukkerij – Uitgeverij Sanderus. -42p.

Afmetingen: 21.40 x 13.70 (ingenaaid – kaft met flappen)
Colofon: In de maand september 1968 bezorgde de uitgeverij Sanderus te Oudenaarde 500 exemplaren van dit boek. In de nummers 10 tot 50 staat een opdracht  voor de vrienden van de schrijver.
Dit is nummer…
 1968  Angsten in het Westen. (oorlogsproza)

Bevat enkele sobere en bescheiden aantekeningen over ‘Frontzone 1918’ (pp 5-13) en ‘Vesting zonder dak’(pp 19-28),dat aanvangt op 10 mei 1940). Daartussenin staat een kort ‘Interbellum’ (pp 15-18) over de toenemende oorlogsbedreiging.
Verscheen eerst als gedicht in Nieuwe Vlaams Tijdschrift.
1990: ‘Vesting zonder dak’ werd  opgenomen in ‘De beste Vlaamse oorlogsverhalen’ pp 121-132, samengesteld door Dirk Christiaens. Uitgeverij Manteau
 Christiaens A.G 11  Oudenaarde: Drukkerij – Uitgeverij Sanderus. -28p.

Afmetingen:21.50 x 14 (ingenaaid)
Colofon: In de maand september 1968 bezorgde de uitgeverij Sanderus te Oudenaarde 500 exemplaren van dit boek. In de nummers 10 tot 50 staat een opdracht voor de vrienden van de schrijver.
Dit is nummer…
 1976  Afscheid van de zondagsschool. (bloemlezing)

Bevat gedichten ui de bundels: De algemene regel; Irrequietum; Uit de toren; Onvindbaar land
 Christiaens A G 2  Hasselt: Uitgeverij Heideland-Orbis N.V.  -76p.

Reeks: Poëtisch erfdeel der Nederlanden nr 96.
Afmetingen 18 x 10.80 (pocket)
 1981  In vreemde voetsporen. Vertaalde gedichten.

Bevat; Engelse suite; Franse suite; Duitse suite
 Christiaens A G 6  Ertvelde: Uitgeverij E. Van Hyfte. -71p.

Afmetingen: 20 x 12.20 (ingenaaid – kaft met flappen)
 1981  Verzamelde gedichten.

Deeltitels: de algemene regel; irrequietum; uit de toren; onvindbaar land; opdrachten; in vreemde voetsporen.
Het kaftontwerp is van Johan Mahieu
 Beveren: Orion/Colibrant. -135p.

Reeks: De gulden veder.
Afmetingen: 20.50 x 12.50 (ingenaaid met zachte kaft & gebonden in linnen harde kaft)
Colofon: De VERZAMELDE GEDICHTEN van A.G. hristiaens, gezet uit de Garamond 10 pts, werden in het voorjaar 1981 gedrukt op 130 grs editie op de persen van Drukkerij Sanderus te Oudenaarde in opdracht van Orbis en Orion, uitgevers te Beveren.Naast de gewone uitgave werden vijftig exemplaren gedrukt op Simili-Japon van Van Gelder 100 grs., genummerd van één tot vijftig en door de auteur gesigneerd.
Dit is nummer ….
1983 Op versvoeten door Brussel. Van 1350 tot heden. (bloemlezing)

Samengesteld door A.G. Christiaens.
Omslagontwerp: Rikkes Vos
1988: 2de druk ibidem
 Christiaens A G 1 Antwerpen: Manteau. -99 + [IV]p.

Afmetingen: 21.30 x 13.50 (ingenaaid) 
1987 Voor de vrede uitbreekt. Vlaamse verhalen over de Tweede Wereldoorlog. (bloemlezing)

Samengeteld door A.G. Christiaens.
Met teksten van
Piet van Aken – Grut (pp 7-36)
Marc Andries – Le bonheur d’être aimé (pp 37-41)
Axel Bouts – Oorlog in Kieltje (pp 42-66)
Frans de Bruyn – De drenkelingen (pp 67-72)
Hugo Claus – De ‘patisserie’ (pp 73-82)
André Demedts – Het gezin (pp 83-102)
André Janssens – De pereboom (pp 103-108)
Frank Liedel – De Mof van bunke zeven (pp 109-114)
Ivo Michiels – Ikjes sprokkelen (pp 115-136)
Roger Pieters – Arme jongen (pp 137-140)
Jos Vandeloo –Verzamelpunt Mechelen (pp 141-145)
Jan Walravens – Hoe porselein breekt (pp 146-164).
 Christiaens A.G 9 1987 Voor de vrede uitbreekt . Schoten: Uitgeverij Hadewijch nv. -168p.

Afmetingen: 21 x 13 (paperback)

 POSTUME UITGAVEN

1991 Herkenbaar onbehagen: bloemlezing uit de lyriek van André G. Christiaens.

Samengesteld en ingeleid door Piet Thomas
 Thomas Piet 24 Waregem: Gemeentebestuur. 33p.

Afmetingen: 20.80 x 13 (gelijmd)
Colofon: Herkenbaar onbehagen, een bloemlezing uit de lyriek van A.G. Christiaens werd gedrukt in de zomer van 1991 in opdracht van het gemeentebestuur te Waregem
 1992  Ver van vreemd. Vertaalde poëzie.

Omslagontwerp: G. Dooreman.
Deeltitels: Engels label; Frans intermezzo; Duits huis
 Christiaens A G 7  Gent: Poëziecentrum vzw.-55p.

Reeks: Bladen voor de Poëzie vol 40:5 (extra nummer)
Colofon: “Ver van vreemd”, vertaalde gedichten van A.G. Christiaens werd gedrukt in opdracht van het Poëziecentrum v.V.w. te Gent, op de persen van de Drukkerij Sanderus n.v. te Oudenaarde in de maand oktober 1992.
 1994  De Grote Oorlog. Novellen over 14-18

Samenstelling en redactie A.G. Christiaens.
Inhoud:
Franz de Backer – Longinus (pp 7-52)
Raymond Brulez – Ultima Thule (pp 53-64)
Cyriel Buysse – De heren Bollekens in oorlogstijd (pp 65-102)
Ernest Claes – De moeder en de drie soldaten. (pp 103-128)
Fritz Francken – Seppe-de-beer (pp 129-138)
Paul van Ostaijen – De trust der vaderlandsliefde. (pp 139-166)
Filip de Pillecyn – De rit (pp 167-176)
Jozef Muls – De dood van Yperen. (pp 179-188)
Maurits Sabbe – De honden uit de buurt. (pp 189-200)
Jozef Simons – Zijn derde ster. (pp 201-228)
Frans Smits – Het huis der smart. (pp 229-258)
Stijn Streuvels – Onze fiets in oorlogstijd. (pp 259-292)
 Christiaens A.G 10  Leuven : Davidsfonds-Clauwaert. -294 + [IV]p.

Afmetingen: 24,8 x 17,3 (gebonden – harde linnen kaft met stofomslag)
Gezet in Goudy 11/14
Vormgeving en omslagontwerp: Gregie de Maeyer
Omslagillustratie: Charles Léonard, Patrouille in overstroomd gebied (detail) Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis, Brussel.
Gedrukt en gebonden bij Scheerders van Kerchove NV, Sint-Niklaas.
 1996  De laatste oorlog. Novellen over 40-45 .

Samenstelling en redactie A.G. Christiaens.
Bevat 18 Vlaamse novellen samen die alle over de Tweede Wereldoorlog handelen.
 Leuven: Davidsfonds-Clauwaert. -408p.
2003 A.G. Christiaens. Nagelaten vertalingen.

Bezorgd door Dirk Christiaens.
Het betreft:
Gottfried Benn, Kringloop; Bertold Brecht, Terugkeer; Peter Huchel, Wegen; Werner Wendt, Politiek kindergebed; Wolfdietrich Schnurre, Bericht en Erich Kästner, Het nieuwe jaar.
In: Nagelaten vertalingen – Gierik & NVT

 

Bibliografie per genre

 

POËZIE

  • De algemene regel, Steenlandt Kortrijk 1934
  • Irrequietum, De Bladen voor de Poëzie, Mechelen, 1937
  • Uit de toren, De Bladen voor de Poëzie, Mechelen, 1937
  • Onvindbaar land, Sanderus Oudenaarde, 1968
  • Afscheid van de zondagsschool, Heideland, Hasselt 1976
  • Verzamelde gedichten, Orbis en Orion, Beveren 1981

PROZA

  • Te Brussel bij dag en nacht, Jos Janssens, Antwerpen, 1933
  • Angsten in het Westen, Sanderus Oudenaarde, 1968

VERTALINGEN

Poëzie

  • In vreemde voetsporen. Vertaalde gedichten. Uitgeverij E. Van Hyfte, Ertvelde, 1981
  • Ver van vreemd. Vertaalde poëzie, Poëziecentrum, Gent, 1992
  • G. Christiaens. Nagelaten vertalingen. In: Gierik & NVT, 2003

Proza

  • C. Bentley, Trents last case. Als feuilleton in de krant De Standaard, 1946

BLOEMLEZING

  • Op versvoeten door Brussel. Van 1350 tot heden. – A. Manteau, Antwerpen, 1983
  • Voor de vrede uitbreekt. Vlaamse verhalen over de Tweede Wereldoorlog. – Hadewijch, Schoten 1987
  • De Grote Oorlog. Novellen over 14-18. Davidsfonds, Leuven 1994