home | Inloggen
Aantal schrijvers: 526 | Aantal boeken:

15394

De Martelaere, Patricia

Maakt deel uit van:

Patricia de Martelaere

Zottegem, 16 april 1957 – Wezemaal, 4 maart 2009

Patricia De Martelaere was filosofe, hoogleraar, auteur van romans en gedichten  en essayist.

Curriculum Vitae

Prof. Dr. Patricia de Martelaere (1957-2009) studeerde wijsbegeerte aan de KU Leuven, waar zij in 1984 promoveerde op een proefschrift over het scepticisme van David Hume. Ze was hoogleraar aan de KU Brussel en de KU Leuven en publiceerde onder meer over Schopenhauer, Nietzsche, Freud, Wittgenstein en Derrida. Op veertienjarige leeftijd debuteerde ze met een jeugdroman, ‘Koning der wildernis’. Haar prozadebuut voor volwassenen, de novelle ‘Nachtboek van een slapeloze’, werd in 1988 onderscheiden met de Prijs voor het Beste Debuut. In 2005 werd haar roman ‘Het onverwachte antwoord’ genomineerd voor de AKO en Libris Literatuurprijs. Het boek won de Gouden Uil publieksprijs.
Patricia de Martelaere overleed 4 maart 2009 aan een hersentumor.

BIOGRAFIE

16 april 1957: Geboorte van Patricia de Martelaere in Zottegem.

  • Middelbaar onderwijs, Latijn-Wiskunde te Stokkel (Ukkel)

1971: Publicatie op 12- 13-jarige leeftijd: Koning der Wildernis. Tevens verschijnen er verhalen en gedichten in Top-Magazine.

Ze volgt piano-, viool-, gitaar- en harples.

1973: Eerste prijs notenleer aan het Conservatorium van Brussel. Publicatie van gedichten in ’t Kofschip  Zonder Meer.

1974: Bekroning ‘Geen schip aan de horizon’, een novelle, met de Aanmoedigingsprijs van de provincie Brabant.

1976: Eerste bijdragen (verhalen, essays, kritieken) aan tijdschriften

  • Studie filosofie en Germaanse filologie aan de Katholieke Universiteit Leuven.
  • Aspirant bij het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek.

1980: Huwelijk met Rudi Smets, Officier in het Belgische leger.

1983: Schrijft de roman Nachtboek van een slapeloze. Publicatie in 1988.

1984: Promotie aan de Katholieke Universiteit Leuven op het proefschrift Hume, de wetenschap en het gewone denken, dat in 1987 zal worden uitgegeven onder de titel Hume’s “gematigd” scepticisme: futiel of fataal?

Joop Dohmen, hoogleraar aan de Universiteit voor Humanistiek getuigde hierover:  “Dankzij een gelukkig toeval heb ik vijfentwintig jaar geleden de promotie van Patricia de Martelaere over David Hume mogen meemaken. Het werd een fascinerend, bijna vier uur durend debat tussen een jonge, ambitieuze studente en drie gearriveerde hoogleraren, Roelants, De Dijn en de Hume-specialist Gabriel Nuchelmans. Een nieuwe ster was verschenen aan het filosofisch firmament”.

1988: Publicatie van haar debuutroman Nachtboek van een slapeloze. Genomineerd voor de NCR-prijs. Bekroond met de prijs voor het beste literaire debuut (1989).

1989: Wordt redactielid van Dietsche Warande en Belfort.

1990: Publicatie van de roman Littekens. Genomineerd voor de AKO-literatuurprijs en voor de Belgische NCR-prijs.

  • Eindredachtie van het themanummer ‘Literatuur en filosofie’ van Dietsche Warande en Belfort, jg. 136, 1991/6.

1992/93 : Betrokken bij de oprichting en vast medewerkster van het nieuwe tijdschrift Filosofie Magazine.

  • In het eerste nummer schreef ze de column: Moet men krabben waar het jeukt?, een niet geheel onschuldige boutade over de vraag of filosofie helpt en zo ja waarvoor.

1993: Publicatie ‘Een verlangen naar ontroostbaarheid. Over leven, kunst en dood’, een bundel essays. Bekroond met de J.Gresshofprijs en genomineerd voor de AKO-literatuurprijs.

1994: Medewerking aan Landschappen van Nietzsche, Kunst, wetenschappen, leven en moraal.

1996: Redacteur van ‘Het dubieuze denken. Geschiedenis en vormen van wijsgerig scepticisme’

1997: Publicatie van de bundel verzamelde essays Verrassingen. In 2000 bekroond met de Vlaamse Cultuurprijs voor essay en kritiek (periode 1997-1999).

1998: Vertaalt Wolokolamsker Chaussee I-V is een vijfdelige tekst van de Duitse theaterreus Heiner Müller, geschreven tussen 1985 en 1987.

  • In vijf episodes/vijf individuele verhalen geeft de auteur gestalte aan fragmenten uit de Europese geschiedenis tussen 1941 en 1972. De auteur noemde zijn tekst zelf een requiem gemaakt met de blik op het einde van het socialisme in Oost-Europa De vijf vertellers herinneren zich wat hun levens aan persoonlijke en maatschappelijke trauma’s hebben opgeleverd: een tekst vol zwarte gaten, een geheugen vol verdringing.
  • Het theaterstuk werd in 1998 opgevoerd in een enscenering van Peter Van Kraaij.

De Martelaere vertaalde wel meer theaterteksten.

  • 1996: Bernard-Marie Koltès: Dans la solitude (1987), een filosofische dialoog, werd door haar in 1995/1996 vertaald als In de eenzaamheid van de katoenvelden.
    • Midden maart 1996 regisseerde Peter van Kraaij dit stuk in het Brusselse Kaaitheater. Wim van der Grijn speelde de dealer, Frieda Pittoors de klant en Peter Vermeersch verzorgde de klank.
  • Marguerite Duras: La Musica II
    • Opgevoerd door Theater Vonck vzw in een regie van Erica van Hylckama. Spel: Annemie Goris en Jacques De Bock. Muziekkeuze: Jan Peeters.
  • 1999: Cocktail Party van T.S. Eliot vertaald door Patricia de Martelaere
    • De Tijd vzw Seizoen: 1999/2000
    • Regie: Peter van Kraaij
    • Dramaturgie: Marianne van Kerkhoven
    • Kostuums: Ann Weckx
    • Decorontwerp: Bart van Overberghe
    • Spel: Lucas Vandervorst, Nettie Blanken, Tamar van den Dop, Robbert So, Bruno van den Broecke, Han Kerckhoffs, Betty Schuurman.

2001: Debuteerde op indrukwekkende wijze als dichter in het tijdschrift De Gids.

2002: Debuteert als dichter met de bundel Niets dat zegt.

  • Over haar debuutbundel schreef  ‘Poetry International ‘ het volgende: Gezien Wittgensteins opvatting dat uiteindelijk de poëzie geschikter is dan de filosofie om tegemoet te komen aan de behoefte van mensen aan een ruimere blik, is het niet verwonderlijk dat Patricia de Martelaere haar onderwerpen ook in gedichten aan de orde is gaan stellen. Haar poëzie is gecomprimeerd, stamelend, dreigend vaak ook. Ze schrijft gedichten waarin de taal tot in haar uiterste mogelijkheden benut wordt in een poging iets te zeggen over wat feitelijk onzegbaar is. Tussen de woorden kiert voortdurend het grote onbekende dat achter het ons vertrouwde ligt. Dat dit onbekende zo voelbaar wordt in deze poëzie is misschien wel de grootste verdienste ervan.

2004: Publicatie van de roman Het onverwachte antwoord.

2005: Het onverwachte antwoord wordt genomineerd voor de AKO en Libris Literatuurprijs. Winnaar van de  Gouden Uil publieksprijs.

2006: Publicatie van ‘Taoïsme. De weg om niet te volgen.

  • De Martelaere deed aan tai-chi en studeerde Chinees. Haar laatste boek was de doorwrochte studie Taoïsme. De weg om niet te gaan (2006). Over de moraal van deze oosterse levensbeschouwing schrijft zij aan het slot: ‘Het heeft geen zin te willen bloeien in de herfst, of te willen overleven in het aanschijn van de dood (…) het niet aanvaarden zal niet alleen de loop der dingen niet veranderen, maar leidt ook niet tot inzicht in de werkelijkheid.’

9 januari 2009: Eredoctoraat Universiteit voor Humanistiek Utrecht.

4 maart 2009: Overleed op 51-jarige leeftijd te Wezemaal aan de gevolgen van een hersentumor.

Epiloog.

2009: Prijs voor het beste tijdschriftartikel voor – “Bestaat U ? “ verschenen in DWB van februari 2009. (prijs georganiseerd door CelT vzw,koepelorganisatie van de Vlaamse Culturele en literaire Tijdschriften, in samenwerking met Knack en postuum uitgereikt door “Het Ander Boek”. Motivering: met dit ‘prachtige document’ over mogelijke godsbewijzen, “bewees de Martelaere nogmaals op welke eenzame hoogte ze in de Nederlandse literatuur wel stond”.)

BEKRONINGEN

  • Prijs voor het beste debuut voor – Nachtboek van een slapeloze (1988)
  • 1994 – Jan Geshoffprijs voor – Een verlangen naar ontroostbaarheid (1993)
  • 2000 – Vlaamse Cultuurprijs voor essay en kritiek (periode 1997-1999) voor – Verrassingen (1997)
  • 2005 – De Gouden Uil Publieksprijs (Prijs van de Lezer) voor – Het onverwachte antwoord (2004)
  • 2009 – Eredoctoraat Universiteit voor Humanistiek Utrecht.

Nominaties

  • NCR literatuurprijs voor – Nachtboek van een slapeloze (1988)
  • AKO Literatuurprijs voor – Littekens (1990)
  • 2005 – De Gouden Uil Literatuurprijs voor – Het onverwachte antwoord (2004)
  • 2005 – Libris Literatuur Prijs voor – Het onverwachte antwoord (2004)
  • 2005 – AKO Literatuurprijs voor – Het onverwachte antwoord (2004)
  • 2009 – Prijs voor het beste tijdschriftartikel voor – “Bestaat U ? “ verschenen in DWB van februari 2009. (postuum uitgereikt door “Het Ander Boek”. Motivering: met dit ‘prachtige document’ over mogelijke godsbewijzen, “bewees de Martelaere nogmaals op welke eenzame hoogte ze in de Nederlandse literatuur wel stond”.)

 

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Websites

Referenties

  • Erwin Mortier, Erwin Mortier schrijft in memoriam voor schrijfster/filosofe Patricia de Martelaere. In: De Morgen Uitgelezen 03/11/2009

SMAAKMAKER

  • Zie  “Bestaat U ? “ verschenen in DWB van februari 2009, na de bibliografie.

 

Ik verbind hem met touw, met mij

Uit: niets dat zegt. Amsterdam 2002 Meulenhoff.

Ik verbind hem met touw, met mij,
met handen aan het bed. Verbonden
 
beginnen wonden pas echt. Met
zorg snoer ik de mond, verblind
 
de ogen. Toegekomen, klaar begin ik
met ontbloten. De rand, de binnenkant.
 
Geheel ontdaan verzoekt hij, deze,
om genezing. Maar ik lig hem zwaar,
 
ik ben op hem gebrand. Ik ben
de bovenhand, tot de tanden
 
verzoend, verklaar ik hem nader:
oorlog, mijn liefde. Bestaan.

 

BIBLIOGRAFIE

Woordje vooraf

  • Deze bibliografie wordt op twee wijzen weergegeven: eenmaal chronologisch en eenmaal opgedeeld per genre (filosofische werken en literaire werken)

De gegevens van deze bibliografie werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen.
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • Piet Devos: Van reuzen tot dwergen. Bibliografie – Vlaamse schrijvers in de 20ste eeuw – Eerste drukken. Kortrijk, eigen beheer 2007
  • POËZIECENTRUM vzw – Gent

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.

Chronologisch

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1971 Koning der wildernis. (jeugdboek) Gent: Gakko. -117p.
1984 Hume, de wetenschap en het gewone denken. (proefschrift)
1987 Hume’s “gematigd” scepticisme: futiel of fataal?

Uitgave van haar proefschrift.
Brussel: Paleis der Academie voor Wetenschappen, letteren en Svhonne kunsten. -130 p.
1988 Nachtboek van een slapeloze. (roman)

(Prijs voor het Beste Debuut)
Omslag: René Margritte, ‘L’Empire des Lumières © Sabam Brussel.
Grafische vormgeving: Hugo Van Nuffel.
Leuven: De Clauwaert VZW -133p.

Licentieuitgave van Uitgeverij Den Gulden Engel, Wommelgem.
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback) bij Den Gulden Engel/ Gebonden met stofomslag bij De Clauwaert.
Tweede uitgave Querido 2006.
1989 De schilder en zijn model. (roman)

Grafische vormgeving: Joost van de Woestijne
Omslag met gebruikmaking van een schilderij van Johannes Vermeer
Foto achterzijde omslag Diane Baeyens
Amsterdam: J.M. Meulenhoff. / Leuven: Kritak. -124p.

Reeks: Meulenhoff Editie 1031
Afmetingen: 20 x 12.50 (ingenaaid)
Drk: Geuze Dordt.
1990 Littekens. (roman)

Vormgeving omslag: Joost van de Woestijne.
Vormgeving binnenwerk: Karel van Laer
Omslagillustratie: Rik Lina
Foto achterzijde omslag Diane Baeyens
Amsterdam: J.M. Meulenhoff. / Leuven: Kritak. -163p.

Reeks: Meulenhoff Editie 1116
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
Druk: Geuze Dordrecht.
1990 Schildersverdriet. (verhaal) 1999 burengeruchten Uit de bundel: ‘Burengerucht. Het Vlaamse verhaal doet weer de ronde’. pp. 89-96.

Uitgeverij: Amsterdam: Meulenhoff / Leuven: Kritak.
Afmetingen: 19 x 12 (paperback). 159pp.
Omslagillustratie: Ever Meulen
1992 De staart. (roman)

Grafische vormgeving: Joost van de Woestijne
Omslagillustratie: Francisco Goya ‘Hond begraven in het zand’ Prado, Madrid
Foto achterzijde omslag Steye Raviez
Amsterdam: J.M. Meulenhoff. / Leuven: Kritak. -140p.

Reeks: Meulenhoff Editie 1272
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
1993 Een verlangen naar ontroostbaarheid, over leven, kunst en dood. (essays)

(Jan Greshoffprijs)
Twaalf filosofische essays over kunst, religie, liefde, leven en dood, eveneens genomineerd voor de AKO Literatuurprijs.
Grafische vormgeving: Joost van de Woestijne
Omslagillustratie: Fernand Knopff
Foto’s achterzijde Anne van Herreweghen
Amsterdam: J.M. Meulenhoff. / Leuven: Kritak. -171p.

Reeks: Meulenhoff Editie 1323
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
1993 Ben ik hier in een hoerenzaak verzield geraakt ? (verhaal)

Eerder verschenen in: Dietsche Warande en Belfort, jrg. 130, nr 2, febr. 1985
1993 Hugo Brems Nieuwe Vlaamse verhalen Uit de bundel: Nieuwe Vlaamse Verhalen. Gekozen & van een nawoord voorzien door Hugo Brems. pp 201-204. Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam. -285p.

Afmetingen: 21 x 13.50 (paperback)
1996 De voorbeeldige schrijver. (filosofie) Tilburg University Press, 28 p.
1996 (red.)Het dubieuze denken. Geschiedenis en vormen van wijsgerig scepticisme. Kampen: Kok Agora/ Kapellen: Pelckmans. -231 p.
1996  Het onverwachte antwoord. (verhaal) In: De Zeventiende Deur
Ed. NPP, Creative Concepts, Oudekerk a/d Amstel, i.o.v. Crawford Benelux B.V. te Amsterdam, december 1996
Afmetingen: 19.50 x 13.30 (ingenaaid in luxe linnen kaft).
Relatiegeschenk Crawford – niet in de handel
1997 Verrassingen. (essays)

(Staatsprijs voor essay en kritiek)
Grafische vormgeving: Joost van de Woestijne, Utrecht.
Omslagillustratie: ‘Mantel van drie dorpen’ detail Indiaans (Sioux) Achttiende eeuw.
Foto achterzijde omslag Steye Raviez
Amsterdam: J.M. Meulenhoff. -189p.

Reeks: Meulenhoff Editie 1564
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
1998 Een koude kunst. (filosofie) Studium Generale Maastricht.
1998 Passies. Tussen extase en discipline – (redactie + eigen bijdrage). (filosofie) Baarn: uitgeverij Gooi en Sticht.
1998 Wolokolamsker Chaussee I-V (vertaalde theatertekst)

Oorspronkelijke auteur: Heiner Müller.
Oorspronkelijke titel: Wolokolamsker Chaussee I-V

 

Antwerpen: Bebuquin, uitgevers van Toneelteksten. Co-editie met het kaaitheater.

Geënsceneerd door Peter van Kraaij; Spel: Josse De Pauw, Carla Mulder, Jos Verbist, Robijn Wendelaar en Robbert So; coproductie Theater Antigone en Kaaitheater.
1999 Iets binnenin. (filosofie) Nijmegen: Nijmegen University Press,.-16 p.
2000 Wereldvreemdheid. (essays)

Afbeelding voorzijde omslag Salvador Dali, ‘Meisje bij het raam’, © Salvador Dalí, Fundacio Gala-Salvadot Dalí, 2000 c/o Beeldrecht Amstelveen.
Foto achterzijde omslag Lieve Blancquaert.
Vormgeving: Steven Boland.
Bevat: Maar weten de dingen dat ook ? (pp. 7-9); De eeuwige terugkeer van hetzelfde (pp.10-19); De Dalton Terror. Of een oefening in het sterven. (pp. 20-39); Een tikkeltje minder menselijk (pp.40-47); De volkomen objectiviteit van de kunst (pp. 48-57); ET Phone home. Das Unheimliche (pp. 58-79); Iets binnenin (pp. 80-89); Een koude kunst (pp. 90-117); De mieren en de pissebedden. Een fabel over ethiek (pp. 118-126); Wereldvreemdheid (pp.127-138); Meer licht (pp. 139-159).

De Martelaere 6 Amsterdam: J.M. Meulenhoff. -159p.

Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
Reeks: Meulenhoff Editie 1859

2001 Wie is er bang voor de dood? Valkhof Pers/Titus Brandsma Instituut. -22p.
2001 Hume – (Monografieën), red. P. de Martelaere en W. Lemmens, Kampen: Kok Agora/ Kapellen: Pelckmans. -192p.

Reeks: Monografieën.
2002 Niets dat zegt. (poëzie)

Deeltitels: Langzamerhand moet ik wel weten (1980-1985); Niets dat zegt (1992-1997)
Omslag en typografie: Geert De Koning.
Afbeelding voorzijde omslag: Loes Rijkhoek.houtdruk op rijstpapier, zonder titel.

 

Amsterdam: J.M. Meulenhoff. -48p.

Afmetingen: 21.40 x 14 (gebrocheerd)
Verantwoording: “Deze bundel is niet bedoeld als een debuut in de dichtkunst, maar als een volstrekt eenmalige gelegenheidsbundel. Hij bevat een selectie uit de gedichten die ik de afgelopen 20 jaar schreef, zonder de ambitie een dichter te willen zijn en zonder een eigentijdse poëtica voor ogen. Het zijn in de volle betekenis van het woord, gelegenheidsgedichten.”
Patricia de Martelaere.

 

2002 Wat blijft. (essay)

Bevat: Niet meer dan een dier (pp 7-19); Zijn, worden en wijzelf (pp 20-39); Niets dat blijft (pp 40-51); Scheiding en troost (pp 52-60); Over de auteur p. 61.
Speciale uitgave in het kader van De Maand van de Filosofie , april 2002.
Verzorging omslag:Anna Houwen/Katrien Buising.
Afbeelding omslag: Sream, Tokuoka Shinsen, 1954.
Productie: Boeken uit Rotterdam
2007: 2de editie bij Querido’s Uitgeversmaatschappij
 De Martelaere 7 S.l.: Stichting Maand van de Filosofie, -61 p.

Afmetingen: 17.90 x 12.50 ingenaaid)
2004 De uitgelezen Hume. Bloemlezing van teksten van Hume met inleiding en commentaar – (redactie, inleiding en toelichting) Tielt: Lannoo. / Amsterdam: Boom. -392p.
2004 Het onverwachte antwoord. (roman)

Bekroond met de Gouden Uil publieksprijs 2005, nominatie voor de AKO en Libris Literatuurprijs.
Amsterdam: J.M. Meulenhoff. -256p.
2006 Taoïsme. De weg om niet te volgen. (essay)

Omslagontwerp: Marry van Baar
Omslagillustraties: © Library You Feng
Foto auteur: Thomas Schlijper
Amsterdam: Ambo, -175p.

Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback – kaft met flappen)
2007 Wat blijft. (essay) Amsterdam: Querido. -67p.
2009 “Bestaat U ? “

Kritisch essay over mogelijk godsbewijzen.
In: Dietsche Warande & Belfort  –  Februari 2009.

Bibliografie volgens genre

Filosofische werken

  • 1984 – Hume, de wetenschap en het gewone denken – proefschrift.
  • 1987 – Hume’s “gematigd” scepticisme: futiel of fataal? – Paleis der Academiën, Brussel, 130 p.
  • 1996 – De voorbeeldige schrijver – Tilburg University Press, 28 p.
  • 1996 – (red.), Het dubieuze denken – Geschiedenis en vormen van wijsgerig scepticisme, Kok Agora/ Pelckmans, Kampen/Kapellen, 231 p.
  • 1998 – Een koude kunst – Studium Generale Maastricht.
  • 1998 – Passies. Tussen extase en discipline – (redactie + eigen bijdrage), uitgeverij Gooi en Sticht, Baarn.
  • 1998 – Brussels lof – (eredoctoraat Cornelis Verhoeven), uitgeverij Damon.
  • 1999 – Iets binnenin, Nijmegen University Press, Nijmegen, 1999,16 p.
  • 2000 – Wereldvreemdheid, Essays – Meulenhoff, Amsterdam, 159 p : De Martelaere P., Iets binnenin, Nijmegen 1999.
  • 2001 – David Hume – met W. Lemmens, Pelckmans, Kapellen, 192 p.
  • 2001 – Wie is er bang voor de dood? – Valkhof Pers/Titus Brandsma Instituut, Nijmegen, 24 p.
  • 2001 – Hume – (Monografieën), red. P. de Martelaere en W. Lemmens, Pelckmans/Agora, 192 p.
  • 2002 – Wat blijft – Stichting Maand van de Filosofie, 61 p.
  • 2004 – De uitgelezen Hume, Bloemlezing van teksten van Hume met inleiding en commentaar – (redactie, inleiding en toelichting), Lannoo/Tielt en Boom/Amsterdam, 392 p.
  • 2006 – Taoïsme – De weg om niet te volgen – Ambo, Amsterdam, 175 p.
  • 2007 – Wat Blijft – Essay, Em.Querido’s uitgeverij, Amsterdam-Antwerpen, 67 p.

Literaire werken (fictie en essays)

  • 1971 – Koning der wildernis – (jeugdboek), Gakko, 117 p.
  • 1988 – Nachtboek van een slapeloze – De Clauwaert/ den Gulden Engel, 19881, 133p. (Prijs voor het beste debuut); Querido, 20062
  • 1989 – De schilder en zijn model – Meulenhoff, Amsterdam, 124 p.
  • 1990 – Littekens – Meulenhoff/Kritak, Amsterdam/Leuven, 163 p.
  • 1992 – De staart – Meulenhoff, Amsterdam, 140 p.
  • 1993 – Een verlangen naar ontroostbaarheid, over leven, kunst en dood Essays – Meulenhoff, Amsterdam.
  • 1997 – Verrassingen, Essays – Meulenhoff, Amsterdam, 189 p. (Staatsprijs voor essay en kritiek).
  • 2002 – Niets dat zegt – Poëzie, Meulenhoff.
  • 2004 – Het onverwachte antwoord – Meulenhoff, Amsterdam, 20041, 256 p.; 20072, 288 p.(winnaar Gouden Uil 2005, nominatie voor de Ako en Libris Literatuurprijs)

Vertalingen (Theaterteksten)

  • 1996: In de eenzaamheid van de katoenvelden. Oorspronkelijke auteur Bernard-Marie Koltès: Dans la solitude (1987) Midden maart 1996 regisseerde Peter van Kraaij het stuk in het Brusselse Kaaitheater
  • 1998: Wolokolamsker Chaussee I-V oorspronkelijke auteur: Heiner Müller, Het theaterstuk werd in 1998 opgevoerd in een enscenering van Peter Van Kraaij.
  • 1999: Cocktail Party van T.S. Eliot Opgevoerd in 1999/2000 door De Tijd vzw in een regie van Peter van Kraaij
  • La Musica Twee. Oorspronkelijke auteur Marguerite Duras: La Musica II. Opgevoerd door Theater Vonck vzw in een regie van Erica van Hylckama. Soel: Annemie Goris en Jacques De Bock. Muziekkeuze: Jan Peeters.

 

SMAAKMAKER

Bestaat U ?

Lieve god,

Ik gooi deze brief aan U maar in de rode postbus op de hoek van het dorpsplein in W., U weet wel, tussen de kapper en frietkot ‘Bij Paula’. Dat was de bus waarin ik als kind mijn jaarlijkse brieven aan Sinterklaas gooide, om drie weken later een brief terug te krijgen die geen antwoord was, met een postpakket waarin stalen van Nescafé, Kellog’s, Vitabis en Côte d’Or, maar niets van wat ik had gevraagd.

Als U bestaat, bent U dan ook niemand anders dan de postbode zelf, en kom ik dat dan ook alleen veel later te weten ? En is wat ik van U kreeg, in het leven waar ik U dankbaar voor moet zijn, ook niet meer dan een reclamestunt van de fabrikant van het heelal, gratis monsters zonder waarde ?

Als U bestaat, antwoord dan maar niet. U krijgt allicht vele brieven als deze, en als U bestaat hebt U wellicht andere dingen te doen dan brieven beantwoorden.

Laten we zeggen: als U niet antwoordt, dan beschouw ik dat als een bewijs dat U bestaat. Alleen iemand die niet echt God was zou het in zijn hoofd halen om brieven van stervelingen te beantwoorden.

Dank bij voorbaat voor Uw verheven zwijgen.

Bestaat U? Als U volmaakt bent, bestaat U dan noodzakelijk, zoals filosofen in een ontologisch godsbewijs hebben menen te kunnen beweren? De idee dat het volmaakter is te bestaan dan niet te bestaan. Vanwaar de gedachte dat een volmaakt wezen, inzake goedheid, almacht, rechtschapenheid, alwetendheid en wat al niet meer dat desondanks niet zou bestaan, geeen echt volmaakt wezen kan zijn. Echte volmaaktheid houdt noodzakelijk het bestaan van het volmaakte in. Een louter gedroomde volmaaktheid kan nooit volmaakt zijn. Gesteld nu, dat wij, onvolmaakte mensen, een idee van volmaaktheid bezitten, dan moe dat noodzakelijk een idee zijn van iets dat bestaat.

Wat denkt U van deze redenering? Is ze volmaakt, of is ze, integendeel, menselijk, al te menselijk? U zult zich boeken herinneren van Friedrich Nietzsche, de man die met zijn hamer Uw dood verkondigde, maar die op het eind van zijn leven, getroffen door zinsverbijstering, zijn brieven ondertekende met de naam ‘De Gekruisigde’. Kruipt ook God waar hij niet gaan kan? Of vinden wij U terug, niet alleen in het volmaakte Zijn, maar ook in het volmaakte lijden? Bent U ook daar waar U niet bent?

Als God bestaat, dan is twee plus twee gelijk aan vier.

Dat is volgens de menselijk logica, die niet altijd even logisch lijkt, een geldige redenering.

De kunst van het redeneren heeft de mens van oudsher geobsedeerd. Niet meteen om het bestaan van God te bewijzen, maar om ziekten te achterhalen of weersvoorspellingen te doen. Als iemand koorts heeft is hij ziek. Als iemand niest, is hij verkouden. De eerste gevolgtrekking is geldig, de tweede niet. Als het bewolkt is, komt er regen. Of als de kat zich wast tot achter haar oren. Allebei ongeldig. Geldige verbanden zijn noodzakelijke verbanden, ze moeten altijd geldig zijn en niet alleen maar nu en dan. Maar geldige redeneringen hoeven niet eens op oorzakelijke verbanden te berusten. Als de kat zich wast tot achter haar oren, is twee plus twee vier – is een geldige redenering, al heeft de kat niet meer te maken met wiskunde dan het weer.

Hoe maak je dan uit of redeneringen logisch geldig zijn als er niet eens een causale relatie moet zijn? De logica voorziet de volgende truc: een redenering is formeel geldig wanneer de antecedens (als…) nooit tegelijk met de negatie van de consequens (dan…) gerealiseerd kan zijn. Koorts hebben kan dan niet samengaan met niet-ziek zijn. Dat is logisch. Maar om dezelfde reden geldt ook: als iemand koorts heeft, is twee plus twee vier. Koorts kan namelijk niet samengaan met het niet gelijk zijn van vier aan twee plus twee. Twee plus twee is namelijk altijd en noodzakelijk gelijk aan vier. Daarom zijn alle redeneringen waarvan de consequens een feit is dat niet ontkend kan worden, noodzakelijk geldig. Als God bestaat, geeft vuur hitte. Als God bestaat, is water nat. Allemaal geldig.

Maar daarmee weten we nog niet of God bestaat. We proberen het anders.

Als twee plus twee gelijk is aan vijf, dan bestaat God.

Een geldige redenering. Volgens het formele criterium kan de antecedens zich niet voordoen tegelijk met de negatie van de consequens. Ditmaal niet omdat de consequens niet genegeerd kan worden, maar omdat de antecedens zich helemaal niet kan voordoen, en dus a fortiori niet tegelijk met om het even wat. Daarom zijn alle redeneringen waarvan de antecedens alleen maar onwaar kan zijn, noodzakelijk geldig. Alleen bewijzen we daarmee evenmin het bestaan van God, want ‘Als twee plus twee gelijk is aan vijf, dan bestaat God niet’, geldt natuurlijk net zo goed. Uit het onmogelijke volgt natuurlijk om het even wat. Als ik een worst ben, bestaan draken. Als draken bestaan, bestaan feeën ook. Als feeën bestaan, ben ik geen worst.

‘Als God bestaat, bestaat God niet.’ Gesteld dat het bestaan van God even absurd is als dat van draken, dan is dit een geldige redenering.

‘Als God niet bestaat, bestaat God. ‘ Gesteld dat het bestaan van God even zeker is als het nat zijn van water, dan is dit en geldige redenering.

Als God bestaat, bestaat Hij noodzakelijk.

Het ontologisch godsbewijs van Anselmus van Canterbury. Bestaat God? Dat hangt er natuurlijk van af, wie of wat God is. Maar volgens Anselmus hoort het bestaan noodzakelijk tot de wezensbepaling vann God zelf – God bestaat als het ware per definitie. God is namelijk het wezen groter dan hetwelk niet kan worden gedacht. Stel je nu het grootste wezen voor dat je je kunt voorstellen, almachtig en volmaakt, oneindig in ruimte en tijd, met onbegrensde goedheid en wijsheid –  maar stel jje voor dat het niet bestaat. Dan zou het net hetzelfde wezen, met alle opgesomde eigenschappen en met de bijkomende eigenschap van wel te bestaan, toch nog altij iets groter zijn. Het is namelijk volmaakter te bestaaan dan niet te bestaan. Waaruit volgt dat de idee zelf van het allervolmaakste wezen ook de idee van bestaan inhoudt. Als het niet bestond was het immers niet echt volmaakt.

Maar wat betekent het eigenlijk zich iets voor te stellen als bestaand dan wel als niet-bestaand? Is ‘bestaan’ wel een bijkomende eigenschap van de dingen die we ons voorstellen?

David Hume, die zich overigens geen voorstelling kom vormen van God, beweert van niet. Stel je bijvoorbeeld een appel voor, met alle eigenschappen die appels hebben: groen, zuur, rond, glad, sapping (Granny Smith), en stel je vervolgens diezelfde appel voor als niet-bestaand. Zijn de eigenschappen van de appel soms plots allemaal vager (minder volmaakt) geworden? Hoe ziet een niet-bestaande appel er eigenlijk uit? Misschien hetzelfde als een niet-bestaande peer? Maar dat betekent dat we ons helemaal geen voorstelling kunnen vormen van iets als niet-bestaand. Ofwel vormen we er ons helemaal geen voorstelling van, ofwel stellen we het ons onvermijdelijk voor als bestaand.

Stel je een draak voor, vuurspuwend en vervaarlijk, met groene schubben, scherpe klauwen en een lange drakenstaart. En stel vervolgens een bestaande draak voor – spuwt hij nu meer vuur of zijn zijn klauwen scherper? Het blijkt dat we ons de eerste draak eigenlijk al hadden voorgesteld als bestaand. Vreems is dat: draken bestaan niet, maar we kunnen ze ons alleen maar voorstellen als bestaand. En volmaakter worden ze daardoor al helemaal niet.

Als God volmaakt is, bestaat Hij niet.

Al wat bestaat, is ooit ontstaan en zal ooit moeten vergaan. Eeuwig bestaan is bijgevolg een contradictio in terminis. In de orde van het bestaande is niets volmaakt: alles is altijd in groei, in bloei of in verval. Zijn is altijd in wording zijn. Het tegendeel van worden is dan ook helemaal niet, zoals vaak werd gedacht, zijn, maar niet-zijn. Alleen wat niet bestaat kan ontsnappen aan het eeuwige worden en de eeuwige vergankelijkheid. Alleen niet-zijn is onvergankelijk. Het is volmaakter niet te bestaan dan te bestaan. Als God volmaakt is, bestaat Hij niet.

Als God bestaat, kan Hij niet goed zijn.

Geen redenering, maar een observatie: er is teveel leed in de wereld opdat God goed zou kunnen zijn. Misschien bestaat Hij als eerste oorsprong van alle levensvormen? maar in geen geval kan Hij een goede herder zijn, of in geen geval een herder voor wolven en schapen tegelijk. God, als Hij bestaat, is partijdig en onmenselijk wreed, net zoals Zijn meest volmaakte schepsel de mens. Darwin daarentegen was wel goed: hij werd zozeer bewogen door zijn medeschepselen dat hij het niet goed aankon zijn dokterstudies voort te zetten: hij bleek te gevoelig voor het bijwonen van een operatie op een dertienjarig meisje in de tijd voordat anesthesie was uitgevonden). Dokter worden was overigens zijn tweede keuze. Zijn eerste was priester geweest. Zijn derde was geen keuze, en misschien daarom de goede: hij werd toevallig meegevraagd op de reis met ‘The Beagle’ rond de Galapagoseilanden, om daar voor scheepsnatuurkundige te spelen. Een en ander viel hem op, waardoor hij op de gedachte kwam dat soorten niet los van elkaar geschapen konden zijn, zoals het boek Genesis voorhield. Maar het was niet dat wat hem zijn geloof deed verliezen: hij achtte het zelfs in principe vernuftiger van God om niet alle soorten, stuk voor stuk apart, integraal te hebben ontworpen en afgewerkt, waardoor Hij zes dagen lang bezig bleef en slechts één rustdag overhield. Als God daarentegen had volstaan met enkel de eenvoudigste allereerste levensvorm te creëren en de rest over te laten aan natuurlijke evolutiemechanismen, dan had hij slechts één dag werk gehad en was het de rest van de week al zondag voor Hem geweest. Maar wat Darwin schokte in zijn vertrouwen in God waren de talloze voorbeelden van wreedheden waarmee hij in zijn natuuronderzoek werd geconfronteerd. Over een ervan schrijft hij aan zijn goede vriend Asa Gray: de vrouwelijke sluipwesp legt haar bevruchte eitjes in de lichamen van levende rupsen. Op zich al geen aangename ingreep – en zonder verdoving -, maar wellicht van korte duur en dus te overleven. Wat volgt is echter van langere duur en leidt onafwendbaar tot de dood: de rupsen worden –zonder verdoving – van binnenuit levend opgegeten door de wespenlarven. Waarom heeft God deze dingen op die manier ontworpen? Waarom was Hij, in dat geval, goed voor de sluipwespen maar meedogenloos wreed voor de rupsen? Wat hadden de rupsen gedaan om zo’n gruwelijk lot te verdienen? Of als God, zoals ook de mensen in hun geschiedenis overkomt, ‘het niet had gewild’ of ‘het niet had geweten’, hoe staat het dan met Zijn almacht en Zijn alwetendheid.

Als God bestaat, wat is het dan dat bestaat ?

Wittgenstein laat opmerken dat lang niet alle woorden die een betekenis lijken te hebben, ook werkelijk een betekenis hebben. Dat leidt tot heel wat vergissingen en verwarring, vooral in de filosofie en religie, waar de dingen waarover het gaat meestal niet erg zichtbaar zijn. Uitspraken over dingen die per definitie onzichtbaar zijn, zijn per definitie betekenisloos. Bestaat de onstoffelijk, onsterfelijke ziel ? Het lijkt hier om een diepzinnige, uitermate belangrijke vraag te gaan, waar de grootste denkers uit de geschiedenis lang hebben over gereflecteerd en gemediteerd. In wekelijkheid is het, aldus Wittgenstein, een onbeantwoordbare vraag, niet omdat ze zo moeilijk  zou zijn, maar omdat ze geen betekenis heeft. Vragen of de ziel bestaat is niet zoals vragen of een fee of een heks bestaaat. Van Feeën en heksen hebben we een mentale voorstelling waarvan we kunnen nagaan of er in werkelijkheid ook iets aan beantwoordt. Maar dat is niet het geval met zielen en goden, ondanks de illusie van het tegendeel wanneer we over deze dingen praten.

Voor zover we ons wel iets voorstellen bij de ziel of God, zal blijken dat we het niet echt over de ziel of over God als zodanig hebben, maar over een arbitraire zintuiglijke voorstelling daarvan, die net zo goed de voorstelling van iets anders zou kunnen zijn. Ziet de ziel eruit als een kaarsvlam en God als een wolk of als een oude man met een baard ? Zo opgevat bestaan ze uiteraard, maar geen enkele oude man, kaarsvlam of wolk hoeft per definitie God of de ziel te zijn. Deze laatste zijn namelijk per definitie onzichtbaar, zodat het feit dat we ze niet zien zowel een bewijs kan zijn voor hun bestaan als voor hun niet-bestaan. Stel je twee hersenspecialisten voor die samen het menselijk brein onderzoeken  om na te gaan of er nu al of niet een onstoffelijke geest in zit. Zie je wel, zegt de een, dat er geen geest is. Zie je wel, concludeert de ander dat de geest onstoffelijk is.

Net hetzelfde geldt voor God. De vraag  ‘Bestaat God ?’ kan alleen maar beantwoord worden via de tussenstap van een niet-onbelangrijke wedervraag: ‘Wat bedoel je met God ?’

Stel je de volgende dialoog voor tussen twee mensen van wie de een niet weet wat centauren zijn en de ander wel weet wat ze zijn, maar niet weet of ze bestaan. B: Bestaan Centauren ?’ A:  ‘Wat zijn centauren ?’  B: ‘Wezens die half paard half mens zijn.’ A: ‘Dan bestaan centauren niet.’

Vergelijk met: A: ‘Bestaan centauren ?’  B: ‘Wat zijn centauren ?’ A: ‘Dat weet ik niet, maar denk je dat ze bestaan ?’.

God is geen centaur, maar een blauwbilgorgel. We weten niet allen niet of  Hij bestaat, we weten zelfs niet wie of wat Hij is en waaraan we hem zouden herkennen mocht Hij bestaan.

Maybe God is one of us….

Patricia de Martelaere

Februari 2009

Dietsche Warande en Belfort