home | Inloggen
Aantal schrijvers: 525 | Aantal boeken:

15394

Baillon, André

Maakt deel uit van:

André Baillon

Antwerpen, 27 april 1875 – Saint-Germain-en-Laye, 10 april 1932

Vlaamse, maar in het Frans schrijvende, Antwerpse schrijver.

 

BIOGRAFIE

27 april 1875: André Baillon is een geboren Antwerpenaar, zoon van een van origine Franse vader, Joseph-Chrétien Baillon en een Antwerpse moeder Julia van Bellingen.

  • Vader Baillon was aannemer in goeden doen, afkomstig uit een familie die zich had opgewerkt van eenvoudige handwerkslieden uit Dendermonde tot industrieëlen, maar die het opgebouwde familiekapitaal even snel verkwistten als zij het hadden vergaard.
  • Moeder, Julia van Bellingen, was afkomstig uit een gegoede Antwerpse handelsfamilie.

EEN BEWOGEN JEUGD

Eén maand na zijn geboorte sterft zijn vader onverwachts.

Wanneer zijn moeder  hertrouwt veroorzaakt dat familiale spanningen. Er komt zelfs een proces van en André wordt bij zijn stiefvader in Antwerpen weggehaald.

Hij komt terecht bij zijn tante Louise in Dendermonde, een ongehuwde dame die een streng bekrompen katholicisme aanhield – in schril contrast met het liberale katholicisme van zijn moeder – en die hij later in zijn roman Le Neveu de Mlle Autorité (1930) als Mademoiselle Autorité zou portretteren

“Lid van de derde orde van Sint-Francisccus, ijveraarster voor talrijke goede werken in de stad. Ze had zich toegewijd aan haar vader en aan God, die van maagden houdt. De maagd was veertig. Droog, overal plat, het haar zonder enige opschik”…

In enkele maanden tijd dus raakte Baillon én zijn ouderlijk huis, zijn stad én zijn taal kwijt.

1880-1881: Zijn broer Antoine sterft in 1880 en in 1881 zijn moeder

  • De dood van zijn moeder zal Baillon nooit te boven komen. ‘Al zijn minnaressen zullen ook moedertjes moeten zijn’, schrijft Denissen in zijn biografie De gigolo van Irma Ideaal: André Baillon (1999)

Tante Louise zorgt er al heel snel voor dat André Baillon  op pensionaat wordt ondergebracht bij de Zusters van Sint Vincentius van Paulus te Elsene.

1883 – 1889: Op zijn achtste loopt hij als pensionnaire school in het collège jésuite de Turnhout. Wordt verdacht van ongeoorloofde vriendschappen – in de kostschoolterminologie ‘scabage’ genoemd’ – en ondanks zijn briljante resultaten van school gestuurd

1889-1893 : Beëindigt zijn middelbaar onderwijs bij de paters Josefieten te Leuven (Collège de la Trinité).

  • Zoals gebruikelijk in die tijd wordt Baillon – een veelgepeste ‘rossekop’ en een briljante leerling – voorgoed doordrongen van de vreze Gods, van de plicht tot gewetensonderzoek, biecht, berouw en boete en niet te vergeten van het feit dat iedere vrouw het werktuig is van de duivel.

Oktober 1893 : Schrijft zich in aan de Katholieke Universiteit Leuven voor de voorbereidende studies van mijnbouwkunde, al had hij liever letteren gedaan.

Hij hield het één jaar uit.

ROSINE CHÉRET

April 1894: Wereldvreemd, valt Baillon prompt voor de charmes van de arbeidster Rosine Chéret, die hem de liefde en de sensualiteit laat ontdekken.

1896: Van zodra hij meerderjarig is eist hij zijn deel op van de erfenis en vertrekt met het niet onaanzienlijk fortuin én Rosine naar het casino in Oostende. Samen joegen zij in minder dan twee jaar Baillons erfdeel erdoorheen.

  • Geruïneerd en wanhopig probeert hij een eerste maal zelfmoord te plegen, naar verluidt door de zee in te lopen met een bontjas aan. Het kledingstuk hield hem echter drijvende, zodat hij door de branding op het strand werd teruggespoeld .

1898: Breekt met Rosine. In verschillende romans en novellen zal hij van deze driejarige relatie verslag doen.  Rosine nu eens beschrijvend als een voortreffelijk lief, dan weer als een sloerie die hem in de afgrond had geduwd ‘terwijl ik als rentenier een gemakkelijk leven had kunnen hebben’.

EEN MOEIZAME LITERAIRE CARRIÈRE

Vanaf zijn collegetijd heeft hij veel gelezen: Victor Hugo, Mallarmé, Charles Baudelaire, E. Hello, Villiers de l’Isle-Adam, Friedrich Nietzsche, L. Bloy, enz).  Hij poogt zijn eerste teksten te schrijven:

  • 1895 et 1899 : schrijft gedichten (Sonnets macabres) en formuleert zijn twijfels, zijn verwachtingen fragmentarisch op in een intiem dagboek. Twee belangrijke thema’s komen naar voor: het willen wegvluchten in de kunst om via de schoonheid, de kwetsende werkelijkheid te kunnen vergeten en ook de weerzin tegenover de seksualiteit.
  • 1896 : Begint een autobiografische roman La dupe, die – onvoltooid gebleven –  pas in 1944 wordt gepubliceerd. Hierin doet hij verslag van deze roerige jaren uit zijn leven.

Met dit alles was Baillon, nog voor hij een letter had gepubliceerd, een legende geworden.

1899 : Na zijn breuk met Rosine, wordt hij opgevangen door zijn broer te Brussel.

Mei 1899 : In Le Thyrse, een literair en cultureel tijdschrift, verschijnt  zijn eerste verhaal ‘La complainte du fol’ .  Het is ‘lyrisch proza met een morbide inslag’ en ‘naturalistisch à la Maupassant’.  Hij zal er ook zijn eerste literaire vrienden vinden.

1900: Huurt twee kamers te Vorst, boven een café en vlak tegenover het kerkhof, en installeert er zich.

MARIE VANDENBERGHE

Via een contactadvertentie ontmoet hij Marie Vandenberghe, een Vlaamse moederlijke en liefdevolle vrouw. Ze had – net als Baillon- een ellendige jeugd achter de rug. Ze was al vroeg in de prostitutie beland, maar had er zich kunnen uit bevrijden.

  • Voor Baillon zou zij de robuuste moeder worden die zich zorgzaam over hem zal ontfermen. Moeder, minnares en madonna tegelijk en dan nog Marie geheten ook, net als Zij die wordt aanbeden in het Weesgegroet, ‘de gezegende onder alle vrouwen’, ‘vol van genade’, met een al even gezegende schoot.
  • Zij zal het hoofdpersonage worden in zijn roman Histoire d’une Marie (1921).

20 oktober 1902: Trouwt  met Marie Vandenberghe.  Hij probeert verscheidene jobs, maar blijft het moeilijk hebben met het leven.

1903 : Na een reeks depressies  huurt hij met Marie een klein huisje in Westmalle en zet er een kippenkwekerij op. Tegelijkertijd schrijft hij een roman met bijbels thema Judith. Beide projecten mislukken.

Eind 1905 : Terug in Brussel wordt hij door het dagblad La Demière Heure aangenomen als nachtredacteur.

1907 : Nieuwe poging om een kippenkwekerij op te zetten in Westmalle, maar opnieuw zonder succes. Over zijn Westmalse ervaringen kunnen we lezen in Moi quelque part… (1919) , voor een volgende editie herwerkt en vermeerderd onder de titel En sabots (1922).

1910: Daarna gaat hij in Brussel wonen waar hij opnieuw als journalist van La Dernière Heure aan de kost komt, wat hij later zal evoceren in Par fil spécial (1924).

GERMAINE LIEVENS

1912: Zijn leven wordt ondersteboven geworpen wanneer hij de bekende pianiste Germaine Lievens leert kennen. Hij wordt smoorverliefd op haar en schreef haar maandenlang amoureuze smeekbeden.

Mei 1913: Germaine zwicht voor zijn aandringen. Hij verlaat Marie en kort daarop trekt hij bij haar in, in haar woning te Boendaal. In die periode hervat hij zijn literaire activiteiten. Blijkbaar had Germaine een inspirerende invloed op hem. Hij werkt  Moi, quelque part… en Histoire d’une Marie af.  Hij zet een nieuwe roman aan : Zonzon Pépette.

1914-1918: Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog bekomt Baillon, als redacteur van het dagblad La dernière Heure, de maandelijkse schadeloosstelling die de Belgische regering in ballingschap uitkeerde aan journalisten die weigerden voor de bezetter te schrijven.

1915: Hij werkt ook Le pénitent exaspéré af, een lange novelle die pas in 1988 zal worden gepubliceerd. De tekst houdt het midden tussen een mobide maniérisme en decadentie

1918: Bij het schrijven van Zonzon Pépette identificeert hij zich zodanig met zijn criminele hoofdpersoon Jojo Pingping, dat hij, aldus de biograaf, Germaine een ‘knoert van een depressie’ bezorgd. Daarop verlaat zij hem en hij keert terug naar zijn vrouw.

MARIE VANDENBERGHE  –  GERMAINE LIEVENS & EVE-MARIE – EINDELIJK GEPUBLICEERD

Wat niet wegneemt dat hij met Germaine goede contacten blijft onderhouden. Herneemt zijn werk als journalist bij La dernière Heure.

1919: In Brussel verschijnt zijn eerste roman, Moi quelque part…, in een oplage van 535 exemplaren.

1920: Baillon wil proberen om van zijn open te leven en zegt zijn werk als journalist bij La dernière Heure op.

  • Wanneer Germaine Lievens in de lente van 1920 naar Parijs vertrekt, samen met haar dochter Ève-Marie (geboren uit een stormachtige relatie mat de symbolistische schilder Henry de Groux), zal hij bij haar enkele maanden later komen inwonen samen met Marie, en een valies vol manuscripten. Er volgt een tumultueuze poging tot ménage à trois.

1921: Publicatie bij Editions Rieder van Histoire d’une Marie. De roman wordt zowel in België als Frankrijk goed ontvangen. Het zijn vooral de Franse linkse literaire milieus die hem bij het grote publiek bekend maken.

  • Toch heeft zijn biograaf enige reserves: “Baillon zou altijd de indruk hebben door de Fransen argwanend als ‘un petit belge’ bekeken te worden, en door de Belgen als ‘deserteur’. ‘Tussen twee talen, tussen twee nationaliteiten, tussen twee adressen, tussen twee vrouwen: schrijven in een niemandsland'” aldus de biograaf.

Baillon had met zijn uitgever Rieder een contract getekend om één boek per jaar te leveren. Voorlopig heeft hij nog enkele boeken in reserve, maar later zal deze verplichting hem zuur opbreken. En ondanks het succès d’estime kan hij niet van zijn pen leven: hij is aangewezen op allerlei hand- en spandiensten aan uitgeverijen en kranten.

April 1922: Marie keert terug naar Brussel.

1923: Zonzon Pépette verschijnt bij Ferenczi.

1923: Baillon verloor zich aan een gecompliceerde en dubbelzinnige relatie met zijn zestienjarige ‘stiefdochter’ EVE-MARIE, dochter van Germaine, waarna hij geestelijk instortte.

PSYCHIATRISCHE VERZORGING – SCHRIJFT ZIJN BESTE ROMANS  – LITERAIRE ERKENNING

16 april 1923: Wordt in het psychiatrisch ziekenhuis La Salpetrière opgenomen, waar hij drie maanden zal verblijven.

  • Literair bleek zijn verblijf in het hospitaal vruchtbaar te zijn, want hij vond er voor niet minder dan drie romans inspiratie : Un homme si simple (‘Een doodeenvoudig man’), Le Perce-oreille du Luxembourg (‘Doodzonde) en Chalet I (“In de Piepzak”). De twee eersten worden gerekend tot zijn meesterwerken.
  • Chalet 1 beschrijft zijn periode in de psychiatrische afdeling van het Parijse ziekenhuis La Salpêtrière. Het ziekenhuis wordt door de patiënten onder elkaar “La Pépette” – de Piepzak – genoemd.
  • Tijdens zijn verblijf aldaar werd hem door de beroemde schrijfster Colette hoogstpersoonlijk de Prix de la Renaissance, het allereerste blijk van literaire erkenning, overhandigd.

Juni 1923: Nadat hij is ontslagen, betrekt hij met Germaine Lievens en haar dochtertje een bescheiden huisje in het dorp Marly-le-Roy, een twintigtal kilometer van Parijs, waar hij een aantal jaren als een kluizenaar wil leven en schrijven.

MARIE DE VIVIER

1930: Begint een ‘verschroeiende relatie’ met de vierentwintig jaar jongere Brusselse schrijfster Marie de Vivier, alweer een Marie.

  • Samen maken ze plannen voor een gemeenschappelijke zelfmoord. ‘Liefde en dood, leven en literatuur: ze raken in hun delirante brievenreeks steeds meer in elkaar verstrikt.’ Marie de Vivier belandt erdoor in een psychiatrische kliniek.
  • Dat Baillon, ‘bezig zichzelf te vernietigen, een door bewondering verblinde jonge vrouw in die vernietiging wil meeslepen’ komt hem zelfs op kritiek te staan van de hem zo toegedane biograaf:  Baillon is ‘levensmoe maar heeft niet de moed om alleen te sterven’, constateert Denissen teleurgesteld.

ZELFMOORD

1931: Na een zelfmoordpoging in 1931 (samen met Marie de Vivier),  maakt hij het volgende jaar zelf een einde aan zijn leven.

7 april 1932: Baillon strooit  in zijn huis in Marly-le-Roi overal bloemen, van de tuin naar de slaapkamer. Hij geeft zijn poezen te eten en slikt een overdosis van het slaapmiddel Dial. Op het papier dat hij achterlaat schrijft hij in grote letters: ‘Absolve’, als smeekte hij vanaf zijn doodsbed om vergiffenis.

10 april 1932: Hij overlijdt in het ziekenhuis l’Hôpital de Saint-Germain-en-Laye waar Germaine hem nog in allerijl had laten opnemen.

Op 14 april om 11.30 uur wordt hij in Marly-le Roy begraven, twee weken voor zijn zevenenvijftigste verjaardag.

Epiloog

Na zijn dood, wordt zijn werk snel vergeten. Pas op het einde van de jaren 1970 zullen critici zijn werk herontdekken.

André Baillon kreeg een kleine revival sedert zijn biografie door Frans Denissen in 1999 voor de AKO Literatuurprijs werd genomineerd, en enkele van zijn werken in het Nederlands werden (her-)uitgegeven.

2016: Het tijdschrift DEUS EX MACHINA brengt een mooi themanummer uit over André Baillon (zomernummer 2016 nr 157) met vele foto’s en illustraties. Verscheidene auteurs werkten eraan mee: Jan Bettens schreef de inleiding: Voor zover dat is na te gaan begon het als volgt, Frans Denissen vertaalde verschillende Baillontekstsen (Vertoog over de letteren,  Poeleke, beiden voor het eerst vertaald) en teksten over Baillon (Geneviève Hauzeur, Traité de littérature en M C Gnocci, André baillon en de Franse literatuur van de jaren 20). Elvis Peeters levert ook een bijdrage met Woorden voor een kus, David Nolens doet hetzelfde met Notities van een inslapende nachtwacht in een ontwenningskliniek. Bart Duron en Lieven Jonckheere reflecteren: Oog om oog, de logica van een hoofdpersonage van Baillon.

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Website

Referentie

  • Jeroen Brouwers, De zwarte zon. Essays over zelfmoord en literatuur in de twintigste eeuw. Uitgeverij Atlas, Amsterdam/Antwerpen. 1999. 280pp. (Woorden met Angels, Woorden met scharen. Over André Baillon, pp.117-137)

BEKRONINGEN

  • 1923: Prix de la Renaissance
  • 1931 : Prix triennal du roman voor Le Perce-oreille du Luxembourg.

 

MEER OVER ANDRE BAILLON

  • Frans Denissen, De gigolo van Irma Ideaal, André Baillon, of een geschreven leven. Amsterdam: Prometheus. 1998.

 

BIBLIOGRAFIE

Woordje vooraf

  • De bibliografie bevat een chronologisch overzicht gevolgd door een overzicht van de in het Nederlands vertaalde boeken.

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience –Antwerpen.
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles
  • Frans Denissen, Maria Chiara Gnocchi, Eric Loobuyck, Bibliographie de et sur André Baillon 1898-2004, Bruxelles, Bibliothèque royale de Belgique, “Series bibliographica”, vol. 6, 2005
  • Bibliographie des Ecrivains Français de Belgique 1881-1950 , établi par Jean-Marie Culot, Palais des Académies. 1958 pp.88-89.

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klik op de foto

Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1919 Moi quelque part…, préface de Georges Eekhoud.
1922: Nieuwe herziene en vermeerderde uitgave onder de titel : En sabots. Paris, Rieder. -232p. (18.50 x 12)
1934 : Paris, Editions de France. (18.50 x 12) -246p.
1999 : heruitgegeven bij Bruxelles, Lady Schöne (édition bibliophilique avec dessins originaux de Jean-Yves Magnay).
Bruxelles : Edition de la Soupente : (Impr. de l’Office de Publicité). -165p.
Afmetingen: 23.50 x 18
Colophon : Il a été tiré de cet ouvrage 535 exemplaires numérotés à la presse : n°1 à 5 sur Japon des papeteries impériales, n°6 à 35 sur Hollande van Gelder, n°36 à 535 sur vergé spécial.
1921 Histoire d’une Marie. Préface de Charles Vildrac.
1929 : Bruxelles ; Paris : Editions de Kogge. -284p. Préface de Charles Vildrac. 2ième Ed. 1943
1947 : [Lyon] : Les écrivains réunis. -276p. Préface de Charles Vildrac ; lithographies en couleurs de Anna Staritzky.
1977 : Brussel : Antoine Jacques. -290p. Reeks : Passé présent vol. 5. Préface de Hubert Juin.
2ième Ed. 1987.
1997 : Bruxelles : Labor. Reeks: Espace Nord vol. 118. Lecture de Pierre Schoentjes.
2006 : heruitgave Bruxelles, Labor (Les Eperonniers-Passé Présent, n. 3), 2006, préface de Hubert Juin.
2013 : Bruxelles : Espace Nord. -317p. Postface de Pierre Schoentjes. Reeks : Espace nord roman vol. 118.
Paris : F. Rieder et Cie, éditeurs. – 284, [2] p.
Afmetingen: 18.50 x 12
Reeks : Prosateurs français contemporains.
Colophon : Il a été tiré de cet ouvrage une édition originale qui comprend : 6 exemplaires sur Hollande van Gelder zonen, numérotés A à F, non mis dans le commerce ; 20 exemplaires sur Hollande van Gelder zonen, numérotés de 1 à 20 ; 250 exemplaires sur vergé pur fil des papeteries Lafuma, de Voiron, numérotés 21 à 270.
1922 En sabots. (roman)
1952 : [S.l.] : Editions de Hofnar, 1952 / Bruxelles : Presses de l’ENSAAD, 1953). [16] p. : ill. (bibliofiele uitgave) Cet extrait de la réimpression de “En sabots” a été illustré par Luc Claus et imprimé en 6 exemplaires sur les presses de l’ENSAAD
1987 : heruitgave Toulouse, L’Éther vague. -303p.
Paris : F. Rieder et Cie, éditeurs. – 230, [2] p.
 
Reeks : Prosateurs français contemporains.
Colophon : Il a été tiré de cet ouvrage une édition originale qui comprend : 6 exemplaires sur Hollande van Gelder zonen, numérotés de A à F, non mis dans le commerce ; 6 exemplaires sur Hollande van Gelder zonen, numérotés de 1 à 6 ; 100 exemplaires sur vergé pur fil des papeteries Lafuma, de Voiron, numérotés de 7 à 107.
1923 Zonzon Pépette, fille de Londres. (roman)
1979 : Bruxelles : Editions Jacques Antoine. – 154, [4] p. Reeks : Passé présent ; 14.
2006 : heruitgave Grenoble, Cent Pages. -125p.
Paris: J. Ferenczi et fils, éditeurs. – [4], 214, [2] p.
Afmetingen: 18.50 x 12
Il a été tiré de cet ouvrage : 55 exemplaires sur papier de Hollande, numérotés de 1 à 55
Imprimerie Ramlot et Cie
1924 Par fil spécial. Carnet d’un secrétaire de rédaction. (roman)
1995 : Heruitgave Bruxelles, Labor-RTBF éditions, “Espace Nord, vol. 102″, 1995, préface de René Haquin, lecture de Michel Grodent.
Paris : F. Rieder et Cie, éditeurs . -238, [2] p.
Afmetingen: 18.50 x 12
Reeks : Prosateurs français contemporains.
Colophon : Il a été tiré de cet ouvrage une édition originale qui comprend : 30 exemplaires sur Hollande van Gelder zonen, numérotés de 1 à 30.
Imprimé chez Nicolas, Renault et Cie,) Poitiers.
1925 Un homme si simple.(roman)
1976 : Bruxelles : Editions Jacques Antoine. -231p. 2ième Ed. 1987. Reeks Passé présent vol. 1
2002 : Bruxelles : Labor. 231 p. : ill. Reeks : Espace nord vol. 180. lecture de Maria Chiara Gnocchi.
2006 : Heruitgave Bruxelles, Labor (Les Eperonniers-Passé Présent, n. 1), 2006, lecture de Maria Chiara Gnocchi.
Paris : F. Rieder et Cie, éditeurs. -211, [5] p.
Afmetingen: 18.60 x 12
Reeks : Prosateurs français contemporains.
Colophon : Il a été tiré de cet ouvrage une édition originale qui comprend : 15 exemplaires sur Hollande van Gelder zonen, numérotés de A à O, non mis dans le commerce ; 30 exemplaires sur van Gelder zonen, numérotés de 1 à 30 ; 300 exemplaires sur Hollande des papeteries Montgolfier, numérotés de 31 à 330.
1925 Le Pot de fleur.
Édition de luxe, avec bois gravés de Jan Fr. Cantré.
Antwerpen : Editions Lumière : (Presses du maître imprimeur J.-E. Buschmann) / Paris : André Delpeuch. 68 p. : ill. en coul.
Afmetingen: 22.50 x 14.50
Il a été tiré : Un exemplaire sur hollande Van Gelder à la cuve, pliage à faux format, portant le numéro 1; Trente-cinq exemplaires sur Hollande van Gelder à la cuve, pliage à faux format, dont trente numérotés de 2 à 31, et cinq, hors commerce, marqués A, B, C, D, E, renfermant six gravures sur bois hors-texte, coloriés à la main par l’artiste ainsi qu’une suite des bois en noir sur papier Longhi signés par l’artiste ; Trois-cents exemplaires sur featherweight, numérotés de 32 à 331 […] ; Vingt-cinq exemplaires sur featherweight, hors commerce.
1926 Chalet I . (roman)
2001 : Heruitgave bij Uitgeverij Labor Brussel, Reeks: “Espace Nord”, vol. 168, 2001, lecture de Laurent Demoulin.
Paris : F. Rieder et Cie, éditeurs. – 214, [2] p.
Afmetingen: 18.50 x 12
Reeks : Prosateurs français contemporains
Colophon : Il a été tiré de cet ouvrage une édition originale qui comprend : 5 exemplaires sur papier des manufactures impériales du Japon, numérotés de AA à AE ; 10 exemplaires sur Hollande van Gelder zonen, numérotés de A à J, non mis dans le commerce ; 60 exemplaires sur Hollande van Gelder zonen, numérotés de 1 à 40 ; 300 exemplaires sur vélin pur fil des papeteries Lafuma de Voiron, numérotés de 41 à 340.
1927 Délires. (novelle)
1981 : Heruitgave Bruxelles, Les Éperonniers, “Passé Présent”, vol. 30, 1981, préface de Frans De Haes
2007 : Heruitgave Première partie, Des Mots réed. sous le titre Délires, Namur, Compagnie Hypothésarts, préface non signée.
2010: Bruxelles : Renaissance du livre. -154p. Bevat : Des mots : drame cérébral ; Eve et Kiki : drame familial. Reeks : Espace Nord vol. 306
Paris : La Jeune Parque, Marcel Sénac, libraire-éditeur. – 150, [6] p.
Afmetingen: 19.50 x 15
Colophon : Ce tirage de Délires, en édition originale, ne sera pas réimprimé. Il a été limité à 1100 exemplaires numérotés : 25 sur Japon, 75 sur Hollande, 1000 sur vélin blanc, pus LX exemplaires de présent.
1928 Le Perce-oreille du Luxembourg. (roman)
1984 : heruitgave Bruxelles, Labor, “Espace Nord”, vol. 12, 1984, préface de Michel Gheude, lecture de Daniel Laroche
1989 : Bruxelles-Arles, Labor-Actes Sud, “Babel”, vol. 2, 1984. avec les mêmes préface et lecture.
1998 : Arles : Actes sud /Bruxelles : Labor. -240p. Reeks: Espace nord 12. préfacier Michel Gheude
2006 : Loverval : Labor – 233 p. Reeks: Espace nord 12.
2012 : Bruxelles : Espace Nord. préface de Michel Gheude, lecture de Daniel Laroche. Reeks: Espace nord 12.
Paris: Les éditions Rieder. – 270, [2] p.
Afmetingen: 18.50 x 12
Reeks: Prosateurs français contemporains.
Il a été tiré de cet ouvrage une édition originale qui comprend : 1 exemplaire sur papier impérial du Japon, numéroté Japon A, non mis dans le commerce ; 4 exemplaires sur papier impérial du Japon, numérotés Japon 1 à Japon 4 ; 10 exemplaires sur Hollande van Gelder zonen, numérotés de A à J non mis dans le commerce ; 20 exemplaires sur Hollande van Gelder zonen, numérotés de 1 à 20 ; 15 exemplaires sur vélin pur fil des papeteries Lafuma de Voiron numérotés de K à Y, non mis dans le commerce
1929 La vie est quotidienne. (verhalen) Paris: Les éditions Rieder. -229, [7] p.
Afmetingen: 18.50 x 12
Reeks : Prosateurs français contemporains.
Il a été tiré de cet ouvrage une édition originale qui comprend : 1 exemplaire sur papier impérial du Japon, numéroté A, non mis dans le commerce ; 4 exemplaires sur papier impérial du Japon, numérotés Japon 1 à Japon 4 ; 2 exemplaires sur Madagascar des papeteries Lafuma, numérotés Madagascar 1 et Madagascar 2, non mis dans le commerce ; 8 exemplaires sur Madagascar des papeteries Lafuma, numérotés Madagascar A à Madagascar H ; 15 exemplaires sur Hollande van Gelder zonen, numérotés de B à P, non mis dans le commerce
1930 Des vivants et des morts. Le Neveu de Mademoiselle Autorité. (roman) Paris: Les éditions Rieder. – 224, [2] p.
Afmetingen: 18.50 x 12
Reeks: Prosateurs français contemporains.
Colophon : Il a été tiré de cet ouvrage : 6 exemplaires sur Japon impérial, dont 1 non mis dans le commerce, numéroté Japon A et 5 numérotés Japon 1 à Japon 5 ; 10 exemplaires sur Madagascar, dont 3 non mis dans le commerce, numérotés Madagascar 1 à 3 et 10 numérotés Madagascar A à Madagascar J ; 30 exemplaires sur Hollande van Gelder zonen, dont 5 non mis dans le commerce, numérotés de B à F et 25 numérotés de 1 à 25 ; 130 exemplaires sur vélin pur fil des papeteries Lafuma, dont 10 non mis dans le commerce.
1932 Le neveu de Mademoiselle Autorité. Roseau
2001 : heruitgave Bruxelles, Le Cri. -181p. Préface de Maria Chiara Gnocchi.
Paris: Les éditions Rieder. -241, [1] p.
Afmetingen : 18.50 x 12
Reeks : Prosateurs français contemporains.
Il a été tiré de cet ouvrage une édition originale qui comprend : 25 exemplaires sur Hollande van Gelder zonen, dont 15 non mis dans le commerce, numérotés de 1 à 10 et de H.C. 1 à H.C. 15 ; 50 exemplaires sur vélin pur fil blanc, des papeteries Lafuma, de Voiron, dont 20 non mis dans le commerce, numérotés de 11 à 40 et de H.C. 16 à H.C. 35 ; 200 exemplaires sur alfa mousse des papeteries Lafuma, dont 20 non mis dans le commerce, numérotés de 41 à 220 et de H.C. 36 à H.C. 55.
1933 Pommes de pin. (novelle) Bruxelles, Les Amis de l’Institut supérieur des Arts décoratifs. – 54, [4] p.
Afmetingen: 29 x 23
Reeks : éditions des Amis de l’Institut supérieur des Arts décoratifs. Vol 9
Les “Amis de l’Institut des Arts décoratifs” ont fait imprimer de cet ouvrage sur les presses de l’I.S.A.D., trois cent septante exemplaires composés en caractères Garamond corps 16. Vingt exemplaires tirés sur papier du Japon, sont marqués de A à T. Les 350 exemplaires tirés sur papier de Hollande “Pannekoek” sont numérotés de 21 à 370. Achevé d’imprimer Mai 1933.
POSTHUME UITGAVEN
1944 La Dupe.
Avant-propos de Roger de Lannay.
1988 : heruitgave suivie de Le Pénitent exaspéré, texte établi et commenté par Raymond Trousson, Bruxelles, Labor, “Archives du Futur”,
Bruxelles : La Renaissance du Livre. –190p.
Afmetingen : 18.50 x 12
Colophon : L’édition originale de cet ouvrage a été tirée à vingt-six exemplaires sur véritable Hollande van Gelder à la cuve, lettres de A à Z ; cent exemplaires sur papier vélin bibliophile numérotés de 1 à 100.
1976 La correspondance entre André Baillon et Georges Eekhoud.
Bezorgd door Christine Caluwaerts.
Antwerpen : UIA
1988 La dupe suivie de Le pénitent exaspéré.
Texte établi et commenté par Raymond TROUSSON.
La dernière œuvre romanesque (1932) suivie de la première (1915)
Bruxelles : Editions Labor. -211p.
Reeks : “Archives du Futur”.
1997 Lettres à Paul Alleman / André Baillon.
Introduction et notes par Georges Schmits
Bilstain : Compléments. -51p.
1999 Traité de littérature.
Édition bibliophilique avec huit illustrations de Jean-Yves Magnay
Bruxelles : Lady Schöne

 

BAILLON IN NEDERLANDSE VERTALING

Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1934 Op Klompen.
Oorspronkelijke auteur: ANDRE BAILLON
Oorspronkelijke titel: En sabots (1922)
Uit het fransch naverteld door A. Thiry
Amsterdam : De Arbeiderspers. -254p.
1958 Op klompen.
Oorspronkelijke titel: En sabots (1922)
Uit het Frans vertaald door Antoon Thiry,
Met nawoord van Jean Stevo. met portret van A.B. door Pol Stievenart als frontispice + aanbiedingsfolder.
Omslag Fred Garrels
 Baillon 6 Antwerpen: Boekengilde Die Poorte. -144p.
1985 Een doodeenvoudig man.
Omslagontwerp: Rikkes Voss.
Oorspronkelijke titel: Un homme si simple (1925)
Vertaald door JOS VANDELOO
Baillon 2 Antwerpen: A. Manteau. –190p.
Reeks: Grote Marnixpockets vol. 291.
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
Druk: Smits Wommelgem-Antwerpen
1985 Waanzinnen.
Oorspronkelijke titel: Délires. (1927)
Vertaling en nawoord door Frans Denissen
Haarlem: In de Knipscheer. -114p.
Reeks: Franstalige literatuur uit Vlaanderen. – Haarlem; vol. 1985: 1
1987 Het boek van Marie.
Oorspronkelijke titel: Histoire d’une Marie. (1921)
Vertaald door Frans Denissen & Gisèle van Dongen
Haarlem: In de Knipscheer. -277p.
1990 Doodzonde.
Oorspronkelijke titel: Perce-oreille du Luxembourg. (1928)
Vertaald door Frans Denissen en Gisèle Van Dongen
Nawoord: Frans Denissen
Antwerpen: Dedalus. -209p.
1991 Op klompen.
Oorspronkelijke titel: En sabots (1922)
Uit het Frans vertaald door Frans Denissen en Hilde Rits
Omslag en boekverzorging: Toni Mulder
 
Antwerpen : Dedalus. -184p.
Afmetingen: 20 x 12.50 (Gebonden – harde geïllustreerde kaft)
Zetwerk: Advertype, Brussel
Druk: Groenevelt, Landgraaf

 

1992 Jojo Pingping : Londense straatmeid.
Oorspronkelijke titel: Zonzon Fépette (1923)
Vertaald door Frans Denissen
Antwerpen ; Amsterdam : Manteau. -130p.
 
Reeks: Grote Marnixpockets vol. 430
1994 Een doodeenvoudig man.
Oorspronkelijke titel: Un homme si simple. (1925)
Vertaald door Frans Denissen & Hilde Rits
Voorwoord: Jeroen Brouwers
Antwerpen: Dedalus / Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar. -179p.
1996 In de piepzak.
Oorspronkelijke titel: Chalet 1. (1926)
Vertaald door Frans Denissen
Amsterdam: Nijgh & van Ditmar / Antwerpen : Dedalus. -159p.
1998 Het neefje van Mademoiselle Autorité.
Oorspronkelijke titel: Le neveu de Mademoiselle Autorité. (1930)
Vertaling Frans Denissen en Hilde Rits
Amsterdam : Nijgh & Van Ditmar.
2012 Waanzinnen.
Oorspronkelijke titel: Délires.(1927)
Vertaling en nawoord door Frans Denissen
Uitgeverij Voetnoot. -68p.
Reeks: Belgica nr 12
Afmetingen: 16.50 x 10.50 (paperback)
 
 
2016 Poeleke (verhaal)
Oorspronkelijke titel: verhaal uit Pot de fleur (1925).
Vertaling door Frans Denissen
Het verhaal – geschreven in 1917 – verscheen voor het eerst in L’Humanité (Parijs) van 14-15 oktober 1921 onder de titel Pouleke (Conte de fée);
1924: Als ‘Poulet Conte de fée’ in La Revue française van 24 februari 1924
1929: opgenomen in de verhalenbundel La vie est quotidienne.
In:   Deus ex machina Themanummer over Baillon, 2016 nr 157, pp 27-31.
 
2016 Vertoog over de letteren. (poëticale tekst)
Oorspronkelijke titel: Traité de littérature (april 1921 in het Brusselse tijdschrift Le Thyrse)
Vertaling door Frans Denissen
In:  Deus ex machina Themanummer over Baillon, 2016 nr 157, pp 8-10.