home | Inloggen
Aantal schrijvers: 536 | Aantal boeken:

15559

Catalaanse poëzie vertaald door Theo Hoefmans

Het is me een genoegen bij mijn ‘boekenwurmen’ Theo Hoefmans te mogen voorstellen.
Ik ken Theo al heel lang en weet dus dat hij van vele culturen thuis is. Sinds geruime tijd woont hij in Catalunya in het dorp Vilacolum niet ver van Figueres. Het onvermijdelijke gebeurde dus: zijn nieuwsgierigheid naar de Catalaanse taal en haar literatuur zou een verrijking en waarom ook niet een kruisbestuiving teweegbrengen tussen twee Europese taalgemeenschappen.

Hier volgen twee van zijn vertalingen, die mooi passen in het kerstgebeuren. De ‘Complanta de Nadal’ van Pere Quart en ‘Herodes’ van Milà i Fontanals.

We hopen dat meer van zijn vertaalwerk kan gepubliceerd worden.

Theo was ook zo vriendelijk een korte situering van beide dichters bij te voegen.

Maar we laten Theo Hoefmans zelf graag aan het woord:

Theo: “Wat fascinerend is voor ons Vlamingen, zijn de parallellen, die er zijn in de geschiedenis van de twee talen en volkeren.
In de negentiende eeuw leek het Catalaans ook ten dode opgeschreven of gedoemd als boerentaaltje te overleven. Maar net zoals in Vlaanderen komt er hier een beweging op gang die de taal wil redden. De nieuwe bourgeoisie, rijk geworden door de industriële ontwikkeling in Barcelona interesseert zich ervoor.
Manuel Milà i Fontanals is daar een voorbeeld van. De “Jocs florals”, de landjuwelen, brengen de oude taal terug tot leven en nodigen zijn elite uit om weer die taal te gebruiken. Het wordt de “Renaixença”. Later voortgezet in het “noucentisme”.
Ze hebben ook een pastoor die zich bezighoudt met het herontdekken van taal en volk : Jacint Verdaguer. De Catalaanse Guido Gezelle, zogezegd. Daar heb ik een gedicht van vertaald, prachtig is het.
En dan natuurlijk de stimulans onder de 2e republiek, waar het Catalaans de officiele taal wordt en daarna de repressie onder Franco. Maar dat precies houdt de taal levend en die generatie zal de taal redden. Ze zeggen hier, het zijn de Catalaanse vrouwen die de taal zullen bewaren en in de pastorieën worden er vanaf de jaren zestig cursussen georganiseerd. Daar durfde de guardia civil niet zo brutaal binnenvallen. De kerk had soms ook goede kanten. Les petits vicaires , vous comprenez.
Vertegenwoordigers van die generatie leer ik kennen en zij zijn zo vereerd dat er tenminste nog de Vlamingen zijn die hun taal willen leren. Want de Spaanse druk is nog steeds zeer groot. En het onbegrip van de grote taalgebieden ook.
Wir sind doch in Spanien !
Maar daarover een andere keer meer. “
 

Complanta de Nadal

 Geschreven door Joan Oliver, Pere Quart 1939
 

Joan Oliver i Sallarès, met als pseudoniem Pere Quart (Sabadell 1899 – Barcelona 1986) wordt als één van de belangrijkste dichters en dramaturgen van de Catalaanse litteratuur beschouwd. Hij was van goed burgerlijke afkomst en studeert rechten. Vormt in 1919 mee de “Grup de Sabadell” die avant-garde combineert met “humorisme” en in de erfenis van het “Noucentisme” voortzet. (Dit is de Catalaanse culturele en politieke beweging van het begin van de XXe eeuw  om het Catalaans te doen herleven.

Tijdens de burgeroorlog staat Pere Quart aan de kant van de republikeinen. Hij krijgt op het einde van dit conflict van de “Generalitat republicana” (de autonome regering van Catalonië ) de opdracht om de intellectuelen te evacueren. Gaat zelf in ballingschap, eerst naar Frankrijk en daarna naar Buenos Aires en vervolgens naar Chili, waar hij acht jaar woont. Blijft heel die periode litterair bezig.

In 1948 keert hij terug naar Barcelona, waar hij dan drie maanden gevangenisstraf uitzit. Voor zijn vertaling in het Catalaans van “Le misanthrope” van Molière krijgt hij in 1951 de premie van de president van de Franse republiek. Hij houdt zich nu vooral met vertaalwerk bezig. In 1960 verschijnt zijn meest kenmerkende werk “Vacances pagades” (Betaalde vakantie).  Het is sceptisch, spottend en toont zijn bezig zijn met de sociale en politieke realiteit van zijn land, alsook van het kapitalisme, de consumptiemaatschappij en het franquistisch regime. Na de dood van de dictator en de democratisering is hij ontgoocheld over de dominerende politieke klasse en klaagt hij het verraad aan van de verwachtingen na de overgang. Zijn oprechte kritiek was een doorn in het oog van de politici. Maar leverde wel prachtige gedichten op. De protestzangers van die tijd brachten zijn teksten en leverden hem daardoor nog meer bekendheid op. (o.a. Lluís Llach, Joan Manuel Serrat en Raimon). Hij wordt beschouwd als één van de vijf beste Catalaanse dichters van de 20e eeuw.

[1] Humorisme : literaire stijl waarin men de werkelijkheid brengt in een komische, absurde of incongruente vorm. (Diccionari de la llengua catalana) vertaald.

Zijn “Klaagzang voor kerstmis” is een typisch voorbeeld van zijn kunnen.

 

COMPLANTA DE NADAL

KLAAGZANG VOOR KERSTMIS

Qué és trist aquest retorn de l’Infant
entre plagis de corn angélics,
amb luxes d’or fals, falsos reis
i preguera automàtica!
 
Pobre Infant, què esperes de nosaltres?
Pau i amor, segons diuen.
Doncs mira, mira! Oh,
vinguessis enguany disposat al miracle!
 
Som homenics caiguts a cecs,
arrapats a la mísera vida, de fe cruel,
que ens urpim sovint els uns als altres,
a penes enduts per  l’instint de felicitat,
el somni que ens ve de l’Edén
i que sempre ens enganya.
 
Infant, ja tothom ha oblidat el Messies;
hi ha cent veus que estrafan hàbilment
la seva Paraula.
Infant,
tu pots retornar‑nos al Jardí
per la drecera sense paranys ni proves.
És suprema la Creu i sublim la Sang teva,
però la Gracia és tan fàcil !
I el Do, més diví.
 
Aleshores,  Infant,
¿per què no ens ungeixes,com per joc,
amb les mels eternes
de la teva Innocència ?
 
Infant rosadenc, somrient,
Déu petit,
per què creixes?

 

 
 
Wat is deze terugkeer van het Kerstkind treurig
temidden van geplagiëerde engelenklanken,
de valse luxe van het klatergoud, de namaakkoningen
en het automatisch afgedreund gebed !
 
 
Arm Kerstkind,wat verwacht Gij eigenlijk van ons?
“Peis en vree en naastenliefde”, naar men zegt.
Maar kijk dan, kijk dan toch !
O, laat ons dan dit jaar tenminste open staan voor het wonder!
 
Wij zijn slechts kleine mensjes gevallen en verblind,
meegesleept door dit ellendige leven,
van geloofswege wreed,
die vaak zichzelf of anderen krassen bezorgen,
nauwelijks beroerd door het streven naar gelukkig zijn,
droombeeld ons meegegeven door de tuin van Eden,
beeld dat ons nog steeds in de luren legt.
 
Kerstkind, we allen zijn de Messias reeds lang vergeten ;
En er zijn honderden verleidelijke stemmen
die handig het Woord, zijn Woord verdraaien.
Kerstkind,
Gij kunt ons terugvoeren naar die Tuin
langs de kortste weg, zonder valstrik noch beproeving.
Het Kruis is nog steeds het hoogste goed
en subliem is uw Heilig Bloed,
maar de Genade, dat is iets te gemakkelijk !
En de Gave, die is meer dan goddelijk.
 
Dus, beste Kerstekind,
waarom zalft Gij ons dan niet,
zomaar voor de pret
met het eeuwig zoete
van uw Onschuld ?
 
Rozig Kerstkindeke,
Lachend in de kribbe,
Kleine God,
waarom toch wordt Gij groot ?

 

Joan Oliver, Pere Quart 1939
NL-Vertaling Theo Hoefmans Vilacolum  29 12 2009
 

 

HERODES

Text establert per Manuel Milà i Fontanals 1853

 

Manuel Milà i Fontanals (1818 – 1884) was een Catalaanse taalkundige, geleerde en schrijver. Hij is een van de drijvende krachten achter de “Renaixença”, de beweging tot heropleving van de Catalaanse taal en cultuur. (Tweede helft 19e eeuw) Door zijn medewerking aan het weer organiseren van de “Jocs florals” (als Landjuwelen, zou men het kunnen omschrijven), en op het gebied van de spelling. Studeert rechten in Barcelona en van 1838-1844 studeert hij in Parijs en werkt er op manuscripten van de Provençaalse literatuur. Komt in 1845 terug naar Catalonië en doctoreert in Filosofie en Letteren en doceert dan literatuur aan de universiteit van Barcelona. In dit kader gaat hij op zoek naar wat er nog leeft aan volkscultuur onder mensen en brengt o.a. de”Observaciones sobre la poesia popular”, wat de eerste uitgave van zijn “Romancerillo catalàn” zal worden. Hij doet wat De Coussemaecker doet voor Zuid-Vlaanderen met zijn “Chansons des Flamands de France” . Zijn werk wordt algemeen goed onthaald en draagt bij tot de heropleving van de Catalaanse volkscultuur, alhoewel hij zelf de wetenschappelijke aanvullingen in het Spaans er bij schreef. In 1859 presideert hij het eerste nieuwe Landjuweel in Barcelona.

Marcelino Menéndez i Pelayo zal van 1886 tot 1896 zijn verzamelde werken in 8 boekdelen uitgeven.

“Herodes” is één van de opgetekende teksten in de “Romancer Català”.

Een oud kerstverhaal van de Catalaanse boeren in Catalaanse en Nederlandse versie.

HERODES  HERODES
 
La Mare de Déu tallava i cosia
feia camisetes pel fill de Maria.
Mentre les tallava, mentre les cosia,
sent un gran ruïdo per baix la botiga.
En pregunta a les veïnes:
“Veïnes, què n’és estat?” “Senyora,
és el rei Herodes que rodeja la ciutat;
a tots los infants que troba
a tots los vol llevar el cap.”
“No ho farà pas al meu fill
que el tindré ben amagat.
Anem’s‑en, Josep, anem’s‑en, espòs,
anem’s‑en a Egipte no tinguem repòs.
Deixem nostres cases, viandes també
que lo rei Herodes diuen que ja ve.”
Quan foren a mig camí
un home varen trobar:
“Què porteu aquí, Maria,
què porteu tan amagat?”
“En porto un xiquet de trigol,
trigol del mès ben triat.”
“Me’l voleu donar a vendre?
o bé a empenyar aquest blat ? “
“No us el vull donar a vendre,
ni el vull tampoc empenyar,
que amb aquest xiquet de trigol
tot lo món serà salvat.
Amb la somereta se’n van a cavall,
seguint les pitjades per un camí ral.
Els àngels davallen, també els aucellets,
perquè el bon Jesús no fos descobert.
El camí seguien molt atribolats,
un home trobaren que sembrava blat.
“Vós home, el bon home,
el bon sembrador,
teniu una garba per ficar‑m’hi jo?
Sembrador, bon sembrador,
vós que en sembreu del bon blat,
tendrieu una garbera
per a poder‑m’hi amagar?”
“Com voleu tingui garbera
si ara me’1 poso a sembrar ? “
“Neu a cercar la falceta
i a punt de segar estarà.”
Quan ne torna el sembrador
el troba sec i granat;                                         
a la primera garbera la Verge se va amagar.
No va tardar una hora que varen passar
molta gent amb armes que anaven buscant,
i a 1’home digueren que anava segant:
“Vós home, el bon home, el bon segador
heu vist una dona amb lo Redemptor?”
Ell ne responia : ” una n’ha passat,
mentre jo n’estava segant aquest blat.”
Se’n gira an els altres, diu: “No seran ells.
tornem’s‑en a casa amb tots la gent.
El camí que hem fet no ens ha aprofitat,
ens hem cansat molt i res hem trobat.”
De Moeder Gods knipte en naaide
maakte hemdjes voor de zoon van Maria.
Terwijl ze knipte, terwijl ze naaide, hoorde ze
een groot gedruis  beneden naast de winkel.
Ze vroeg er de geburen naar :
“Buren, wat is er aan de hand?” “Vrouwe, ’t is
koning Herodes, die er door de stad dwaalt;
van alle kinderen, die hij vindt
wil hij het hoofd afslaan.”
“Dat zal hij bij mijn zoon niet doen
want ik heb hem er goed verstopt !
Weg, Jozef, laat ons gaan, mijn lieve man,
naar Egypte toe, want hier zijn we niet gerust.
We laten ons huis, onze voorraad achter, want ze zeggen dat koning Herodes al snel komt.”
Als ze halverwege waren gegaan
daar troffen ze een man :
“ Wat draagt Gij daar, Maria,
Wat draagt Gij zo goed weggestopt ?”
“Ik draag een maatje van graan,
tarwe van de beste keus.”
“Wilt U mij daar wat van verkopen ?
of wilt u zelf dit zaad goed verbruiken ? ”
“Wij willen u daarvan niets verkopen,
noch willen wij het zelf verbruiken,
want door dit maatje graan
zal de hele wereld verlost worden.
Gezeten op de pakezel gaan ze verder,
hem aansporend langs de heerbaan.
De engelen voorop, alsook de vogeltjes,
opdat de goede Jezus niet zou worden ontdekt.
Sterk in de war vervolgden ze hun weg,
daar vonden ze een man die tarwe uitzaaide.
“ U man, goede man,
gij goede zaaier, hebt gij schoven
waar ik mij in verstoppen kan?
Zaaier, gij goede zaaier,
gij die het goede zaad uitzaait
hebt gij er geen schelf van garven
waar ik mij in kan verbergen ?”
“Hoe wilt ge dat ik hooischelven heb,
als ik maar begonnen met uit te zaaien ?”
“Ga maar vlug de zeis halen, want
hoog tijd zal het dan zijn om te maaien !”
Als de zaaier er wederkeert,
Vindt hij het graan droog met rijpe korrel ;
in de eerste hooimijt verstopt zich de Maagd.
Het duurde ook niet lang of er kwamen veel
gewapende lieden, die op zoektocht waren.
De man die aan het maaien was, vroegen zij:
“Gij, man, goede man, goede maaier, hebt
gij niet gezien een vrouw met de Verlosser?”
Hij antwoordde hen : “Géén is er hier
gepasseerd, terwijl ik deze tarwe maaide.”
Zij richtten zich tot de anderen en zegden :
“Zij zijn hier niet, laat ons terugkeren naar huis, allen.
De lange weg heeft ons niets gebracht,
wij hebben ons erg moe gemaakt
en toch hebben we er niets gevonden.”
Romancer català 1853
Text establert per Manuel Milà i Fontanals
p.270 de la ed. 62 de 1980.
Vertaling Theo Hoefmans  15 december 2010.