home | Inloggen
Aantal schrijvers: 532 | Aantal boeken:

15464

Zielens, Lode

Maakt deel uit van:

LODE ZIELENS

Antwerpen 13 juni 1901 – Antwerpen,  28 november 1944

Havenarbeider, schrijver en journalist.

Schreef over het Antwerpse proletariaat – een milieu dat hij goed kende.

Poogde de sociale roman in de trant van Eugeen Zetternam te verzoenen met de opkomende  psychologiserende tendenzen in de roman.

Zielens vertegenwoordigt een sociaal realisme in een populistische vorm. Daardoor is hij, onder zijn tijdgenoten, aan Marcel Matthijs verwant. Waar zij belang in stellen is het lot van het proletariaat. In dit opzicht sluiten ze aan  bij de realistisch-naturalistische schrijvers Reimond Stijns, Cyriel Buysse en Lode Baekelmans en zijn zij de voorlopers van Louis Paul Boon en Piet van Aken.

 Zielens 0f

BIOGRAFIE

13 juni 1901: Ludovicus Carolus Zielens wordt geboren te Antwerpen, Pompstraat 17, 2e verdieping [gedenkplaat] in het Sint-Andrieskwartier, bijgenaamd de “parochie van misère”, waar ook Hendrik Conscience zijn kindertijd heeft doorgebracht.

  • Hij was de oudste van de drie kinderen van Frans Josephus Zielens, diamantslijper en Maria Theresia Bens.

1907: lagere school bij de paters in de Pompstraat.

1911: verhuist naar de wijk Kiel Berendrechtstraat 94. Volgt de Stedelijk Jongensschool in de Pierenbergstraat.

1915: leerling op de Technische Lagere Hoofdschool aan de Paardemarkt. Flor Mielants Sr. als mentor.

Volgt in de oorlogsjaren van nabij de ontwikkeling van het activisme. Vriendschap met Edgard van de Casteele en Johannes Matthijsen.   Schrijft verzen die hij in vriendenkring voordraagt.   Leest Tolstoï.

1919- 1930: VAN ARBEIDER NAAR SCHRIJVER

Ondanks de goede schooluitslagen kreeg Lode Zielens niet de kans om te studeren. Hij werd arbeider in stad en haven. Omwille van zijn literair talent werd hij al vroeg opgemerkt en , nauwelijks 20 jaar oud zat hij in de redactie van het dagblad Volksgazet.

1919: helper bij een fietsenmaker in de Pelikaanstraat. . Werkman bij de Bell Telephone Mfg. Company. Kennismaking en blijvende vriendschap met Frans Verschoren.

1920: ‘Markeur’ aan de haven.

Debuut: Verschoren zorgde ervoor dat Zielens’ eerste novelle, Schoolkolonie, in Elsevier’s Maandschrift werd gepubliceerd en er ontstond een hechte vriendschap met Herman Robbers, de redacteur.

Bediende op een kantoor voor houthandel, de Union Forestière, te Antwerpen, , waar hij inhoudsmaten berekent. . Hij voelde zich daar echter niet zo thuis.

1922: wint de 2e prijs in een novellenprijskamp, uitgeschreven door de ‘Volksgazet’ [jury: Emmanuel de Bom, F. Mielants en Frans Verschoren]. Opgenomen in de redactie van de socialistische krant ‘Volksgazet’, waar hem naderhand de rubriek ‘Kunst en letteren’ toevertrouwd wordt.

  • Behalve journalistiek werk voor zijn eigen krant, leverde hij ook bijdragen aan ten minste twaalf periodieken. (zie bibliografie: Artikels in dagblad, tijdschrift of bundel)

18 november 1924: huwt met Ludovica Henrica Ceulemans. Verhuist naar Oudstrijderstraat 11 te Borgerhout.

23 oktober 1925: geboorte van een zoon, Herman Frans [voornamen van Robbers en Verschoren]. Vriendschap met Marnix Gijsen.

1926: verhuist naar Eenheidsstraat 9 te Wilrijk, in een tuinwijk.

1930: verwerft een reisbeurs en maakt een reis naar Frankrijk; verblijft te Parijs, Dijon, Lyon, Grenoble, Marseille, Nice, Arles, Avignon, Tarascon.

Zijn eerste roman: ‘Het duistere bloed’ kreeg ruime waardering. Het centrale thema is de sexuele obsessie van het personage, de vrachtrijder Karel.

  • Vanaf 1930 zorgde deze bezielende romanschrijver samen met enkele andere, zoals o.a. Gerard Walschap, voor een vernieuwing in de Vlaamse letterkunde. Er werd gebroken met de zogenaamde heimatroman en gekozen voor de meer sociale roman die ethische problematiek, sexualiteit en morele wantoestanden niet uit de weg gaat. Alle problemen, waar de mens mee kan geconfronteerd worden, komen tot uiting in zijn romans die zich meestal afspelen in een proletarisch of kleinburgerlijk milieu.

1931-1944: EEN SCHRIJVERSLEVEN

1931: verblijft herhaaldelijk aan de kust [Mariakerke]. Verwerft de ‘Letterkundige prijs der Provincie Antwerpen’ met de roman Het duistere bloed. Verhuist naar Meir 78.

Er verschijnen in 1931 enkele novellen van zijn hand De roep (novellenbundel) en Polka voor piston.

Reeds van 1928 is Lode Zielens aan het schrijven aan zijn magnum opus Moeder, waarom leven wij ? Als journalist bij de Volksgazet, trok hij samen met Frans Dille – toen illustrator later bekend graficus – elke dag de stad in op zoek naar reportages. Dagelijks schreef hij een stukje van wat spontaan de vernieuwende roman Moeder, waarom leven wij ? zou worden.

1932: publicatie van zijn belangrijkste werk, Moeder, waarom leven wij?, een proletarisch havenepos. Het verscheen midden in een lange periode van economische crisis (1929-1935).

  • De werkloosheid had onvoorstelbare afmetingen aangenomen, duizenden arbeiders en bedienden waren aangewezen op stempellokaal en steungeld. Gebrek aan geld, gebrek aan levensmiddelen en kleren tekende het leven in de industriezones.
  • Dr. Emiel Willekens: “Lode Zielens was de eerste eigen, Vlaamse auteur, met wiens personages een hele klasse van werkmensen uit de grootstad zich identificeren kon, die haar eigen leven weergaf en die meteen niet gewild literair deed, maar naar zijn lezers toe schreef, zich bovendien met hen solidair verklaarde zonder daarbij aan strijdliteratuur te gaan doen of zelfs maar tendentieus te worden. Zielens is als schrijver over sociale thema’s niet uniek, noch is hij de eerst-gekomene. Hij staat op een lijn die van Petrus Frans Van Kerckhoven over Eugeen Zetternam heen naar Reimond Stijns en Gustaaf Vermeersch voert. Maar om telkens diverse redenen is de toenadering tot de lezer bij deze auteurs onvolkomen gebleven. Bij Zielens is de identificatie totaal.”

Uit: Dossier bij Moeder, waarom leven wij ?  10de druk Brito p 6.

1934: verwerft de ‘Driejaarlijkse Staatsprijs voor Letterkunde’ met de roman Moeder, waarom leven wij?  Ontvangst op het Stadhuis te Antwerpen. Reis naar Nederland: bezoekt Rotterdam, Den Haag en Amsterdam, verblijft bij Herman Robbers te Schoorl.

1935: verhuist naar Carnotstraat 102.

1936: maakt met de Antwerpse filmpersjournalisten een korte reis naar Engeland. Vriendschap met Marie Gevers en Martin J. Premsela.

1938: verhuist naar Rolwagenstraat 57. Heeft ook een tweede verblijf te Kapellen, Vijverlei 21. Benoemd tot leraar in de algemene literatuurgeschiedenis aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen. Vriendschap met Baron Isidoor Opsomer.

1939: reis naar Zwitserland met de Antwerpse Filmpersbond.

1940: neemt bij de Duitse inval in mei de wijk en trekt over Duinkerken, Boulogne en Dieppe naar Toulouse, waar hij drie maanden verblijft; komt dan terug naar Antwerpen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de uitgave van de Volksgazet stopgezet en werd Zielens aangesteld als tijdelijk stadsbediende bij het Museum van de Vlaamse Letterkunde. [= Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven].

1944: na de bevrijding is hij opnieuw journalist bij de ‘Volksgazet’.

28 november 1944: verliest het leven, tijdens een bombardement met V-2 raketten, op de hoek van de Mercatorstraat te Antwerpen.

Zijn graf bevindt zich op het kerkhof Schoonselhof (klik voor foto) te Antwerpen.

Epiloog

24 juli 1951: in de tuin van de Sint-Andrieskerk op de hoek van de Somersstraat werd een standbeeld onthuld van “Moeder Netje”, het hoofdpersonage uit “Moeder waarom leven wij?”. Het beeld is van de hand van Leopold van Esbroeck.

De figuur Netje is zittend voorgesteld, als een uitgebluste, tobbende oude vrouw. Een versleten, half opengevallen mantel bedekt haar schouders. Onder het lange kleed draagt zij klompen. De benen zijn licht gespreid met daartussen een emmer; de gerimpelde handen rusten op de dijen en houden een dweil vast. Licht gebogen hoofd; gerimpeld aangezicht met droevige uitdrukking.

1 februari 1953: onthulling door de V.T.B. van een gedenkplaat voor Lode Zielens aan de Carnotstraat, Antwerpen.

1993: “Moeder, waarom leven wij?” een VTM-televisiebewerking werd massaal bekeken.

  • Regisseur : Guido Henderickx.
  • Scenario: Peter Vandekerckhove .
  • Cast: Els Dottermans, Hilde Van Mieghem, Chris Lomme, Willy Vandermeulen, Luc Perceval, Koen De Bouw, Dora van der Groen, Jan Decleir, Hugo Van Den Berghe, Marie Vinck (als ‘Netje’) , Lies Pauwels, Dirk Roofthooft, Jef Van Gestel, Ronny Cuyt, Sara De Bosschere.
  • Muziek: Arno

 

BEKRONINGEN

  • 1922: wint de 2e prijs in een novellenprijskamp, uitgeschreven door de ‘Volksgazet’ [jury: E. de Bom, F. Mielants en F. Verschoren].
  • 1931: ‘Letterkundige prijs der Provincie Antwerpen’ met de roman Het duistere bloed.
  • 1934: Driejaarlijkse Staatsprijs voor Letterkunde’ met de roman Moeder, waarom leven wij?

 

MEER OVER LODE ZIELENS

  • Gedenkboek L. Zielens, Brussel 1945.
  • Hubert Lampo. Lode Zielens 1901-1944. (Brussel, 1956 Monografieën over Vlaanse letterkunde, nr 3)
  • Stynen, Ludo. 2001. Lode Zielens. Volksschrijver. Tielt: Lannoo. -455p.

 

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Websites

Referenties

  • Prof. Dr. M. Rutten; Prof. Dr. J. Weisgerber (red.): Van “Arm Vlaanderen” tot “De voorstad groeit” 1888-1946. Standaard Uitgeverij 1988

 SMAAKMAKER

DE HOOFDINSPECTEUR

De hoofdinspecteur, die dag niet al te best op dreef, opende het dossier. Daaruit bleek dat de onderwijzer van Zoethout inderdaad door zulke hartstocht was bevangen, dat hij er niet voor terugschrok het schooltje te sluiten, al naar het hem luimde en lustte, aldus de Zoethoutense jeugd, gespeend latend van de Weldaden van Onderwijs en Opvoeding.
De hoofdinspecteur las en zette stippeltjes in de marge. Toevallig keek hij naar buiten. Zijn dwalende blik bleef rusten op de ahorn in de tuin van het Inspectieinstituut. De boom prijkte met zijn lentelijk groen; verbazend hoe hij dit op enkele dagen tijds had weten klaar te spinnen. Nog eergister had de hoofdinspecteur, een minnaar van Natuur en Schoonheid, de knoppen zien schitteren en pralen in het licht van de lente. Waarachtig, hij doet het weer; daar glansde weerom de tintelende, stralende lucht met witte wolken; daar was, vooral, het vrolijke, blij openstralende lentelicht op het nog gouden groen van de ahorn.
De hoofdinspecteur kreeg lust naar radijsjes en plattekaas; nog verder ging hij in zijn verlangen : nu een lekkere sigaar te roken in het verse groen ! Zoethout kon hem worden gestolen…Hij belde de middelbare inspecteur en wilde hem zeggen: “Laat de onderwijzer tot mij komen…” maar nauwelijks had hij het grauwe gelaat van de ambtenaar-heemkundige aanschouwd of een nieuwe lust beving hem. “Bon” zei hij, “ik zal zelf dit zaakje opknappen, wat denkt dit mondéke wel ?” De middelbare inspecteur knikte instemmend en nog vooraleer de hoofdinspecteur zijn stoffig bureel goed en wel had verlaten, besloot de jongste bediende haar tóch te vragen. Après tout, was zij de enige die hem beviel. Overal werden verse pijpen opgestoken, de barse woorden waren vergeten, anjelieren werden opnieuw bestudeerd; gerust wachtte men nieuwe klachtendossiers af.
De auto snorde over de macadam. De hoofdinspecteur was naast de chauffeur komen zitten, had een sigaar in de mond en keek wat hij zien kon. Hij had het dossier vergeten; hij vergat waarom hij de chauffeur had gezegd naar Zoethout te rijden; hij genoot van het nieuwe groen, van het nieuwe roze en bruin, waarmede het aanschijn van de aarde getooid stond. Hij bewonderde, zoals het overigens paste, de ploegende boer, de ‘schonkige’ paarden en het ‘bontgevlekte’ vee. Het scheen hem toe of een merel op het dak van de auto meereed, een bestendige jubel klonk in des hoofdinspecteur oor. En zocht dit witte, als vers gewassen wolkje, niet een telefoondraad te raken, waardoor nog lustiger muziek over het land zou schallen ?
De laatste dagen waren de hoofdinspecteur al te opwindend geweest. Op de beurs had hij een knakje gekregen; zijn vrouw morde, waarom kon hij niet achterhalen; zijn zoon was met een rapport naar huis gekomen, dat beter kon zijn; zijn dochter had het verlangen te kennen gegeven aan de Academie voor Schone Kunsten te gaan studeren, afdeling architectuur; zijn jongste had nog meerder fraais uitgehaald.
De hoofdinspecteur zette dit alles van kant. De geur van de lente, de klank van het nieuwe seizoen namen hem op. Hij herinnerde zich het leuke stukje van Daudet over de arrondissementscommissaris op de buiten en hoe deze nobele ambtenaar tenslotte in het gras was gaan liggen dichten, in plaats van zijn redevoering voor te bereiden, die hij in het van krekels trillende Provence moest houden…

Uit: De wereld gaat stralend open. 1959

BIBLIOGRAFIE

Woordje vooraf

  • De bibliografie bestaat uit drie delen:
    • A. Chronologisch overzicht.
    • B. Overzicht per genre  alfabetisch op titel met aanduiding van jaar van publicatie.
    • C. Een ruim overzicht van artikels gepubliceerd in kranten en tijdschriften.

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience –Antwerpen.
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles
  • DBNL auteur Lode Zielens. anoniem Mededelingen van de Documentatiedienst, ‘Zielens 1901-1944’ In: Mededelingen van de Documentatiedienst (1954-1992)
  • Piet Devos: Van reuzen tot dwergen. Bibliografie – Vlaamse schrijvers in de 20ste eeuw – Eerste drukken. Kortrijk, eigen beheer 2007

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klik op de foto

A.  Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1920 Schoolkolonie. (novelle) In: Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift XXXI, 8 (aug 1921), 124-130
1927 Het jonge leven. (novellen)

Omslagteekening door A van Dijck.
Bevat: Het Poortje (pp 9-88); Voor Moeder (pp 89-104); Mops, het jongetje en ik (pp 105-114); Voor ’t laatst (pp 115-154); De Droom (pp 155-186); Antoinette, onze moeder (pp. 187-207).
1931: Het verhaal ‘’Antoinette onze moeder’  werd opgenomen in de novellenbundel ‘De roep’.
1971: Het verhaal ‘’Antoinette onze moeder’  werd opgenomen in de bundel ‘54 Vlaamse verhalen‘ Deel 3, samengesteld door Karel Jonckheere en Marnix Gijsen, Uitgeverij Paris-Manteau, Antwerpen pp 203-208
Amsterdam/Antwerpen:  Uitgeverij “Regenboog”. -207p.

Afmetingen: 18.25 x 14 (gebonden met stofomslag)
1929 Robert, zonder Bertrand ! … (verhalen)

Bevat: Robert, zonder Bertrand!…(pp 3-22); Meneer Pieternelle, jubilaris…(pp 23-44); De Ongelukkige. (pp 45-52); Afscheid. (pp 53-58); ’t Derde. (pp 59-63).
 Zielens 13 Antwerpen: Uitgave Ontwikkeling. -64p.

Reeks: Een uurtje verpoozing vol 3.
Afmetingen: 17.50 x 13 (geniet)
Drk “Excelsior” N.V. Somerstraat 2 – Antwerpen
1930 De eerste vijf-en-twintig jaren van den havenarbeidersbond. (essay)

Tekst van Lode Zielens. Versiering van Joris Minne.
Met 7 zwart-wit foto’s achteraan.
Inhoud: I. De voorgeschiedenis. II. Willen is kunnen. III. De groote werkloosheid. IV. Het eerste succes. V. De oorlog. VI. Groei en bloei van den Bond. VII. De maatschappelijke werken van den Havenarbeidersbond.
 Zielens 14 Antwerpen/ Havenarbeidersbond. -80p. [waarvan de laatste 16 ongepagineerd: foto-illustraties op gekoetst papier]

Afmetingen: 22 x 17 (ingenaaid)
1930 Het duistere bloed. (roman)

Omslagtekening door Albert Van Dijck.
1931 bekroond met de prijs voor ‘het beste werk’ van de provincie Antwerpen.
1937: 2de druk. N.V. Uitgevers-maatschappij ‘Elsevier’, N.V. De Nederlandsche Boekhandel, Amsterdam, Antwerpen, Teekeningen van Pieter Colfs. [1937], 142 blz., 12 × 18.5cm
1943: 3de druk. N.V. Uitgevers-mij ‘Elsevier’, N.V. De Nederlandsche Boekhandel, Amsterdam, Antwerpen, met pentekeningen door Pieter Colfs, -132pp., 20.50 x 14.5 cm.
1948: 4de druk
1971: Utrecht, Brito, Presentatie en dossier Dr. E. Willekens. 90 pp. en 12 pp. Dossier (paperback)
Amsterdam: Uitgevers-maatschappij ‘Elsevier’. -132p.

Afmetingen: 19.25 x 13.75 (gebonden met stofomslag)
1931 De roep. (novellen)

Bevat: Antoinette onze moeder (pp 5-28); De roep van het kind (pp 29-52); Levensbericht (pp 53-78).
Bandontwerp: Elza Van Hagendoren.
 Zielens 16 Mechelen: Het Kompas./ Amsterdam: De Spieghel.  -78p.

Reeks: Het zilveren bronneken 3.
Afmetingen: 22.50 x 14.50  (ingenaaid)
Colofon: Dit boek is het derde in de reeks “Het Zilveren Bronneken”
De oplage bedraagt 250 exemplaren, waarvan er 10 werden gedrukt op pracht Arches, genummerd van I tot X.  Deze zijn door den schrijver geteekend.  De oorspronkelijke editie, op Engelsch Allura, begint met nummer 11 en 250 is het laatste.
Dit is nummer …
1931 Polka voor piston. (novelle)

Afzonderlijke uitgave.
1937: opgenomen in ‘ Vlaamsche Schrijvers Vertellen’. Brussel: S.V. Onze tijd. pp 221-251.
Brussel: S.V. Onze tijd. -35p.

Reeks: Vlamingen vertellen.
Afmetingen: 20.50 x 14.50  ingenaaid)
1932 Moeder, waarom leven wij. (roman)

Omslagtekening door Frans Dille.
1934: bekroond met de Staatsprijs voor Vlaams verhalend proza.
1934: 2de druk. N.V. Uitgevers-maatschappij ‘Elsevier’, Amsterdam, 1934, Omslagtekening door Mohr. -328p., 14.5 × 21.5 cm.
1937: 3de druk. N.V. Uitgevers-maatschappij ‘Elsevier’, Amsterdam, 1937, 328p., 13.5 × 20.5.
1942: 4de druk. Uitgeversmij ‘Elsevier’, N.V. De Nederlandsche Boekhandel, Amsterdam, Antwerpen, 1942, [Omslagtekening door A. Marstboom]. -328p., 21 x 14.50 cm
1943: 5de druk. Amsterdam, Uitgeversmij ‘Elsevier’, Antwerpen, N.V. De Nederlandsche Boekhandel, Omslagtekening van A[ntoon] Marstboom. -328p., 21.50 x 14.5 cm.
1944: 6de druk. Amsterdam, Uitgeversmij ‘Elsevier’, Antwerpen, N.V. De Nederlandsche Boekhandel, omslagtekening door Antoon Marstboom, -328p. 20 x 13.5 cm.
1953: 7de druk. Antwerpen, Uitgeverij ‘Die Edele’, Frans De Backer, [1953], Omslagfoto. -360p., 21 x 13 cm
1956: 8ste druk. Antwerpen, Uitgeverij ‘Die Edele’, Frans De Backer, [1956], Omslagfoto. -358p., 21 x 13 cm.
1958: 9de druk. Uitgeverij Climax, St.-Denijs-Westrem, [1958], 285p., 19 x 13 cm.
1971: 10de druk Antwerpen , Brito Antwerpen/Utrecht, paperback -356pp.(20 x 12.50 cm) Gepresenteerd en voorzien van een dossier door Dr. Emiel Willekens (46pp).
1973: 11de druk
1993: uitgave bij Standaard Uitgeverij met foto’s uit de televisie serie. (paperback) -377p.
1999: 14de druk bij Uitgeverij Houtekiet, Antwerpen in de reeks Vlaamse Bibliotheek vol 4. -346p.
Amsterdam: N.V. Uitgevers-maatschappij ‘Elsevier’ -320p.

Afmetingen: 21 x 14 (gebonden met stofomslag)
 
Vertalingen:
1947: Vertaald in het Duits als Mutter warum leben wir? door Käthe Auerbach. Uitgever: Büchergilde Gutenberg, Zürich, -336pp., 20.50 x 14 cm.
 
Zielens 9 4de druk  1942 4de druk
Zielens 9 10de druk 1971 10de druk
1933 De gele roos. (roman)

Omslagtekening door Sjollema.
Heruitgaven:
1937: 2de  druk. N.V. Uitgevers-maatschappij ‘Elsevier’. N.V. De Nederlandsche Boekhandel, Amsterdam, Antwerpen, [1937], 180p., 13.5 × 18.5
1943: 3de  druk. Antwerpen, N.V. De Nederlandsche Boekhandel, Amsterdam, N.V. Uitgevers-mij ‘Elsevier’, -180p. 20 x 14cm.
1959: Heruitgave bij Uitgeverij S.M. Ontwikkeling. , Antwerpen. Bandontwerp: Jaak Gorus. -176p. (19 x 11.50 cm); gebonden – harde geïllustreerde kaft)
zielens-10
heruitgave 1959
 Zielens 12 Amsterdam: N.V. Uitgevers-maatschappij ‘Elsevier’ -184p.

Afmetingen: 21.50 x 14.50 (ingenaaid)
Vertalingen:
1936: vertaald in het Tsjechisch als Žlutá růže. Vertaling: autorisovanem překladu Lidy Faltové. Uitgeverij Epocha, knikovna důližitýck svètových rómánů. L. Mazáč, Praha, -160p., 21 x 13 cm.
1945: Vertaald in het Frans als La rose jaune. Traduit du flamand par A. Goossens. Préface de F.V. Toussaint van Boelaere de l’Académie Royale Flamande. Amsterdam, Elsevier; Bruxelles, Meddens en Co., [1945], -152p., 19 x 13 cm.
1935 Nu begint het leven. (roman)

Omslagtekening door Sjollema
1943: 2de druk. Amsterdam, N.V. Uitgevers-mij ‘Elsevier’, Antwerpen N.V. De Nederlandsche Boekhandel, Omslagtekening door Sjollema, 224pp., 22.5 x 14.50cm.
1946: 3de druk. Antwerpen, N.V. De Nederlandsche Boekhandel, Amsterdam, N.V. Uitgevers-mij ‘Elsevier’, stofomslagtekening door Sjollema, -220pp., 22 x 13.5 cm. Ingenaaid, halflinnen band, stofomslag.
1985: uitgave bij uitgeverij Baart te Deurne. omslag Jan Vanriet -232pp.
Amsterdam: N.V. Uitgevers-maatschappij ‘Elsevier’ -264p.

Afmetingen: 20.75 x 14  (gebonden met stofomslag)
1937 Polka voor piston. (verhaal)

Eerste publicatie in 1931
De bundel bevat voorts werk van Raymond Brulez (Een mei), Marcel Matthijs (Het Turksch Kromzwaard en Mur Italien), Willem Putman (Mijn gevangene), Maurice Roelants (Een episode en Het negerbeeld) en Lode Zielens (Polka voor piston).
1937 Vertellen In: Vlaamsche Schrijvers Vertellen. Brussel: S.V. Onze tijd. pp 221-251.

Afmetingen:19 x 13 (harde geïllustreerde kaft)
1938 De dag van morgen. (verhalen)

Omslagtekening door Z. Szathmáry.
1943: 2de druk. Antwerpen, N.V. De Nederlandsche Boekhandel, Amsterdam, N.V. Uitgevers-mij ‘Elsevier’, Omslagtekening door Z. Szathmáry]. -240p. 23 x 14.
1946: 3de druk. Antwerpen, N.V. De Nederlandsche Boekhandel, Amsterdam, N.V. Uitgevers-mij. ‘Elsevier’, -236p., 22 x 14 cm. (Ingenaaid, halflinnen band, stofomslag)
 Zielens 11 Amsterdam: N.V. Uitgevers-maatschappij ‘Elsevier’ -234p.

Afmetingen: 21 x 14  (ingenaaid – met stofomslag)
1940 Op een namiddag in september. (roman in brieven)  Zielens 17 Amsterdam: N.V. Uitgevers-maatschappij ‘Elsevier’ / Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel N.V.-178p.

Afmetingen: 20 x 14  (ingenaaid)
1941 Lees en vergeet. (verhalen) Amsterdam: N.V. Uitgevers-maatschappij ‘Elsevier’. -256p.

Afmetingen: 19 x 12
1941 Lees en vergeet. (verhalen)

Met een inleiding “Lees en vergeet” door Lode Zielens. (pp. 5-8)
Onaangenaam verhaal (pp. 9-39); Het ontstelde hart (pp. 40-54); Het bruiloftsmaal (pp. 55-60); Zaken (pp. 61-71); De hoofdinspecteur (pp. 72-86); Het reportertje (pp. 87-101); De baarden (pp. 102-118); De jonge dichter (pp. 119-128); “Au” (pp. 129-149); De zeekapitein (pp. 150-161); De Van Gogh’s (pp. 162-178); De scheidsrechter (pp. 179-195); Zawalatsky (pp. 196-213); Der bruid van Caïn en Abel (pp. 214-228); Leeuwentemmer (pp. 229-252).

 

 Zielens 8 Antwerpen: N.V. Het Kompas. -253p.

Reeks: De Feniks 9:1
Afmetingen: 18.50 x 11.50 (ingenaaid)
Colofon: Dit is het eerste boek in de negende letterkundige reeks De Feniks
Drukkerij en Boekbinderij Scheerders-van Kerckhove, N.V. St. Niklaas.
1941 Te laat voor muziek. (Novellen en schetsen)

Bevat: Te laat voor muziek (pp 5-67); -Dagboek van Henri van Gelder (pp 68-86); – Celine en het kind (pp 86-109); – Balzac (pp 110-166); – Het schot (pp 167-182); – Gesprek in de trein (183-204); – De Roep (205-218);- Het is niet wat gij denkt.(219-249).
Stofomslag door Mohr.
Amsterdam: N.V. De Arbeiderspers. -256p.

(A.R.B.O. Serie)
Afmetingen: 20.25 x 14 (gebonden – harde linnen kaft met stofomslag)
1941 De vlucht. (verhaal)

Uit: “De dag van morgen” 1938
In: F. van Hoof, Moderne Vlaamsche prozaschrijvers Nederlandsche schooluitgaven voor Waal en Vlaming, nr. 11) Lier: Van In.

(heruitgegeven in 1949 en 1955)
1941 Een treurig bezoek. (verhaal)

Uit “De dag van morgen” 1938
In: F. van Hoof, Moderne Vlaamsche prozaschrijvers Nederlandsche schooluitgaven voor Waal en Vlaming, nr. 11) Lier: Van In.

(heruitgegeven in 1949 en 1955)
1942 Opsomer. (essay)

Met een lijst van Geciteerde schilderijen, een Personen-register, een Catalogus van het schilderwerk en een Lijst der platen.
Zielens 18 Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel. -86p. + 25 bladen reprodukties + 4 blz., oplage 806/6.

Afmetingen: 27.50 x 21 (ingenaaid)
Colofon: Van dit boek werden achthonderd genummerde exemplaren gedrukt en door den meester en den auteur gesineerd (nvdr sic). Er werden bovendien zes exemplaren gedrukt op Arches, gemerkt van A tot Z.
Dit is nummer:
Gedrukt op de persen van V. Van Dieren & Co, Venusstr. 27, Antwerpen, MCMXLII.
1942 Herinneringen van toen…Vertellingen.
Bevat: Rijkdom der jeugd (pp. 5-12); Maria (pp. 13-28); Ik ontmoet grootvader (pp. 29-52); Antoinette (pp. 53-64); Muziek in de nacht (pp. 65-79); De glazen buskop (pp. 80-97); Lewie (pp. 98-115).
Met portretfoto van de auteur op de omslag
Zielens 5a
1943: 2de druk [met een portretfoto van de auteur op de flap] De Seizoenen 26. N.V. De Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen, 124p. (18 x 11 cm)
 Zielens 5 Antwerpen: N.V. De Nederlandsche Boekhandel. -115 p.

Reeks: “De Seizoenen” reeks  nr 26.
Afmetingen: 17.25 x 10.75 (gebonden –   harde kaft met stofomslag)
Drukkerij P. Lombaerts, Schoten-Antwerpen
1942 Het heerke. (verhaal)

1942-bloei-a

1942-bloei In de verhalenbundel: „Bloei – Een en twintig verhalen van Vlaamsche schrijvers” pp 339-371.

Colofon: Dit boek verscheen in den herfst van 1942 bij de uitgeverij “PRO ARTE” p.v.b.a. te Diest, onder leiding van Jos Philippen, beheerder-directeur. De omslagteekening werd ontworpen door Hilda Leynen en de druk verzorgd door N.V. Vonksteen te Langemark.
Afmetingen: 19 x 14 (ingenaaid – licht gekartonneerde kaft met flappen)
1943 De poëtische vorming van Max Elskamp. (vertaling uit het Frans)

Oorspronkelijke auteur: HENRY VAN DE VELDE.
Oorspronkelijke titel:Henry Van de Velde entretient ses collègues de l’Académie libre Edmond Picard de la formation de Max Elskamp et d’une amitié de plus de 50 ans. Bruxelles : Presses de l’ISAD, 1934
Geautoriseerde vertaling Lode Zielens.
Met een portretfoto van Max Elskamp en een inleiding van Lode Zielens
Antwerpen: N.V. De Nederlandsche Boekhandel. -84p.

Reeks: “De Seizoenen” nr 39.
1944 Terug tot de bron. (roman)

Met een Ter Verantwoording door Lode Zielens.
Illustraties Antoon Marstboom.
Antwerpen: Uitgeverij De Magneet. -188 p.

Afmetingen: 21 x 13.50 (gebonden met stofomslag)
Drukkerij C. Scheltjens te Merksem
Toelatingsnummer 6424
1944 De volle waarheid over het concentratiekamp Breendonk. Een geïllustreerde reportage over de gruweldaden die aldaar door de nazi-beulen gepleegd werden. (reportage)

Illustraties omslag door Frans Dille.
Zielens 15a
 Zielens 15 Antwerpen: S.M. Ontwikkeling. -16p.

Reeks: Bevrijding Documenten over de bezetting van België door Hitler-Duitsland 1940-1944)
Druk: Moderne Boek- en Handelsdrukkerij EXCELSIOR n.v., Antwerpen.
POSTHUME UITGAVEN
1945 Alles wordt betaald. (roman)

Bandontwerp van J.E. Merckx.
(1e deel van de trilogie ‘Menschen als wij’)
 Zielens 7 Amsterdam : Elsevier, N.V. / Brussel: Meddens en Cie P.V.B.A. -437p.

Afmetingen: 24 x 15.50 (gebonden – gekartonneerde kaft, in foedraal)
Drukkerij Nic. De Jonge Brussel
Toelatingsnummer 9631
1946 Menschen als wij. (roman)

Met een nawoord door F.V. Toussaint van Boelaere.
(2e deel van de onvoltooide trilogie Menschen als wij)
 Zielens 6 Brussel: Elsevier PVBA Koningsgalerij 2 / Amsterdam: Uitg. Mij Elsevier, N.V. -451 p.

Afmetingen: 23.50 x 15 (gebonden – gekartonneerde kaft, in foedraal)
Gedrukt bij P.V.B.A. Lesigne, Brussel
1959 De wereld gaat stralend open. (Bloemlezing uit de novellen)

Bezorgd door Emiel Willekens
Bevat: Men moet terug naar de bron (inleidend woord van Emiel Willekens) pp. 5-10
Uit: Te laat voor muziek
Te laat voor muziek pp. 11-58
Dagboek van Henri Gelder pp. 59-72
Celine en het kind pp. 73-90
‘Balzac’ pp. 91-138
Uit: Herinneringen van toen
Muziek in de nacht pp. 137-146
Lewie pp. 147-160
Uit: Lees en vergeet
De hoofdinspecteur pp. 161-169
De scheidsrechter pp. 170-179
De leeuwentemmer pp180-193
 Zielens 4 Hasselt: Heideland. -194p.

Reeks: Vlaamse Pockets nr 8
Afmetingen: 18 x 15.80 (pocket)

 

B.  Overzicht per genre alfabetisch op titel

Romans en novellen

  • Alles wordt betaald. (roman) 1945
  • De dag van morgen. (roman)1938
  • De gele roos. (roman) 1933
  • De roep. (novellen) 1931
  • Herinneringen van toen…Vertellingen. 1942
  • Het duistere bloed. (roman) 1930
  • Het jonge leven. (novellen) 1927
  • Lees en vergeet. (roman) 1941
  • Menschen als wij. (roman) 1946
  • Moeder, waarom leven wij? (roman) 1932
  • Nu begint het leven. (roman) 1935
  • Op een namiddag in september. (roman in brieven) 1940
  • Polka voor Piston. (novelle)1937
  • Robert, zonder Bertrand!… (novelle) 1929
  • Te laat voor muziek. Novellen en schetsen. 1941
  • Terug tot de bron. (roman)1944

Essayistisch werk

  • De eerste vijf-en-twintig jaren van den Havenarbeidersbond. 1930
  • De volle waarheid over het concentratiekamp Breendonk. Een geïllustreerde reportage over de gruweldaden die aldaar door de nazi-beulen gepleegd werden. 1944
  • Opsomer. 1942

Vertalingen

  • 1943. Vertaling van H. Van de Velde. De poëtische vorming van Max Elskamp.

 

 

C.  Artikels in dagblad, tijdschrift of bundel

1919 ‘Zo als…’ In: De Goedendag XXII (eigenlijk XXV), 2(juli 1919), 18-19
1920 ‘Sneeuw’ In: De Schelde Bijblad van zondag 25 jan 1920
1920 ‘Meisje van het Land’ In: De Schelde Bijblad van zondag 25 jan 1920
1920 ‘Straat in de Stad’ In: De Schelde Bijblad van zondag 28 maart 1920
1920 ‘Van twee Kindertjes’ In: De Schelde Bijblad van zondag 13 juni 1920
1921 ‘Schoolkolonie’ (novelle) In: Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift XXXI, 8 (aug 1921), 124-130
1921 ‘Dorp’ In: Het Overzicht, 9 sept. 1921
1921 ‘Spel’ In: Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift XXXI, 11 (nov. 1921), 327-337
1922 ‘Koolraapstertje’ In: De Volksgazet, 28 jan. 1922
1922 ’t Geluk…’ In: De Volksgazet, 11 feb. 1922
1923 ‘Het Afscheid van Wieza. Fragment eener novelle’ In: De Volksgazet, 10 feb. 1923
1923 ‘Geneken en Alfonsinneken’ In: De Volksgazet, 17 feb. 1923
1923 ‘Fatsen’ In: De Volksgazet, 24 feb.1923
1923 ‘Levensavond’ In: De Volksgazet, 9 juni 1923
1923 ‘Als de lente groent’ In: De Volksgazet, 23 & 30 juni 1923
1924 ‘Op den eerste mei’ In: De Volksgazet, 1 mei 1924
1924 ‘Van Mops en het jongetje’ In: De volksgazet, 23 juni 1924
1924 ‘Van Anne-Mieke’ In: Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift XXXIV, 6(juni 1924), 419-426
1924 ‘Wedding’ In: Kunstleven, 13,20&27sept. 1924
1925 Mops, het jongetje en ik In: Droom en daad 1, jan. 1925, 17-20
1925 ‘Ik zou…’ In: De Volksgazet, 7 feb. 1925
1925 ‘Moeders ziekte’ In: Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift XXXV, 3, maart 1925, 184-192
1925 ‘Voor ’t laatst’ In: De Volksgazet, 3 en 11 juni 1925
1925 ‘Moeders’s feestdag’ In: De Volksgazet, 15 aug. 1925
1925 ‘Bloemen in huis’ In: De Volksgazet,12 sept. 1925
1925 ‘Het Poortje’ In: Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift, XXXV, 10, okt.1925,267-284, en XXXV, 11 nov. 1925,344-354
1926 ‘De droom’ In: Vlaamse Arbeid, 1926, 81-91
1927 ‘Het opstel en het tuiltje mimosa van Cornelis Swaluw’ In: Droom en daad 3, 1927,77-82
1927 ‘Voor moeder’ In: Droom en daad 3, 1927,265-270 (De Volksgazet 29 dec. 1929)
1927 ’Meneer Pieternelle, jubilaris’ In: Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift XXXVII, 10, okt. 1927,263-276
1927 ‘De Tocht naar Sint-Niklaas’. In: De Volksgazet, 3 dec. 1927
1927 ’s Avonds’ In: Nederland, 1927, 329-335
1927 ‘Jozefientje’ In: Nederland, 1927, 714-717
1928 ‘Tusschenspel’ In: Nu, 1928, 395-401 (Ontwikkeling 1929, 725-734)
1928 ‘Zangeres’ In:.. Vlaamsche Arbeid, 1928, 345-348 ( De volksgazet, 18 jan. 1931)
1929 ‘Het einde’ In: Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift XXXIX,2,febr. 1929,123-129 ( Van de Voorde e.a., Letterkundige Almanak voor Vlaanderen 1930, Mechelen/Amsterdam, het Kompas/De Spieghel, 1929,176-183)
1929 ‘Nu mijn zoon groot is’ In: De Volksgazet, 27 okt. 1929
1929 ‘De duif en de dronkaard’ In: Hooger Leven III, 37, 15 sept. 1929, 1167
1929 ‘Parijs-Hoogstraeten’ In: De Stad, 1929,  612-614
1929 ‘Sint Nicolaas en de tooneelspeler’ In: De Stad, 1929,  828-829
1929 ‘Kerstmis 1917’ In: De Stad, 1929,  886-887 ( De Volksgazet 8 maart 1931)
1930 ‘Gij weet niet…’ In: Vlaamsche Arbeid XXV, 5-6 ( jubileumnummer 1930), 417
1930 ‘Uit “ Wij Menschen”…’ In: Hooger Leven IV, 51, 21 dec. 1930, 1806-1807
1931 ‘En toen kwam ik…’ In: Dietsche Warande & Belfort, juni/juli en aug./sept. 1931, 630-637, en 666-677
1932 ‘Antoinette’ In: Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift, XLII,6, juni 1932, 402-419
1935 ‘De terugkeer van Simon’ In: Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift XLV,1, jan.1935, 32-48
1936 ‘Sint-Niklaas der warenhuizen’ In: De volksgazet, 5 dec. 1936
1937 ‘Zulk een dag’ In: De Vlaamsche Gids, 1937, 33-42
1937 ‘Celine en het Kind. Een vertelling’ In: De Volksgazet, 2 okt. 1937
1938 ‘Het Spaansche Kind’ In: De Volksgazet, 1 mei 1938
1938 ‘Forebon’ In: De Gids, 1938, 5 ,162-170
1938 ‘Om deze liefde’ In: De Stem, 1938, 238-255
1938 ‘Is het noodig te begrijpen?’ In: Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift XLVIII, 10, okt. 1938,246-256
1938 ‘De Dag van morgen’ In: De Volksgazet, 5 nov. 1938
1940 ‘Het schot’ Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift, L, 1940, 356-365
1940 ‘Het verhaal van den doode’ In: Dietsche Warande & Belfort, 1940, 585-601
1941 ‘Onaangenaam verhaal’. E. van Lokhorst en C.J. Kelk. Duizend en één avond ( vijfde reeks) In: Amsterdam, Contact 1940-1941, 95-110
1941 ‘Het bruiloftsmaal’ In: Winterhulp, mei 1941, 5-7
1941 ‘De goede mensch op reis. Min of meer ouderwetsch verhaal’ In: Dietsche Warande&Belfort, 1941, 650-667
1941 Het meisje dat men nooit vergeet’. J.H. Speenhoff e.a., Het meisje dat men nooit vergeet, In: Amsterdam, Van  Kampen 1941, 23-36
1941 ‘De jonge dichter’ In: Vandaag, 10 juli 1941, 18-19
1941 ‘Een bladzijde uit mijn jeugd, mijn grootvader’ In: Vandaag, 24 juli 1941, 13-14
1942 ‘Antwerpse Tijdingen’ In: Vandaag, 8 jan. 1942, 17
1942 ‘Ik verraad mijn vriend’ In: Wekroep, april 1942, 10-11
1942 ‘Reportage in grooten stijl. Burleske’ In: Winterhulp, aug. 1942, 5-8
1942 ‘De gouden manchetknoopen’ In: Snoeck’s groote Almanak 1943, Gent, Snoeck Ducaju&Zn. 1942, 77-88
1943 ‘Láát u door vrienden begraven’ In: Ons Land, 30 jan. 1943, 57-60
1943 ‘Het sprookje van de armen en de rijken’ In: Buitenreeksnummer van Winterhulp, Kerstmis 1943, 13-16
1943 ‘Innige deelneming, heeren’ In: Snoeck’s groote Almanak 1944, Gent, Snoeck Ducaju&Zn. 1943, 195-198
1944 ‘De twee moeders’ In: Snoeck’s jeugdalmanak 1945, Gent, Snoeck Ducaju&Zn. 1944, 21-24
1944 ‘De basviool jubileert’ In: Snoeck’s jeugdalmanak 1945, Gent, Snoeck Ducaju&Zn. 1944, 129-137
1944 ‘De terugkeer van den verloren zoon’ In: ABC, 15 okt. 1944, 6
1944 ‘De radio’ In: ABC, nov. 1944, 12
1944 ‘Waar is de moeder van mijn vrouw’ In: ABC, 12 nov. 1944, 5
POSTHUUM
1944 ‘Zender Brussel liegt’ In: ABC, 3 dec. 1944, 17-18
1945 ‘Hoe tante Mieke zich beschermt’ In: Zondagspost, 4 maart 1945, 10
1945 ‘Charel Smans getuigt’ In: Zondagspost, 18 maart 1945, 3
1945 ‘Anne-Mieke en de soldaat’ In: Zondagspost, 1 april 1945, 9
1945 ’n Curieuze Romeo’ In: Zondagspost, 22 april 1945, 9
1947 ‘De roep’ In: Parool, 1 juni 1947, 8-9
1948 ‘Wat te Antwerpen nog overgebleven is van het Aards Paradijs’ In: De jonge werker, feb. 1948, 4