home | Inloggen
Aantal schrijvers: 463 | Aantal boeken:

13621

Van Reybrouck, David

Maakt deel uit van: ,

David Van Reybrouck

Brugge, 11 september 1971

Wetenschapper, cultuurhistoricus, archeoloog en schrijver van romans, toneelteksten, columns en politiek geëngageerde essays.

Af en toe verschijnen er van hem gedichten zoals zijn gedicht ‘Witloof’ in het eerste nummer van Het liegend konijn.

Zijn veel bekroonde studie ‘Congo. Een geschiedenis’ bezorgde hem terecht een internationale renommée


BIOGRAFIE

17 september 1971: Geboorte van David Van Reybrouck

  • Groeide op in een West-Vlaamse familie van bloemisten, boekbinders, elektriciens en kunstenaars.
  • Zijn vader, Dirk Van Reybrouck (1939-2006) was spoorwegingenieur en werkte van 1962 tot 1966 voor de Congolese spoorwegmaatschappij Bas-Congo – Katanga (BCK) en was op post in Likasi (toen Jadotstad). Zijn moeder, Bernadette De Bouvere, was lerares plastische opvoeding en schrijft gedichten.

Aanvankelijk een academische carrière

David Van Reybrouck studeerde archeologie en filosofie in Leuven, hij behaalde een Master in World Archaeology in Cambridge.

2000: Promoveerde aan de Universiteit Leiden op een proefschrift getiteld “From Primitives to Primates: a History of Ethnographic and Primatological Analogies in the Study of Prehistory.”

  • Van Reybrouck woonde en werkte een tijdlang in Barcelona en Parijs.

1999 en 2000: Wetenschappelijk coördinator van AREA (Archives of European Archaeology), een Europees onderzoeksnetwerk voor de geschiedenis van de archeologie.

  • Daarna was hij enkele jaren als cultuurhistoricus verbonden aan de Katholieke Universiteit Leuven waar hij onderzoek verrichtte naar de geschiedenis van de Belgische archeologie en naar de geschiedenis en de architectuur van West-Europese dierentuinen.
  • Hij was tevens redacteur van het vaktijdschrift Archaeological Dialogues. Zijn academische interesses gaan uit naar de geschiedenis van de mens-dierverhouding in de negentiende en twintigste eeuw, hetzij in wetenschappen als de archeologie, de antropologie en de biologie, hetzij in literaire en populaire verbeelding.
  • Van Reybrouck werkte mee aan de totstandkoming van tentoonstellingen over menselijke evolutie (Kunsthal Rotterdam), mensapen (Afrika-museum, Tervuren), Neanderthalers (Gallo-Romeins museum, Tongeren) en de dierentuin (Stad Antwerpen).

2007: Verlaat de academische wereld en legde zich volledig toe op zijn schrijversloopbaan.

… die overgaat in een schrijverscarrière

Van Reybrouck is freelance-medewerker van de krant De Morgen waar hij essays, reportages en recensies schrijft voor het zaterdagsupplement Zeno en de wekelijkse bijlage Boeken. Hij schrijft ook gedichten: in het eerste nummer van Het liegend konijn, het poëzietijdschrift van Jozef Deleu, verschenen er reeds enkele.

Oktober 2001: Publicatie De Plaag, Het stille knagen van schrijvers, termieten en Zuid-Afrika, een mengeling van biografie, autobiografie en reportage, het soort meeslepend geschreven reportages waarin ook een schrijver als Frank Westerman excelleert.

  • De Plaag werd genomineerd voor de Gouden Uil Literatuurprijs 2002 en bekroond met de Debuutprijs 2002. David Van Reybrouck won er ook de Literatuurprijs 2002 van de provincie Vlaams-Brabant mee en sleepte een nominatie voor de debutantenprijs van Dordrecht in de wacht.
  • In december 2003 verscheen de Afrikaanse vertaling Die plaag: die stil geknaag van skrywers, termiete en Suid-Afrika.Vertaald door Daniël Hugo] Protea, Pretoria, 263 p.
  • Er zou tevens een vertaling zijn verschenen in het Hongaars (uitg. Gondolat).
  • In 2008 verscheen de Franse vertaling ‘Le Fléau’ bij Actes Sud

Toelichting David Van Reybrouck

Maeterlinck pleegde misschien plagiaat, zo las ik ooit terwijl ik aan mijn doctoraat werkte, maar niemand kon me zeggen hoe of waarom. Hoe kon dat nu? Belgiës enige Nobelprijswinnaar, de esoterische bon-vivant uit Oostakker die wereldwijd aanbeden werd, zou de deontologie aan zijn laars gelapt hebben?
Al een paar jaar liep ik daarom rond met een verlangen. Om dat uit te spitten. Om te zien of het waar was, of hij zijn boek over termieten inderdaad deels gebaseerd had op het werk van een Zuid-Afrikaans amateurbioloog en dichter. Het onderzoek leek me evenwel te groot voor De Morgen waar ik als freelance journalist voor werkte (ik moest er immers voor naar Zuid-Afrika), en te klein voor een academisch onderzoeksproject. Bovendien vond ik het te mooi om het tot de ivoren toren van de wetenschap te beperken.
De goesting was er, de middelen niet. Het kersverse Fonds Pascal Decroos heeft me uiteindelijk de steun gegeven om ermee aan de slag te gaan. Een maand archiefonderzoek in België, een maand in Zuid-Afrika. Mét resultaat. Maeterlinck heeft inderdaad geplagieerd. Hij was te verstandig om een tekst letterlijk over te schrijven, maar het sluitstuk van zijn betoog was onmiskenbaar ontleend aan die onbekende Zuid-Afrikaan. Het werden drie pagina’s in de Bijsluiter en een artikel in de dagkrant. Een bijdrage werd gevraagd voor de Annales de la Fondation Maurice Maeterlinck (kwestie van de ivoren toren ook te geven waar het recht op heeft) en een grote uitgeverij heeft belangstelling getoond om de zoektocht naar die plagiaataffaire in boekvorm uit te geven. Dat is veel aandacht als je weet dat Maeterlinck zo goed als vergeten is en dat het ook alweer 75 jaar geleden gebeurde.
Of zo’n Fonds noodzakelijk is? Mijne dames en heren, onderzoeksjournalistiek is een soort archeologie van de actualiteit. Niet de blitse verslaggeving of het rappe interview, maar het moeizame gepeuter dat vaak niets oplevert. Maar als het iets oplevert, als er tussen het gruis en het puin iets opduikt wat de moeite lijkt, is het keer op keer prijs. Een soort graf van Toetanchamon uit het heden krijg je dan. Daarom is het de investering dubbel en dik waard. Niet te verwonderen dat de Vlaamse media zonder meer verrijkt zijn met de oprichting van een fonds voor bijzondere journalistiek. Dat zie je al na een jaar. Dat het Fonds Pascal Decroos daarenboven snel en correct te werk gaat, getuigt van professionalisme.

2004: Zijn eerste stuk, die Siel van die Mier (2004) gaat in première. Het is een monoloog geschreven voor en gebracht door  De Pauw, dat het verhaal vertelt van een oude professor entomologie die gekweld wordt door zijn herinneringen aan het pas onafhankelijke Congo. Het stuk toerde meerdere jaren in België, Nederland en Frankrijk.

  • Het werd bekroond met de Taalunie Toneelschrijfprijs voor de beste nieuwe theaterstuk in ons taalgebied in 2004.
  • De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde riep het in 2007 uit tot het beste Vlaamse theaterstuk van de vorige vijf jaar.
  • De Franse uitgever Actes Sud, die al eerder De Plaag/Le Fléau van David Van Reybrouck uitbracht, zal nu ook zijn theaterteksten Missie en Die siel van die mier in vertaling publiceren. In januari 2011 verschijnt het boek met beide teksten, onder de titel Mission / L’âme de la fourmi blanche, in de prestigieuze theaterreeks ‘Actes Sud – Papiers’.

2006: N , een tweede toneeltekst van Van Reybrouck gaat over een encyclopedicus in Afrika. De tekst werd in 2006 in Het Toneelhuis op scène gebracht door Peter Krüger.

Eind 2006: Writer in residence aan de Universiteit van Amsterdam.

2006: Van Reybrouck reisde mee met een KVS-delegatie naar Kinshasa om er de opvoering van het Vlaamse stuk ‘Martino’ bij te wonen. Voor de artikelenreeks die hij hierover in De Morgen schreef, ontving hij in 2006 de Noord-Zuidprijs.

2007: In januari was hij opnieuw met de KVS in Congo, ditmaal om er zelf een workshop theaterschrijven te geven.

“De workshop was een fantastische ervaring. Het is zinvol werk dat aansluit bij die nieuwe vormen van samenwerking: het is niet langer eenrichtingsverkeer”. Hij gaf de cursus samen met een Congolese schrijver, Vincent Lombume Kalimasi. “We zeggen hen niet wat ze moeten doen, we helpen hen alleen datgene wat ze willen doen, beter te doen”. Kunst en literatuur zijn relevant omdat ze het maatschappelijke middenveld versterken, vindt ook Van Reybrouck. “Literatuur is nooit waardenvrij. Die workshops helpen mee aan de vorming van weerbare, mondige intellectuelen in een land als Congo”.

2007: Publicatie van zijn eerste roman, Slagschaduw. Daarin voeren, in tegenstelling tot het non-fictie werk De Plaag, doorvoelde emoties de bovenhand.

  • Later dat jaar verscheen ook Waar België voor staat, een pleidooi voor een sereen en solidair debat over de toekomst van België. Dit boek kwam er in samenwerking met Geert Buelens en Jan Goossens. Hij schreef het tijdens een verblijf als writer in residence aan het NIAS, het Netherlands Institute for Advanced Studies te Wassenaar.
  • Aan het eind van datzelfde jaar ging zijn theatermonoloog Missie in première in de Koninklijke Vlaamse Schouwburg in Brussel. De monoloog kwam tot stand uit gesprekken die Van Reybrouck had met oude missionarissen in Congo.

2007: Kreeg de Vijfjaarlijkse Prijs voor Podiumteksten van de Koninklijke Nederlandse Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde voor de periode 2002-2006 toegekend voor zijn toneeltekst Die siel van die mier uit 2004.

2008: Writer-in-Residence in Wassenaar NIAS (1 February 2008 – 30 June 2008), waar hij werkt aan zijn boek over de geschiedenis van Congo (dat in de lente van 2010 naar aanleiding van de 50ste verjaardag van de onafhankelijkheid van Congo zal verschijnen) en zijn essay “Pleidooi voor Populisme” dat in augustus 2008 in de Pamflettenreeks bij Querido te Amsterdam zou verschijnen. Het essay wordt in 2009 bekroond met de Jan Hanlo Essayprijs Groot 2009.

2008: Kreeg de 58ste Arkprijs van het Vrije Woord voor de theatermonoloog Missie.

2009: Voor het fotoboek Congo (belge) (2009) van Magnumfotograaf Carl De Keyzer selecteerde Van Reybrouck de tekstfragmenten en citaten.

Richt het Brussels Dichterscollectief op, een meertalig en veelkleurig initiatief in de hoofdstad van Europa dat dichters van verschillende stijl, leeftijd en achtergrond samenbrengt.  De optredens van het Collectief versnijden klassieke dichtkunst met slam en avantgarde experimenten.

  • In 2009 realiseerde Van Reybrouck samen met professor Peter Vermeersch het meest ambitieuze project van het Collectief: de Europese Grondwet in Verzen. Tweeënvijftig dichters uit heel Europa, waaronder ook migranten en vluchtelingen, werkten samen met het Brusselse Dichterscollectief aan een lang en uniek gedicht dat droomde en wanhoopte over Europa. Het project  was meer dan een frivole remake van een politiek fiasco. Het was een poging om het debat over de toekomst van Europa terug te brengen naar waar het thuishoort: in de publieke sfeer van vrije en betrokken burgers.

Van Reybroucks belangstelling voor beeldende kunst resulteerde in enkele boekprojecten met toonaangevende fotografen als Stephan Vanfleteren (Belgicum, 2007) en Carl De Keyzer (Congo, my country, 2009) en met de schilder-beeldhouwer Koenraad Tinel (Scheisseimer, 2009).

Een belangrijk thema in het werk van Van Reybrouck is Afrika en in het bijzonder Congo.

  • De kiem voor die interesse ligt in zijn eigen verleden.
  • Zijn vader heeft vijf jaar in Congo gewoond, vlak na de onafhankelijkheid en enkele jaren voor de geboorte van zijn twee zonen. “Het land is met andere woorden een deel van mijn geboortedorp, van mijn ouderlijk huis”. De belangstelling voor Congo vloeit voort uit de nieuwsgierigheid naar zijn vader. “Ik wou achterhalen wat hem toen naar Congo dreef”. Vader Van Reybrouck was amper 22 jaar en pas afgestudeerd als industrieel ingenieur. In Likasi werkte hij aan de spoorlijn Bas-Congo-Katanga of kortweg BCK, in de periode dat de Katangese secessiestrijd in volle hevigheid woedde.

2010: Publiceert zijn studie ‘Congo. Een geschiedenis’. ( veelvuldig internationaal bekroond oa met de Libris Geschiedenis Prijs 2010).

  • Het werd een geschiedenis van 1850 tot 2010 gebaseerd op honderden interviews met ooggetuigen, gaande van eeuwelingen tot kindsoldaten, van rebellenleiders tot smokkelaars, van ministers tot maniokverkoopsters.

Het boek werd intussen in verschillende Europese talen zo vertaald. De auteur geeft het plan niet op om het boek ook in Congo te verspreiden ondanks het gebrek aan boekhandels.

Zijn intussen verschenen:

  • Kongo – Historien om Afrikas Hjerte, in september 2011 bij Uitgeverij Font Verlag, Noorse vertaling Guro Dimmen
  • Kongo. Eine Geschichte, op 16 april 2012 bij uitgeverij Suhrkamp in Berlijn, vertaling Waltraud Hüsmert.
  • Congo. Une histoire, op 12 september 2012 bij Editions Actes Sud, vertaling Isabelle Rosselin.
  • Kongo: En historia, in oktober 2012 bij Uitgeverij Natur & Kultur, Zweedse vertaling Joakim Sundström.
  • Congo, Historien om Afrikas hjerte, in 2012, bij Tiderne skifter, Deense vertaling door Birthe Lundsgaard

Het zeer brede succes van‘Congo. Een geschiedenis’ duidt wellicht op de behoefte aan een overzichtelijk en leesbaar verhaal over het hoe en wat er zich in Congo heeft afgespeeld. Kritische stemmen wijzen er echter op dat latere publicaties bepaalde invalshoeken zullen moeten bijwerken.

Eén stem willen we u niet onthouden, namelijk die van Joris Note in: http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2011/03/27/david-van-reybrouck-tegen-lumumba-was-dat-nu-wel-nodig

2011-2012: Van Reybrouck wordt de bezieler van de G1000, een burgertop, over de taalgrenzen heen, die 1000 Belgen laat overleggen voor een betere democratie in België.

2013: Van zijn hand verschijnt een politiek essay onder de titel Tegen verkiezingen.

  • In het essay pleit de auteur voor en aantal interessante uitgangspunten. Concreet stelt hij voor om in België de straks afgeschafte senaat te vervangen door een reflectiekamer waarin door loting aangeduide burgers kunnen debatteren over grote maatschappelijke kwesties. Verkiezingen hebben nog teveel het aloude erfelijk aristocratische, zegt hij. Na elke stembus ben je je politieke stem weer voor jaren kwijt. Doordat mensen nu hoger opgeleid zijn dan vroeger, geeft dit aanleiding tot wederzijds wantrouwen. Dat dit wantrouwen bestaat, wordt veelvuldig door enquêtes bevestigd. Dat meer burgerparticipatie aan de orde is kunnen we in de realiteit nu al vaststellen. Kortom naast stemrecht moeten de burgers ook spreekrecht krijgen.

 

 

BEKRONINGEN

2002: De Plaag werd

  • Genomineerd voor de Gouden Uil Literatuurprijs 2002
  • Bekroond met de Debuutprijs 2002.
  • David Van Reybrouck won er ook de Literatuurprijs 2002 van de provincie Vlaams-Brabant mee
  • Sleepte een nominatie voor de debutantenprijs van Dordrecht in de wacht.

2004:  Taalunie Toneelschrijfprijs voor ‘Die Siel en die Mier‘.

2004:  Literatuurprijs voor ongepubliceerd kort proza van de Provincie West-Vlaanderen voor de radiocolumns die hij voor Radio 1 ‘Heldenmoed ‘maakte.

2006: Noord-Zuid prijs voor de artikelenreeks die hij in De Morgen schreef over zijn verblijf  in Congo om er de opvoering van het Vlaamse stuk ‘Martino’ bij te wonen..

2007: De Vijfjaarlijkse Prijs voor Podiumteksten van de Koninklijke Nederlandse Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde voor de periode 2002-2006 toegekend voor zijn toneeltekst Die siel van die mier uit 2004.

2008: de 58ste Arkprijs van het Vrije Woord voor de theatermonoloog Missie.

2009: Pleidooi voor populisme werd bedacht met

  • de Jan Hanlo Essayprijs Groot 2009 (een trofee en een bedrag van 7.000 euro) voor zijn bundel “Pleidooi voor Populisme“.
  • Vlaamse Cultuurprijs Kritiek en Essay 2009 voor zijn bundel “Pleidooi voor Populisme“.

Congo, een geschiedenis werd bekroond met

  • 2010: Libris Geschiedenis Prijs voor zij Congo, een geschiedenis (De Bezige Bij).
  • 2010: Tweejaarlijkse J. Greshoff-prijs voor beschouwend proza voor Congo, een geschiedenis.
  • 2010: AKO Literatuurprijs voor Congo, een geschiedenis.
    • Uit het juryrapport: Congo is een magistraal boek dat een steeds tragischer wordend verhaal vertelt. De jury is zeer onder de indruk van de literaire wijze waarop Van Reybrouck zijn lezers ontwricht en hen een onthutsende confrontatie met het koloniaal verleden en het onvoorspelbare heden binnenvoert.
  • 2011 – Hyundai Cutting Edge Award als Beste Boek Nationaal
  • 2011 – Prijs voor de Mooiste Boekomslag (ontwerp door Studio Jan De Boer voor De Bezige Bij; omslagfoto van Etienne Nkasi door Stephan Vanfleteren)
  • 2012: Wint de prestigieuze Franse prijs ‘Prix Médicis voor het essay’ voor Congo. Een geschiedenis.
  • 2012: NDR (Norddeutsche Rundfunk) Kultur Sachbuchpreis voor Congo. Een geschiedenis.
  • 2012 – Prix Lire 2012, catégorie Histoire.
  • 2013 – Prix Mahogany voor beste essay over sub-Saharisch Afrika uitgereikt door de vereniging Mahogany Afro Cultures.
  • 2013: Wint de Franse Literatuurprijs Le Prix Aujourd’hui voor historisch of politiek werk dat handelt over de hedendaagse tijd.

2012: Tweejaarlijkse Van Acker Prijs wordt hem toegekend omwille van zijn maatschappelijk engagement.

  • Hiermee maakt hij deel uit van het selecte groepje kunstenaars die voor hem met deze prijs werden gehuldigd: Louis-Paul Boon, Hugo Claus, Toots Thielemans, Jan Decleir en in 2010 de filmmakers Jean-Pierre en Luc Dardenne.

2014: Wint de Gouden Ganzenveer 2014, voor ‘zijn veelzijdigheid en bezielende wijze van schrijven’.

2014: Ontvangt de Henriette Roland Holst-prijs voor zijn essay “Tegen verkiezingen“.

 

Geraadpleegde bronnen

Websites

 

Het gedicht Witloof

 

Zoals witloof,
niet de wortel die men breekt
en keert in de ast, maar de koele
kwetsbaarheid van het tere blad
zoals het donkerte wil om wit te zijn
en kilte zoekt om bitter te worden
en breekbaar blijft en bleek -
een bundel ongebroken verlangen

 

Uit: Het Liegend Konijn, nummer 1

 

BIBLIOGRAFIE

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel – Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.

Om een foto in de fotogalerij te vergroten klik op de foto.

 

Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
2001 De Plaag. Het stille knagen van schrijvers, termieten en Zuid-Afrika. (literaire non-fictie) 
Debuutprijs 2002
Amsterdam: Meulenhoff. -302p.
2004 Die Siel van die Mier. (toneel) 
Taalunie Toneelschrijfprijs 2004 en Vijfjaarlijkse Prijs voor Podiumteksten van de KANTL 2007
Gent: Muziek Lod.-47p.
2006 N. (Toneeltekst)
2006 Over Zuid-Afrika en Vlaanderen [DVD] : expo Verre Horizonten. Schrijvers zonder grenzen 
David van Reybrouck in gesprek met Tom Lanoye.
Antwerpen: AMVC-Letterenhuis.. -DVD
2007 Slagschaduw. (roman) 
Boekverzorging: Dooreman & Houbrechts
Zetwerk: Karakters, Gent
Foto auteur achterflap: Koen Broos

 

Antwerpen: Manteau / Amsterdam: Uitgeverij Meulenhoff -199p. 
Afmetingen: 20 x 13.50 (gebonden – harde kaft met stofomslag)

 

2007 Waar België voor staat. (essaybundel) 
In samenwerking met Geert Buelens en Jan Goossens.
Antwerpen: Uitgeverij Meulenhoff-Manteau. -285p.
2007 Missie. (theatermonoloog) 
Bekroond met de Arkprijs van het Vrije Woord.
Ging december 2007 in première in de Brusselse KVS. 
In de monoloog, gespeeld door acteur Bruno Vandenbroecke, blikt een missionaris uit Oost-Congo terug op zijn leven.
2007 Belgicum. (fotoboek) 
Foto’s: Stephan Vanfleteren;
Essay: David Reybrouck;
English translation by Laura Watkinson;
French translation by Monique Nagielkopf
Tielt: Lannoo. -215p.
2008 Pleidooi voor populisme. (essay) Uitgeverij Querido. -79p.
2008 Le fléau: récit. 
Traduit du néerlandais par Pierre-Marie Finkelstein.
Franse vertaling van De Plaag uit 2001.
Arles:Uitgeverij Actes Sud.-410p. 
Reeks: Lettres Néerlandaises.
2009 Congo (belge). (fotoboek) 
Fotoboek van Magnumfotograaf Carl De Keyzer selecteerde Van Reybrouck de tekstfragmenten en citaten.
2009 De Europese grondwet in verzen. (poëzie) 
Concept en redactie : David Reybrouck en Peter Vermeersch
Antwerpen: Vrijdag. -103p. 
Reeks: Cahiers van Passa Porta. 2009:1
2009 Congo in België: koloniale cultuur in de metropool. (essaybundel) 
Redactie met Vincent Viaene en Bambi Ceuppens)
2009 Scheisseimer: Getekende herinneringen aan een oorlog . Een kerkhof voor lintwormen. 
Beelden: Koenraad Tinel
Tekst: David Van Reybrouck
Tielt: Lannoo. -263p.
2010 Congo. Een geschiedenis. 
Omslagontwerp: Studio Jan de Boer.
Omslagfoto: (Etienne Nkasi) Stephan van Fleteren.
Foto auteur:Stephan van Fleteren.
Vormgeving binnenwerk: Ceevan Wee, Amsterdam
Amsterdam: De Bezige Bij. -680p. 
Afmetingen: 23 x 15 (gebonden met stofomslag)
Druk: Bariet, Ruinen.
2013 Eindelijk bevrijd. Geen schuld geen slachtoffer. 
Simon Gronowski schrijft het verhaal; Koenraad Tinel illustreert en David van Reybrouck schrijft het essay.
Veurne: Uitgeverij Kannibaal (imprint Hannibal). -128p. 
Afmetingen: 24 x 16.50 (softcover)
Gedrukt in quadrichromie
2013 Tegen verkiezingen. (essay) 
Omslagontwerp: Barbara Jonkers.
Omslagfoto: trekvogels Jan van de Kam.
Foto auteur: Stefan van Fleteren.
Vormgeving binnenwerk: Barbara Jonkers.

 

Amsterdam: De Bezige Bij. -174p. 
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
Druk: Bariet, Steenwijk.

 

 

Wetenschappelijke artikels (een selectie)

Dierentuinen

  • Van Reybrouck, D. (2004, in print). Urban wildernesses: zoological gardens in the Low Countries. The Low Countries 12: #.
  • Holtorf, C. and D. Van Reybrouck 2003: Towards an archaeology of zoos. International Zoo News 50, 4: 207-15.
  • Van Reybrouck, D. 2003. Les jardins zoologiques en Flandre et les Pays-Bas. Septentrion
  • Van Reybrouck, D. 2003: Stedelijke wildheid: dierentuinen in de Lage Landen. Ons Erfdeel 46, 1: 2-9.
  • Van Reybrouck, D 2002: De architectuur van de mens-diergrens: kleine cultuurgeschiedenis van de Europese zoo. Onze Alma Mater 2: 175-91.

Geschiedenis en theorie van de archeologie

  • Van Reybrouck, D, R. De Bont & J. Rock (in press): Spreading stones and showing bones: the material rhetoric of prehistoric archaeology. In N. Schlanger (ed.) The Fabric of the Past . Berghahn, Oxford.
  • Van Reybrouck, D. 2002: Boule’s error: on the social context of scientific knowledge. Antiquity 76: 158-64.
  • Van Reybrouck, D. 2001: Howling wolf: the archaeology of Lewis Binford. Archaeological Dialogues 8: 70-85 (vertaald als Van Reybrouck D. 2001: L’appel du loup: l’archéologie de Lewis Binford. Les Nouvelles de l’Archéologie 86, 4 e trimestre: 5-11)
  • Van Reybrouck, D. 2001: On savages and simians: continuity and discontinuity in the history of human origin studies. In R. Corbey & W. Roebroeks (eds): Studying Human Origins: Disciplinary History and Epistemology . Amsterdam University Press, Amsterdam: 77-96.
  • Van Reybrouck, D. 2000: From Primitives to Primates: A History of Ethnographic and Primatological Analogies in the Study of Prehistory . Unpublished PhD thesis, Leiden University.
  • Van Reybrouck, D. 2000: Beyond ethnoarchaeology? A critical history on the role of ethnographic analogy in contextual and post-processual archaeology. In A. Gramsch (ed.): Vergleichen als archäologische Methode: Analogien in den Archäologien (BAR International Series). British Archaeological Reports, Oxford: 39-52.
  • Fontijn, D. and D. Van Reybrouck 1999: The luxury of abundance: syntheses of Irish prehistory. Archaeological Dialogues 6: 55-73.
  • Van Reybrouck, D. 1998: Waarom is `Neanderthaler’ een scheldwoord? Over de constructie van primitiviteit. In J. Deeben & E. Drenth (eds). Bijdragen aan het onderzoek naar de Steentijd in Nederland: Verslagen van de `Steentijddag’ 1 (Rapporten Archeologische Monumentenzorg 68). Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek, Amersfoort: 7-16.
  • Van Reybrouck, D. 1998: Imaging and imagining the Neanderthal: the role of technical drawings in archaeology. Antiquity 72: 56-64.
  • Van Reybrouck, D. 1995: On a creative middle ground between the extremes: an archaeological dialogue with Bruce G. Trigger. Archaeological Dialogues 2: 160-171.
  • Van Reybrouck, D. 1994: Changing perspectives on hunter-gatherers in Continental and in Anglo-American archaeology. Antiquity 68: 831-837.

Cultuurgeschiedenis

  • Van Reybrouck, D. (in press): De ontdekking van lichtvoetigheid: Cyriel Buysse en Maurice Maeterlinck aan de Rivièra. D. Leyman (ed.): Nice, literair . Bas Lubberhuizen, Amsterdam.
  • Van Reybrouck, D. 2003: Insecten en verval: Emile Hegh en het ontstaan van de koloniale entomologie (1916-1929). In J. Tollebeek (ed.): Degeneratie: de geschiedenis van een concept en een praktijk .
  • Van Reybrouck, D. 2002: Grote kinderen en zieke volwassenen: de ontmoeting met de niet-Westerse ander in Belgische en Nederlandse koloniale contexten. In L. Nys, H. De Smaele, J. Tollebeek en K. Wils (eds): De zieke natie: Over de medicalisering van de samenleving 1860-1914 , Groningen: 370-86.
  • Van Reybrouck, D. 1998: Drie halve schedels: het rassenbegrip in de negentiende-eeuwse paleoantropologie in België. In G. Vanpaemel & M. Beyen (eds), Rasechte wetenschap: betekenis en functie van het begrip ras vóór de Tweede Wereldoorlog . Acco, Leuven: 67-80.
  • Van Reybrouck, D. 1997: `An unusually savage aspect’: negentiende-eeuwse tekeningen van de Neanderthaler. Feit en Fictie: tijdschrift voor de geschiedenis van de representatie 3: 118-125.