home | Inloggen
Aantal schrijvers: 536 | Aantal boeken:

15559

Terrin, Peter

Peter TERRIN

Tielt, 3 oktober 1968

Schrijver van verhalen, romans en  theater.

 

 

BIOGRAFIE

3 oktober 1968: geboorte van Peter Terrin te Tielt.

  • Studeerde eerst voor industrieel ingenieur, gaf deze studie op en studeerde toegepaste communicatie.
  • Werd handelsreiziger in marmerwaren, maar van harte ging het niet.

Peter Terrin vertelt zelf hoe hij, op zijn drieëntwintigste, De donkere kamer van Damocles van W.F. Hermans las en door deze lectuur als het ware naar het schrijverschap gedreven werd.

1996: wint de korte verhalenwedstrijd van ZULMA en van De Brakke Hond. Hij publiceert in verscheidene tijdschriften en bundelt op vraag van Uitgeverij L.J. Veen deze en andere verhalen in De Code (1998).

2001: debuteert met de roman Kras

2003: publicatie van een tweede roman ‘Blanco’.

In Vlaanderen bleef dit boek zo goed als onopgemerkt. De schaarse recensies waren vernietigend. In Nederland sloeg het meteen aan.
Het jaarboek Magazijn selecteerde hem voor de lijst ‘Beste jonge schrijver 2003’.
Het verhaal van Victor die zijn vrouw verliest bij een overval en die vreest dat zijn zoontje ook iets zou kunnen overkomen, werkt als een ijzeren greep rond je strot. Victor gaat steeds verder in het beschermen van zijn zoon. Anno 2012 zeer actueel, maar tien jaar geleden werd het als ‘over the top’ aangevoeld. Terrin haalde er meteen de longlist van de AKO-Literatuurprijs 2004 mee.

2004: publicatie van ‘Vrouwen en kinderen eerst’.

Over zichzelf praat Terrin niet graag, maar in een schaars interview zij hij wel dat hij ooit werkte als verkoper van granitoproducten voor architecten in Engeland. Die ervaring gebruikt hij voor deze roman. Het hoofdpersonage moet ergens in Zuid-Europa (?) een oude tegelfabriek gaan ontmantelen. Samen met hem komt de lezer terecht in een beklemmende gesloten wereld vol vreemde conventies.
Kort na het verschijnen werd de roman door Knack opgenomen in de Top 50 van 200 jaar Vlaamse literatuur. Ook dit boek stond op de longlist van de AKO-literatuurprijs.

2006: met de verhalenbundel ‘De bijeneters’ toont Terrin zich een begenadigd verteller.

De bundel haalde opnieuw de longlist van de AKO-literatuurprijs en werd bekroond met de Prijs voor Letterkunde van West-Vlaanderen 2008

2009: de roman ‘De bewaker’  wordt een internationaal succes, haalt de shortlist van de Libris Literatuurprijs en lanceert Terrin definitief.

2010: de meester van het onheilspellende detail – zoals Terrin wel eens wordt getypeerd – schrijft voor deBuren het Radioboek #83 Voor de lieve vrede.

2012: zijn roman ‘Post mortem’ wordt bekroond met de AKO-Literatuurprijs.

In ‘Post Mortem’ vraagt de onbekende schrijver Emiel Steegmans zich af ‘hoe deze fictieve moeilijke tijden ingekleurd zullen worden door een ambitieuze biograaf die ergens in de toekomst zijn mailverkeer uitpluist’ Maar dan wordt Renée, zijn dochtertje van vier, getroffen door het noodlot en krijgt de roman een heel andere wending.

2012: voor citybooks gaat Peter Terrin naar Turnhout. Zijn tekst –De ware toedracht – kwam op 31 oktober 2012 online!   klik op:  Turnhout – Steden – citybooks

  • Vijf schrijvers (Walter Van den Broeck, Lasha Bugadze, Maxim Februari, Peter Terrin en Chika Unigwe) een fotograaf (Kakha kakhiani) bezoeken en ondervragen Turnhout. Dit boekje bevat hun antwoorden. Uitgegeven door Vlaams-Nederlands Huis deBuren in 2013

Terrin schrijft ook voor theater.

7 december 2013: de theatercompagnie Barre Weldaad brengt Acqua Azzura voor het eerst in ’t Arsenaal te Mechelen op de planken.

  • Tekst: Peter Terrin
  • Acteurs: Wouter Hendrickx, Ina Geerts en Line Pillet. Regie en scenografie: Barbara Vandendriessche. Licht: Ludo Van Craen: kostuums: Chris Snik; geluid: Frederik van de Moortel.
  • Omdat hij en zijn vrouw het verdriet over hun verongelukte zoontje niet kunnen delen, raakt Adam op den dool. Hij hangt rond in het park en observeert gelukkige ouders en hun kinderen. Hij voelt heimwee naar die staat van zijn. Een spelend meisje dat als twee druppels water lijkt op de vrouw die hij als twintiger liefhad, trekt zijn aandacht. Het wordt een obsessie. Hij begint te graven in zijn verleden, toen hij nog niet in staat was verantwoordelijkheid op te nemen.

 

BEKRONINGEN

08/07/2008: prijs voor Letterkunde van West-Vlaanderen, voor De Bijeneters.

  • Volgens Jan Bettens (De Leeswolf 2006, p. 350) bevat de bundel”zeven ijzersterke verhalen. Dat is zeven op zeven. […] De protagonisten worstelen als vanouds met het alledaagse absurdistan, Albert Camus is niet voor niks de mottoleverancier. De herkenbare non-helden Emiel, Ferdinand, Simon en de anderen zijn sisyfusarbeiders par excéllence, die Terrin tijdens hun beklemmende geschiedenissen ook nog ‘s spannend laat ontsporen. […] Peter Terrins harde en zwartgallige portretten van de zich eeuwig herhalende en falende mens, zijn alle zeven pure klasse. In al hun variatie suggereren deze verhalen allemaal een gruwelijk realistische realiteit waar vervreemding, isolatie, onverschilligheid en eenzaamheid goed gedijen. Met De bijeneters bewijst Terrin opnieuw dat hij een uitzonderlijk begaafd verhalenschrijver is.”

2010: EU-Literatuurprijs voor ‘De bewaker’

  • Aan de prijs hangt een som van 5000 euro vast. De EU-literatuurprijs is een initiatief van de Europese Commissie en de Europese verenigingen van boekenverkopers, schrijvers en uitgevers. Aan het programma nemen 35 landen deel, waarvan er 11 dit jaar een winnaar mochten aanduiden. De Belgische jury – bestaande uit Jos Geysels, Dirk Leyman, Ilke Froyen, Marc Reynebeau en Erik Vlaminck – heeft voor Terrins vierde roman gekozen.
  • Europees Commissaris voor Cultuur Androulla Vassiliou hoopt dat de prijzen ertoe zullen bijdragen dat de werken van de winnaars “vertaald worden en een bredere kring van lezers buiten hun eigen land kunnen bereiken. Na vertaling en promotie kunnen die werken eventueel ook materiaal leveren voor films, tv en toneelstukken, en zo bijdragen tot het succes van onze culturele en creatieve bedrijfstakken.”

2012: AKO-Literatuurprijs voor ‘Post-Mortem’.

 

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Websites

Referenties

  • Dirk Leyman, Vlaamse auteur Peter Terrin drijft de desoriëntatie ten top in zijn roman “De bewaker“. In: De Morgen 26 augustus 2009 bijlage: Uitgelezen.
  • Sarah Theerlynck, Schrijver Peter Terrin over durf, de magie van het theater en de kracht van de aanvaarding. In: De Morgen 7 december 2013.

 

BIBLIOGRAFIE

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience  – Antwerpen
  • Piet Devos: Van reuzen tot dwergen. Bibliografie – Vlaamse schrijvers in de 20ste eeuw – Eerste drukken. Kortrijk, eigen beheer 2007

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.

Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1998 De Code. (verhalen)
Omslagillustratie: Edward Hopper, Gas (1940) © 1998 The Museum of Modern Art New York
Omslagontwerp: Brigitte Slangen
Foto auteur: Johan De Poorter
Typografie: Maya Bulkmans
Terrin 1 Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij L.J. Veen. -160p.
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
2001 Kras. (roman) Amsterdam: L.J. Veen. -159p.
2003 Blanco. (roman)
Omslag: studio Ton van Roon.
Omslagillustratie: Getty Images
Foto auteur: Stephan Vanfleteren
Haalde de longlist van de AKO-Literatuurprijs 2004.
Terrin 3 Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers. -185p.
2003 Als tegen een berg: drie theatermonologen gebaseerd op de sysifusmythe / Bart Koubaa, Peter Terrin, Christophe Vekeman .
Samen met: Cicadas: een theatermonoloog / Mathias Sercu
Gent: Publiekstheater/Arca.24p.
2004 Vrouwen en kinderen eerst. De ontmanteling van AT-289. (roman)
Haalde de longlist van de AKO literatuurprijs.
Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers. -190p.
2006 De Bijeneters. Zeven variaties. (verhalen)
Prijs voor de Letterkunde van de provincie West-Vlaanderen 2008 -Haalde de longlist van de AKO literatuurprijs.Omslagontwerp: Studio Ron van Roon
Foto omslag: Morgan Mazzoni/Stone/Getty Images.
Foto auteur: Stefan Vanfleteren.
Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers. -171p.
Afmetingen: 20 x 12
Bevat: De verdachte (pp.9-46); De bijeneters (pp. 47-66); Mannen en machines (pp.67-78); Schoonmaak of De lotgevallen van Abdullah en ikzelf (pp. 79-100); De bonte koe (pp. 101-120); Fiji (pp. 121-1334); De moordenaar (pp. 135-171).
2009 De Bewaker. (roman)

Omslag: studio Ton van Roon.
Foto auteur: Stefan Vanfleteren
Haalde de shortlist van de Libris Literatuurprijs.
Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers. -220p.
2010 Voor de lieve vrede / Peter Terrin (Luisterboek)
Te samen met Lintworm / Hanneke Paauwe
Brussel : Vlaams-Nederlands Huis deBuren, s.a 1 CD
Reeks: Volgens uitgeverswebsite radioboek 81 en 83
2012 Post mortem. (roman)
Boekverzorging en omslagontwerp: Studio Ron van Roon
Foto auteur: Stephan Vanfleteren
Bekroond met de AKO – literatuurprijs.

 

Terrin 7 Utrecht, Antwerpen, Amsterdam: De Arbeiderspers. -283+ [I]p.
Afmetingen: 21.50 x 13.50 (gelijmd – kartonnen kaft met flappen)
2013 Turnhout (citybook)
Vijf schrijvers (Walter Van den Broeck, Lasha Bugadze Maxim Februari Peter Terrin en Chika Unigwe) een fotograaf (Kakha kakhiani) bezoeken en ondervragen Turnhout.
Brussel: Vlaams-Nederlands Huis deBuren.
Reeks: Citybooks.
2013 Acqua Azzurra. (toneeltekst) Première: 7 december 2013 door de theatercompagnie Barre Weldaad brengt Acqua Azzura in ’t Arsenaal te Mechelen.
Acteurs: Wouter Hendrickx, Ina Geerts en Line Pillet.
Regie en scenografie: Barbara Vandendrissche.
Licht: Ludo Van Craen: kostuums: Chris Snik; geluid: Frederik van de Moortel.
2014 Monte Carlo. (roman)
Omslagontwerp: Marry van Baar
Foto auteur: Marco Mertens
Vormgeving binnenwerk: Adriaan de Jonge
Druk: Koninklijke Wöhrmann, Zutphen

 

Antwerpen: De Bezige Bij. -174p.
Afmetingen: 20 x 12.50 (gebonden – harde kaft met stofomslag)

 

2015 Thomas en Julie (kortverhaal) In: De Morgen Boeken van woensdag 5 augustus 2015 in de reeks zomerverhaal pp. 11-12.
2016 Yucca. (roman)
Omslagontwerp: Ron van Roon.
Omslagbeeld: iStock.
Foto auteur: Koos Breukel.
V
ormgeving binnenwerk: Adriaan de Jonge
terrin-9 Amsterdam/Antwerpen: De Bezige Bij.  -392p.
Afmetingen: 21.50 x 13.60 (paperback)
Druk: Koninklijke Wöhrmann,  Zutphen.
2016 Het antwoord. (verhaal)
Omslagontwerp: Studio Jan de Boer in opdracht van Confituur en uitgewerkt en begeleid door Uitgeverij De Bezige Bij, 2016.
Foto auteur: Jef Boes.
Vormgeving binnenwerk: Adriaan de Jonge.
terrin-10 Amsterdam: De Bezige Bij. -31p.
Afmetingen: 18.50 x 12.50 ((gebonden – harde geïllustreerde kaft)
Druk: Bariet, Steenwijk.

 

Overzicht per genre alfabetisch op titel

Romans

  • Blanco. (2003)
  • De bewaker. (2009)
  • Kras. (2001)
  • Monte Carlo. (2014)
  • Post mortem.  (2012)
  • Vrouwen en kinderen eerst. (2004)
  • Yucca. (2016)

Verhalen

  • De Bijeneters. (2006)
  • De Code. (1998)

Theater

  • Als tegen een berg: drie theatermonologen gebaseerd op de sysifusmythe / Bart Koubaa, Peter Terrin, Christophe Vekeman. (2003)
  • Acqua Azzurra. (2013)

 

SMAAKMAKER

Vlaamse auteur Peter Terrin drijft de desoriëntatie ten top in zijn roman “De bewaker”
door dirk leyman

Publicatiedatum : 2009-08-26
De Morgen. Sectie : Uitgelezen

Een gevaarlijke nieuwe wereld
De Vlaamse auteur Peter Terrin (°1968) bevrucht zijn boeken telkens weer met licht paranoïde personages, die gedoemd zijn om gaandeweg te ontsporen. Zin voor zin zet hij de normaliteit op de helling. In Terrins nieuwe roman De bewaker moeten twee gedrilde mannen de bewoners van een hyperluxueus appartementenblok afschermen. Spoedig blijkt dat het duo in een eenzame fuik zit en tot elkaar veroordeeld is.
Het minste wat je kunt zeggen van de Gentenaar Peter Terrin, is dat hij sinds zijn debuut De code (1998) aan een merkwaardig consistent oeuvre werkt en zich daarbij door niets of niemand van de wijs laat brengen. Ook niet door de stijlverwantschappen met fameuze lieden als Willem Frederik Hermans, Franz Kafka en F. Bordewijk die hem zo vaak worden aangewreven en die hij zich – hoe zou je zelf zijn? – graag laat aanleunen. Evenmin schroomt hij te verwijzen naar zijn voorliefde voor de existentialist Albert Camus, zelfs expliciet in zijn verhalenbundel De bijeneters. Voeg daar gerust ook nog de overleden Britse auteur J.G. Ballard aan toe, zeker omdat Terrins vaak allegorische verhalen niet te negeren vingerwijzingen bevatten naar een samenleving die in de ban is van allesverlammend gevaar en zich wentelt in een rigide veiligheidsdenken, als aberraties van een doorgeslagen kapitalisme.
Terrin zet telkens zorgvuldig zijn bakens uit om pas daarna sluipenderwijs surrealisme en vervreemding toegang te verlenen. Waarna de ontwrichting vrij baan krijgt, zoals in de wisselvallige én gechargeerde roman Blanco (2003). Daarin slaat een man door in de overbetutteling van zijn zoontje Igor en overtuigt hij zichzelf dat hij voortdurend alert moet zijn voor gevaar.
Sindsdien heeft Terrin nog de roman Vrouwen en kinderen eerst (2004) en de verhalenbundel De bijeneters (2006) afgeleverd, waaruit bleek dat hij vooral stilistisch aan maturiteit heeft gewonnen en heel wat accurater is beginnen te schrijven. Stilaan kun je ook de vinger leggen op het vaste ensemble Terrinpersonages: in Vrouwen en kinderen eerst voerde hij plichtsbewuste, bijna gehersenpoelde mannen op, die als automaten een taak uitvoeren, terwijl het in De bijeneters wemelde van de handelingsonbekwame, vaak eenzame personages die niet in staat zijn hun leven over een andere boeg te gooien. Terrin is gepokt en gemazeld in een arglistige wereld die je liefst op een afstand houdt, maar waarin je toch – door de uitvergroting – verbazend veel herkent.
Wie Terrins nieuwe roman De bewaker ter hand neemt en zich vermeit in het prettige omslag (het lijkt een Zwart Beertje van Dick Bruna, maar het is wel degelijk Studio Ron van Roon die ervoor tekende), zou kunnen denken dat de auteur het ditmaal over een vrolijk-schalkse boeg heeft gegooid. Niets is minder waar. In De bewaker gaat Terrin door op zijn elan en woekert de paranoia voort als nooit tevoren. Hij leidt ons binnen in een wereld waar hoop slechts bestaat uit een lichtsijpeling door een deurkier.

Tergende psychologische studie

Terrin confronteert ons in 185 korte kapittels met de twee afgetrainde mannen Harry en Michel. Zij hebben opdracht gekregen om een gebouw met veertig luxe-appartementen met hand en tand te bewaken. Daartoe hebben ze positie ingenomen in een immense parkeergarage, van waaruit zij de ingang onafgebroken in de gaten moeten houden. Dat doen ze bijzonder meticuleus, volgens een ijzeren discipline waaraan menig militair een puntje kan zuigen. Helaas worden Harry en Michel compleet in het ongewisse gehouden over de voortgang van hun missie en raken ze geheel afgesneden van de buitenwereld. Voortdurend speculeren ze dan ook over wat hen te wachten staat. Als roofdieren houden ze de trekker van hun wapentuig in de aanslag, gespitst op elke vorm van gevaar – een trekje waarmee wel meer Terrinhelden behept zijn. Tegelijk wentelt het duo zich in een beate volgzaamheid aan de duistere “organisatie” die hun opdrachtgever is. Ze zien zichzelf als “een koninklijke garde, steeds in het gelid, die men niet afleidt van zijn protocollaire opdracht”. Met de pompeus rijke bewoners die ze “verdedigen” hebben ze amper contact. Bestaan ze eigenlijk wel? Is hun bestaan een “luchtbel” en is de garage niet hun “echte wereld”? En wanneer komt die aangekondigde derde bewaker hen vervoegen?
Op een goede dag lijken alle rijke ingezetenen echter en masse het hazenpad te kiezen (behalve één?), zonder dat de bewakers ingelicht worden over de redenen van hun vertrek. Michel en Harry werken trouw hun rondes verder af en negeren de plotselinge zinledigheid van hun werkzaamheden. Geleidelijk groeit De bewaker uit tot een tergende karakterstudie in gedwongen (of zelfgekozen?) eenzaamheid, waarin het de geüniformeerde mannen daagt dat ze meer dan ooit op elkaar aangewezen zijn. Tegelijk begint hun realiteitsbesef te wankelen en spoken er hallucinaties en op, al handhaaft vooral Harry de onverstoorbaarheid. Dik anderhalf jaar verstoken van daglicht volgens een steriel ritueel in een parkeerbunker doorbrengen, dat laat zijn sporen na.

Universele paranoia

Hun enige aanknopingspunt wordt de periodieke voedselbevoorrading, maar die slabakt, zodanig zelfs dat Michel en Harry regelrechte honger lijden en van een korreltje suiker al visioenen krijgen. Tegen beter weten in ziet vooral Harry deze beproeving als een ultieme test voor hun betrouwbaarheid: is het geen kwestie van weken voor ze naar een elitekorps worden overgeplaatst? Bij Michel is de vertwijfeling groter. Terrin alludeert intussen op opzichtig op een oorlogssituatie in de buitenwereld. “Zoals sommigen hebben voorspeld, doemt een nieuw soort oorlog op, gemakshalve De Nieuwe Oorlog genaamd. Een oorlog waarvan niemand weet of hij werkelijk bestaat, nog moet beginnen of reeds in alle hevigheid is uitgebroken.” Wie bewaakt nu eigenlijk wie en wie zit in werkelijkheid gekluisterd, dat wordt de hamvraag van deze roman, die zich loszingt van de werkelijkheid en sterk allegorische allures aanneemt. Onwillekeurig moet je even denken aan de van plicht doordrongen majoor Anthony uit Arnon Grunbergs Onze Oom, mede door de uitgebeende, surreële humor, zoals met de jacht op een achtergebleven vlieg: “Ze zit onder mijn pet. Tussen garage 38 en 39.” Ook het vermelden van een “inspecteur Perec” is niet toevallig: een slinkse verwijzing naar Het leven, een gebruiksaanwijzing, waarin Perec de levens van de bewoners in een Parijs appartementenblok met elkaar kruiste.
Terrin schuwt enige raadselachtigheid niet en houdt het verteltempo bewust tergend traag: elke minuscule handeling wordt in De bewaker uitermate gedetailleerd. De lezer moet totaal vervuld raken van de huis-clos-atmosfeer, zo lijkt het devies. De beklemmende onbehaaglijkheid dringt als een lijkgeur tot je door. Wanneer dan toch de derde bewaker komt aanzeilen, wordt hij door Harry beschouwd als een “indringer”. “In mijn optiek hebben Harry en Michel in wezen een liefdesrelatie, compleet met afgunst ten aanzien van derden en de angst om elkaar te verliezen”, zegt Terrin daarover in een interview op de site van De Arbeiderspers. Is het daarom dat de man door Harry op een morbide manier geëlimineerd wordt? In het laatste deel besluit het duo dan toch hun cocon te verlaten en op zoek te gaan naar de “laatste bewoner” (“Ik heb de laatste bewoner niet gevonden. Hij heeft mij gevonden”). Bij hun labyrintische zoektocht door het appartementenblok drijft Terrin de desoriëntatie ten top en warrelen schijn en werkelijkheid helemaal door elkaar. Is het heil hogerop te vinden? Welnee, dat ligt ondergronds: “Na lang hoog in het gebouw te hebben verbleven, is het alsof ik naar het middelpunt van de aarde reis. De kelderverdieping. De gedachte over luttele seconden de vertrouwde kelder terug te zien! Dikke, warme tranen rollen in mijn baard.”
De bewaker is vintage Terrin, met die parade van allesoverheersende dreigingen en dwangmatig gedrag. In die zin is het vooral een vernuftige uitdieping van zijn thema”s. Toch ontkom je niet aan een zekere langdradigheid. Met een pak pagina”s minder had dit boek fors aan effect gewonnen. Maar buiten kijf staat dat Terrin, na De heining van Jan Van Loy en Bart Koubaa”s De leraar, de Vlaamse literatuur verrijkt met een slimme roman over hedendaagse en tegelijk universele paranoia, die uitmondt in een perfide psychologische pas-de-deux. Dirk Leyman