home | Inloggen
Aantal schrijvers: 536 | Aantal boeken:

15559

Segers, Gustaaf

Maakt deel uit van: ,

Gustaaf  SEGERS

Hoogstraten, 29 December 1848 – Hoogstraten, 3 april 1930

 

Vondelkenner – leraar – letterkundige & pedagoog

Wordt beschouwd als schrijver uit de tweede realistische generatie waarvan de hoofdfiguren Tony Bergmann, Virginie Loveling, Wazenaar, Isidoor Teirlinck en Reimond Stijns waren.

Naast zijn scheppend werk (romans, novellen, verhalen) schreef hij talrijke essays over opvoedkunde, onderwijs en taalonderwijs.  Hij verhief herhaaldelijk zijn stem tegen het aanleren van een tweede taal in het lager onderwijs, omdat zulks – naar zijn mening – een degelijk kennis van de moedertaal in de weg stond.

Publiceerde een dertigtal lezingen en opstellen over Joost van den Vondel.

 

BIOGRAFIE

29 December 1848:  Gustaaf Jan Segers wordt geboren te Hoogstraten.

26 Maart 1868: verwerft zijn diploma als onderwijzer aan de staatsnormaalschool te Lier, waar hij door schrijver als Domien Sleeckx, die er leraar Nederlands was, diepgaand beïnvloed werd.

1968: gaat aan de slag als gemeente-onderwijzer te Leuven.

1873: het tijdschrift De Vlaamsche Kunstbode publiceert zijn eerste verhaal Jan Smeesters.

1874: doet mee aan de letterkundige prijskamp van de Leuvense rederijkerskamer Het Kersouwken met een romantisch verhaaltje Hergarde. Het werd bekroond en opgenomen in de bundel van bekroonde prozastukken. (Uitgave: K. Peeters te Leuven)

5 Juni 1875: Werd gemeente-onderwijzer benoemd te Antwerpen.

24 Sept. 1879: leraar van Nederlandse taal- en letterkunde en van Duitse taal aan de normaalschool van Lier.

1879: zijn debuutbundel ‘Dorpsgeschiedenissen’, opgedragen aan Domien Sleeckx, treft door zijn gevarieerde thematiek, zijn dynamische verteltrant en zijn voor die jaren modern taalgebruik.

  • Een veelbelovend debuut.

1882: publicatie van de verhalenbundel ‘In de Kempen’.

  • Reeds in deze bundel komen Segers tekorten aan de oppervlakte: al te rudimentaire psychologie en oppervlakkigheid in de realistische observatie (zoals in ‘Twee vrienden’ of structurele hiaten zoals in de novelle ‘In den bonten os’
  • Zijn sterk punt evenwel is dat hij de Kempische mentaliteit niet onaardig weergeeft, zodat de gebreken en de kwaliteiten van zijn vertelkunst elkaar in evenwicht houden.

1887: publiceert zijn eerste essay over Joost van den Vondel.

  • Vele publicaties over “’s Landts grootsten poëet” zullen volgen. Allen zijn ze eerder van vulgariserende aard, gericht om de lezer voor deze dichter warm te maken.
  • In 1894 bespreekt hij Vondels persoonlijkheid. In 1896 Het nationalisme van Vondel. In 1899 Vondel als opvoedkundige en zo gaat het voort tot in 1929.

In de bibliografie vindt u een overzicht van zijn publicaties over Vondel

1890:  publicatie van de roman ‘Twee beren’

  • Is ondanks de lichtelijke volksopvoedende tendens een voortreffelijke dramatische story over twee stropers, vader en zoon Uyterelst, die door hun woest en ongenaakbare bestaan zowel vrees inboezemen als respect afdwingen.
  • Documentair wordt het wilde en tragische stropers- en smokkelaarsleven op de grensdorpen in al zijn couleur locale weergegeven. Daarenboven krijgen we hier te maken met een sober maar krachtig realisme. (zie: smaakmaker)

1895: bij Bouchery te Antwerpen verschijnt de novelle  Mie Katrien.

  • Mie Katrien is een dappere vrouw van een liuie bezembinder. Ze werkt en wroet voor drie, brengt een hele bende kinderen groot en wanneer ze later, oud en versleten, bij haar kinderen gaat inwonen, voelt ze dat ze overal te veel is. Ze verkiest dan ook eenzaam te gaan sterven in ’t Godshuis.

1896: publicatie van  ‘De familie De Meulenaere’

  • Een erg zwaar en donker verhaal over geldzucht en egoïsme, over verwaandheid en koppigheid. Boer De Meulenaere is tegen het huwelijk van zijn dochter Marie, omdat hierdoor al zijn inkomsten afgesneden worden, maar wil wel dat zijn andere dochter Jozefien tegen haar zin met een rijke boer trouwt, omdat die hem uit zijn financiële beslommeringen kan helpen.

1900: publicatie van ‘ Bij de Kempenaers’.

  • Duidelijke realistische inslag, met uitzondering van enkele melodramatische passages en van een slot, dat door zijn deus-ex-machina-karakter ontsierd wordt.
  • We leren een Kempische herenboer kennen in zijn gelddenken en hoe dat de vrijages van zijn dochters negatief beïnvloed. Het is dan ook niet eg consequent dat de auteur de knappe maar onbemiddelde hoofdpretendent plots laat erven om de intrige positief te kunnen afronden.

November 1900:  G. Segers wordt werkend lid der Koninklijke Vlaamsche Academie.

Het laatste decennium voor WOI profileert Segers zich als volksauteur.

  • In ‘De Vlaamsche volksroman’ schrijft hij dat het volk zich in het werk van de Vlaamse romancier moet kunnen terugvinden. De auteurs hebben tot taak hun lezers te verheffen door de menselijke natuur naar waarheid uit te beelden, zonder zich te vermeien in het walgelijke en het abnormale.
  • Deze benadering houdt aan het concept ‘gezond realismus’ hoewel het bij Segers scherper uitvalt dan bij zijn leermeester Sleeckx.
  • Hiermee distantieert hij zich nadrukkelijk van het naturalisme. Als gevolg hiervan is dat zijn verhaalkunst nog nauwelijks evolueert en de verdere evolutie van het Vlaamse proza aan hem voorbijgaat.

1907: publicatie van ‘Kolen in de Kempen: Kee’

Langzaamaan valt het oubollige karakter van zijn verhalen op. In ‘Kolen in de Kempen’ larderen Conscience-achtige passages de realistische observatie (“de zoen, die zij hem terugschonk, was even zuiver als de hei aan hunne voeten”). In ‘Kee’ is het de paternalistische ingesteldheid die voor die tijd aftands overkomt.

1910: publicatie van ‘Hoe men  burgemeester wordt’.

1912: publicatie van ‘Gebroeders en gezusters’

  • Beide novellen zijn een genadeloze hekeling van landelijke notabelen en dorpsfamilies die slechts één afgod kennen: geld. Hier toont de auteur zich een consequente realist.

1912: publicatie van ‘Een Kempisch kunstenaar’

  • Helaas kan dit niet gezegd van deze roman met een ronduit onmogelijke en slecht gestructureerde intrige.
  • Een veelbelovend landelijk kunstschilder, van degelijker factuur dan de zgn. “puntjeszetters, blauwververs en futuristen”, treedt na veel moeilijkheden in het huwelijk met een wees- en adoptiekind, dat tijdens haar huwelijksreis haar adellijke moeder en dito Venetiaanse familie terugvindt.
  • Dit bedenkelijk amalgaam van kunstenaarsroman, landelijke idylle en kosmopolitisch reisverhaal is grotendeels een verloochening van Segers’ eigen beginselen, aangezien hier van enig “gezond realismus” geen sprake meer is.

1910:  Th. Coopman en L. Scharpé, schetsen hem in hun  ‘Geschiedenis der Vlaamsche letterkunde (1910) ‘ als:

“…dezen zoon der stille heide, welke hij, van kindsbeen af, doorkruist had in het gezelschap van zijnen vader, die bakker was en de vertegenwoordiger eener verzekeringsmaatschappij. In de uitgestrekte streek was de spoorweg, destijds, eene ongekende weelde. Zelfs de steenweg, waarover de hotse-botsende huifkar rolde, behoorde tot de zeldzaamheden. Van dorp tot dorp, door de dennebosschen, liep de kronkelende zandweg heen, over de onafzienbare heide die of geblakerd lag onder de Zomerzon of opgezweept werd door den sneeuwstorm. Geen wonder, dat Segers, zeer jong nog, zijne indrukken trachtte te belichamen. Hij had de heide lief, en was te huis op al de plekken waar de Kempische boer leeft, slaaft en feest viert, lijdt en geniet. Dien mensch zal hij schetsen en schilderen, waarheidgetrouw; talrijke korte en langere verhalen daaraan besteden; in deze, evenals in den roman, zoo eenvoudig mogelijk vertellen; geen menschelijk gebrek verdonkeren of verslechten, geen oud-vaderlijke deugd verdichterlijken; nooit phantaseeren; van de Kempenaars geene poppen maken; wèl ze teekenen zooals zij zijn uiterlijk en innerlijk, zonder eenig zweemsel van steedsche gedachten en gevoelens. Evenmin zal de schrijver taal en stijl opsmukken, en die oprechtheid in en vòor alles, maken zijne talrijke verhalen, over het geheel, tot verdienstelijk werk.”

ZIJN OUDERDOMSWERK

De meeste landelijke novellen en romans na WOI blijven erg vlak en overstijgen zelden het peil van de volksliteratuur.

  • De diverse publicaties in de reeksen “Kempische boeren en boerinnen” en “In onze dorpen en gehuchten” zijn bewust in katholieke geest geschreven. In de inleiding tot “een kostelijk stuk” (1928) geeft hij de lezer zelfs de raad “slechte boeken” uit zijn woning te weren.
  • Het is waarschijnlijk dit soort literatuur, maar dan op hoger stilistisch niveau, dat de katholieke clerus van Walschap verwachtte.

Twee werken uit deze laatste literaire periode verdienen een aparte vermelding:

De Kempische wereld (1917), ingeleid door Hugo Verriest.

  • De verhalen –hoewel thematisch dezelfde als vroeger- munten uit in rake observaties van menselijke relaties en toestanden.
    • Het verhaal ‘Luitenant van Tilt’ vertelt hoe een gehaaide naaister uit de escapades van een vrouwziek douanier maximaal profijt weet te halen.
    • De novelle ‘Suzanne Bal en haar broeder’  is een aardige landelijke milieutekening rond een chagrijnige boerenvrouw die door haar pientere broer van een fataal huwelijk wordt afgehouden.  

De Heistee (1924), een landelijke familieroman

  • Schetst de materiële opgang van een armelijk boerengeslacht, dat eens tot aanzien en rijkdom gekomen, door familiale twisten dreigt te onder te gaan.
  • Het eerste deel is overtuigend verteld en de instinctmatige drang van de gezinsleden om er te komen wordt prangend weergegeven. Het tweede deel echter verliest aan spankracht doordat de auteur al te ostentatief een pastoor als grote verzoener laat optreden.

3 april 1930: overlijdt in zijn geboortedorp te Hoogstraten.

Gustaaf Segers heeft een zeer omvangrijk oeuvre bij elkaar geschreven. Zeker als men naast de afzonderlijk verschenen romans, novellen- en verhalenbundels ook rekening houdt met de talrijke overdrukken uit tijdschriften, vooral uit de ‘Vlaamsche Kunstbode’  en ‘De Tijdspiegel’. Het literair niveau van de publicatiestroom is erg ongelijk en laat met de jaren steeds meer te wensen over.

Toch geeft zijn werk in zijn totaliteit een waarachtig zij het weinig vleiend beeld van de Antwerpse Kempen en zijn landelijke bevolking.

Zijn soms erg realistische observaties – die in zijn verhalen dikwijls de sterkmaker zijn – worden echter vaak door een te gering vormbesef genivelleerd.

MEER OVER GUSTAAF SEGERS

  • J. Salmans, Gustaaf Segers, in: Jaarb. V.d. Kon. Vl. Acad. Voor Taal- en Letterkunde (jg. 1941)

SMAAKMAKER

Uit: Twee beren p. 18.

“ ‘s Anderdaags verscheen een landbouwer van Zandeghem (Minderhout) met zijn mestkar. De veldwachter vergezelde hem. Wanneer beiden de kist uit het bed haalden, sprongen de honden als razend toe, doch de strooper greep ze bij den hals, en legde ze aan de keten vast.

Het lijk werd op de kar geschoven, en voort ging het door het hobbelig heispoor, terwijl de sneeuwvlokken, groot en overvloedig, lijnrecht neervielen.

Aan den grens der gemeente Zandeghem hield de kar stil. De veldwachter en de klokluider, die hem was komen vervoegen, zetteden de baar ten gronde, sloegen eenen draagband om den rug, en voerden ze ter kerke. Koop was de eenige, die dezen zonderlingen lijkstoet uitmaakte.

In de kerk was het pikdonker. Slechts twee kleine kaarsen flikkerden, als bijna onmerkbare stipjes, in dezen donkeren nacht. Zoo verwilderd was de strooper dat hij zich geene rekenschap van zijnen toestand kon geven, tenzij hij voelde dat het toch zoo naar, zoo killig was om zijn leden, en dat hij zijn tanden op elkaar hoorde klapperen.

Bij het verlaten van de kerk zag hij Maria. Zij zat op haar knieën op den steenen vloer. Op het kerkhof hoopte hij haar nog aan te treffen. Hijj was teleurgesteld. Terwijl hij de kist in de aarde zag zinken, bemerkte hij, in het wordende licht, de rijzige gestalten van twee gendarmen, die aan de kerkhofdeur hadden post gevat. Het geflikker hunner zwaarden en de grenaten hunner berenmutsen drong door de schemering heen, die al langer hoe klaarder begon te worden.

Wanneer het graf bijna gevuld was, zag Koop “Turk” met een stuk keten om den hals: hij wilde den hond vastgrijpen, maar het dier ontsnapte. De strooper begaf zich naar zijn hut; de gendarmen spraken geen woord. Van verre volgden zij hem tot de Nederlandsche grens op.

De hond zijns vader zag Koop niet weder. Den volgenden morgen had “Turk” het verschgedolven graf zoo diep omgewoeld, dat de kist bloot was… De veldwachter schoot hem dood….”

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Websites

Referenties

  • K. Wauters, Het Vlaamse fictionele proza van Conscience tot Loveling, in: Hoofdstukken uit de geschiedenis van de Vlaamse letterkunde in de 19de eeuw. Deel 1 p. 287-291 Gent: KANTL (1999)
  • R. Sterkens, Segers, Gustaaf, in: Nationaal biografisch woordenboek, dl. 2 (1966)
  • R. Sterkens, De letterkunde in de Antwerpsche Kempen van 1830 tot 1900 (1935)

BIBLIOGRAFIE

Woordje vooraf

  • Segers heeft zijn hele leven door op begeesterde wijze Joost Vondel bestudeerd. Publicaties over Vondel worden in een aparte lijst weergegeven.
  • Hij leverde ook vele bijdragen over opvoeding en letterkunde.
  • Van zijn publicaties in tijdschriften als ‘De Toekomst’, de ‘Dicht- en Kunsthalle’, het ‘Nederlandsch Museum’, de ‘Vlaamsche Kunstbode’ en ‘La Revue des Langues Modernes’, werden vele overdrukken uitgegeven.
  • De bibliografie werd in drie afdelingen opgedeeld: Scheppend werk, essays en publicaties over Vondel.

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • Universiteitsbibliotheek – Katholieke Universiteit Leuven.
  • Piet Devos: Van reuzen tot dwergen. Bibliografie – Vlaamse schrijvers in de 20ste eeuw – Eerste drukken. Kortrijk, eigen beheer 2007

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.

Chronologisch overzicht

A. Scheppend werk

 Jaar  Titel Fotogalerij   Uitgeverij 1ste druk
 1873  Jan Smeesters (novelle)  In: De Vlaamsche Kunstbode.
 1874  Georges Lafitte. (verhaal)
In 1879 opgenomen in Dorpsgeschiedenissen.
 1874  Peer Keusters. (verhaal)
In 1879 opgenomen in Dorpsgeschiedenissen.
 1874  De familie Herckens. (verhaal)
In 1879 opgenomen in Dorpsgeschiedenissen.
 1875  Hergarde, een romantisch verhaal uit het eerste der IIIe eeuw (bekroond)
Bekroond in 1874 in de letterkundige prijskamp van de Leuvense rederijkerskamer ‘Het Kersouwken’
 Leuven: K. Peeters.
 1876  Uit Land en Stad.
 1879  Dorpsgeschiedenissen, verhalen uit de Antwerpsche Kempen. (verhalenbundel)
Bevat: Georges Lafitte, Twee nichtjes, Twee zusters, De Van Yseldijck’s, De familie Herckens, Peer Keusters, Het Kauwken, Het lelieken, Susken Fransen, Trouwe vriendschap
 Leuven : imp. et lib. Ch. Fonteyn. -347p.
 1882  In de Kempen, verhalen en novellen.
Bevat: Op de landbouwschool, Vlaming en Duitser, In den Bonten Os, Twee vrienden, Matantje, Onze klok
 Antwerpen : imp. et lib. L. De la Montagne. -254p.
 1887  Gelukkig: een verhaal. (roman)  Roeselaere : De Seyn-Verhougstraete. -173p.
 1888  Tante Fien en hare Erfgenamen. (verhaal)  Gent : Nederlandsch Museum . -39p.
Overdruk uit: Nederlandsch Museum. – 1(1888)
1889  Trien Klep, een verhaal.  Lier: uitgever niet vermeld.
 1890  De beren, met eene korte levensschets van den schrijver. (verhaal)
Het nummer werd ingeleid door een korte levensschets van de schrijver door Pol de Mont.
1902: Heruitgave in Flandria’s Novellen-Bibliotheek als nr 17-18 (vervolg)
 Ninove: Wwe. P. Jacobs & Zonen. -36p.

Reeks: Onze nationale letterkunde; vol. 11.
1893 Een goed middel.  ‘s-Gravenhage : Tijdspiegel. -53p.

Overdruk uit: De tijdspiegel. – (1893)
1895 Mie-Katrien. (novelle) Antwerpen: Drukkerij Jan Boucherij -43p.
1895 Twee zusters.  ‘s-Gravenhage : Tijdspiegel. -59p.
Overdruk uit: De tijdspiegel. – (1895)
1896 De familie De Meulenaere: een verhaal. Antwerpen: Drukkerij Jan Boucherij. -141p.
1896 In den jager. Antwerpen : imp. et lib. L. De la Montagne. -48p.

Overdruk uit: Nederlandse dicht- en kunsthalle. – (1896-1897). – p.267-314
1898 Licht en bruin. Twee verhalen uit mijne Geboortestreek.
Bevat: De groene hoeve, Thijs en Fierens
Antwerpen: Drukkerij Jan Boucherij -122p.
1899 De kinderen van Branteghem. ‘s-Gravenhage : Tijdspiegel. -84p.

Overdruk uit: De tijdspiegel. – (1899)
1900 Bij de Kempenaars: drie verhalen uit mijne geboortestreek.

Bevat : I. Haar tweede huwelijk ; II. Burgemeester en schepen ; III. Riksken Maes en zijne familie.
Gent: A. Siffer Drukker. -248p.

Afmetingen: 22.25 x 14.25 (ingenaaid)
1901 Zuster Amanda. (verhaal) Amsterdam: Veen. -91p.

Overdruk uit: De Tijdspiegel 1901.
Afmetingen: 24.25 x 14.25 (ingenaaid)
1901 In de Kaisergruft te Weenen. Antwerpen: Drukkerij Jan Boucherij -26p.

Overdruk uit: De Vlaamsche kunstbode. – (1901). – p. 429-439, 477-489
1902 De beren. (novelle)
1890: 1ste uitgave in de reeks Onze nationale letterkunde; vol. 11 o.l.v. Pol De Mont.
Gent: Uitgeversmaatschappij Flandria.
Reeks: Flandria’s Novellen-Bibliotheek nrs 17-18 (vervolg)
Afmetingen: 20.75 x 13.50 (geniet)
1903 Aan de grenzen. (verhaal) Antwerpen: Nederlandsche Boekhandel. -60p.

Overdruk uit: Dietsche Warande en Belfort (1903) Niet in den handel.
1903 Lief en leed in de Kempen: twee verhalen.

Bevat: Herremanstée – Zuster Amanda.
Gent: A. Siffer, Drukker. – 347p.

Afmetingen: 23 x 14.50 (ingenaaid)
1903 Lindenhof. (verhaal)  ‘s-Gravenhage : Tijdspiegel. -105p.

Overdruk uit: De tijdspiegel. – (1903)
Afmetingen: 24.25 x 15.75 (ingenaaid)
1904 Kleed u niet uit vóór gij slapen gaat. (verhaal) Antwerpen: Drukkerij Jan Boucherij, Hoplaad 22. -74p.

Overdruk uit: De Vlaamsche kunstbode.
Afmetingen: 18.75 x 12.50 (ingenaaid)
1905 Mie: novelle. Antwerpen: Boek- en Steendrukkerij Jan Boucherij, Hopland 22. -43p.
Overdruk uit: De Vlaamsche kunstbode.- 35. – p. 337-360, 385-400
Afmetingen: 24.50 x 15.50 (ingenaaid)
1905 De kluizenberg. (verhaal) Antwerpen: Boek- en Steendrukkerij Jan Boucherij, Hopland, 22 -47p.
Overdruk uit: De Vlaamsche kunstbode. 35. – p. 5-20, 53-79
Afmetingen: 24.50 x 16.25 (ingenaaid)
1905 De verzoening.(verhaal) ‘s-Gravenhage : Tijdspiegel. -108p.
Overdruk uit: De tijdspiegel. – (1905)
Afmetingen: 23.50 x 15.25 (ingenaaid)
1906 Trinette: novelle. Antwerpen: Boek- en Steendrukkerij Jan Boucherij, Hopland, 22 -42p.
Overdruk uit: De Vlaamsche kunstbode. – (1906).
Afmetingen: 23 x 14.25 (ingenaaid)
1907 Kolen in de Kempen. Kee. Twee verhalen. Gent: A. Siffer, drukker. -194p.
Afmetingen: 25 x 16 (ingenaaid)
1907 Kee: novelle. Antwerpen: Boek- en Steendrukkerij Jan Boucherij, Hopland, 22. -50p.
Overdruk uit: De Vlaamsche kunstbode. – (1907).
Afmetingen: 24.50 x 16 (ingenaaid)
1907 Goed en kwaad. (verhaal) ‘s Gravenhage : G.-C. Visser. -134p.
Overdruk uit: De tijdspiegel. – (1907)
Afmetingen: 24 x 15.25 (ingenaaid)
1909 De gebroeders Coppens: novelle. Antwerpen: Boek- en Steendrukkerij Jan Boucherij, Hopland, 22. -22p.

Overdruk uit: De Vlaamsche kunstbode. – 39(1909). – p.433-443, 490-497
Afmetingen: 22 x 15 (ingenaaid)
1909 Een wildstrooper: tafereelen uit de Antwerpsche Kempen. (verhaal) Brugge : drukk. Jozef Houdmont-Carbonez langs de Filip de Goede laan. -236p.

Reeks: Davidsfonds / Davidsfonds. vol. 162
Afmetingen: 23.50 x 15 (ingenaaid)
1910 Hoe men burgemeester wordt: een verhaal. Antwerpen: Boek- en Steendrukkerij Jan Boucherij, Hopland, 22. -71p.

Afmetingen: 19.50 x 13.50 (ingenaaid)
1912 Gebroeders en gezusters. (verhaal) Antwerpen: Boek- en Steendrukkerij Jan Boucherij, Hopland, 22. -116p.

Afmetingen: 17.50 x 13.50 (ingenaaid)
1912 Een Kempense kunstenaar. (roman)

Met het portret van den schrijver en etsen door Alfons Proost, kunstschilder, leeraar aan de Academie van beeldende kunsten te Sint-Nikolaas.
Brugge: Drukk. Jozef Houdmont-Carbonez. -239p.

Reeks: Davidsfonds / Davidsfonds. vol. 179
Colofon: Gedrukt te Brugge bij Jozef Houdmont-Carbonez, Filip de Goede laan nr 4 met een portret van den schrijver en etsen door Alfons Proost, kunstschilder, leeraar aan de Academie van beeldende kunsten te sint-Nikolaas.
Afmetingen: 22.50 x 14.50 (ingenaaid)
1913 De wonderdokter. (verhaal) Antwerpen: Boek- en Steendrukkerij Jan Boucherij, Hopland, 22. -74p.
Afmetingen: 17.75 x 13.50 (ingenaaid)
1914 De suikeroom. (verhaal) Antwerpen: Boek- en Steendrukkerij Jan Boucherij, Hopland 22. -69p.
Afmetingen: 17.50 x 13.50 (ingenaaid)
1917 De Kempense wereld (novelle- en verhalenbundel)
Ingeleid door Hugo Verriest.
Heruitgegeven in 1923 in twee delen onder de titel In ’t hartje van de Kempen.
Antwerpen: Drukkerij Jan Boucherij, Hopland, 22. -307p.
Afmetingen: 23 x 15 (ingenaaid)
1923 In ’t hartje der Kempen – Twee deelen (verhalen)

Deel I: Trientje van Desschel en haar zoon Jan II De Substituut.
Deel II: Armand en Arnold II. Zijn tweede huwelijk.
Antwerpen: L. Opdebeek – Uitgever.  Deel I: 122p. Deel II: 172p.

Afmetingen beide delen: 21 x 15.50 (ingenaaid)
1924 De heistee: een verhaal uit de Kempen. Antwerpen: L. Opdebeek – Uitgever. -238p.

Afmetingen: 220.75 x 14.75 (ingenaaid)
1924 Hongaarsche kinderen in de Kempen. Gent: S.M. Volksdrukkerij. -20p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1924). – p. 574-591
1925 Goed volk: twee Kempische verhalen.

Bevat: Mathilleken – Het kasken.
Antwerpen: Maatschappij “Voor God en’t Volk”, s. a -153p.

Afmetingen: 25.50 x 16.50 (ingenaaid)
1926 Bert Bal en zijne familie. (verhaal) Antwerpen: L. Opdebeek – Uitgever. -82p.
Reeks: In onze gehuchten en dorpen. – Antwerpen; vol. 1926: 1
Afmetingen: 20.50 x 15 (ingenaaid)
1926 De familietwist. (verhaal) Antwerpen: L. Opdebeek – Uitgever.. -114p.
Reeks: In onze gehuchten en dorpen. – Antwerpen; vol. 1926: 2
Afmetingen: 20.75 x 15.25 (ingenaaid)
1926 Heiblommeken. (verhaal) Antwerpen: L. Opdebeek – Uitgever. -115p.
Reeks: In onze gehuchten en dorpen.
Afmetingen: 20.50 x 15 (ingenaaid)
1927 Het huisgezin van den wagenmaker. (verhaal) Antwerpen: L. Opdebeek – Uitgever. -79p.
Reeks: Kempische boeren en boerinnen.
Afmetingen: 21.50 x 16 (ingenaaid)
1928 Een kostelijk stuk. (verhaal) Antwerpen: L. Opdebeek – Uitgever. -93p.
Reeks: Kempische boeren en boerinnen.
Afmetingen: 21.50 x 16 (ingenaaid)
1929 De nichtjes. (verhaal) Antwerpen: L. Opdebeek – Uitgever. -67p.
Reeks: Kempische boeren en boerinnen. 1928-1929 vol 1
Afmetingen: 20.50 x 15.25 (ingenaaid)
1929 In ’t ploegijzer. (verhaal) Antwerpen: L. Opdebeek – Uitgever.. -72p.

Reeks: Kempische boeren en boerinnen. 1928-1929 vol 2
Afmetingen: 20.50 x 15.25 (ingenaaid)
1929 Dirk Verstraeten.(verhaal) Antwerpen: L. Opdebeek – Uitgever. -100p.

Reeks: Kempische boeren en boerinnen. 1928-1929 vol 3
Afmetingen: 21.50 x 15.25 (ingenaaid)
1929 Het zaksken. (verhaal) Hoogstraten : Drukker-Uitgever Jos. Haseldonckx -236p.

Afmetingen: 18.75 x 14 (ingenaaid)

B. Essays

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1893 Jan Frans Willems: redevoering uitgesproken in de Liersche afdeeling van het Willemsfonds, op 5 maart 1893, ter gelegenheid van het eeuwfeest van den vader van de Vlaamsche beweging. Antwerpen : imp. et lib. L. De la Montagne. -18p.
1895 De jongste richting. (essay) Gent: A. Siffer. -19p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1895). -p. 402-417
1895 De Collegiale Kerk van de H. Katharina te Hoogstraten. (studie)

Samen met Edward Adriaensen, gemeentesecretaris te Hoogstraten.
Hoogstraten: Van Hoof-Roelans
1895 Uit vader Bergmann’s gedenkschriften, met een portret, eene studie van den schrijver en een levensbericht door Paul Fredericq.

  • Keuze uit Georges Bergmann’s ‘Gedenkschriften’ waarin de auteur een hoofdstuk wijdt aan Herinneringen aan mijn studentenleven aan de Hoogeschool van Gent.
  • De auteur schrijft daarin over zijn studietijd en zijn professoren maar ook over het culturele leven in de stad, het frivoler vertier van de studenten en hun verhouding met de Gentenaren
 Gent: Boekhandel J. Vuylsteke.
1897 De nationale richting. (essay) Gent: A. Siffer. -32p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1897). – p.143-170
1897 Eene radicale hervorming in het taalonderwijs. (essay) Antwerpen: Drukkerij Jan Boucherij -19p.

Overdruk uit: De Vlaamsche kunstbode. – (1897). – p. 201-219.
1898 De ontwikkeling onzer taal. (essay) Gent: A. Siffer. -42p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1898).
1901 P. Génard: een levensbeeld. Antwerpen: Drukkerij Jan Boucherij -43p.

Overdruk uit: De Vlaamsche kunstbode. (1901). – p. 77-92, 120-143
1901 Peter Benoit. Gent: A. Siffer. -66p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1901).
1902 De vereenvoudiging van de schrijftaal. Gent: A. Siffer. -21p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1902). – p.105-120
1904 De uitspraak onzer taal in het middelbaar onderwijs. (essay) Gent: A. Siffer. -23p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.
1905 Levensbericht van Dr. August Snieders. Gent: A. Siffer. -62p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.
1906 Letterkundige taal en volkstaal. (essay) Gent: A. Siffer. -46p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1906). – p. 777-820
1907 Onze taal in het middelbaar onderwijs. (essay) Gent: A. Siffer. -103p.

Reeks: Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde: reeks 5: uitgaven der Commissie voor Nieuwere Taal- en Letterkunde. – Gent; vol. 15
1907 De Vlaamsche volksroman. (essay) Gent: A. Siffer. -86p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1907). – p. 961-1044
1908 De voertaal van het onderwijs. (essay) Gent: A. Siffer. -68p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. (1908)
1909 De ontwikkeling van het nationaliteitsgevoel door het onderwijs. (essay) Gent: A. Siffer. -36p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1909).
1910 De algemeene letterkundige taal en de beschaafde volkstaal in de normaalschool, de volksschool en het gewone leven. (essay) Gent: A. Siffer. -30p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1910). – p.915-942
1911 Edward Coremans, 1835-1910. (essay) Gent: A. Siffer. -62p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.
1911 Over Fernand Daumont’s Le mouvement flamand: ses raisons d’être. (essay) Gent: A. Siffer. -21p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1911). – p. 745-763
1911 Van Peene herdacht, 1811-1911. Gent: A. Siffer. -20p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1911). – p. 19-36
1913 Pedagogische betrachtingen. (essay) Gent: W. Siffer. -37p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1913). – p. 601-636
1913 De voertaal van het lager onderwijs, de tweede taal in de lagere school. (essay) Gent: W. Siffer. -31p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1913). – p.537-565
1913 Dichter, kindervriend en pedagoog. Een lauwerblad voor Nicolaas Beets ter gelegenheid van het eerste eeuwfeest zijner geboorte (1814-1914) / door Gustaaf Segers, werkend lid der Academie. (essay) Gent: W. Siffer. -31p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1913). – p.57- 81
1914 De moedertaal en de tweede taal in de lagere school: stemmen uit den vreemde. (essay) Gent: W. Siffer. -58p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. –(1914)
1914 Nicolaas Beets’ eerste eeuwfeest, 1814-1914: Vlaamsche hulde aan een Hollandsch dichter. (essay) Gent: A. Siffer. -58p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. –(1914) -p.621-670
1919 De rechtstreeksche methode. (essay) Gent: W. Siffer. -33p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1919). – p.201-233
1919 Het prijsantwoord over het bakkersbedrijf. (essay) Gent: W. Siffer. -19p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1919).
1919 Nederlandsche redevoeringen uitgesproken in de gildenzaal van het stadhuis te Hoogstraten, den 21 juli 1919, ter gelegenheid van de plechtige ontvangst door de stedelijke overheden van de soldaten dezer gemeente, die aan den wereld-oorlog hebben deelgenomen. Hoogstraten : drukk. J. Haseldonckx. -16p.
1920 Dr. Matthias de Vries, 1820-1920. (essay) Gent: W. Siffer. -40p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1920). – p.881-916
1921 De Belgische volksschool en de heropbeuring van ons vaderland. (essay) Gent: Drukkerij Erasmus. -43p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1921). – p.531-571
1923 In memoriam: vooraanstaande figuren uit den Vlaamschen taalstrijd en de Nederlandsche letterkunde. Hoogstraten : drukk. J. Haseldonckx. -239p.
1923 Onze volksletterkunde: haar geest, hare taal en haar terrein. (essay) Gent: W. Siffer. -40p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1923). p. 401-433
1923 Snoeien. (essay) Gent: W. Siffer Drukker der Koninklijke Vlaamsche Academie. -20p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1923). – p. 473-490
Afmetingen: 21 x 13 (geniet)
1924 De lagere school en de vakschool. (essay) Gent: S.M. Volksdrukkerij. -17p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1924). p. 242-256
1925 Bilderdijk: de minnaar en opbouwer onzer taal. (essay) Gent: S.M. Volksdrukkerij. -18p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1925). – p. 337-352
1925 Bilderdijk pedagoog. (essay) Gent : S.M. Volksdrukkerij. -18p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1925). – p. 840-856
1925 Dr. August Snieders, 1825-1925. (essay) Gent : S.M. Volksdrukkerij. -13p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1925).
1926 Nationale en zedelijke opvoeding van ons volk. (essay) Gent: S.M. Volksdrukkerij. -20p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1926). – p. 751-768
1927 Gewestspraken en heimatkunde, algemeene letterkunde en vaderlandsliefde, plaatselijke en nationale geschiedenis. (essay) Gent: S.M. Volksdrukkerij. -30p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1927). – p. 639-650
1927 Eenvoud en gepastheid. (essay) Gent: S.M. Volksdrukkerij. -26p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1927)

 

C. Overzicht van zijn publicaties over Vondel

 Jaar  Titel Fotogalerij   Uitgeverij 1ste druk
 1888  Joost van den Vondel. Verslag der Antwerpsche Feesten ter gelegenheid der driehonderdste verjaring van Vondels geboorte, benevens zeven studiën over het leven en de werken van Nederlands grootsten dichter.  Antwerpen: Kennes. -229p.
 1889  Bilderdijk, eene voordracht aan de leerlingen der staatsnormaalschool van Lier.
 1889  Vondel en Bilderdijk.
 1890  Joost Van den Vondel: studiën over het leven en de werken van Nederlands grootsten dichter.  Antwerpen: Kennes. -398p.
 1892  Vondel in de school.  Antwerpen: imp. et lib. L. De la Montagne. -26p.
Overdruk uit: Nederlandse dicht- en kunsthalle. – (1891-1892), p. 194-200, p. 236-245, p. 274-283
 1892  Joost Van den Vondel en de oudheid.  Antwerpen: imp. et lib. L. De la Montagne. -18p.
Overdruk uit: Nederlandse dicht- en kunsthalle. – (1892-1893). – p. 285-295,343-350
 1893  Vondel en de Roomsche leer.  Antwerpen: imp. et lib. L. De la Montagne. -28p.
Overdruk uit: Nederlandse dicht- en kunsthalle.- (1892-1893). – p. 448-457, 477-488, 539-546
1894 De spaanschgezindheid van Vondel. Antwerpen: imp. et lib. L. De la Montagne. -18p.
Overdruk uit: Nederlandse dicht- en kunsthalle. – (1894-1895). – p. 64-81
1894 Vondels persoonlijkheid. Gent: A. Siffer. -32p.
Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1894).
1894 Vondel een vriend van de natuur. Antwerpen: imp. et lib. L. De la Montagne. -18p.
Overdruk uit: Nederlandse dicht- en kunsthalle. – (1893-1894). – p. 469-476, 495-504
1895 Vondel een man van gezond verstand. Antwerpen: imp. et lib. L. De la Montagne. -14p.
Overdruk uit: Nederlandse dicht- en kunsthalle. – (1895-1896). – p. 347-360
1896 Het nationalismus van Vondel. Gent: A. Siffer. -32p.
Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1896).
1899 Vondel als opvoedkundige. Gent: A. Siffer. -49p.
Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1899).
1904 Vondel gelegenheidsdichter. Gent: A. Siffer. -54p.

Overdruk uit: Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde.
1909 Vondels “Lucifer” Gent: A. Siffer. -41p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1909). – p. 212-252
1909 Een paar versjes van Vondel opgehelderd. Gent: A. Siffer. -11p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1909). – p. 90-98
1910 Drie karakters uit Vondels “Gijsbrecht van Amstel”. Gent: A. Siffer. -26p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1910). – p.139-162
1911 Een gesprek met Vondel. Gent: A. Siffer. -52p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.
1912 Op wandel met Vondel. Gent: A. Siffer. -32p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1912). – p. 21-58
1922 Vondel, onze Vlaamsche Dante . Shakespeare’s vierde eeuwfeest, 1616-1916. Gent: Drukkerij Erasmus. -37p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1922). – p. 53-85
1922 Is Vondel in België geweest ? Gent: Drukkerij Erasmus. -39p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1922). – p. 457-481
1924 Lichtstralen uit Vondels werk. Gent: Volksdrukkerij. -18p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1924). – p. 201-216
1925 Eenige karaktertrekken van Bilderdijk . Bilderdijk tegenover Vondel. Gent: S.M. Volksdrukkerij. -30p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1925). – p. 527-554
1927 Vondel en Rembrandt: de kleine meesters. Gent: S.M. Volksdrukkerij. -25p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – Gent 1927: 2
1928 Vondel in het bewogen leven van zijnen tijd. Vondels plastische kracht. Gent : S.M. Volksdrukkerij. -20p.

Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1928). – p. 867-884
1929 Joost van den Vondel, 1587-1679: een levensbeeld. Antwerpen: L. Opdebeek – Uitgever. -20p.
1929 Vondel de opvoeder van ons volk: een lichtbaak in onzen tijd. Gent: Drukkerij Erasmus. -29p.
Overdruk uit: Verslag en mededelingen der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. – (1929). – p. 62-86