home | Inloggen
Aantal schrijvers: 537 | Aantal boeken:

15559

Klein, Ben

Maakt deel uit van: ,

Ben Klein

23 juni 1928

Experimenteel dichter

Eén van de angry young men die in het Antwerpen van de jaren zestig op de literaire barricades stonden

Propageert sedert 1959 een reine poHesie. Lanceerde in 1966 de action-poetry.

Er volgden optredens met Werner Spillemaeckers en Peter Tomlin.

Gerenommeerd publiek,
de dichter is in de taal.
Hij leeft taal,
leeft met de taal.
Taal vibreert de dichter en omgekeerd dichter vibreert taal.
Elk woord voor hem WONDER!
Hij vindt neologismen.
Rangschikt nomina volgens hun klankwaarde,
expressieve kracht,
zeldzaamheid,
plasticiteit,
letterplastiek…
poHesie! poHesie!

(Schamper en subliem, p.26)

(verscheen in Schoon Schip nr 1 / 2011)

Redacteur van de tijdschriften Het Cahier (1953-1956) ‘Het Kahier’ (1957-1962), ‘Het Kahier X‘ (1963-1970), ‘Road F’, ‘Ping Pong’ en ‘Rukken’.

BIOGRAFIE

13 juni 1928: Frans de Wispelaere werd geboren te Stettin in Polen.

  • In haar Masterscriptie ‘Ben Klein, dichter van het compromisloze experiment.’ schrijft Liesbeth De Rijcke hierover : Dat is althans wat hij zelf ons wil doen geloven, maar waarschijnlijker is dat hij in Antwerpen ter wereld kwam. Zekerheid omtrent zijn biografische gegevens hebben we in elk geval niet want De Wispelaere staat erom bekend zijn officiële biografie in mysterie te hullen. Uiteindelijk treedt volgens hem de mens achter de dichter op de achtergrond en moet “de aandacht van de belangstellende […] gaan naar het ontwerp en niet naar de maker ervan.” (Pfizer, Ben. ‘Notities’. In: Het Kahier X 17 (1970), 34: 21-26). Nota: Pfizer is één van de vele pseudoniemen waaronder Klein schreef.

Kort na de tweede wereldoorlog verblijft Ben R. Klein enkele malen in Parijs. Hij heeft daar contacten met de dichter Antonin Artaud en enkele lettristen.

  • Ook Comte de Lautréamont, Arthur Rimbaud en Ezra Pound zullen een invloed op zijn poëzie opvattingen nalaten. Zowel de bundel Uit een ijstijd geschreven (1961) als Oppositie een stem (s.d.) beginnen met Pounds woorden: As for experiment: the claim is that without constant experiment literature dies. Experiment is ONE of the elements necessary to its life. Experiment aims at writing that will have a relation to the present analogous to the relation which past masterwork had to the life of its time. […]

1954: De Wispelaer – die we vanaf dan zullen kennen als Ben Klein – debuteert met de experimentele bundel ‘Vonken en Spatten‘.

Vier jaar later volgen de ‘Dalai Lama’ (1958) en een aantal merkwaardige theoretische geschriften, gebundeld in ‘8 x Klein. Teksten over reine poHesie’ (1961).

De bundels ‘Uit een IJstijd geschreven’ (1961) en ‘Combinaat mijn Foto’ (1963) – samen met zijn theoretische essays – situeren zich midden de stormachtige beweging van contestatie, verzet en vernieuwing in kunst en poëzie (zeg liever poHesie) die Antwerpen gedurende 10 jaar in de ban zal houden.

Tijdschriften

Naast individueel werk was Klein ook medewerker of redactielid van enkele eerder marginale tijdschriftjes zoals Ping Pong en Rukken. Vanaf 1953 echter zal hij een groot aandeel hebben in het experimentele driemaandelijkse tijdschrift Het Cahier (1953-1956) dat later onder zijn redactie Het Kahier (1957-1962) en Het Kahier X (1963-1970) werd.

Het Cahier (1953-1956)

  • De eerste redactie van Het Cahier bestond uit leden van de Antwerpse artistieke kring ‘De Nevelvlek’ (Fernand Auwera, Jan Christiaens, Hugo Crève, Hugo Raes en Staf Rummens), maar veranderde voortdurend, ook Hugues C. Pernath, Gust Gils, Andriaan Peel en Ben Klein behoorden tot de medewerkers van het eerste uur.
  • De belangstelling van Het Cahier beperkte zich, overeenkomstig de doelstellingen van ‘De Nevelvlek’ niet tot literatuur. Er verschenen ook bijdragen over psychologie, filosofie en plastische kunsten.

Het Kahier (1957-1962)

  • Vanaf nr 8 (1957) treedt o.m. Ben Klein toe tot de redactie. Het blad – nu gespeld als Het Kahier- zal, ongeacht de zeer verwarde redactiewisselingen, meer en meer zijn schrijf- en strijdschrift worden.
  • Onder diverse pseudoniemen, (Hillel Frimet, Ben Pfizer, Bimold Redig, Bog Rokossovsky, Clark Vendodo) neemt hij het grootste deel van de poëtische en essayistische bijdragen voor zijn rekening.
  • Het accent verschuift naar de literatuur. Er verschijnen voor het eerst uitvoerige beschouwingen over poëzie en het tijdschrift evolueert naar een programmatorisch tijdschrift, dat zijn eigen variant van een experimentele, taal explorerende poëzie zal propageren. (Hugo Brems en Dirk De Geest, in: Barbaar in mijn mond pp 56-58.)
  • Om het met de woorden van Bobb Bern te zeggen (Bern 1988: 146) : “De aanvankelijk sociale bekommernis van Het Cahier werd zo al snel verlaten voor de ‘dictature du mot magique’.”

Met andere woorden: Het Kahier en wordt Ben Klein’s strijdschrift waarin hij zijn ‘reine’ experimentele ‘pohesie’ (nr 11, 1958) ventileert (ook in ‘A lesson in Poetry, nr 13, 1959) en zijn manifest van het verisme publiceert (nr 19, 1962).

  • Klein evolueert naar wat hij noemt een ‘tweede fase van bewustwording’, het ‘verisme’. Hij streeft daarbij naar een ietwat ambivalente maar complementaire verhouding tussen experimentele poëzie enerzijds en een experimentele levenshoudng anderzijds. Poëzie mag nooit in dienst staan van een ideologie of politiek, maar moet wel een rol vervullen als het gaat om sociale bekommernis of ethisch reveil. Daarmee geraakt hij willens nillens in het spoor van de Italiaanse futuristen en werd hem af en toe – terecht – fascistische beïnvloeding aangewreven. Klein zal dan ook dit sukkelstraatje verlaten en terugkeren naar de autonome poëzie.

Het belang Het Kahier blijkt volgens Brems en De Geest op termijn relatief klein te zijn geweest. In 1963 was Labris van start gegaan, waar het compromisloze experiment intelligenter en erudieter zou worden voortgezet. (Redacteuren van Labris: Marcel van Maele, Max Kazan, Leon van Essche, Hugo Neefs, Luc Vroom)

Het Kahier X (1963-1970)

  • Het Kahier ondergaat nogmaals een naamsverandering en zal als Het Kahier X tot in 1970 verder worden gezet.( Gerd Segers was mederedacteur van Het Kahier X). De stuwende kracht is verdwenen en overgegaan naar andere tijdschriften.

DE ZESTIGER JAREN

Dat de jaren 1960 tumultueus waren, is genoegzaam bekend. We wijzen naar de Brusselse scène met de tijdschriftjes en bundels van Herman J. Claeys, naar de inbeslagname van Jef Geeraerts’ roman ‘Black Venus’, naar de theateropvoering van Hugo Claus’ Masscheroen te Knokke.

Niet anders was het te Antwerpen. Ruim tien jaar zou Antwerpen een draaischijf worden van poëtische experimenten binnen een cultuur van verzet en protest tegen de gevestigde machtsverhoudingen.

In de Antwerpse artiestencafés, die zowat als biotoop van de experimentelen golden, werden niet alleen onderling ideeën uitgewisseld en discussies gevoerd, de dichters hadden er ook contact met zowel binnen- als buitenlandse kunstenaars,musici en schilders. De experimenteel was dan ook sterk internationaal georiënteerd en dit in een milieu waar een heuse “kruisbestuiving tussen de verschillende disciplines” werd bewerkstelligd.

  • Ben is bevriend met de plastische kunstenaars Jef Jozef Peeters (geometrisch abstract), Jef Verheyen (later monochroom abstract), Van Anderlecht (abstract expressionisme), Vic Gentils (reliëfs gebrand hout) en de Italiaan Roberto Crippa (wervelende calligrafieën).

Een paar gevallen van action poetry.

In december 1965 is er verder de ‘Tension Evening and Night’ in jazzclub Sibemol, waar Klein aan de hand van een literaire performance – hij strooide witte lettertjes over de aanwezigen – de traditionele literatuur afbreekt. “Literatuur was een spektakel eworden”, waarbij zelfs voorlezen uit een telefoonboek een act kon zijn.

Mei 1966 in Deurne in de Galerij Pip Wouters: Ben Klein lanceert de action-poetry waar de dichter na enkele nummertjes plots naar het toilet gaat, de spoelbak laat stromen en aan de talrijke aanwezigen vraagt of zij het gedicht gehoord hebben. Samen met de intelligente Werner Spillemaeckers en de flagrante acteur Peter Tomlin volgen optredens in heel Vlaanderen…

In september 1966 kondigen Klein en consorten in het Kahier X aan dat er in de voetgangerstunnel onder de Schelde te Antwerpen op het spitsuur een poëtische manifestatie zou plaatsvinden.

Hoewel deze manifestatie de goedkeuring van het stadsbestuur had gekregen, daagden alsnog enkele agenten in burger op en werden de betrokken dichters – voor korte tijd – gearresteerd. Op het laatste ogenblik had het stadsbestuur de vergunning officieel omwille van mogelijke ‘verkeerstechnische moeilijkheden’ toch nog ingetrokken. Later bleek de ware reden de aanwezigheid te zijn van de filmploeg van het tv-programma ‘Echo’ met het risico dat de happening voor de camera weleens bredere uitstraling zou krijgen.

Dit incident leidde uiteraard tot een heuse rel. Woorden als censuur en repressie waren niet uit de lucht te branden.

November 1966: Klein en Gerd Segers, de latere redacteur en uitgever van Revolver, verkleed als lijkbidders, droegen tijdens de alternatieve boekenbeurs de traditionele poëzie ten Grave in een (kleine) zwarte kist met boeken overleefde auteurs.

  • Samen gingen ze in 1967 nog een stap verder: ze lieten affiches verspreiden met hun beider beeltenis en de tekst ‘Stop, genoeg literatuur’.

1966: Het spraakmakende en baanbrekende essay Pijn en puin verdwenen, jonge Vlaamse estetische poëzie. Bloemlezing samengesteld door Werner Cranshoff (Marnix Pocket nr 37, Manteau), brengt 9 van zijn gedichten: Autonoom ( uit: Frontaal nr 4), Aime (uit: Het Kahier, nr 18), Alcuinus (uit: Uit een ijstijd geschreven), Tuin met Haunvogels (uit: Combinaat mijn foto), Het teken loe (ongepubliceerd), Wounde (idem), Ochtendgedicht (idem), Middaggedicht (idem), Ceremonie Japans (idem).

6 april 1968: Aanwezig als deelnemer aan de Pohesie exibition in het Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen.

1969: Ben wordt ernstig ziek. De tension-groep valt uiteen. Tomlin pleegt zelfmoord. De realisten komen aan bod.

DE JAREN 1970 EN LATER…

1972—2010: Geïsoleerd maar trouw  aan zijn ‘reine poHesie’, blijft Klein experimenteel verder schrijven. Tussen 1972 en 2010 publiceert hij nog een tiental bundels en publiceert enkele essays.

Rond 1980: Hernieuwde contacten met de Fransman Marc Alyn en de Schotse promotor Lynder Williams. De dichter treedt innovatief op in Sèvres bij Parijs, Lyon, Porrentruy (Zwitserland), Glasgow, Edinburgh. Hij publiceert een tekst over het lettrisme.

1997-1998: Ben acteert poHesie in Antwerpen (‘De Groote Beer’, ‘Demian’) en Halen-Zelem, maar moet wegens herhaalde aanvallen van jicht een Deense tournee afzeggen

Januari 2011: Even doet op het internet het gerucht de ronde dat Klein is heengegaan, maar de dood gewaande dichter reageert scherp met een blog waarop hij met allerlei teksten een teken van leven geeft.

Dat Ben Klein nog alive and kicking is bewijst zijn elektronisch verspreide brieftijdschriftje HA, waarin hij al schertsend de actualiteit op de korrel neemt, een stukje uit de experimentele geschiedenis op eigen, ongestructureerde wijze toelicht en de lezer enkele – niet zelden visuele – gedichten voorschotelt. Als hoofdingrediënten noemt hij humor, engagement en schoppen tegen het ‘establishment’ met als blijvend motto: “Wil poHesie vernieuwen”.

Wil je ook HA ontvangen, dan kan je hiervoor contact opnemen via ftf.vermeulen@gmail.com.

 

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Website

We zijn de heer François Vermeulen dankbaar voor de vele tips en informatiebronnen die dit lemma mee vorm hebben gegeven.

Referenties

  • Hugo Brems en Dirk De Geest, Barbaar in mijn mond. Poëzie in Vlaanderen 1955-1965 (Leuven 1989, Acco) pp 55-58

 

MEER OVER BEN KLEIN

  • Vree, Paul de. Paul de Vree belicht Ben Klein. Vlaamse dichters van nu, deel 1. Antwerpen: Nationaal centrum voor Moderne Kunst 1961.
  • Spillemaeckers, Werner. ‘Ben Klein’. In: id., Vanaf Alfa. Artisjokreeks 2. Antwerpen: Spillemaeckers 1970: 39-44.
  • Stes, Veerle. Het cahier/Kahier (X). Een tijdschrift rond Ben Klein. De poëzie-opvattingen van Ben Klein. Leuven: Katholieke Universiteit te Leuven 1986.

 

SMAAKMAKERS

In ‘Hotel Flanders’ werden vier gedichten van hem opgenomen.

  • De eigenhandse schipbreuk (‘Uit een ijstijd geschreven’, 1961)
  • De wetten van Jim III (‘Sachem en rokkenjager’, 1987)
  • Als indiaan als rokkenjager (‘Sachem en rokkenjager’, 1987)
  • Sigaarrokend industrieel (‘Sachem en rokkenjager’, 1987)

De eigenhandse schipbreuk

Uit: Uit een ijstijd geschreven. (1961)

De afstand tussen het bloed
misverstanden tot op het been
verouderde modellen je moeder je vader
barrières van ideeën het botte mes
omwille porseleinen luchtkasten
de haat als bosbranden
onuitvoerbaar
afgebroken diamantbekkens
het spoorzoeken in een zee zonder deuren
ratiolabyrint
geen sleutel
geen sleutel
plagen(*) insecten aan het oor
aan de bevroren mond
het dreigen van een berglandschap
hard, droog en duurzaam
ach de etterende zweer het o,geduld
ongedurig als afvalwater
in de buizen lood/zink/eterniet
mijn handen als vlinders
het tumult in het hart
de valbijl boven mijn navel
de lila melodie van kanker
angst als het vallen van de bladeren
overal aan elke boom
de ahorn
de suikeren plataan
mijn onoverschrijdbare muren
het zingen in muizenkleurige cellen walg
het altijd opnieuw kauwen op een dag
vreselijk en lang
diep in het drijzand
de stank van stervenden
op een gletsjer plaatsgenomen
zoveel cm per jaar
afgetakelde dertigjarige
met gebogen hoofd in de winter

* mv. v. het nw. plaag;

ASSARGAN

Ik bestijg lava een aceton lichaam
bestijg ik manna
een hersenverduistering
dringen in een krater de fidsji fidsji
als het virus het vuur de rijkdom
van het zaad
Mona, Abellarda, Litvig
je mond, je mystiek, het oxyde
de lava, het lichaam
als het naderen van de fidsji’s moon
als wat in morene glinstert
Mona, Abellarda, Litvig.

 

Sigaar rokend industrieel

Uit: Sachem en rokkenjager. (1987)

  1. Als cowboy liet ik me dikwijls door de indianen misleiden; zij namen mij zogezegd mee op jacht maar pleegden veediefstallen.
  2. Eens sleurde de sheriff van Turane me van mijn paard en leidde me voor een weinig tolerante jury.
  3. Gelukkig verdedigde het paard mij uitstekend. Het hinnikte zo luid en zo dikwijls dat de aanklager, niet gewoon de argumenten van een volbloed te weerleggen, totaal in de war geraakte en zichzelf ervan beschuldigde veediefstallen gepleegd te hebben.
  4. Ik ging vrij uit en maakte daarna fortuin als fabrikant van corned beef.

 

Als indiaan als rokkenjager

Uit: Sachem en rokkenjager. (1987)

  1. Winnitou de grote held pleegde geregeld overspel.
  2. Beruchte sachem en verwoed rokkenjager
  3. Zo ging hij de geschiedenis in.
  4. Vooral in de door Cecil Jackson geschreven biografie vinden we bijzonderheden over Winnetou’s amoureuze avonturen.
  5. Meer dan eens trok zijn vrouw hem met de lasso uit een bed der zonde.
  6. Voor de gelederen van de ganse stam moest hij daarna schuld bekennen, de pluimen van zijn sierlijk hoofddeksel opvreten.
  7. Minder bekend is dat het kalende opperhoofd liefdesgedichten schreef voor Machteld, de dochter van een sorterende sheriff.

BIBLIOGRAFIE

Woordje vooraf

  • Op onregelmatige basis verspreidt hij zijn ‘brieftijdschrift’ ‘Ha’ waarin humor, engagement en schoppen tegen het ‘establishment’ de hoofdingrediënten zijn.

De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen.
  • Universiteitsbibliotheek – Katholieke Universiteit Leuven
  • Universiteitsbibliotheek Gent
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • POËZIECENTRUM vzw – Gent

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.

Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
z.d. Oppositie een stem. (poëzie)
z.d. Scheren. (poëzie)
1954 Vonken en spatten (experimentele poëzie) Antwerpen: Renders. -15p.
1958 Dalai-lama: gedichten. (poëzie) Klein 12 Antwerpen: Het Cahier. -40p.

Afmetingen: 20.60 x 12.10 (ingenaaid)
1959 Mongolië. (poëzie)
1960 Embryonaal (poëzie)
1961 Uit een ijstijd geschreven. (poëzie)

Deeltitels: Fauve fauve [1957-’58]; Wij zijn schepen wij lijden altijd schipbreuk [1959]; Metamorphique [1960] ; Scherp [1960]

 

Klein 11 Antwerpen: Kunsten en Letteren (Nieuwe Gaanderij, 62). -48p.

Afmetingen: 22.30 x 13.80 (ingenaaid –papieren stofomslag)
Colofon: De eerste druk omvat: -20 exemplaren op wit vergé Van Gelder genummerd van I tot XX -250 exemplaren op wit vergé supérieur genummerd van 21 tot 270. Augustus 1961.

 

1961 ‘8 x Klein. Teksten over reine poHesie’ (essays)

Verzameling essays, (zelf)interviews en recensies waarin Ben Klein vanuit het standpunt van de vijfenvijftigers zijn visie op poëzie en op de rol van de dichter, lezer en recensent uit de doeken doet

 

Stockholm: International Press Fuhnberger.
1963 Combinaat, mijn foto. (poëzie)

Deeltitels: Philosophia [1961]; Zeggen [1962]; Coro [1954-’62]; Edificare [1962]; Gamma [1962]; Voorsprong [1962]

 

Klein 2 Antwerpen: Phemius. -65p.

Afmetingen: 21.80 x 14 (ingenaaid)
Colofon: Deze eerste druk omvat:
-10 exemplaren op wit vergé supérieur – met in handschrift en biografie van de auteur – genummerd van 1 tot 10.
-90 exemplaren op wit vergé supérieur genummerd van 1 tot 100.
Februari 1963.

 

1963 Proeven met een jonge bromfietser. (poëzie)
1964 Ideia, juni-juli ’63. (poëzie) Antwerpen: Cahiers X -30p.
1965 Naam van de inzender. (poëzie)
1965 Wall wall & walls. (poëzie) Antwerpen: Cahiers X -6p.
1967 Andere facetten. (poëzie)
1968 Nieuwe pohesie nieuwe pohesie nieuwe pohesie.

Deeltitels: Lamé [1966-1967]; Colorelle kleurt jonger [1968]; Timmeren [1966-1968]
Lay-out van Jan Prinsen
Foto’s van Filip Tas.
De foto’s werden door Filip Tas genomen tijdens de internationale pohesie happening op 6 april 1968 door Ben Klein in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen georganiseerd.

 

 

 

Klein 4 Antwerpen: Werner Spillemaeckers. -47p.

Reeks: Artisjok reeks 1
Afmetingen:24 x 20 (ingenaaid)
Colofon: van de gedichtenbundel ‘Nieuwe Pohesie’ van Ben Klein werden in november 1968 in opdracht van Werner Spillemaeckers voor het eerste nummer van de Artisjokreeks 200 ex. gedrukt in een lay-out van Jan Prinsen en met foto’s van Filip Tas
De oorspronkelijke uitgave werd verdeeld als volgt:
-I tot X : exemplaren genummerd en op naam van de intekenaar, ondertekend door Klein, ¨Prinsen en Tas met een daaraan gekoppelde langspeelplaat met gedichten van Klein door hemzelf voorgedragen, in een hand-made hoes met originele en overeenstemmend genummerde tekening van Bertha Saveniers.
-XI tot XXX: exemplaren genummerd en op naam van de intekenaar, ondertekend door Klein, ¨Prinsen en Tas
-31 tot 200: exemplaren genummerd en ondertekend door Ben Klein.

 

1972 Chalks chalks. (poëzie) Antwerpen.
1972 Goden en helden. (poëzie) Antwerpen: Reflatie. -34p.
1973 Een horloge dat naar munt smaakt en anijs. (poëzie)

Deeltitels: Costellazioni; Sublima; Het landschap versteent zonder bomen; Verduistering; N.
Klok van Caffieri uit het “Dictionnaire des Arts Décoratifs’ van Paul Rouaix.
Cliché: Kamer van Antiquairs van België v.z.w.d.

 

Klein 3 Westerlo: Saeftinge. -60p.

Reeks: Saeftinge-boek
Afmetingen: 24 x 20 (ingenaaid)
Colofon: De bundel van Ben Klein ‘Een horloge dat naar munt smaakt en anijs’ werd in opdracht van Uitgeverij Saeftinge-Westerlo, gedrukt op de persen van Drukkerij H. Gamblin, Deurne

 

1973 Ik verlang een landschap. (poëzie)

Met: Lucifersdoosje waarop gedicht van B. Klein.
Illustraties: Mark Claus.
Druk typografie en lay-out werden verzorgd door Tony Rombouts.
Er bestaat een gewone en bibliofiele uitgave (zie colofon)

 

Klein 6 Antwerpen: Contramine. -22p.

Reeks: poëzie reeks 3
Afmetingen: 14.20 x 21.80 (oblong – ingenaaid)
Colofon: De dichtbundel ‘Ik verlang een landschap’ van Ben Klein, geïllustreerd door Mark Claus, verscheen in de maand december van het jaar 1973, als derde nummer in de poëziereeks van de Uitgaven Contramine v;z.w.
De oplage bestaat uit:
-5 exemplaren in een kaft met magneetsluiting, formaat Rosette, gesigneerd door dichter en illustrator, gemerkt K-L-E-I-N, bevattende als bijlage twee gedichten in het handschrift van de dichter, één van de originele tekeningen waarnaar de illustraties werden gemaakt en een foto van de twee kunstenaars door Armand de Hesselle.
-145 gewone exemplaren, formaat ¼ poste, alle genummerd.

 

1979 Innovaties.
1984 De Vrouw van Karel Martel baarde twee gestreepte kinderen. (poëzie)

Onder de naam Ben Reynolds Klein
Druk, typografie en lay-out werden verzorgd door tony rombouts met behulp van een original f.m. weiler’s liberty national 2 degelpers met pedaalaandrijving.
De gedichten werden gezet uit de Aster letter van 10 punt

 

Klein 9 Antwerpen: Contramine; –

Reeks: poëzie reeks 54
Afmetingen:26.70 x 17 (gebrocheerd)
Colofon: ‘De Vrouw van Karel Martel baarde twee gestreepte kinderen.’ een dichtbundel van Ben Reynolds Klein verscheen in de maand september 1984, als 54ste nummer in de poëziereeks van de Uitgaven Contramine v;z.w
Van de oplage werden de eerste 150 exemplaren genummerd.
Signatuur: elk blad heeft twee combinaties van drie letters in de rechterbovenhoek van elk blad;

 

1987 Sachem en rokkenjager. (poëzie) Klein 5 Antwerpen: Facet Internationaal. -31p.

Afmetingen: 22 x 14 (gebrocheerd)
1995 Polsslag. (poëzie)
1997 Zonder titel / Ben R. Klein; Zoeken hoe het moet / Philippe van Beek; Zonder titel / Peter Holvoet-Hanssen; Zonder titel / Velimir Lobsang Klein 10 Antwerpen: De groote Beer. 26, 26, 22, 18 pag.

Reeks: De kleren van de keizer nr 21
Afmetingen:  21.50 x 14.90
Deze publicatie is verschenen op 4 mei 1997 als eenentwintigste nummer van ‘de kleren van de keizer’, een reeks boekjes uitgegeven n.a.v. een reeks literaire namiddagen op zondag.; gesigneerd en genummerd. Vier losse bundels samengebonden in een kartonnen mapje
1999 Schamper en subliem. (poëzie)

Nawoord van Britta Derache.
Klein 1 Antwerpen: Paradox Pers. -84p.

Afmetingen: 20. X 13.50 (gebrocheerd)
2006 Kleingiroklein (poëzie)

Klein 7a

Klein 7 Delft/plymouth, remarks. -23p.

Afmetingen: 29.80 x 21.10 (op A4-tjes in plastieke map)
2008 Zenit (poëzie) Klein 8 Brussel: Blanc. -28p.

Ben R. Klein – experimenteel
Afmetingen:29.80 x 21.10 (in plastieke map)
2009 Delta
2010 Pohesie vandaag.